De laatste vriendin die ik had was Joyce. Ik ontmoette haar in de lente van 2003 in een daklozenopvang in Amsterdam. Ik werkte daar als vrijwilliger, en zij sliep er sinds februari. Maar ik sprak pas met haar toen de opvang ging sluiten, eind april. Op het slotfeest op een zaterdagmiddag zat ik aan een tafeltje met een stuk of drie Afrikanen zonder papieren, en zij kwam er toen bijzitten. Ze was Engelse en trok overdag met de Afrikanen op. Ze zei dat ze uit Devon kwam, en vroeg of ik wist waar dat was. Ja, ik had ooit in Londen gewoond, en dan moest je met de trein naar het westen. 'Eén na laatste stop is Devon, dan komt Cornwall en dan ben je in de zee', zei ik. Joyce vond het niet grappig en zou later zeggen dat ik die middag helemaal geen indruk op haar maakte. Maar het was wel het begin.
De Afrikanen wisten niet waar ze vanaf nu moesten overnachten, en
hadden een paar dagen nodig om iets te regelen. Ik zei dat ze wel
een paar nachten bij mij op de vloer konden pitten. Tot ze iets
gevonden hadden. Slapen op de vloer waren ze wel gewend, dat
deden ze in de opvang ook. En ik vond het wel een goede daad om
dat aan te bieden. Ik had een grote etage, leefde daar toch een
groot deel van de week alleen en was geraakt door het
vluchtverhaal van een van de Afrikanen. Hij wou als verstekeling
met een boot uit Sierra Leone naar Amerika, maar ging niet wetend
waar hij was van boord in Rotterdam. Deze Sonny kwam dus begin
mei op een avond bij me aanbellen. De andere Afrikanen hadden wat
anders gevonden, maar Joyce was wel meegekomen.
Waarom ze naar Nederland was gekomen weet ik nog steeds niet. Ze
was 44 jaar, had genoeg vrienden en vriendinnen in Engeland en
vier volwassen kinderen waar ze goed mee op kon schieten. En ze
had een huis in Exeter, gekocht met een vriend die er nog woonde
en er op paste. Maar werk had ze niet meer en misschien wou ze
gewoon weg uit verveling. Of misschien moest ze weg, op avontuur,
Engeland uit. In ieder geval kwam ze naar Amsterdam omdat iemand
had gezegd dat dat wel een goede plek voor haar was. Voor een
paar nachten sliep ze met Sonny in de woonkamer en overdag gingen
ze de stad in. Ik sliep in mijn slaapkamer bij mijn fietsen en
overdag was ik aan het tuinieren. En toen op een morgen was Sonny
vertrokken naar Duitsland, met 50 euro van haar. Ze was kwaad,
maar later zou ze zeggen dat het goed was dat Sonny 'was
opgeflikkerd'. Ze begon mij aardig te vinden.
Haar plan was dat ze bollen ging pellen in het Westland en langs
kwekerijen zou trekken. Ik zei dat ze dan een fiets en een tent
nodig had, en knapte een kleine omafiets met 24 inch-wielen voor
haar op. Eigenlijk was het een kinderfiets, maar het was precies
haar maat. Ze was blij met haar fiets en ik denk dat ze merkte
dat fietsen door Amsterdam een heel stuk leuker was dan de hele
tijd lopen. 's Avonds keken we televisie en praatten we. Over
Engeland en de BBC, en over haar plannen en waar ze naar toe wou.
Maar als ze even naar de keuken of het toilet ging zat ik al met
haar paarse horlogebandje te spelen in mijn handen. Ik wou iets
aanraken wat van haar was en vond het eigenlijk best fijn om weer
eens iemand bij me te hebben. En zeker iemand als Joyce;
onafhankelijk, gezellig en zo blij met haar fiets.
Nadat ze een week bij me had gelogeerd vond ik op een morgen haar
eerste brief. Er zouden er nog vele volgen, maar in die eerste
schreef ze dat ze de vorige avond zo graag met me naar bed had
gewild. Toen ik het las was ze de stad al in en in de middag had
ik het er met haar niet over, maar toen ik 's avonds vroeg of ze
vandaag nog steeds met me naar bed wou, zei ze 'yes'. En ik zei
dat ik dat ook wel wou. Ze keek blij als een klein meisje en
bracht haar spullen naar de slaapkamer. 'Ooh, making love in the
bicycleshed', glunderde ze toen ze er was. Maar van making love
kwam niet veel die avond. Ik wou wel met haar naar bed, maar dan
vooral letterlijk. Met haar slapen, tegen elkaar aanliggen,
elkaar vasthouden en voelen. Ik vond dat wel spannend genoeg
voorlopig, maar Joyce wou meer.
'Zullen we beginnen met kussen en zien waar we uitkomen?', stelde
ze voor. En we begonnen maar kwamen niet ver. Ze werd boos en
ging in de keuken een shaggie roken, maar kwam daarna wel terug
en was niet meer boos. Ze zei dat ze niet tussen mij en Mark wou
komen en mijn leven niet in de war wou sturen, maar gewoon wel
sex wou. Maar voor mij hoefde dat dus niet en ik weet eigenlijk
niet meer of er die nacht nog wat van gekomen is. Maar goed zal
het niet geweest zijn. Voor goede sex moet je elkaar kennen en op
elkaar ingespeeld raken. Sex is teamwork en weten wat de ander
wil. En die nacht was dat niet zo. Maar wat was ik de volgende
morgen blij dat ze naast me lag in bed. Wat was ik blij dat ik
haar had.
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).



Misschien had ze t anders moeten verwoorden in het briefje.
Die 'free hugs' movement (google maar ff), bestond nog niet toen. :)