Damnieuws

[In de eerste aflevering gewijd aan de partij Van den
Akker-Thijssen, NK 2006, waren we gebleven bij de stand na
31…12-17! Die luidde in cijfers:
dertien zwarte schijven op 3, 6, 7, 13 t/m 20, 23 en 24;
dertien witte schijven op 25, 27, 28, 31 t/m 35, 38, 42, 43, 45 en 48.
Het is vanuit deze stelling dat we de draad weer oppakken:]
32.34-30 17-21! 33.43-39 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
dertien zwarte schijven op 3, 6, 7, 13 t/m 16, 18 t/m 21, 23 en 24;
dertien witte schijven op 25, 27, 28, 30 t/m 33, 35, 38, 39, 42, 45 en 48.]
33...3-8(!)
Om de remise-forcing te elimineren waarover wit straks blijkt te beschikken (maar die Van den Akker dus - zoals impliciet gezegd - zal overzien), hàd zwart ook 33...7-11 kunnen overwegen. Bijvoorbeeld 34.39-34 24-29 35.33x24 20x40 36.45x34 15-20 37.38-33 20-24 (zie analyse-diagram) 38.34-29 23x34 39.30x39 18-23! 40.39-34 13-18! en wit bevindt zich wel degelijk in moeilijkheden. (De vraag of die moeilijkheden van beslissende aard zijn of niet, is wat mij betreft minder relevant.)

[Stand in cijfers:
elf zwarte schijven op 3, 6, 11, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 23 en 24;
elf witte schijven op 25, 27, 28, 30 t/m 35, 42 en 48.]
Toch heeft Thijssen groot gelijk dat hij er - en dat geldt voor het hele klassieke afspel van deze partij! - alles aan doet om schijf 7 in eerste instantie op z’n plaats te laten en uiteindelijk naar het centraler gelegen veld 12 te dirigeren. Om te beginnen zou 33...7-11 minder dwingend zijn dan het gespeelde 33...3-8, in dìe zin dat wit op de 36ste zet desgewenst ook achteruit (35x44) kan slaan. Maar dat is bij lange na niet het enige bezwaar dat 33...7-11(?) aankleeft. Want in de stand van het analyse-diagram kan wit het op liefst twee manieren beduidend beter doen.
Zo zou, in plaats van de ontijdige terugruil 38.34-29? 23x34 39.30x39, eerst 38.42-37! al veel sterker zijn. Immers: als zwart, ter vermijding van de tempodwang waarin hij na 38...3-8 39.31-26(!!) komt te verkeren, het logische 38...21-26 zou spelen, stuit hij na 39.34-29! (nu pas) 39...23x34 40.30x39 18-23? 41.39-34! 13-18? (zwart doet er verstandig aan zijn ambities lager af te stellen) 42.28-22! op het probleem dat hij een tempo te kort komt om veld 13 te sluiten. Het gevolg van die (toevallige) omstandigheid is dat zijn stand na 42...11-17 43.22x13! 19x8 44.33-28! 14-19 45.34-29! 24x22 46.27x29 finaal aan flarden gescheurd wordt!
Het tweede alternatief waarover wit in de stand van het analyse-diagram beschikt, brengt het meest principiële bezwaar van de opstelling met (33...)7-11 aan het licht. Wit kan namelijk ook 38.28-22! 21-26 39.33-28! 26x37 40.42x31 doen. Evenals in de partij Koeperman-Bom uit het WK 1964 (zie het in 2002 verschenen Jan Bom - dammer, pp. 300-309), maakt de aanwezigheid van het min of meer gedeplaceerde stuk op 11 het zwart onmogelijk om optimaal profijt te trekken van de vijandelijke kerkhofbezetting.
34.39-34 24-29 35.33x24 20x40 36.45x34 15-20 37.38-33(!) 20-24 38.34-29(!) 23x34 39.30x39 18-23 40.39-34(!) 13-18 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6 t/m 8, 14, 16, 18, 19, 21, 23 en 24;
tien witte schijven op 25, 27, 28, 31 t/m 35, 42 en 48.]
41.48-43?
Van den Akker maakt onvoldoende gebruik van de tactische mogelijkheden die de schijnbaar zo hermetisch gesloten stelling wel degelijk blijkt te bevatten. Daarmee bedoel ik nìet te zeggen dat hij 41.28-22? had moeten spelen. Dat zetje, waarvan de bedoeling is 41...8-13? met simpel 42.33-28 (42...21-26 43.22-17! 26x37 44.42x31) dan wel de remise-afwikkeling 42.34-29!, 43.32-28!, 44.25-20 en 45.20x20 te beantwoorden, had in werkelijkheid namelijk een schijf en de partij verloren door 41...21-26! enz.
Nee - wit had zijn toevlucht tot het even fraaie als verborgen 41.42-38!! moeten nemen. De eerste pointe van die zet schuilt in de combinatieve dreiging (41...8-13?) 42.34-29! 23x34 43.28-23! 19x26 44.25-20!! 21x43 45.48x10; in het resterende eindspel (met spoedig twee witte dammen!) staat voor zwart zelfs een puntendeling nog niet vast... Vrijwel gedwongen is daarom 41…21-26, waarop wit met 42.34-29!! (zie analyse-diagram) de tweede pointe van 41.42-38 uitserveert.

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6 t/m 8, 14, 16, 18, 19, 23, 24 en 26;
tien witte schijven op 25, 27 t/m 29, 31 t/m 33, 35, 38 en 48.]
Zwart moet dan kiezen tussen enerzijds 42...26x37 43.29x9 8-13 44.32x41 23x43 45.48x39 13x4 = en anderzijds 42...23x34 43.28-23! 26x39 44.23x1 24-29! 45.35-30! 8-13! (en vooral niet eerst 45...16-21? 46.27x16 en dan pas 46...8-13 wegens 47.25-20!! 14x25 48.38-32! met winst voor wit!) 46.27-22! 14-20! 47.25x23 29x27 48.1x40 27-31 enz., waarna het eveneens remise moet worden.
Met de foutieve tekstzet verzuimt Van den Akker zijn misgreep op de 31ste zet alsnog goed te maken; de uitroeptekentjes achter wits laatste drie zetten worden er als het ware in één klap mee teniet gedaan.
41…8-13! (zie diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6, 7, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 23 en 24;
tien witte schijven op 25, 27, 28, 31 t/m 35, 42 en 43.]
42.43-39(?)
En na deze tweede fout in successie wordt wit strategisch zelfs overspeeld. Het is waar dat ook een opstelling met 43-38 kansloos zou hebben verloren, bijvoorbeeld 42.42-37(?) 21-26! 43.43-38 7-12 44.34-30 en nu niet 44...6-11? (45.27-21!!, 46.33-29!, 47.30-24 en 48.28x6 met remise na 48...30-34 49.32-27! 31x22 50.6-1 =) doch simpel 44...12-17! +. Maar met 42.34-30(!) kon wit nog fel van zich af bijten. Het wezenlijke verschil met de tekstzet is dat 42…21-26? ditmaal niet meer dan remise oplevert wegens 43.33-29!! 26x39 44.29x9 13x4 45.30-24 19x30 46.25x43 23-29 47.28-23 =. En de charmante afwikkeling 42...7-12 43.31-26(!) 24-29(?) 44.26x8 29x47 45.8-2 18-22(!!) 46.27x20 47x15 47.2x24 15x17 wint helaas evenmin na 48.25-20 17-21 49.20-14 21x49 50.14-10 enz., zodat een eerste conclusie luidt dat dezelfde winst als in het partijverloop voor zwart geen haalbare optie is.
Nu wil daar geenszins mee gezegd zijn dat het na 42.34-30 “dus” zonder meer remise was geweest, want zwart beschikt waarachtig nog wel over andere plannen. Zo zou hij, ter voorbereiding van 43...21-26 (welke zet wit tenslotte niet nòg langer kan tegengaan), eerst 42...7-11 kunnen spelen. En zwart kan - op meerdere momenten zelfs - met de Ghestem-doorstoot 23-29 werken. Ik som de diverse mogelijkheden in willekeurige volgorde voor u op:
1) 42...7-11 43.43-39 21-26 44.42-37 11-17 (niet kansrijker is 44...23-29 45.28-23! 29x38 46.23x12 38-42 47.37x48 26x28 48.39-34 13-18 49.12x32 24-29 50.34x23 19x37 51.30-24 enz. =) 45.39-34 6-11! 46.34-29 23x34 47.30x39 17-21! (zie analyse-diagram).

[Stand in cijfers:
negen zwarte schijven op 11, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 24 en 26;
negen witte schijven op 25, 27, 28, 31 t/m 33, 35, 37 en 39.]
Aanvankelijk meende ik dat de stand van het analyse-diagram gewonnen was voor zwart, reden waarom ik destijds in de krant schreef dat 42.34-30 “taaier, ofschoon vermoedelijk niet meer toereikend” was. Inderdaad lijkt zwart na 48.39-34 24-30 49.35x24 19x39 50.33x44 13-19 in een lange variant te gaan winnen; men zie: 51.44-39 19-24 52.39-34 (52.39-33?? 11-17! +) 52...14-19 53.34-30 24x35 54.25-20 35-40 55.20-15 40-45! (zo omzeilt hij de remise-afwikkeling 55...40-44? 56.28-22! 18-23 57.32-28!! gevolgd door 15-10-4 en 60.22-17 =) 56.15-10 18-23! en wit komt in het dammeneindspel (of moeten we hier wellicht van “macro-eindspel” spreken?) twee volle schijven achter, daar 57.10-4 45-50 58.4-22?? taboe is wegens 58...19-24! 59.28x30 50x17 +.
Maar een later analytisch onderzoek heeft mij doen inzien dat wit zich in de diagramstand nog wel degelijk kan redden, mits hij 48.39-34? vervangt door 48.28-22! Er volgt dan namelijk 48...18-23 49.33-28 23-29 50.39-34! (voor het offer 50.28-23?, 51.27-22 en 52.32x34 is het momenteel nog te vroeg) 50...29x40 51.35x44 24-29 (de kansrijkste: na 51...13-18 52.22x13 19x8 53.44-39! staat zwart min of meer met lege handen, bijvoorbeeld 53...8-12 54.28-22! 12-17 55.22-18 17-22 56.18-12 22-28 57.32x23 21x41 58.12-8 26x37 59.8-3 =; zie analyse-diagram)

[Stand in cijfers:
acht zwarte schijven op 11, 13, 14, 16, 19, 21, 26 en 29;
acht witte schijven op 22, 25, 27, 28, 31, 32, 37 en 44.]
52.28-23!! (het enige juiste moment voor deze offerwending; merk op dat het na 52.44-40? 19-24 53.40-35 14-19! juist weer te laat zou zijn voor 54.28-23 enz., omdat zwart in dat geval middels 56...11-17 57.35-30 24x35 58.25-20 13-19! 59.20-15 17-22 60.15-10 19-23! naar de winst toespeelt) 52...19x17 53.27-22 17x28 54.32x34 11-17.
Tot zover is het verloop - althans vanaf de 47ste zet van zwart - identiek aan dat van de competitiepartij Op den Kelder-Mulaya 2003. Daarin speelde wit nu 55.34-29?, om (pas) na 55...13-19! tot de ontdekking te komen dat de dreiging 56...19-23! en 57...17-22 + zijn tegenaanval beslissend oponthoud bezorgt; Op den Kelder zag dan ook terecht van verdere tegenstand af. Het is echter sterk de vraag of zwart na het correcte 55.34-30! eveneens had gewonnen. Ik vermoed eerlijk gezegd van nìet. Daarbij speelt een rol dat zwart in het 4x2-eindspel dat via 55...13-19 56.44-40! 17-22 57.40-35! 21-27 58.30-24 19x30 59.35x24 27x36 60.24-20 14-19 61.20-15 22-27 62.15-10 19-24 63.10-5 27-31 64.37-32 31-37 65.32x41 36x47 op het bord zou kunnen komen, op remise blijft steken, daar een eventuele opmars van 29 altijd (uiteraard na ontruiming van veld 5) met de opmars van 25 naar 14 beantwoord wordt.
Uit dit alles kan de voorzichtige conclusie worden getrokken dat, zodra de controle over veld 12 is weggevallen, een “rustig” klassiek afspel voor zwart onvoldoende is om zijn (onmiskenbare) voordeel in winst om te zetten. Maar hij kon, zoals de lezer zich nog herinneren zal, zijn heil óók in de Ghestem-doorstoot beproeven:
2) 42...23-29 (zie analyse-diagram).

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6, 7, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 24 en 29;
tien witte schijven op 25, 27, 28, 30 t/m 33, 35, 42 en 43.]
Hierop beschikt wit over drie mogelijkheden, waarvan uitgerekend de minst voor de hand liggende de beste is:
2.1) 43.42-38? 18-23! en de dreiging 44...21-26 + is absoluut dodelijk.
2.2) 43.43-38?! 21-26! en nu:
2.2.1) 44.42-37 7-12! 45.28-22 (ook 45.28-23 19x39 46.30x17 39-44 verliest kansloos) 45...6-11! (efficiënter nog dan 45...16-21 enz.; de bedoeling is uiteraard 46.33-28 18-23 +) 46.32-28* 18-23 47.22-18* 23x43! 48.18x20 29x38 49.20x29 43-48 en zwart wint probleemloos.
2.2.2) 44.28-23 19x48 45.30x10 26x37 46.33x24 37-41 47.10-4 (want na 47.10-5 41-47! 48.25-20 47x33 49.20-15 33x20 50.15x24 48-42! zou wit drie schijven achter komen) 47...13-19! 48.24x22 41-47 (49.38-32 47-41), waarna zwart in het 5x5-eindspel redelijke winstkansen lijkt te hebben, al is het nog géén gelopen race.
2.3) 43.28-23!! 19x28 44.30x8! 21x32 45.8-3 en ondanks een zijn (tijdelijke) voorsprong van vier(!) stukken wordt winst voor zwart problematisch, daar wit onvermijdelijk materiaal herovert èn uitzicht op een tweede dam krijgt.
Mocht deze laatste spelgang inderdaad niet meer dan remise opleveren, dan kan zwart - ter vermijding van variant “2.3” - óók overwegen de Ghestem-doorstoot twee zetten later te plaatsen:
3) 42...7-12 43.31-26 12-17 44.43-38 23-29 (nu pas) 45.42-37 18-23 (deze positie kan langs meerdere wegen tot stand komen; zie analyse-diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6, 13, 14, 16, 17, 19, 21, 23, 24 en 29;
tien witte schijven op 25 t/m 28, 30, 32, 33, 35, 37 en 38.]
46.27-22 6-11! 47.37-31 21-27 48.32x12 23x43.
Ook deze variant belooft zwart op z’n minst redelijke winstkansen. Maar evenals in de laatste twee spelgangen (“2.2.2” en “2.3”) is het - zelfs met de hulp van de computer - moeilijk, zoniet onmogelijk een eenduidige conclusie te trekken. Dit temeer daar wit op liefst drie verschillende manieren kan afwikkelen naar een dammeneindspel waarin zwart weliswaar een schijf meer heeft en bovendien het dichtst bij tweede dam is, maar waarin ook wit een tweede dam dreigt te halen; in willekeurige volgorde:
a) 49.12-8 13x2 50.22-18 29x38 51.18-13 19x8 52.30x10.
b) 49.22-18 13x22 50.12-8 29x38 51.8-2 43-48/49 52.2-13 19x8 53.30x10.
c) 49.22-17 11x22 50.12-7 29x38 51.7-1, op enig moment (want na 51...43-49 zou wit desgewenst nog de terugruil 52.31-27 22x31 53.26x37 kunnen inlassen) gevolgd door 1-23 (19x28) en 30x10.
Het is sowieso al geen sinecure uit te maken welke van die drie mogelijkheden de meeste verdediging geeft, laat staan dat men - zonder uitvoerige analyse althans - met stelligheid zou kunnen beweren dat zwart (ook) na 42.34-30 gewonnen had gestaan. En dat is een wezenlijk verschil met het partijverloop, waarin wit geen enkele kans meer op herstel zal krijgen.
42…21-26! 43.42-37 7-12!
Het laten ‘hangen’ van schijf 7 heeft Thijssen bepaald geen windeieren gelegd: dankzij het stuk op 12 staat zwart nu - anders dan na 42.34-30 het geval zou zijn geweest - onomstotelijk gewonnen!
44.34-30 6-11!
Zonder de geringste vrees voor 45.27-22??? en 46.39-34, een zelfmoord-combinatie waarvoor wit niet eens het benodigde tempo zou hebben.
45.39-34 11-17 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 12 t/m 14, 16 t/m 19, 23, 24 en 26;
tien witte schijven op 25, 27, 28, 30 t/m 35 en 37.]
46.34-29 23x34 47.30x39 16-21!
Ook 47...17-21! (met de dreiging 48...14-20 +) had probleemloos gewonnen, bijvoorbeeld 48.35-30 (48.39-34?? 24-29! +) 48...24x35 49.33-29 12-17! (dit simpele zetje is veel efficiënter dan het dubbele tegenoffer 49...14-20? 50.25x23 35-40, dat uitsluitend wint ingeval 31 nog op 36 staat) 50.39-33 (of 50.39-34 17-22 51.28x17 21x12 52.32-28 12-17 53.37-32 26x37 54.32x41 17-21 +) 50...19-24! 51.29x9 13x4 52.33-29 35-40 en wit heeft niet beter dan het verliezende 53.28-22 enz.
Maar de afwikkeling naar 36 en het daaruit voortvloeiende 4x4-schijveneindspel is zo mogelijk nog overtuigender.
48.27x16 14-20 49.25x23 18x36 50.28-22
De logische tegenactie. Inderdaad was wit na 50.39-34 12-18! 51.34-30 13-19 52.30-25 helemaal nergens meer gekomen: zwart zou zowel met 52...18-22 (53.16-11 22x33 54.11x22 33-39 55.22-17 39-43 en 56...43-48 enz.) als met 52...18-23 (53.28-22 17x28 en altijd 54/55...28-32! 55/56.37x28 23x32 +) hebben kunnen winnen.
50...17x28 51.16-11 28-32!
Thijssen bewandelt de meest nauwkeurige, nee: de enige weg naar winst.
52.37x28 12-17! 53.11x22 36-41 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
vier zwarte schijven op 13, 24, 26 en 41;
vier witte schijven op 22, 28, 35 en 39.]
54.28-23
Niet beter is 54.22-17 41-46 55.28-22 46-23 56.17-11 26-31 57.11-6 23-1 en zwart wint, zowel na 58.22-18 1x43(!) 59.6-1 31-37(!) 60.1-6 37-41! 61.6-22 13-19 enz. als na 58.39-34 1x45 59.35-30 24x35 60.6-1 31-36! +. En op 54.39-34 beslist de elegante offerwending 54...13-18!! (alleen zo!) 55.22x13 41-46!, ook na 56.34-29 46x8! 57.29x20 8-3! 58.20-15 3-14 +.
54...41-47!
Zo pareert zwart de remise-dreiging 23-18-12, terwijl hij en passant de kleine combinatie (55.22-17) 55...13-19! en 56...24-30 + in de stand vlecht.
55.23-19
In een oude partij Winderman-Swjatoj, kamp. USSR 1954, capituleerde wit al op dit moment.
55...47-36
Of ook eerst 55...13-18 (56.22x13) en dan pas 56...47-36 enz. gevolgd door de opmars van 26.
56.19x30 36x18 57.30-24 18-22
Wit geeft het op.
dertien zwarte schijven op 3, 6, 7, 13 t/m 20, 23 en 24;
dertien witte schijven op 25, 27, 28, 31 t/m 35, 38, 42, 43, 45 en 48.
Het is vanuit deze stelling dat we de draad weer oppakken:]
32.34-30 17-21! 33.43-39 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
dertien zwarte schijven op 3, 6, 7, 13 t/m 16, 18 t/m 21, 23 en 24;
dertien witte schijven op 25, 27, 28, 30 t/m 33, 35, 38, 39, 42, 45 en 48.]
33...3-8(!)
Om de remise-forcing te elimineren waarover wit straks blijkt te beschikken (maar die Van den Akker dus - zoals impliciet gezegd - zal overzien), hàd zwart ook 33...7-11 kunnen overwegen. Bijvoorbeeld 34.39-34 24-29 35.33x24 20x40 36.45x34 15-20 37.38-33 20-24 (zie analyse-diagram) 38.34-29 23x34 39.30x39 18-23! 40.39-34 13-18! en wit bevindt zich wel degelijk in moeilijkheden. (De vraag of die moeilijkheden van beslissende aard zijn of niet, is wat mij betreft minder relevant.)

[Stand in cijfers:
elf zwarte schijven op 3, 6, 11, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 23 en 24;
elf witte schijven op 25, 27, 28, 30 t/m 35, 42 en 48.]
Toch heeft Thijssen groot gelijk dat hij er - en dat geldt voor het hele klassieke afspel van deze partij! - alles aan doet om schijf 7 in eerste instantie op z’n plaats te laten en uiteindelijk naar het centraler gelegen veld 12 te dirigeren. Om te beginnen zou 33...7-11 minder dwingend zijn dan het gespeelde 33...3-8, in dìe zin dat wit op de 36ste zet desgewenst ook achteruit (35x44) kan slaan. Maar dat is bij lange na niet het enige bezwaar dat 33...7-11(?) aankleeft. Want in de stand van het analyse-diagram kan wit het op liefst twee manieren beduidend beter doen.
Zo zou, in plaats van de ontijdige terugruil 38.34-29? 23x34 39.30x39, eerst 38.42-37! al veel sterker zijn. Immers: als zwart, ter vermijding van de tempodwang waarin hij na 38...3-8 39.31-26(!!) komt te verkeren, het logische 38...21-26 zou spelen, stuit hij na 39.34-29! (nu pas) 39...23x34 40.30x39 18-23? 41.39-34! 13-18? (zwart doet er verstandig aan zijn ambities lager af te stellen) 42.28-22! op het probleem dat hij een tempo te kort komt om veld 13 te sluiten. Het gevolg van die (toevallige) omstandigheid is dat zijn stand na 42...11-17 43.22x13! 19x8 44.33-28! 14-19 45.34-29! 24x22 46.27x29 finaal aan flarden gescheurd wordt!
Het tweede alternatief waarover wit in de stand van het analyse-diagram beschikt, brengt het meest principiële bezwaar van de opstelling met (33...)7-11 aan het licht. Wit kan namelijk ook 38.28-22! 21-26 39.33-28! 26x37 40.42x31 doen. Evenals in de partij Koeperman-Bom uit het WK 1964 (zie het in 2002 verschenen Jan Bom - dammer, pp. 300-309), maakt de aanwezigheid van het min of meer gedeplaceerde stuk op 11 het zwart onmogelijk om optimaal profijt te trekken van de vijandelijke kerkhofbezetting.
34.39-34 24-29 35.33x24 20x40 36.45x34 15-20 37.38-33(!) 20-24 38.34-29(!) 23x34 39.30x39 18-23 40.39-34(!) 13-18 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6 t/m 8, 14, 16, 18, 19, 21, 23 en 24;
tien witte schijven op 25, 27, 28, 31 t/m 35, 42 en 48.]
41.48-43?
Van den Akker maakt onvoldoende gebruik van de tactische mogelijkheden die de schijnbaar zo hermetisch gesloten stelling wel degelijk blijkt te bevatten. Daarmee bedoel ik nìet te zeggen dat hij 41.28-22? had moeten spelen. Dat zetje, waarvan de bedoeling is 41...8-13? met simpel 42.33-28 (42...21-26 43.22-17! 26x37 44.42x31) dan wel de remise-afwikkeling 42.34-29!, 43.32-28!, 44.25-20 en 45.20x20 te beantwoorden, had in werkelijkheid namelijk een schijf en de partij verloren door 41...21-26! enz.
Nee - wit had zijn toevlucht tot het even fraaie als verborgen 41.42-38!! moeten nemen. De eerste pointe van die zet schuilt in de combinatieve dreiging (41...8-13?) 42.34-29! 23x34 43.28-23! 19x26 44.25-20!! 21x43 45.48x10; in het resterende eindspel (met spoedig twee witte dammen!) staat voor zwart zelfs een puntendeling nog niet vast... Vrijwel gedwongen is daarom 41…21-26, waarop wit met 42.34-29!! (zie analyse-diagram) de tweede pointe van 41.42-38 uitserveert.

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6 t/m 8, 14, 16, 18, 19, 23, 24 en 26;
tien witte schijven op 25, 27 t/m 29, 31 t/m 33, 35, 38 en 48.]
Zwart moet dan kiezen tussen enerzijds 42...26x37 43.29x9 8-13 44.32x41 23x43 45.48x39 13x4 = en anderzijds 42...23x34 43.28-23! 26x39 44.23x1 24-29! 45.35-30! 8-13! (en vooral niet eerst 45...16-21? 46.27x16 en dan pas 46...8-13 wegens 47.25-20!! 14x25 48.38-32! met winst voor wit!) 46.27-22! 14-20! 47.25x23 29x27 48.1x40 27-31 enz., waarna het eveneens remise moet worden.
Met de foutieve tekstzet verzuimt Van den Akker zijn misgreep op de 31ste zet alsnog goed te maken; de uitroeptekentjes achter wits laatste drie zetten worden er als het ware in één klap mee teniet gedaan.
41…8-13! (zie diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6, 7, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 23 en 24;
tien witte schijven op 25, 27, 28, 31 t/m 35, 42 en 43.]
42.43-39(?)
En na deze tweede fout in successie wordt wit strategisch zelfs overspeeld. Het is waar dat ook een opstelling met 43-38 kansloos zou hebben verloren, bijvoorbeeld 42.42-37(?) 21-26! 43.43-38 7-12 44.34-30 en nu niet 44...6-11? (45.27-21!!, 46.33-29!, 47.30-24 en 48.28x6 met remise na 48...30-34 49.32-27! 31x22 50.6-1 =) doch simpel 44...12-17! +. Maar met 42.34-30(!) kon wit nog fel van zich af bijten. Het wezenlijke verschil met de tekstzet is dat 42…21-26? ditmaal niet meer dan remise oplevert wegens 43.33-29!! 26x39 44.29x9 13x4 45.30-24 19x30 46.25x43 23-29 47.28-23 =. En de charmante afwikkeling 42...7-12 43.31-26(!) 24-29(?) 44.26x8 29x47 45.8-2 18-22(!!) 46.27x20 47x15 47.2x24 15x17 wint helaas evenmin na 48.25-20 17-21 49.20-14 21x49 50.14-10 enz., zodat een eerste conclusie luidt dat dezelfde winst als in het partijverloop voor zwart geen haalbare optie is.
Nu wil daar geenszins mee gezegd zijn dat het na 42.34-30 “dus” zonder meer remise was geweest, want zwart beschikt waarachtig nog wel over andere plannen. Zo zou hij, ter voorbereiding van 43...21-26 (welke zet wit tenslotte niet nòg langer kan tegengaan), eerst 42...7-11 kunnen spelen. En zwart kan - op meerdere momenten zelfs - met de Ghestem-doorstoot 23-29 werken. Ik som de diverse mogelijkheden in willekeurige volgorde voor u op:
1) 42...7-11 43.43-39 21-26 44.42-37 11-17 (niet kansrijker is 44...23-29 45.28-23! 29x38 46.23x12 38-42 47.37x48 26x28 48.39-34 13-18 49.12x32 24-29 50.34x23 19x37 51.30-24 enz. =) 45.39-34 6-11! 46.34-29 23x34 47.30x39 17-21! (zie analyse-diagram).

[Stand in cijfers:
negen zwarte schijven op 11, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 24 en 26;
negen witte schijven op 25, 27, 28, 31 t/m 33, 35, 37 en 39.]
Aanvankelijk meende ik dat de stand van het analyse-diagram gewonnen was voor zwart, reden waarom ik destijds in de krant schreef dat 42.34-30 “taaier, ofschoon vermoedelijk niet meer toereikend” was. Inderdaad lijkt zwart na 48.39-34 24-30 49.35x24 19x39 50.33x44 13-19 in een lange variant te gaan winnen; men zie: 51.44-39 19-24 52.39-34 (52.39-33?? 11-17! +) 52...14-19 53.34-30 24x35 54.25-20 35-40 55.20-15 40-45! (zo omzeilt hij de remise-afwikkeling 55...40-44? 56.28-22! 18-23 57.32-28!! gevolgd door 15-10-4 en 60.22-17 =) 56.15-10 18-23! en wit komt in het dammeneindspel (of moeten we hier wellicht van “macro-eindspel” spreken?) twee volle schijven achter, daar 57.10-4 45-50 58.4-22?? taboe is wegens 58...19-24! 59.28x30 50x17 +.
Maar een later analytisch onderzoek heeft mij doen inzien dat wit zich in de diagramstand nog wel degelijk kan redden, mits hij 48.39-34? vervangt door 48.28-22! Er volgt dan namelijk 48...18-23 49.33-28 23-29 50.39-34! (voor het offer 50.28-23?, 51.27-22 en 52.32x34 is het momenteel nog te vroeg) 50...29x40 51.35x44 24-29 (de kansrijkste: na 51...13-18 52.22x13 19x8 53.44-39! staat zwart min of meer met lege handen, bijvoorbeeld 53...8-12 54.28-22! 12-17 55.22-18 17-22 56.18-12 22-28 57.32x23 21x41 58.12-8 26x37 59.8-3 =; zie analyse-diagram)

[Stand in cijfers:
acht zwarte schijven op 11, 13, 14, 16, 19, 21, 26 en 29;
acht witte schijven op 22, 25, 27, 28, 31, 32, 37 en 44.]
52.28-23!! (het enige juiste moment voor deze offerwending; merk op dat het na 52.44-40? 19-24 53.40-35 14-19! juist weer te laat zou zijn voor 54.28-23 enz., omdat zwart in dat geval middels 56...11-17 57.35-30 24x35 58.25-20 13-19! 59.20-15 17-22 60.15-10 19-23! naar de winst toespeelt) 52...19x17 53.27-22 17x28 54.32x34 11-17.
Tot zover is het verloop - althans vanaf de 47ste zet van zwart - identiek aan dat van de competitiepartij Op den Kelder-Mulaya 2003. Daarin speelde wit nu 55.34-29?, om (pas) na 55...13-19! tot de ontdekking te komen dat de dreiging 56...19-23! en 57...17-22 + zijn tegenaanval beslissend oponthoud bezorgt; Op den Kelder zag dan ook terecht van verdere tegenstand af. Het is echter sterk de vraag of zwart na het correcte 55.34-30! eveneens had gewonnen. Ik vermoed eerlijk gezegd van nìet. Daarbij speelt een rol dat zwart in het 4x2-eindspel dat via 55...13-19 56.44-40! 17-22 57.40-35! 21-27 58.30-24 19x30 59.35x24 27x36 60.24-20 14-19 61.20-15 22-27 62.15-10 19-24 63.10-5 27-31 64.37-32 31-37 65.32x41 36x47 op het bord zou kunnen komen, op remise blijft steken, daar een eventuele opmars van 29 altijd (uiteraard na ontruiming van veld 5) met de opmars van 25 naar 14 beantwoord wordt.
Uit dit alles kan de voorzichtige conclusie worden getrokken dat, zodra de controle over veld 12 is weggevallen, een “rustig” klassiek afspel voor zwart onvoldoende is om zijn (onmiskenbare) voordeel in winst om te zetten. Maar hij kon, zoals de lezer zich nog herinneren zal, zijn heil óók in de Ghestem-doorstoot beproeven:
2) 42...23-29 (zie analyse-diagram).

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6, 7, 13, 14, 16, 18, 19, 21, 24 en 29;
tien witte schijven op 25, 27, 28, 30 t/m 33, 35, 42 en 43.]
Hierop beschikt wit over drie mogelijkheden, waarvan uitgerekend de minst voor de hand liggende de beste is:
2.1) 43.42-38? 18-23! en de dreiging 44...21-26 + is absoluut dodelijk.
2.2) 43.43-38?! 21-26! en nu:
2.2.1) 44.42-37 7-12! 45.28-22 (ook 45.28-23 19x39 46.30x17 39-44 verliest kansloos) 45...6-11! (efficiënter nog dan 45...16-21 enz.; de bedoeling is uiteraard 46.33-28 18-23 +) 46.32-28* 18-23 47.22-18* 23x43! 48.18x20 29x38 49.20x29 43-48 en zwart wint probleemloos.
2.2.2) 44.28-23 19x48 45.30x10 26x37 46.33x24 37-41 47.10-4 (want na 47.10-5 41-47! 48.25-20 47x33 49.20-15 33x20 50.15x24 48-42! zou wit drie schijven achter komen) 47...13-19! 48.24x22 41-47 (49.38-32 47-41), waarna zwart in het 5x5-eindspel redelijke winstkansen lijkt te hebben, al is het nog géén gelopen race.
2.3) 43.28-23!! 19x28 44.30x8! 21x32 45.8-3 en ondanks een zijn (tijdelijke) voorsprong van vier(!) stukken wordt winst voor zwart problematisch, daar wit onvermijdelijk materiaal herovert èn uitzicht op een tweede dam krijgt.
Mocht deze laatste spelgang inderdaad niet meer dan remise opleveren, dan kan zwart - ter vermijding van variant “2.3” - óók overwegen de Ghestem-doorstoot twee zetten later te plaatsen:
3) 42...7-12 43.31-26 12-17 44.43-38 23-29 (nu pas) 45.42-37 18-23 (deze positie kan langs meerdere wegen tot stand komen; zie analyse-diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6, 13, 14, 16, 17, 19, 21, 23, 24 en 29;
tien witte schijven op 25 t/m 28, 30, 32, 33, 35, 37 en 38.]
46.27-22 6-11! 47.37-31 21-27 48.32x12 23x43.
Ook deze variant belooft zwart op z’n minst redelijke winstkansen. Maar evenals in de laatste twee spelgangen (“2.2.2” en “2.3”) is het - zelfs met de hulp van de computer - moeilijk, zoniet onmogelijk een eenduidige conclusie te trekken. Dit temeer daar wit op liefst drie verschillende manieren kan afwikkelen naar een dammeneindspel waarin zwart weliswaar een schijf meer heeft en bovendien het dichtst bij tweede dam is, maar waarin ook wit een tweede dam dreigt te halen; in willekeurige volgorde:
a) 49.12-8 13x2 50.22-18 29x38 51.18-13 19x8 52.30x10.
b) 49.22-18 13x22 50.12-8 29x38 51.8-2 43-48/49 52.2-13 19x8 53.30x10.
c) 49.22-17 11x22 50.12-7 29x38 51.7-1, op enig moment (want na 51...43-49 zou wit desgewenst nog de terugruil 52.31-27 22x31 53.26x37 kunnen inlassen) gevolgd door 1-23 (19x28) en 30x10.
Het is sowieso al geen sinecure uit te maken welke van die drie mogelijkheden de meeste verdediging geeft, laat staan dat men - zonder uitvoerige analyse althans - met stelligheid zou kunnen beweren dat zwart (ook) na 42.34-30 gewonnen had gestaan. En dat is een wezenlijk verschil met het partijverloop, waarin wit geen enkele kans meer op herstel zal krijgen.
42…21-26! 43.42-37 7-12!
Het laten ‘hangen’ van schijf 7 heeft Thijssen bepaald geen windeieren gelegd: dankzij het stuk op 12 staat zwart nu - anders dan na 42.34-30 het geval zou zijn geweest - onomstotelijk gewonnen!
44.34-30 6-11!
Zonder de geringste vrees voor 45.27-22??? en 46.39-34, een zelfmoord-combinatie waarvoor wit niet eens het benodigde tempo zou hebben.
45.39-34 11-17 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 12 t/m 14, 16 t/m 19, 23, 24 en 26;
tien witte schijven op 25, 27, 28, 30 t/m 35 en 37.]
46.34-29 23x34 47.30x39 16-21!
Ook 47...17-21! (met de dreiging 48...14-20 +) had probleemloos gewonnen, bijvoorbeeld 48.35-30 (48.39-34?? 24-29! +) 48...24x35 49.33-29 12-17! (dit simpele zetje is veel efficiënter dan het dubbele tegenoffer 49...14-20? 50.25x23 35-40, dat uitsluitend wint ingeval 31 nog op 36 staat) 50.39-33 (of 50.39-34 17-22 51.28x17 21x12 52.32-28 12-17 53.37-32 26x37 54.32x41 17-21 +) 50...19-24! 51.29x9 13x4 52.33-29 35-40 en wit heeft niet beter dan het verliezende 53.28-22 enz.
Maar de afwikkeling naar 36 en het daaruit voortvloeiende 4x4-schijveneindspel is zo mogelijk nog overtuigender.
48.27x16 14-20 49.25x23 18x36 50.28-22
De logische tegenactie. Inderdaad was wit na 50.39-34 12-18! 51.34-30 13-19 52.30-25 helemaal nergens meer gekomen: zwart zou zowel met 52...18-22 (53.16-11 22x33 54.11x22 33-39 55.22-17 39-43 en 56...43-48 enz.) als met 52...18-23 (53.28-22 17x28 en altijd 54/55...28-32! 55/56.37x28 23x32 +) hebben kunnen winnen.
50...17x28 51.16-11 28-32!
Thijssen bewandelt de meest nauwkeurige, nee: de enige weg naar winst.
52.37x28 12-17! 53.11x22 36-41 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
vier zwarte schijven op 13, 24, 26 en 41;
vier witte schijven op 22, 28, 35 en 39.]
54.28-23
Niet beter is 54.22-17 41-46 55.28-22 46-23 56.17-11 26-31 57.11-6 23-1 en zwart wint, zowel na 58.22-18 1x43(!) 59.6-1 31-37(!) 60.1-6 37-41! 61.6-22 13-19 enz. als na 58.39-34 1x45 59.35-30 24x35 60.6-1 31-36! +. En op 54.39-34 beslist de elegante offerwending 54...13-18!! (alleen zo!) 55.22x13 41-46!, ook na 56.34-29 46x8! 57.29x20 8-3! 58.20-15 3-14 +.
54...41-47!
Zo pareert zwart de remise-dreiging 23-18-12, terwijl hij en passant de kleine combinatie (55.22-17) 55...13-19! en 56...24-30 + in de stand vlecht.
55.23-19
In een oude partij Winderman-Swjatoj, kamp. USSR 1954, capituleerde wit al op dit moment.
55...47-36
Of ook eerst 55...13-18 (56.22x13) en dan pas 56...47-36 enz. gevolgd door de opmars van 26.
56.19x30 36x18 57.30-24 18-22
Wit geeft het op.


Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).