Can you spot the difference?
Hoe eigenwijs kun je als docent zijn?

H23 Voor mij
ligt een fluorescerend paars boek met een blauwe titel, de
achterkant is gifgroen. Er zit een roze bandje om. De tekst
schreeuwt mij toe:
Nieuw* 23ste Editie Modern op basis van recent, internationaal
DNA-onderzoek Actueel 8% meer soorten door klimaatsverandering
Uitgebreid Getest op universiteit en in het veld Gemakkelijk in
Gebruik
Ja, en daar zit je dan, de nieuwste druk van de Heukels Flora
van Nederland. Het laatste exemplaar dat door de befaamde Leidse
plantkundige Ruud van der Meijden is bewerkt, nog een paar jaar en
dan gaat hij met pensioen. In de NRC van zaterdag 5 november stond
al een uitgebreid artikel. De Heukels gehusseld. Nou dat is-ie
zeker. Deze flora bestaat al 122 jaar en is ingrijpend veranderd.
Meer dan 80 planten hebben een nieuwe Latijnse naam en enkele
tientallen eeen nieuwe Nederlandse naam. Er zijn meer dan 150
nieuwe soorten bijgekomen en enkel tientallen zijn erbij gekomen.
Waar is dat allemaal voor nodig? Worden wij als boswachter I&M
daar gelukkig van? Het boekje voelt licht aan en ligt lekker in de
hand. Mijn vorige flora (de 22e druk met rode kaft) ziet er na
negen jaar intensief gebruik niet meer uit. De kaft is stuk,
bladzijden zijn bemodderd, er steken planten uit, de bladzijden
zijn niet meer zo strak (een onvrijwillige onderdompeling in een
sloot) en er staan aantekeningen en vegetatieopnamen in gekrast.
Alleen daarom al zou je een nieuwe flora kopen. Toch is het wel
even slikken. De volgorde is anders. Stonden de orchideeën in de
oude flora achterin, nu staan ze voorin en staan de Schermbloemen
en Composie-ten achterin. Waternavel uit de Schermbloemenfamilie
gehaald en in de Klimop-familie geplaatst. Alle halfparasieten uit
de Helmkruidfamilie zijn overgeheveld naar de Bremrapenfamilie. De
Leliefamilie is een aantal leden ‘kwijtgeraakt’. Eenbes
heeft nu een eigen fa-milie, net als Beenbreek, Herfsttijloos en
alle leden van het geslacht Look. De Narcis, het Narcisklokje
(Lente- en Zomerklokje) en het Sneeuwklokje zijn in de
Narcisfamilie ondergebracht. Dat geldt ook voor soorten als
Dalkruid, Asperge, Lelietje-van-dalen, Salomonszegel, Druifhyacint,
Wilde hyacint, Hyacint, Vogelmelk, Sneeuwroem, Graslelie en
Sterhyacint, die zijn nu in de Aspergefamilie ondergebracht.
DeHeifamilie is ingrijpend gewijzigd: er worden nu soorten als
Stofzaad, Kraaiheide, Eenbloemig wintergroen Eenzijdig wintergroen
en Wintergroen (Rond en Klein) toe gerekend. Wat al tijden
Cranberry wordt genoemd, maar altijd als Grote veenbes te boek (te
flora) stond heet nu eindelijk Cranberry. Kalmoes (van de
Beerenburg) blijkt nu, dankzij DNA-onderzoek ondubbelzinnig buiten
de overige Eenzaadlobbigen te staan en heeft nauwe verwanten met de
Waterweegbreefamilie, de Aronskelkfamilie (waarin nu ook de
Eendenkroosfamilie is opgenomen!) en de Zeegrasfamilie. De
Weegbreefamilie is uitgebreid is uitgebreid met Sterrenkroos en
Lidsteng. De Muskuskruidfamilie is uitgebreid met Gelderse roos en
Vlier en in de Kamperfoe-liefamilie zijn Valeriaan (Kleine en
Echte) en Kaardebol (Kleine, Grote en Slipblad-) ondergebracht. Het
geslacht kruiskruid is nu gesplitst in Kruiskruid (o.a. Klein
kruiskruid) en Jakobskruid (o.a. Moeraskruiskruid, Waterkruiskruid
en Jakobskruiskruid). Nou, zo kun je nog wel even doorgaan,
allemaal ingrijpend, tegendraads, onverwacht, nieuw, lastig. Toch
moeten we niet vergeten dat soorten de basis zijn in de biologie.
Soorten zijn niet door mensen bedacht. Wat wij bedacht hebben zijn
kenmerken om soorten van elkaar te onderscheiden. Natuurvolken doen
dat ook. Een indianenstam in Midden-Amerika onderscheidt een paar
honderd planten-soorten, de grote verassing is dat ze daarbij
vrijwel exact de indeling van Lin-naeus volgen. Door recent
DNA-onderzoek komen verwantschappen aan het licht en krijgen we
inzicht in het ontstaan van de soorten. Het is jammer dat wij als
boswachters daar in ons dagelijks werk weinig mee te maken hebben
(en er dus ook weinig bij stilstaan). De verwantschap van de boven
aangehaalde Kalmoes met een aantal andere eenzaadlobbige families
is in bepaald opzicht interessant. In het merendeel van deze
families zijn waterplanten te vinden en dat kan er op duiden dat de
eerste Eenzaadlobbigen waarschijnlijk in natte milieus leefden. Is
er ook nog iets positiefs te melden? Jazeker! In september stonden
wij met alle collega’s op de Dwingeloosche Heide gebukt over
Veenbies met de vraag: is het nou díe ondersoort of toch die
andere? Nu hoeft dat niet meer! Er is er maar één, de enige echte
Trichophorum cespitosum ssp germanicum! Wat op het eerste gezicht
ook handig lijkt zijn de kaders in de sleutels. Op bladzijde 31
gaat de sleutel bij punt 83 uit elkaar: 83 Stekels of doorns
afwezig →90 - Stekels of doorns afwezig, of top van het lange
lot in een stekelpunt eindigend →84 In de oude flora ging je
dan naar de aangegeven nummers in de sleutel, maar dat gaf bij
terugzoeken (waar was ik nou ook al weer?) problemen. Nu staan er
twee kaders: Bladen verspreid, doorns of stekels aanwezig 84
Bladrand niet gestekeld→85 - Bladrand
gestekeld→Ilex|Hulst Nerven in de bladrand eindigend 91
Bladrand (dubbel) gezaagd of getand, zijnerven 1e orde in tanden
eindi-gend→92 -Bladrand flauw gegolfd, aanvankelijk lang
gewimperd; zijnerven 1e orde vlak voor de bladrand (loep!)
afbuigend→Fagus sylvatica|Beuk De sleutel krijgt daarmee meer
structuur en het is sneller duidelijk of je al dan niet op de goede
wg zit. Ik schat dat ik de komende 10 jaar met deze nieuwe flora
zal moeten werken, voorlopig ben ik nog niet uitgebladerd en blijf
ik mij verbazen. Voor met name grassen, biezen en zeggen is en
blijft de Heukels een uitstekende flora met gede-tailleerde
tekeningen. We ontkomen niet aan deze flora, al was het alleen maar
wat betreft de naamgeving. Voor wie op zoek is naar een alternatief
valt de Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg,
Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden te overwegen (een
uitgave van het Patrimonium van de Nationale Plantentuin van
België). Vaak worden hier duidelijke kenmerken gebruikt en op veel
onderdelen vind ik deze flora handiger, maar voor ‘groene
sprieten’ blijft hij toch wat achter. Ondanks alle
wijzigingen denk ik dat het determineren met de nieuwe Heukels niet
tot bijzondere verassingen zal leiden, maar dat heb ik nog niet
uitgetest, wel-licht deze winter met een aantal fanatieke
collega’s aan de hand van gedroogd materiaal. betulanordica
Ramirezi
14-12-2005 17:58
Ik had begrepen dat de Heukels gemaakt wordt door welgeteld één
persoon (inhoudelijk bedoel ik), al vele jaren lang - en dat er
nu iemand anders komt ? Vond ik toch wat vreemd.
betulanordica 14-12-2005
22:23
@ramirezi
Ooit is Hendrik Heukels (1854 - 1936) begonnen met een wetenschappelijke Flora van Nederland. Hij heeft deze Flora ook omgewerkt tot een schoolflora. Deze flora is regelmatig herdrukt en opnieuw bewerkt. Traditioneel wordt de Flora genoemd naar degene die de flora bewerkt en inhoudelijk verantwoordelijk is. Voor de Flora uit 1970 was dat dr. S.J. van Ooststroom.
Tegenwoordig is dat dr. Ruud van der Meijden. Bewerker wordt je niet zomaar, daar moet je wel wat voor in je mars hebben. In de NRC van 5 november jl. stond een interview met Ruud. Daarin gaf hij aan dat deze 23e druk de laatste is die hij bewerkt. Dit ivm het bereiken van d pensioengerechtigde leeftijd. Wie zijn opvolger zal zijn is (nog?) niet bekend.
Flora bewerken doe je niet alleen, er worden zeker 10 personen genoemd die tekeningen maken en nog 22 personen die bijdragen hebben geleverd plus nog de nodige anderen.
Het is een wondertje, gedrukt op heel dun en toch stevig papier, mooie pentekeningen en voor de kenners iets om mee te nemen op excursie en er zacht mompelend planten mee op naam te brengen, in het veld of comfortabel thuis aan je bureau. Voor EUR 49,95 geen geld.
Ooit is Hendrik Heukels (1854 - 1936) begonnen met een wetenschappelijke Flora van Nederland. Hij heeft deze Flora ook omgewerkt tot een schoolflora. Deze flora is regelmatig herdrukt en opnieuw bewerkt. Traditioneel wordt de Flora genoemd naar degene die de flora bewerkt en inhoudelijk verantwoordelijk is. Voor de Flora uit 1970 was dat dr. S.J. van Ooststroom.
Tegenwoordig is dat dr. Ruud van der Meijden. Bewerker wordt je niet zomaar, daar moet je wel wat voor in je mars hebben. In de NRC van 5 november jl. stond een interview met Ruud. Daarin gaf hij aan dat deze 23e druk de laatste is die hij bewerkt. Dit ivm het bereiken van d pensioengerechtigde leeftijd. Wie zijn opvolger zal zijn is (nog?) niet bekend.
Flora bewerken doe je niet alleen, er worden zeker 10 personen genoemd die tekeningen maken en nog 22 personen die bijdragen hebben geleverd plus nog de nodige anderen.
Het is een wondertje, gedrukt op heel dun en toch stevig papier, mooie pentekeningen en voor de kenners iets om mee te nemen op excursie en er zacht mompelend planten mee op naam te brengen, in het veld of comfortabel thuis aan je bureau. Voor EUR 49,95 geen geld.
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

In 1603 werd
het eerste Europese wetenschappelijke genootschap opgericht, de
‘Accademia dei Lincei’; de Academie van de Lynxen,
Galileo was één van de leden van de Academie. Ten tijde van de
oprichting van de ‘Accademia dei Lincei’ geloofde men
nog in de legende van de scherpe blik van de lynx. Plinius noemde
de lynx ‘van alle viervoeters met de scherpste blik
uitgerust’. Plutarchus ging nog een stap verder en gaf aan
dat de lynx met zijn scherpe blik dwars door bomen en rotsen kon
kijken. Het embleem van de ‘Accademia’ was een lynx,
afkomstig van de titelpagina van Giambattista Della Porta’s
‘Magiae Naturalis’, hier staat de lynx met het motto
aspicit et inspicit afgebeeld. Letterlijk betekent dit:
ernáár kijken en er ìn kijken. Als metafoor wordt hiermee het
ideaal van het hand in hand gaan van waarneming en experiment mee
uitgedrukt. Een ander lid van de Accademia, Stelluti, voegde aan de
keuze van het embleem het volgende toe: ‘Not merely of the
exterior eyes, but also of the mind, so necessary for the
contemplation of nature, as we have taught, and as we practice, in
our quest to penetrate into the interior of things, to know the
causes of operations of nature…just as the lynx, with its
superior vision, not only sees what lies outside, but also notes
what arises from inside’.
Stephen Jay
Gould paleontoloog 1941 – 2000 Of course we must treat the
human mind with respect, for nature has fashioned no more admirable
instrument. But we must also struggle to stand back and to
scrutinize our own mental certainties. This last line poses an
obvious paradox, if not an outright contradiction, and I have no
resolution to offer. Yes, step back and scrutinize your own mind.
But with what? Stephen Jay Gould, 1993. Muller Bros. Moving &
Storage; Eight Little Piggies. If you wish to prove the opposite of
your intention to impress, then ask a paleontologist, as I have
been asked perhaps a thousand times, “have you been on any
interesting digs lately?” Stephen Jay Gould, 1993. Ten
thousand acts of kindness; Eight Little Piggies. "Objectivity
cannot be equated with mental blankness; rather, objectivity
resides in recognizing your preferences and then subjecting them to
especially harsh scrutiny — and also in a willingness to
revise or abandon your theories when the tests fail (as they
usually do)." — Stephen Jay Gould
In de
wereldwijde bestseller Leraar met hart en ziel (The Courage to
Teach) neemt Parker Palmer leraren mee op een innerlijke reis. Hij
laat hen op een vaak verrassende manier kijken naar hun beroep en
de leerlingen of studenten waar ze mee werken. Palmer wil mensen
(weer) enthousiast maken voor een van de moeilijkste en
belangrijkste bezigheden die de mens kent. Dit boek fungeert
hierbij als persoonlijke coach voor elke leraar (in opleiding). De
basisgedachte is dat goed leraarschap niet alleen een kwestie is
van techniek. Het vloeit voort uit de persoon en de integriteit van
de leraar. Een goede leraar is in staat relaties te leggen tussen
zichzelf, zijn vak en zijn leerlingen, zodat leerlingen hun eigen
wereld op kunnen bouwen. Bij een goede leraar is dat niet de wereld
van de methode, maar die van het hart: de plek waar intellect,
emotie en spiritualiteit samenkomen. Palmer toont het werk van de
leraar van binnenuit, om het creëren van leergemeenschappen te
stimuleren. Leraar zijn betekent dat je leerlingen begeleidt op de
innerlijke weg naar hun waarheid in deze wereld. Scholen kunnen hun
opdracht niet vervullen zonder de begeleiders aan te moedigen om
die innerlijke wereld te onderzoeken, aldus Palmer. Sebo Ebbens van
het APS was verantwoordelijk voor de Nederlandse bewerking van het
boek. ISBN 90 01 70489 1 - Wolters Noordhoff, Groningen/Houten,
2005
‘UP
AND AT ‘EM’ De eerste electrische opnamen van het label
Victor met o.a. Paul Whiteman, Ted Brownagle, Howard Lanin’s
Orchestra e.v.a. Het nummer ‘Hurricane’ is heel
bijzonder. Het heeft 77 jaar geduurd voordat het uitgegeven werd.
Het nummer van Jack Crawford’s Orchestra werd opgenomen in
september 1927. Het label Victor vond het niet goed genoeg en
verwees het naar de prullenbak. De stalen matrijs zijn echter
bewaard gebleven van ‘take’ 3 en die bleek goed genoeg
om er een nieuw plaat (78 rpm!!) van te persen. Jack Crawford
speelt sopraansax en perst er een prachtige solo uit. Zijn maatjes
kunnen er ook wat van en ze geven een mooie interpretatie van de
complexe melodie. De piano-solo is ronduit geweldig. 77 jaar is een
lange tijd om te wachten op een plaat, maar ik weet zeker dat
iedereen zal zeggen dat het de moeiete waard was. Maar ja, wat je
niet hebt mis je ook niet! Toch?! Totdat je dit hoort!

Ik kwam niet verder dan de zachte berk (B. pubescens) en de ruwe of witte berk (B. pendula = B. verrucosa)
groeten van een rokende fauna-collega