
Samenvatting: De joden van Marokko. Tweeduizend jaar geschiedenis en cultuur
De joden van Marokko. Tweeduizend
jaar geschiedenis en cultuur
Wie aan joden denkt, denkt doorgaans niet aan Noord-Afrika of de
islam.
Nochthans vormen de joden - samen met de autochtone Berbers - de
enige bevolkingsgroep die vanaf de oudheid tot vandaag
onafgebroken in Noord-Afrika heeft geleefd.
Tot ver in de twintigste eeuw leefden zij met de moslims samen.
Momenteel blijven er nauwelijks nog joden over in dit gebied. Hoe
waren zij daar beland? Waarom zijn ze vrijwel allemaal
weggetrokken tijdens de tweede helfst van de twintigste eeuw ? Op
deze vragen biedt dit boek een antwoord, aan de hand van een
historisch overzicht en persoonlijke verhalen.
Het boek brengt aan de hand van archieffoto's, museumstukken en
stukken uit privé-collecties uit Marokko, Israël, Frankrijk en
België de joods-Marokkaanse geschiedenis weer tot leven en toont
aan hoe joodse invloeden tot op heden de Marokkaanse cultuur,
ambachten en economie en zelfs de gebruiken bepalen. De kleurijke
foto's laten sieraden, kledij en decoratieve objecten zien
(zilver- en kopersmeedkunst, borduurwerk en tapijtkunst,
houtbewerking), maar ook het dagelijkse leven van de joodse
Marokkanen. Het boek bevat zo'n 86 foto's/illustraties.
Lang voor de komst van de islam leefden joden al met de Berbers,
de oorspronkelijke bevolking van Noord-Afrika, samen. De joodse
invloeden zijn tot vandaag in de Berbercultuur zichtbaar. Joodse
Berberstammen voerden decennialang strijd tegen de Arabische
verovering van Noord-Afrika.
Onder de islam kregen de joden een minderheidsstatuut, als
dhimmi ('beschermelingen'). In ruil voor de
betaling van een speciale belasting mochten ze als
religieuze minderheid hun eigen godsdienst blijven uitoefenen. Ze
moesten wel steeds eerbied naar de moslims toe tonen en onder
sommige heersers speciale kledij dragen. Al vanaf het begin van
de islamitische heerschappij in Noord-Afrika hadden de joden een
belangrijk aandeel in de samenleving,
vooral als handels- en kooplui waren ze zeer
gegeerd omwille van hun contacten tot ver buiten
Marokko en hun meertaligheid.
De verovering van Spanje door de moslims luidt een nieuw
hoofdstuk in de geschiedenis van de Marokkaanse joden in. De
joden (meestal uit de Marokkaanse binnenland/
Berbergebieden) namen trouwens met duizenden) aan deze
veroveringstocht deel. Deze joden zouden later de geschiedenis
ingaan als de "Sefardische joden". Ze ontwikkelden in
Spanje een specifieke joods-Spaanse cultuur,
filosofie, muziek, poëzie en waren daarnaast ook meesters op het
gebied van de geneeskunde. Vooral tijdens de elfde-twaalfde eeuw
(de zogenaamde Gouden eeuw) speelden ze een grote rol in het
culturele en sociale leven in Andalusië. Joodse geleerden
vertaalden de filosofie van Aristoteles uit het Arabisch. Dit
gedachtengoed zou pas vele eeuwen later in het westen
doordringen, tijdens de Verlichting. Marokkaanse joden droegen
in belangrijke mate bij tot de kunst (Arabo-Andalusische muziek),
wetenschap (geneeskunde), economie en filosofie van de
Andalusische beschaving. Zo schreef ondermeer de joodse geleerde
Maimomides een synthese van het Griekse, joodse en christelijke
gedachtengoed, dat nog steeds richtinggevend is in het
hedendaagse jodendom. Sommige joden konden bovendien in
moslim-Spanje vanaf de tiende eeuw tot belangrijke functies aan
het hof van de sultan opklimmen, als belastinginner, vertrouwenspersoon,
(wapen)handelaar of
bankier.
Het joods-Spaanse erfgoed werd in de
vijftiende eeuw over de hele wereld verspreid, door de
verdrijving van de joden door de katholieke koningen uit Spanje.
Vele honderdduizenden joodse vluchtelingen vestigden zich in
Marokko, waar ze hun cultuur en Spaanse
leefwijze voortzetten én verder ontwikkelden.
In Marokko vervulden zij voornamelijk de rol van intermediair,
ondermeer tussen de Arabischsprekende bevolking van de
steden en de Berbers sprekende bevolking van het platteland.
Zij oefenden omwille van hun tweetaligheid vaak het beroep
van handelsreiziger of rondreizende verkoper uit. Omwille
van hun minderheidsstatuut waren ze echter steeds aan de
willekeur van plaatselijke machthebbers overgeleverd. Het
dhimmi-statuut van de islamitische heersers bood
geen bescherming tegen vernederingen, plunderingen en zelfs
moordpartijen, waarvan joden geregeld het slachtoffer
waren.
Zo erkenden de Almohaden-heersers van
1140-1240 het dhimmistatuut niet en moordden ze duizenden
joden uit. Velen waren gedwongen zich tot de
islam te bekeren, hoewel ze hun geloof in het geheim trouw
bleven. Marokkaanse namen als Benchekroun en Cohen herinneren aan
deze periode. Pas onder de Marinieden (1240-1465) konden de
joden hun geloof weer openlijk belijden. Omdat er echter herhaaldelijk
plunderingen op joodse handelszaken en moordpartijen op
joden plaatsvonden, lieten de Mariniedenvorsten zelfs
een speciale buurt naast hun paleis, omringd door muren, voor hen
bouwen. Deze afgeschermde wijk, werd mellah genoemd
(Arabisch voor 'zout') omdat de buurt vroeger dienst
had gedaan als opslagplaats voor zout. In de loop van
de daaropvolgende eeuwen navolging kregen de meeste
Marokkaanse steden hun eigen mellahs of joodse
wijken, die echter niet te vergelijken waren met de getto's
in Europa. De joodse gemeenschap genoot een grote
autonomie, en in tijden van politieke en
economische voorspoed waren er de verhoudingen
tussen islamitische en joodse
handelaars zeer intens, hoewel de joden wel
steeds de status
van tweederangsburger behielden.
Vanaf de vijftiende eeuw begonnen ook de
Marokkaanse sultans steeds vaker een beroep op de Marokkaanse
joden te doen, om contacten aan te knopen met Europa. Omwille van
hun talenkennis en hun kwetsbare statuut waren de joden immers
geknipt voor de functie van tussenpersoon aan het hof en traden
zij vaak op als verlengstuk van de macht van de sultan. De eerste
Marokkaanse ambassadeur in 1608 in de Republiek der Verenigde
Provinciën, het toenmalige Nederland, was een
Marokkaanse jood met de naam Samuel Pallache, die talrijke
verwanten in Amsterdam had. Andere joden bekleedden belangrijke
functies aan het hof als vizier, eerste-minister van de sultan.
Veel joden werden benoemd tot handelaar van de sultan, waarbij ze
gevolmachtigd waren zaken te doen met Europa. Vaak ging het
hierbij om vooraanstaande joden die reeds in Andalusië
belangrijke posities bekleedden.
Europese bescherming
In de negentiende eeuw kregen de Europese
mogendheden meer invloed in Marokko door de scheepvaart en
de handel. Veel christenen vestigden zich in Marokko.
Handelskanalen liepen in toenemende mate rechtstreeks zonder
joodse bemiddeling. Hierdoor voelden de joodse elite zich
juridisch en economisch achtergesteld en groeide de onvrede
jegens de islamitische heersers. Veel Marokkaans-joodse kooplui
traden dan ook rechtstreeks in dienst van de Europese
ondernemingen of de consulaten die zich in alle
belangrijkste Marokkaanse havensteden hadden gevestigd.
Deze zogenaamde protégés namen vaak
een buitenlandse nationaliteit aan. Dit vormde vaak het begin van
de "ontworteling" van de Marokkaanse joden. Dit werd nog
geaccentueerd tijdens de periode van het Franse Protectoraat
(1912-1956). Dankzij het uitgebreide scholennetwerk van de
internationale joodse organisatie Alliance Israélite
Universelle - opgericht door twee liberale Frans-joodse
weldoeners - kregen joodse kinderen over heel Marokko een
opleiding in het Frans, geschoeid op het Franse onderwijssysteem.
Dit zal zorgen voor een toenemende vervreemding van hun
Marokkaanse wortels, en een assimilatie met de Franse cultuur,
waarden en gewoonten.
Het trauma van de Tweede
Wereldoorlog (het Franse Vichy-regime) en het naoorlogse klimaat
in Marokko (na de oprichting van Israël en de Marokkaanse
onafhankelijkheid)
Onder de regering van maarschalk Pétain werden ook in Marokko
discriminerende rassenwetten tegen de joden van kracht,
niettegenstaande het feit dat de Marokkaanse koning Mohamed V
zich hiertegen verzettte. Deze discriminatie trof de joden die
zich tot hogere sociale posities (advocaat, ambtenaren, ...)
hadden kunnen opwerken, bijzonder hard.
In 1948 kiezen veel Marokkaanse joden na de oprichting van Israël
het zekere voor het onzekere en volgden ze de oproep van
zionistische organisaties om uit te wijken naar Israël. Dit werd
nog versterkt door de bloedige aanvallen op de joodse gemeenschap
na de officiële uitroeping van de staat Israël op 14 mei
1948.
Al snel na de Marokkaanse onafhankelijkheid kwam er in het
kielzog van de panarabische ideologie van Nasser
bovendien een arabisering van de Marokkaanse samenleving op
gang en een antizionistische propaganda, die in
een antisemitische propaganda ontaardde. De Marokkaanse
joden werden hiervan de dupe. Een massale
emigratie van de joden tijdens de tweede helft van de twintigste
eeuw (van zo'n 250.000 naar minder dan 5000) is het gevolg.
Naast economische factoren speelt ook het
samenlevingsprobleem zeker een rol. Want ook in Marokko zijn in
de loop van de geschiedenis joden omgebracht in bloedbaden, net
als overal ter wereld. De officiële versie van de Marokkaanse
overheid luidt echter dat er geen samenlevingsprobleem is tussen
de joden en de moslims van het land. Maar men kan zich natuurlijk
de vraag stellen waarom de joden dan zo massaal emigreren, als
het leven er zo fantastisch is.
Epiloog: De Marokkaanse joden tijdens de eenentwintigste
eeuw:
Het aantal joden is op enkele decennia geslonken tot amper
vijfduizend. Een groot deel van hen leeft in Casablanca, waar de
joden nog steeds over eigen scholen, ziekenhuizen en rusthuizen
beschikken. Maar in het algemeen zijn de laatste joden van
Marokko veelal oudere mensen van boven de vijftig of zestig. De
jongere generatie studeert grotendeels in Europa, en is niet van
plan zich terug in Marokko te gaan vestigen. Het ziet er dus naar
uit dat er binnen twintig of dertig jaar bijna geen joden meer
zullen wonen in Marokko. Ook nu nog worden de
weinige joden die nog in Marokko wonen door de moslimbevolking
als één van hen beschouwd. Ze spreken immers dezelfde taal,
spelen dezelfde muziek en delen grotendeels dezelfde cultuur.
Vele uitgeweken joden keren ook jaarlijks terug naar Marokko, om
er joodse feesten te vieren of de bedevaarten van hun heiligen
bij te wonen.
Sinds een paar jaar is er een
erkenning van het belangrijke aandeel dat de Marokkaanse
joden tot de Marokkaanse geschiedenis geleverd hebben. Ze
zijn er ook meer dan welkom als toeristen en investeerders, niet
in het minst omwille van de buitenlandse deviezen die ze
meebrengen. Veel van de inspanningen die de huidige Marokkaanse
regering levert zijn te danken aan de eerste raadgever van de
koning Mohamed VI, de joodse-Marokkaanse André Azoulay, die
zich onvermoeibaar inzet voor de dialoog tussen joden en moslims
en voor de erkenning van het joods-Marokkaanse erfgoed.
Securalist 23-11-2007
09:59
Aad 02-12-2007 17:56
Waarom kunnen we dat niet meer?
Nog een stukje disharmonie wat ik wil wegwerken:
Zouden jullie me willen helpen met mijn laatste blog/actie over alzheimer? (door een reactie en aanveling)?
Alvast bedankt!
samir
31-12-2007 17:16
avital
04-07-2008 11:29
Ik volg een opleiding voor familieopsteller - vandaar dat ik in de geschiedenis ben gedoken en zodoende uw boek tegen kwam - ik ben zeer benieuwd!
Uit mijn recherches naar mijn familieverleden kwam naar voren dat mijn vaders familie niet helemaal vrijwillig is vertrokken, maar dat ze zich bedreigd hebben gevoeld. Dit was een nieuw gegeven voor mij.
Als ik in de gelegenheid kom wil ik niettemin graag naar Casablanca en Beni Melal om mijn roots te eren. Ik zelf ben in Israël geboren. Mijn moeder is Hollandse en vandaar dat wij in Nederland wonen, mijn vader heeft zich in Israël nooit welkom gevoeld (in Nederland ook niet) en is dus emotioneel gezien ontheemd. Dit gevoel draag ik als zijn oudst geboren dochter ook voor de rest van mijn leven mee.
avital
avital
26-07-2008 12:22
anoniem
20-10-2008 21:00
Jij hebt aangegeven dat je familieopsteller bent. Hoe kan je achtergekomen in marokko wat je roots zijn?
Ben Ameur
24-01-2009 00:40
Mag ik vragen waar je het graf van je overgrootmoeder hebt gevonden. Ik ben wel geinteresseerd.
S.
Servati 02-07-2010 23:54
en ik ben DOL OP Marokko
Marokko is een TOP land
GEWELDIG
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

Door niet-joodse Marokkaanse kennissen werd jarenlang geroepen (trots) dat ze een joodse minister hebben/hadden in Marokko. Heb het nooit gecheckt. Een van de beroemdste Marokkaanse joden is, denk ik, Enrico Macias.
Ik begrijp dat jij de auteur bent. Hoe kwam je zo op dit onderwerp, wat triggerde je?
Reactie is geredigeerd