Weeklog: Bart FM Droog

Het zou niet moeten mogen: een bundel
bespreken van iemand waarmee je goed bevriend bent. Toch doe ik
dat, omdat ik zelden zó gelachen heb om een bundel als bij het
lezen van Ajaa, de deze week te verschijnen
derde dichtbundel van Tjitse Hofman.Hofman schrijft absurdistische, vrolijk stemmende gedichten die zichtbaar tot leven komen, zoals 'Alles op de stoep en in de regen', waarin hij terugblikt op die regenachtige dag dat hij door zijn toenmalige vriendin met z'n hebben en houden op straat werd gezet:
De slabak
nog van mijn
tante uit Spanje
De slaapbank
ik ben het
luchtbed zat
En de klok
al weet ik reeds
hoe laat het is
Wil ik
als het even kan
wel mee
Plus 1
van de 3
televisies.
Hofman bekent in Ajaa ondermeer zijn liefde aan de mythische Liesbeth, in wie ik Liesbeth van Dalsum herken, de eigenzinnige en lichtgeraakte dichteres die van wiskunde en gebakken katten houdt. Zoals in 'Lieve Liesbeth (3)'.
Gaat wat jou betreft
in konijnenjargon
worteltrekken ook
voor vermenigvuldigen?
In zijn twee voorgaande bundels (TV 2000, 2000 en Roodvocht, 2003) knallen de titelgedichten er uit. Hofman gebruikt die poëmen dan ook nog regelmatig bij optredens. In Ajaa staan twee 'knallers': het titelgedicht 'Ajaa' en 'Vlees'. Uit het onheilspellende 'Ajaa':
(...) Er is een storm op komst
er marcheren legers door een hoofd
er worden velden opengereten
nesten onteierd en vertrapt (...)
En uit het vleselijke 'Vlees':
(...)
Het veelal eetbare sappige deel
waarin het zaad ligt gebed
het vlak van de kop
van een letterstaafje
het vlak waarop een bout
in materiaal hecht
dat soort vlees.
Wel, omdat er weinig gedichten in de bundel staan laat ik het qua citeren bij bovenstaand materiaal. Weinig gedichten? Ja, met achtentwintig meest korte gedichten is Ajaa geen dikke bundel te noemen. Er had wwel wat meer in gemogen. Maar anderzijds: elk gedicht raakt me en ik had bij geen enkel gedicht de gedachte van wat een bagger. Dus ja, Hofman geeft het goede voorbeeld, waar menig modern dichter die de ene dikke bundel na de andere uitpoept een voorbeeld aan zou mogen nemen.
Toch is het niet alleen
maar lof dat ik voor Ajaa overheb. Het achterplat, in het
dagelijks leven achterflap genoemd, bevat deze hondslelijke en
tenenkrullende tekst: 'Geroemd als podiumartiest, maar minstens net
zo sterk als schrijver van intieme, klinkende gedichten steelt hij
nu al meer dan tien jaar de harten van lezers en
luisteraars.'Voor m'n gevoel klopt het taalkundig niet, loopt het niet en doet die zin me vooral huiveren. Een hartenstelende auteur? Yeck! Bovendien ben je als dichter knettergek als je je achter op je boek aanprijst als 'podiumartiest', omdat je daarmee de tegenstanders van kwalitatief hoogstaande optredens het kulargument 'Klinkt goed vanaf het podium, maar niet vanaf papier' gratis en voor niets in de mond legt.
Mijn advies: plak een zwarte sticker over de rechter bovenkant van de achterflap en zet daarop met een witte stift deze essentiele en verder in het boek ontbrekende informatie: 'Tjitse Hofman (Assen, 1974). Mede-oprichter van De Dichters uit Epibreren (1994). Bekroond met de Johnny van Doornprijs 2004'.
Het boek wordt op zondag 2 maart 2008 in Vera (Oosterstraat 44, Groningen) gepresenteerd, en wel om 16.00 uur. Met optredens van Tjitse Hofman, begeleid door Ernst Boiten (contrabas) en Jan Klug (en zijn orkest) en André Manuel. Entree: 1 euro.
Tjitse Hofman, Ajaa, Uitgeverij Passage, Groningen, 2008
ISBN 97890 5452 180 8, 48 pagina's; 13,50 euro.


Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).