Yk ver(t)rek
Que la Vie est belle.

Vanuit de zuurruikende Parijse metrogang liep ik de trap op
richting de buitenlucht, toen ik de blik van Simon kruiste. Of
eigenlijk is kruisen niet het goede woord, want Simon's grote
bruine ogen zijn altijd op de grond gericht. Al zolang ik dit
metrostation uitkom, zit Simon bovenaan de trap. In het midden. Een
lange man in een blauwe winterjas. Al jarenlang diezelfde blauwe
winterjas, het hele jaar door, ook in de zomer in de volle zon. In
tegenstelling tot andere daklozen vraagt Simon niet aan de medemens
of deze een muntje kan missen, of misschien een lunchcoupon. Simon
zit. Bewegingloos.
Zijn uitgestrekte arm rust op een knie, zijn handpalm is uitnodigend naar de passanten gekeerd. Een lange arm in een blauwe winterjas. Een bewegingloze arm, die niet wijkt voor de massa's mensen die uit de grond door het metrogat gespuwd worden. Het zijn de voorbijgangers die Simon ontwijken, geroutineerd, haastig, zonder gedachte wordt de uitgestrekte arm van Simon ontweken. De handpalm blijft leeg. Evenals de blik van Simon.
De lege starende ogen van Simon. De hele dag door die lege starende ogen. Al jarenlang. Dagelijks zijn er duizenden mensen die langs Simon de buitenlucht inlopen, duizenden mensen die hem ontwijken. Maar ze zien hem niet, want hij is er niet.
Als je goed kijkt zie je dat hij ademt, zijn blauwe jas gaat subtiel op en neer. Maar de rest van Simon lijkt wel dood. Simon zit. En daar is alles mee gezegd.
Er zijn daklozen die vierentwintig uur per dag bezig zijn te overleven. Die precies weten op welk tijdstip de afvalcontainers buiten worden gezet en in welke buurt deze het aantrekkelijkst gevuld zijn. Op zondagmorgen gaan ze eerst naar het gratis ontbijt achter de kerk, vervolgens sprokkelen ze hier en daar wat geld bij elkaar, totdat ergens de avondsoep uitgedeeld wordt. Er zijn er bij die in een beschut bushokje een hut hebben gebouwd van plastik zakken en karton, of die weten waar en wanneer de bus komt die ze naar een onfrisse zaal vol stapelbedden zal brengen, ergens op een industrieterrein buiten Parijs.
Tussen de bedrijven door proberen ze het levensgeluk te achterhalen met een pak goedkope wijn of wat blikken bier, soms lijkt dat aardig te lukken, soms niet. Maar morgen is er weer een dag, weer vierentwintig uur om de eerste levensbehoeften te bevredigen en wie weet klimmen ze morgen wel naar de volgende schaal. Misschien vinden ze binnenkort wel een hond, die ze wat warmte en affectie geeft. De hele dag zijn ze op zoek. Op zoek naar een droom, een reden om te blijven leven.
Simon niet. Simon zit.
Maar wie ben ik om de man tot dood te verklaren, wie ben ik om te stellen dat hij geen reden heeft tot leven? Misschien heeft Simon wel een rijk binnenleven en is hij gelukkig zo. Misschien heeft hij geen behoefte aan een gratis ontbijt, een pak wijn en een hond. Misschien is Simon niet meer op zoek, heeft hij zijn reden al lang gevonden. Het is tenslotte de perceptie die telt en niet de realiteit. Toch?
Simon zit. Zoveel is duidelijk. Maar niet bovenaan de trap van het Parijse metrostation. Simon is niet thuis, al jarenlang is hij elders. Simon zit. En dat is goed zo.
Zijn uitgestrekte arm rust op een knie, zijn handpalm is uitnodigend naar de passanten gekeerd. Een lange arm in een blauwe winterjas. Een bewegingloze arm, die niet wijkt voor de massa's mensen die uit de grond door het metrogat gespuwd worden. Het zijn de voorbijgangers die Simon ontwijken, geroutineerd, haastig, zonder gedachte wordt de uitgestrekte arm van Simon ontweken. De handpalm blijft leeg. Evenals de blik van Simon.
De lege starende ogen van Simon. De hele dag door die lege starende ogen. Al jarenlang. Dagelijks zijn er duizenden mensen die langs Simon de buitenlucht inlopen, duizenden mensen die hem ontwijken. Maar ze zien hem niet, want hij is er niet.
Als je goed kijkt zie je dat hij ademt, zijn blauwe jas gaat subtiel op en neer. Maar de rest van Simon lijkt wel dood. Simon zit. En daar is alles mee gezegd.
Er zijn daklozen die vierentwintig uur per dag bezig zijn te overleven. Die precies weten op welk tijdstip de afvalcontainers buiten worden gezet en in welke buurt deze het aantrekkelijkst gevuld zijn. Op zondagmorgen gaan ze eerst naar het gratis ontbijt achter de kerk, vervolgens sprokkelen ze hier en daar wat geld bij elkaar, totdat ergens de avondsoep uitgedeeld wordt. Er zijn er bij die in een beschut bushokje een hut hebben gebouwd van plastik zakken en karton, of die weten waar en wanneer de bus komt die ze naar een onfrisse zaal vol stapelbedden zal brengen, ergens op een industrieterrein buiten Parijs.
Tussen de bedrijven door proberen ze het levensgeluk te achterhalen met een pak goedkope wijn of wat blikken bier, soms lijkt dat aardig te lukken, soms niet. Maar morgen is er weer een dag, weer vierentwintig uur om de eerste levensbehoeften te bevredigen en wie weet klimmen ze morgen wel naar de volgende schaal. Misschien vinden ze binnenkort wel een hond, die ze wat warmte en affectie geeft. De hele dag zijn ze op zoek. Op zoek naar een droom, een reden om te blijven leven.
Simon niet. Simon zit.
Maar wie ben ik om de man tot dood te verklaren, wie ben ik om te stellen dat hij geen reden heeft tot leven? Misschien heeft Simon wel een rijk binnenleven en is hij gelukkig zo. Misschien heeft hij geen behoefte aan een gratis ontbijt, een pak wijn en een hond. Misschien is Simon niet meer op zoek, heeft hij zijn reden al lang gevonden. Het is tenslotte de perceptie die telt en niet de realiteit. Toch?
Simon zit. Zoveel is duidelijk. Maar niet bovenaan de trap van het Parijse metrostation. Simon is niet thuis, al jarenlang is hij elders. Simon zit. En dat is goed zo.
Maria-Dolores
08-04-2008 11:22
gelezen en even niets aan toe te voegen...
vuurjuffer 08-04-2008 12:13
getroffen door deze mooie beschrijving van simon en zijn
leven
groet je
de vuurjuf
groet je
de vuurjuf
asdale 08-04-2008 13:32
Met dit verhaal doe je recht aan de vele dak- en thuislozen en
dat doe je op een prachtig wijze. Want inderdaad, wie zijn wij om
te oordelen en te veroordelen. Wij, die dagelijks langs mensen
als Simon lopen zonder ze te zien. En áls we ze zien zijn we
meedogenloos in ons oordeel.
Warm aanbevolen!
Warm aanbevolen!
droomvrouwtje 10-04-2008
10:23
Wat een mooie omschrijving van Simon...en het leven als
dakloze...
xxxdromerke
xxxdromerke
kuifje
15-04-2008 10:05
Merci beaucoup Amelie et au revoir
Simon
Simon
Literatuuro vk blog 833 23-04-2008 15:32
onverkocht brood geef je dat nu aan de daklozen?
Literatuuro vk blog 833 23-04-2008 15:51
ontbijt, pak wijn en een hond. klinkt wel goed kwa leven.
uitzicht op
de eiffeltoren, dat lijkt me een mooie aanvulling (vanuit een
appartement in het juiste arrondissement natuurlijk)
geweldig ook dat je jacques villeret in je favo aan de muur hangers hebt! en pierre richard, wat vind je daarvan? philippe bouvard? daniel autheuil: haha als personage van dumas?
Reactie is geredigeerd
de eiffeltoren, dat lijkt me een mooie aanvulling (vanuit een
appartement in het juiste arrondissement natuurlijk)
geweldig ook dat je jacques villeret in je favo aan de muur hangers hebt! en pierre richard, wat vind je daarvan? philippe bouvard? daniel autheuil: haha als personage van dumas?
Reactie is geredigeerd
walging overstijgt mij 28-06-2008 15:01
Isa(14)=dood.
ik ben er zo kapot van.
heb je ut gelezen?
te errug voor letters..
ik ben er zo kapot van.
heb je ut gelezen?
te errug voor letters..
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

Soms heb ik
wel eens dat een blogger zo leuk schrijft, dat ik het liefst alles
van diens hand op m’n gemak zou willen lezen. Echter door
alle kruisingen en paden verdwaal ik op een gegeven moment in het
duistere blogbos en ben vervolgens alleen nog op zoek naar de weg
terug. Zij die dit herkennen kunnen

