Vergeten & Bekende Verzen
uit de oorlog en andere poëzie


Vandaag, 16 mei, is de dag van Sint Brandaan. De monnik die een zeereis maakte in een boot vol pelgrims, waarvan verslag wordt gedaan in ‘De reis van Sint Brandaan'. Oorspronkelijk betrof het een Latijnse tekst uit de 9de of de 10de eeuw, waarvan in de 14de eeuw een Middelnederlandse versie is opgedoken. Het nu volgende fragment is meer dan zomaar een stukje fantasie:
1350 Doe sprac die sondare:
"Ic bem die aerme Judas.
Om dat ic so onghetrauwe was,
Dat ic vercochte sonder noot
Die mi ghesciep ende gheboot,
1355 Dat hebbic zwaer ontgouden.
Doet mi berauwen soude,
Doe quam die leede duuel
Ende gaf mi eenen twifel
Ende riet dat ic mi hinc
1360 Ende ne gheene boete ontfinc.
Aldus nam ic die doot.
Dies moetic lijden desen noot.
Haddic ghenade begheert met rauwen,
God es also ghetrauwe,
1365 Het ware mi wel vergaen.
God hadde mi ontfaen,
Also Hi den Iode ontfinc,
Die Hem, daer Hi an tcruce hinc,
Metten speere stac therte ontwee.
1370 Noch dede God ghenaden mee:
Hi ontfinc den scaker dan,
Omdat hi berauwen ghewan,
Daer hi an den cruce hinc
Entie bitter doot ontfinc.
1375 Also hadde Hi mi ontfaen,
Waers mi berauwen saen.
Mijns en wert nemmermeer raet,
Maer mi dinct dat mi nu wel staet,
Maer ouer morghin vele vroe
1380 Sal mi den noot gaen toe:
Dan werdet mi al benomen
Tgoet daer ic nu in bem comen.
Dor des zondaeghs heere
Hebbic dese remedye heere.
1385 Stont mi dus tallen daghen,
So en soudic niet claghen.
Nochtan en hebbict borgoet.
Maer dat mi vele wers doet,
Die grondeloze helle,
1390 Daer ic altoes in quelle
Ende eeweliken in walle.
Die duuele met haren gescalle
Doen mi wel meneghen noot.
O wy heere, waric doot,
1395 Of mochtic versteruen,
So en soudic niet bederuen
In dus meneghen aerbeit,
Die ic lijde in eewicheit
Van rauwen ende van leede.
1400 Dese noode alle beede,
Van couden ende van hitten,
Daer ic hier in moet sitten,
En houdic voer gheen verdriet.
Ter hellen hebbic licht niet;
1405 Daer eist doncker emmermeere;
Daer es dat eewelike zeer.
Ter quader tijt wert hi gheboren,
Die daertoe wert vercoren.
Een hitte quelt mi daer.
1410 Eer ghi ghetastet wel een haer,
Daer smolte wel een berch stalijn,
Diene worpe daer in.
Mochte ic hier langhe wesen,
Mi dochte ic ware ghenesen.
1415 Mi doen mee wee die zorghen
Jeghen den ouer morghen,
Dan die pijne die ic hier moet ontfaen."
We zijn getuige van Brandaans ontmoeting met Judas, de discipel die ooit Jezus voor veertig zilverlingen aan het bevoegde gezag overdroeg. In deze beschrijving bevindt Judas zich zes dagen per week in de hel en mag hij 's zondags verblijven op een eiland in de vorm van een gloeiend hete steen, waarover de hele dag een ijskoude wind waait. Hij beschouwt het als een uitdrukking van Gods genade dat hij hier een dag per week mag vertoeven, zoveel erger is het die andere zes dagen in de hel zelve...
In de woorden van Willem Wilmink gaat het aldus:
‘'t Was 's zondags dat hij dit verdroeg,
hij was daarmee nog blij genoeg,
't was hem of hij vrijaf had,
of dat hij aan een feestmaal zat.
Maar heel vroeg elke maandagmorgen
raakte hij diep in de zorgen,
want de duivel en zijn gezellen
voerden hem dan weer ter helle.'
Het beeld van die ‘vrije dag' appelleert aan een in de late Middeleeuwen toenemende behoefte, om het beeld van de hel als blijvende gruwelijke onderwereld, te veranderen in een beeld van een (tijdelijke) verblijfplaats waaruit via de louteringen van het vagevuur op de Dag des Oordeels nog te ontkomen valt.
In 1274 is het pas, dat het vagevuur door het Concilie van Lyon in de Roomse eschatologie formeel wordt bevestigd. Daarna staat dan eindelijk de weg open voor iedere nabestaande (door goed te leven, aflaten te kopen en schenkingen aan de kerk te doen), om dierbare overledenen - via tussenkomst van bisschoppen en pausen - uit hun benarde posities te bevrijden...
Waartoe deze praktijk heeft geleid, mag intussen algemeen bekend zijn. Zelfs bij diegene die nimmer een blik wierp in Dantes Commedia of Erasmus' Lof der Zotheid.
Meer over de betekenis van de hellevaart in onze literatuur is te lezen in: Bart Vervaeck, Literaire hellevaarten; Van klassiek naar postmodern. Nijmegen, Uitgeverij Vantilt, 2006.
Maria-Dolores
16-05-2008 14:36
het lot van Judas doet me een beetje aan het leven van de
mijnwerkers van vroeger denken: zes dagen onder de grond keihard
werken en op zondag naar de kerk...
marijke
16-05-2008 19:50
rené louman verwijst in zijn blog van gisteren, ook naar
aanleiding van een zelfmoord, naar de divina commedia.
Reactie is geredigeerd
Reactie is geredigeerd
landheha 19-05-2008 09:47
Wie genereert nu de meeste CO2, NOx?
Misschien kunnen we de Paus een kleine aanslag sturen, met terugwerkende kracht?
Misschien kunnen we de Paus een kleine aanslag sturen, met terugwerkende kracht?
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

De weg
naar het licht is een opeenvolging van verbroken
evenwichten. Jan Romein, 'Nederland', 'De dialektiek van de
vooruitgang'. In: Forum. Jaargang 4 (1935)

