Examens
bn'ers maken examens

Econoom Arjo Klamer ziet intelligente vragen in de
economie-examens voor het vwo. ‘Maar een vraag over de
publieke sfeer had niet misstaan.'
Grote verschillen heeft Arjo Klamer (1953) gezien tussen de vwo-examens economie 1, en 1,2 (voor de meer gevorderden). ‘Bij 1,2 wordt duidelijk meer inzicht gevraagd. Je moet er zelf meer mee doen, in plaats van alleen berekeningen uitvoeren.'
Het moet immers ook allemaal om begrip gaan, niet om invuloefeningen, vindt de hoogleraar economie van kunst en cultuur. Hij ziet het weleens bij studenten van hem in Rotterdam. ‘Menigeen daarvan heeft geen economie gehad, en voelt er grote huiver voor. Het economie 1, 2-examen laat zien dat economie ook een wetenschap van argumenten is: je kunt er zus tegenaan kijken, maar ook zo.'
Daarom is inzicht zo belangrijk. ‘Theorie op zichzelf is niks, ook alleen maar praktijk is te beperkt, het gaat erom te begrijpen hoe die twee op elkaar inwerken.'
Toen hij zelf in 1971 examen gymnasium deed, was het vak economie er nog niet bij. Maar hij vond het idee fascinerend grote wereldproblemen met wiskundige modellen te kunnen oplossen, en ging econometrie studeren. ‘Ben ik later wel van teruggekomen.'
Klamer bekijkt beide examens in het studeervertrek van zijn Hilversumse villa, dat vol staat met geschriften en boeken, en waar los muntgeld op de grond ligt. Als je de studeerkamer van een econoom vanuit je fantasie moest uittekenen, zag hij er zo uit.
Over het algemeen ziet Klamer intelligente vragen. Vooral met macro-economische onderwerpen, en terecht, vindt hij. ‘Er komt nog tijd genoeg om je met bedrijfseconomische zaken bezig te houden. Leer eerst het grote verband. Een balans leren lezen kan altijd nog. Lees eerst maar een goede roman, daar leer je soms veel meer van.'
Economie 1,2 begint met het vraagstuk over de verdeling van welvaart. ‘Past heel erg in de Nederlandse traditie van Jan Pen en Tinbergen, al weet ik niet of ze die nu nog leren. Hoop van wel.'
En de eerste vraag van het economie 1-examen begint met een vraag over Duitsland. ‘Goed dat leerlingen kritisch moeten kijken naar overheidsmaatregelen. Die zijn niet per definitie adequaat.'
Maar na alle lof volgt ook kritiek. Zo vindt Klamer het gek dat er helemaal niets wordt gedaan met de Amerikaanse kredietcrisis en de opkomst van een land als China. ‘Kan wel zijn dat ze twee jaar ervoor met die vragen beginnen, dan houden ze maar twee plekken open voor actuele vragen. Dan beloon je ook nog leerlingen die zich een beetje op de hoogte houden van wat er in de wereld gebeurt.'
Klamer vindt het tot slot een gemis dat er in het hele examen geen vraag is opgenomen over de publieke sfeer. ‘Denk aan de introductie van marktwerking in de gezondheidszorg of de energiesector. Zulke kwesties horen leerlingen toch onder ogen te krijgen.'
door Robin Gerrits
Grote verschillen heeft Arjo Klamer (1953) gezien tussen de vwo-examens economie 1, en 1,2 (voor de meer gevorderden). ‘Bij 1,2 wordt duidelijk meer inzicht gevraagd. Je moet er zelf meer mee doen, in plaats van alleen berekeningen uitvoeren.'
Het moet immers ook allemaal om begrip gaan, niet om invuloefeningen, vindt de hoogleraar economie van kunst en cultuur. Hij ziet het weleens bij studenten van hem in Rotterdam. ‘Menigeen daarvan heeft geen economie gehad, en voelt er grote huiver voor. Het economie 1, 2-examen laat zien dat economie ook een wetenschap van argumenten is: je kunt er zus tegenaan kijken, maar ook zo.'
Daarom is inzicht zo belangrijk. ‘Theorie op zichzelf is niks, ook alleen maar praktijk is te beperkt, het gaat erom te begrijpen hoe die twee op elkaar inwerken.'
Toen hij zelf in 1971 examen gymnasium deed, was het vak economie er nog niet bij. Maar hij vond het idee fascinerend grote wereldproblemen met wiskundige modellen te kunnen oplossen, en ging econometrie studeren. ‘Ben ik later wel van teruggekomen.'
Klamer bekijkt beide examens in het studeervertrek van zijn Hilversumse villa, dat vol staat met geschriften en boeken, en waar los muntgeld op de grond ligt. Als je de studeerkamer van een econoom vanuit je fantasie moest uittekenen, zag hij er zo uit.
Over het algemeen ziet Klamer intelligente vragen. Vooral met macro-economische onderwerpen, en terecht, vindt hij. ‘Er komt nog tijd genoeg om je met bedrijfseconomische zaken bezig te houden. Leer eerst het grote verband. Een balans leren lezen kan altijd nog. Lees eerst maar een goede roman, daar leer je soms veel meer van.'
Economie 1,2 begint met het vraagstuk over de verdeling van welvaart. ‘Past heel erg in de Nederlandse traditie van Jan Pen en Tinbergen, al weet ik niet of ze die nu nog leren. Hoop van wel.'
En de eerste vraag van het economie 1-examen begint met een vraag over Duitsland. ‘Goed dat leerlingen kritisch moeten kijken naar overheidsmaatregelen. Die zijn niet per definitie adequaat.'
Maar na alle lof volgt ook kritiek. Zo vindt Klamer het gek dat er helemaal niets wordt gedaan met de Amerikaanse kredietcrisis en de opkomst van een land als China. ‘Kan wel zijn dat ze twee jaar ervoor met die vragen beginnen, dan houden ze maar twee plekken open voor actuele vragen. Dan beloon je ook nog leerlingen die zich een beetje op de hoogte houden van wat er in de wereld gebeurt.'
Klamer vindt het tot slot een gemis dat er in het hele examen geen vraag is opgenomen over de publieke sfeer. ‘Denk aan de introductie van marktwerking in de gezondheidszorg of de energiesector. Zulke kwesties horen leerlingen toch onder ogen te krijgen.'
door Robin Gerrits



Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).