Ombudsman
VKBlog Headerimage

De band tussen lezer en krant

zaterdag 14 juni 2008 00:01 door ombudsman

Wie wil weten hoe de redactie tot haar journalistieke keuzen komt, zal het doorgaans van deze rubriek moeten hebben: meer informatie komt niet naar buiten. Van de ochtendvergadering waarop de redactie haar eerste keuzen maakt voor de krant van de volgende dag, wordt bijvoorbeeld wel intern verslag gedaan, maar niets daarvan is bestemd voor de buitenwacht.
Kritische vragen van lezers zijn er wel. Legt u eens uit waarom dit stuk wel en dat niet in de krant komt? Of: Waarom had u niets over de Special Olympics? Als de lezer geluk heeft, krijgt hij antwoord van een redacteur, maar dat gebeurt lang niet altijd. Echte transparantie is dus nog ver weg, hoewel een aantal redactieleden  een blog heeft en dus kan communiceren met lezers.

Maar van de dagelijkse gang van zaken op de redactie weet de lezer niets. Hij heeft geen idee wat er gebeurt in, vergeef het Engelse woord, de newsroom, waar bijvoorbeeld de website wordt bijgehouden en de internetkrant vervaardigd.
Die afstandelijkheid dateert nog uit de tijd dat de krant een meneer was die vertelde wat er speelde. De verslaggevers waren de poortwachters van het nieuws. Zij selecteerden en leverden informatie aan de lezers.
In het internettijdperk volstaat die houding niet langer, legde Jane B. Singer, een van Amerika's eerste internetjournalisten, onlangs uit op een internationaal congres in Stockholm. De journalist is niet langer poortwachter, want het nieuws ligt op straat en komt via tal van kanalen bij de lezer. In plaats van bewaker van het nieuws te zijn, moet hij het ordenen. Uit alle kleine stukjes informatie moet hij een coherent en consistent verhaal maken.
Daar past bij dat de journalist laat zien waarom hij welke stukjes informatie gebruikt. Absolute openheid is in het internettijdperk een vereiste, wat volgens Singer ook betekent dat een journalist die een reportage maakt in een kankercentrum, moet melden wat zijn eigen ervaringen zijn met kanker. En wie een belang heeft bij iemand die hij beschrijft, moet dat in het artikel melden. Alleen dan weet de lezer hoe hij het artikel moet beoordelen.
Maar dat alleen is niet genoeg, betoogde de Zweedse Eva Landahl op dezelfde bijeenkomst. Zij is hoofd nieuws van de Zweedse publieke omroep en verantwoordelijk voor de newsroom die het avondjournaal maakt.
Zij besloot een half jaar geleden dat de kijkers via internet toegang tot de newsroom kregen, inclusief  alle redactievergaderingen. De hele dag draaien de camera's op de redactievloer, ook als wordt gediscussieerd over nieuwskeuzen of wanneer de uitzending van de vorige avond wordt besproken.
Een samenvatting  wordt een dag later op de website gezet. De site trekt  1.500 tot 2.000 actieve bezoekers. Zij zien kritiek van de chef op individuele redactieleden, net als de koehandel die wordt bedreven om een politicus voor de camera te krijgen.
Het levert spannende televisie op, die soms ontluisterend is voor de redactie. Want de gefrustreerde redacteur die zich hardop afvraagt waarom ‘die zak' nu weer op televisie moet, ziet zichzelf de dag erna terug op internet.

De openheid gaat overigens niet zo ver dat bronnen worden onthuld of exclusieve nieuwsfeiten, maar de kijker kan wel in discussie gaan met de redactie.
Het experiment leidde in het begin tot gemor onder redactieleden die bang waren gezichtsverlies te lijden, maar inmiddels is de kritiek verstomd. De angst dat de echte besluiten buiten bereik van de camera zouden worden genomen, bleek eveneens ongegrond: het journalistieke debat is volgens Landahl niet verminderd. Volgens haar is de redactie de aanwezigheid van de camera inmiddels zo gewend, dat hij niet meer opvalt.
Overigens wordt niet alles uitgezonden. De onervaren verslaggeefster die op een slappe nieuwsdag waarin alleen beelden uit Soedan beschikbaar waren na een nieuwsflits van CNN juichend riep: ‘Ha 50 doden in Soedan, we zijn gered', haalde de internetnewsroom niet. Dat zou de kijker niet hebben begrepen, meent Landahl. Voor het overige wordt alles uitgezonden, ‘want er is niets om ons voor te schamen'.
Het tv-station is niet de eerste met een open newsroom: die eer komt toe aan een Amerikaanse regionale krant in Spokane. De relatie met de lezers is daar sindsdien sterk verbeterd.
 Als dat zo is, zou het dan ook interessant zijn voor de Volkskrant? Lezers hebben een enorme behoefte aan informatie over het journalistieke proces en willen daar ook over meepraten. Het zou een mooi begin zijn als elke deelredactie via een weblog actief met de lezers in debat zou gaan.

Thom Meens

Volgend artikel in dit blog

11reacties Volg reacties met RSS   aanbevelen afbevelen Waarschuw de redactie Je moet inloggen om het bericht in een van je groepen onder te brengen Attendeer je vrienden Delen op nujij.nl Delen op ekudos.nl Delen op del.icio.us
Avatar van landheha landheha 14-06-2008 00:40
"De band tussen lezer en krant"
Is een eenzijdige. Vroegah was het "jouw clubje". Nu is het individueel op onderwerp, maar ook in de tijd.
Verantwoording en openheid is mooi, maar nu ook een manier om klanten te trekken. Eerlijkheid wordt meestal niet helemaal in acht genomen.

Neutraal nieuws halen we bij nu.nl
Geen stijl.nl voor de eikels.
De story van Jezzebel voor de dames.

Trek daar je les maar uit.
You win some, you lose some
Avatar van Isabella Isabella 14-06-2008 00:43
Ja....alle begin is moeilijk...vooral in bedrijven....want een krant is ook maar een bedrijf....
Hopelijk komt daar in 2008 verandering in.
Vriendelijke
groet
Isabella
Avatar van Martijn Martijn 14-06-2008 01:21
Bij een beetje kritiek reageren redacteuren niet meer. Kijk maar even bij Peter Giesen
Medewerkers halen de hun niet passende commentaren weg.
Bij het Droog Blog kom ik er al niet meer in. Ik ben zonder zelf ooit iemand er voor uit te maken al tot drie keer toe voor leeghoofd uitgemakt. Een mening geven bij de Volkskrant??

Avatar van JdeKat JdeKat 14-06-2008 02:20
Facts are sacred, opinion is free.
Ondanks de momenteel ontelbare hoeveelheid mogelijkheden van internetters om zich te bemoeien met de krant, moet (nou ja, behoort) de journalist/verslaggever/redacteur de ruimte en tijd krijgen om zich vooral bezig te houden met de feiten. De praktijk heeft mij geleerd dat die feiten heel behoorlijk kunnen worden overgebracht in een verslag dat beperkt wordt tot die feiten. D.w.z. bijvoorbeeld zonder gebruik van tendentieuze bijvoegelijke naamwoorden, en zonder omhaal. (Wat is omhaal, opa? Dat is hetzelfde als niet omslachtig, mijn (klein)kind.)
De journalistiek wordt hier nog steeds beheerst door de mode van de late jaren '60 om de schrijvende persoon tussen het nieuws en de lezer in te plaatsen. Momenteel voeren naar mijn indruk vooral vrouwen deze boventoon.
Het werkt niet. De Amerikaanse kranten - dankzij internet nu ook hier grotendeels gratis te lezen - zijn er grotendeels van genezen.
Ik geef maar een cru voorbeeld van waarom het niet echt werkt. Waar zou de journalist hebben moeten zitten, en zijn gebleven, die zo'n verslag maakte van de aanslag op de Twin Towers?
Journalisten die hun werk op een gezonde manier willen voltooien - dus hun pensioen willen halen - kunnen zich maar beter concentreren op het werk zelf en de rest van de invloeden van buitenaf overlaten aan een redactie van de pagina Lezers Schrijven, Op Papier en Op Internet.
Avatar van Peter Hoopman Peter Hoopman 14-06-2008 11:05
Beste ombudsman,

Een goede krant maken is een vak. Journalstiek een uitdaging op zich.

Wat is de prioriteit van de krant?

Wat is de prioriteit van de lezer?

De prioriteit van de krant is nieuws verkopen.

De prioriteit van de lezer is om geïnformeerd te worden, vaak uit gewoonte soms uit werkelijke interesse.

Voor een krant is het de uitdaging om een juiste middenweg te vinden tussen bestaansrecht verzekeren en jornalistiek werkelijk informeren. Generaliserend is de media net als bijvoorbeeld politiek gevangen genomen in 'het verkopen' van nieuws of nieuwigheid om je te onderscheiden van de rest.

In het willen/moeten onderscheiden gaat vaak de essentie verloren.

Is het niet de journalistieke taak om "die essentie" boven water te halen? Volgens mij ligt daar nog een geheel braak terein waardoor journalistiek van een gewoonte weer een uitdaging kan worden.

Een prikkel voor zowel lezer als journalist om de uitwisseling te verdiepen, een zoveelste uitdagend kip/ei verhaal.




.... een poging om voorbij de waan van de dag te komen.




Reactie is geredigeerd
Avatar van Robert van Waning Robert van Waning 14-06-2008 13:48
Ombudsman Thom Meens schreef in zijn vorige column over het jaarlijkse congres van de internationale vereniging van nieuwsombudsmannen (ONO) in Stockholm: "Het leuke van dit soort bijeenkomsten is [..] dat er ook zicht is op veranderingen."

Ik mag het hopen. Tussen journalistiek en burgers gaapt immers inmiddels een grotere kloof dan tussen politiek en burgers.

Er bestaat geen enkel democratisch beginsel op grond waarvan journalisten zich (in tegenstelling tot politici en bestuurders) zouden mogen en kunnen onttrekken aan de checks and balances die onze democratische rechtsstaat evenwichtig, transparant, rechtvaardig en (dus) gezond moeten houden.

Er is geen enkele regel noch reden waarom de journalisten zich tegenover burgers arrogant en afstandelijk mogen opstellen, laat staan dat zij zich schuldig mogen maken aan cliëntelistisme, tribalisme, vriendjespolitiek en allerlei vormen van corruptie en belangenbehartiging zonder dat daar kritiek op kan en mag worden geuit.

Het voorstel om met behulp van hedendaagse middelen journalistiek misbruik van macht en mogelijkheden te ontmoedigen, zal stuiten op het verzet van degenen die daarin een beperking zien van vrijheden waarover zij helemaal niet hadden mogen beschikken.

Iedereen die vanuit welke positie dan ook invloed kan uitoefenen op politieke menings- en besluitvorming moet ten alle tijde kritisch gevolgd en bejegend kunnen worden.
Avatar van Robert van Waning Robert van Waning 16-06-2008 15:27

Het onderwerp lijkt niet erg te leven, noch onder lezers en bloggers, noch onder journalisten. Waarom reageren journalisten eigenlijk nooit op de vaak behartenswaardige columns van de Ombudsman? Daar worden toch kwesties in aangesneden die hun ter harte zouden moeten gaan?

De door mij zeer betreurde en gemiste Pim Fortuyn (ik ben geen typische 'fortuynist', geloof ik, maar ik was wel dol op die man en ik deelde veel van zijn opinies) schreef in zijn column 'Saaie journalistiek' (Elsevier, 8 juni 1996):

"Redactiestatuten schermen redacties af van inmenging door hun producenten, maar dit leidt niet tot onafhankelijke journalistiek. In Amerika bemoeien producenten zich indringend met hun medium en degenen die het maken. Journalisten worden aangenomen en ontslagen dat het een lieve lust is, en het gekke is dat dit een interessante en gevarieerde pers oplevert. Bij nader inzien is dat niet zo verwonderlijk. Het Amerikaanse systeem leidt tot menig bedrijfsongeluk en onterecht ontslag, maar het houdt de boel ook lekker in beweging. Tegenkant van dit harde systeem is dat je als journalist zo weer elders terecht kan, zeker als je een goede vakman bent die iets te melden heeft.

Nederlandse redactiestatuten, geboren in de jaren zeventig om de macht van het kapitaal te neutraliseren, verwerden tot beschermingsconstructies voor de gevestigden. Als men zijn oplage- of kijkcijfertjes maar haalt, is het behaaglijk wegsoezen in de eigen beschermde omgeving, met een aanstelling voor onbeperkte duur, uitstekende secundaire arbeidsvoorwaarden en een riante pensioen- en VUT-regeling.

Als groep maken journalisten deel uit van het Nederlandse establishment, Ze zijn gaan behoren tot het incestueuze gremium van Ons Soort Mensen, het slag notabelen dat zij juist behoren te controleren en te confronteren met hun onwelgevallige ontwikkelingen en feiten.
[..]
Toch is er iets aan te doen. Schaf al die redactiestatuten af en geef journalisten contracten van beperkte duur. Ontsla, treedt uit en toe dat het een aard heeft. Dat trekt jong bloed en talent aan.
[..]"

Dit lijkt mij een leuk onderwerp voor een column.

Onlangs las ik het boekje 'In Dubio' van Rob Wijnberg, filosoof en opinieredacteur van NRC Handelsblad. Dit boek zou verplichte literatuur moeten zijn voor alle opinieredacteuren die niet met hun tengels van andermans opinies kunnen afblijven, om te beginnen G.J. Bogaerts en de andere grondrechtenschenders bij de Forum-, en brievenredacties.

Een paar citaten uit 'In Dubio':

"Een verbod op uitingen zou [..] een niet legitieme machtsgreep betekenen, simpelweg omdat het 'niet toegestaan is om één perspectief als juist te bestempelen om een ander het zwijgen op te leggen. [..] Dat is gedachtebeheersing. [p94]"

"Kortom, achter ieder verbod schuilt een wil tot macht. [p97]"

"De wortel van dit probleem is simpelweg dat niet ieder geluid een podium heeft. Kranten, tijdschriften, omroepen, reclamezuilen, theaters en andere informatiekanalen zijn immers beperkt in aantal, beperkt in ruimte, beperkt in zendtijd, beperkt in toegankelijkheid, en worden bovendien beheerd en aangestuurd door een selecte groep mensen die bepaalt welke informatie geuit en niet geuit kan worden. Aan het woord is niet de gehele bevolking en dus ook niet ieder geluid wordt gehoord. Debet aan iedere vorm van beeldvorming is een gebrek aan informatie en platform. [p98]"

"Hoe kan men anders verklaren dat juist fundamentalisten, die zeggen diep te geloven in een bepaald gedachtegoed [..] altijd het snelst van slag raken door tegengestelde geluiden? Juist hun onzekerheid maakt hen zwak en uiterst kwetsbaar [p100]."

Ik moet hiermee ophouden, want ik zou het liefst het hele boek citeren. Wat mij betreft mag 'In Dubio' integraal worden opgenomen in het Stijlboek van de Volkskrant.

Reactie is geredigeerd
Avatar van Margreeth Fernhout Margreeth Fernhout 16-06-2008 16:58
Is dit niet zo'n beetje wat ik betoog in mijn visie voor mijn afstudeerproject waar ik u voor interviewde? (te downloaden via http://www.warande.net/~fernhout/defVisie.doc)

Voor andere lezers: mijn idee gaat verder dan een weblog en wil de lezer nog meer betrekken bij de krant.

Avatar van Thom Meens Thom Meens 17-06-2008 11:33
@Margreeth

Ik hoop het niet. Jij gaat veel verder. Dat lijkt mij (nog) geen haalbare weg. Maar dat de lezer meer bij de krant betrokken moet worden staat buiten kijf.
Avatar van Robert van Waning Robert van Waning 17-06-2008 13:12

Ik vergat om te vertellen dat deze column van de Ombudsman mij uit het hart gegrepen is.

Jammer genoeg lijkt Thom Meens een roepende in de woestijn. Voorlopig maken de censurerende grondrechtenschenders van de Brieven-, Internet- en Forumredacties nog de oncontroleerbare dienst uit in de 'newsroom' van de Volkskrant. Het is zelfs vrijwel onmogelijk om daar kritiek op te uiten, omdat die domweg niet wordt geplaatst ofwel plotseling blijkt te zijn verwijderd op grond van onwelgevalligheid.

Als de willekeur regeert, is machtsmisbruik onvermijdelijk.

In dit stuk van de Ombudsman komen een aantal interessante en zelfs essentiële zaken aan de orde. Zo zou een journalist inderdaad steeds openheid moeten verschaffen omtrent zijn eigen betrokkenheid of zelfs belang bij een bepaald onderwerp. "Alleen dan weet de lezer hoe hij het artikel moet beoordelen," schrijft de Ombudsman. En zo is het.

Ik wens de Ombudsman veel sterkte en succes.

Reactie is geredigeerd
Avatar van Robert van Waning Robert van Waning 17-06-2008 13:35

Zes manieren om de journalistiek 'aanspreekbaar' te maken.

Door: Claude-Jean Bertrand en Thijs Jansen
De Volkskrant, 26 april 2005 (pagina 12)

De Nederlandse pers steekt in de bereidheid tot het afleggen van verantwoording bleek af tegen gewoontes in andere landen. Claude-Jean Bertrand en Thijs Jansen bespeuren een code-angst bij de journalistiek.

"In het anderen de maat nemen, zijn de Nederlandse media op hun best. Wie echter denkt dat de Nederlandse journalistiek zelf hecht aan heldere gedragscodes, komt bedrogen uit. Zo bleek onlangs dat SBS een code heeft, maar dat men deze niet aan de openbaarheid wil prijsgeven. Waarom? Openbaarmaking is tegengehouden door … de Nederlandse Vereniging van Journalisten!

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft de code-Tabaksblat, maar de journalistiek heeft code-angst. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleitte andermaal voor een 'aanspreekbare journalistiek', door versterking van de zelfregulering en het zoeken van de confrontatie met elkaar en met lezers, luisteraars en kijkers. In zijn jaarrede tot collega-hoofdredacteuren stelde Pieter Broertjes dat een dergelijk pleidooi 'sinds jaar en dag' wordt gesteund door het Genootschap van Hoofdredacteuren (Forum, 16 april).

Inderdaad zien we de afgelopen jaren dat bijvoorbeeld het aantal ombudsmannen bij dagbladen is toegenomen, de rectificatierubrieken een vaste plek hebben gekregen, een rubriek 'ethiek' is toegevoegd aan de stijlboeken van verschillende kranten en lezers meer ruimte hebben gekregen voor brieven (ook aan hoofdredacteuren).

Dat zijn positieve ontwikkelingen, maar internationaal steekt Nederland nog steeds erg bleekjes af. We zijn nog ver af van een Nederlandse pers die werkelijk aanspreekbaar is en bereid verantwoording af te leggen. De onzichtbaarheid van de Nederlandse Raad voor de Journalistiek, die vandaag haar jaarvergadering houdt, hangt daarmee nauw samen. De maatschappelijke verantwoordelijkheid van de Nederlandse pers kan veel beter worden opgetuigd. De persvrijheid moet daarbij het uitgangspunt blijven.

Daarom kan dat het beste gebeuren door middel van niet-gouvernementele, niet door de wet opgelegde middelen om de diensten van de media aan het publiek te verbeteren (zogenaamde M*A*S, Media Accountability Systems). Daartoe behoren een Ombudsman, maar ook de gezaghebbende Raad voor de Journalistiek of goed journalistiekonderwijs. Internationaal valt er voor Nederland te leren van de volgende voorbeelden.

1. De Zweedse perswet. Zelfs in tijden van oorlog is in Zweden geen censuur toegestaan. Het is niet toegestaan om journalisten te dwingen hun bronnen prijs te geven. Ambtenaren zijn verplicht om vrijwel alle vragen van journalisten te beantwoorden (er zijn slechts zeer weinig restricties). In tegenstelling tot Zweden is de Nederlandse politiek de afgelopen jaren bezig geweest een vestingmuur van voorlichters en communicatieadviseurs – vaak oud-journalisten – rond Den Haag op te trekken. Journalisten die van de hoed en de rand willen weten, moeten de moeizame weg bewandelen van de Wet Openbaarheid Bestuur of zijn afhankelijk van lekkende ambtenaren en politici. Nederland verdient een veel betere bescherming van de persvrijheid.

2. De Duitse perscode. Het is onthutsend, maar waar: de Nederlandse Raad voor de Journalistiek baseert haar werk niet op een gedragscode. Van de vele Raden in Europa is het de enige die een dergelijk gebrek vertoont. Dat is het duidelijkste symptoom van de code-vijandigheid van de Nederlandse journalist. Om hierin verandering te brengen, kan bijvoorbeeld geleerd worden van de Duitse Raad voor de Journalistiek.

Het bezwaar dat in Nederland vaak gemaakt wordt dat codes zo omvangrijk en statisch zijn, gaat hier niet op: de Duitse bestaat uit vijftien kernachtige, vaste beginselen. Elk beginsel wordt op basis van ervaringen nader uitgewerkt in een aantal richtlijnen die het 'bewegende deel' vormen van de code. Zo blijft deze leven en actueel. De Nederlandse Raad voor de Journalistiek moet dringend de discussie openen over een eigen code. Daarnaast is het goed dat elke redactie, elk programma, elke krant zijn eigen code ontwikkelt. Al was het alleen maar om het morele bewustzijn te vergroten en te verdiepen.

3. De Raad voor de Journalistiek van Québec (Canada). Deze bestaat uit journalisten, uitgevers en vertegenwoordigers van het publiek. De Nederlandse Raad heeft wel leden die er individueel, op basis van deskundigheid of ervaring, zitting in hebben, maar heeft geen vertegenwoordigers namens het publiek. Dat is niet van deze tijd.

De pers is verantwoording schuldig aan het publiek en moet publieke steun nastreven. Het opnemen van publieke vertegenwoordigers in de Raad kan maatschappelijke verankering van de Raad opleveren. Ethische kwesties leven ook wel degelijk bij het mediapubliek. Dat valt af te lezen aan het succes van het VARA-programma De Leugen regeert, maar ook aan de enorme verkoopsuccessen in Frankrijk van boeken over de media, zoals recente boeken over Le Mo n d e .

4. De Finse overheidsfinanciering. De Nederlandse Raad voor de Journalistiek wil geen overheidsgeld aannemen en lijdt onder een chronisch geldgebrek. De Finse Raad wordt voor 50 procent betaald door de overheid. Daaraan zijn nadrukkelijk geen verplichtingen verbonden. In Duitsland is het 30 procent. De Nederlandse Raad kan dus zijn traditionele huiver laten varen. De Nederlandse mediasector is nog zo gevangen in de angst voor overheidsbemoeienis, dat ze niet ziet dat het gevaar van de op winst beluste mediatycoons veel groter is. In Den Haag denkt men erover het Bedrijfsfonds voor de pers om te vormen tot een Stimuleringsfonds voor de pers. Dan maakt men de overstap van het op de been houden van wat het niet meer zelfstandig redt, naar het investeren in creativiteit en ondernemingszin. Zo'n Fonds kan misschien ondergebracht worden bij de Raad voor de Journalistiek.

5. 'Een leven lang leren' moet ook gewoon worden voor journalisten. Dit is een cruciale bouwsteen voor een goed functionerende pers. De behoefte aan blijven leren moet gekweekt worden in het universitair onderwijs dat journalisten bij voorkeur gevolgd moeten hebben. In de Verenigde Staten is dat al heel lang normaal: wie journalist wil worden gaat naar de universiteit. Daarna moeten er net zoals in de VS ruime mogelijkheden zijn om de kennis up to date te houden. Dat kan zijn door studieverlof, korte workshops, bezoeken van conferenties. Om niet gevangene te blijven van het heden en van de volgende deadline is afstand nemen goed voor de kwaliteit. Het is mode om te pleiten voor slow journalism. Daarvoor moeten dan wel de voorwaarden geschapen worden door de 'opjagende' werkgevers en de overheid. Er moet flink geinvesteerd worden in journalistiekonderwijs. 6. Mediamonitoren in de VS en Duitsland. Het is van groot belang dat systematisch gevolgd wordt waar de media wel en waar ze geen aandacht aan besteden. Dit vookomt de sterke neiging tot ijsbergjournalistiek: dat journalisten zich alleen maar richten op wat op de korte termijn (aan de oppervlakte) speelt. Nederland is net verblijd met instelling van een Nieuwsmonitor. Het is veelzeggend dat de plannen daarvoor al dateerden uit 1999. En dan nog is het schraalhans keukenmeester: de monitor wordt bemand door twee wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam. In het buitenland worden op hoog niveau de media gevolgd, geanalyseerd en becommentarieerd. In Duitsland is het gezaghebbende instituut voor media-analyse de Media Tenor. Daarop staan bijvoorbeeld de uitkomsten van onderzoek naar de mate waarin de westerse media aandacht besteden aan de aidsramp in Afrika en aan de manier waarop de Irakoorlog is verslagen. De Nederlandse nieuwsmonitor zou zo spoedig mogelijk bij de Media Tenor moeten aansluiten om mee te kunnen profiteren van de expertise en de schaalgrootte. Daarvoor is meer geld nodig.

Zie hier zes manieren om het gezag van de Nederlandse pers te vergroten. Wie anderen de maat neemt, moet volstrekte helderheid scheppen over de lat waaraan men zelf wil worden afgemeten."

Copyright: Janssen, M.G.
Reactie is geredigeerd

Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.

Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

  •  
Profielfoto ombudsman

ombudsman

Woonplaats: den haag
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Links

Laatste reacties

persona

De herkomst van dader en slachtoffer
Frank Klaassen: Als men naam, toenaam, adres, woonplaats en foto, van criminelen …

persona

De herkomst van dader en slachtoffer
M1kkel: Benoemen en bouwen? Verder sluit ik me helemaal bij Satuka aan. …

persona

De herkomst van dader en slachtoffer
peter de kort: Wanneer in Nederland wordt vermeld dat de dader van een …

persona

De herkomst van dader en slachtoffer
swanet: Toevoeging. @ Elsje . Het is zelfs helemaal geen slordigheid. Ik had …

persona

De herkomst van dader en slachtoffer
swanet g.: @Elsje Ik had moeten schrijven: Dus de vermelding dat het een …

Statistieken

TelMiep
  •