HJ Vonk
Rechtsherstel

De KNIGGEKNIK.
Wicher Wedzinga, oud-raadsheer van het Gerechtshof te Leeuwarden, schrijft een behartenswaardig artikel op zijn weblog http://www.wedzinga-cs.com/ .
Het is een reflectie op de vordering tot herziening in de zaak Lucia de Berk van 17 juni jl. door Advocaat-Generaal Knigge.
Wedzinga ziet in het betoog van de AG een poging tot versoepeling van de herzieningsregeling.
Tot op heden konden alleen nieuwe feiten, waarvan de oorspronkelijke rechter dus niet op de hoogte was dienen als grond voor herziening. Dit om de onaantastbaarheid van de rechter te waarborgen. Een restrictieve herzieningsregeling wordt ook van maatschappelijk belang geacht: aan de rechtsstrijd moet een einde komen. Er dient niet eindeloos te worden doorgeprocedeerd, waardoor de rechtspleging meer het karakter van een casino zou krijgen.
De nimmer falende rechter wordt echter steeds meer als een mythe gezien. Een aantal veranderingen verklaren dit nieuwe inzicht:
Het wordt steeds meer duidelijk dat de rechter niet genoeg tijd en gelegenheid heeft zich van alle feiten op de hoogte te stellen. Deze tekortkoming kan in de herzieningsprocedure worden uitgelegd als "weerlegbaar rechtsvermoeden".
Derhalve dient er niet alleen sprake te zijn van een novum als de rechter niet op de hoogte was van bepaalde feiten, maar ook als hij rechterlijke fouten heeft gemaakt bij de selectie en waardering van het bewijsmateriaal. Deze erkenning kan het vertrouwen van burgers in de rechter zelfs versterken. Zo wordt de herzieningsprocedure een vangnet voor het gewone cassatieberoep, waarbij de Hoge Raad alleen kijkt of de lagere rechter de wet juist heeft toegepast.
Deze zienswijze schept volgens Wedzinga nieuwe herzieningskansen voor o.a. Louwes, Sweeney en Danny K., wegens de zwakke bewijsconstructie in de rechtszaken hen betreffende.
Laten wij deze stelling eens toespitsen op de Deventer Moordzaak:
1) Het achterwege laten door het Bossche Hof van een Raadsheer-Commissaris die voor evenwicht in deze zaak had kunnen zorgen.
2) Het feit dat AG en Rechter een herzieningsprocedure verwarden met een hoger beroeps procedure. In een herzieningsprocedure kan immers geen hogere straf worden geëist zoals de AG deed, waartegen de veroordeelde, geen verdachte, niet meer in beroep kan gaan.
3) De zwakke bewijsgrond op basis van het rapport van een slechts hbo-gekwalificeerde justitiële medewerker, dna-laborant van het NFI.
4) Het ontbreken destijds van een reconstructie op de plaats délict.
5) Het zoekraken van mogelijk ontlastende kledingstukken, o.a. het vest van het slachtoffer.
6) De schandalige behandeling van het corpus délicti, de blouse van het slo, op de plaats délict, in het mortuarium en bij het NFI te Rijswijk.
7) Het werken van eerder genoemde NFI-analist onder grote tijdsdruk, waardoor in 2003 niet eens werd opgemerkt dat vlekken met het dna van Louwes, doorde analist als délictgerelateerd aangemerkt, niet op de plaats délict waren voorgekomen.
8) De aanname dat het om make-up van het slo ging, zonder chemischonderzoek,terwijl het slo volgens haar visagiste make-up van een andere kleur gebruikte.
9) Proces-verbaal van twee rechercheurs over de "chain-of-custody", alsof zij wisten waar de blouse zich tussen 1999 en 2003/2004 had bevonden, valselijk opgemaakt..
10) Ondanks frauduleus onderzoek aan het eerste mes, waarop vrijspraak volgde door het Arnhemse Hof, géén onderzoek nav de bloedafdruk van een krom mes met sporen van een handschoen op de blouse.
11) De aanname door de rechter dat Louwes dit mes bij zich had of in het huis van het slo erbij had gepakt.
12) De aanname van moord met voorbedachte raad vanwege een financieel motief dat niet kon worden bewezen.
13) De aanname dat Louwes op de avond van 23 september 1999 het slo vanuit Deventer had gebeld. Er zijn van dat gesprek dat Louwes volgens zijn zeggen vanaf ‘t Harde voerde, door de recherche géén time-advancegegevens opgevraagd die
zijn gelijk hadden kunnen bevestigen.
14) De ontkenning door het Bossche Hof dat bijzondere weersomstandigheden die
avond propagatie, dus aanstraling van de cel te Deventer vanaf 't Harde, mogelijk hadden gemaakt. Deskundigen en zendamateurs hebben die mogelijkheid naderhand bevestigd.
15) Verontachtzaming door het Hof van Louwes 'alibi, het rijden vanaf afslag Harder- wijk in een file op het beweerde tijdstip van de moord, een file bevestigd door werknemers van Koop Tjuchem en Rijkswaterstaat.
16) Het achterwege laten door het Hof om een alternatief scenario te laten onder- zoeken: een mogelijk andere dader die zijn telefoon-alibi vervalste en volgens enkele getuigen daderkennis had van de moord, voordat deze werd bekendgemaakt.
De conclusie van procureur-generaal Brouwer, en dus ook van minister Hirsch Ballin, dat het slechts om incidenten gaat wordt door de feiten gelogenstraft.
Ook zeer merkwaardig is de opvatting van de heer Brouwer, gisteravond in Nova door de minister herhaald, dat ook het OM in de gelegenheid moet worden gesteld om onherroepelijk vrijspraak via herziening ongedaan te kunnen maken. Het OM, toch al in het voordeel als beheerder van het dossier, heeft al 3 gelegenheden gehad om iemand veroordeeld te krijgen en zou bij inwilliging zelf in strijd komen met het beginsel dat rechtspraak convergerend, dus eindig dient te zijn.
De veelvuldig gemaakte fouten van recherche en OM, gevoegd bij de voortgezette bagatellisering van de problematiek, wijzen nogmaals op de noodzaak van een onafhankelijk door het parlement geïnitieerd multidisciplinair orgaan om de Hoge Raad inzake herziening te adviseren.
Wicher Wedzinga, oud-raadsheer van het Gerechtshof te Leeuwarden, schrijft een behartenswaardig artikel op zijn weblog http://www.wedzinga-cs.com/ .
Het is een reflectie op de vordering tot herziening in de zaak Lucia de Berk van 17 juni jl. door Advocaat-Generaal Knigge.
Wedzinga ziet in het betoog van de AG een poging tot versoepeling van de herzieningsregeling.
Tot op heden konden alleen nieuwe feiten, waarvan de oorspronkelijke rechter dus niet op de hoogte was dienen als grond voor herziening. Dit om de onaantastbaarheid van de rechter te waarborgen. Een restrictieve herzieningsregeling wordt ook van maatschappelijk belang geacht: aan de rechtsstrijd moet een einde komen. Er dient niet eindeloos te worden doorgeprocedeerd, waardoor de rechtspleging meer het karakter van een casino zou krijgen.
De nimmer falende rechter wordt echter steeds meer als een mythe gezien. Een aantal veranderingen verklaren dit nieuwe inzicht:
- 1) Het horen van getuigen tijdens rechtzittingen is door de zware belasting van de rechters uitzondering geworden.
- 2) Processtukken worden niet meer voorgelezen maar als bekend verondersteld.
- 3) De criminaliteit is ingrijpend veranderd en de samenleving is véél gecompliceerder geworden.
- 4) De burger is veel mondiger geworden.
- 5) Het internet neemt geleidelijk taken van de "mainstream-media"over.
Het wordt steeds meer duidelijk dat de rechter niet genoeg tijd en gelegenheid heeft zich van alle feiten op de hoogte te stellen. Deze tekortkoming kan in de herzieningsprocedure worden uitgelegd als "weerlegbaar rechtsvermoeden".
Derhalve dient er niet alleen sprake te zijn van een novum als de rechter niet op de hoogte was van bepaalde feiten, maar ook als hij rechterlijke fouten heeft gemaakt bij de selectie en waardering van het bewijsmateriaal. Deze erkenning kan het vertrouwen van burgers in de rechter zelfs versterken. Zo wordt de herzieningsprocedure een vangnet voor het gewone cassatieberoep, waarbij de Hoge Raad alleen kijkt of de lagere rechter de wet juist heeft toegepast.
Deze zienswijze schept volgens Wedzinga nieuwe herzieningskansen voor o.a. Louwes, Sweeney en Danny K., wegens de zwakke bewijsconstructie in de rechtszaken hen betreffende.
Laten wij deze stelling eens toespitsen op de Deventer Moordzaak:
1) Het achterwege laten door het Bossche Hof van een Raadsheer-Commissaris die voor evenwicht in deze zaak had kunnen zorgen.
2) Het feit dat AG en Rechter een herzieningsprocedure verwarden met een hoger beroeps procedure. In een herzieningsprocedure kan immers geen hogere straf worden geëist zoals de AG deed, waartegen de veroordeelde, geen verdachte, niet meer in beroep kan gaan.
3) De zwakke bewijsgrond op basis van het rapport van een slechts hbo-gekwalificeerde justitiële medewerker, dna-laborant van het NFI.
4) Het ontbreken destijds van een reconstructie op de plaats délict.
5) Het zoekraken van mogelijk ontlastende kledingstukken, o.a. het vest van het slachtoffer.
6) De schandalige behandeling van het corpus délicti, de blouse van het slo, op de plaats délict, in het mortuarium en bij het NFI te Rijswijk.
7) Het werken van eerder genoemde NFI-analist onder grote tijdsdruk, waardoor in 2003 niet eens werd opgemerkt dat vlekken met het dna van Louwes, doorde analist als délictgerelateerd aangemerkt, niet op de plaats délict waren voorgekomen.
8) De aanname dat het om make-up van het slo ging, zonder chemischonderzoek,terwijl het slo volgens haar visagiste make-up van een andere kleur gebruikte.
9) Proces-verbaal van twee rechercheurs over de "chain-of-custody", alsof zij wisten waar de blouse zich tussen 1999 en 2003/2004 had bevonden, valselijk opgemaakt..
10) Ondanks frauduleus onderzoek aan het eerste mes, waarop vrijspraak volgde door het Arnhemse Hof, géén onderzoek nav de bloedafdruk van een krom mes met sporen van een handschoen op de blouse.
11) De aanname door de rechter dat Louwes dit mes bij zich had of in het huis van het slo erbij had gepakt.
12) De aanname van moord met voorbedachte raad vanwege een financieel motief dat niet kon worden bewezen.
13) De aanname dat Louwes op de avond van 23 september 1999 het slo vanuit Deventer had gebeld. Er zijn van dat gesprek dat Louwes volgens zijn zeggen vanaf ‘t Harde voerde, door de recherche géén time-advancegegevens opgevraagd die
zijn gelijk hadden kunnen bevestigen.
14) De ontkenning door het Bossche Hof dat bijzondere weersomstandigheden die
avond propagatie, dus aanstraling van de cel te Deventer vanaf 't Harde, mogelijk hadden gemaakt. Deskundigen en zendamateurs hebben die mogelijkheid naderhand bevestigd.
15) Verontachtzaming door het Hof van Louwes 'alibi, het rijden vanaf afslag Harder- wijk in een file op het beweerde tijdstip van de moord, een file bevestigd door werknemers van Koop Tjuchem en Rijkswaterstaat.
16) Het achterwege laten door het Hof om een alternatief scenario te laten onder- zoeken: een mogelijk andere dader die zijn telefoon-alibi vervalste en volgens enkele getuigen daderkennis had van de moord, voordat deze werd bekendgemaakt.
De conclusie van procureur-generaal Brouwer, en dus ook van minister Hirsch Ballin, dat het slechts om incidenten gaat wordt door de feiten gelogenstraft.
Ook zeer merkwaardig is de opvatting van de heer Brouwer, gisteravond in Nova door de minister herhaald, dat ook het OM in de gelegenheid moet worden gesteld om onherroepelijk vrijspraak via herziening ongedaan te kunnen maken. Het OM, toch al in het voordeel als beheerder van het dossier, heeft al 3 gelegenheden gehad om iemand veroordeeld te krijgen en zou bij inwilliging zelf in strijd komen met het beginsel dat rechtspraak convergerend, dus eindig dient te zijn.
De veelvuldig gemaakte fouten van recherche en OM, gevoegd bij de voortgezette bagatellisering van de problematiek, wijzen nogmaals op de noodzaak van een onafhankelijk door het parlement geïnitieerd multidisciplinair orgaan om de Hoge Raad inzake herziening te adviseren.



Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).