Croisabel
Woordfotograaf

Ik hou van
mijn geboortegrond. Ongemerkt is de platte aarde die voor er huizen
opstonden grasland was en daarvoor zelfs de Noordzee deel van mij
geworden en punt van referentie, waar ter wereld ik ook ben. Toen
we anaconda's zochten in een veld in de jungle van Rurrenabaque kon
ik niet anders dan de halmen associeren met de sappige weiden van
thuis en verlangen naar een kleed, en een lentedag, en daar dan lui
te liggen met een boek. Vele andere steppes en weilanden legden het
af tegen de sappige weiden van mijn herinneringen, niet bonkig,
bijna polloos. Toen ik eenmaal thuiskwam bleek het ver zoeken naar
zulk gras en was bijna alles verslonden door de bouw. Het is niet
daarom dat ik gelijk weer op reis ben gegaan.Elke minuut dat ik er tussenuit kan knijpen ben ik op zoek naar de wereld die zich voor me, achter me, in alle dimensies uitstrekt en die ik gezien wil hebben voordat het weer tijd is om te gaan. En al reizende en gaande kreeg ik ineens wortels, elders, waar geen plat gras was of de zee om de hoek. Maar het leek of de straten me herkenden en dat ik elke stap die ik zette ging in een wereld die ik jarenlang binnenin me had gedragen en die in het echt bleek te bestaan. Ik ben de relatie aangegaan en vele intieme momenten volgden. Toch moest ik me loswringen uit die omhelzing. Het was tijd om terug te gaan naar de velden uit mijn jeugd. Waarom? vragen veel mensen me, en het antwoord bevredigt ze niet. Want hoe kan ik ze uitleggen dat het heerlijk is om te leven als de koningin van je hart, maar dat er dingen zijn daarbuiten staan en zwaarder wegen?
Voor mij begint het als ik in de bus zit, bovenin, voorin, met mijn blote voeten tegen de stang en mijn blik gericht op de weg. Honderden bevinden zich daar met mij en toch lijk ik alleen, want iedereen gaat zijn eigen pad en dat van mij loopt daar toevallig langs. We zigzaggen het station uit en bestijgen de brug. Betoverd kijk ik naar de schatten van de stad, links het rad, de puntige gebouwen van het parlement en de pieken die me wijzen op het toeristische midden; rechts de Victoriaanse resten van een eigenwijs koninkrijk en de eerste tekenen van het oosten, voor mij het midden van het midden. We gaan verder door de wijk van beurzen en geld en rijden langs het station dat me kent en glimlachend begroet. Dan sla ik een slag over en bijt ik op mijn lip.
Ik woon niet langer in deze wijk van kunstenaars en goede doelen waar oude troep wordt omgetoverd in de hipste restaurants, maar het is hier dat ik alles begon te begrijpen. In een paar minuten brengt de bus mij naar mijn bestemming. Ik groet de bomen, kijk naar de kleur van hun bladeren en meet het seizoen. Als ik oversteek kijken de bestuurders me na. Ik sla rechtsaf, zoek naar de witte verfvlekken op de stoep die daar twee jaar geleden ineens lagen en sindsdien zijn gebleven. De gele huizen staan waar ze horen, ik ben alleen. Dan steek ik de sleutel in het slot en ben daar, waar Bert op me wacht. Nog even en misschien land ik dan, na een maandenlange vlucht door het luchtruiim en ontelbare tochten om de aarde, eindelijk echt weer op die plek.
Solvejg 05-09-2008 13:27
Ha lieve Croissie! Je tekst is nog steeds van een groot poetisch
gehalte, maar bedoel je nu daar of hier? Ik hoop dat je hier
landt! XX sol
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

VOLKSKRANTBLOGGERS
In de reeks
zelfinterviews, een

Australie
Engeland Maleisie Nepal Schotland Singapore Tibet Wales


