De hypotheekrente
Wat is uw mening over de discussie rondom de hypotheekrente?

redietcrisis: Uw spaarhypotheek en de garantie regeling/stelsel
donderdag 16 oktober 2008 15:46 door niels
16.10.2008 - De onzekerheden van de Nederlandse banken
leveren veel kredietwaardige vragen op, in specifiek de vragen over
uw spaarhypotheek. Wat gebeurt er met uw spaarhypotheek als uw bank
failliet gaat? Waar gebeurd er met het geld dat u al die jaren
gespaard via deze hypotheekvorm? Wouter Bos, de minister van
Financiën, heeft 2 dagen geleden het volgende aangegeven over uw
spaarhypotheek en de garantieregeling /
garantiestelsel.
Onderwerp: Spaarhypotheken en depositogarantie
Geachte Voorzitter,
In deze brief ga ik in op de vragen over spaarhypotheken in relatie tot het depositogarantiestelsel, die zijn gesteld tijdens het debat van 8 oktober 2008.
Spaarhypotheken
Een spaarhypotheek kan worden omschreven als een product waarbij een hypothecaire lening op het einde van de looptijd geheel of gedeeltelijk wordt afgelost. Ten behoeve hiervan wordt kapitaal opgebouwd. De opbouw van kapitaal kan plaatsvinden op twee manieren: via een kapitaalverzekering of via een bankspaarproduct.
In het geval van een kapitaalverzekering is er sprake van een opbouw van een aanspraak, waarbij de opgebouwde aanspraak aan het einde van de looptijd van de polis (die meestal gelijk is aan de looptijd van de hypothecaire lening) wordt gebruikt voor de aflossing. De kapitaalverzekering wordt afgesloten bij een verzekeraar en niet bij de kredietinstelling ('bank') die de lening verstrekt. Bij een bankspaarhypotheek is er sprake van een opbouw van een spaartegoed op een geblokkeerde rekening. De opbouw van het spaartegoed wordt aan het einde van de looptijd van de hypothecaire lening gebruikt voor de aflossing hiervan. Het bankspaarproduct wordt in de regel aangehouden bij de bank die ook de lening verstrekt. In beide gevallen is het gebruikelijk hetgeen dat wordt opgebouwd, wordt verpand aan de leningverschaffer.
Toepassing depositogarantiestelsel (DGS)
Afhankelijk van de voorwaarden vallen bankspaarproducten onder het DGS. Op hoofdlijnen zijn de criteria hierbij, dat het gaat om tegoeden die worden gevormd door op een rekening staande gelden van particulieren en kleine ondernemers, die aangehouden worden bij een bank met een vergunning van de Nederlandsche Bank of een andere EU lidstaat (inclusief EER landen), en die een bank onder de toepasselijke wettelijke en contractuele voorwaarden dient terug te betalen. Tegoeden die worden opgebouwd aan de hand van een kapitaalverzekering vallen niet onder het depositogarantiestelsel. Reden hiervoor is dat er bij een kapitaalverzekering sprake is van het opbouwen van een aanspraak bij een verzekeraar, een instelling die niet onder de dekking van het depositogarantiestelsel valt.
De achterliggende verklaring hiervoor ligt bij de reden om tot het instellen van een DGS over te gaan. Een DGS is van toepassing op banken, omdat deze kunnen worden geconfronteerd met een snelle opname van spaartegoeden ('bankrun') door depositohouders. Het doel van het DGS is hierbij tweeledig: 1) het voorkomen dat een bankrun optreedt en 2) het beschermen van de kleine depositohouders indien een bank toch failleert. Een dergelijke situatie kan bij een verzekeraar niet in dezelfde mate optreden, aangezien bij verzekeraars meestal sprake is van langlopende wederzijdse verplichtingen.
Hoogachtend,
de minister van Financiën
Wouter Bos
Onderwerp: Spaarhypotheken en depositogarantie
Geachte Voorzitter,
In deze brief ga ik in op de vragen over spaarhypotheken in relatie tot het depositogarantiestelsel, die zijn gesteld tijdens het debat van 8 oktober 2008.
Spaarhypotheken
Een spaarhypotheek kan worden omschreven als een product waarbij een hypothecaire lening op het einde van de looptijd geheel of gedeeltelijk wordt afgelost. Ten behoeve hiervan wordt kapitaal opgebouwd. De opbouw van kapitaal kan plaatsvinden op twee manieren: via een kapitaalverzekering of via een bankspaarproduct.
In het geval van een kapitaalverzekering is er sprake van een opbouw van een aanspraak, waarbij de opgebouwde aanspraak aan het einde van de looptijd van de polis (die meestal gelijk is aan de looptijd van de hypothecaire lening) wordt gebruikt voor de aflossing. De kapitaalverzekering wordt afgesloten bij een verzekeraar en niet bij de kredietinstelling ('bank') die de lening verstrekt. Bij een bankspaarhypotheek is er sprake van een opbouw van een spaartegoed op een geblokkeerde rekening. De opbouw van het spaartegoed wordt aan het einde van de looptijd van de hypothecaire lening gebruikt voor de aflossing hiervan. Het bankspaarproduct wordt in de regel aangehouden bij de bank die ook de lening verstrekt. In beide gevallen is het gebruikelijk hetgeen dat wordt opgebouwd, wordt verpand aan de leningverschaffer.
Toepassing depositogarantiestelsel (DGS)
Afhankelijk van de voorwaarden vallen bankspaarproducten onder het DGS. Op hoofdlijnen zijn de criteria hierbij, dat het gaat om tegoeden die worden gevormd door op een rekening staande gelden van particulieren en kleine ondernemers, die aangehouden worden bij een bank met een vergunning van de Nederlandsche Bank of een andere EU lidstaat (inclusief EER landen), en die een bank onder de toepasselijke wettelijke en contractuele voorwaarden dient terug te betalen. Tegoeden die worden opgebouwd aan de hand van een kapitaalverzekering vallen niet onder het depositogarantiestelsel. Reden hiervoor is dat er bij een kapitaalverzekering sprake is van het opbouwen van een aanspraak bij een verzekeraar, een instelling die niet onder de dekking van het depositogarantiestelsel valt.
De achterliggende verklaring hiervoor ligt bij de reden om tot het instellen van een DGS over te gaan. Een DGS is van toepassing op banken, omdat deze kunnen worden geconfronteerd met een snelle opname van spaartegoeden ('bankrun') door depositohouders. Het doel van het DGS is hierbij tweeledig: 1) het voorkomen dat een bankrun optreedt en 2) het beschermen van de kleine depositohouders indien een bank toch failleert. Een dergelijke situatie kan bij een verzekeraar niet in dezelfde mate optreden, aangezien bij verzekeraars meestal sprake is van langlopende wederzijdse verplichtingen.
Hoogachtend,
de minister van Financiën
Wouter Bos

Wat is
de hypotheekrente? De term hypotheek wordt gebruikt
in twee verschillende betekenissen. Deze hangen samen, maar moeten
gescheiden worden. Een hypotheek is een zakelijk recht dat op een
registergoed (meestal een onroerend goed) rust, dat in onderpand is
gegeven voor een geldlening. Deze lening zelf (meestal verstrekt
door een bank) wordt in het spraakgebruik vaak hypotheek genoemd.
Hypothecaire lening, hypothecair krediet of lening met hypothecare
zekerheid.
De persoon of instelling (meestal een bank) die het geld uitleent
heet hypotheeknemer (hij neemt het goed als pand) of
hypotheekhouder (hij houdt het goed in onderpand). De lener heet
hypotheekgever (hij geeft het goed als pand). (Eigenlijk is de term
"pand" niet geheel juist, aangezien dat betrekking heeft op
roerende goederen, maar het effect is hetzelfde: er wordt een
verhaalsrecht gevestigd.) Rente of int(e)rest is een
vergoeding die iemand ontvangt voor het uitlenen van zijn of haar
geld. Een bekende vorm is de rente die consumenten ontvangen of
betalen op een rekening bij een bank. Hypotheekrente is dus
het percentage dat u betaalt aan de bank om deze lening aan te
kunnen. Bron: 
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).