Cuba
Mensenrechten

Ooit maakte Jaap van Ginneken met professor W.F.
Wertheim en dr. M. Schenk deel uit van de zogeheten
‘China-lobby' in ons land. Tien jaar later constateert hij
dat zijn ‘vergissing inzake de Culturele Revolutie heel
hardnekkig was.' Voor hij China bezocht, was Van Ginneken ook in
Cuba.

(...) Van Ginneken was een ‘enthousiaste toeschouwer van Provo en de StudentenVakBeweging. Al snel raakte hij betrokken bij de Derde Wereld: hij maakte een tocht door het Midden-Oosten en zag alle ellende daar. Tijdens een reis naar Cuba, compleet met koffieplanten en lezingen, zag hij wat er tegen die ellende te doen was; alleen radicale veranderingen kunnen een eind aan de wantoestanden in de Derde Wereld maken en daarvoor zullen bevrijdingsbewegingen nodig zijn. ‘Het was de retoriek van dat moment.' Van Ginneken vindt zijn vereenzelviging met Cuba psychologisch wel begrijpelijk. ‘In zo'n cultuur ga je je eigen land door andere ogen zien. Op Cuba waren ze met wezenlijke zaken bezig, in het Westen slechts met hun consumptiemaatschappij, trivialiteiten waarmee je je niet meer kunt identificeren. Ik dacht echt dat de Cubaanse revolutie tot andere menselijke verhoudingen zou leiden.

'Op Cuba werd ik later geconfronteerd met staliniserings tendensen. Ik heb er wat halfslachtig afstand van genomen. Overigens is in het licht van de geschiedenis de ontwikkeling op Cuba aanmerkelijk makkelijker te verdedigen dan die in China. Hij ontkent ooit de Cambodjaanse leider Pol Pot te hebben verdedigd. Nee, daar ben ik heel voorzichtig mee geweest. Mijn toenmalige echtgenote, die in Vietnam werkte, heeft me behoed voor grote fouten. Zij zei: verkijk je niet op de Rode Khmers, dat zijn engerds. Maar mijn vergissing met China, die was wel erg.'
Bron: Jaap van Ginneken is voorzichtig geworden door Paul Arnoldussen in Het Parool van 14 januari 1989

(...) Van Ginneken was een ‘enthousiaste toeschouwer van Provo en de StudentenVakBeweging. Al snel raakte hij betrokken bij de Derde Wereld: hij maakte een tocht door het Midden-Oosten en zag alle ellende daar. Tijdens een reis naar Cuba, compleet met koffieplanten en lezingen, zag hij wat er tegen die ellende te doen was; alleen radicale veranderingen kunnen een eind aan de wantoestanden in de Derde Wereld maken en daarvoor zullen bevrijdingsbewegingen nodig zijn. ‘Het was de retoriek van dat moment.' Van Ginneken vindt zijn vereenzelviging met Cuba psychologisch wel begrijpelijk. ‘In zo'n cultuur ga je je eigen land door andere ogen zien. Op Cuba waren ze met wezenlijke zaken bezig, in het Westen slechts met hun consumptiemaatschappij, trivialiteiten waarmee je je niet meer kunt identificeren. Ik dacht echt dat de Cubaanse revolutie tot andere menselijke verhoudingen zou leiden.

'Op Cuba werd ik later geconfronteerd met staliniserings tendensen. Ik heb er wat halfslachtig afstand van genomen. Overigens is in het licht van de geschiedenis de ontwikkeling op Cuba aanmerkelijk makkelijker te verdedigen dan die in China. Hij ontkent ooit de Cambodjaanse leider Pol Pot te hebben verdedigd. Nee, daar ben ik heel voorzichtig mee geweest. Mijn toenmalige echtgenote, die in Vietnam werkte, heeft me behoed voor grote fouten. Zij zei: verkijk je niet op de Rode Khmers, dat zijn engerds. Maar mijn vergissing met China, die was wel erg.'
Bron: Jaap van Ginneken is voorzichtig geworden door Paul Arnoldussen in Het Parool van 14 januari 1989

In De
ontdekking van de Hemel(1992) gaan Max Delius en Onno Quist
naar Cuba zoals Mulisch zelf in 1967 Cuba bezocht. Vandaar dat zijn
Cubaanse verleden ook nu nog aan de schrijver kleeft. Mulisch in
een interview: ‘In het algemeen geldt dat je in een rechts
fascistisch land niet geweest hoeft te zijn om te kunnen zeggen hoe
het er is, terwijl je in een links kommunistisch land geweest moet
zijn om te kunnen zeggen hoe het er is.’ (De tekening is
van Joost Veerkamp )
De Zuid
Afrikaanse zangeres Miriam Makeba zei in 2005 tijdens een bezoek
aan Havana: ‘Ik had het geluk dat hij een van mijn
concerten in 1972 bijwoonde, toen ik Cuba voor de eerste maal
bezocht. Ik zong voor president Fidel Castro (…) hij is een
van mijn sterren.’
Ariel
Hidalgo, universitair docent werd in 1980 gearresteerd toen men een
manuscript van hem in beslag nam met de titel Cuba, de marxistische
Staat en de nieuwe Klasse. Hij werd veroordeeld wegen
‘vijandige propaganda’en zat korte tijd in het
Psychiatrisch Ziekenhuis van Havana opgesloten tussen zieken,
geestelijke gestoorden en zware criminelen. ‘Ik was
socialist. Ik geloofde – en ik geloof - in de oorspronkelijke
doelen van de revolutie. Waar ik niet meer geloof is in het
leiderschap van de revolutie.’(…) ‘Veel
gevangenen zaten om veel onschuldiger dingen in de cel. Er zat een
marineofficier Francisco Benites Ferrer bij mij in de cel omdat hij
deze uitspraak van José Martí op een muur gekalkt had:
‘Iedere keer als een mens wordt beperkt in zijn recht om vrij
te denken, lijkt het alsof een van mijn kinderen wordt
gedood’.
'Een
katholiek vervolgen omdat hij katholiek is, een protestant
vervolgen omdat hij protestant is, een vrijmetselaar vervolgen
omdat hij vrijmetselaar is, de rotary vervolgen omdat iemand lid
van rotary is, La Marina (een groot Cubaans ochtendblad) vervolgen
omdat het een rechtse krantis, iemand vervolgen omdat hij links is,
een ander omdat hij radicaal ter linker of ter rechterzijde is, dat
kan ik me niet voorstellen en dat zal de Revolutie nooit doen......
Wij doen wat democratisch is; alle ideeen respecteren. Als iemand
begint met de sluiting van een krant, kan geen krant zich meer
veilig voelen. Als men een mens vervolgt vanwege zijn politieke
opvattingen, kan niemand zich meer veilig voelen.'
De Franse
filosoof en schrijver Sartre bezocht Cuba in 1960 en was verrukt
van de zogeheten ‘directe democratie’ die Fidel en Che
Guevara daar praktiseerden tijdens bijeenkomsten met tienduizenden
Cubanen. Carlos Franqui, toen nog eindredacteur van het blad
Revolución probeerde Sartre uit te leggen dat ‘hier sprake
was van een voorbijgaand fenomeen dat volledig afhankelijk was van
Fidel Castro, dat geen enkele organische of structurele basis
‘bezat maar puur revolutionair theater was, dat in de
dagelijks praktijk niet functioneerde.’
'In naam
van het anti-amerikanisme hebben velen een van de langst- durende
dictaturen gesteund.Die mensen zullen zich straks moeten
verantwoorden; Ignacio Ramonet, hoofdredacteur van Le Monde
Diplomatique, Gerard Depardieu, Daniele Mitterand en Christian
Poncelet, de voorzitter van de Franse senaat. Ik heb ze nog nooit
de repressie horen veroordelen die de tegenstanders van Fidel heeft
getroffen.' De Cubaanse schrijver Jacobo Machover vorig
jaar in L'Expresse



Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).