Cuba
Mensenrechten

Twintig jaar na ‘Reconstructie' - Peter Schat
zondag 19 oktober 2008 13:42 door Kees van Kortenhof
Uit bewondering voor Che Guevara maakten in 1969 twee
schrijvers en vijf componisten de opera Reconstructie. De
bewondering voor de revolutionair was oprecht maar sloeg om in de
verabsolutering van het eigen gelijk. ‘Een scherper beeld van
de doodse beklemming van de eenpartijstaat, gepresenteerd als
triomf, is wel nooit op de planken gezet.'

Wie het publieke debat over de 'gigantische deconfiture' (Heldring) van het socialisme, 'een begrip dat staat voor een bankroet systeem' (Braches), tot nu toe een beetje gevolgd heeft, zal met reden Hoflands conclusie, dat 'de Nederlandse discussie over de fellow traveIler zo ontijdig en onzinnig is geëindigd', kunnen onderschrijven. Tegen de achtergrond van het feit dat 'de reconstructie die men in de Sovjet-Unie onderneemt steeds meer het karakter krijgt van een ontmaskering', zoals Hofland bericht, wordt het zwijgen van de vroegere fellow traveIlers bijna oorverdovend en een debat zonder een echt weerwoord valt natuurlijk al gauw plat. Zwijgen kan een beschermend pantser zijn, maar ik geloof niet in dat soort veiligheid.
Nu hebben sommigen van mijn vroegere medemeelopers het zichzelf wel erg moeilijk gemaakt om van de narcistische sokkel af te dalen, door publiekelijk te verklaren dat ze 'vanaf hun zeventiende altijd al gelijk hebben gehad', of woorden van gelijke strekking. De zwijgers laden echter nu de verdenking op zich dat het hun indertijd om iets anders ging dan om de morele, artistieke en intellectuele integriteit, die de inspiratie is van de ware revolutionair; dat het hun niet om de waarheid maar om de macht ging. Wie nu niet spreekt had waarschijnlijk nooit iets te zeggen.
Elsbeth Etty deed in deze krant (7 januari) tenminste nog een poging, al leek die wel erg veel op 'rewriting history to suit yourself.' Zij schreef over 'een avant-garde wier hoofdzonde uit. weerspannigheid en geestdrift bestond', over 'de opstandelingen tegen de heersende zeden van 'Luns-met-spruitjes!' Wat neerkomt op binnenlands enthousiasme gevoed met buitenlands bloed in een opstand tegen een smakelijke en sterk onderschatte groentesoort.
'Een politieke beoordeling kan niet verstikt worden in een modderige brei van begrip', reageerde Bart Tromp daarop terecht in Het Parool (11 januari), en Kees Kortenhof bleef er in deze krant op hameren dat ‘aan het adres van deze intellectuelen en kunstenaars scherpe verwijten mogen worden gemaakt' (12 januari). Tromp verwijt ons 'kritiekloze bewondering voor achtereenvolgende massamoordenaars', en Kortenhof zegt dat wij 'door een kritiekloze bewondering blind voor de negatieve aspecten' waren. Nu wordt bewondering in ons onbewonderde land toch al niet erg gelardeerd, maar kritiekloze bewondering - daar wringt hem bijna de schoen.

Wie zwijgt stemt toe
Moraliteit
Onze bewondering nam zelfs de omvang van een opera aan. Terwijl de Vietnam oorlog zijn hoogtepunt tegemoet ging schreven wij met maar liefst twee schrijvers en vijf componisten een moraliteit over Che Guevara, die gezegd en geleefd had: TWEE, DRIE, VEEL VIETNAMS! Reconstructie ging in 1969 in het Holland Festival in première.
Dat was een duidelijke keuze. Want, vonden wij, wie niet koos, koos in feite voor de napalm van Dow Chemical, die ons bij Terneuzen de strot uitkwam. Dat is achteraf niet verwijtbaar. Het was de enige mogelijkheid je ziel te redden uit de 'modderige brei van begrip', die het toenmalige Nederlandse establishment dagelijks over de brandende napalm uitgoot. En het was een historisch juiste keuze - de Amerikanen moesten hoe dan ook weg uit Vietnam, zoals de Russen nu uit Afghanistan. Dat stond en staat vast.
Maar in het kielzog van de 'juiste keuze' schuilt altijd ook één groot gevaar: het gevaar van de zelfverheffing, de verabsolutering van het gelijk, de verstening. Dat gevaar hebben we niet gezien. ‘Er zijn mensen die het eerder zagen, die het altijd gezien hebben. Er zijn er ook die het nooit gezien hebben en het nooit zullen zien', zei Joris Ivens' vrouw in Het Parool (20 januari).
Bron:
NRC- Handelsblad van 17 februari 1989
Twintig jaar na ‘Reconstructie.' De eentoonsstaat.
Fragment uit een artikel van Peter Schat.

Wie het publieke debat over de 'gigantische deconfiture' (Heldring) van het socialisme, 'een begrip dat staat voor een bankroet systeem' (Braches), tot nu toe een beetje gevolgd heeft, zal met reden Hoflands conclusie, dat 'de Nederlandse discussie over de fellow traveIler zo ontijdig en onzinnig is geëindigd', kunnen onderschrijven. Tegen de achtergrond van het feit dat 'de reconstructie die men in de Sovjet-Unie onderneemt steeds meer het karakter krijgt van een ontmaskering', zoals Hofland bericht, wordt het zwijgen van de vroegere fellow traveIlers bijna oorverdovend en een debat zonder een echt weerwoord valt natuurlijk al gauw plat. Zwijgen kan een beschermend pantser zijn, maar ik geloof niet in dat soort veiligheid.
Nu hebben sommigen van mijn vroegere medemeelopers het zichzelf wel erg moeilijk gemaakt om van de narcistische sokkel af te dalen, door publiekelijk te verklaren dat ze 'vanaf hun zeventiende altijd al gelijk hebben gehad', of woorden van gelijke strekking. De zwijgers laden echter nu de verdenking op zich dat het hun indertijd om iets anders ging dan om de morele, artistieke en intellectuele integriteit, die de inspiratie is van de ware revolutionair; dat het hun niet om de waarheid maar om de macht ging. Wie nu niet spreekt had waarschijnlijk nooit iets te zeggen.
Elsbeth Etty deed in deze krant (7 januari) tenminste nog een poging, al leek die wel erg veel op 'rewriting history to suit yourself.' Zij schreef over 'een avant-garde wier hoofdzonde uit. weerspannigheid en geestdrift bestond', over 'de opstandelingen tegen de heersende zeden van 'Luns-met-spruitjes!' Wat neerkomt op binnenlands enthousiasme gevoed met buitenlands bloed in een opstand tegen een smakelijke en sterk onderschatte groentesoort.
'Een politieke beoordeling kan niet verstikt worden in een modderige brei van begrip', reageerde Bart Tromp daarop terecht in Het Parool (11 januari), en Kees Kortenhof bleef er in deze krant op hameren dat ‘aan het adres van deze intellectuelen en kunstenaars scherpe verwijten mogen worden gemaakt' (12 januari). Tromp verwijt ons 'kritiekloze bewondering voor achtereenvolgende massamoordenaars', en Kortenhof zegt dat wij 'door een kritiekloze bewondering blind voor de negatieve aspecten' waren. Nu wordt bewondering in ons onbewonderde land toch al niet erg gelardeerd, maar kritiekloze bewondering - daar wringt hem bijna de schoen.

Wie zwijgt stemt toe
Moraliteit
Onze bewondering nam zelfs de omvang van een opera aan. Terwijl de Vietnam oorlog zijn hoogtepunt tegemoet ging schreven wij met maar liefst twee schrijvers en vijf componisten een moraliteit over Che Guevara, die gezegd en geleefd had: TWEE, DRIE, VEEL VIETNAMS! Reconstructie ging in 1969 in het Holland Festival in première.
Dat was een duidelijke keuze. Want, vonden wij, wie niet koos, koos in feite voor de napalm van Dow Chemical, die ons bij Terneuzen de strot uitkwam. Dat is achteraf niet verwijtbaar. Het was de enige mogelijkheid je ziel te redden uit de 'modderige brei van begrip', die het toenmalige Nederlandse establishment dagelijks over de brandende napalm uitgoot. En het was een historisch juiste keuze - de Amerikanen moesten hoe dan ook weg uit Vietnam, zoals de Russen nu uit Afghanistan. Dat stond en staat vast.
Maar in het kielzog van de 'juiste keuze' schuilt altijd ook één groot gevaar: het gevaar van de zelfverheffing, de verabsolutering van het gelijk, de verstening. Dat gevaar hebben we niet gezien. ‘Er zijn mensen die het eerder zagen, die het altijd gezien hebben. Er zijn er ook die het nooit gezien hebben en het nooit zullen zien', zei Joris Ivens' vrouw in Het Parool (20 januari).
Bron:
NRC- Handelsblad van 17 februari 1989
Twintig jaar na ‘Reconstructie.' De eentoonsstaat.
Fragment uit een artikel van Peter Schat.

In De
ontdekking van de Hemel(1992) gaan Max Delius en Onno Quist
naar Cuba zoals Mulisch zelf in 1967 Cuba bezocht. Vandaar dat zijn
Cubaanse verleden ook nu nog aan de schrijver kleeft. Mulisch in
een interview: ‘In het algemeen geldt dat je in een rechts
fascistisch land niet geweest hoeft te zijn om te kunnen zeggen hoe
het er is, terwijl je in een links kommunistisch land geweest moet
zijn om te kunnen zeggen hoe het er is.’ (De tekening is
van Joost Veerkamp )
De Zuid
Afrikaanse zangeres Miriam Makeba zei in 2005 tijdens een bezoek
aan Havana: ‘Ik had het geluk dat hij een van mijn
concerten in 1972 bijwoonde, toen ik Cuba voor de eerste maal
bezocht. Ik zong voor president Fidel Castro (…) hij is een
van mijn sterren.’
Ariel
Hidalgo, universitair docent werd in 1980 gearresteerd toen men een
manuscript van hem in beslag nam met de titel Cuba, de marxistische
Staat en de nieuwe Klasse. Hij werd veroordeeld wegen
‘vijandige propaganda’en zat korte tijd in het
Psychiatrisch Ziekenhuis van Havana opgesloten tussen zieken,
geestelijke gestoorden en zware criminelen. ‘Ik was
socialist. Ik geloofde – en ik geloof - in de oorspronkelijke
doelen van de revolutie. Waar ik niet meer geloof is in het
leiderschap van de revolutie.’(…) ‘Veel
gevangenen zaten om veel onschuldiger dingen in de cel. Er zat een
marineofficier Francisco Benites Ferrer bij mij in de cel omdat hij
deze uitspraak van José Martí op een muur gekalkt had:
‘Iedere keer als een mens wordt beperkt in zijn recht om vrij
te denken, lijkt het alsof een van mijn kinderen wordt
gedood’.
'Een
katholiek vervolgen omdat hij katholiek is, een protestant
vervolgen omdat hij protestant is, een vrijmetselaar vervolgen
omdat hij vrijmetselaar is, de rotary vervolgen omdat iemand lid
van rotary is, La Marina (een groot Cubaans ochtendblad) vervolgen
omdat het een rechtse krantis, iemand vervolgen omdat hij links is,
een ander omdat hij radicaal ter linker of ter rechterzijde is, dat
kan ik me niet voorstellen en dat zal de Revolutie nooit doen......
Wij doen wat democratisch is; alle ideeen respecteren. Als iemand
begint met de sluiting van een krant, kan geen krant zich meer
veilig voelen. Als men een mens vervolgt vanwege zijn politieke
opvattingen, kan niemand zich meer veilig voelen.'
De Franse
filosoof en schrijver Sartre bezocht Cuba in 1960 en was verrukt
van de zogeheten ‘directe democratie’ die Fidel en Che
Guevara daar praktiseerden tijdens bijeenkomsten met tienduizenden
Cubanen. Carlos Franqui, toen nog eindredacteur van het blad
Revolución probeerde Sartre uit te leggen dat ‘hier sprake
was van een voorbijgaand fenomeen dat volledig afhankelijk was van
Fidel Castro, dat geen enkele organische of structurele basis
‘bezat maar puur revolutionair theater was, dat in de
dagelijks praktijk niet functioneerde.’
'In naam
van het anti-amerikanisme hebben velen een van de langst- durende
dictaturen gesteund.Die mensen zullen zich straks moeten
verantwoorden; Ignacio Ramonet, hoofdredacteur van Le Monde
Diplomatique, Gerard Depardieu, Daniele Mitterand en Christian
Poncelet, de voorzitter van de Franse senaat. Ik heb ze nog nooit
de repressie horen veroordelen die de tegenstanders van Fidel heeft
getroffen.' De Cubaanse schrijver Jacobo Machover vorig
jaar in L'Expresse



Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).