Cuba
Mensenrechten
VKBlog Headerimage

Hoofdzonde van de avant-garde - J. L. Heldring

zondag 19 oktober 2008 13:46 door Kees van Kortenhof
Op zijn colleges placht de beroemde Duitse historicus Friedrich Meinecke. (1862-1954) het vaak te hebben over de Zeitgeist. Eens vroeg een van zijn studenten hem: ‘Wat is die tijdgeest eigenlijk precies waarover u het heeft?' Waarop Meinecke antwoordde:'Dat weet ik niet, maar zij die het niet aanvoelen, zijn niet geschikt mijn onderwijs en onderzoek te volgen.'

foto
Ik moest aan die anekdote denken toen, ik vorige week zaterdag boven een artikel op de opiniepagina deze kop las: 'Bewondering voor Castro paste in de tijdgeest'. Maar toen ik het artikel gelezen had, was ik even wijs als die student. Het hele woord tijdgeest kwam er niet in voor. Wel las ik deze zin: ‘Volgens de heersende politieke zeden' van twintig jaar geleden ‘was sympathie met de baardige opstandelingen een vloek, anathema, maar dat verhoogde alleen maar de aantrekkingskracht ervan. Want wat waren de heersende zeden? Luns-met-spruitjes.' Wat was nu de tijdgeest van die dagen: sympathie met de baardige Castro of juist het omgekeerde?

Castro's eigen stijl
Het artikel zelf is een apologie van diegenen die, in de jaren '60, wegliepen met Fidel Castro en zijn revolutie. Veel beroemdheden van de toenmalige culturele avant-garde worden genoemd; van de Nederlanders onder hen: Harry Mulisch en Peter Schat, die door een bezoek aan Cuba geďnspireerd werden tot het schrijven van de opera Reconstructie (wat, merkwaardig genoeg, perestrojka betekent, waar Castro nu zo de pest aan heeft). De schrijfster van het artikel vindt het ‘al te gemakkelijk' nu ‘een lange neus te trekken naar het cultureel engagement in de jaren '60 van een cultureel spraakmakende Castro aanhang in Nederland'. Dit ‘retrospectieve denken gaat volledig voorbij aan de oorzaken van de bezieling die in veel opzichten voor radicalen en culturele vernieuwers van Castro en de zijnen uitging". Al is het jammer dat de auteur geen enkele 'retrospectieve denker' bij name noemt en ook haar kritiek op hen niet met citaten staaft, is het toch sympathiek dat ze voor Mulisch e tutti quanti opkomt. Evenmin als de koningin kunnen zij zichzelf verdedigen.

Ze geeft ook toe dat Castro het er een beetje naar gemaakt heeft: van de 'Nieuwe Mens' die Mulisch in Cuba indertijd zag geboren worden, is niet veel terechtgekomen. Van de democratie ook niet: Castro durft niet eens een referendum aan (wat Pinochet nog wel durfde). Wat er overgebleven is, is het verhaal van elke revolutie: een tekort aan consumptiegoederen, politieke gevangenen (die vaak, meer dan twintig jaar zitten) en, in dit geval, beroepssoldaten in Afrika. ‘Alles waar', zegt ze, maar het was de Nederlandse Castro aanhangers blijkbaar niet zozeer om Castro te doen; het was hun ‘ook en misschien wel vooral te doen: om de verstarde verhoudingen in eigen land'. OK, maar ik begrijp niet hoe dit een excuus kan zijn voor een verkeerde taxatie van Castro, die met die verhoudingen in Nederland niets te maken had.

foto
Overigens: waren die verhoudingen in Nederland eind jaren '60 - Mulisch' boek over Cuba is van 1968 - wel zo verstard? Het jaar tevoren had de KVP de grootste nederlaag van haar bestaan geleden, in 1971 en 1972 gevolgd door bijna even grote nederlagen. In tien jaar was zij tot de helft van haar vroegere kracht teruggebracht. Nieuwe partijen, zoals D'66 en de PPR, kregen wind in de zeilen. Kortom, overal beweging - beweging waaruit ten slotte het kabinet Den Uyl, het 'kabinet van de vernieuwing', zou voortkomen. Als de Nederlandse bewonderaars van Castro dáárom Castro zo bewonderden, dan hebben ze tegen de verkeerde boom geblaft - honden kunnen ook uit bewondering blaffen - en hadden ze de vernieuwing die in Nederland aan de gang was, moeten bezingen. Maar ja, de culturele avant-garde heeft nooit en nergens blijk gegeven van enig politiek inzicht. Dat is helemaal geen bezwaar, maar ook niet bepaald een reden haar achteraf in bescherming te nemen tegen anonieme beschuldigers.

Die anonieme beschuldigers worden van 'misplaatst triomfalisme' beticht. Nu is triomfalisme altijd misplaatst - of het nu het triomfalisme van de rooms-katholieke kerk in het begin van deze eeuw was of het triomfalisme dat de PvdA in 1973 en 1977 ten toon spreidde (en nu bitterlijk berouwt). Dus als er nu sprake is van triomfalisme tegenover Mulisch en consorten, dan is dat ook fout. Maar die beschuldigers - die de schrijfster de 'Nederlandse patriarchen' noemt (wie zou zij toch bedoelen?) wordt niet alleen triomfalisme verweten, maar ook 'gelijk achteraf. Hoezo achteraf? Hebben ze nu gelijk, maar hadden zij dat toen niet? Toen waren ze toch ook tegen Castro? Dus als ze nu gelijk hebben, hadden ze toen ook gelijk. Of is er zoiets als gelijk op het verkeerde ogenblik, dat dan ongelijk zou zijn? En heeft een avant-garde altijd gelijk (ook als zij ongelijk heeft), domweg omdat zij avant-garde is? Was die avant-garde overigens wel een avant-garde? Met andere woorden: had zij volgelingen? Eerder kan gezegd worden dat zij door die zogenaamd verstarde samenleving ingekapseld is. De bourgeoisie of, als u wilt, het kapitalisme heeft haar ontmand door haar te fęteren. Een bekend proces, dat meer getuigt van de vitaliteit van de bourgeoisie dan van die der avant-garde.

foto
De hoofdzonde van de avant-garde der jaren '60 bestond, aldus de schrijfster, uit 'weerspannigheid en geestdrift'. Op zichzelf zijn dat zinledige woorden, zoals visie en engagement dat zijn. Het hangt er maar van af waartegen of waarvoor iemand weerspannig, respectievelijk geestdriftig is. Vooral wanneer geestdrift als kwaliteit op zichzelf wordt geprezen,' wordt het griezelig. Zo ken ik nog wel een paar geestdriftigen in de recente geschiedenis.
Waar die apologie van de Nederlandse castristen op neerkomt is dus: ze hebben het in elk geval goed bedoeld (een argument dat het altijd goed doet in ethisch Nederland). Ja, het moest er nog bijkomen dat ze het niet goed bedoeld hadden! Goede bedoelingen kunnen tot vreselijke dingen leiden, zoals de recente geschiedenis ook aangetoond heeft. Het zijn niet hun bedoelingen die in het geding zijn, het is hun oordeel. Als de avant-garde een hoofdzonde had, was het domheid.

De prent die bij het artikel prijkte, was ook merkwaardig. Ze toonde Castro op de spreektribune, met vier kroontjespennen in zijn rug gestoken. Waren daarmee zijn critici bedoeld? En zo ja, waarom dan in de rug? Veroordelen zijn critici hem dan niet openlijk? Of is elke aanval op Castro een aanval in de rug, zoals Dorothee Sölle - ook een bewonderaarster van Castro - in haar debat met prof. Kuitert in 1987 kritiek op haar als een aanval in de rug bleek te beschouwen? In dat geval is de hoofdzonde van de avant garde paranoia.

Bron: Hoofdzonde van de avant-garde. J. L. Heldring in NRC- Handelsblad van 13 januari 1989.

Volgend artikel in dit blog

0reacties Volg reacties met RSS   aanbevelen afbevelen Waarschuw de redactie Je moet inloggen om het bericht in een van je groepen onder te brengen Attendeer je vrienden Delen op nujij.nl Delen op ekudos.nl Delen op del.icio.us

Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.

Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

  •  
Profielfoto Kees van Kortenhof

Kees van Kortenhof

Woonplaats: Amsterdam
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Groepen

Favorieten van Kees van Kortenhof

Harry Mulisch: Je hoeft er niet geweest te zijn’

fotoIn De ontdekking van de Hemel(1992) gaan Max Delius en Onno Quist naar Cuba zoals Mulisch zelf in 1967 Cuba bezocht. Vandaar dat zijn Cubaanse verleden ook nu nog aan de schrijver kleeft. Mulisch in een interview: ‘In het algemeen geldt dat je in een rechts fascistisch land niet geweest hoeft te zijn om te kunnen zeggen hoe het er is, terwijl je in een links kommunistisch land geweest moet zijn om te kunnen zeggen hoe het er is.’ (De tekening is van Joost Veerkamp )

Miriam Makeba:‘Castro is een van mijn sterren’

fotoDe Zuid Afrikaanse zangeres Miriam Makeba zei in 2005 tijdens een bezoek aan Havana: ‘Ik had het geluk dat hij een van mijn concerten in 1972 bijwoonde, toen ik Cuba voor de eerste maal bezocht. Ik zong voor president Fidel Castro (…) hij is een van mijn sterren.’

Areil Hidalgo: 'Ik was socialist'

fotoAriel Hidalgo, universitair docent werd in 1980 gearresteerd toen men een manuscript van hem in beslag nam met de titel Cuba, de marxistische Staat en de nieuwe Klasse. Hij werd veroordeeld wegen ‘vijandige propaganda’en zat korte tijd in het Psychiatrisch Ziekenhuis van Havana opgesloten tussen zieken, geestelijke gestoorden en zware criminelen. ‘Ik was socialist. Ik geloofde – en ik geloof - in de oorspronkelijke doelen van de revolutie. Waar ik niet meer geloof is in het leiderschap van de revolutie.’(…) ‘Veel gevangenen zaten om veel onschuldiger dingen in de cel. Er zat een marineofficier Francisco Benites Ferrer bij mij in de cel omdat hij deze uitspraak van José Martí op een muur gekalkt had: ‘Iedere keer als een mens wordt beperkt in zijn recht om vrij te denken, lijkt het alsof een van mijn kinderen wordt gedood’.

Televisie interview Fidel Castro, 2 april 1959

foto'Een katholiek vervolgen omdat hij katholiek is, een protestant vervolgen omdat hij protestant is, een vrijmetselaar vervolgen omdat hij vrijmetselaar is, de rotary vervolgen omdat iemand lid van rotary is, La Marina (een groot Cubaans ochtendblad) vervolgen omdat het een rechtse krantis, iemand vervolgen omdat hij links is, een ander omdat hij radicaal ter linker of ter rechterzijde is, dat kan ik me niet voorstellen en dat zal de Revolutie nooit doen...... Wij doen wat democratisch is; alle ideeen respecteren. Als iemand begint met de sluiting van een krant, kan geen krant zich meer veilig voelen. Als men een mens vervolgt vanwege zijn politieke opvattingen, kan niemand zich meer veilig voelen.'

Jean Paul Sarte en de directe democratie in Cuba

fotoDe Franse filosoof en schrijver Sartre bezocht Cuba in 1960 en was verrukt van de zogeheten ‘directe democratie’ die Fidel en Che Guevara daar praktiseerden tijdens bijeenkomsten met tienduizenden Cubanen. Carlos Franqui, toen nog eindredacteur van het blad Revolución probeerde Sartre uit te leggen dat ‘hier sprake was van een voorbijgaand fenomeen dat volledig afhankelijk was van Fidel Castro, dat geen enkele organische of structurele basis ‘bezat maar puur revolutionair theater was, dat in de dagelijks praktijk niet functioneerde.’

Jacobo Machover: 'In naam van het anti-amerikanisme'

foto'In naam van het anti-amerikanisme hebben velen een van de langst- durende dictaturen gesteund.Die mensen zullen zich straks moeten verantwoorden; Ignacio Ramonet, hoofdredacteur van Le Monde Diplomatique, Gerard Depardieu, Daniele Mitterand en Christian Poncelet, de voorzitter van de Franse senaat. Ik heb ze nog nooit de repressie horen veroordelen die de tegenstanders van Fidel heeft getroffen.' De Cubaanse schrijver Jacobo Machover vorig jaar in L'Expresse

Laatste reacties

persona

1969: Renate Rubinstein over 10 jaar Cubaanse revolutie (1)
petrus: Beste Kees, Ik ben er laat mee maar dit is een …

persona

1989: De 30-jarige Cubaanse revolutie in Nederland
vincent: elke poging op een betere wereld is de moeite waard.Kom …

persona

1989: De 30-jarige Cubaanse revolutie in Nederland
vincent: elke poging op een betere wereld is de moeite waard.Kom …

persona

1969: Renate Rubinstein over 10 jaar Cubaanse revolutie (2)
Geoffrey: Het hele "contrarevolutionair" label wat ze aan allerlei belachelijke zaken …

persona

1969: Renate Rubinstein over 10 jaar Cubaanse revolutie (3)
martin: Vrouwen op Cuba? Ik heb een banner gemaakt voor 8 …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Kees van Kortenhof, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2009
2008
2006
2005

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •