Cuba
Mensenrechten

Tromp verwijst in zijn column eerst naar een televisieserie
A Very Britisch Coup die in 1989 ook door de Nederlandse
televisie werd uitgezonden. De serie vertelt hoe een linkse zeloot
in Groot Britannie voor Labour Party de verkiezing wint met
‘het soort programma dat in de afgelopen tien jaar juist tot
de verschrikkelijkste nederlagen uit de geschiedenis van de partij
heeft geleid.' De nieuwe Labourregering krijgt geen geld van de VS
of het IMF maar vindt een andere geldschieter bereid namelijk de
Staatsbank van Moskou.
Tromp: Dat is in het tijdperk Gorbatsjov even plausibel als een firma die zand naar de Sahara exporteert. De ongeloofwaardigheid van dit scenario is een van de vele gevolgen van het einde van het communisme als mythe, de mythe van de Andere Samenleving.' Vervolgens gaat Tromp in op de mythe die gestalte kreeg in de Cubaanse revolutie.

Daar zou niet alleen een Andere Samenleving worden opgebouwd, maar in dat proces zou ook een Nieuwe Mens worden geschapen. De dertigste verjaardag van die revolutie, althans van de machtsovername, is deze maand met opmerkelijk weinig geestdrift in en buiten Cuba gevierd. Als het gedaan is met de mythe van het communisme, dan ook met het grote meelopen: de 'fellow traveller' is een historische categorie geworden, waarvan de laatste exemplaren zorgzaam in bejaardentehuizen worden bewaard. Van de vele necrologieën die de laatste tijd aan het overlijden van de fellow traveller en zijn mythe verschijnen, stond de modderigste afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad. Onder de kop Bewondering voor Castro paste in tijdgeest liet redactrice Elsbeth Etty haar licht schijnen over het vergaan van het revolutionaire enthousiasme voor Castro's Cuba onder westerse kunstenaars en intellectuelen.
Wij moeten eerste begrijpen dat die geestdrift niet voortkwam uit bewondering voor het 'gewone', Oost-Europese communisme. Haar getuige-deskundige is Harry Mulisch (in 1968: 'Wat Fidel doet is geen communisme; het is communisme-con-cha-cha-cha'). In de tweede plaats 'was het de Nederlandse Castro bewonderaars immers óók en misschien wel vooral te doen om de verstarde verhoudingen in eigen land'. Dertig jaar later valt er volgens de schrijfster niets te vieren, maar wat nu zeker niet van haar mag gebeuren is de voormalige meelopers hun meelopen nadragen. Of, zoals Elsbeth Etty dat stelt in een proza dat ik niet uit mijn pen zou kunnen krijgen: 'Cuba beleeft de 'herfst van de patriarch,' maar daarmee is het gelijk - achteraf van Nederlandse patriarchen (? - BT) nog geen vast gegeven. Het is eerder misplaatst triomfalisme dat het vastlopen van de Cubaanse revolutie nadraagt aan een avant-garde wier hoofdzonde uit weerspannigheid en geestdrift bestond.'

Het kenmerkende van de opeenvolgende generaties meelopers is dat zij altijd een andere heilstaat uitvonden dan de vorige. Cuba kwam aan de beurt toen de Sovjet-Unie en daarna de Oost-Europese volksdemocratieën hadden afgedaan; op zijn beurt werd na 1970 Cuba weer 'gewoon' communistisch; de mythe was inmiddels van toepassing verklaard op de Culturele Revolutie in China. De onderliggende gelijksoortigheid van deze totalitaire regimes werd ontkend, genegeerd, niet gezien of onttrokken door sigarenrook of volksdansen. Dit gebrek aan kritische zin moet volgens de gedachte van Elsbeth Etty niet alleen verklaard worden uit de 'tijdgeest'; het is daarmee blijkbaar ook goedgepraat en verontschuldigd. Dit is een redenering die in de necrologieën van het meelopen wel meer wordt gehoord.
Over Nederlands meest monumentale meeloper (met Stalin en Mao en Ho, maar toen dat uitkwam ook met Tsjang Kai-Sjek), Joris Ivens, lees ik dat bijvoorbeeld ook steeds weer. Aan de ene kant wordt hij bejubeld om zijn 'revolutionaire engagement', (ook al heeft dat voornamelijk geresulteerd in dood saaie propagandafilms die geen mens uit vrije wil uit zal zien) aan de andere kant mag je niks zeggen over de inhoud van dat engagement: de kritiekloze bewondering voor achtereenvolgende massamoordenaars. Dat moet allemaal begrepen worden uit de tijdgeest, makker!
Er zit iets arrogants in dit begrip voor het meelopen. De fellow travellers van toen hebben het recht beoordeeld te worden op hun politieke keuze van eertijds, ook al is die fout geweest. Een politieke beoordeling - die in aanmerking neemt dat er altijd kritische kunstenaars en intellectuelen zijn geweest die niet zwichtten voor de tijdgeest - kan niet verstikt worden in een modderige brei van 'begrip'.
Bron: Het Parool van 11 januari 1989.
Tromp: Dat is in het tijdperk Gorbatsjov even plausibel als een firma die zand naar de Sahara exporteert. De ongeloofwaardigheid van dit scenario is een van de vele gevolgen van het einde van het communisme als mythe, de mythe van de Andere Samenleving.' Vervolgens gaat Tromp in op de mythe die gestalte kreeg in de Cubaanse revolutie.

Daar zou niet alleen een Andere Samenleving worden opgebouwd, maar in dat proces zou ook een Nieuwe Mens worden geschapen. De dertigste verjaardag van die revolutie, althans van de machtsovername, is deze maand met opmerkelijk weinig geestdrift in en buiten Cuba gevierd. Als het gedaan is met de mythe van het communisme, dan ook met het grote meelopen: de 'fellow traveller' is een historische categorie geworden, waarvan de laatste exemplaren zorgzaam in bejaardentehuizen worden bewaard. Van de vele necrologieën die de laatste tijd aan het overlijden van de fellow traveller en zijn mythe verschijnen, stond de modderigste afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad. Onder de kop Bewondering voor Castro paste in tijdgeest liet redactrice Elsbeth Etty haar licht schijnen over het vergaan van het revolutionaire enthousiasme voor Castro's Cuba onder westerse kunstenaars en intellectuelen.
Wij moeten eerste begrijpen dat die geestdrift niet voortkwam uit bewondering voor het 'gewone', Oost-Europese communisme. Haar getuige-deskundige is Harry Mulisch (in 1968: 'Wat Fidel doet is geen communisme; het is communisme-con-cha-cha-cha'). In de tweede plaats 'was het de Nederlandse Castro bewonderaars immers óók en misschien wel vooral te doen om de verstarde verhoudingen in eigen land'. Dertig jaar later valt er volgens de schrijfster niets te vieren, maar wat nu zeker niet van haar mag gebeuren is de voormalige meelopers hun meelopen nadragen. Of, zoals Elsbeth Etty dat stelt in een proza dat ik niet uit mijn pen zou kunnen krijgen: 'Cuba beleeft de 'herfst van de patriarch,' maar daarmee is het gelijk - achteraf van Nederlandse patriarchen (? - BT) nog geen vast gegeven. Het is eerder misplaatst triomfalisme dat het vastlopen van de Cubaanse revolutie nadraagt aan een avant-garde wier hoofdzonde uit weerspannigheid en geestdrift bestond.'

Het kenmerkende van de opeenvolgende generaties meelopers is dat zij altijd een andere heilstaat uitvonden dan de vorige. Cuba kwam aan de beurt toen de Sovjet-Unie en daarna de Oost-Europese volksdemocratieën hadden afgedaan; op zijn beurt werd na 1970 Cuba weer 'gewoon' communistisch; de mythe was inmiddels van toepassing verklaard op de Culturele Revolutie in China. De onderliggende gelijksoortigheid van deze totalitaire regimes werd ontkend, genegeerd, niet gezien of onttrokken door sigarenrook of volksdansen. Dit gebrek aan kritische zin moet volgens de gedachte van Elsbeth Etty niet alleen verklaard worden uit de 'tijdgeest'; het is daarmee blijkbaar ook goedgepraat en verontschuldigd. Dit is een redenering die in de necrologieën van het meelopen wel meer wordt gehoord.
Over Nederlands meest monumentale meeloper (met Stalin en Mao en Ho, maar toen dat uitkwam ook met Tsjang Kai-Sjek), Joris Ivens, lees ik dat bijvoorbeeld ook steeds weer. Aan de ene kant wordt hij bejubeld om zijn 'revolutionaire engagement', (ook al heeft dat voornamelijk geresulteerd in dood saaie propagandafilms die geen mens uit vrije wil uit zal zien) aan de andere kant mag je niks zeggen over de inhoud van dat engagement: de kritiekloze bewondering voor achtereenvolgende massamoordenaars. Dat moet allemaal begrepen worden uit de tijdgeest, makker!
Er zit iets arrogants in dit begrip voor het meelopen. De fellow travellers van toen hebben het recht beoordeeld te worden op hun politieke keuze van eertijds, ook al is die fout geweest. Een politieke beoordeling - die in aanmerking neemt dat er altijd kritische kunstenaars en intellectuelen zijn geweest die niet zwichtten voor de tijdgeest - kan niet verstikt worden in een modderige brei van 'begrip'.
Bron: Het Parool van 11 januari 1989.

In De
ontdekking van de Hemel(1992) gaan Max Delius en Onno Quist
naar Cuba zoals Mulisch zelf in 1967 Cuba bezocht. Vandaar dat zijn
Cubaanse verleden ook nu nog aan de schrijver kleeft. Mulisch in
een interview: ‘In het algemeen geldt dat je in een rechts
fascistisch land niet geweest hoeft te zijn om te kunnen zeggen hoe
het er is, terwijl je in een links kommunistisch land geweest moet
zijn om te kunnen zeggen hoe het er is.’ (De tekening is
van Joost Veerkamp )
De Zuid
Afrikaanse zangeres Miriam Makeba zei in 2005 tijdens een bezoek
aan Havana: ‘Ik had het geluk dat hij een van mijn
concerten in 1972 bijwoonde, toen ik Cuba voor de eerste maal
bezocht. Ik zong voor president Fidel Castro (…) hij is een
van mijn sterren.’
Ariel
Hidalgo, universitair docent werd in 1980 gearresteerd toen men een
manuscript van hem in beslag nam met de titel Cuba, de marxistische
Staat en de nieuwe Klasse. Hij werd veroordeeld wegen
‘vijandige propaganda’en zat korte tijd in het
Psychiatrisch Ziekenhuis van Havana opgesloten tussen zieken,
geestelijke gestoorden en zware criminelen. ‘Ik was
socialist. Ik geloofde – en ik geloof - in de oorspronkelijke
doelen van de revolutie. Waar ik niet meer geloof is in het
leiderschap van de revolutie.’(…) ‘Veel
gevangenen zaten om veel onschuldiger dingen in de cel. Er zat een
marineofficier Francisco Benites Ferrer bij mij in de cel omdat hij
deze uitspraak van José Martí op een muur gekalkt had:
‘Iedere keer als een mens wordt beperkt in zijn recht om vrij
te denken, lijkt het alsof een van mijn kinderen wordt
gedood’.
'Een
katholiek vervolgen omdat hij katholiek is, een protestant
vervolgen omdat hij protestant is, een vrijmetselaar vervolgen
omdat hij vrijmetselaar is, de rotary vervolgen omdat iemand lid
van rotary is, La Marina (een groot Cubaans ochtendblad) vervolgen
omdat het een rechtse krantis, iemand vervolgen omdat hij links is,
een ander omdat hij radicaal ter linker of ter rechterzijde is, dat
kan ik me niet voorstellen en dat zal de Revolutie nooit doen......
Wij doen wat democratisch is; alle ideeen respecteren. Als iemand
begint met de sluiting van een krant, kan geen krant zich meer
veilig voelen. Als men een mens vervolgt vanwege zijn politieke
opvattingen, kan niemand zich meer veilig voelen.'
De Franse
filosoof en schrijver Sartre bezocht Cuba in 1960 en was verrukt
van de zogeheten ‘directe democratie’ die Fidel en Che
Guevara daar praktiseerden tijdens bijeenkomsten met tienduizenden
Cubanen. Carlos Franqui, toen nog eindredacteur van het blad
Revolución probeerde Sartre uit te leggen dat ‘hier sprake
was van een voorbijgaand fenomeen dat volledig afhankelijk was van
Fidel Castro, dat geen enkele organische of structurele basis
‘bezat maar puur revolutionair theater was, dat in de
dagelijks praktijk niet functioneerde.’
'In naam
van het anti-amerikanisme hebben velen een van de langst- durende
dictaturen gesteund.Die mensen zullen zich straks moeten
verantwoorden; Ignacio Ramonet, hoofdredacteur van Le Monde
Diplomatique, Gerard Depardieu, Daniele Mitterand en Christian
Poncelet, de voorzitter van de Franse senaat. Ik heb ze nog nooit
de repressie horen veroordelen die de tegenstanders van Fidel heeft
getroffen.' De Cubaanse schrijver Jacobo Machover vorig
jaar in L'Expresse



Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).