Cuba
Mensenrechten

1989: De 30-jarige Cubaanse revolutie in Nederland
zondag 19 oktober 2008 15:00 door Kees van Kortenhof
In 1989 bestond de Cubaanse revolutie dertig jaar. Op
de eerste dag van dat jaar viert Castro het feest van de
revolutie met de leus ‘marxisme of dood'. Hij onderstreept
dat ‘het Cubaanse volk altijd trouw zal blijven aan de
principes van het socialisme. Van het marxisme leninisme, van het
internationalisme.' In juli van dat jaar worden vier hoge
legerofficieren geëxecuteerd vanwege betrokkenheid bij drugshandel;
onder hen bevond zich de populaire legercommandant Arnaldo
Ochoa.
De laatste woorden van Ochoa luidde: ‘Ik haat mijzelf, heb geen reden om te leven. Als ik word veroordeeld tot het vuurpeloton zal mijn laatste gedachte uitgaan naar Fidel.' Naar aanleiding van de affaire Ochoa zegt Cuba's tweede man, Raúl op 21 juni dat Cubanen die de ontwikkelingen in de Sovjet Unie en Polen bewonderen, daar maar moeten gaan wonen.'
Een maand later wordt de voormalige minister van Binnenlandse Zaken, generaal Abrantes Fernandez tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege betrokkenheid bij hetzelfde schandaal. Het zou de grootste zuiveringsoperatie in de geschiedenis van de revolutie in Cuba worden.

1989 is ook het jaar waarin Sovjet leider Michail Gorbatsjov de Cubaanse El Lider Maximo bezoekt. Binnenskamers wordt Castro duidelijk gemaakt dat er spoedig een einde zal komen aan de subsidie uit het Oostblok, per dag zo'n 800.000 dollar groot. Samuel Lara, dissident, wordt tijdens het bezoek van Gorbatsjov gearresteerd omdat hij voor het gebouw van de Russische ambassade een demonstratie houdt.
In Manifest (NCPN) interviewt Remco van Broekhoven in april 1989 de Amsterdamse havenarbeider Simon Schilp, die dan voorzitter is van de vriendschapsvereniging Venceremos.
Schilp: ‘Cuba was een openbaring. Het is niet zo dat die Cubanen gelijk hebben door die zon, door dat vrolijke en dat lichte. Daar gaat het niet om, dat komt er alleen nog maar bij. Maar het was de openheid, het ontbreken van bureaucratie, het overal naar binnen kunnen lopen. Er waren natuurlijk wel voorschriften, maar als het uitkwam voor de goede gang van zaken werd daarmee gewoon de hand gelicht. En dat was in de Sovjet Unie onmogelijk.' In Amsterdam organiseert Venceremos een feest ter gelegenheid van de verjaardag van de revolutie; er komen ruim duizend mensen. Het is de laatste keer dat er in Nederland een feestelijke manifestatie wordt georganiseerd als steun voor Fidel Castro en de Cubaanse revolutie, waar zoveel mensen komen.
[L]
Na een bezoek aan Cuba in juli 1989 besluiten Kees van Kortenhof en Annelies Lemmers tot de oprichting van de stichting Glasnost in Cuba opgericht. Formeel werd de stichting op 18 april 1990 opgericht. In de statuten wordt het doel van de stichting Glasnost in Cuba als volgt omschreven: ‘Het doel van de stichting is het steunen van initiatieven gericht op pluriformiteit en democratisering, die leiden tot volledig respect voor de fundamentele mensenrechten in de Cubaanse samenleving.'
Al snel reageert de Cubaanse ambassade in Den Haag nadat de oprichters van Glasnost in Cuba ontvangen waren door de leden van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken. Kort daarna ontvangen al de leden van die commissie een brief van de Cubaanse ambassadeur waarin hij vaststelt dat de oprichters van Glasnost in Cuba hun oor lenen aan ‘contrarevolutionaire opvattingen met het doel buitenlandse campagnes te steunen; campagnes die een bijdrage zijn aan de propagandistische agressie van het Noord Amerikaanse imperialisme tegenover ons land.' De ambassadeur eindigt zijn schrijven met de opmerking dat ‘het bestaan van de stichting Glasnost ons niet verontrust.'
Op de dag van de viering van de dertigste verjaardag van de revolutie op 1 januari 1989, ontvangt Fidel Castro een brief ondertekend door intellectuelen, schrijvers, en artiesten uit de hele wereld, nu niet pro Cubaans, maar anti Cubaans. De briefschrijvers stellen aan Fidel Castro de eis een volksraadpleging uit te schrijven waarbij het volk zich zou kunnen uitspreken over de wenselijkheid van het aanblijven van de president. En ja of nee voor Castro dus: net zoals het Chileense volk zich in 1988 voor of tegen Pinochet had kunnen uitspreken.
In Nederland ontspon zich in januari 1989 een discussie naar aanleiding van een artikel dat Elsbeth Etty publiceerde in de NRC. Zij verdedigde de pro-Castro aanhangers van dertig jaar terug en probeerde uit te leggen dat het niet zozeer de sympathie voor de politiek van Fidel Castro was als wel de behoefte zich af te zetten tegen de ‘sfeer van Luns-met-spruitjes' in eigen land, die hen maakte tot Cuba aanhangers.
Er volgden o.a. reacties van Bart Tromp (Meelopen met de Tijdgeest), J. L. Heldring (Hoofdzonde van de avant-garde), Kees van Kortenhof (Verblinde intellectuelen likten de hielen van Fidel Castro), Renate Rubinstein (Getuigenis van Sjostakovitsj) en Peter Schat (De eentoonsstaat). Die teksten zijn hier afgedrukt.
De laatste woorden van Ochoa luidde: ‘Ik haat mijzelf, heb geen reden om te leven. Als ik word veroordeeld tot het vuurpeloton zal mijn laatste gedachte uitgaan naar Fidel.' Naar aanleiding van de affaire Ochoa zegt Cuba's tweede man, Raúl op 21 juni dat Cubanen die de ontwikkelingen in de Sovjet Unie en Polen bewonderen, daar maar moeten gaan wonen.'
Een maand later wordt de voormalige minister van Binnenlandse Zaken, generaal Abrantes Fernandez tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege betrokkenheid bij hetzelfde schandaal. Het zou de grootste zuiveringsoperatie in de geschiedenis van de revolutie in Cuba worden.

1989 is ook het jaar waarin Sovjet leider Michail Gorbatsjov de Cubaanse El Lider Maximo bezoekt. Binnenskamers wordt Castro duidelijk gemaakt dat er spoedig een einde zal komen aan de subsidie uit het Oostblok, per dag zo'n 800.000 dollar groot. Samuel Lara, dissident, wordt tijdens het bezoek van Gorbatsjov gearresteerd omdat hij voor het gebouw van de Russische ambassade een demonstratie houdt.
In Manifest (NCPN) interviewt Remco van Broekhoven in april 1989 de Amsterdamse havenarbeider Simon Schilp, die dan voorzitter is van de vriendschapsvereniging Venceremos.
Schilp: ‘Cuba was een openbaring. Het is niet zo dat die Cubanen gelijk hebben door die zon, door dat vrolijke en dat lichte. Daar gaat het niet om, dat komt er alleen nog maar bij. Maar het was de openheid, het ontbreken van bureaucratie, het overal naar binnen kunnen lopen. Er waren natuurlijk wel voorschriften, maar als het uitkwam voor de goede gang van zaken werd daarmee gewoon de hand gelicht. En dat was in de Sovjet Unie onmogelijk.' In Amsterdam organiseert Venceremos een feest ter gelegenheid van de verjaardag van de revolutie; er komen ruim duizend mensen. Het is de laatste keer dat er in Nederland een feestelijke manifestatie wordt georganiseerd als steun voor Fidel Castro en de Cubaanse revolutie, waar zoveel mensen komen.
[L]
Na een bezoek aan Cuba in juli 1989 besluiten Kees van Kortenhof en Annelies Lemmers tot de oprichting van de stichting Glasnost in Cuba opgericht. Formeel werd de stichting op 18 april 1990 opgericht. In de statuten wordt het doel van de stichting Glasnost in Cuba als volgt omschreven: ‘Het doel van de stichting is het steunen van initiatieven gericht op pluriformiteit en democratisering, die leiden tot volledig respect voor de fundamentele mensenrechten in de Cubaanse samenleving.'
Al snel reageert de Cubaanse ambassade in Den Haag nadat de oprichters van Glasnost in Cuba ontvangen waren door de leden van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken. Kort daarna ontvangen al de leden van die commissie een brief van de Cubaanse ambassadeur waarin hij vaststelt dat de oprichters van Glasnost in Cuba hun oor lenen aan ‘contrarevolutionaire opvattingen met het doel buitenlandse campagnes te steunen; campagnes die een bijdrage zijn aan de propagandistische agressie van het Noord Amerikaanse imperialisme tegenover ons land.' De ambassadeur eindigt zijn schrijven met de opmerking dat ‘het bestaan van de stichting Glasnost ons niet verontrust.'
Op de dag van de viering van de dertigste verjaardag van de revolutie op 1 januari 1989, ontvangt Fidel Castro een brief ondertekend door intellectuelen, schrijvers, en artiesten uit de hele wereld, nu niet pro Cubaans, maar anti Cubaans. De briefschrijvers stellen aan Fidel Castro de eis een volksraadpleging uit te schrijven waarbij het volk zich zou kunnen uitspreken over de wenselijkheid van het aanblijven van de president. En ja of nee voor Castro dus: net zoals het Chileense volk zich in 1988 voor of tegen Pinochet had kunnen uitspreken.
In Nederland ontspon zich in januari 1989 een discussie naar aanleiding van een artikel dat Elsbeth Etty publiceerde in de NRC. Zij verdedigde de pro-Castro aanhangers van dertig jaar terug en probeerde uit te leggen dat het niet zozeer de sympathie voor de politiek van Fidel Castro was als wel de behoefte zich af te zetten tegen de ‘sfeer van Luns-met-spruitjes' in eigen land, die hen maakte tot Cuba aanhangers.
Er volgden o.a. reacties van Bart Tromp (Meelopen met de Tijdgeest), J. L. Heldring (Hoofdzonde van de avant-garde), Kees van Kortenhof (Verblinde intellectuelen likten de hielen van Fidel Castro), Renate Rubinstein (Getuigenis van Sjostakovitsj) en Peter Schat (De eentoonsstaat). Die teksten zijn hier afgedrukt.
Dit leest alsof je het van elders hebt overgenomen. Een
bronvermelding is dan wel op zijn plaats.
Kees van Kortenhof 19-10-2008 18:20
Zoals je kunt lezen, zijn onder elk artikel de bron, de auteur en
de datum van plaatsing gemeld. Ik begrijp de kritiek dan ook
niet. Het inleidende artikel is gebaseerd op een honderderdtal
krantenknipsels uit 1989.
Kees van Kortenhof
Kees van Kortenhof
@Kees
Het zal aan mij liggen, maar ik kan er niet uithalen welke tekst of teksten je hebt gebruikt en waar ik die kan vinden.
Het zal aan mij liggen, maar ik kan er niet uithalen welke tekst of teksten je hebt gebruikt en waar ik die kan vinden.
anoniem
19-10-2008 19:34
Zie de artikelen onder dit inleidende verhaal. De namen van de
auteurs (Tamar, Heldring, Tromp, van Kortenhof, Schat, etc) staan
zelfs in de kop van de vijf verhalen. Prominenter kant niet,
lijkt mij.
anoniem
19-10-2008 23:19
Het lijkt me tijdverlies om deze discussie over de vorm voort te
zetten. Bovendien schrijf ik liever over de inhoud van het
gebodene.
Kijk nog eens bij:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Wikipedia:Bronvermelding
Alle vijf artikelen hier geplaatst voldoen aan de criteria.
Met groet,
Kees van Kortenhof
Kijk nog eens bij:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Wikipedia:Bronvermelding
Alle vijf artikelen hier geplaatst voldoen aan de criteria.
Met groet,
Kees van Kortenhof
vincent
08-03-2009 00:28
elke poging op een betere wereld is de moeite waard.Kom een keer
eten in de paladar in veldhoven en steun onze medische hulp aan
cuba.
een leeg hart is toch noch in cuba te vullen, misschien is een psychologische benadering van deeze problematiek, zo complex, op zijn plaats.
een leeg hart is toch noch in cuba te vullen, misschien is een psychologische benadering van deeze problematiek, zo complex, op zijn plaats.
vincent
08-03-2009 00:28
elke poging op een betere wereld is de moeite waard.Kom een keer
eten in de paladar in veldhoven en steun onze medische hulp aan
cuba.
een leeg hart is toch noch in cuba te vullen, misschien is een psychologische benadering van deeze problematiek, zo complex, op zijn plaats.
een leeg hart is toch noch in cuba te vullen, misschien is een psychologische benadering van deeze problematiek, zo complex, op zijn plaats.
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

In De
ontdekking van de Hemel(1992) gaan Max Delius en Onno Quist
naar Cuba zoals Mulisch zelf in 1967 Cuba bezocht. Vandaar dat zijn
Cubaanse verleden ook nu nog aan de schrijver kleeft. Mulisch in
een interview: ‘In het algemeen geldt dat je in een rechts
fascistisch land niet geweest hoeft te zijn om te kunnen zeggen hoe
het er is, terwijl je in een links kommunistisch land geweest moet
zijn om te kunnen zeggen hoe het er is.’ (De tekening is
van Joost Veerkamp )
De Zuid
Afrikaanse zangeres Miriam Makeba zei in 2005 tijdens een bezoek
aan Havana: ‘Ik had het geluk dat hij een van mijn
concerten in 1972 bijwoonde, toen ik Cuba voor de eerste maal
bezocht. Ik zong voor president Fidel Castro (…) hij is een
van mijn sterren.’
Ariel
Hidalgo, universitair docent werd in 1980 gearresteerd toen men een
manuscript van hem in beslag nam met de titel Cuba, de marxistische
Staat en de nieuwe Klasse. Hij werd veroordeeld wegen
‘vijandige propaganda’en zat korte tijd in het
Psychiatrisch Ziekenhuis van Havana opgesloten tussen zieken,
geestelijke gestoorden en zware criminelen. ‘Ik was
socialist. Ik geloofde – en ik geloof - in de oorspronkelijke
doelen van de revolutie. Waar ik niet meer geloof is in het
leiderschap van de revolutie.’(…) ‘Veel
gevangenen zaten om veel onschuldiger dingen in de cel. Er zat een
marineofficier Francisco Benites Ferrer bij mij in de cel omdat hij
deze uitspraak van José Martí op een muur gekalkt had:
‘Iedere keer als een mens wordt beperkt in zijn recht om vrij
te denken, lijkt het alsof een van mijn kinderen wordt
gedood’.
'Een
katholiek vervolgen omdat hij katholiek is, een protestant
vervolgen omdat hij protestant is, een vrijmetselaar vervolgen
omdat hij vrijmetselaar is, de rotary vervolgen omdat iemand lid
van rotary is, La Marina (een groot Cubaans ochtendblad) vervolgen
omdat het een rechtse krantis, iemand vervolgen omdat hij links is,
een ander omdat hij radicaal ter linker of ter rechterzijde is, dat
kan ik me niet voorstellen en dat zal de Revolutie nooit doen......
Wij doen wat democratisch is; alle ideeen respecteren. Als iemand
begint met de sluiting van een krant, kan geen krant zich meer
veilig voelen. Als men een mens vervolgt vanwege zijn politieke
opvattingen, kan niemand zich meer veilig voelen.'
De Franse
filosoof en schrijver Sartre bezocht Cuba in 1960 en was verrukt
van de zogeheten ‘directe democratie’ die Fidel en Che
Guevara daar praktiseerden tijdens bijeenkomsten met tienduizenden
Cubanen. Carlos Franqui, toen nog eindredacteur van het blad
Revolución probeerde Sartre uit te leggen dat ‘hier sprake
was van een voorbijgaand fenomeen dat volledig afhankelijk was van
Fidel Castro, dat geen enkele organische of structurele basis
‘bezat maar puur revolutionair theater was, dat in de
dagelijks praktijk niet functioneerde.’
'In naam
van het anti-amerikanisme hebben velen een van de langst- durende
dictaturen gesteund.Die mensen zullen zich straks moeten
verantwoorden; Ignacio Ramonet, hoofdredacteur van Le Monde
Diplomatique, Gerard Depardieu, Daniele Mitterand en Christian
Poncelet, de voorzitter van de Franse senaat. Ik heb ze nog nooit
de repressie horen veroordelen die de tegenstanders van Fidel heeft
getroffen.' De Cubaanse schrijver Jacobo Machover vorig
jaar in L'Expresse

