Evelien Tonkens

Een bekrompen, provinciaal, xenofoob en nationalistisch land zijn
we geworden. We zijn de doodlopende straat van nationale canons,
terrorismepaniek en racisme in geslagen, die alleen in malaise kan
eindigen. We moeten acuut op onze schreden terugkeren. Terug naar
een open cultuur. De meerderheidscultuur niet langer opleggen aan
nieuwkomers, en leren omgaan met meningsverschillen. Erkennen dat
mensen op meer plaatsen thuis kunnen zijn. Ophouden met economisch
nationalisme, koopkrachtgaranties en herverdeling van inkomens, en
werk maken van kansengelijkheid en competitie. Aldus het gister
verschenen boek Het bange Nederland van wetenschappers Ewald
Engelen, Ido de Haan en Jan Willem Duyvendak – niet te
verwarrren met Wijnand, de ex-politicus.
Het volk is niet bang maar wordt bang gemaakt door de elite, betogen ze. Mensen als Scheffer, Marijnissen, Verdonk en Wilders praten ons angst aan voor etnische minderheden, terrorisme en globalisering. In de hoop daarmee hun eigen positie als culturele voorhoede te herstellen. Ze zoeken een nieuwe roeping in ‘een agressieve identificatie met de nationale identiteit en hardhandige assimilatie van nieuwkomers en andersdenkenden’ (p.86). Een verwijt dat je de verkeerde motieven hebt, valt echter nooit te weerleggen. Scheffer en Marijnissen kunnen onmogelijk bewijzen dat zij oprecht bezorgd zijn. De enige zinnige discussie betreft hun argumenten en voorstellen. Helaas gaan de auteurs weinig direct met hun tegenstanders in discussie. Ze fulmineren tegen identificatieplicht, nationale canons en inkomensgelijkheid, maar wat is daar precies mis mee? Alles hangt af van hoe zulke maatregelen worden ingezet. Fout is identificatieplicht als excuus om Marokkaanse Nederlanders voortdurend aan te houden. Maar als spaarzaam te hanteren middel in de strijd tegen voetbalhooligans of terrorisme is identificatieplicht nuttig. En een nationale canon kan een hulpmiddel zijn om de algemene historische kennis op te vijzelen. Zolang deze maar niet als laatste waarheid over de geschiedenis wordt geponeerd en migranten niet uitsluit maar erbij betrekt.
Wie stelt dat Nederland bang is, is toch niet meteen aan het stoken in een gelukkige natie? Angst komt en gaat in golven, aldus Peter Giesen in Land van Lafaards (2007). We zijn nu relatief bang, doordat succesvolle bezweringsformules van de afgelopen decennia -verzuiling, verzorgingsstaat en multiculturaliteit -zijn uitgewerkt. We hebben nieuwe bezweringsformules nodig. Maar of de open samenleving een geschikte kandidaat is? Een open samenleving heeft aantrekkelijke maar ook bedreigende kanten: zijn we goed genoeg om te blijven concurreren met de Polen? Hoe kunnen we elkaar nog aanspreken als taal en tradities sterk verschillen?
Onbehagen en angst zijn dus reëel. En anders dan de auteurs veronderstellen, hebben ze niet alleen betrekking op migratie en globalisering. Ook op toenemende competitie, de olie die opraakt, de verstoring van klimaat en milieu, en op verdwalen in de bureaucratie. De blije boodschap voor de open economie en tegen overheidsbemoeienis maakt pijnlijk duidelijk dat het boek net voor de crisis ter perse ging. De blije toon over de open, multiculturele samenleving doen denken aan de tijd dat we multiculturaliteit een groot, vrolijk feest moesten vinden. Tegenwoordig wordt alom erkend dat dit weinig recht doet aan reële wrijvingen en onbegrip tussen etnische groepen in buurt, school en werk. We hoeven niet dolblij te zijn met de multiculturele samenleving; we moeten haar wel accepteren. De moeilijke kanten erkennen en daarmee leren omgaan en openstaan voor onvermoede positieve kanten. Van een homoseksuele leraar die zijn identiteit op school geheim moet houden en niet meer veilig uit kan gaan, mag je toch geen eenduidige positieve gevoelens jegens de multiculturele samenleving verlangen? Het mag wezen dat die leraar in 1978 ook niet veilig over straat kon, maar wat heeft hij daar nu aan? Dergelijke pijnpunten erkennen zonder in racisme en nationalisme te vervallen: dat is de uitdaging van deze tijd.
Daar helpt dit boek minder bij dan andere publicaties van deze auteurs. Daarvoor is hun angst voor racisme hier te groot. Dat ze hun eigen angst serieus nemen valt wel te prijzen. Het heeft geleid tot een indringend en vlot geschreven schotschrift. In weerwil van de druk om nog slechts Engelstalige academische publicaties te vervaardigen, geven zij blijk van een ‘verantwoordelijkheid jegens de samenleving’ die elke wetenschapper plechtig opgedragen krijgt maar waar universiteiten nog maar bar weinig ruimte voor bieden.
Evelien Tonkens, De Volkskrant, 22 oktober 2008
Reageren? Vk.nl/opinie
Het volk is niet bang maar wordt bang gemaakt door de elite, betogen ze. Mensen als Scheffer, Marijnissen, Verdonk en Wilders praten ons angst aan voor etnische minderheden, terrorisme en globalisering. In de hoop daarmee hun eigen positie als culturele voorhoede te herstellen. Ze zoeken een nieuwe roeping in ‘een agressieve identificatie met de nationale identiteit en hardhandige assimilatie van nieuwkomers en andersdenkenden’ (p.86). Een verwijt dat je de verkeerde motieven hebt, valt echter nooit te weerleggen. Scheffer en Marijnissen kunnen onmogelijk bewijzen dat zij oprecht bezorgd zijn. De enige zinnige discussie betreft hun argumenten en voorstellen. Helaas gaan de auteurs weinig direct met hun tegenstanders in discussie. Ze fulmineren tegen identificatieplicht, nationale canons en inkomensgelijkheid, maar wat is daar precies mis mee? Alles hangt af van hoe zulke maatregelen worden ingezet. Fout is identificatieplicht als excuus om Marokkaanse Nederlanders voortdurend aan te houden. Maar als spaarzaam te hanteren middel in de strijd tegen voetbalhooligans of terrorisme is identificatieplicht nuttig. En een nationale canon kan een hulpmiddel zijn om de algemene historische kennis op te vijzelen. Zolang deze maar niet als laatste waarheid over de geschiedenis wordt geponeerd en migranten niet uitsluit maar erbij betrekt.
Wie stelt dat Nederland bang is, is toch niet meteen aan het stoken in een gelukkige natie? Angst komt en gaat in golven, aldus Peter Giesen in Land van Lafaards (2007). We zijn nu relatief bang, doordat succesvolle bezweringsformules van de afgelopen decennia -verzuiling, verzorgingsstaat en multiculturaliteit -zijn uitgewerkt. We hebben nieuwe bezweringsformules nodig. Maar of de open samenleving een geschikte kandidaat is? Een open samenleving heeft aantrekkelijke maar ook bedreigende kanten: zijn we goed genoeg om te blijven concurreren met de Polen? Hoe kunnen we elkaar nog aanspreken als taal en tradities sterk verschillen?
Onbehagen en angst zijn dus reëel. En anders dan de auteurs veronderstellen, hebben ze niet alleen betrekking op migratie en globalisering. Ook op toenemende competitie, de olie die opraakt, de verstoring van klimaat en milieu, en op verdwalen in de bureaucratie. De blije boodschap voor de open economie en tegen overheidsbemoeienis maakt pijnlijk duidelijk dat het boek net voor de crisis ter perse ging. De blije toon over de open, multiculturele samenleving doen denken aan de tijd dat we multiculturaliteit een groot, vrolijk feest moesten vinden. Tegenwoordig wordt alom erkend dat dit weinig recht doet aan reële wrijvingen en onbegrip tussen etnische groepen in buurt, school en werk. We hoeven niet dolblij te zijn met de multiculturele samenleving; we moeten haar wel accepteren. De moeilijke kanten erkennen en daarmee leren omgaan en openstaan voor onvermoede positieve kanten. Van een homoseksuele leraar die zijn identiteit op school geheim moet houden en niet meer veilig uit kan gaan, mag je toch geen eenduidige positieve gevoelens jegens de multiculturele samenleving verlangen? Het mag wezen dat die leraar in 1978 ook niet veilig over straat kon, maar wat heeft hij daar nu aan? Dergelijke pijnpunten erkennen zonder in racisme en nationalisme te vervallen: dat is de uitdaging van deze tijd.
Daar helpt dit boek minder bij dan andere publicaties van deze auteurs. Daarvoor is hun angst voor racisme hier te groot. Dat ze hun eigen angst serieus nemen valt wel te prijzen. Het heeft geleid tot een indringend en vlot geschreven schotschrift. In weerwil van de druk om nog slechts Engelstalige academische publicaties te vervaardigen, geven zij blijk van een ‘verantwoordelijkheid jegens de samenleving’ die elke wetenschapper plechtig opgedragen krijgt maar waar universiteiten nog maar bar weinig ruimte voor bieden.
Evelien Tonkens, De Volkskrant, 22 oktober 2008
Reageren? Vk.nl/opinie
Bekrompen en provinciaal gebruikt u in een adem. Ik wil u er wel
op wijzen dat de meeste intellectuelen, schrijvers en kunstenaars
niet in steden wonen. Ze kijken wel uit.
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).


Reactie is geredigeerd