Hier en nergens
Over plek, beeld en woord
VKBlog Headerimage

BEYOND PHOTOGRAPHY

donderdag 11 december 2008 21:15 door Rommert Boonstra




The Rise of Common Standards, 2004-2005. Pieter Laurens Mol.






Woensdag 10 december werd in Foam het eerste exemplaar van het boek Beyond Photography door Rommert Boonstra uitgereikt aan Frits Gierstberg.
In het boek, dat een initiatief is van Ruud van Empel en Uitgeverij Voetnoot worden 42 kunstenaars/fotografen uit Nederland en België ten tonele gevoerd die de camera gebruiken om de verbeelding zichtbaar te maken.
In Beyond Photography zijn essays opgenomen van Maartje van den Heuvel, Lotte Menkman, Eric Min en Rommert Boonstra.

Rommert Boonstra zei het volgende-

Nederland is een lief land. Ik constateer dat met voldoening. De bestuurders zijn kleurloos en betrouwbaar. Daar ben ik trots op. Alles kabbelt rustig voort. En dat is zeer geruststellend.
De keerzijde van de medaille is dat er zelden iets hemelbestormends gebeurt. De handen uit de mouwen steken wordt aangemoedigd, maar het bestormen van de hemel gaat veel te ver. Als we gewoon doen, doen we al gek genoeg luidt de algemene opinie.

In het dagelijkse leven vind ik dat een gezond standpunt, maar in de kunst is het dodelijk.  Kunst moet naar mijn bescheiden mening levendig, speels, theatraal, visionair en fantasievol zijn. Kunst moet het hoofd op hol brengen. Kunst moet de sleur in passie veranderen en de wereld in een vreemde gloed zetten.
Maar kom daar maar eens om in een land waar stromingen als de Romantiek en het Surrealisme slechts slappe aftreksels waren van wat er in Duitsland of Frankrijk gebeurde.

Toch sloeg op fotografiegebied in de loop jaren zeventig de vlam flink in de pan. Er ontstond een nieuw soort beelden, die speciaal voor de camera in elkaar waren gezet. Geënsceneerde fotografie. De fotograaf als speelfilmproducent, al waren het dan speelfilms van slechts één beeld.
Vooral in de jaren tachtig ging de ontwikkeling razend snel. De fotografie van de verbeelding, waarin ook de computer al snel een rol begon te spelen, trok wereldwijd de aandacht.

Maar ergens in de jaren negentig werd het weer stil. De kunstcommissies waar Nederland zo rijk aan is, trokken zich geschrokken terug onder de grijze deken waar ze even onder vandaan waren gekomen en zagen alleen nog zin en betekenis in documentair werk, liefst met een sociologische, historische of conceptuele inslag.
Die stilte betekende natuurlijk niet dat de ontwikkeling zich niet voortzette, maar  wel dat hij min of meer ondergronds ging. Kunst wordt gemaakt door kunstenaars, niet door commissies en een beetje kunstenaar is gelukkig eigenwijs genoeg om gewoon zijn eigen gang te gaan, ook als het even niet meezit. Ook als het oog van de kunstcommissies niet met welgevallen op hem rust.

In dit werkelijk schitterende boek, met de titel Beyond Photography, wordt in één klap duidelijk hoe rijk Nederland inmiddels is aan hemelbestormende fotografie. We nemen een unieke positie in binnen Europa. Zo kan Nederland toch weer een beetje gidsland zijn. Na dit boek kan niemand kan meer zeggen dat hij het niet geweten heeft.
Verschillende kunstenaars die er in staan hebben meer succes in het buitenland dan in Nederland zelf. Dat zal er ongetwijfeld toe leiden dat het in wezen nog altijd zo preutse en protestantse vaderland op een gegeven moment niet meer om hen heen kan.
Te lang is de fotografie van de verbeelding weg gezet door een soort politiek correcte elite die elk gevoel voor kitsch aanziet en die zou willen dat het schone en het sublieme meer naar spruitjes ruiken.

Met groot genoegen overhandig ik het eerste exemplaar aan Frits Giersberg, die zowel hooggeleerd is als conservator van het Nederlands Fotomuseum en wens zowel hem als de fotografie van de verbeelding een lang en opwindend leven toe.

Volgend artikel in dit blog

4reacties Volg reacties met RSS   aanbevelen afbevelen Waarschuw de redactie Je moet inloggen om het bericht in een van je groepen onder te brengen Attendeer je vrienden Delen op nujij.nl Delen op ekudos.nl Delen op del.icio.us
Avatar van Jacopone Jacopone 12-12-2008 10:21
Het boek is schitterend. Het is niet alleen de verbeelding die tot uiting komt, maar ook het gewone dat opeens bijzonder wordt.
Je foto is opnieuw schitterend, en tegelijk anders dan wat we van je gewoon zijn. Ik moest denken aan een vogel die gevoerd werd. Hoe langer ik keek hoe meer ik het gevoel kreeg dat de staande tengere vogel de dikke voerde, in plaats van andersom. Daar is de verbeelding waar jij het over hebt helemaal aanwezig.
Hartelijke groet, Jaco
Avatar van fravapa fravapa 14-12-2008 14:36
Het tréft, het ráákt;
het verheft, het maakt.
gr frvp
Avatar van Jacopone Jacopone 01-01-2009 17:24
Rommert, een heel gelukkig en succesvol 2009!
Avatar van rommert boonstra rommert boonstra 03-01-2009 20:51
jacopone, fravapa.
ook een gelukkig nieuwjaar toegewenst.
de foto is overigens niet van mij, maar van pieter laurens mol.

Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.

Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

  •  
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Groepen

Favorieten van Rommert Boonstra

17 augustus 2007

fotoIk heb ontelbare wezentjes uit de gootsteen gered. Wat nog fladderde of krabbelde kreeg een stukje papier, dat ik haastig uit de krant of uit mijn notitieboekje had gescheurd, aangereikt om op te klimmen. Op die stukjes krant stonden sombere verhalen over de Franse economie en botsingen in tunnels, maar daar trokken de wezentjes zich niets van aan. Ze waren geheel verzonken in zelfzuchtige gedachtes over het vege lijf. Als ze uiteindelijk op het papier geklauterd waren bracht ik ze in plechtige processie naar buiten en zette ze neer op een zonnig plekje tussen de salie. Daar namen ze de benen of de vleugels, voor zover die nog functioneerden. Soms wil ik nieuwe delen van de wereld ontdekken maar bij mijn reddingspogingen word ik me hevig bewust van het feit dat ik nog niets van mijn eigen deeltje van de wereld weet. Wie zijn deze dieren? Wat denken ze? Waarom zie ik ze pas als ze in de goot terecht gekomen zijn?

14 augustus 2007

fotoAls de ideeën niet vanzelf bij me komen help ik ze een handje door het atelier op te ruimen. Peinzend herschik ik wat verroeste spijkers, een paar verloren veren, een stuk of vijf kapotte borden (waar ik ooit nog eens teksten op wil schrijven), een plastic paard en enkele half vergane rabarberbladeren. Al die dingen hebben hun geschiedenis. Al die geschiedenissen zou ik kunnen noteren op grote vellen papier. En al die vellen papier zou ik aan de wanden van het atelier kunnen hangen. Dingen die woorden veroorzaken en woorden die dingen weerspiegelen. Mijn atelier is een spiegelpaleis. De wereld is een spiegelpaleis. Mijn blik valt op een ingelijst fotootje, dat op mijn werktafel staat. Die foto is een afspiegeling van de oude meneer Meunier, mijn voormalige buurman, die thans woonachtig is op het kerkhof. Hij zit, zoals altijd, op het bankje voor zijn huis. Maar vandaag is er iets bijzonders aan de hand. Hij is midden in een lichtvlek gaan zitten. Dat komt, ontdek ik vele verbaasde secondes later, doordat er een gat in de achterwand van de lijst zit, waardoor de zon regelrecht op een deel van het fotopapier schijnt. Niet dat het wonder daar kleiner van wordt.

13 augustus 2007 (voor Buitendijks)

fotoIk schrijf om het woord te nemen. Ik schrijf omdat het woord mij schrijft. Ik schrijf zodat het woord mij kan verhoren verwoorden en wederhoren Ik schrijf omdat ik mij niet hoor. Ik schrijf om on- voor eindig te zetten. Ik schrijf tegen krimp en rompslomp. Ik schrijf tegen de chaos. Een omschrijving ben ik, een verschrijving, Verslingerd aan de eindeloze kringloop van de taal, Alles omvattend ben ik en nergens voor nodig, Een haas die het letterpad gekozen heeft, Een bijvoegsel bij de stilte, Een voorwoord bij de leegte.

11 augustus 2007

fotoEr zijn zinnen die je leven kunnen veranderen. In Herfsttij der Middeleeuwen schrijft Huizinga over de mysticus Heinrich Suso (en ik vertaal het nu even uit het Engels) –Aan tafel snijdt Suso zijn appel in vier partjes: drie partjes eet hij in naam van de heilige Drie-eenheid, het vierde eet hij in nagedachtenis aan de liefde waarmee de Hemelse Moeder het kindeke Jezus een appeltje te eten gaf-. Wat prachtig, als je met zulke eenvoudige handelingen zoveel betekenis aan je bestaan kunt geven. De mystiek van de getallen, die de mystiek van de dingen wordt. Huizinga doet een beetje schamper over Suso. De afstand van het sublieme naar het ridicule is erg kort, zegt hij. Ik voel me altijd uitstekend waar de afstand tussen het sublieme en het ridicule kort is. 1 is de ene God. 2 het Oude en het Nieuwe Testament. 3 de heilige Drievuldigheid 4 de vier evangelisten. 5 de vijf wonden van Christus 6 de zes werken van barmhartigheid En dan komt zeven. Het heilige getal bij uitstek. Vandaag voel ik me noch subliem noch ridicuul. En ook niets er tussen in. Op zulke dagen is het goed om een cake te bakken. 3 eieren 20 centiliter room 45 minuten 150 graden Er is weer heel wat om over na te denken. In een missaal, dat mijn vrouw onlangs van een rommelmarkt heeft meegenomen zoek ik nog snel even op hoe je een ei kunt zegenen. Ook handig is de zegening –ad omnia- waar je alles mee kunt zegenen waar geen speciale zegening voor is.

10 augustus 2007

fotoAltijd hetzelfde liedje. Ergens in augustus begint het gevoel me te bekruipen dat er een tijdperk voorbij is. De velden zijn grotendeels leeg gehaald en omgeploegd. De bramen zijn rijp, dus daar kun je ook niet meer naar uitzien. De pruimen liggen in het gras te rotten. Vooral in juni lijkt het leven eindeloos. De dagen worden steeds langer. De hele zomer komt er nog aan. Maar ergens in augustus breekt er iets. Veel dingen maken van dat moment gebruik om kapot te gaan. De achteruitkijkspiegel is van de auto geknapt. Om me te vertellen dat ik beter vooruit kan kijken? De deur van de keuken klemt. Om mijn beklemming te accentueren? Zelfs als ik de kraan krachtig dicht draai blijft hij lopen. Of moet ik daar juist een goed teken in zien? Een aansporing om altijd maar door te gaan? Vanmorgen werkte mijn computer niet naar behoren. Ik keek er eerlijk gezegd niet van op. Hij weigerde zeer beslist om mijn foto’s en teksten op het internet te publiceren. Een weinig subtiele hint om mijn gedachten maar voor mezelf te houden? Er begon zich zoveel wanhoop om me heen te verzamelen dat ik mij er op mijn gemak in had kunnen wentelen. En dan was er ook nog ruimte voor anderen over gebleven. Maar de redding was nabij. Ik zag met verbazing toe hoe mijn hand zich, geheel uit zich zelf, naar de restart toets bewoog. En na dat nieuwe begin was er geen vuiltje meer aan de lucht. Was het hele leven maar zo makkelijk.

9 augustus 2007

fotoWaarom probeert een appel dicht bij de boom te blijven? En waarom probeert het pluisje van een paardebloem zo ver mogelijk weg te komen? Waarom zijn er de ene keer zoveel gedachten en de andere keer zo weinig? Het enige goeie antwoord is daarom. Een andere goeie vraag is- Wat doe je met zo’n waarom dag? Ik ben om 7 uur opgestaan om de zon op te laten. Ik heb pruimen gegeten en bramen. Zo van de boom en de struik. Maar dan lijkt het opeens alsof de dag al voorbij is. Wat doe je met de rest van een dag die al voorbij lijkt te zijn? Toen ik zeventien jaar geleden mijn droomhuis in Bourgondië voor de eerste keer zag voorzien van het bordje te koop raakte ik ernstig van slag. Alles was goed. De ligging, de grootte, het terrein. Ik zag dat het goed was. Maar het werd nog beter toen ik, na een dwaaltocht door het huis, over de zolder dwaalde. Het eerste wat er opkwam in mijn hoofd was de gedachte: Wat een prachtige plek om te sterven. Het was geen treurige gedachte. Het was een overmoedige gedachte. Ik denk dat ik de rest van deze dag die al voorbij is maar op mijn zolder doorbreng. De zolder is een omgekeerd schip, dat drijft op de wolken. Ook op dagen die al voorbij zijn gaat de reis er gewoon verder.

8 augustus 2007

fotoIn mijn keuken bevindt zich een halve cirkel, afgesloten door een klep. Wie die klep open doet staart, nadat zijn ogen gewend zijn aan het duister, in een halve bol, die vroeger als broodoven dienst deed. De meeste broodovens in de omgeving van Clamecy zien er uit als kleine huisjes, die tegen het grote huis aan leunen. Maar mijn huis leunt tegen de heuvel aan. En daarom heeft men mijn broodoven in de heuvel uitgegraven. Ik voel me geprivilegieerd. De ruimte is groot genoeg om in te liggen. Tot nu toe heb ik dat niet gedaan. Ik ben wel eens op een hunebed gaan liggen. En ook wel eens op een tumulus. Gewoon om uit te vinden hoe dat voelt. Maar uit mijn broodoven zie je de hemel niet. Bij Valencia ben ik op mijn buik door een grot geschuifeld die de ene kant van een bergwand met de andere kant verbond. Het riviertje de Dommel gaat ergens in een buis onder een kanaal door. Toen ik er, op mijn rug liggend in een kano, doorheen probeerde te varen, kwam ik in het midden vast te zitten. Ik was blij toen ik de hemel weer zag. Als het regent, regent het na een poosje ook in de oven. Water wil met alle geweld naar beneden. Op een dag deed ik de oven open en hij stond vol met paddestoelen. Is dat niet wonderbaar? De aarde zit vol met water, in deze kalkrijke streek. Vlakbij mijn huis is een bron. Ook is er een ondergronds riviertje. Daarom doet de oven me ook wel eens denken aan een bathyscaaf. Jacques Picard dook in 1960 in de Marianentrog tot 10.911 meter met zo’n poëtisch gevaarte. Binnenkort ga ik in de broodoven liggen, om dat record te verbeteren. 10.911 meter is diep. Maar voor een gedachte is het niet veel.

7 augustus 2007

fotoOp een rommelmarkt (was het in Parigny-les-Roses?) heb ik, jaren geleden, een typemachine gekocht. Niet om op te typen, maar om hem te fotograferen. Als een veelzeggend symbool van een verdwijnende tijd. (Natuurlijk was het niet in Parigny-les-Roses. Bij mijn weten is dat zo’n beetje het enige dorp in de omgeving van Clamecy waar nog nooit een rommelmarkt is geweest. Maar het is, poëtisch gezien, zeker te rechtvaardigen om een typemachine op de kop te tikken op een plek met een dergelijke naam.) De typmachine heeft iets begrijpelijks. Je slaat een toets aan. Er wordt een armpje in beweging gezet. Een letter tikt tegen een lint. En dat lint laat de letter binnen op het papier. Vorm en functie zijn nog nauw aan elkaar verwant bij deze letterpiano. Dat heeft iets geruststellends. Maar het is ook knap onhandig. Eerst heeft hij een poosje op mijn atelier gestaan. Met veel succes. De spinnen borduurden hun webben tussen de letters. En ook het stof was enthousiast. Daarna heb ik hem buiten gezet. Ik heb hem gefotografeerd in de zon, in de regen, in de sneeuw. Daarna verdween hij tussen steeds hoger wordend gras. Maar nu heb ik hem teruggevonden. Als ik de typemachine optil maakte een ouderwets grote slakkenfamilie zich langzaam uit de voeten, hoewel je dat bij slakken eigenlijk niet kunt zeggen. Om toch iets te doen te hebben begin ik steentjes op de toetsen te leggen. Alleen het woord eros blijf over.

6 augustus 2007

fotoHET DUIZENDJARIG RIJK -En ik zag een engel nederdalen uit den hemel met den sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; en hij greep den draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in den afgrond en sloot en verzegelde dien boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren- staat er in Openbaringen 20 vers 1 tot 3. Sindsdien wachten we op het Duizendjarige Rijk. Maar aan dat wachten is thans een einde gekomen. Hedenmorgen heb ik ontdekt dat het Duizendjarige Rijk allang bestaat. Het begint momenteel rond een uurtje of zeven, als de zon over de bosrand komt. Puur geluk. Geen duivel te zien. Vogels met veel noten op zang. Vreedzame gedachtes. Een paar uur later is het hoogtepunt wel voorbij. De schaduwen worden korter. De dauw is verdwenen. Een afgrond opent zich. Het lichte wordt zwaar. De wereld is weer gewoon de wereld. Laten we aannemen dat het Duizendjarig Rijk zich gemiddeld 3 uur per dag manifesteert, dan kunnen we er acht duizend jaar over doen. Dat is mooi meegenomen. Rest de vraag- Waarom ben ik jaren lang zo dom geweest om een gat in de dag te slapen?

5 augustus 2007

fotoSoms gaat het goed. De wereld is op orde. Alles loopt vanzelf. Ik schrijf een paar zinnen in een notitieboekje van de firma Oxford, druk een paar keer op de knop van mijn camera en heb het gevoel dat ik mijn plicht jegens mijn medemens en het universum gedaan heb. Het notitieboekje van Oxford (96 pages, 11x17 cm, petits carreaux) glijdt moeiteloos in en uit mijn jaszak (nooit iets met een spiraalband kopen), is verkrijgbaar in een prachtige kleur rood en kost bijna niets. Ik heb ook wel eens een boekje van Moleskine aangeschaft, dat minstens 10x zo duur is en 100x zo pretentieus. Van Gogh, Picasso, Hemingway en Chatwin hebben een Moleskine op zak gehad. Ik voelde me alleen maar geïntimideerd. En het ergste was- ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om er blaadjes uit te scheuren. Terwijl ik toch vaak behoefte heb aan losse blaadjes. Het Oxford boekje wordt gewoon met een paar nietjes bij elkaar gehouden. Net als mijn brein. De Moleskine is ingebonden. Maar wat heb je als de prachtige rug na een paar weken los laat? Dan heb je ergernis. Nooit meer Moleskine dus. Want op ergernis zit ik absoluut niet te wachten. Tenzij ik er een aardig stukje over kan schrijven, natuurlijk. Soms gaat het goed. Steeds vaker gaat het goed. Het leven ziet er rooskleurig uit. Maar dat kan natuurlijk zo weer veranderen.

4 augustus 2007

fotoDe tijd doden. Het klinkt als een ernstig misdrijf. Je tijd verdoen is ook niet best. Maar de tijd is niet alleen lijdend voorwerp. Hij doet graag iets terug. Hij heelt alle wonden, hij brengt raad, hij gaat snel en hij is geld. Voor de eerste keer in mijn leven, althans in het bewuste deel er van, kijk of luister ik al dagen niet meer naar het nieuws. Misschien zijn inmiddels grote delen van de wereld vergaan, zonder dat ik het gemerkt heb. Maar het geeft me veel tijd om tijd te verdromen. Natuurlijk ben ik slechts een zeer middelmatige dromer. Aardappels zijn er beter in. Stenen nog weer veel beter. Maar die geven hun gedachten nooit prijs. . Ik droom weer eens over brood. Levensverwachting- ongeveer een dag. Net als bij de krant en de eendagsvlieg. Dan droom ik over mijn mobiele telefoon, gewoon omdat hij vlak naast een oude plak brood ligt. Beide hadden allang weggegooid moeten worden. Dat is de overeenkomt. Verder vallen voornamelijk de tegenstellingen op. Brood is mond. Telefoon is oor. Brood is organisch. Telefoon is techniek. Brood is binnenkant. Telefoon is buitenkant. Brood is introvert. Telefoon is extravert. Eigenlijk wel een leuk stel. Ik besluit een trouwfoto te maken. Er is wintertijd, zomertijd, Greenwich meantime, sluitingstijd en sluitertijd. De laatste bedraagt 1/30ste seconde. Wat niet veel is voor een beeld dat heel lang kan duren.

3 augustus 2007

fotoSoms weet je niet wat je hoort. De eerste keer Hildegard von Bingen. De eerste keer Spem in Alium van Thomas Tallis waarin veertig stemmen met elkaar meedeinen en zich om elkaar heen winden. De eerste keer Deploration sur le Mort d’Ockeghem van Josquin Desprez. Je zou er bijna dood voor willen zijn. En nu klinkt er voortdurend een Corsicaanse mis uit de zeventiende eeuw door mijn atelier, gezongen onder leiding van Marcel Peres. Vooral als krachtig, mannelijk en duister het Tantum Ergo Sacramentum wordt ingezet, lopen de rillingen over mijn rug. Je zou er bijna katholiek voor worden. Maar dan moeten ze toch eerst de paus en de dogma’s de kerk uit zetten. Bij Geneve is onder de grond een cirkelvormige buis gebouwd van zeven en twintig kilometer lengte, waarin deeltjes worden versneld die men met bijna de snelheid van het licht tegen elkaar op laat botsen. Men hoopt antwoord te krijgen op de volgende vragen- Wat geeft de materie massa? Waar is de onzichtbare 96% van het heelal van gemaakt? Waarom geeft de natuur de voorkeur aan materie boven anti-materie? Het antwoord op de eerste vraag is Bach. Op de tweede- van muziek En op de derde- omdat er anders geen orkesten zouden zijn. Dat had iedereen allang kunnen weten.

2 augustus 2007

fotoVlakbij mijn huis ligt het Foret des Dames. In een elegante pose heeft het bos zich op de heuvels neergevlijd. Zoals sommige dames buitengewoon sierlijk op een sofa kunnen liggen. Er zijn tijden dat ik elke dag in het Foret des Dames kom. Er zijn ook tijden dat ze me vergeet. Maar dan beginnen we opeens weer aan elkaar te denken. Het is tijd voor een rendez-vous. Ik loop tegen de heuvel op en kom eerst nog langs het huis van meneer Legrange. Hij vraagt of ik even binnen kom. Hij vertelt dat zijn hond onlangs in het bos is aangevallen door een everzwijn. Daarna laat hij me op een gigantische bandrecorder krakende opnames horen van Ravel, die nog uit de schemerachtige tijd van voor de tweede wereldoorlog stammen. Dat is een goede inleiding op het Foret des Dames. Als hij mij heeft laten gaan dring ik schroomvallig het bos binnen. Over wat er dan gebeurt kan ik kort zijn. Er is een explosie van licht en donker. Vurige oranje slakken schuifelen over de vloer. Alles wordt overal en nergens. Ik begrijp de zin van de wereld terwijl ik ook begrijp dat de wereld zinloos is.

1 augustus 2007

fotoDe bleek. Alleen het woord al. In Bourgondie hebben we allerlei beslist noodzakelijke dingen niet, zoals een televisie een afwasmachine of een droogtrommel. Dat bespaart veel verloren tijd. Vooral de televisie, dat opdringerige en lawaai producerende ding, heb ik nooit gemist. Afwassen vind ik een mooie, meditatieve bezigheid, dus dat kun je ook geen verloren tijd noemen. En een bleek, tenslotte, haalt, in tegenstelling tot een droogtrommel, het wonder dichterbij. De licht glooiende lakens zijn maanlandschappen, waarin dieren zichtbaar worden die je in het gras niet of nauwelijks ziet. Gisteren streek er op zo’n wit veld een Gehakkelde Aurelia neer. In het Frans heeft men hem Robert le Diable genoemd, naar een middeleeuwse roofridder. En dat gehakkelde doet natuurlijk aan de Hakkelaar denken. Ik weet niet waar deze vlinder het allemaal aan te danken heeft, want hij zag er kleurrijk en vreedzaam uit. ’s Winters vermomt hij zich als een dood blaadje en gaat onopvallend tussen de dode blaadjes liggen. Een roofridder zie ik dat niet doen. En de Hakkelaar ook niet. Vandaag werd het maanlandschap langdurig in bezit genomen door een sprinkhaan, de Chorthippus Parallelus, de in het Nederlands de onaangename naam Krasser draagt. Dan word ik nog liever Robert le Diable genoemd.

31 juli 2007

fotoVolute is in de eerste plaats een mooi woord. In de tweede plaats is het een slakkenhuisvormig sierelement, dat wordt gebruikt in andere mooie woorden als consoles en kapitelen. Volute komt van het woord voluta, want woorden komen altijd van andere woorden. Het beginwoord is nog steeds niet gevonden. Was het kip of was het ei? In het Nederlands nemen we, liever dan het woord voluta het woord slak in de mond. In Frankrijk slikken ze die slak vervolgens ook nog door, maar dan wel voorzien van een sausje. Noe het ook zij, er zit een slak op mijn hand. Zijn slakkenhuisvormige sierelement harmonieert uitstekend met de ellipsvormige sierelementen op mijn vinger. Als je je een wilt voelen met de natuur kun je natuurlijk een boom omhelzen. Maar het is veel makkelijker om een slakje op je wijsvinger te zetten. Bovendien ziet het er minder idioot uit.

30 juli 2007

fotoLicht. Daar is het weer. Schoorvoetend eerst. Daarna met meer overtuiging. Maar een spectaculaire zonsopgang zit er niet in. Daar zullen de wolken wel voor zorgen. Log zeilen ze voorbij. Gewichtloos, maar desondanks vastberaden. Zou er nieuws zijn? Zolang ik niet op internet kijk of de radio aanzet is er geen nieuws. Het gras is natter dan normaal. Dat is misschien nieuws. De pruimen worden steeds groter. Daar zou ook een berichtje in kunnen zitten. Het is tenslotte een universeel verschijnsel. Plotseling ontstaat er een gat in de wolken. Zou dat opzet zijn? Of is er sprake van een foutje in de regie? Een krachtige straal doorklieft het universum en dringt diep door in mijn atelier. Ongelofelijk, dat het raam niet in scherven uiteen spat. In een science fiction film volgt na zo’n lichtbundel altijd een explosie, maar op het atelier blijft het ongehoord stil. Wel ligt er opeens een lichtplas op de vloer, die ik voorlopig maar laat liggen. Wat zal ik eens gaan doen? Het is beslist nog te vroeg om al een daad te stellen.

29 juli 2007

fotoInspektie van de terreinen en schuren. Ik voel me net een landjonker en dat voelt niet onaardig. Jammer dat er geen bedienend personeel is. Heer Bommel vroeg het zich ook al af- Waarom moet ik alles altijd alleen doen? Als ik de deur van de grote schuur open doe zie ik een vuurbok liggen, die daar gisteren nog niet lag. Maar ik ben eraan gewend geraakt dat de dingen zich ’s nachts ongemerkt verplaatsen. Aan zo’n vuurbok zit meestal een kop. En meestal is zo’n kop niet iets om je lang mee bezig te houden. Maar deze keer is het anders. Ik herken een meisje van vroeger. Ooit heb ik een vriendin gehad die zo kon kijken. Een soort walkure. Ze droeg weliswaar geen harnas en ze reed niet op de rug van een hellehond, maar het scheelde niet veel. Onze verhouding was een slagveld. Maar de bedscènes maakten weer veel goed. Helaas kwam er een einde aan datgene waarvoor een liaison een veel te mooi woord is, toen ze er vandoor ging met een bodybuilder. Om haar te pesten zet ik een vrolijk aardbeitje op haar hoofd. Ze vertrekt geen spier.

28 juli 2007

fotoOp het atelier ontmoeten dingen en gedachten elkaar. Als ik geluk heb gaan ze er samen vandoor. In een foto of in een gedicht. Alles is me dierbaar op het atelier. Herinneringen, spinnen, verroeste spijkers, uit elkaar gevallen boeken, notities, resten van een bouwdoos, een jeugdfoto, oude kranten. Alles is me even dierbaar. In deze ruimte, onder de hanenbalken, zoek ik naar beelden en woorden. Maar liever nog- naar de combinatie van beide. Zouden de spinnen me kunnen helpen? Op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen hangen spinnenwebben. Vanmorgen was een spin bezig een draad aan mijn dagboek te hechten. Daaruit blijkt in ieder geval dat ze niet bang zijn voor taal. Maar hoe krijg ik ze zover dat ze woorden voor me weven?

27 juli 2007

fotoIn Clamecy bevindt zich sedert een paar jaar een filiaal van de Aldi. En voor de kassa staat onveranderlijk een lange rij hoogst amusante lieden. Oude boeren die er uit zien alsof ze hun gezicht hebben omgeploegd. Huisvrouwen met schorten en pantoffels (en Gode zij dank ook nog andere kledingstukken). Te jonge moeders die zonder enige kans op succes keihard schreeuwen tegen keihard schreeuwende kinderen. Zigeuners die er uit zien alsof ze door de VVV zijn ingehuurd om voor zigeuner te spelen. Fellini a la Francaise. Ik ga er onder anderen naar toe voor de buitengewone pizza’s en om lucifers aan te schaffen. De bedoeling van lucifers is dat ze ontbranden als je ze langs de zijkant van het luciferdoosje strijkt, maar de meeste lucifers in Frankrijk hebben schijt aan goede bedoelingen. Vooral als het vochtig is. Franse lucifers hebben een pleuris hekel aan vocht. Maar bij de Aldi vind je alumettes die door de firma Zundholz International uit Tsjechië zijn geïmporteerd en daar weten de matches nog van wanten. Het doosje zegt dat er 240 lucifers in zitten. Maar ik kan dat noch ontkennen, noch bevestigen. Wel geef ik eerlijk toe dat ik vanmorgen met een nogal bruusk gebaar alle lucifers op tafel heb gedonderd, omdat ik een leeg doosje nodig had om een sprinkhaan te redden. Het elegante dier voelde zich fataal aangetrokken tot de verf die mijn vrouw artistiek op de keukenmuur aanbracht. Na mijn gelukte reddingspoging poseerde hij als dank op mijn hand. Hij was vrijwel niet weg te branden. Van mijn vrouw moest ik naderhand alle lucifers in het doosje terug doen.

26 juli 2007

fotoik word wakker doordat er een rupsje over mijn arm kruipt. jong leven. helaas zit er wel meer jong leven in het huis. er is een ernstige meneer op bezoek geweest die zegt dat ik aangevallen word door de boktor, althans door de larven van dat dier. hij dreigt met totale ineenstorting van mijn wereld als ik niet onmiddellijk zijn kostbare hulp inroep. maar voorlopig heb ik andere dingen aan mijn hoofd. ik probeer door te dringen in het schriftje met handgeschreven gedichten dat ik op de markt in la charite heb gekocht. dat valt niet mee. met de traagheid van een boktor die zich door een balk beweegt graaf ik me een weg door het vrijwel onleesbare schoonschrift. alleen de titels zijn tegelijkertijd schoon en duidelijk.

25 juli 2007

fotoDe dichter ging naar Bommel om de brug te zien. Ik ging naar Saulieu om te kijken of er daar wat te zien was. Onderweg kwam ik langs de ruïne van een benzinestation. Door het gedeeltelijk verdwenen asfalt borrelden prachtige planten op. Door de totaal verdwenen ramen kwam een idyllisch landschap binnen waarin als wielen de ronde balen stro lagen die mijn vrouw koeiekussens pleegt te noemen. Een minuut of tien stond ik daar en ik begreep dat het een vreemde dag zou worden. In Saulieu kwamen we op het kerkhof van Saint Saturnin terecht. Het was aan een tweede leven begonnen. Overal bloeide, groeide en woekerde het mos. Van de grafstenen was nauwelijks meer iets te zien. En van de mensen er onder natuurlijk helemaal niets meer. Twaalf graven waren opgegeven, volgens een officiële mededeling bij het hek van het kerkhof. Een graf blijkt dus ook dood te kunnen gaan. Il n’y a plus rien zei de mededeling. Ook waren er stenen boeken met stichtelijke teksten, een verkeersbord dat tegen de kerkhofmuur aanhing en omhoog wees (alle richtingen) alsmede een kruisbeeld dat met ijzerdraad bij elkaar werd gehouden. Op een zerk stond een fotootje van een vrouw die me aan mijn moeder deed denken. Even meende ik haar stem te horen.

24 juli 2007

fotoEen dag die niet wil deugen. Alles pakt verkeerd uit. Het weer is grijs. Ideeën zijn in geen velden of wegen te bekennen, terwijl er toch genoeg velden en wegen zijn. Wat te doen? Vroeger stortte ik me op zo’n dag met overgave in een depressie, die behoorlijk lang kon duren. Het voordeel van depressies is dat ze ongelofelijk diepzinnig aanvoelen. Het nadeel is dat je er niets mee kunt. Daarom knoei ik tegenwoordig gewoon door. Het voelt oppervlakkig, maar het zet wel zoden aan de dijk. En zoden aan de dijk is toch uiteindelijk wat iedereen wil? Kom, laat ik nog een paar foto’s het heelal in slingeren. Wie weet waar ze terecht komen.

23 juli 2007

fotoMarkt in La Charite sur Loire. Wat wil ik mij later herinneren van deze dag? Misschien is de met witte wolken behangen lucht die ik weerspiegeld zie in de blauwe motorkap van een auto wel voldoende. Ik maak er een paar foto’s van. Een oude man maakt zich los uit de voorbij schuifelende menigte en begint me van advies te dienen. Ik weet niet of het goed advies is, want hij heeft zijn kunstgebit niet in. Dat gotische kerkje, dat omgebouwd is tot garage, wil ik me ook wel herinneren. En het oorlogsmonument dat bestaat uit een naakte Gallier met schaamlap en zwaard. Daar win je natuurlijk geen oorlog mee. Even verderop ligt een blote barby-pop tegen een bloot beertje. En ook zijn er ontzettend bloot uitziende worstjes, al dan niet volgestopt met prikkelende ingrediënten. De dag dreigt volstrekt onvergetelijk te worden. Maar het hoogtepunt moet nog komen. Bij een boekenstalletje zie ik een prachtig ingebonden aantekenboek liggen waarin iemand met zijn allermooiste zondagse handschrift meer dan honderd pagina’s poezie heeft gecopieerd. Paradis de la Femme het het eerste gedicht dat me onder ogen komt, dus dat begint al goed.

22 juli 2007

fotoDe dingen leiden hun eigen leven. Sleutels raken zoek en komen weer terug. In de gootsteen ontmoeten een doperwtje en een theeblaadje elkaar voor de eerste en enige keer in hun bestaan. De wekker staat op een boek dat Nooit Meer Slapen heet. Ik noem dat poëzie. Jaren geleden noemde iemand een kat Jerefias. Waarschijnlijk een verbastering van Jeremia, schreef iemand mij jaren later. Ik noem dat poezie, een kat noemen naar een zwaarmoedige profeet en dan zijn naam nog verbasteren ook. Toevallig had ik net naar De Klaagliederen van Jeremia geluisterd op de muziek van Thomas Tallis. Hij zitte eenzaam en zwijge stil, Als Hij het hem heeft opgelegd. Hij drukke zijn mond in het stof, Misschien is er hoop. Hij biede de wang aan aan wie hem slaat, Hij worde verzadigd van smaad. Als dat geen poezie is. En dan vraagt iemand anders me of ik iets met muziek doe. Ik pak de cd van Tallis en fotografeer hem in de opgaande zon. Ja, ik doe iets met muziek. En ja, de dingen leiden hun eigen leven. En nogmaals ja, er is overal poezie.

21 juli 2007

fotoEr komen regelmatig teksten in mijn brein voorbij. Helaas zijn ze niet allemaal even interessant. Soms krijg ik –Annie, hou jij mijn tassie even vast- maar niet weg. En ook –Retteketet, naar Beter Bed- kan zich zeer opdringerig gedragen. Een andere zin, die me regelmatig opzoekt is van een heel ander kaliber –Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om een brood vraagt, hem een steen geven?- Het staat, ik heb het even opgezocht, in Mattheus 7 vers 9. Aan deze laatste zin is het te danken dat brood en steen in mijn gedachtewereld een poëtische relatie zijn aangegaan, wat onherroepelijk tot dit beeld leidde. De vogels waren even behoorlijk in de war maar hebben tenslotte resoluut voor het woord steen gekozen.

20 juli 2007

fotoAlweer opstaan als de zon dat ook doet. Het lijkt wel of we het van elkaar hebben afgekeken. Het gras heeft teveel dauw gedronken. Wolken liggen met opgestoken zeilen op de wind te wachten. Intussen legt de nieuwe dag hartstochtelijke beloftes af, die in de loop van diezelfde dag zonder veel omhaal zullen worden terug genomen. Want zo lopen de dingen. Misschien zou ik mezelf ook meer moeten beloven, als dat toch geen schuld maakt. Intussen blijf ik waakzaam. De camera in aanslag. Het notitieboekje al vast open. Een dauwdruppel voelt zich aangetrokken tot het ruitjespapier en laat zich vallen.

19 juli 2007

fotoOp het weggetje ligt, als gekalligrafeerd, de letter B. Er is definitief een streep gezet onder dit kronkelige leven. Vreemd, zo’n dier dat alleen maar uit een lijn bestaat. Een ingang en een uitgang met een tussenvoegsel, dat je net zo goed weg kunt laten. Maar dan laat je wel het hele dier weg. Een doorgangshuis is het, geheel gelijkvloers en in de vorm van een tunnel. Net als de worm. Maar die is nog fantasielozer. De wadworm bijvoorbeeld bestaat uit ongeveer twee honderd identieke segmenten. Geen wonder dat we de tuinslang niet tuinworm genoemd hebben, hoewel er in de doorsnee tuin heel wat meer wormen dan slangen zijn te vinden.

18 juli 2007

fotoDe zon komt op. Ik had er al op gerekend. Het donker trekt zich terug in schaduwen die nu nog lang zijn, maar die steeds korter zullen worden. Ook de dauw is bezig met een terugtrekkende beweging. Het geglinster wordt domweg weggeschroeid. Op de helling aan de andere kant van het dal staan de koeien in een onaards licht van het slachthuis te dromen. Dichterbij onthullen dezelfde zonnestralen de fragiele slachthuizen die in de volksmond spinnewebben worden genoemd. Een bijna angstwekkend geluk maakt zich van mij meester. Stel je voor dat bij het verdwijnen van de dauw de tijd ook af zal druipen? Laat ik nog maar een foto maken. Tot nu toe heeft dat geholpen.

17 juli 2007

fotoDe ene een kweepeer. Een streelbaar harig huidje maar voor de rest zo hard als steen. Is pas na langdurige verhoging van de temperatuur bereid zich gewonnen te geven. Bij het andere peertje hoef je alleen maar een knopje om te draaien en hij doet het. Men kan overwegen om bij dit gebaar de woorden -Daar zij licht- uit te spreken, maar eerlijk gezegd kan men dat net zo goed niet doen.

16 juli 2007

fotoDie zon doet maar. En dan al die kleurige grootspraak over ondergang. Zeker vergeten dat het hier gaat om een minuscuul hemellichaam in een verre uithoek van wat we het heelal plegen te noemen. Een acteur zou weggehoond worden als hij zo overdreef.

15 juli 2007

fotoNaast het kerkhof stond een afvalbak. Daar lag dit hertje in, naast een plastic grafkrans. Het heeft jaren ongebruikt op mijn atelier gestaan. Maar vandaag zag het eindelijk kans om op een foto terecht te komen. Boven op een stapeltje zelfhulpboeken. Het hertje en de boeken- wat ziet het leven er onschuldig uit. Net alsof het niet kan bijten.

14 juli 2007

fotoIk wandelde met mijn oudste zoon op Terschelling. Kijk, daar staat de Brandaris, zei ik. Wie is er nu zo gek om een vuurtoren naar een pakje shag te noemen, zei hij. Op dezelfde manier is Chateaubriand een biefstuk geworden. Het komt nooit meer goed tussen ons en de woorden. Maar ik blijf het proberen. Op de heuvel heb ik jaren geleden een typmachine neergezet. Gewoon om naar te kijken. Vandaag fotografeer ik hem met mijn schaduw. Het zou kunnen dat deze foto Op De Tast heet.

13 juli 2007

fotoDe kleur van het koren. Tegelijk goud en grijs. En dan die blonde haartjes. Op dezelfde manier als de aren chaotisch en ordelijk tegelijk. Het woord idylle is hier op zijn plaats.

12 juli 2007

fotoVlak bij de stoel waar ik op zit strijkt een fors uitgevallen sprinkhaan neer. Nog voor ik hem goed heb kunnen bekijken komt er met veel geraas een kip aanzetten, die het voorheen zo springerige beestje routineus naar binnen werkt. Alleen een pootje blijft onbewegelijk liggen. Leven en dood op de vierkante centimeter.

Laatste reacties

persona

APOCALYPSO III
De Stripman: Hee, Rommert ! Ik zag een reactie van je onder …

persona

APOCALYPSO III
marijke: maar vandaag zag ik je weer: je kamer in 21 …

persona

ZELFMOORDTERRORISTEN VOOR HET STEDELIJK MUSEUM AMSTERDAM
P.H.M. van de Kletersteeg: Aan Wilders natuurlijk. En anders aan mij..

persona

OPEN BRIEF AAN HET STEDELIJK MUSEUM
rommert boonstra: helena- zo zie je maar weer. je had in moeten …

persona

OPEN BRIEF AAN HET STEDELIJK MUSEUM
Helena: Ik heb even gereageerd op dat artikel, aangezien ik zelf …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Rommert Boonstra, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2009
2008
2007

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •