Cuba
Mensenrechten

1969: Renate Rubinstein over 10 jaar Cubaanse revolutie (1)
zaterdag 31 januari 2009 12:04 door Kees van Kortenhof
'Er is een feest in De Brakke Grond omdat de revolutie van
Cuba 10 jaar oud is, ga je mee?' De jongen die het vroeg vind ik
aardig, extra vervelend dus om nee te zeggen Hij was ook verbaasd:
Waarom niet? Ik zei dat ik het niet zeker wist, dat het
misschien
contrarevolutionair is, maar dat ik over de gedachte aan al die politieke gevangenen op Cuba niet feestelijk heen kon stappen. Meer wist ik niet zo gauw te zeggen, wel geloof ik dat ik nog iets van Stalin mompelde, maar dat ging in het geroezemoes gelukkig verloren. Ik had de associatie feest-voor-Cuba met Stalin toch niet kunnen verdedigen op een manier die voor iemand die dat niet begrijpt overtuigend is.

Ik vind het moeilijk om voor of tegen Cuba te feesten, omdat het vervelende van landen als Cuba, Rusland, Polen, Griekenland, Spanje, noem maar op tot je er ziek van wordt, is dat je niet weet wat er aan de hand is. Je leest een kort bericht in de krant over 80 Cubanen die zich een weg gevochten hebben naar de Amerikaanse marinebasis op Cuba, Guantánamo. Het waren merendeels kleurlingen, lees je, haveloze bovendien, en ze moesten een 70 anderen, dood, gewond, of gevangengenomen door de Cubaanse militie, achterlaten. Als zoiets over Frankrijk, de VS, of Nederland in de krant zou staan, zou na korte tijd nadere informatie moeten volgen. Niet omdat de aard van onze autoriteiten anders is, maar omdat het publiek in de vorm van pers of parlement gewend is vragen te stellen, demonstraties, petities, actiecomitees te organiseren etc.
De antwoorden zouden nog steeds heel beroerd kunnen zijn, maar je zou tenminste weten waar je aan toe bent. Maar over die Cubanen hoor je niet meer. Misschien is het een leugen? Ook dat is nooit beweerd. Het zullen wel 'contrarevolutionairen' geweest zijn, maar dat is geen verklaring, alleen een tautologie. Iedere Cubaan die het land verlaten wil is immers per
definitie een contrarevolutionair. Daarom wordt hij ook, op het moment waarop hij dit verlangen te kennen geeft, ontslagen uit zijn baan en in een werkkamp gezet voor gusanos (wormen), tot bijna een jaartje of vier eindelijk aan de beurt is om te vertrekken, met achterlating van al zijn bezittingen.

Ook het Cubanummer van De Gids geeft over zulke zaken geen opheldering. Het is een propagandanummer, met een enkel aardig stuk, zoals dat van Hugo Claus, dat niet over Cuba, maar over België gaat, erin. Natuurlijk ontbreekt het voor socialistische landen obligate onleesbare artikel over tonnages (suiker, kunstmest, tractoren) niet. Het wordt in de inleiding een 'Belangrijk, hoewel controversieel' artikel genoemd, maar wat de controversie is, wordt niet gezegd. Op mij maakte het de lichtelijk leugenachtige indruk van alle propaganda. Dat zit in de toon en in de statistieken, die iets onvolledigs hebben. In 1965, staat, er, produceerde Cuba 6 miljoen ton suiker, in 1966, ten gevolge van de droogte, slechts 4,5 miljoen maar in 1967 overschreed de produktie alweer de 6 miljoen ton en in 1970 zal Cuba 10 miljoen ton produceren.
Nu ligt het niet in mij om een land of een revolutie te beoordelen naar de tonnages die het produceert, - wat mij daarbij uitsluitend interesseert is de manier waarop. Maar als het je gebracht wordt als een argument, dan kun je niet nalaten op te merken dat er geen cijfers van voor 1965 zijn, om nog maar te zwijgen van voor 1959, het jaar van de revolutie. Voor de 'import van tractoren' staan die cijfers er wel, die schijnt sinds 1952 omhooggegaan.
Enfin, misschien kunt u de u de cijfers van vóór 1959 ergens opzoeken, ik weet ze niet. Wel heb ik inmiddels gelezen dat Cuba in 1961 nog 7 miljoen ton suiker produceerde, in 1963 nog maar 4 miljoen ton, en voor 1968 wordt verwacht dat de opbrengsten nog steeds onder die van 1961 blijft, ook al staan er nu in Cuba om de 200 meter borden met; ‘Wat doe jij voor de 10 miljoen ton?' en ‘De tien miljoen ton. Een ereplicht.' Dat zijn dus die 10 miljoen van 1970. Nogmaals - de cijfers zeggen me niets, - misschien waren de mensen wel het gelukkigst in 1963 toen ze even niet zoveel suiker hoefden te produceren, maar ik erger me aan de tendentieuze selectie.
contrarevolutionair is, maar dat ik over de gedachte aan al die politieke gevangenen op Cuba niet feestelijk heen kon stappen. Meer wist ik niet zo gauw te zeggen, wel geloof ik dat ik nog iets van Stalin mompelde, maar dat ging in het geroezemoes gelukkig verloren. Ik had de associatie feest-voor-Cuba met Stalin toch niet kunnen verdedigen op een manier die voor iemand die dat niet begrijpt overtuigend is.

Ik vind het moeilijk om voor of tegen Cuba te feesten, omdat het vervelende van landen als Cuba, Rusland, Polen, Griekenland, Spanje, noem maar op tot je er ziek van wordt, is dat je niet weet wat er aan de hand is. Je leest een kort bericht in de krant over 80 Cubanen die zich een weg gevochten hebben naar de Amerikaanse marinebasis op Cuba, Guantánamo. Het waren merendeels kleurlingen, lees je, haveloze bovendien, en ze moesten een 70 anderen, dood, gewond, of gevangengenomen door de Cubaanse militie, achterlaten. Als zoiets over Frankrijk, de VS, of Nederland in de krant zou staan, zou na korte tijd nadere informatie moeten volgen. Niet omdat de aard van onze autoriteiten anders is, maar omdat het publiek in de vorm van pers of parlement gewend is vragen te stellen, demonstraties, petities, actiecomitees te organiseren etc.
De antwoorden zouden nog steeds heel beroerd kunnen zijn, maar je zou tenminste weten waar je aan toe bent. Maar over die Cubanen hoor je niet meer. Misschien is het een leugen? Ook dat is nooit beweerd. Het zullen wel 'contrarevolutionairen' geweest zijn, maar dat is geen verklaring, alleen een tautologie. Iedere Cubaan die het land verlaten wil is immers per
definitie een contrarevolutionair. Daarom wordt hij ook, op het moment waarop hij dit verlangen te kennen geeft, ontslagen uit zijn baan en in een werkkamp gezet voor gusanos (wormen), tot bijna een jaartje of vier eindelijk aan de beurt is om te vertrekken, met achterlating van al zijn bezittingen.

Ook het Cubanummer van De Gids geeft over zulke zaken geen opheldering. Het is een propagandanummer, met een enkel aardig stuk, zoals dat van Hugo Claus, dat niet over Cuba, maar over België gaat, erin. Natuurlijk ontbreekt het voor socialistische landen obligate onleesbare artikel over tonnages (suiker, kunstmest, tractoren) niet. Het wordt in de inleiding een 'Belangrijk, hoewel controversieel' artikel genoemd, maar wat de controversie is, wordt niet gezegd. Op mij maakte het de lichtelijk leugenachtige indruk van alle propaganda. Dat zit in de toon en in de statistieken, die iets onvolledigs hebben. In 1965, staat, er, produceerde Cuba 6 miljoen ton suiker, in 1966, ten gevolge van de droogte, slechts 4,5 miljoen maar in 1967 overschreed de produktie alweer de 6 miljoen ton en in 1970 zal Cuba 10 miljoen ton produceren.
Nu ligt het niet in mij om een land of een revolutie te beoordelen naar de tonnages die het produceert, - wat mij daarbij uitsluitend interesseert is de manier waarop. Maar als het je gebracht wordt als een argument, dan kun je niet nalaten op te merken dat er geen cijfers van voor 1965 zijn, om nog maar te zwijgen van voor 1959, het jaar van de revolutie. Voor de 'import van tractoren' staan die cijfers er wel, die schijnt sinds 1952 omhooggegaan.
Enfin, misschien kunt u de u de cijfers van vóór 1959 ergens opzoeken, ik weet ze niet. Wel heb ik inmiddels gelezen dat Cuba in 1961 nog 7 miljoen ton suiker produceerde, in 1963 nog maar 4 miljoen ton, en voor 1968 wordt verwacht dat de opbrengsten nog steeds onder die van 1961 blijft, ook al staan er nu in Cuba om de 200 meter borden met; ‘Wat doe jij voor de 10 miljoen ton?' en ‘De tien miljoen ton. Een ereplicht.' Dat zijn dus die 10 miljoen van 1970. Nogmaals - de cijfers zeggen me niets, - misschien waren de mensen wel het gelukkigst in 1963 toen ze even niet zoveel suiker hoefden te produceren, maar ik erger me aan de tendentieuze selectie.
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

In De
ontdekking van de Hemel(1992) gaan Max Delius en Onno Quist
naar Cuba zoals Mulisch zelf in 1967 Cuba bezocht. Vandaar dat zijn
Cubaanse verleden ook nu nog aan de schrijver kleeft. Mulisch in
een interview: ‘In het algemeen geldt dat je in een rechts
fascistisch land niet geweest hoeft te zijn om te kunnen zeggen hoe
het er is, terwijl je in een links kommunistisch land geweest moet
zijn om te kunnen zeggen hoe het er is.’ (De tekening is
van Joost Veerkamp )
De Zuid
Afrikaanse zangeres Miriam Makeba zei in 2005 tijdens een bezoek
aan Havana: ‘Ik had het geluk dat hij een van mijn
concerten in 1972 bijwoonde, toen ik Cuba voor de eerste maal
bezocht. Ik zong voor president Fidel Castro (…) hij is een
van mijn sterren.’
Ariel
Hidalgo, universitair docent werd in 1980 gearresteerd toen men een
manuscript van hem in beslag nam met de titel Cuba, de marxistische
Staat en de nieuwe Klasse. Hij werd veroordeeld wegen
‘vijandige propaganda’en zat korte tijd in het
Psychiatrisch Ziekenhuis van Havana opgesloten tussen zieken,
geestelijke gestoorden en zware criminelen. ‘Ik was
socialist. Ik geloofde – en ik geloof - in de oorspronkelijke
doelen van de revolutie. Waar ik niet meer geloof is in het
leiderschap van de revolutie.’(…) ‘Veel
gevangenen zaten om veel onschuldiger dingen in de cel. Er zat een
marineofficier Francisco Benites Ferrer bij mij in de cel omdat hij
deze uitspraak van José Martí op een muur gekalkt had:
‘Iedere keer als een mens wordt beperkt in zijn recht om vrij
te denken, lijkt het alsof een van mijn kinderen wordt
gedood’.
'Een
katholiek vervolgen omdat hij katholiek is, een protestant
vervolgen omdat hij protestant is, een vrijmetselaar vervolgen
omdat hij vrijmetselaar is, de rotary vervolgen omdat iemand lid
van rotary is, La Marina (een groot Cubaans ochtendblad) vervolgen
omdat het een rechtse krantis, iemand vervolgen omdat hij links is,
een ander omdat hij radicaal ter linker of ter rechterzijde is, dat
kan ik me niet voorstellen en dat zal de Revolutie nooit doen......
Wij doen wat democratisch is; alle ideeen respecteren. Als iemand
begint met de sluiting van een krant, kan geen krant zich meer
veilig voelen. Als men een mens vervolgt vanwege zijn politieke
opvattingen, kan niemand zich meer veilig voelen.'
De Franse
filosoof en schrijver Sartre bezocht Cuba in 1960 en was verrukt
van de zogeheten ‘directe democratie’ die Fidel en Che
Guevara daar praktiseerden tijdens bijeenkomsten met tienduizenden
Cubanen. Carlos Franqui, toen nog eindredacteur van het blad
Revolución probeerde Sartre uit te leggen dat ‘hier sprake
was van een voorbijgaand fenomeen dat volledig afhankelijk was van
Fidel Castro, dat geen enkele organische of structurele basis
‘bezat maar puur revolutionair theater was, dat in de
dagelijks praktijk niet functioneerde.’
'In naam
van het anti-amerikanisme hebben velen een van de langst- durende
dictaturen gesteund.Die mensen zullen zich straks moeten
verantwoorden; Ignacio Ramonet, hoofdredacteur van Le Monde
Diplomatique, Gerard Depardieu, Daniele Mitterand en Christian
Poncelet, de voorzitter van de Franse senaat. Ik heb ze nog nooit
de repressie horen veroordelen die de tegenstanders van Fidel heeft
getroffen.' De Cubaanse schrijver Jacobo Machover vorig
jaar in L'Expresse



Ik ben er laat mee maar dit is een mooi eerbetoon aan een moedige en verstandige vrouw. Ze durfde in het hol van de leeuw -Vrij Nederland - tegen de stroom in te gaan.
gedenkrenaterubinsteingroet