Weeklog: Ger Beukenkamp

Het is toch een idioot toeval. Als ik op de morgen na de première
de krant van de deurmat pak lees ik dat de gang naar Afghanistan
een kabinetscrisis dreigt uit te lokken. Actueel is Onze Jongens
wel.
Gisteren eerst gesproken met de eindredacteur en de regisseur van de korte tv-serie De Prins en het Meisje. Ik heb de eerste versie van dit drama geschreven, voor de VPRO. Het gaat over Friso en Mabel. En we praten er nu over of in mijn script Balkenende intelligent genoeg is neergezet, hoe we de niet-homoverklaring van Friso zullen gebruiken en of we Mabel laten struikelen over Klaas Bruinsman of Mohammed S.
Een collega haalt me op om naar filmproducent IDTV te gaan. Daar vergaderen we over het voornemen om een film te maken over stadhouder Willem III, verreweg onze meest interessante Oranje, hij werd immers ook nog eens koning van Engeland. Tragisch voor hem dat hij van mannen hield. Hij trouwde met de schattige Mary Stuart; een goed huwelijk, maar geen kinderen. Moet dit nu een grote publieksfilm worden, of leent het verhaal zich meer voor een intiem, persoonlijk verhaal? De co-producent in Engeland wil de publieksfilm. Over twee weken beslissen we.
Om zes uur in het theater, veel te doen. De grote legertent is uitgescheurd. Mijn vader was zeilmaker, dus dit is een uitgelezen klus voor mij. Ik dweil de toneelvloer. Dat is een ritueel, geboren uit het bijgeloof dat wanneer ik dat niet doe, de voorstelling flopt. Acteurs en muzikanten zijn behoorlijk ontspannen, veel flauwe grappen.
Het eerste deel draait, het publiek reageert goed, maar een beetje traag. Logisch, er is nog te veel premièrespanning op het toneel. Maar er worden geen fouten gemaakt.
In de pauze werken we met tien soldaten de zaal om tot camp Sun-city ergens in Irak. Het publiek wordt ontvangen in de grote legertent en de 'echte' show begint. De eerste nummers staan als een huis. Maar dan breekt de hel los. De crew van Onze Jongens wordt overvallen door een groep moslimfundamentalisten en ze dreigen met een onthoofding.
En dat allemaal bijna op de schoot van het publiek. Groot en heftig acteren en toch geloofwaardig blijven. Dan volgen er nog zo'n drie muzikale nummers waarvan ik weet dat ze goed in elkaar zitten. De Soa-polka bijvoorbeeld: vier verpleegsters leggen uit wat er zoal seksueel overdraagbaar is.
Het applaus is groot en gul. Ik val in een sombere bui, maar ben zo te zien de enige. Ik hou niet van gelegenheden waar men met een glas in de hand moet opletten wie je straks nog allemaal moet spreken. Twee dikke biertjes en dan met de man op de fiets naar huis. Het is windstil en nevelig. Allemachtig wat is Amsterdam-Oost toch mooi, waarom blijft iedereen altijd in die grachtengordel hangen?
Kat Nelson wacht geduldig. Zijn vriendin is weg.
Gisteren eerst gesproken met de eindredacteur en de regisseur van de korte tv-serie De Prins en het Meisje. Ik heb de eerste versie van dit drama geschreven, voor de VPRO. Het gaat over Friso en Mabel. En we praten er nu over of in mijn script Balkenende intelligent genoeg is neergezet, hoe we de niet-homoverklaring van Friso zullen gebruiken en of we Mabel laten struikelen over Klaas Bruinsman of Mohammed S.
Een collega haalt me op om naar filmproducent IDTV te gaan. Daar vergaderen we over het voornemen om een film te maken over stadhouder Willem III, verreweg onze meest interessante Oranje, hij werd immers ook nog eens koning van Engeland. Tragisch voor hem dat hij van mannen hield. Hij trouwde met de schattige Mary Stuart; een goed huwelijk, maar geen kinderen. Moet dit nu een grote publieksfilm worden, of leent het verhaal zich meer voor een intiem, persoonlijk verhaal? De co-producent in Engeland wil de publieksfilm. Over twee weken beslissen we.
Om zes uur in het theater, veel te doen. De grote legertent is uitgescheurd. Mijn vader was zeilmaker, dus dit is een uitgelezen klus voor mij. Ik dweil de toneelvloer. Dat is een ritueel, geboren uit het bijgeloof dat wanneer ik dat niet doe, de voorstelling flopt. Acteurs en muzikanten zijn behoorlijk ontspannen, veel flauwe grappen.
Het eerste deel draait, het publiek reageert goed, maar een beetje traag. Logisch, er is nog te veel premièrespanning op het toneel. Maar er worden geen fouten gemaakt.
In de pauze werken we met tien soldaten de zaal om tot camp Sun-city ergens in Irak. Het publiek wordt ontvangen in de grote legertent en de 'echte' show begint. De eerste nummers staan als een huis. Maar dan breekt de hel los. De crew van Onze Jongens wordt overvallen door een groep moslimfundamentalisten en ze dreigen met een onthoofding.
En dat allemaal bijna op de schoot van het publiek. Groot en heftig acteren en toch geloofwaardig blijven. Dan volgen er nog zo'n drie muzikale nummers waarvan ik weet dat ze goed in elkaar zitten. De Soa-polka bijvoorbeeld: vier verpleegsters leggen uit wat er zoal seksueel overdraagbaar is.
Het applaus is groot en gul. Ik val in een sombere bui, maar ben zo te zien de enige. Ik hou niet van gelegenheden waar men met een glas in de hand moet opletten wie je straks nog allemaal moet spreken. Twee dikke biertjes en dan met de man op de fiets naar huis. Het is windstil en nevelig. Allemachtig wat is Amsterdam-Oost toch mooi, waarom blijft iedereen altijd in die grachtengordel hangen?
Kat Nelson wacht geduldig. Zijn vriendin is weg.



Bij dit bericht worden geen reacties (meer) toegestaan