Zintuigen
Sarajevo online

Ik hoor ze lepelen in de kleine kamer aan het eind van de
gang. Mij was gevraagd of ik mee wilde eten maar deze deelklus moet
eerst af. Eerder heb ik geen rust. Mijn opdrachtgeefster en haar
echtgenoot hanteren echter diep in hún leeftijd en háár Kroatische
origine gewortelde gewoonten, en dus eten ze warm rond de middag.
Aan die routine, inclusief hun andere dagelijkse rituelen, houden
ze vast, alsof ze langs een strakgespannen koord dwars door de
dag heen moeten. Ongeacht hoeveel chaos ik als beginnende klusser
ook door de krappe flatwoning heen verspreid.
Fluisteren, nu hoor ik ze fluisteren. Ik scherp mijn oren maar hoor natuurlijk niks. Niet voor mij oren bestemd immers. Zou het over mij gaan? Dit is toch mijn eerste opdracht en met dat vieze plakschuim heb ik eigenlijk nauwelijks ervaring. Ik ben vast door de mand gevallen.
Maar ik krijg het toch voor mekaar. Het raamwerk dat tegen de muur aan moest zit vast, muurvast dus. Mét schuim, én pluggen, én schroeven. Mevrouw komt weer eens kijken in de benauwde gang waar ik bezig ben. Dat is ook echt wat ze doet, kijken. Armen voor haar borst gevouwen over het zwarte vormeloze mouwloze vestje dat ze iedere dag draagt. Hoofd ietsje scheef. Zwijgen en dan zeggen. Een kleine spitse vrouw op leeftijd, zonder grammetje vet en mét bril waarvan de enorme glazen haar helblauwe ogen sterk vergroten. Hoewel ík geen bril nodig heb om haar ernstige blik te voelen.
"Dit kan een aardbeving doorstaan," merkt ze op. Dat lijkt me teveel lof in een te vroeg stadium en om de vloek te ontkrachten room ik het compliment wat af, mompelend, blozend. "Nou....dat moeten we nog zien."
Even later word ik aan tafel genood in de kleine eetkamer. Háár kamer. Hartenjagen op de laptop, asbak vol peuken en een enorme bruine wandkast langszij. Echtgenoot verstopt zich voor de televisie in de kamer ernaast. De kopse kant van de tafel is gedekt, ik neem plaats. Ik heb zicht op daken, buurflats en vooral veel lucht. Dit is tien hoog. Dit keer ben ík de lepelaar. Sarma, zure witte koolrolletjes met een mengsel van gehakt en rijst van binnen, lekker.
Mevrouw zit naast me, rookt, en kijkt hoe ik eet. Af en toe noemt ze me "dušo", liefje. Ik voel me een dochter. Instinctief krijg ik iets voorzichtigs. Te grove gebaren en te harde klanken kunnen haar breken voel ik. En dus houd ik me in. Veel preciezer dan mijn slordige aard me voorschrijft controleer ik mijn bewegingen, mijn stem, mijn kaken, mijn bestek. Links van me aan de muur hangt een wissellijst met haarscherpe foto's. Steeds dezelfde jongeman als een edelsteen in telkens andere zettingen. In het midden van de lijst ook weer hij, lachend, zijn arm bezitterig om de hals van een even lachend meisje. Maar die foto wijkt af in kwaliteit. Een beetje onscherp is ie, en een tikje overbelicht. De maker lachte vast mee. Voorlopig sla ik die foto over.
"Dat is mijn zoon." antwoordt ze desgevraagd. Ik cirkel met mijn vragen om de kern heen. Schoondochter, vriend van middelbare school, moeder, vader. Figuranten rond de hoofdrol. Kom dan uiteindelijk onvermijdelijk toch bij die foto in het hart uit. "En die twee daar in het midden, zijn dat uw zoon en dochter?"
Ze breekt. Knikt ja en schudt nee tegelijkertijd. "Ik heb geen dochter meer!" brengt ze uit, slaat haar handen voor haar gezicht en begint hartverscheurend te huilen. Geluidloos. Mijn hart slaat over. Zo argeloos was mijn vraag, zo rauw het antwoord. Vanuit relatieve lichtheid voel ik me in een put geworpen, eentje waarin zij al zat. Tien maanden om precies te zijn. Zolang is haar dochter nu dood.
"Dat is nog kort." zeg ik. Ze knikt. "Daarom draag ik ook zwart" snikt ze, en trekt met duim en wijsvinger de stof van haar vestje in een punt, als een viesje voor de vuilsnisbak.
Ik ben gestopt met eten. Kijk alleen nog maar van de foto's naar haar en terug. Weet niet wat ik moet zeggen. Zoek koortsachtig naar het evenwicht tussen vragen en zwijgen. Hoe ze heet. Ik vraag het met opzet niet in de verleden tijd, en mevrouw kijkt even op. Ze vraagt zich duidelijk af of die tegenwoordige tijd een produkt is van mijn kromme Bosnisch of een bewuste keus. "Sanja." zegt ze dan. Ongevraagd vertelt ze verder. Ze was vier jaar ziek. Ze werd vijfendertig. Of ze kanker had vraag ik. Weer een knik. Ik vraag niet welke, dit is niet het moment voor nieuwsgierigheid. Of er kinderen waren. Nee, ze was net getrouwd toen ze ziek werd. Mevrouw staat op en loopt twee stapjes naar de kast. Haalt daar iets uit en draait zich weer om. Legt een klein album voor me neer.
Het trouwalbum. Maar zonder de gebruikelijke geforceerde glamour van koortsachtig gezochte, te mooie decors en nerveuze tandpastaposes. Ontspannen familiefoto´s eerder, van een bijzondere dag, genomen aan de Kroatische kust, in de lente of de zomer. Wat automatisch adembenemende uitzichten, mooi licht en ongedwongen, aantrekkelijke settings van eeuwenoude architectuur oplevert, Dubrovnik misschien. Temidden waarvan de bruid straalt, een beeldschone jonge vrouw in een eenvoudige witte jurk en een kort roodbruin kapsel met hier en daar blonde puntjes. Ze is prachtig. Om haar heen in steeds wisselde samenstellingen de gelukkige gezichten van bruidegom en hooguit tien stuks familie; een rustig feest.
Ik ben door mijn fatsoenlijke vragen heen eigenlijk. Blader door het album, van voor naar achter en weer terug. Begrijp het niet. Kan het beeld van deze stralende vrouw niet verbinden aan dat van een uitgeteerde zieke. Kijk stiekem rond of ik geen foto´s van Sanja tijdens haar ziekbed zie ergens, maar niks. Die beelden zitten ongetwijfeld met veel zuur geëtst in de herinneringen van haar geliefden. Om nooit te verdwijnen.
Ik stel de laatste vraag. Hoe de echtgenoot het maakt. Moeilijk. Vanuit hun grote driekamer appartement in Zagreb is hij weer terug verhuisd naar zijn moeder. Hij hield het niet uit.
Ik zeg mijn slotzin."Jako mi je žao.˝ Ik vind het heel erg. Ik meen het, hoewel de woorden mijn gevoel niet weten te ondersteunen. Ik voel me tekort schieten.
En dan bromt er wat onder mijn billen. Het brommen wordt schudden. Het schudden wordt schommelen. Wat ver beneden ons als trillen diep vanuit de aarde begon heeft zich hier op tien hoog tot zwaaiende lussen vermeerderd. Na drie seconden is het voorbij.
Dit was de aardbeving die zich geroepen voelde.
Fluisteren, nu hoor ik ze fluisteren. Ik scherp mijn oren maar hoor natuurlijk niks. Niet voor mij oren bestemd immers. Zou het over mij gaan? Dit is toch mijn eerste opdracht en met dat vieze plakschuim heb ik eigenlijk nauwelijks ervaring. Ik ben vast door de mand gevallen.
Maar ik krijg het toch voor mekaar. Het raamwerk dat tegen de muur aan moest zit vast, muurvast dus. Mét schuim, én pluggen, én schroeven. Mevrouw komt weer eens kijken in de benauwde gang waar ik bezig ben. Dat is ook echt wat ze doet, kijken. Armen voor haar borst gevouwen over het zwarte vormeloze mouwloze vestje dat ze iedere dag draagt. Hoofd ietsje scheef. Zwijgen en dan zeggen. Een kleine spitse vrouw op leeftijd, zonder grammetje vet en mét bril waarvan de enorme glazen haar helblauwe ogen sterk vergroten. Hoewel ík geen bril nodig heb om haar ernstige blik te voelen.
"Dit kan een aardbeving doorstaan," merkt ze op. Dat lijkt me teveel lof in een te vroeg stadium en om de vloek te ontkrachten room ik het compliment wat af, mompelend, blozend. "Nou....dat moeten we nog zien."
Even later word ik aan tafel genood in de kleine eetkamer. Háár kamer. Hartenjagen op de laptop, asbak vol peuken en een enorme bruine wandkast langszij. Echtgenoot verstopt zich voor de televisie in de kamer ernaast. De kopse kant van de tafel is gedekt, ik neem plaats. Ik heb zicht op daken, buurflats en vooral veel lucht. Dit is tien hoog. Dit keer ben ík de lepelaar. Sarma, zure witte koolrolletjes met een mengsel van gehakt en rijst van binnen, lekker.
Mevrouw zit naast me, rookt, en kijkt hoe ik eet. Af en toe noemt ze me "dušo", liefje. Ik voel me een dochter. Instinctief krijg ik iets voorzichtigs. Te grove gebaren en te harde klanken kunnen haar breken voel ik. En dus houd ik me in. Veel preciezer dan mijn slordige aard me voorschrijft controleer ik mijn bewegingen, mijn stem, mijn kaken, mijn bestek. Links van me aan de muur hangt een wissellijst met haarscherpe foto's. Steeds dezelfde jongeman als een edelsteen in telkens andere zettingen. In het midden van de lijst ook weer hij, lachend, zijn arm bezitterig om de hals van een even lachend meisje. Maar die foto wijkt af in kwaliteit. Een beetje onscherp is ie, en een tikje overbelicht. De maker lachte vast mee. Voorlopig sla ik die foto over.
"Dat is mijn zoon." antwoordt ze desgevraagd. Ik cirkel met mijn vragen om de kern heen. Schoondochter, vriend van middelbare school, moeder, vader. Figuranten rond de hoofdrol. Kom dan uiteindelijk onvermijdelijk toch bij die foto in het hart uit. "En die twee daar in het midden, zijn dat uw zoon en dochter?"
Ze breekt. Knikt ja en schudt nee tegelijkertijd. "Ik heb geen dochter meer!" brengt ze uit, slaat haar handen voor haar gezicht en begint hartverscheurend te huilen. Geluidloos. Mijn hart slaat over. Zo argeloos was mijn vraag, zo rauw het antwoord. Vanuit relatieve lichtheid voel ik me in een put geworpen, eentje waarin zij al zat. Tien maanden om precies te zijn. Zolang is haar dochter nu dood.
"Dat is nog kort." zeg ik. Ze knikt. "Daarom draag ik ook zwart" snikt ze, en trekt met duim en wijsvinger de stof van haar vestje in een punt, als een viesje voor de vuilsnisbak.
Ik ben gestopt met eten. Kijk alleen nog maar van de foto's naar haar en terug. Weet niet wat ik moet zeggen. Zoek koortsachtig naar het evenwicht tussen vragen en zwijgen. Hoe ze heet. Ik vraag het met opzet niet in de verleden tijd, en mevrouw kijkt even op. Ze vraagt zich duidelijk af of die tegenwoordige tijd een produkt is van mijn kromme Bosnisch of een bewuste keus. "Sanja." zegt ze dan. Ongevraagd vertelt ze verder. Ze was vier jaar ziek. Ze werd vijfendertig. Of ze kanker had vraag ik. Weer een knik. Ik vraag niet welke, dit is niet het moment voor nieuwsgierigheid. Of er kinderen waren. Nee, ze was net getrouwd toen ze ziek werd. Mevrouw staat op en loopt twee stapjes naar de kast. Haalt daar iets uit en draait zich weer om. Legt een klein album voor me neer.
Het trouwalbum. Maar zonder de gebruikelijke geforceerde glamour van koortsachtig gezochte, te mooie decors en nerveuze tandpastaposes. Ontspannen familiefoto´s eerder, van een bijzondere dag, genomen aan de Kroatische kust, in de lente of de zomer. Wat automatisch adembenemende uitzichten, mooi licht en ongedwongen, aantrekkelijke settings van eeuwenoude architectuur oplevert, Dubrovnik misschien. Temidden waarvan de bruid straalt, een beeldschone jonge vrouw in een eenvoudige witte jurk en een kort roodbruin kapsel met hier en daar blonde puntjes. Ze is prachtig. Om haar heen in steeds wisselde samenstellingen de gelukkige gezichten van bruidegom en hooguit tien stuks familie; een rustig feest.
Ik ben door mijn fatsoenlijke vragen heen eigenlijk. Blader door het album, van voor naar achter en weer terug. Begrijp het niet. Kan het beeld van deze stralende vrouw niet verbinden aan dat van een uitgeteerde zieke. Kijk stiekem rond of ik geen foto´s van Sanja tijdens haar ziekbed zie ergens, maar niks. Die beelden zitten ongetwijfeld met veel zuur geëtst in de herinneringen van haar geliefden. Om nooit te verdwijnen.
Ik stel de laatste vraag. Hoe de echtgenoot het maakt. Moeilijk. Vanuit hun grote driekamer appartement in Zagreb is hij weer terug verhuisd naar zijn moeder. Hij hield het niet uit.
Ik zeg mijn slotzin."Jako mi je žao.˝ Ik vind het heel erg. Ik meen het, hoewel de woorden mijn gevoel niet weten te ondersteunen. Ik voel me tekort schieten.
En dan bromt er wat onder mijn billen. Het brommen wordt schudden. Het schudden wordt schommelen. Wat ver beneden ons als trillen diep vanuit de aarde begon heeft zich hier op tien hoog tot zwaaiende lussen vermeerderd. Na drie seconden is het voorbij.
Dit was de aardbeving die zich geroepen voelde.
antoinette duijsters 11-04-2009 08:12
Een mooi beschreven gebeurtenis, waar ik bij het lezen de emoties
kan voelen.
Maria-Dolores
11-04-2009 09:50
mooi verhaal!
soms is het goed, zo iets aan 'een vreemde' te kunnen vertellen die echt luistert...
soms is het goed, zo iets aan 'een vreemde' te kunnen vertellen die echt luistert...
Die innerlijke kracht die ervoor zorgt dat we doorgaan; en hoe
ontoereikend medeleven voor de gever ook mag lijken, voor de
ontvanger is het al gauw een zegen, een balsem voor de pijn.
Misschien maar voor even, maar toch...
Mooie vergelijkingen gebruik je in je verhaal
Mooie vergelijkingen gebruik je in je verhaal
Ik weet niet hoe ik zelf zou reageren op zulk verdriet. Stel je
toch voor, je kind verliezen....Ik denk dat het mij zou kapot
maken. Daarom had ik ook zo'n bewondering voor deze vrouw.
Reactie is geredigeerd
Reactie is geredigeerd
gala 11-04-2009 10:51
zintuigen, wat een prachtige passages zitten er in dit verhaal,
vooral dat stuk dat je beschrijft wanneer je net aan tafel
zit...prachtig! en dan dat gegrom van de aarde onder je; dat was
vast goedkeuring ;)
Reactie is geredigeerd
Reactie is geredigeerd
zucht......ik zat er ook!
Wordt nog druk in dat kamertje:)
Maar wat een 'pracht' verhaal en prachtig (bewonderswaardig) geschreven.
Wordt nog druk in dat kamertje:)
Maar wat een 'pracht' verhaal en prachtig (bewonderswaardig) geschreven.
Vrouw treurt om het verlies van haar dochter. Kan ik helemaal
inkomen.En altijd maar duimen dat het jezelf niet overkomt.
Mooi van eenvoud, Zintuigen, en dat bedoel ik als een echt
compliment.
Reactie is geredigeerd
Reactie is geredigeerd
Dank jullie wel voor alle reacties! Doet goed.
En Trawant, leuk dat je langsloopt!
Reactie is geredigeerd
En Trawant, leuk dat je langsloopt!
Reactie is geredigeerd
zintuigen
15-04-2009 15:00
Dank je wel Ingrid, dat je dat eruit haalt.
Solvejg 15-04-2009 22:37
Je instinct is een goede raadgever zintuigen! En wat mooi
geschreven weer!!
zintuigen
16-04-2009 11:13
Solvejg, ja instinct en intuïtie, vaak genoeg hetzelfde! Dank je
wel voor je compliment!
Dianne 27-04-2009 11:17
Het leven schiet vaak ernstig tekort waardoor wij ons weer tekort
voelen schieten.
Mens, wat heb je dit mooi opgeschreven. Voelbaar en minitieus.
Warm groetje
Mens, wat heb je dit mooi opgeschreven. Voelbaar en minitieus.
Warm groetje
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).


Stille maar hartelijke groet, Coby