
Ik ben weer teruggegaan naar de Geertgen van Sint Jans tentoonstelling. Het is komkommertijd en om me heen zijn mensen op vakantie die praten in vreemde talen. Ik loop langs de diverse vitrines, nu met uitleg in de hand.
Doordat de prenten en boeken zeer oud zijn, is het licht ook niet al te best, en ik moet heel hard turen naar de onderschrift op de prent van Jacob Matham uit 1620. Ik kan net lezen dat hij de prent (een spiegelbeeld van de "Bewening van Christus") toeschrijft aan 'Gerardus Leydanus Pictor'. Ik neem snel wat fotos van de onderschrift om thuis na te turen. Ik wil weten wat er staat!!
Na eindeloos turen heb ik dit ontcijferd:
Links onder:
Cum privil. Sa Cae. M. -
Gerardus Leydanus Pictor
ad S. Ia Bapt. Harlemi
pinxit
Rechts onder:
Theodorus Matham Sculpsit. Iac Matham excud.
Onderschrift:
''Sic VITA post tot cernitur discrimina
Crucifixa, Mortem morte-destraens sua.
Sic ergo Gusti, lacrymus, Mortem, pijs.
Devota plangunt corda, amantque jugiter.
Oculus homo pianqué mentem dirige
Huc: Flere cogunt nam piae te lacryma.
Petrae, Sepulcra clausa, dura marmera
Scinduntur. Aie, terra, coeli, Sidera
Turbantur. Impietalis ecce te omnia.
Elementa, ni tu lacrumeris, arguant.
Amor! Dolor! Compunctionis igneas
Da flammulas, da lacrymarum rivuleos!
Nog daaronder:
regel 1) Magnifico lacrimosa Juveni ac Domino D Jacobo a Campen. Pictori excellentys Mathematicarum Optica ac Architectonica peritiFsienso, omniversum Artuiums Surmes Amsteri, ac culturi, hanc Leberme Pictoris Gerardi Leydans quam
regel 2)
Alb. Durerus ex utero matris natuum jacterum dixit; apud equistas Meliteristis ordenis S. Ia. Babt. Harlemi quands famuds ex pictoris, Geertje van S Ians vernacula dicti, in ac a filiae vinista tabula tifi vincit semper amant commandery ego
regel 3) Iac. Matham LM-DCO
Het klopt niet helemaal, want mijn latijn is niet goed genoeg om de ontbrekende woorden in te vullen, maar ik heb maar wat letters tussen gestopt die erop lijken. Toen ik hier voor de eerste keer rondkeek, had ik geen geduld voor de moderne kunst. Ik wilde alleen naar de oorspronkelijke schilderijen kijken. Nu, nadat ik me een beetje meer in verdiept heb, zie ik dat de moderne kunstenaar dat ook gedaan heeft. Hoe meer je leert over Geertgen tot Sint Jans, hoe meer vragen blijven knagen. Ik vind het goed dat de laatste altar stuk is zodanig opgesteld dat je een idee hebt van hoe groot dat ooit geweest moet zijn. Het staat nu ook min of meer op de oorspronkelijke plek.
Achter dezeopstelling op de muur in een paar vitrines zijn de portretten van de commandeuren van de St. Jansklooster. Deze zijn geschilderd in 1552, maar bevatten een portret van Willem Jansz die commandeur en precepteur was ten tijde van Geertgen tot Jans. Hij kijkt een beetje moe uit zijn ogen:
..en zijn handen zijn aan de kleine kant.
Maria-Dolores
Schwarz 29-07-2009 21:25
Jane 29-07-2009 21:36
Wat mij zo blijft boeien is het algeheel gebrek aan informatie over zijn atelier: wie kwam vóór hem? Wij kwam ná hem? Albert Ouwater is niet vermeld in de boeken van de St Jan. Jan Mostaert zou met hem hebben gewerkt, maar zei tegen Maarten van Heemskerck dat hij hem niet kende. Zou hij naar Utrecht zijn gegaan en alleen begraven zijn in de St. Jan? Wat duidelijk is, is dat hij niet alleen heeft gewerkt. Hij heeft in opdracht met assistenten zijn schilderijen gemaakt. Hij heeft ook veel invloed gehad op latere schilders, want meerdere aspecten van zijn voorstellingen zijn overgenomen.
Fi de Kat 30-07-2009 01:31
morte-destraens moet zijn, denk ik, morte - destruens
pijs moet zijn, denk ik, piis - de tweede i heeft misschien een staart gekregen om het te accentueren
pianqé moet zijn, denk ik, piusque
Maar ik begrijp dat je de twijfel over Geertgens geslacht uit je hoofd hebt gezet.
Waarom zou "van St. Jan" niet gewoon slaan op zijn laatste woonplaats: het klooster van de Heren van St. Jan?
Jane 30-07-2009 21:30
Nee, ik denk nog steeds dat Geertgen óf een vrouw was, óf zwart was, en in ieder geval buiten de sociale norm van de St. Jansorde stond. Inmiddels heb ik geleerd dat halverwege de 15de eeuw was de St Jansklooster de grootste en rijkste van Haarlem, met heel veel weggetjes die ernaartoe leidde. Er was ook een school of scriptorium daar (dat wist ik niet), en er waren 3 vrouwenkloosters aan weerszijden van de complex, allemaal gesticht door priesters van St. Jan. Ik vind het nog steeds boeiend.
J de Kat 31-07-2009
03:22
Onder jouw Links onder staat dat de schilder Gerard van Leiden het heeft geschilderd, Cum privil. Sa. Cae. M. – dat betekent, denk ik, met toestemming van Sint Cae. M. (Caecilia Maria?)
Sculpsit onder Rechts onder betekent: heeft gebeeldhouwd. Excud. kan ik niet vertalen zonder woordenboek.
Ik kan van de rest nog geen worst breien en moet dus op zoek naar mijn woordenboek. Ruwweg is mijn indruk dat het gaat om een belering dat de mens een nietig element is temidden van het geweld der aardse en buitenaardse (Sidera turbantur - sterren die steeds maar draaien (?)) zaken.
Vraag eens aan Kees Smit (die Utrechter met een RK-klassieke opleiding, dagelijks bezorger van een Vk-blog), of hij er wat van kan maken. Intussen zoek ik nog even verder.
Jane 31-07-2009 08:41
"Het leven van Geertgen tot S. Ians, Schilder van Haerlem.
Even ghelijck men ontrent den wit ghehoornden woesten Alpes, oft ander hooghe Bergen, van verscheyden plaetsen, door den Beecxkens, t'water hem siet eyndlinghe legheren en versamen meer en meer in een wijder goot oft canael, haestende hem tot de alder ruymste Zee: van gelijcken is onse Const so hier so daer oorspronglijck ontstaen, en door toedoen der edel cloecke gheesten allencx tot meerder volcomenheyt gecomen. Ten heeft der edel Schilder-const niet schadich gheweest, dat onder ander hem tot haer heeft begheven Gheerrit van Haerlem, gheheeten te S. Ians: want hy haer schoonheyt, en bevallijckheyt soo heel vroegh den Menschen ooghen voorhoudende, grootlijcx haer eere en weerdicheyt heeft vermeerdert en openbaer ghemaeckt. Gheertgen is noch jongh een Discipel gheweest van den voorighen Ouwater, welcken hy in sommige deelen ghelijck was, en overtrof, bysonder in cloeckheyt, in ordinantien, goetheyt der beelden, en affecten, uytbeeldingen: dan ick acht niet in de reynheyt en suyverheyt oft scherpicheyt van wercken. Gheertgen woonde tot den S. Ians Heeren te Haerlem, waer naer hy den naem behiel: doch en hadde de orden niet aenghenomen. Hy mackte hier de hoogh Altaertafel, wesende een groot heerlijck stuck, te weten, het Crucifix. De deuren waren oock groot, en van beyde sijden gheschildert. De een deur en de Tafel zijn vernielt in de beeld-storminge, oft Stadts belegheringe: eene die overbleven was, is doorgesaeght, en zijn nu twee schoon stucken tot den Commandeur, in de sael van t'nieuw ghebouw. D'een, welck d'uyterste sijde was, is eenigh mirakel oft onghemeen Historie: maer t'ander is een noot Gods, oft Cruys afdoeninghe, daer Christus seer natuerlijck doot gheschildert light uytgestreckt, by den welcken zijn eenighe Discipulen en Apostelen, die droefheyt bewijsen: bezonder de Marien toonen sulcken droef wesen, datmen niet soude meerderen druck moghen uytgebeelden. De Maria sittende met een ingetrocken treurigh ghemoet, schijnt uytnemende hertseer te hebben en te voelen, jae is sulck, dat het van den meesten Constenaers van desen tijdt verwondert en hooghlijck gepresen wort. Daer was t'Haerlem buyten tot de Reguliers van zijn werck, doch door den krijgh oft beeld-stormen vernielt. Noch is van hem t'Haerlem binnen de groote Kerck, des selfs Kercks conterfeytsel, en hangt op de Zuydt-sijde, seer vast en aerdigh gehandelt. Hy is een sulck Meester geweest, dat den uytnemenden Albert Durer te Haerlem wesende, en zijn dingen met groot verwonderen siende, van hem seyde: Waerlijck, er is eyn inhaler im Moeders leib gheweest. Oft hy seggen wilde, dat hy daer toe van der Natuere voor-beschickt oft vercoren was van voor de gheboorte. Hy is jongh ghestorven, oudt ontrent 28. Iaer."
J de Kat 04-08-2009
03:21
Sic VITA post tot cernitur discrimina
Zo wordt het LEVEN beeindigd na zovele beslissingen
Crucifixa, Mortem morte - destruens sua.
Zichzelf vernietigend aan het kruis, en de Dood door de dood.
Sic ergo Gusti, lacrymus, Mortem, piis.
Dat is het resultaat van Genot, tranen, Dood, voor de zaligen.
Devota plangunt corda, amantque jugiter.
De vrome harten beklagen zich, en beminnen evenzeer (?)
Oculus homo piusque mentem dirige
Het oog en de vrome mens richt zijn geest
Huc: Flere cogunt nam piae te lacryma.
Hierop: de zaligen dwingen je (een) tranen te plengen
Petrae, Sepulcra clausa, dura marmera
Stenen, gesloten graven, van hard marmer
Scinduntur. Aie, terra, coeli, Sidera
Worden gespleten. Lucht, aarde, uitspansel, Sterren
Turbantur. Impietatis ecce te omnia.
Worden dooreen geroerd. Ziet: dat alles komt door goddeloosheid.
Elementa, ni tu lacrumeris, arguant.
De elementen bewijzen het, ook al zul je het bewenen.
Amor! Dolor! Compunctionis igneas
Liefde! Smart! Verschroeiende vuren
Da flammulas, da lacrymarum rivuleos!
Geef vlammetjes, geef het stromen van tranen!
Jane 05-08-2009 08:26
regel 1) Magnifico lacrimosa Juveni ac Domino D Jacobo a Campen. Pictori excellentys Mathematicarum Optica ac Architectonica peritiFsienso, omniversum Artuiums Surmes Amsteri, ac culturi, hanc Leberme Pictoris Gerardi Leydans quam
regel 2)
Alb. Durerus ex utero matris natuum jacterum dixit; apud equistas Meliteristis ordenis S. Ia. Babt. Harlemi quands famuds ex pictoris, Geertje van S Ians vernacula dicti, in ac a filiae vinista tabula tifi vincit semper amant commandery ego
Ik denk dat regel 1 duidt op de indrukken van Jacob van Campen, en regel 2 op de indrukken van Durer (quote van de tekst van van Mander denk ik)
J de Kat 06-08-2009
03:28
J de Kat 07-08-2009
02:22
regel 1) Magnifico lacrimosa Juveni ac Domino D Jacobo a Campen. Pictori excellentys Mathematicarum Optica ac Architectonica peritiFsienso, omniversum Artuiums Summes Amsteri, ac culturi, hanc Leberme Pictoris Gerardi Leydans quam
Aan de uitmuntende beweende jongeman/-vrouw en aan de heer D. Jacob van Campen. Aan de excellente schilder van mathematische onderwerpen, vakkundige optiek en architectuur F sienso (? Geen verklaring gevonden), het omniversum Artuiums Summes Amsteri (gezelschap van de Beste Amsterdamse Kunstenaars?), en aan de cultuur, deze Leberme (? Lebes, -etis = (was)bekken, ketel) van de schilder Gerard de Leidenaar,
regel 2)
Alb. Durerus ex utero matris natuum jacterum dixit; apud equistas Meliteristis ordenis S. Ia. Babt. Harlemi quando famula ex pictoris, Geertje van S Ians vernacula dicti, in ac a filiae vinista tabula tibi vincit semper amant commandery ego
waarvan Albrecht Dürer heeft gezegd dat hij erbij ligt als een pasgeborene uit de moederschoot; bij de equistas (niet gevonden) van de orde van Honingbereiders (?) S. la. Babt. van Haarlem van de eertijds werkzame schilder, Geertje van S. Jans die daar inwoonde (lett. huisslavin (!) was), en ook op het vinista (? geen verklaring gevonden) schilderij van de dochter draag ik dit aan jou op, de liefde overwint altijd,
regel 3) Iac. Matham LM-DCO
Jacob Matham, 15-90 (de O zal wel een overbodige nul moeten voorstellen; LM houd ik even voor 1000 min 500, wat in die meen ik vaker werd gebruikt om de eeuw 15 n.C. te schrijven. Zo niet, u mag mij kastijden.)
Grootste probleem voor mij met deze tekst is de woordkeus en de bepaald onlatijnse zinsbouw. En goeie antiquair weet er waarschijnlijk beter weg mee.
Gegroet.
Jane 08-08-2009 14:30
Dat Honing zal wel iets anders zijn. Ik ga toch proberen een beter foto te maken van de letters. Ik neem een vergroot glas en notitie boek mee!
J de Kat 09-08-2009
03:51
Veel kloosters hielden bijen en brouwden bier.
De O van DCO bestaat als getal niet in het Latijn van de Romeinen. Mijn probleem met het Latijn van de late Middeleeuwen is dat er veel "vervuiling" in zit, zoals het Engels nu in het Nederlands. Het Latijn dat ik op school leerde was dat van de Romeinen rond het jaar nul.
Jane 09-08-2009 21:17
De Stripman 12-08-2009 12:39
Jane 12-08-2009 23:48
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

