
Voxpop in Kandahar. Voxpop is journalistenjargon voor ‘wat de man in de straat ervan vindt’. Wat in dit geval heel letterlijk genomen kan worden, want voor zover hier in de conservatiefste stad van Afghanistan al vrouwen op straat lopen, kun je ze als buitenlandse man maar beter niet zomaar aanspreken. Ze zouden zich een aap schrikken, daar onder hun boerka.
Ik spreek hier in Kandahar wel Afghaanse vrouwen, maar dat is binnen, in een huis of kantoor, en dan op afspraak of na te zijn geïntroduceerd. De enige mensen van het andere geslacht met wie ik in het wild contact heb, zijn de vrouwen die voor winkelcentrum Al Jadeed staan te bedelen, hun metalen bedelschaaltjes schitterend in de felle zon.
De oudere vrouw die ik iets geef, draagt geen boerka (oud en arm, dan kan dat), maar een fel gekleurd tuniek. Haar ogen lichten verheugd op als ze ziet dat ik 200 afghani’s (4 dollar) in het schaaltje leg. Haar dag is goed. Geld speelt geen rol: de Volkskrant betaalt.
Voor de voxpop ga ik het winkelcentrum in, waar alleen mobiele telefoons, software en andere elektronica worden verkocht. De procedure is eenvoudig. Belangstelling tonen voor de koopwaar, via de tolk een praatje beginnen met de winkelier, mezelf introduceren en - indien hij bereid is - een gesprek voeren over de onderwerpen die mijn interesse hebben. In Kandahar, de hoofdstad van de gelijknamige zuidelijke provincie, ligt dat voor de hand: Taliban.
In Kandahar zijn de Taliban in 1994 ontstaan. Dit is hun ‘heartland’, een mooie Engelse term waarvoor geen even mooie vertaling voorhanden is. In 2001 werden ze uiteraard verjaagd, maar ze zijn in het zuiden van Afghanistan volop terug. In de dorpen hebben ze de overhand, hier in de stad is de regering grosso modo de baas. Maar ze zijn er wel degelijk, de mannen van mullah Omar.
Pal naast Kandahar-stad ligt de Arghandab-vallei: volledig in handen van de Taliban. Geregeld zijn er aanslagen in de stad. Sommige wijken zijn no go area, zeker ’s nachts. Met ‘nachtbrieven’ wordt mensen angst aangejaagd.
Arghandab-vallei, Talibangebied, op voorgrond Baba Wali heiligdom
Maar voor mij is daar allemaal niets van te merken. Het leven gaat zo op het oog zijn gangetje in deze tamelijk dorpse provinciehoofdstad. En de voxpop in het winkelcentrum spreekt zich onbeschroomd uit tegen de Taliban. Ze gedragen zich slecht, ze pakken mensen op en mishandelen ze of erger, zegt de ene winkelier na de ander.
Ook de een na de ander zeggen ze volgende week donderdag op president Karzai te zullen stemmen. Karzai is pathaan, net als bijna iedereen hier, en hij komt hier vandaan ‘Hij is popalzai, dat ben ik ook’, verklaart een enkeling zijn electorale voorkeur. Popalzai is een van de vele pathaanse stammen. Doordat er steeds een tolk tussen zit, worden het geen uitvoerige gesprekken. Ik stel een vraag, zij geven antwoord in een of twee zinnen.
Maar bij de winkel World Soft Point, op de eerste etage, is het bingo. Ahmad Shah, verkoper van mobiele telefoons en computergames, spreekt heel goed Engels. Een innemende, goedlachse jongen van 23 die heel graag zijn verhaal vertellen. Zoals over de drie keren dat hij ternauwernood aan de Taliban ontsnapte. Hij had een winkel op de Amerikaanse Laghman-basis in Zabul, een buurprovincie van Kandahar.
Vijf keer was hij gebeld door de Taliban. Ze zeiden: ‘Stop met werken voor de Amerikanen, anders zullen we je vermoorden.’ Ahmad antwoordde: ‘Ik moet mijn familie onderhouden, ik heb het geld nodig.’ Het dreigement bleek niet loos te zijn. Tot drie maal toe werd hij onderweg vanuit Qalat, de hoofdstad van Zabul, aangevallen door Taliban. ‘Ze wisten wie ik was, ze herkenden mijn auto’, zegt hij.
Een keer werd hij gered doordat uit tegenovergestelde richting een Amerikaans konvooi kwam aanrijden, de twee andere keren moest hij het gaspedaal diep intrappen en wegscheuren. Vier kogelgaten heeft zijn auto. Hij stopte met zijn winkel op de Amerikaanse basis – te gevaarlijk. Met hulp van vrienden begon hij een zaak in winkelcentrum Al Jadeed. Twee van zijn broers staan ook in de zaak.
Ahmad Shah (midden) met zijn
broers Jabar (rechts) en
Akbar (links) in Al Jadeed winkelcentrum in Kandahar
(foto's Rob Vreeken)
De waar voor zijn winkel koopt Ahmad Shah in China. In juli was hij daar voor het eerst. Dongwan, Shinzan, een geweldige belevenis. Op zijn laptop laat hij foto’s zien van China, en van het afscheidsfeestje dat hij gaf voor de Chinese vrienden die hij inmiddels had gemaakt. Jongens met blikjes bier en ongelooflijk veel lol. Op 1 augustus kwam hij thuis, gelukzalig en vol van indrukken.
En toen… Nee, niet en toen. Eigenlijk is dit verhaal verkeerd verteld, althans de chronologie was anders. Toen ik Ahmad aansprak, toen bleek dat hij graag wilde praten, begon hij helemaal niet over de Taliban en over zijn dodenritten. Hij stak meteen van wal met het volgende. ‘Het is hier erg, erg gevaarlijk. Een maand geleden zijn we mijn zus kwijtgeraakt. Latifa, 14 jaar. Ze zijn het huis binnengedrongen en hebben haar meegenomen, ze was alleen thuis. Wie het waren weten we niet, we hebben niets meer van haar gehoord. Ik was in China geweest, ik wist van niets, toen ik thuis kwam hoorde ik het.'
‘Naar de politie zijn we niet gegaan, dat kan niet. De mensen mogen er niets van weten. In de islam is het te schaamtevol. Als mensen te horen krijgen dat mijn zusje is weggeweest, zal er over ons gepraat worden, dan hebben we geen leven meer. ‘Waarom hebben ze niet beter op hun dochter gepast?’, zullen ze zeggen. Mijn moeder huilt dag en nacht. Mijn zus is nu 37 dagen weg. Als we haar over een maand niet hebben gevonden, gaan we met de hele familie weg uit Afghanistan. Het is te schaamtevol.’
Buiten praat ik erover na met Wasim, mijn tolk. Ja, zo gaat dat in Afghanistan, zegt hij. ‘Het is te beschamend. Zelfs als een dochter één nacht niet thuis is, zal de familie haar niet meer accepteren.’ Ook als ze is ontvoerd? ‘Dat maakt niet uit.’
Maar ‘niet accepteren’, wat betekent dat? Wat doen ze met haar? ‘De meeste families zullen haar doodmaken.’ Ja, zo gaat dat nu eenmaal in Afghanistan.
betty
15-08-2009 12:31
Heel goed dat er bekendheid komt over het leven daar, dan begrijp je bepaalde reacties beter.
wij hebben op de dialyse een paar klanten uit die cultuur.
moeder a/d dialyse en jonge dochter offert zich helemaal voor Ma op, ook dat is hun cultuu.
Overigens kun je in Nederland zomaar voor "racist" uitgemaakt worden als je hiertegen bezwaar hebt.
Culturen uit het Midden-Oosten staan dit van oudsher nu eenmaal toe, en het slachtoffer wordt er op aangekeken.
Zie bijvoorbeeld het bijbelboek Deuteronomium waarin verkrachting van een niet verloofd of getrouwd meisje uitdrukkelijk wordt toegestaan, mits een vergoeding aan haar vader wordt betaald.
Wat het meisje er van vindt, doet er niet toe voor onze onvolprezen godheid.
Het zal duidelijk zijn dat de religie hier niet erg bevorderlijk is voor het welzijn.
En kom niet aan met het onderscheid tussen godsdienst en cultuur, want voorzover die van elkaar te onderscheiden zijn, versterken ze elkaars kwaadaardigheid alleen maar.
piet
21-08-2009 00:39
maar dit verhaal over dat meisje is toch wel het 'hoogtepunt' (dieptepunt) tot nu toe voor mij (heb ze nog niet allemaal gelezen) - ben diep geraakt. Moest traantje wegpinken.
als er een Nederlands equivalent van de Pullitzer-prijs bestaat en ik zou het voor het zeggen hebben dan zou ik het wel weten.....
bedankt Rob Vreeken!
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).


Fijn om iemand op straat daadwerkelijk toch met iets te kunnen helpen. Een klein beetje geluk...