
Ik weet niet of het Reformatorisch Dagblad in het hiernamaals wordt bezorgd, en zelfs als dat al het geval mocht zijn, dan kan ik me voorstellen dat ’t niet úw lijfblad is. Er stond onlangs een nogal merkwaardig verhaal in over de Maastrichtse mosasaurus, het beroemde fossiel uit het Krijt van de Sint-Pietersberg: creationist Terry Mortenson voorzag het ‘Grand Animal’ van commentaar.
Een flinke controverse is een geweldig
gereedschap om een onderwerp in de schijnwerpers te krijgen. Al
dat misbaar uit creationistische hoek heeft uw 200ste verjaardag
dit jaar gratis en voor niets al heel wat extra aandacht
opgeleverd. We zagen juweeltjes van anti-evolutiedemagogie
voorbijkomen – andere briefschrijvers hebben u daar al
uitgebreid over geïnformeerd. Ook de stunts van Cees Dekker en
Andries Knevel heeft u ongetwijfeld meegekregen.
Maar Mortensons wonderbaarlijke
zondvloedgeologie, op refdag.nl terug te vinden onder
‘Mosasaurus kwam om tijdens zondvloed of ijstijd’,
verdient dit jaar misschien wel de hoofdprijs:
‘[wetenschappers] onderschatten het geweld en de
complexiteit van de vloed’, stelt hij, ‘...ook
doordat er vaak te weinig studie van het boek Genesis wordt
gemaakt.’
Ik heb overwogen om in het kader van een
praktische bijbelstudie een drietal (dooie) kippen te kopen, om
die vervolgens veertig dagen rond te laten draaien in de
wasmachine. Met een koud wasprogramma, zonder wasmiddel, maar mét
een scheutje zeezout en wat ronddwarrelend zand en kiezels moet
zo’n wasbeurt een aardige benadering geven van Genesis7
vers11. Met het inschakelen van de wasmachine zijn immers
‘[…] alle fonteinen des grooten afgronds
opengebroken, en de sluizen des hemels geopend’. Flink
spoelen met hoog toerental op het eind van de wasbeurt is
noodzakelijk, want met alleen een zondvloed komen we er niet;
Mortenson gooit er ook nog een ijstijd tegenaan die hij in de
tijd ná de boottocht van de ark plaatst. ‘Er hoeft maar
ergens een ijsdam door te breken of de dieren worden
bedolven’, legt hij uit. ‘Dat de botten [van de
mosasaurus] zo gerangschikt zijn, komt waarschijnlijk door de
kracht van het natuurgeweld.’
Tafonomie, zo heet tegenwoordig de
studie van de vaak miljoenen jaren oude gang van zaken tussen het
overlijden van een plant of dier en het uiteindelijke fossiel in
een museumcollectie. Aaseters, bacteriën, fossilisatieprocessen
als remineralisatie en verdrukking, het ontstaan van breuken,
erosie, een al dan niet competente fossielenverzamelaar die er
vervolgens mee aan de haal gaat...de keten tussen overlijden en
collectiestuk is lang, en zit vol met zwakke schakels. Het beeld
van lang vervlogen tijden dat je zo als paleontoloog uit
fossielen extraheert, krijg je alleen scherp als je je volledig
bewust bent van al die tafonomische processen.
Experimentele tafonomie, zo zou je de
kip-in-de-wasmachineproef ook kunnen noemen. Een wasmachine die
veertig dagen bezet wordt gehouden door drie rondtuimelende
kippenkarkassen, viel in ons huishouden helaas niet in te
plannen, maar u kunt zich voorstellen dat de kippenknoken na zes
weken rondkolken niet meer in hun oorspronkelijke anatomische
verband verkeren. Heel anders dus dan bij de
mosasaurus.
De meeste botten van de schedel waar Mortenson op doelt, liggen namelijk nog keurig op hun plaats. De linker onderkaak is een beetje scheefgezakt, de linker bovenkaak ligt schuin; het is daarmee werkelijk een uitzonderlijk goed bewaard gebleven fossiel. Niet gehinderd door enige kennis van de anatomie verbaast Mortenson zich ‘…vooral over de samenstelling van het fossiel […]: sommige lichaamsdelen lijken dubbel aanwezig’. You bet! Mosasauriërs hadden achter in hun bek nog een tweetal extra kaken, voorzien van venijnige weerhaaktanden. Niets ongewoons – ook bij slangen en vissen vinden we extra tanden achter in de bek. Hier dus zes kaken in één fossiele kop van één enkel individu. Met het door elkaar spoelen van verschillende exemplaren tijdens het zondvloednatuurgeweld heeft dat geen zier te maken.
Als de gelegenheid zich voordoet,
moesten we Mortenson maar eens uitnodigen een paar dagen op een
opgraving mee te klussen. Na dertig jaar preken over fossielen is
het hoog tijd voor een hands-on-kennismaking met echt
paleontologisch veldwerk. Wellicht ziet u dan nog kans om een
nachtje in zijn tent te komen spoken, als de huisregels in het
hiernamaals daar tenminste gelegenheid toe bieden. Lijkt me
zinvol en gezellig.
Respectfully yours, Anne Schulp
Anne Schulp is paleontoloog in Maastricht. Dit is de 24e aflevering van een reeks brieven van hedendaagse auteurs aan Charles Darwin (1809-1882). Lezer kunnen hun eigen brief aan Darwin sturen naar kennis@volkskrant.nl, ovv "brief aan darwin"
joost
tibosch sr 28-08-2009 18:20
louis
29-08-2009 09:03
ing. St Hawk
29-08-2009 13:02
"De Franse soldaten die de Limburgse hoofdstad in 1794 belegerden, hadden een opdracht meegekregen: breng de mosasaurus naar Parijs. Het fossiel was omstreeks 1772 ontdekt tijdens mergelwinning in de Sint-Pietersberg. Daar werden wel vaker schepen of zee-egels aangetroffen."
Is het niet vreemd dat Mortenson niet wilde weten of één van die schepen misschien zijn beroemde Ark was ?
Jaap
Akkerhuis 30-08-2009 11:43
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

Als Mortenson het heeft over de door wetenschappers onderschatte "complexiteit van de vloed", dan bedoelt hij het onvermogen van deze mensen om te begrijpen dat tijdens de zondvloed zelfs de vissen verdronken zijn. De vondst van (vrijwel) intacte fossielen van vissen van voor die tijd komt natuurlijk omdat de zondvloed veel complexer was dan jouw wasmachine experiment. Zo complex, dat ondanks het feit dat zelfs de hoogste bergtoppen onder water stonden, waarvoor overigens meer water nodig is dan op onze planeet beschikbaar is, er desondanks toch nog goed bewaard gebleven fossielen worden gevonden. Kortom, jij als eenvoudig wetenschapper snapt het dus niet: dat water is na die regenbui niet meer van zijn plaats gekomen (tot zover het wasmachine experiment), maar in de direct daarop aansluitende ijstijd meteen vastgevroren. De enige ons bekende getuige hiervan (Otzi) kan het helaas niet navertellen, maar voor een crack als Mortenson spreken de feiten voor zich. Overigens gaat het gerucht dat hij zijn wasmachine de deur uitgedaan heeft toen hij wakker werd van een van de zoldertrap afdenderende schuimende watervloed. Niks slangbreuk!