
Vanuit het penthouse van Extrapool in de binnenstad kijk ik uit over een nog slapend Nijmegen. Straks zal de bevolking en masse naar het Zwembad Oost trekken voor de eerste Nederlandse Poetry Zwem, maar dat is later. Nu rust het volk de roes uit van de tweede Nijmeegse Nachten, gisteravond en vannacht in de Lindenberg.
Over wat daar zoal gebeurde en wat eraan vooraf ging dit relaas. Voor het publiek bestaat een literatuurfestival als de Wintertuin natuurlijk vooral uit de programma’s en producten, zoals het Wintertuinboek de bundel Nu u!, waarin hedendaagse dichters als Eva Gerlach, Tsead Bruinja, Piet Gerbrandy, K. Michel en H.H. ter Balkt nieuwe versies tonen van klassieke gedichten van onlangs overleden dichters als Paul van Ostaijen, Vasalis en P.C. Hooft.
Voor de dichters en schrijvers betekent een (goed) festival ook het meerdere dagen optrekken met elkaar. De stad en omgeving verkennen, het nuttigen van lokale specialiteiten, het delen van ervaringen, enzovoort.
De 2009-editie van Wintertuin kende weer een writer in residence, de Duitse auteur Ralf Thenior. Een sympathieke man, die de afgelopen dagen veel door Nijmegen gewandeld heeft en die wellicht in de naaste toekomst een hele reeks Nijmegengedichten gaat schrijven. Een eerdere writer in residence was de Vlaamse dichter Andy Fierens. Dit jaar was hij weer twee dagen te gast. Met hem stapte ik de Seat Cordoba in.
Terwijl Andy vertelt over z’n avonturen in Osaka (Japan), waar hij met o.a. een Spaanse en een Britse dichter en een Nederlandse rapper optrad rijden we Nederland uit. Het regent, het is kil en grijs – kortom, een perfecte dag voor graf- en slagveldbezoek.
Net over de grens ligt namelijk het Reichswald, frontgebied van september 1944 tot en maart 1945. Wat van die strijd nog zichtbaar is zijn twee grafvelden, het Reichswald Forest War Cemetery, waar meer dan zevenduizend geallieerden rusten en een Duitse begraafplaats, tussen Kleef en Nüttingen, rustplaats voor een kleine drieduizend oorlogsdoden – soldaten, burgers en dwangarbeiders.
De tegenstelling tussen beide grafvelden is groot: het geallieerde is reusachtig groot en ligt goed zichtbaar aan de weg Kleef-Goch. Elke dode heeft zijn eigen, staande zerk, vaak voorzien van een persoonlijk onderschrift van de nabestaanden.
De Duitse begraafplaats ligt diep in de bossen verscholen. Vanaf de parkeerplaats zie je in eerste instantie alleen een muur, die doet denken aan een zeventiende eeuwse vestingwal. Via een trap kan je omnhoog en je ziet een veld met her en der drie stenen kruizengroepen. Midden op het veld staat een bunkerachtige crypte, waaronder vierhonderd onbekende doden rusten.
De slachtoffers op het veld liggen onder kleine rechthoekige stenen. Onopvallend, alsof men zich schaamde voor hun dood. We doen een ronde en vetrekken.
Terug in Neijmegen ga ik nog even bij de Amsterdams/Friese auteur Tsead Bruinja langs, die voor de duur van het festival zijn intrek heeft genomen in het City Park Hotel. Net als ik doet hij op z’n blog verslag van het festival.
Dan de stad weer in, naar een internetcafë, en door naar de Lindenberg. De dichters en schrijvers druppelen alweer binnen: de tweede Nijmeegse Nacht kan beginnen.
Veel programmaonderdelen maak ik niet mee: het praten en drinken met oude vrienden en bekenden trekt me meer dan het geconcentreerd luisteren naar gedichten en verhalen. Toch gaat de cultuur niet geheel en al onopgemerkt aann me voorbij.
Ik geniet van Andy & the Androids, de band van Andy Fierens. Twee jaar geleden zag ik ze eerder, bij Dichters in de Prinsentuin in Groningen. Toen was ik niet erg onder de indruk: dichter en muzikanten vormden nog niet echt een eenheid. Ditmaal wel en wat ik hoor en zie is klasse: een strakke poëzierockshow, met naast Fierens gitarist/fluitist Michaël Brijs en contrabassist Filip Vandebril. De gedichten van Fierens zijn overigens na te lezen in de juist bij De Bezige Bij verschenen bundel Grote Smerige Vlinder – en wellicht dat op de site van Boest (een theaterprogramma van een groot aantal jonge Vlaamse auteurs de muziek van & the Androids te beluisteren valt.
Tsead Bruinja en ik waren erg benieuwd naar de voordracht van de oud-Groningse en binnenkort met de bundel Oer (Passage) debuterende Petra Else Jekel. Ze was te zien in het programma Schrijversplatform Arnhem – maar de voordrachten van twee auteurs die voor haar optraden duurden te lang en waren ons een gruwel – we verlieten de zaal voortijdig.
Om op te gaan in gesprekken met Ruben van Gogh, H.H. en Willemien ter Balkt, Ilja Leonard Pfeijffer, Marjan Stoop, Thomas Möhlmann, Kasper Peters, Thomas Verbogt, Christophe Vekeman en vele, vele anderen.
Toch weer terug naar de cultuur: op het podium naast de bar traden de Bunny Bonanza’s op, aangevuld met o.a. Wintertuinmedewerker Willem Sjoerd van Vliet. Deze op het oog zo rustige jongeman ontpopte zich als een waar podiumpunkbeest – verrassend en wild. Waarlijk, Wintertuin is en blijft genieten!
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).


Dat andere, grote kerkhof heb ik niet gezien.