Dré Oudman Volkskrant weblog
Politiek en of actualiteit

Het boek "De weg naar Wigan" (The road to Wigan pier, 1937) van
George Orwell bleek ik al eens gelezen
te hebben gezien de diverse potloodaantekeningen die ik ooit in het
boek heb achtergelaten, alhoewel ik er me totaal niets van kan
herinneren! Vreemd, want meestal komt een en ander vanzelf weer bij
me bovendrijven bij het opnieuw ter hand nemen. Complete black-out
voor wat dit betreft. Ik moet constateren dat het op diverse punten
een nog lang niet verouderd en of achterhaald boek is met als rode
draad het socialisme en wat het uiterste afschrikwekkende
alternatief hiervan kan zijn; het fascisme in al z'n
gedaanten.
Orwell begint het boek met een participerende verhandeling over het leven van (Engelse) mijnwerkers, hun onmenselijk werk, hun letterlijke armoede en hun cultuur vlak na WO I. Er is heden ten dage nog niet zoveel veranderd. Òns land heeft weliswaar geen mijnwerkers meer, maar ze bestaan nog overal elders op de wereld en het is goed te beseffen dat mijnwerkers werk voor ons doen of hebben gedaan op een manier 'die we liever niet willen weten!': 'Je kunt er niet omheen dat beschaafde mensen alleen maar beschaafd kunnen blijven omdat mijnwerkers het hart uit hun lijf zweten.' Of: 'Een mijnwerker is een soort smerige kariatide die op zijn schouders vrijwel alles torst wat niet smerig is.' En daarvoor mochten ze dan in smerige achterbuurten wonen, in huizen waar je je hond nog niet zou hebben willen laten vertoeven. Zwaar wonen en uitzonderlijk zwaar werk, met als gevolg dat er veel kompels in de WAO terechtkwamen, als ze niet al verongelukten! Het grappige is dat de huidige WAO-herkeuring in ons land doet denken aan de herkeuring van invaliden in die vervlogen jaren: 'Werden ze gedeeltelijk goedgekeurd voor lichtere werkzaamheden, werd dat deel op hun uitkering ingehouden, terwijl ander werk toch niet beschikbaar was.' Was de huur nog slechter op te brengen. Wat je je ook nu nog kan afvragen: 'Waarom bouwen de gemeentes niet zèlf huizen voor de minderbedeelden? (Aanvullende) bijstand en of huursubsidie moeten ze sowieso betalen; en dat wordt slechts door particuliere huiseigenaren (woningstichtingen) opgeslokt!, maar dan komt de koele zakenman - wiens enige deugd het is talent te hebben om geld te verdienen - met z'n hatelijke filosofie: 'Verdien of verdwijn!''
Orwell pleit in dit boek voor zoiets als het socialisme, voor vrijheid en gerechtigheid, maar hij zegt ook dat socialisten bij meerderheid bestaan uit zonderlingen, uit niet-arbeiders: Vruchtensapdrinkers, nudisten, sandalensloffers, seksmaniakken (antimoralisten), natuurgenezers, pacifisten en feministen en zogenaamde intellectuelen. 'De socialist kweekt een fysieke afkeer en geen enkel gevoel van voorkeur of afkeer is zo fundamenteel als een fysiek gevoel.' En: 'We schelden allemaal op het klassenonderscheid, maar er zijn maar weinig mensen die het uit voornamelijk snobistisch oogpunt echt willen afschaffen.' Het snobisme wordt ingegeven door een gevoel dat te maken heeft met een moeilijk los te laten bourgois en of middenklasse afkomst, hetgeen niet te verwonderen is, want nagenoeg niemand wenst in wezen z'n afkomst te verloochenen. Maar: 'Strijd tegen de onderdrukkers dient geen culturele strijd te zijn maar een economische; een socialistische strijd, los van allerlei culturele achtergronden. Zie wat er in nazi-Duitsland is gebeurd! De arme middenstand die puur uit cultureel oogpunt zich afzet tegen het socialisme en daardoor in de armen van het fascisme wordt gedreven!'
Alles wat tussen aanhalingstekens is geplaatst zijn de woorden van Orwell, maar ik wil hier nog een eigen bijdrage aan toevoegen:
Wezenlijk socialisme is onthiërarchisering
Orwell begint het boek met een participerende verhandeling over het leven van (Engelse) mijnwerkers, hun onmenselijk werk, hun letterlijke armoede en hun cultuur vlak na WO I. Er is heden ten dage nog niet zoveel veranderd. Òns land heeft weliswaar geen mijnwerkers meer, maar ze bestaan nog overal elders op de wereld en het is goed te beseffen dat mijnwerkers werk voor ons doen of hebben gedaan op een manier 'die we liever niet willen weten!': 'Je kunt er niet omheen dat beschaafde mensen alleen maar beschaafd kunnen blijven omdat mijnwerkers het hart uit hun lijf zweten.' Of: 'Een mijnwerker is een soort smerige kariatide die op zijn schouders vrijwel alles torst wat niet smerig is.' En daarvoor mochten ze dan in smerige achterbuurten wonen, in huizen waar je je hond nog niet zou hebben willen laten vertoeven. Zwaar wonen en uitzonderlijk zwaar werk, met als gevolg dat er veel kompels in de WAO terechtkwamen, als ze niet al verongelukten! Het grappige is dat de huidige WAO-herkeuring in ons land doet denken aan de herkeuring van invaliden in die vervlogen jaren: 'Werden ze gedeeltelijk goedgekeurd voor lichtere werkzaamheden, werd dat deel op hun uitkering ingehouden, terwijl ander werk toch niet beschikbaar was.' Was de huur nog slechter op te brengen. Wat je je ook nu nog kan afvragen: 'Waarom bouwen de gemeentes niet zèlf huizen voor de minderbedeelden? (Aanvullende) bijstand en of huursubsidie moeten ze sowieso betalen; en dat wordt slechts door particuliere huiseigenaren (woningstichtingen) opgeslokt!, maar dan komt de koele zakenman - wiens enige deugd het is talent te hebben om geld te verdienen - met z'n hatelijke filosofie: 'Verdien of verdwijn!''
Orwell pleit in dit boek voor zoiets als het socialisme, voor vrijheid en gerechtigheid, maar hij zegt ook dat socialisten bij meerderheid bestaan uit zonderlingen, uit niet-arbeiders: Vruchtensapdrinkers, nudisten, sandalensloffers, seksmaniakken (antimoralisten), natuurgenezers, pacifisten en feministen en zogenaamde intellectuelen. 'De socialist kweekt een fysieke afkeer en geen enkel gevoel van voorkeur of afkeer is zo fundamenteel als een fysiek gevoel.' En: 'We schelden allemaal op het klassenonderscheid, maar er zijn maar weinig mensen die het uit voornamelijk snobistisch oogpunt echt willen afschaffen.' Het snobisme wordt ingegeven door een gevoel dat te maken heeft met een moeilijk los te laten bourgois en of middenklasse afkomst, hetgeen niet te verwonderen is, want nagenoeg niemand wenst in wezen z'n afkomst te verloochenen. Maar: 'Strijd tegen de onderdrukkers dient geen culturele strijd te zijn maar een economische; een socialistische strijd, los van allerlei culturele achtergronden. Zie wat er in nazi-Duitsland is gebeurd! De arme middenstand die puur uit cultureel oogpunt zich afzet tegen het socialisme en daardoor in de armen van het fascisme wordt gedreven!'
Alles wat tussen aanhalingstekens is geplaatst zijn de woorden van Orwell, maar ik wil hier nog een eigen bijdrage aan toevoegen:
Wezenlijk socialisme is onthiërarchisering




Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).