
Wetswijzigingen in Rijkswet op het Nederlanderschap en de Vrouw.
De gisteren aangenomen wijzigingen van de Rijkswet voor het Nederlanderschap (RNW) moeten volgens de regering ervoor zorgen dat de bedoelingen van de wet worden verduidelijkt en er meer helderheid komt over de juridische status van het Nederlanderschap. Het gaat om de volgende wijzigingen:
1. mensen die de Nederlandse nationaliteit krijgen, moeten afstand doen van de nationaliteit van het land van herkomst. Door de wetswijziging gaat deze regel ook gelden voor sommige migranten van de tweede generatie.
2. de regels om de Nederlandse nationaliteit van iemand te ontnemen worden aangevuld. Iemand die veroordeeld wordt voor misdrijven die de essentiële belangen van het Koninkrijk of één van zijn landen schaadt, zoals een terroristisch misdrijf, kan de Nederlandse nationaliteit worden ontnomen.
3. bij naturalisatie op de Nederlandse Antillen en Aruba wordt de kennis van het Nederlands verplicht gesteld.
4. er wordt voorgesteld het Nederlanderschap te verlenen aan kinderen die vóór 1 januari 1985 zijn geboren als kind van een Nederlandse moeder en een niet-Nederlandse vader.
In dit eerste deel wil ik specifiek ingaan op het laatste punt, omdat hiermee eindelijk de gelijkstelling van de man en vrouw voor deze wet gerealiseerd wordt. In een tweede deel zal ik punt 1 en 3 van nader commentaar voorzien.
Mr. H.J. Smidt bracht in 1892 de Wet op het Nederlanderschap en het Ingezetenschap tot stand. Deze verving de wet uit 1850 en de artikelen 5 t/m 12 uit het Burgerlijk Wetboek over de nationaliteit. De wet bepaalt dat de degenen die op grond van de wet uit 1850 de Nederlandse nationaliteit bezitten stamvaders zijn van na 1 juli 1893 geborenen.
Het beginsel van de wet werd gebaseerd op het eenheidssysteem of ‘système unitaire’, waarbij men er vanuit ging dat de leden van een gezin dezelfde nationaliteit moeten bezitten en op verwerving van de nationaliteit door afstamming van de man. Dit hield in dat een vrouw onder alle omstandigheden de nationaliteit van haar man volgde. Wanneer een Nederlandse vrouw met een buitenlandse of staatloze man trouwde verloor zij (en haar kinderen) automatisch haar Nederlandse nationaliteit.
Het recht van de vrouw werd in een eerste multilateraal verdrag in 1930 enigszins verbeterd en daarmee werd ook het stringente vasthouden aan het eenheidssysteem wat losgelaten. Dit zgn. “Verdrag van Den Haag, nopens zekere vragen betreffende de wetsconflicten inzake nationaliteit”, werd op 12 April 1930 en door Nederland in 1936 geratificeerd. Er werd echter door Nederland wel een voorbehoud gemaakt m.b.t. artikel 8,9 en 10.
De verdragsstaten waren: Australië, België, Brazilië, China, Cyprus, Fiji, Kiribati, Lesotho, Malta, Mauritius, Monaco, Nederland, Noorwegen, Pakistan, Polen, Swaziland, Verenigd Koninkrijk en Zweden.
De voor vrouwen meest relevante afspraken in het verdrag:
Hoofdstuk III – De nationaliteit van de gehuwde vrouw
Artikel 8 Indien de nationale wet van de vrouw hare nationaliteit doet verliezen ingevolge huwelijk met een vreemdeling, zal dit gevolg afhankelijk worden gesteld van het verkrijgen door haar van de nationaliteit van haar echtgenoot.
Artikel 9 Indien de nationale wet van de vrouw haar hare nationaliteit doet verliezen ingevolge verandering van nationaliteit van haar echtgenoot tijdens het huwelijk zal dit gevolg afhankelijk worden gesteld van het verkrijgen door haar van de nieuwe nationaliteit van haar echtgenoot.
Artikel 10 De naturalisatie van de echtgenoot tijdens het huwelijk zal alleen met de toestemming van de echtgenoote verandering van nationaliteit van deze laatste meebrengen.
Artikel 11 De vrouw, die volgens de wet van haar land haar nationaliteit heeft verloren ingevolge haar huwelijk, verkrijgt na ontbinding van het huwelijk deze nationaliteit alleen terug indien zij hiertoe het verzoek doet, en in overeenstemming met de wet van dit land. Ingeval zij haar nationaliteit terug verkrijgt, verliest zij de nationaliteit, die zij ingevolge haar huwelijk had verkregen.
bron : KU Leuven
Hoewel een aantal bepalingen in het verdrag de rechten van vrouwen betreffen, ging het niet om het realiseren van gelijke behandeling van man en vrouw maar om het ondervangen van gevallen van staatloosheid van het nageslacht. Dit wordt vooral duidelijk in artikel 1 van het bijbehorende protocol:
“In een Staat, waar de nationaliteit niet wordt toegekend ten gevolge van het enkele feit van geboorte op het grondgebied, zal de persoon, die geboren is uit een moeder, die de nationaliteit van dezen Staat bezit, en uit een vader zonder nationaliteit of van een onbekende vader, de nationaliteit van dit land bezitten.”
Het duurde tot 1959 totdat er voor het eerst serieus gekeken werd naar de positie van de vrouw in het Nationaliteitsrecht. Op 20 februari van dat jaar kwam in New York het Verdrag betreffende de nationaliteit van de gehuwde vrouw tot stand, waarmee getracht werd om de onafhankelijke nationaliteitsrechtelijke positie van gehuwde vrouwen te waarborgen. Het Verdrag kan worden gezien als een uitvloeisel van artikel 15 van de UVRM, waarin wordt bepaald dat ‘ een ieder recht heeft op een nationaliteit’ en ‘aan niemand dat recht kan worden ontnomen noch het recht kan worden ontzegd van nationaliteit te veranderen’
In het verdrag van New York werd bepaald dat noch de sluiting, noch de ontbinding van een huwelijk, noch de verandering van nationaliteit door de man staande het huwelijk van rechtswege invloed mocht hebben op de nationaliteit van de vrouw. Het doorgeven van de nationaliteit door de vrouw aan de kinderen wordt in dit Verdrag niet gesproken. Nederland ratificeerde het verdrag in 1963.
Zodoende werd bij de Rijkswet van 14 november 1963 een begin gemaakt met de gelijkstelling van de man en de vrouw. Verdere consequenties heeft men toen echter niet onder ogen willen zien.
Pas met de invoering van de huidige RWN werd aan het beginsel van gelijkheid der geslachten een groter gewicht toegekend dan aan het belang van het voorkomen van meervoudige nationaliteit en het beginsel van het eenheidssysteem. De positie van de Nederlandse vrouw in het nationaliteitsrecht is door de inwerkingtreding van de huidige Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) op 1 januari 1985 aanmerkelijk verbeterd. Sindsdien kan een Nederlandse moeder ook het Nederlanderschap doorgeven aan haar kinderen die op of na 1 januari 1985 zijn geboren. Sinds de wetswijziging van l januari 1985 verkrijgt een kind dat is geboren uit een Nederlandse moeder het Nederlanderschap vanwege het simpele feit dat de moeder Nederlands is.
Onder de voorloper van deze wet verkreeg het kind slechts in uitzonderingsgevallen de Nederlandse nationaliteit door afstamming van een Nederlandse moeder. In de Rijkswet van 1985 werd in een tijdelijke overgangsregeling voorzien die bepaalde dat kinderen geboren voor 1 januari 1985 het Nederlanderschap konden verkrijgen door optie. Van deze optie kon alleen gebruik worden gemaakt indien de moeder van het kind op het moment van de optie de Nederlandse nationaliteit bezat, of indien zij voordat de optie werd uitgebracht als Nederlandse was overleden. Het kind moest daarnaast op l januari 1985 jonger zijn dan 21 jaar (de op dat moment geldende meerderjarigheidsgrens).
In het gisteren aangenomen wetsvoorstel zijn enkele nieuwe gronden opgenomen die relevant zijn voor diegene die geen gebruik hebben gemaakt van de genoemde overgangsregeling en ook voor hun eventuele kinderen. Voorts is de leeftijdsgrens van 21 jaar komen te vervallen.
De in dit kader ter zake doende wijzigingen van 14 januari jl.:
“ Aan artikel 6, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma, toegevoegd:
i. de vreemdeling die vóór 1 januari 1985 is geboren uit een moeder die ten tijde van zijn geboorte Nederlander was, terwijl de vader ten tijde van die geboorte niet-Nederlander was;
j. het vóór 1 januari 1985 in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba bij rechterlijke uitspraak geadopteerde niet-Nederlandse kind van een vrouw die op de dag dat de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen Nederlander was, indien het kind op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was;
k. de vreemdeling die is geboren als kind van één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden;
l. de vreemdeling die voor de leeftijd van zeven jaar is erkend door één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden;
m. de vreemdeling die door één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden, tijdens zijn minderjarigheid is erkend, terwijl hij aangetoond heeft dat die persoon de biologische vader is;
n. de vreemdeling die door een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap kind is van één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden, indien hij op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was;
o. het in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba bij rechterlijke uitspraak geadopteerde kind van één van de in de onderdelen i of j bedoelde personen die het Nederlanderschap heeft verkregen dan wel voor die verkrijging is overleden, indien hij op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was.”
Bronnen:
rikus 16-01-2010 08:41
vroeger blijkt nog niet zo lang geleden
antoinette
duijsters 16-01-2010 08:50
Catharina Anna Maria van
Vliet 16-01-2010 09:37
Aad Verbaast
16-01-2010 09:59
Dit had ik allemaal even gemist. Betekent ook nogal wat.
Mag ik aannemen dat er (4) ook nog wat te kiezen is? Dit mede gezien punt 1 dat er alleen een Nederlandse nationaliteit vergeven kan worden als je de oude nationaliteit opgegeven wordt.
Wilders (en aanhangers) zullen daar blij mee zijn.
Of begrijp ik het niet goed?
Ruud Zweistra 16-01-2010 10:27
Dit gebaseerd op de Universele Verklaring van de Rechten van de Aarde.
johanna_nouri 16-01-2010
11:45
Goed dat je er aandacht aan besteedt. Toen het wetsvoorstel gedaan werd, heb ik me er wel in verdiept, maar door de lange behandeltijd is me geheel ontgaan dat het gisteren vastgesteld ging worden.
Ik neem aan dat de betrokkenen zelf kunnen om al dan niet een verzoek tot het verkrijgen van het Nederlanderschap in te dienen, toch?
Help slachtoffers aardbeving Haïti!
Giro 555
Ina
Dijstelberge 16-01-2010
12:09
@ Rikus : Nee vroeger was wat betreft het recht van vrouwen op dit gebied net voorbij.
@ Antoinette : wanneer je naar de geschiedenis van deze wet dan krimpt je maag inéén.
@ CAM ; Kon dat wel dan?
@ Aad : De tweede link werkt inmiddels. Wanneer je kijkt naar de andere wijzigingen krijg ook ik sterk de indruk dat de regering en kamer gezwicht zijn voor het (valse) sentiment over dubbele nationaliteiten. Maar daarover in mij volgende bijdrage meer.
@ Johanna : Er is een mogelijkheid tot optie....
en ik ondersteun je oproep voor hulp aan de haïtianen.
Marius van
Artaaa 16-01-2010 12:39
als het parlement zelf te laf is om stelling te nemen
tegen de terugtrekking van Nederland achter haar dijken
dan hoop ik maar dat hun lobby hen tot inkeer brengt... | : )
Ruud Zweistra 16-01-2010 13:00
Ook in het denken dat je anderen toedicht, ben je kennelijk racistisch.
Relevant voor mij bovendien, als (nog?) niet-Nederlandse. Maar als EU-burger is er wenig reden om van nationaliteit te veranderen.
Ruud Zweistra 16-01-2010 14:46
Het Verdrag kan worden gezien als een uitvloeisel van artikel 15 van de UVRM, waarin wordt bepaald dat ‘ een ieder recht heeft op een nationaliteit’ en ‘aan niemand dat recht kan worden ontnomen noch het recht kan worden ontzegd van nationaliteit te veranderen’
Reactie:
Staat dat er echt?
Volstrekte waanzin.
johanna_nouri 16-01-2010
16:00
Een artikel dat stateloosheid moet tegengaan, die stateloosheid was vooral in de eerste helft van de 20ste eeuw een enorm probleem. Nog altijd zijn veel mensen stateloos, onder wie veel Roma in heel Europa, Russen in Letland, Koerden in Syrië en gevluchte Tibetanen. (Amnesty International)
Toelichting bij Artikel 15
Nationaliteit is een belangrijk aspect van de identiteit van een individu, in die zin dat het iemand een gevoel van eigenwaarde en van ‘ergens bijhoren’ geeft. Nationaliteit is meer specifiek verbonden aan een geografische locatie (een staat) en geeft een persoon het recht om beschermd te worden door de wetten die daar gelden. Zelfs als men zich in een ander land bevindt, heeft de staat waarvan men de nationaliteit bezit, de plicht om haar burgers te beschermen.
Het al dan niet hebben van een nationaliteit kan tot ernstige conflicten leiden. Waar nieuwe staten ontstaan, zijn er soms groepen aan wie de nationaliteit van de staat ontzegd word. Dit is dikwijls het geval voor minderheden, die dan het slachtoffer worden van vervolging en uitdrijving en dan, als vluchteling, in een situatie van staatloosheid terechtkomen. Om dergelijke situaties te vermijden, probeert men, onder meer op basis van dit artikel, staten ervan te overtuigen om niemand een nationaliteit te weigeren op basis van raciale, etnische, religieuze of politieke factoren.
(vormen.org)
Groet Robert
off-topic 16-01-2010 18:23
Hoe gaan we daar dan mee om?
;-))
Ina
Dijstelberge 16-01-2010
19:12
@ Ruud :
13:00 uur Leg eens uit?
14:46 : Ja, dat staat er echt. Dat je niet veel op hebt met de UVRM was mij al bekend.
@ Johanna : Volgens mij had Ruud dat zelf ook kunnen vinden....maar toch bedankt.
@ Robert : Dit gaat specifiek over de positie van de vrouw in het licht van deze wet.
Je opmerking is mij bekend, die heb je vaker gemaakt.
Wat ik mij nog wel afvroeg was of je meerdere nationaliteiten bezat?
@ Jos : We zouden kunnen kijken of ze van de Nederlandse stamvaders afstammen. Moeten we wel even terug zoeken tot 1850;-)
Catharina Anna Maria van
Vliet 16-01-2010 20:00
De details heb ik verder niet meegekregen, alleen dat DAT ze het met de naturalisatie van zwager opgelost hebben. Wij zijn inmiddels heel wat jaren verder. DE kinderen waarvan er een alweer is overleden zijn nu Nederlands en voor hen is de kwestie afgedaan.
P.H.M. van de Kletersteeg 16-01-2010 22:22
Met het intrekken van nationaliteit van nederlanders waren ze vrij vlot.....
Maarre: je bent wat vergeten: buitenlanders die geen moslim zijn en bijdragen aan de nederlandse samenleving, daar heeft niemand bezwaar tegen.
En dat is een voorwaarde die ook gesteld wordt door engelstalige landen--zijn ze van nut voor het gastland?
Onderstepen ze de wet van het gastland? (moslims niet dus0
An van den
burg 16-01-2010 22:33
spannend Ina !
Relevant voor mij bovendien, als (nog?) niet-Nederlandse. Maar als EU-burger is er wenig reden om van nationaliteit te veranderen.====== Heel verstandige uitspraak, Maria. Het zal mij, als nederlandse, aan m`n reet roesten dat ik Nederlandse ben. Ik geef niet om nationaliteit!
Artikel 2 zal de meeste problemen opleveren en het Europese Hof veel werk bezorgen!
Groet, Ina, van An.
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).





INITIATIEF VAN




Vroeger waren ze niet zo dom als nu