
1) Een verslag van het eerste debat: 'Alleen mopperen op de gang is voor de leraar wel zo veilig'
Het eerste publieke debat over de Onderwijsagenda ging over rompslomp.
Wees geen slachtoffer van al die regeltjes in het onderwijs.
Negeer ze hier en daar, of ga er langs en trek je eigen plan. Met
deze milde oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid verlieten de
circa zeventig deelnemers dinsdagavond het gebouw van het roc in
Utrecht-Zuid.
Kennen scholen te veel organisatorische rompslomp, luidde de
hoofdvraag van het eerste publieke debat over de Onderwijsagenda
die de Volkskrant organiseert. Jazeker, er is te veel rompslomp,
luidde de klacht. Maar de discussie bleef niet steken bij die
constatering.
Schooldirecteur Alex Peltekian: ‘Ik kom oorspronkelijk niet
uit het onderwijs. Maar toen ik als directeur van scholenkoepel
Penta in Hoorn begon, verbaasde ik me over die twee kubieke meter
Gele Katernen, het blad met alle regelgeving van het ministerie.
Met collega’s heb ik alles op een paar steekkarretjes
geladen en ritueel in de papierbak gegooid.’
Natuurlijk gebeurde er niks. Logisch, vindt Peltekian: ‘We
zijn in het onderwijs heel brave mensen.’
Geïnstitutionaliseerd wantrouwen, noemde inleider Chris Sigaloff
de rompslomp in de scholen. We durven het onderwijs nog steeds
niet over te laten aan degenen die ervoor zijn aangesteld. Er
heerst nog altijd veel voogdij vanuit besturen en de
bovenschoolse managers.
Het vervelende is dat er geen hoofdschuldige voor is aan te
wijzen. Iedereen bestookt elkaar met nieuwe regeltjes en
verantwoordingslijnen. Sigaloff: ‘Zo gaan we met de beste
bedoelingen met zijn allen het moeras in.’
Tegelijkertijd groeit het beeld van een mopperende leraar die
manmoedig weerstand biedt tegen de regelzucht. Die leraar zou wat
meer zijn mond moeten opendoen, meende onderwijsconsultant
Everard van Kemenade, en hij schetste een beeld van een klagende
leraar in de schoolgang en op feestjes. Volgens Van Kemenade moet
de leraar zich vaker tegen zijn eigen leiding uiten. Van
Kemenade: ‘Hoe komt het dat de docent zich zo weinig laat
horen? Wellicht omdat hij het ook wel lekker vindt. Het biedt
veiligheid als hij er zelf niets aan hoeft te doen.’
Hij werd bijgevallen door Sigaloff. ‘Leraren moeten niet
alleen maar lesgeven, maar ook hun stem willen drukken op de
vormgeving van het onderwijs.’
Meerdere docenten in de zaal waren er echter niet gerust op dat
je stem verheffen iets uithaalt. Ze moeten eerst een aantal
leemlagen door en uiteindelijk beslissen ze niet zelf.
Omdat volgens Peltekian rompslomp ook een gevoel in de hoofden
van mensen is, doet een goede manager zijn best om zijn mensen te
laten groeien, zowel in de ogen van zichzelf als in die van
anderen. Peltekian: ‘Maak leraren eigenaar van hun
resultaten, geef hun vertrouwen, breek de angstcultuur op scholen
af, zodat leraren en schoolleiders weer wat durven.’
Er kan veel meer dan men denkt, ook in reusachtige
schoolorganisaties. Van Kemenade: ‘Bij hogeschool Fontys
hebben we tegenwoordig een apart facilitair bedrijf. Als mijn
computer het niet doet, moet ik een nummer bellen en wordt er
eerst een call aangemaakt. Dat gebeurt ook als die ict-collega
vlak bij me zit. Tegenwoordig loop ik zelf even naar hem toe, ook
al mag dat eigenlijk niet.’
Advies: laat de regels soms de regels zijn. Peltekian: ‘Er
is echt geen inspecteur die mijn school sluit als de resultaten
goed zijn.’
Zo’n omslag naar meer vertrouwen moet geleidelijk, schetste
hij. ‘Je kunt afspreken dat je over twintig jaar de
verkeerstoren op Schiphol afbreekt, en daarnaartoe werken. Als je
dat morgen doet, gaat het mis. Ook in het onderwijs moet je het
stap voor stap doen.’
Maar het mag best met onorthodoxe stapjes. ‘Ik kan vanuit
de extra middelen die beschikbaar komen door 30 in plaats van 24
kinderen in een basisschoolklas te stoppen de groepsleraar
15 duizend euro extra betalen. Ik weet zeker dat die dat dan niet
afwijst en thuis trots tegen zijn vrouw zegt: ik heb
weer voor de kleine klas gestreden!’
Lerarenbonden hebben daar in domme verblindheid aan meegewerkt.
Diploma's en andere formele kwalificaties tellen overal in het beroepsleven mee, behalve daar waar de diploma's worden behaald: in het onderwijs.
Er was een eenvoudig en eigenlijk door veel betrokkenen geaccepteerd systeem van bevoegdheden: er was de kweekschool, met onderscheiden bevoegdheden voor het kleuter- en het lager onderwijs.
Tot iemand op de geachte kwam dat je dat best op één hoop kon gooien. Toen kwam er de pabo en toen was ineens iedere pabo-afgestudeerde bevoegd en zogenaamd bekwaam voor groep 1 t/m groep 8. Als gevolg daarvan zagen opleidingen zich gedwongen de inhoudelijke eisen te verlagen: het balletje rolt naar het laagste punt. We zagen wat er van terecht kwam: de pabo is inhoudelijk uitgehold, trekt povere instromers uit het mbo en zwakke havisten, en er is alle reden tot zorg over de vakkundigheid van de nieuwbakken juffen en de (zeer weinige) meesters.
Er was een eenvoudig systeem van derde-, tweede- en eerstegraads bevoegdheden, afhankelijk van het niveau waarop leraren hun vak hadden bestudeerd. Daarvan was afhankelijk aan welke kinderen je mocht lesgeven.
Toen kwam iemand op het idee dat de derde en tweede graad best konden worden samengevoegd. Hup, iedereen die een blauwe maandag wat Nederlands had bijgeklust was ineens tweedegraads leraar Nederlands en kon in 90% van het voortgezet onderwijs voor de klas. We weten maar al te goed hoe laag de eisen zijn die leraren Nederlands stellen aan het lezen, schrijven en spellen van onze kinderen.
Toen kwam iemand op het idee om eerstegraads, universitair opgeleide leraren net zo weinig te betalen als tweedegraads hbo-leraren. Ze stonden toch allebei voor de klas/ Hoezo dan verschil maken? Nederland onderwijsland werd zo platgeslagen als de polder die we nu eenmaal zijn. Het gevolg: academici bedanken massaal voor een baan in het onderwijs, en zeker de getalenteerden onder hen die we in het onderwijs hard nodig hebben.
Nu is het gradenstelsel dan op sterven na dood. Dankzij de door de bonden gesteunde HOS-nota, het door de bonden gesteunde Functie Waarderings Stelsel, de door de bonden gesteunde wet-BIO bestaat er feitelijk geen kwalificatiestructuur meer voor leraren. Alle willekeur wordt aan de schoolbesturen overgelaten, die zelf uitmaken welke vazallen tot 'senior leraar' worden benoemd, en welke critici de rest van hun leven als onderbetaalde lesboeren moeten slijten.
Een landelijk 'platform' (nomen omen) onder leiding van Hubert Coonen heeft een nieuwe kwalificatiestructuur verzonnen waarin gewone van expertdocenten worden onderscheiden. Opleidingsniveau speelt geen enkele rol. Het gaat er om of docenten voldoen aan vage, in de praktijk niet valide meetbare 'competenties', waaraan eenieder meent te voldoen als je maar netjes reflecteert in je portfolio, naar de wens van de door de schoolbesturen aangezochte beoordelaar.
Met onderwijskwaliteit heeft dit alles natuurlijk niets te maken. Tenzij in negatieve zin.
OCW houdt de oogkleppen stevig tegen het ministeriële hoofd gedrukt en liegt elk jaar in "Education at a Glance" van de OESO dat onze onderwijzers in schaal LB en onze eerstegraders in LD worden betaald.
Ook misleidt OCW het parlement en daarmee de bevolking door stiekem 'bevoegdheid' te vervangen door het aan de wet-BIO ontleende 'benoembaarheid'. Formeel benoembaar als 'leraar' is nu iedere sukkel die de school aanmerkt als 'geschikt', iedere leraar gymnastiek mag nu elk denkbaar vak op school geven, elke tweedegrader mag nu in het eerstegraads gebied lesgeven. Daarvoor gelden voorwaarden die niet worden gehandhaafd.
Intussen worden 4 op de 10 lessen in ons voortgezet onderwijs gegeven door beunhazen, die geen dag van hun leven het vak studeren waarin ze dagelijks staan les te geven. Het "ja maar er moet toch iemand voor de klas staan" moet de afwezigheid van handhavingsbeleid rechtvaardigen.
OCW en de schoolbesturen vonden elkaar in hun wens de macht van leraren te beteugelen. Het is oliedom van de lerarenbonden om dat niet te doorzien en omwille van een vermeend eigenbelang medewerking te geven aan het beleid, dat de kwalificatiestructuur heeft vervangen door willekeur van de boven ons gestelden.
Burro
Holanda 30-01-2010 19:02
lidy
30-01-2010 19:20
En Ruud, ook wat jij citeert is een realistische voorstelling van zaken.
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).
Robbert Dijkgraaf (1960) is president
van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW)
en universiteitshoogleraar mathematische fysica aan de
Universiteit van Amsterdam. Dijkgraaf zet zich in om
(bèta)-wetenschap toegankelijker te maken voor het grote publiek.
Hij is initiatiefnemer van de website
Leonard Geluk (1970) is voorzitter van het
College van Bestuur van ROC Midden Nederland. Tot de zomer van
2009 was hij wethouder van onderwijs in Rotterdam namens het CDA,
de partij waarvoor hij voordien ook raadslid was. Leonard Geluk
studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit. Na zijn studie was
hij ondermeer mede-eigenaar van een onderwijsadviesbureau en
werkte hij als adviseur.
Inez Groen (1968) is mede-auteur van de
bestseller Generatie Einstein, die beschrijft hoe de jongeren van
tegenwoordig denken, voelen en leven. Als communicatiedeskundige
stelt zij zich ten doel een brug te slaan tussen jongeren en
volwassenen. Inez Groen studeerde Internationale Betrekkingen in
Groningen, was adviseur bij communicatiebureau Keesie en is sinds
2008 zelfstandig adviseur, schrijver en spreker over de jeugd van
nu.
Haci Karacaer (1962) was directeur van de
Turkse sociaal-culturele moslimorganisatie Milli Görüs en
bestuurslid van de Westermoskee. Thans is hij secretaris van de
Stichting Openbaar Basisonderwijs Westelijke Tuinsteden. Haci
Karacaer kwam als 20-jarige naar Nederland. Hij werkte eerst als
schoonmaker, later studeerde hij informatica. Hij is
directeur/eigenaar van advies en arbeidsbemiddelingsbureau
Flextreme.
Sywert van Lienden (1990) was
voorzitter van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren LAKS toen
deze actie voerde tegen de zogeheten ‘ophok uren’ in
het middelbaar onderwijs. Hij zat toen in 5VWO van het
Christelijk College Groevenbeek in Ermelo. Van Lienden haalde het
staatsexamen en werkt nu ondermeer voor een
onderwijsadviesbureau. Ook schrijft hij columns voor HP/de Tijd.
Henriëtte Maassen van
den Brink is hoogleraar Onderwijs en Arbeidseconomie aan de
Universiteit van Amsterdam en hoogleraar Evidence Based Onderwijs
aan de Universiteit van Maastricht Het maandblad Opzij riep haar
in oktober 2009 uit tot de machtigste vrouw van Nederland in de
sector Onderwijs en Wetenschappen.
Tineke van der Steen (1979) is
leraar van het jaar 2009 voor het basisonderwijs. Ze geeft les
aan groep 8 van de basisschool Het Baken in Werkendam. Eerder
werkte ze aan de Johan Frisoschool in Dordrecht. Tineke van der
Steen volgde de Pabo aan de Marnix Academie in Utrecht. Als
leraar van het jaar is ze een ambassadrice voor het leraarsvak.
Heleen Terwijn (1967) is oprichter en
directeur van de IMC Weekendschool, die op tien plaatsen in
Nederland aanvullend onderwijs aanbiedt aan gemotiveerde kinderen
in achterstandposities. Terwijn studeerde psychologie aan de UvA.
Tijdens haar onderzoek naar toekomstperspectieven van kinderen in
de Bijlmer ontwikkelde zij haar idee voor de met particulier
sponsorgeld gefinancierde Weekendschool.
Kars Veling (1948) is algemeen directeur van
de openbare Johan de Witt Scholengroep in Den Haag, met scholen
voor nieuwkomers, praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo. Hij was
eerste Kamerlid voor het GPV en later voor de ChristenUnie; hij
was de eerste lijsttrekker voor de ChristenUnie bij de Tweede
Kamerverkiezingen in 2002. Kars Veling studeerde wiskunde en
filosofie in Groningen en werkte als docent filosofie en als
bestuurder bij diverse onderwijsinstellingen.

Volkskrant, 29-01-2010, ingezonden brief van A.Tesink, Krimpen aan den IJssel
Lesboerin
Onderwijsconsulent Everard van Kemenade vraagt zich tijdens het debat over de Onderwijsagenda af, of het voor de leraar niet veiliger is op de gang te mopperen in plaats van zijn mond open te doen en zich tegen zijn eigen leiding te uiten (Binnenland, 28 januari). Op mijn vorige school heb ik regelmatig kritiek op de leiding geuit. Dat werd mij zeker niet in dank afgenomen. Toen er docenten tot seniordocent benoemd werden, kwam ik niet in aanmerking. Weliswaar was ik een goed en ervaren docent, maar ik had toch maar `vage ideeën over onderwijs`.
Omdat ik voorzag dat ik tot mijn pensioen lesboerin zou blijven, ben ik gaan solliciteren. Inmiddels werk ik in het privéonderwijs. Daar wordt kritiek opgepakt en zelfs gewaardeerd. Tegenwoordig geef ik weer met plezier les, begeleid collega`s en geef workshops. Mijn werk is afwisselender en uitdagender geworden, nu ik mag meedenken in de organisatie.
Ik kon me het risico van de overstap op latere leeftijd permitteren omdat mijn gezin niet afhankelijk is van mijn inkomen. Veel collega`s hebben die luxe niet. Ik begrijp waarom het voor hen veiliger is te zwijgen dan kritisch te zijn over hun werkgever.
Conclusie RZ:
Er gaat in dit opzicht niets veranderen, tenzij de werkvloer ook een vorm van invloed of macht krijgt over de bestuurders.
En dat geldt overal in de maatschappij.