
Orgelbouwer Binvignat en zijn orgel in Geulle
1. Het Historische Orgel in Nederland
Omstreeks 1773 begon Joseph Binvignat (1755-1837) samen met de houthandelaar Lambert Houtappel (1756-1822) een Maastrichtse orgelmakerij.
[Uit: De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 2, 24-25. Hier staat dat Joseph Binvignat zich in 1778 als compagnon bij Lambert Houtappel voegt].
Zij ontwikkelden een stijl die geleidelijk steeds meer afweek van de Luikse barokstijl. Vanaf 1777 kreeg deze firma enige nieuwe orgels te maken, waarvan een aantal nog bestaat: in de Sint Nicolaas in hun woonplaats (nu in de kerk van Maastricht-Heer, 1778) en in de Hervormde Sint Jan aldaar (1780), in Houthem (1784), en in Berg en Terblijt (nu Maastricht, Cellebroederskapel, 1794). De boventoonrijke klank van deze orgels verraadt de Noord-Franse herkomst (Attigny) van Binvignat, maar de ruime mensurering van het pijpwerk en de breedte van de totaalklank doen tevens Rijnlandse invloeden vermoeden. In de moeilijke Franse Tijd echter kon deze orgelmaker het nauwelijks bolwerken, speciaal vanwege de heersende antipathie tegen de Fransen. Zouden de anticlericale maatregelen van de overheid niet de hoofdoorzaak geweest kunnen zijn? Hij vervaardigde bureau-orgeltjes en serinettes. Verder moest hij rondkomen van het herstellen van orgels in Aken, Hasselt en tussenliggende plaatsen en van een drankenzaak. Zijn voormalige compagnon trok zich terug in de houthandel.
2. Het Classicisme van de eerste helft van de 19e eeuw
Binvignat is een voorbeeld van een orgelmaker die zijn bouwstijl verder ontwikkelde naar een meer classicistische vorm met strakke en soberdere fronten en lieflijkere klankkleuren. Dit laatste bewerkstelligde hij door discant-solofluiten en strijkers in acht- en viervoetsliggingen te disponeren en enkele tertsregisters weg te laten. Toen de vraag naar orgels weer toenam, bewees de Maastrichtenaar dat hij een meester van grote allure was in zijn nog bestaande opus Magnum in de Sint Matthias van zijn woonplaats, opgeleverd in 1808. Daarna kreeg hij weer veel opdrachten in een groot werkgebied. Enkele van die orgels zijn nog geheel of gedeeltelijk aanwezig, onder meer in Geulle (1818), Mechelen (1820, uitgebreid in 1851), Kerkrade (nu te Oirsbeek, 1828) en Simpelveld (1834). Verder bouwde hij nieuwe orgels in Aken en verrichtte hij ingrijpende restauraties in de grote stadskerken van Luik en op veel andere plaatsen, waaruit blijkt hoe groot zijn faam was. Vermoedelijk. Vermoedelijk begon Rogier Kerckhoff (1816-1873) afkomstig uit Heer bij Maastricht, zijn loopbaan bij Binvignat, alvorens zich in Brussel verder te bekwamen en daar een spoedig bloeiende orgelmakerij op te zetten.
In Maastricht en verre omgeving beheerste Binvignat de orgelbouw tot zijn dood in 1837. Zijn zoon Adam (1789-1850) bleek niet over de kwaliteiten van zijn vader te beschikken. Toch bleven er ook een paar kleine orgels van hem bewaard, onder meer in de H. Hartkerk te Eindhoven (afkomstig van Sittard, ca 1842) Bovendien was hij verantwoordelijk voor de vernieuwing van het orgel van de Sint Servaas te Maastricht in 1839, waarbij tevens een tenorpedaal tot stand kwam. Was dit nog de doorwerking van de Noord-Franse herkomst der Binvignats?
[Uit: De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 8, 35-36].
3. De Sint Martinuskerk te Geulle aan de Maas

Eenklaviers orgel en eiken balustrade van de orgelgalerij, in 1818 gemaakt door Joseph Binvignat in opdracht van het gemeentebestuur 'tot Lof en Luyster van de beijde godsdiensten in de gemeentekerk' zowel gereformeerden als de Roomse gezinden. Bij de bouw werd gebruik gemaakt van een ouder orgel, dat aangepast werd aan de gewenste omvang en dispositie. Het orgel werd in 1977 gerestaureerd door de firma Verschueren te Heythuyzen. Aan de orgelkas is duidelijk te zien dat deze oorspronkelijk was ingesnoerd. Binvignat heeft in 1818 dan ook gebruik gemaakt van een bestaande kas en deze eenvoudig aan de nieuwe situatie aangepast. De onderkas is zeer sober gedecoreerd met een bescheiden pijnappel onder de middenoren. De bovenkas draagt zijn huidige uiterlijk waarschijnlijk grotendeels aan de werkzaamheden uit 1818. Opvallend zijn de bovenblinderingen: een timmermansversie van een Dorisch fries.
[Uit: De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland 4, 342-344.]
Vergelijk met de bron: http://www.marres.nl/orgels.htm
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).



U schrijft over "pijnappel onder de middenoren"... de enige versiering... bijzonder.
Onlangs had ik ook een blog over orgels die in vergelijking hiermee barok versierd zijn. Misschien mag ik u de tweede video die gaat over de orgeltest aanbevelen. Twee mannen die helemaal in deze materie opgaan.
www.vkblog.nl/bericht/289131/%.......