
Vanochtend, de gure wind in het
gezicht, vertrok ik wederom te voet naar het station. Dat
is geen straf als je daarvoor het oude centrum van
Haarlem moet doorkruisen. Te wonen in Haarlem is helemaal
geen straf. De Leliestraat, de Burgwal, het bruggetje over
het Spaarne, schuin tegenover het Teylers, de
Bakenessergracht, de Jansstraat... Tijdens een wandeling
geen mensen te hoeven spreken is ook geen straf. Integendeel. Dat
is het paradijs. Eenmaal in de trein begon ik in mijn
krabbelboek het zoveelste hoofdstuk over het
individualisme. Een monoloog.
Zogezegd heb ik de laatste maanden te weinig tijd om al dat gekrabbel naar tevredenheid uit te werken, maar dit weekend had ik mijn notebook bij me.
Even kijken of ik het kan vinden. Ja, hier...
7 februari, (13:34 trein van Nijmegen naar Den Helder).
Tussen Heumen en Malden liep ik langs de weg over het fietspad. Aan mijn rechterhand lagen de stille getuigen van menselijke aanwezigheid in een geestloos graslandschap- bermtoerisme. Ik vroeg me af hoeveel lege pakjes sigaretten, peuken, ingedeukte blikjes bier en verfrommelde snackverpakkingen hier verspreid lagen. Hoeveel van elk zouden er over de hele wereld zijn achtergelaten? Hoe trager men voortbeweegt hoe meer men kan tellen, een automobilist houdt zich hooguit bezig met het tellen van de bestelwagens die hij passeert.
Toen ik bij de bushalte aankwam was er nog geen reiziger te bekennen, vijf minuten nadat ik in het wachthuisje had plaatsgenomen kwam er een ouder (naar ik vermoed) echtpaar. Man en vrouw zeiden me beiden in hun accent gedag. De man wist nog te melden dat “het wel frisjes” was . Ik antwoordde van ja en daarmee kwam de dialoog tot een einde.
Ik herken die behoefte om maar wat te zeggen, maar ik heb er geen behoefte aan dit soort gesprekken met wildvreemden in gang te houden. Ik word er bang van. Al die mensen die maar wat zeggen om wat te zeggen. Mensen zijn dialoogdieren. Ik ben waarschijnlijk geen compleet mens. Dat is ook de reden dat ik geen vrouw aan de haak kan slaan. Ik loop met drie vesten over elkaar. Aan elk der zes mouwen zit snot. Ik ben al weken verkouden. Mijn haar is ongewassen en mijn broek idem dito. Er zitten witte vlekken op mijn zwarte broek en er zit een gat in mijn achterzak. Ik zie er dus niet uit. Maar mensen spreken me op deze manier in ieder geval niet zo snel aan. Als men dan toch een blik in mijn richting werpt die zou kunnen uitnodigen tot een gesprek kijk ik weg en geef een luide rochel ten beste. Meestal werkt dat afdoende.
De bus arriveerde. Ik was verlost van het gesprek, de mensen. In de trein zou ik me installeren met mijn laptop en daar verder werken aan mijn editie Vosmaer. Dialogen uitgesloten.
indiiooop
09-02-2010 13:15
Op een vroege ochtend sloot de visser de deur van zijn cottage. Hij ging op weg, naar zijn vertrouwde rand aan het water. Niemand te zien op het smalle looppad. Tot aan het bocht. Na het bocht zat een man gehurkt te turen naar het water. De visser bleeft staan en keek naar de man. De man boog voorover. Klaar om in het water te duiken. Hij bleef steken.
Nieuwsgierig geworden liep de visser naar de man toe en vroeg wat hij aan het doen was. De man hoorde hem niet. De visser kuchte, een keer. De man hoorde hem niet. Hij kuchte, een tweede keer.
De man draaide zich om met zijn vinger tegen zijn mond. De vissen zwemmen weg sprak hij op een toon die de visser kon horen. De visser boog en zag twee vissen. Zijn lippen knepen. De man was aan het vissen, met zijn handen. Hij draaide zich om en grinnikte. De man keek hem verontwaardigd aan. Kan jij het beter. Nee ik kan het niet beter, zei de visser en liep weg. De man daar achterlatend.
Met drie vissen in de tas was de visser op weg terug. Weltevree liep hij over het smalle pad. De man was er nog. Natter en verwilderder dan vanochtend. De visser kreeg medelijden met de man. Hij liep naar de man toe. De man keek neidig naar hem. Wees niet kwaad. Ik kom goedgezind sprak de visser.
Hij opende zijn tas en de man verblijde. Een vis in zijn hand bedankte hij de visser.
De zon voelde warmer aan. De wind was gewenst. De goedgeleumde visser met twee vissen in de tas ging huiswaarts.
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

Bestel de
nieuwe bundel van sjaal:
Na een
periode van wikken en wegen heb ik uiteindelijk de knoop
doorgehakt. De partij van de mens komt er. U kon afgelopen maanden
getuige zijn van mijn strijd met mijzelf en de wereld. Een
oneerlijke strijd. Natuurlijk kan ik in mijn eentje deze wereld
niet aan. Ik ben op zoek naar medestanders. Een partij van
individuen. Een partij zonder discipline, enkel samengesteld uit
gelijkgestemden. Een partij van vragenstellers. Een partij die
beleid niet toetst aan belangen maar aan voorhanden voortschrijdend
inzicht. Leuk idee? Wie durft? Sjaalman wil er graag met je over
praten. Lokatie: café Eik & Linde, Plantage Middenlaan 22. Mail
naar
Sjaalman
heeft zich verbaasd over de ophef die is ontstaan om enkele
spotprenten in een Deens dagblad. Beschouwingen in vier lijnen: De
proloog: 
Doelloos.
Redeloos. Maar meer is er niet. Dit is alles. Geniet er maar van.


Je kunt toch wel een rol wcpapier meenemen, alsof je op de eerste de beste camping bent. :-)
.