
11. Nawoord (van Fi)
Zes dagen voordat Lotje “verdween” ben ik geboren, in een asiel hier in de buurt.
Ik heb de oude man daar ontmoet toen ik negen weken oud was. Ik zag in een oogopslag dat hij geschikt personeel was.
Het asiel hield me nog een week in quarantaine omdat ik en mijn broers en zusje de niesziekte hadden opgelopen. Toen nam de man mij mee naar mijn nieuwe huis, waar Jet mij hartelijk begroette met “Kom bij me, kind”. Ik stelde haar meteen teleur omdat zij mijn moeder niet is. Ik heb die heus wel gekend, ook al was ze eerder uit het asiel weg dan ik. Jet was natuurlijk boos en beledigd, maar dat ging over toen zij, net als ik toch weer, prompt de niesziekte kreeg. Ik was kennelijk niet uitgeziekt in het asiel en de dierendokter heeft mij er maar net overheen kunnen helpen. Oudere katten kunnen er beter tegen.
Twee weken later was iedereen in huis uitgesnotterd en ben ik dik bevriend geraakt met Jet. Tot opluchting van het personeel heeft zij sindsdien niet meer naar kinderen lopen zoeken in huis. Afijn, ik ben groot geworden en heb ook kinderen gekregen. Toen ik daar nog mijn handen aan vol had, deed Jet mij wel eens een muis cadeau. Eerst beet ze er dan de kop af en at die zelf op.
En toen de kinderen eenmaal liepen heeft Jet ze ook manieren geleerd, op haar manier, en het spelletje “pak mijn poot onder de deur door”.
Jet heeft nu helemaal geen kinderen meer. Haar Ipi, die heel gelukkig was met een jong mens uit Ierland, is bijna drie jaar oud geworden. Hij kon hier geen werk meer vinden in zijn vak en besloot terug te gaan naar Ierland. Maanden is hij bezig geweest een lift te krijgen met een vrachtwagen, maar dat mislukte steeds. Nu eens bleek het om een vleestransport te gaan en mocht hij de poes niet meenemen, een andere keer liep het transport mis omdat de chauffeur bij de Kanaaltunnel werd betrapt op sigarettensmokkel. Uiteindelijk ging hij dan maar met de boot, met Ipi – die bij hem Scarlet heette – in haar mand. Eenmaal thuis in Ierland deed hij de mand open en zag te laat dat de voordeur nog open stond. Ipi, totaal verzenuwd van het eindeloze gereis, rende de straat op en werd voor zijn ogen doodgereden door een auto.
De mensen zouden zeggen dat de kinderen van Jet niet onder een gelukkig gesternte zijn geboren, of dat er een vloek op hen rustte. Maar volgens mijn personeel wijkt dit somber stemmende resultaat niet veel af van de gemiddelde levenskans van de huiskat in deze beschaafde wereld. Negentig procent van de katten wordt geen drie jaar oud. Van die negentig procent is negentig procent geen twee jaar geworden, en van die negentig procent is negentig procent nooit jarig geweest.
Veel katten worden het slachtoffer van menselijke onachtzaamheid (Henkie), kwaadaardige honden (Flip en Lotje), en auto's (Ipi). Zwerfkatten zijn misschien niet eens veel slechter af. Maar onze grote liefdes, van Jet en van mij, zijn twee jaar geleden om zeep geholpen door een groep idioten die hier opereert onder de naam Stichting Zwerfkat.
elise van schouwenburg
09-02-2010 04:25
antoinette
duijsters 09-02-2010 08:25
Maria-Dolores
09-02-2010 11:22
(zei collega-personeel van vier baasjes, drie bazinnen en één baas, om precies te zijn...)
Ik moest Mika laten inslapen een maand gelden.
Ik mis haar, maar goed, ik heb Shima en Nico.
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).


