Damnieuws

Briljante eindspelwinst Koeperman in clubcompetitie
vrijdag 24 maart 2006 12:01 door Ton Sijbrands
Opnieuw laat ik een modelpartij van oud-wereldkampioen Iser
Koeperman (1922 - 2006) zien die met de Ruilvariant van de Poolse
Opening van start gaat. De instructieve partij, die in een even
inhoudrijk als prachtig eindspel uitmondt, werd op 27 januari 1996
gespeeld in wedstrijd tussen EAD (Asten) en het Wageningse WSDV.
Het was voor die laatste vereniging dat Koeperman incidenteel in de
Nederlandse clubcompetitie uitkwam. Daaraan zullen de levenslange
vriendschapsbanden die hij is blijven onderhouden met WSDV-kopman
Geert van Dijk, Koepermans tegenstander uit de tweekamp om het WK
1959, niet vreemd zijn geweest…
Koeperman-H. Berkers
(Clubcompetitie 1995/1996)
1.32-28 17-21 2.37-32 21-26 3.32-27 26x37 4.41x32 11-17 5.46-41 7-11 6.36-31
Om zwart geen gelegenheid tot de 2x2-ruil (6.41-37) 6...17-22 7.28x17 11x31 8.36x27 te geven.
6...17-22 7.28x17 12x21
Zoals ik in de inleiding van mijn vorige rubriek al schreef: op de één of andere manier komt zwart vanuit deze opening altijd wel op veld 26 terecht.
[Waarmee overigens - zo voeg ik daar enige dagen later aan toe - op zich nog geen waardeoordeel wil zijn uitgesproken. Afgelopen zaterdag bijvoorbeeld nam Wieger Wesselink, in de nacompetitiewedstrijd tussen Heijmans Excelsior en Dammers uit Oost, tegen Van der Kooij een opstelling in met 5…17-22 (in plaats van 5…7-11) 6.28x17 12x21 7.33-28 19-23 8.28x19 14x23, precies dus zoals Mansjien in het toernooi van Kiew 1960 tegen Koeperman had gedaan. Mede dankzij de fraaie klassieke overwinning die Wesselink uiteindelijk zou boeken, eindigde de (reguliere) wedstrijd in een gelijkspel, waarna de Achterhoekers via een tweetal sneldam-barrages (opnieuw 10-10 en - ten slotte - 7-13) hun verblijf in de Ereklasse prolongeerden.]
8.41-36 21-26 9.42-37!?
Dit is beduidend ambitieuzer dan 9.33-28.
9...19-23 10.47-42 14-19 11.33-28 10-14 12.39-33 20-24 13.44-39 1-7 14.49-44 7-12 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
achttien zwarte schijven op 1 t/m 6, 8, 9, 11 t/m 16, 18, 19, 23, 24 en 26;
achttien witte schijven op 27, 28, 31 t/m 40, 42 t/m 45, 48 en 50.]
15.34-29
Een eerste poging om vanuit gesloten klassieke positie tot aanvalsspel te komen.
15...23x34 16.40x20 15x24 17.39-34 5-10 18.45-40 10-15 19.43-39
Wit stelt zich zodanig op dat 18-23?? steeds verhinderd blijft (33-29 +).
19...14-20 20.50-45 4-10 21.34-29 20-25 22.29x20 25x14 23.40-34 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
vijftien zwarte schijven op 2, 3, 6, 8 t/m 16, 18, 19 en 26;
vijftien witte schijven op 27, 28, 31 t/m 39, 42, 44, 45 en 48.]
23…18-23
Hiermee speelt Berkers zijn tegenstander in de kaart. Lastiger lijkt mij 23...15-20 of 23...14-20. De stelling die in dit laatste geval zou zijn ontstaan, heeft zich recentelijk langs totaal andere weg voorgedaan in de partij Schwarzman-Samb, WK 2005. (Het enige - voor het verloop verwaarloosbare - verschil was dat schijf 2 bij Samb op veld 1 stond.) Na 24.45-40 9-14 25.34-30 19-23 26.28x19 14x23 27.30-25 10-14 28.27-22 18x27 29.31x22 11-17 30.22x11 6x17 leek Schwarzman goed te staan, maar niettemin was het Samb die in de zinderende tijdnoodfase aan het langste eind zou trekken.
24.35-30! 15-20 25.30-25 2-7
Gespeeld ter voorbereiding van 26...20-24. Maar er blijken nogal wat bezwaren aan de opstelling met 2-7 te kleven:
26.45-40! 20-24 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
vijftien zwarte schijven op 3, 6 t/m 14, 16, 19, 23, 24 en 26;
vijftien witte schijven op 25, 27, 28, 31 t/m 34, 36 t/m 40, 42, 44 en 48.]
27.33-29(!)
Met behulp van een thematische 2x2-ruil verbreekt Koeperman de gesloten klassieke structuren. Desondanks kwamen ook complicerende zetten als 27.40-35! of 27.27-22! (zeer) sterk in aanmerking. Wat heet: het is zelfs de vraag of zwart de belegering van zijn centrumschijf 23 überhaupt overleeft! Eén enkel voorbeeldje slechts:
27.27-22 10-15 (het schijnt dat zwart het beste meteen 27…12-18 kan doen) 28.40-35! 12-18 (er is niet beter) 29.48-43! 18x27 30.31x22 (zie analyse-diagram)

[Stand in cijfers:
veertien zwarte schijven op 3, 6 t/m 9, 11, 13 t/m 16, 19, 23, 24 en 26;
veertien witte schijven op 22, 25, 28, 32 t/m 39 en 42 t/m 44.]
30…8-12 [wat anders? na 30…16-21 31.33-29! 24x33 32.38x18 19-24 (met de bedoeling 33.44-40? 11-16! 34.34-30 21-27! enz.) 33.34-29! 24x33 34.28-23 ziet zwart het verloren stuk nooit meer terug] 31.37-31!! 26x48 32.22-18! 13x22 33.28x8 3x12 34.33-29! 24x42 35.43-38 42x33 36.39x28 48x30 37.35x4 en wit staat op winst!
27...24x22 28.27x29 19-23
Berkers laat zich - terecht - niet zonder meer van het bord zetten.
29.29x18 12x23 30.39-33 7-12 31.34-30 10-15 32.40-35 13-19 33.44-39 8-13 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
twaalf zwarte schijven op 3, 6, 9, 11 t/m 16, 19, 23 en 26;
twaalf witte schijven op 25, 30 t/m 33, 35 t/m 39, 42 en 48.]
34.30-24
Wit streeft maximale flexibiliteit na. De parallellen met de vorige week besproken partij Koeperman-Mansjien 1960 (zie met name het fragment rond de 43ste zet) liggen er duimendik bovenop.
34...19x30 35.25x34 14-20 36.31-27
De spreekwoordelijke stilte voor de storm.
36...20-24 37.34-30! 13-19 38.39-34! 12-18 39.33-29! 24x33 40.38x29 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 3, 6, 9, 11, 15, 16, 18, 19, 23 en 26;
tien witte schijven op 27, 29, 30, 32, 34 t/m 37, 42 en 48.]
De omhelzing van het vijandelijke centrum heeft een aanvang genomen.
40…9-13(?)
Dit maakt een directe forcing mogelijk. Het is waar dat ook het terugruiltje 40...18-22(?) had verloren na 41.27x18! 23x12 42.29-24! 9-13 43.34-29! 12-18 (op 3-9-14 doet wit eerst 42-38-33!) 44.30-25! 19x30 45.35x24 (zie analyse-diagram; twee varianten ter illustratie:

[Stand in cijfers:
acht zwarte schijven op 3, 6, 11, 13, 15, 16, 18 en 26;
acht witte schijven op 24, 25, 29, 32, 36, 37, 42 en 48.]
1) 45...13-19 46.24x22 15-20 47.25x14 3-9 48.14x3 11-17 49.22x11! 6x17 50.3x21 16x47 51.48-43! 47x24/15 52.43-38 24/15x31 53.36x27 met winst door oppositie.
2) 45...3-9 46.32-28! 11-17 (anders 47.28-23! +) 47.42-38! 17-22 (want na 47…9-14 48.38-33! wordt zwart onder de voet gelopen) 48.28x17 18-23 49.29x18 13x11 50.24-19! (50.36-31? 15-20! en 51…11-17 =) 50...9-14 51.19x10 15x4 52.36-31! (nu pas) 52...16-21 53.38-32 11-16 54.25-20 4-9* 55.31-27 6-11 56.48-42! 11-17 57.27-22! 17x28 58.32x23 21-27 59.23-19 en de witte aanval komt het eerst.
Daarentegen had zwart met 40...11-17(!) 41.42-38 17-21(!) nog serieus van zich af kunnen bijten.
41.42-38! 3-9 42.38-33?
Maar Koeperman ziet het evenmin. Winst was 42.48-42! Daarop is 42...11-17 immers uitgeschakeld door 43.27-21! en na het slaan 46.37-31! enz. met dam. En ook na 42...18-22 (42...15-20?? 43.30-25! 9-14 44.27-22 +) 43.29x18!! 22x31 44.36x27 13x31 45.32-27! 31x22 46.37-31 enz. is de damzet naar 4 ruimschoots beslissend.
42...11-17 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6, 9, 13, 15 t/m 19, 23 en 26;
tien witte schijven op 27, 29, 30, 32 t/m 37 en 48.]
43.29-24!!?
Omdat ‘normale’ zetten als 43.48-42 of 43.30-25 onvoldoende (lees: remise) opleveren, waagt Koeperman een haarscherpe, ultieme winstpoging.
43…9-14?
En de beloning blijft niet uit: na zwarts foutieve reactie staat wit opnieuw - en ditmaal definitief - gewonnen! Nu is het goed te bedenken dat ook een zet met schijf 17 zou hebben verloren, bijvoorbeeld 43…17-22? 44.48-42 22x31 45.36x27 6-11 46.42-38! (verhindert 46…11-17?? door 47.24-20!, 48.34-29 en 49.27-21 +) 46…9-14 47.33-29!, waarna er via een andere volgorde-van-zetten een situatie uit het partijverloop zou zijn ontstaan. Maar met het correcte 43...6-11! 44.33-28* (44.33-29/48-42?? 17-22! +) 44…17-21/9-14 enz. kon Berkers naar een betrekkelijk gelijkwaardige puntendeling toespelen.
44.33-29!
Vlecht de dreiging 45.27-22 + in de stand. Daartegen vormt 44…14-20 wellicht nog de hardnekkigste verdediging, al kan ik mij moeilijk voorstellen dat wit na 45.27-22 18x38 46.29x9 20x40 47.35x44 38-42 48.37-31! 26x37 49.36-31! 37x26 50.48x37 en 51.9-4 uiteindelijk niet gewoon zou winnen.
Overigens mag de volgende geestige spelgang hier niet onvermeld blijven:
44…17-21 45.27-22 18x38 46.29x20 38-42 47.30x19 42x31 48.36x27 21x32 49.13-9 15x24 50.30x19 32-37 51.48-42(!!) 37x48 52.19-14! 48x30!? 53.35x24 26-31 54.9-4! 31-37 (54…31-36 55.14-10 36-41 56.10-5 +) 55.4-31! 37x26 56.14-10 26-31 57.10-5 en na 58.5-14 en 24-20-15 enz. blijkt wit precies op tijd op tweede dam te komen! Opmerkelijk genoeg ontstaat exact hetzelfde 3x2-eindspelletje, met exact dezelfde ‘tempoverhouding’, wanneer zwart op de 52ste zet naar veld 25 in plaats van 30 slaat: 52…48x25 53.9-3 25x9 54.3x14! 26-31 55.35-30 enz. +.
44...17-22 45.48-42 22x31 46.36x27 6-11 47.42-38 14-20 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
negen zwarte schijven op 11, 13, 15, 16, 18 t/m 20, 23 en 26;
negen witte schijven op 24, 27, 29, 30, 32, 34, 35, 37 en 38.]
48.27-22!
Met de (min of meer) overtollige randschijf 35 op vrijwel ieder ander veld had wit ook positioneel kunnen winnen, bijvoorbeeld 48.38-33 11-17 49.33-28 17-21/20-25 en nu - ik noem maar iets - 50.45-40 20-25/17-21 51.40-35 +. Maar onder de gegeven omstandigheden zou het hem na 48.38-33? 11-17 49.33-28 17-21 nìet lukken zwart vast te laten lopen, reden waarom Koeperman inderdaad moet afwikkelen.
48…18x27 49.29x9 20x40 50.35x44!
Alleen zo: na 50.32x21? 16x27 51.35x44 27-31 was winst voor wit van de baan geweest.
50…27-31
Hoewel het er veelbelovend uitziet voor wit, is hij er nog niet, nog lang niet zelfs. Zo blijkt het voor de hand liggende 51.30-24? 31x33 52.24x13 ontoereikend wegens 52...26-31 53.9-4 31-36 54.13-8 16-21!! enz. met remise.
Koeperman draagt echter een schitterende oplossing aan:
51.9-4! 31x33 52.30-25!! (zie diagram)

[Stand in cijfers:
zes zwarte schijven op 11, 15, 16, 19, 26 en 33;
drie witte schijven op 25, 32 en 44 en een witte dam op 4.]
De eerste en voornaamste pointe van deze ‘stille’ zet is dat wit na 52...11-17 53.32-28! 33x22 54.4x36 19-23 55.44-39!! in alle varianten wint. Een enkel voorbeeld: 55...23-28 (55…16-21 56.39-33! +) 56.36-41! (nu pas) 56...26-31 57.41x23 31-36 58.39-33 17-22 59.33-29 16-21 60.23-46! (niet te gretig 60.29-24? wegens 60…22-28! 61.23x16 15-20! 62.25x14 36-41 en de witte dam staat op het verkeerde been) 60…21-27 (zie analyse-diagram)

[Stand in cijfers:
vier zwarte schijven op 15, 22, 27 en 36;
twee witte schijven op 25 en 29 en een witte dam op 46.]
61.46-23! [en hier hoede wit zich voor 61.29-24? 27-31!! 62.25-20 22-27!!, waarna tempodwang een reprise van de beroemde eindspelwinst van Van der Wal tegen Baljakin uit het WK 1984 (63…31-37 64.46x16 36-41 65.16-32! 41-47 66.32-10!! 15x4 67.20-15 +) in de weg staat] 61...22-28 62.23x21! 15-20 63.25x14 36-41 64.21-8! 41-46 65.8-19 +.
Voor wie eraan mocht twijfelen of Koeperman deze winst wel zou hebben gevonden: in het EK 1967 won hij met behulp van een soortgelijk motief van Andreiko!
52...19-23 53.4-13!! (zie diagram)

[Stand in cijfers:
zes zwarte schijven op 11, 15, 16, 23, 26 en 33;
drie witte schijven op 25, 32 en 44 en een witte dam op 13.]
Opnieuw zo’n fraaie zet! De primaire bedoeling is 53...23-28 54.32x23 33-38 te beantwoorden met 55.13-24!! 38-43 56.44-39!! 43x34 57.25-20! 34-39* 58.24-13 15x24 59.13x48 16-21 60.23-19 21-27 61.48-37 enz., waarna wit (ruimschoots) op tijd op tweede dam komt. En na 53...23-28 54.32x23 15-20 (nog het beste) 55.25x14 33-38 gaat Koeperman probleemloos winnen door - uiteraard met het nodige beleid - vier dammen te halen.
Maar 53.4-13 blijkt nog méér verdiensten te hebben...
53…11-17
Stelt wit in de gelegenheid de partij met een spectaculaire rondslag met de dam te beslissen:
54.44-39! 33x44 55.32-28! 23x32 56.25-20 15x24 57.13x3
Zwart geeft het op.
Menig topgrootmeester in de bloei van zijn leven zou - zo stel ik mij tenminste voor - tekenen voor een dergelijke winstpartij. Koeperman was echter al bijna 74(!) toen hij bovenstaand kunststukje produceerde…
Koeperman-H. Berkers
(Clubcompetitie 1995/1996)
1.32-28 17-21 2.37-32 21-26 3.32-27 26x37 4.41x32 11-17 5.46-41 7-11 6.36-31
Om zwart geen gelegenheid tot de 2x2-ruil (6.41-37) 6...17-22 7.28x17 11x31 8.36x27 te geven.
6...17-22 7.28x17 12x21
Zoals ik in de inleiding van mijn vorige rubriek al schreef: op de één of andere manier komt zwart vanuit deze opening altijd wel op veld 26 terecht.
[Waarmee overigens - zo voeg ik daar enige dagen later aan toe - op zich nog geen waardeoordeel wil zijn uitgesproken. Afgelopen zaterdag bijvoorbeeld nam Wieger Wesselink, in de nacompetitiewedstrijd tussen Heijmans Excelsior en Dammers uit Oost, tegen Van der Kooij een opstelling in met 5…17-22 (in plaats van 5…7-11) 6.28x17 12x21 7.33-28 19-23 8.28x19 14x23, precies dus zoals Mansjien in het toernooi van Kiew 1960 tegen Koeperman had gedaan. Mede dankzij de fraaie klassieke overwinning die Wesselink uiteindelijk zou boeken, eindigde de (reguliere) wedstrijd in een gelijkspel, waarna de Achterhoekers via een tweetal sneldam-barrages (opnieuw 10-10 en - ten slotte - 7-13) hun verblijf in de Ereklasse prolongeerden.]
8.41-36 21-26 9.42-37!?
Dit is beduidend ambitieuzer dan 9.33-28.
9...19-23 10.47-42 14-19 11.33-28 10-14 12.39-33 20-24 13.44-39 1-7 14.49-44 7-12 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
achttien zwarte schijven op 1 t/m 6, 8, 9, 11 t/m 16, 18, 19, 23, 24 en 26;
achttien witte schijven op 27, 28, 31 t/m 40, 42 t/m 45, 48 en 50.]
15.34-29
Een eerste poging om vanuit gesloten klassieke positie tot aanvalsspel te komen.
15...23x34 16.40x20 15x24 17.39-34 5-10 18.45-40 10-15 19.43-39
Wit stelt zich zodanig op dat 18-23?? steeds verhinderd blijft (33-29 +).
19...14-20 20.50-45 4-10 21.34-29 20-25 22.29x20 25x14 23.40-34 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
vijftien zwarte schijven op 2, 3, 6, 8 t/m 16, 18, 19 en 26;
vijftien witte schijven op 27, 28, 31 t/m 39, 42, 44, 45 en 48.]
23…18-23
Hiermee speelt Berkers zijn tegenstander in de kaart. Lastiger lijkt mij 23...15-20 of 23...14-20. De stelling die in dit laatste geval zou zijn ontstaan, heeft zich recentelijk langs totaal andere weg voorgedaan in de partij Schwarzman-Samb, WK 2005. (Het enige - voor het verloop verwaarloosbare - verschil was dat schijf 2 bij Samb op veld 1 stond.) Na 24.45-40 9-14 25.34-30 19-23 26.28x19 14x23 27.30-25 10-14 28.27-22 18x27 29.31x22 11-17 30.22x11 6x17 leek Schwarzman goed te staan, maar niettemin was het Samb die in de zinderende tijdnoodfase aan het langste eind zou trekken.
24.35-30! 15-20 25.30-25 2-7
Gespeeld ter voorbereiding van 26...20-24. Maar er blijken nogal wat bezwaren aan de opstelling met 2-7 te kleven:
26.45-40! 20-24 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
vijftien zwarte schijven op 3, 6 t/m 14, 16, 19, 23, 24 en 26;
vijftien witte schijven op 25, 27, 28, 31 t/m 34, 36 t/m 40, 42, 44 en 48.]
27.33-29(!)
Met behulp van een thematische 2x2-ruil verbreekt Koeperman de gesloten klassieke structuren. Desondanks kwamen ook complicerende zetten als 27.40-35! of 27.27-22! (zeer) sterk in aanmerking. Wat heet: het is zelfs de vraag of zwart de belegering van zijn centrumschijf 23 überhaupt overleeft! Eén enkel voorbeeldje slechts:
27.27-22 10-15 (het schijnt dat zwart het beste meteen 27…12-18 kan doen) 28.40-35! 12-18 (er is niet beter) 29.48-43! 18x27 30.31x22 (zie analyse-diagram)

[Stand in cijfers:
veertien zwarte schijven op 3, 6 t/m 9, 11, 13 t/m 16, 19, 23, 24 en 26;
veertien witte schijven op 22, 25, 28, 32 t/m 39 en 42 t/m 44.]
30…8-12 [wat anders? na 30…16-21 31.33-29! 24x33 32.38x18 19-24 (met de bedoeling 33.44-40? 11-16! 34.34-30 21-27! enz.) 33.34-29! 24x33 34.28-23 ziet zwart het verloren stuk nooit meer terug] 31.37-31!! 26x48 32.22-18! 13x22 33.28x8 3x12 34.33-29! 24x42 35.43-38 42x33 36.39x28 48x30 37.35x4 en wit staat op winst!
27...24x22 28.27x29 19-23
Berkers laat zich - terecht - niet zonder meer van het bord zetten.
29.29x18 12x23 30.39-33 7-12 31.34-30 10-15 32.40-35 13-19 33.44-39 8-13 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
twaalf zwarte schijven op 3, 6, 9, 11 t/m 16, 19, 23 en 26;
twaalf witte schijven op 25, 30 t/m 33, 35 t/m 39, 42 en 48.]
34.30-24
Wit streeft maximale flexibiliteit na. De parallellen met de vorige week besproken partij Koeperman-Mansjien 1960 (zie met name het fragment rond de 43ste zet) liggen er duimendik bovenop.
34...19x30 35.25x34 14-20 36.31-27
De spreekwoordelijke stilte voor de storm.
36...20-24 37.34-30! 13-19 38.39-34! 12-18 39.33-29! 24x33 40.38x29 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 3, 6, 9, 11, 15, 16, 18, 19, 23 en 26;
tien witte schijven op 27, 29, 30, 32, 34 t/m 37, 42 en 48.]
De omhelzing van het vijandelijke centrum heeft een aanvang genomen.
40…9-13(?)
Dit maakt een directe forcing mogelijk. Het is waar dat ook het terugruiltje 40...18-22(?) had verloren na 41.27x18! 23x12 42.29-24! 9-13 43.34-29! 12-18 (op 3-9-14 doet wit eerst 42-38-33!) 44.30-25! 19x30 45.35x24 (zie analyse-diagram; twee varianten ter illustratie:

[Stand in cijfers:
acht zwarte schijven op 3, 6, 11, 13, 15, 16, 18 en 26;
acht witte schijven op 24, 25, 29, 32, 36, 37, 42 en 48.]
1) 45...13-19 46.24x22 15-20 47.25x14 3-9 48.14x3 11-17 49.22x11! 6x17 50.3x21 16x47 51.48-43! 47x24/15 52.43-38 24/15x31 53.36x27 met winst door oppositie.
2) 45...3-9 46.32-28! 11-17 (anders 47.28-23! +) 47.42-38! 17-22 (want na 47…9-14 48.38-33! wordt zwart onder de voet gelopen) 48.28x17 18-23 49.29x18 13x11 50.24-19! (50.36-31? 15-20! en 51…11-17 =) 50...9-14 51.19x10 15x4 52.36-31! (nu pas) 52...16-21 53.38-32 11-16 54.25-20 4-9* 55.31-27 6-11 56.48-42! 11-17 57.27-22! 17x28 58.32x23 21-27 59.23-19 en de witte aanval komt het eerst.
Daarentegen had zwart met 40...11-17(!) 41.42-38 17-21(!) nog serieus van zich af kunnen bijten.
41.42-38! 3-9 42.38-33?
Maar Koeperman ziet het evenmin. Winst was 42.48-42! Daarop is 42...11-17 immers uitgeschakeld door 43.27-21! en na het slaan 46.37-31! enz. met dam. En ook na 42...18-22 (42...15-20?? 43.30-25! 9-14 44.27-22 +) 43.29x18!! 22x31 44.36x27 13x31 45.32-27! 31x22 46.37-31 enz. is de damzet naar 4 ruimschoots beslissend.
42...11-17 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
tien zwarte schijven op 6, 9, 13, 15 t/m 19, 23 en 26;
tien witte schijven op 27, 29, 30, 32 t/m 37 en 48.]
43.29-24!!?
Omdat ‘normale’ zetten als 43.48-42 of 43.30-25 onvoldoende (lees: remise) opleveren, waagt Koeperman een haarscherpe, ultieme winstpoging.
43…9-14?
En de beloning blijft niet uit: na zwarts foutieve reactie staat wit opnieuw - en ditmaal definitief - gewonnen! Nu is het goed te bedenken dat ook een zet met schijf 17 zou hebben verloren, bijvoorbeeld 43…17-22? 44.48-42 22x31 45.36x27 6-11 46.42-38! (verhindert 46…11-17?? door 47.24-20!, 48.34-29 en 49.27-21 +) 46…9-14 47.33-29!, waarna er via een andere volgorde-van-zetten een situatie uit het partijverloop zou zijn ontstaan. Maar met het correcte 43...6-11! 44.33-28* (44.33-29/48-42?? 17-22! +) 44…17-21/9-14 enz. kon Berkers naar een betrekkelijk gelijkwaardige puntendeling toespelen.
44.33-29!
Vlecht de dreiging 45.27-22 + in de stand. Daartegen vormt 44…14-20 wellicht nog de hardnekkigste verdediging, al kan ik mij moeilijk voorstellen dat wit na 45.27-22 18x38 46.29x9 20x40 47.35x44 38-42 48.37-31! 26x37 49.36-31! 37x26 50.48x37 en 51.9-4 uiteindelijk niet gewoon zou winnen.
Overigens mag de volgende geestige spelgang hier niet onvermeld blijven:
44…17-21 45.27-22 18x38 46.29x20 38-42 47.30x19 42x31 48.36x27 21x32 49.13-9 15x24 50.30x19 32-37 51.48-42(!!) 37x48 52.19-14! 48x30!? 53.35x24 26-31 54.9-4! 31-37 (54…31-36 55.14-10 36-41 56.10-5 +) 55.4-31! 37x26 56.14-10 26-31 57.10-5 en na 58.5-14 en 24-20-15 enz. blijkt wit precies op tijd op tweede dam te komen! Opmerkelijk genoeg ontstaat exact hetzelfde 3x2-eindspelletje, met exact dezelfde ‘tempoverhouding’, wanneer zwart op de 52ste zet naar veld 25 in plaats van 30 slaat: 52…48x25 53.9-3 25x9 54.3x14! 26-31 55.35-30 enz. +.
44...17-22 45.48-42 22x31 46.36x27 6-11 47.42-38 14-20 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
negen zwarte schijven op 11, 13, 15, 16, 18 t/m 20, 23 en 26;
negen witte schijven op 24, 27, 29, 30, 32, 34, 35, 37 en 38.]
48.27-22!
Met de (min of meer) overtollige randschijf 35 op vrijwel ieder ander veld had wit ook positioneel kunnen winnen, bijvoorbeeld 48.38-33 11-17 49.33-28 17-21/20-25 en nu - ik noem maar iets - 50.45-40 20-25/17-21 51.40-35 +. Maar onder de gegeven omstandigheden zou het hem na 48.38-33? 11-17 49.33-28 17-21 nìet lukken zwart vast te laten lopen, reden waarom Koeperman inderdaad moet afwikkelen.
48…18x27 49.29x9 20x40 50.35x44!
Alleen zo: na 50.32x21? 16x27 51.35x44 27-31 was winst voor wit van de baan geweest.
50…27-31
Hoewel het er veelbelovend uitziet voor wit, is hij er nog niet, nog lang niet zelfs. Zo blijkt het voor de hand liggende 51.30-24? 31x33 52.24x13 ontoereikend wegens 52...26-31 53.9-4 31-36 54.13-8 16-21!! enz. met remise.
Koeperman draagt echter een schitterende oplossing aan:
51.9-4! 31x33 52.30-25!! (zie diagram)

[Stand in cijfers:
zes zwarte schijven op 11, 15, 16, 19, 26 en 33;
drie witte schijven op 25, 32 en 44 en een witte dam op 4.]
De eerste en voornaamste pointe van deze ‘stille’ zet is dat wit na 52...11-17 53.32-28! 33x22 54.4x36 19-23 55.44-39!! in alle varianten wint. Een enkel voorbeeld: 55...23-28 (55…16-21 56.39-33! +) 56.36-41! (nu pas) 56...26-31 57.41x23 31-36 58.39-33 17-22 59.33-29 16-21 60.23-46! (niet te gretig 60.29-24? wegens 60…22-28! 61.23x16 15-20! 62.25x14 36-41 en de witte dam staat op het verkeerde been) 60…21-27 (zie analyse-diagram)

[Stand in cijfers:
vier zwarte schijven op 15, 22, 27 en 36;
twee witte schijven op 25 en 29 en een witte dam op 46.]
61.46-23! [en hier hoede wit zich voor 61.29-24? 27-31!! 62.25-20 22-27!!, waarna tempodwang een reprise van de beroemde eindspelwinst van Van der Wal tegen Baljakin uit het WK 1984 (63…31-37 64.46x16 36-41 65.16-32! 41-47 66.32-10!! 15x4 67.20-15 +) in de weg staat] 61...22-28 62.23x21! 15-20 63.25x14 36-41 64.21-8! 41-46 65.8-19 +.
Voor wie eraan mocht twijfelen of Koeperman deze winst wel zou hebben gevonden: in het EK 1967 won hij met behulp van een soortgelijk motief van Andreiko!
52...19-23 53.4-13!! (zie diagram)

[Stand in cijfers:
zes zwarte schijven op 11, 15, 16, 23, 26 en 33;
drie witte schijven op 25, 32 en 44 en een witte dam op 13.]
Opnieuw zo’n fraaie zet! De primaire bedoeling is 53...23-28 54.32x23 33-38 te beantwoorden met 55.13-24!! 38-43 56.44-39!! 43x34 57.25-20! 34-39* 58.24-13 15x24 59.13x48 16-21 60.23-19 21-27 61.48-37 enz., waarna wit (ruimschoots) op tijd op tweede dam komt. En na 53...23-28 54.32x23 15-20 (nog het beste) 55.25x14 33-38 gaat Koeperman probleemloos winnen door - uiteraard met het nodige beleid - vier dammen te halen.
Maar 53.4-13 blijkt nog méér verdiensten te hebben...
53…11-17
Stelt wit in de gelegenheid de partij met een spectaculaire rondslag met de dam te beslissen:
54.44-39! 33x44 55.32-28! 23x32 56.25-20 15x24 57.13x3
Zwart geeft het op.
Menig topgrootmeester in de bloei van zijn leven zou - zo stel ik mij tenminste voor - tekenen voor een dergelijke winstpartij. Koeperman was echter al bijna 74(!) toen hij bovenstaand kunststukje produceerde…
jan van
capel 24-03-2006 15:01
Ik vind het uniek dat met de nu begonnen weblog van Ton Sijbrands
alle grote denksporten van dit moment extra aandacht krijgen op
de site van de Volkskrant. Een rustpunt in de woelige wereld van
de weblogs.
A.D.
Scholma 26-03-2006 17:27
Auke Scholma
Geachte damredacteur, dat ziet er mooi uit! En zonder die hinderlijke scheur in het midden. Ga zo door!
Ik heb een vraag over Koeperman, ook aan andere bezoekers van dit weblog: Wat is er bekend van Koeperman uit de periode 1936, toen hij ongeveer begon te dammen tot ongeveer 1955, toen hij definitief overstapte van het 64 naar het 100 velden bord. In een plakboek van Marat Kogan heb ik ooit foto's gezien van Koeperman vlak voor de oorlog tijdens een toernooi Russisch dammen. Zijn loopbaan is dus een stuk langer dan die welke wij kennen. En hoe is hij de oorlog doorgekomen? Kogan vocht aan het front. Koeperman ook?
Ik weet niet of een weblog bedoeld is voor dit soort vragen, anders hoor ik het wel.
Geachte damredacteur, dat ziet er mooi uit! En zonder die hinderlijke scheur in het midden. Ga zo door!
Ik heb een vraag over Koeperman, ook aan andere bezoekers van dit weblog: Wat is er bekend van Koeperman uit de periode 1936, toen hij ongeveer begon te dammen tot ongeveer 1955, toen hij definitief overstapte van het 64 naar het 100 velden bord. In een plakboek van Marat Kogan heb ik ooit foto's gezien van Koeperman vlak voor de oorlog tijdens een toernooi Russisch dammen. Zijn loopbaan is dus een stuk langer dan die welke wij kennen. En hoe is hij de oorlog doorgekomen? Kogan vocht aan het front. Koeperman ook?
Ik weet niet of een weblog bedoeld is voor dit soort vragen, anders hoor ik het wel.
L. de
Harder 30-03-2006 21:39
Is het mogelijk deze unieke analyses met animaties te tonen.
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).
