Damnieuws
VKBlog Headerimage

Koeperman presenteert Dawidow sigaar uit eigen doos

dinsdag 4 april 2006 23:17 door Ton Sijbrands
In de eerste twee afleveringen van deze mini-serie ter nagedachtenis aan Iser Koeperman (1922-2006) liet ik zien hoe de Reus uit Kiew, steeds vanuit dezelfde openingsvariant, in 1960 Mansjien versloeg en in 1996 Hans Berkers. Ook de partij die Koeperman in december 1966 won van de Moskoviet Alexander Dawidow (niet te verwarren overigens met de uit Tasjkent afkomstige meester Sergeï Dawidow), gaat met de Ruilvariant van de Poolse Opening van start.
Hoewel Dawidow de desbetreffende openingvariant een wezenlijk ander vervolg geeft dan Mansjien had gedaan en Berkers vele jaren later zou doen, kan ook hij niet voorkomen dat Koeperman langzaam maar zeker belangrijk, ja doorslaggevend voordeel naar zich toetrekt. Weliswaar weet Dawidow de strijd nog tot aan de klokcontrole te rekken, maar uiteindelijk zal hij toch, in een positie van wederzijds zes schijven, kansloos ten onder gaan.
Ik herinner mij nog goed hoezeer ik onder de indruk was van Koepermans zege, nadat ik de partij-in-kwestie voor de allereerste keer had nagespeeld uit de door Henk Fokkink verzorgde circulaires van de Persvereniging van Damredacteuren. (Niet dat ik destijds, als 17-jarige, al een damrubriek had - dat zou, dankzij de betreurde Tijd-journalist Herman Hofhuizen, pas anderhalf jaar later het geval zijn - maar het stond eenieder vrij zich op de nieuwsbrieven van de ‘PvD’ te abonneren; vandaar.) Veertig jaar na dato blijkt het duel nog steeds niets aan charme te hebben ingeboet!

Koeperman-A. Dawidow
(Coupe USSR 1966)

1.31-27 17-21 2.37-31 21-26 3.32-28 26x37 4.41x32 11-17 5.46-41 7-11 6.36-31 1-7 7.41-36 19-23 8.28x19 14x23 9.42-37
Koeperman brengt het ‘Tsjizjow-kanon’ in stelling, ook al heette dat toen natuurlijk nog lang niet zo.
9...10-14 10.34-30
Je hoeft niet eens een fundamentalistische aanhanger van de tempo-theorie te zijn om hier tòch voor 10.34-29 23x34 11.39x30 (onder meer Gantwarg-F. de Koning, Clubcompetitie 1994/1995) te kiezen. Maar Koeperman zwoer in deze openingsvariant nu eenmaal bij het chiquere 34-30-25.
10...14-19 11.30-25 17-21
Een heel ander idee is 11...17-22, zoals Siep Buurke in het Javaanse Jongens-toernooi van Groningen 1988 tegen Koeperman zou spelen (zie de rubriek van volgende week!) èn zoals Koeperman zelf (met zwart dus) in het internationale toernooi van Samarkand 1970 tegen Sjtsjogoljew deed.
12.25x14 19x10
Een terechte beslissing: omdat 1 al op 7 staat, zou de overgang naar een gesloten klassiek middenspel via 12...9x20(?) 13.33-28! uitsluitend in wits voordeel werken. Zelfs de toenmalige wereldkampioen Sjtsjogoljew ondervond dat aan den lijve toen zich in de 11de matchpartij om het WK 1961 vanuit dezelfde openingsvariant een soortgelijke structuur zou voordoen. Na 7...20-25 (in plaats dus van het door Dawidow gespeelde 19-23x23) 8.47-41 14-20 9.41-37 10-14 10.34-30 25x34 11.39x30 17-21 12.30-25 21-26 13.35-30 4-10 14.40-35 19-23 15.28x19 14x23 16.25x14 10x19 17.33-28! 15-20 18.30-25! 11-17 19.25x14 9x20 20.27-22! 18x27 21.31x11 6x17 22.36-31! 17-22 23.28x17 12x21 24.38-33! 7-12 25.33-28! 12-18 26.31-27* kreeg Koeperman uiteindelijk veelbelovend klassiek spel. Slechts door op de 40ste zet een volle schijf te offeren, slaagde Sjtsjogoljew erin het gevaar van een tweede nederlaag [uitdager Koeperman had immers de 3de matchpartij - met die beroemde ‘partie-Bonnard’ - op zijn naam geschreven] vooralsnog te bezweren.
13.33-28
Koeperman negeert andermaal de tempoleer. Meer dan in de afruil van 23 lijkt hij geïnteresseerd in een toekomstige omsingeling van het vijandelijke centrum. 13...9-14 14.28x19 14x23 15.39-33 10-14 16.47-42 4-9 17.44-39 5-10 18.50-44 21-26 19.40-34 (zie diagram) 



[Stand in cijfers:
zestien zwarte schijven op 2, 3, 6 t/m 16, 18, 23 en 26;
zestien witte schijven op 27, 31 t/m 39, 42 t/m 45, 48 en 49.]

19...11-17
Waarom zwart er inderdaad verstandig aan doet veld 19 te mijden, heb ik al in de aantekening bij Dawidows 12de zet uitgelegd.
20.27-21 16x27 21.31x11 7x16?!
Ook op 21...6x17 had wit ongetwijfeld met 22.32-27!? gereageerd, bijvoorbeeld 22...17-22 23.37-31(!) 26x37 24.42x31. Maar bij een zwarte randschijf op 16 sorteert diezelfde zet nog meer effect:
22.32-27! 2-7 23.35-30 7-11 24.45-40 (zie diagram) 



[Stand in cijfers:
veertien zwarte schijven op 3, 6, 8 t/m 16, 18, 23 en 26;
veertien witte schijven op 27, 30, 33, 34, 36 t/m 40, 42 t/m 44, 48 en 49.]

Koeperman laat stijlvol positiespel en diepzinnig combinatiespel hand in hand gaan. Immers: zoals Fokkinks Letse correspondent Boris Goerwitsj (die overigens in de jaren zeventig eveneens naar de VS zou emigreren) destijds opmerkte, faalt het voor de hand liggende 24...14-19? nu op 25.33-29! Het dreigende materiaalverlies (26.27-22 annex 28.37-31) kan dan niet meer worden afgewend met 25...11/12-17 wegens 26.30-24!! gevolgd door 28.25-20, 29.44-40, 31.27-21, 32.37-31 en 33.42x15 +.
Maar Dawidow doorziet de valstrik:
24...14-20 25.33-29?!
De inleiding tot een ambitieus doch wellicht niet helemaal verantwoord plan. Het lijkt mij dat wit na het minder verplichtende 25.30-24! 20x29 26.33x24 10-14 (26...11/12-17? 27.24-20/34-29!! enz. +) 27.34-30! op z’n minst bevredigend had gestaan. Dit temeer daar zwart - om redenen die inmiddels geen toelichting meer behoeven - al meteen een onaangename keuze tussen 25...14-20 en 25...14-19 moet maken.
25...12-17 26.30-24 (zie diagram) 



[Stand in cijfers:
veertien zwarte schijven op 3, 6, 8 t/m 11, 13, 15 t/m 18, 20, 23 en 26;
veertien witte schijven op 24, 27, 29, 34, 36 t/m 40, 42 t/m 44, 48 en 49.]

26...18-22?
Natuurlijk waren zetten met de schijven 9, 10 en 20 taboe. Maar dat is nog geen rechtvaardiging voor de passieve tekstzet, waarmee Dawidow zichzelf in de rol van verdediger manoeuvreert. Beter was het actief op te (blijven) treden met 26...17-22! Bijvoorbeeld 27.37-31 26x37 28.42x31 10-14! 29.48-42 23-28! en zwart lijkt niet slechter te staan, zomin na 30.31-26 22x31 31.26x37 11-17 als na 30.42-37 11-17 31.38-32 17-21 32.32x12 21x41 33.36x47 8x17.
27.27x18 23x12 28.38-32 10-14 29.43-38 17-22?! 30.32-28! 22x33 31.39x28 (zie diagram) 



[Stand in cijfers:
twaalf zwarte schijven op 3, 6, 8, 9, 11 t/m 16, 20 en 26;
twaalf witte schijven op 24, 28, 29, 34, 36 t/m 38, 40, 42, 44, 48 en 49.]

31...14-19(?)
Misschien was de stelling na 29.43-38, of zelfs die na 31.39x28, nog redelijk speelbaar voor zwart. Maar de mentale kracht die het nu eenmaal vergt om een bepaalde spanning in de stand te handhaven, kan Dawidow kennelijk niet meer opbrengen. Met zijn ondubbelzinnige keuze voor het defensief roept de zwartspeler echter alleen maar groter onheil over zich af.
32.44-39 19x30 33.34x14 9x20 34.28-23!
Koeperman koestert terecht geen vrees voor verdere afbraak: de komende afruil van 23 zal te zeer ten koste van zwarts invloed op het middenbord blijken te gaan.
34...12-18 35.23x12 8x17 36.49-43 17-21 37.39-34! 13-19 38.43-39! 19-24
Uiteraard niet 38...20-25? (eigenlijk verdient een dergelijke zet zelfs een dubbel vraagteken) wegens 39.29-24! 19x30 40.40-35 met strategische overrompeling.
39.29-23! 3-9 (zie diagram)
Er dreigde 40.40-35 24-29 41.23-19! 19x30 42.35x44 met winnende voorpost op 19. 



[Stand in cijfers:
negen zwarte schijven op 6, 9, 11, 15, 16, 20, 21, 24 en 26;
negen witte schijven op 23, 34, 36 t/m 40, 42 en 48.]

40.40-35?!
Hoewel de door Koeperman gekozen methode buitengewoon kansrijk is en uiteindelijk zelfs in een verpletterende zege zal resulteren, is het de vraag of hij óók in alle varianten gewonnen had gestaan wanneer Dawidow op de 48ste zet de hardnekkigste verdediging zou hebben gevonden. Daarom was 40.38-32!! wellicht te prefereren geweest.
Het is waar dat die zet er op het eerste gezicht nogal onlogisch uitziet, omdat wit er zijn tegenstander mee in de gelegenheid stelt een van de (overtollige) schijven van diens topzware rechter vleugel op te lossen (21-27x17). Er staat echter tegenover dat 40.38-32 de - doorgaans beslissende! - inval op veld 18, waarvoor het momenteel nog te vroeg was (40...26-31! en 41...11x13 =), binnen handbereik brengt. Zo kan er onder meer volgen 40...20-25 41.40-35! (maar niet te gretig 41.36-31? in verband met de remise-combinatie 41...21-27!, 42...25-30, 43...15-20 en 44...11-17) 41...9-14 (een essentieel verschil met het partijverloop is dat 41...24-29? ditmaal niet gaat wegens 42.37-31!! en 43.34x3 +) 42.39-33! 14-20 [want na 42...15-20 43.23-18! (nu juist wèl) 43...26-31 44.37x17 11x13 gaat zwart aan het gedeplaceerde stuk op 20 te gronde] 43.34-29 (zie analyse-diagram) en nu: 



[Stand in cijfers:
negen zwarte schijven op 6, 11, 15, 16, 20, 21 en 24 t/m 26;
negen witte schijven op 23, 29, 32, 33, 35 t/m 37, 42 en 48.]

1) 43...25-30 44.23-19! 24x13 45.35x24 met (ruimschoots!) winnende aanval.
2) 43...11-17 44.23-18! 25-30 45.42-38 20-25 46.29x20 15x24 47.48-43(!) en zwart komt nergens meer, ook niet na 47...30-34 48.43-39 34x43 49.38x49 25-30 50.33-29(!) 24x33 51.35x24 +.
3) 43...21-27 44.32x21 26x17 45.23-18! 25-30 46.42-38 20-25 (de inlas 46...17-22 verliest niet minder kansloos) 47.29x20 15x24 48.18-13 30-34 49.13-9 24-30 50.35x24 34-40 en nu bijvoorbeeld nog 51.9-4 40-44 52.37-32! 44-49* 53.33-29! +: zelfs na 53...17-22* 54.4x27! 11-17* 55.27-4! komt de zwarte dam er nooit meer uit!
40...24-29 41.23-19! 29x40 42.35x44 9-14 43.19x10 15x4 44.39-34 11-17 45.44-39 17-22 46.39-33 6-11 47.34-30 11-17 (zie diagram) 



[Stand in cijfers:
zeven zwarte schijven op 4, 16, 17, 20 t/m 22 en 26;
zeven witte schijven op 30, 33, 36 t/m 38, 42 en 48.]

48.37-32!
Maakt de remise-dreiging 48...26-31!, 49...17-22 en 50...21x41 onschadelijk.
48...22-27(?)
Hierna wint Koeperman met groot vertoon van macht. Veel taaier was 48...4-9!, welke zet ten opzichte van het gespeelde 48...22-27 de verdienste heeft dat zwart 49.30-24 20x29 50.33x24 met 50...9-14! (zie analyse-diagram) kan beantwoorden. 



[Stand in cijfers:
zes zwarte schijven op 14, 16, 17, 21, 22 en 26;
zes witte schijven op 24, 32, 36, 38, 42 en 48.]

Wit had dan, om zijn tegenstander geheel vast te laten lopen, ofwel 1 tempo méér moeten hebben (met 48 al op 43 beslist 51.42-37 22-27 52.43-39 17-22 53.39-33 +), ofwel 2 tempi minder (met 17 al op 27 wint 51.48-43 enz. volgens hetzelfde principe als in de partij). In de gegeven situatie echter is winst voor wit van de baan, omdat zwart na 51.38-33 22-27 52.42-38 17-22! noch 53.32-28 (53...27-32! 54.38x18 26-31 55.36x27 21x12 =), noch 53.33-29 (53...22-28! 54.32x23 27-31 55.36x27 21x43 56.48x39 26-31 enz.) bovenmatig hoeft te vrezen.
Nu zou het schromelijk overdreven zijn te beweren dat 48...4-9 “dus” remise was geweest, want 49.30-24? is bij lange na niet wits beste reactie. Zo is - om te beginnen - 49.33-29 gevolgd door 50.30-24 al veel kansrijker. Maar wits allerbeste kans schuilt mijns inziens in 49.30-25! 9-14 50.33-29! 22-27 51.42-37! 17-22 52.38-33 27x38 53.33x42 21-27 (merk op dat zwart - anders dan zijn tegenstander - niet de geringste keus heeft: 53...22-28? 54.36-31! +) 54.29-23! (nu pas) 54...20-24 55.48-43! (zie analyse-diagram) 



[Stand in cijfers:
zes zwarte schijven op 14, 16, 22, 24, 26 en 27;
zes witte schijven op 23, 25, 36, 37, 42 en 43.]

55...22-28 (zwart moet wel offeren, want 55...16-21? 56.42-38 is volmaakt kansloos) 56.23x21 en nu:
1) 56...16x27? 57.42-38 14-19 58.43-39 19-23 59.39-33! (maar vooral niet 59.37-32? wegens 59...23-28!! enz.) en zowel na 59...26-31 60.37x26 27-32 61.38x27 23-29 62.25-20! als na 59...24-29 60.33x24 23-28 61.24-20 26-31 62.37x26 28-32 63.36-31! raakt zwart in een verloren 4x1-eindspel verzeild.
2) 56...26x17(!) en er is een ondoorzichtig 5x4-schijveneindspel ontstaan (met zelfs mogelijke overgangen naar een 5x2-dammeneindspel!), waarvan de uitkomst vooralsnog in nevelen gehuld gaat.
49.30-24!! 20x29 50.33x24
Na de enigszins verrassende afruil van 20 tegen 33, in plaats waarvan Dawidow - naar ik aanneem - veeleer 49.33-29 zal hebben verwacht, blijkt het tempo wit juist bijzonder gunstig gezind, in dìe zin dat hij werkelijk geen zet méér of minder had mogen hebben. Maar Koeperman had nu eenmaal het patent op winsten-op-de-vierkante-millimeter; kijkt u er - om maar iets te noemen - zijn overwinning op Cazemier in het (vierde) Brinta-toernooi van Hoogezand/Sappemeer 1967 maar op na!
50...17-22
Eerst 50...4-9 was na 51.24-19! slechts op zetverwisseling neergekomen.
51.48-43!
Elimineert de remise-dreiging (51.24-19?) 51...22-28!, 52...27-31, 53...21x43 en 54...26-31 enz.
51...4-9 52.24-19! (zie diagram) 



[Stand in cijfers:
zes zwarte schijven op 9, 16, 21, 22, 26 en 27;
zes witte schijven op 19, 32, 36, 38, 42 en 43.]

Zwart geeft het op. Terecht: na het gedwongen 52...26-31 53.32-28! 22x33 54.38x29 loopt hij volkomen te pletter op de witte stukken op 36 en 42. 

Volgend artikel in dit blog

8reacties Volg reacties met RSS   aanbevelen afbevelen Waarschuw de redactie Je moet inloggen om het bericht in een van je groepen onder te brengen Attendeer je vrienden Delen op nujij.nl Delen op ekudos.nl Delen op del.icio.us
Avatar van Th. Berends Th. Berends 05-04-2006 19:15
Een geweldig initiatief. Ik lees publicatie van Ton Sijbrands al tientallen jaren. Dat is als damliefhebber, gewoon genieten. Vol verwachting kijk ik iedere dag op deze site. Succes Ton
Avatar van Enlil Enlil 06-04-2006 01:42
Voor versie met diagrammen zie op de site van de werelddambond FMJD:
http://www.fmjd.org/bb/viewtopic.php?p=43206&highlight=#43206
Avatar van hanco elenbaas hanco elenbaas 06-04-2006 01:52
Beste Ton,
"Ton Sijbrands, voormalig wereldkampioen dammen en dammedewerker van de Volkskrant, houdt u via dit weblog op de hoogte van de laatste nieuwtjes uit het damcircuit." staat op de voorpagina van deze mooie weblog.

Heel graag zou ik spoedig het nieuwtje willen lezen dat eindelijk dan toch op volle kracht gewerkt wordt aan de langverwachte match Sijbrands-Wiersma. Een groter plezier valt veel dammers niet te doen. Wat een propaganda zal dat zijn voor ons spel!!
Hartelijke groeten, hanco elenbaas
Avatar van test test 06-04-2006 01:58
Avatar van hanco hanco 06-04-2006 02:00
Een presentje, dankzij Alexander Presman:

[size=24][color=purple][b]Koeperman presenteert Dawidow sigaar uit eigen doos [/b][/color][/size]

[color=darkblue]In de eerste twee afleveringen van deze mini-serie ter nagedachtenis aan Iser Koeperman (1922-2006) liet ik zien hoe de Reus uit Kiew, steeds vanuit dezelfde openingsvariant, in 1960 Mansjien versloeg en in 1996 Hans Berkers. Ook de partij die Koeperman in december 1966 won van de Moskoviet Alexander Dawidow (niet te verwarren overigens met de uit Tasjkent afkomstige meester Sergeï Dawidow), gaat met de Ruilvariant van de Poolse Opening van start.
Hoewel Dawidow de desbetreffende openingvariant een wezenlijk ander vervolg geeft dan Mansjien had gedaan en Berkers vele jaren later zou doen, kan ook hij niet voorkomen dat Koeperman langzaam maar zeker belangrijk, ja doorslaggevend voordeel naar zich toetrekt. Weliswaar weet Dawidow de strijd nog tot aan de klokcontrole te rekken, maar uiteindelijk zal hij toch, in een positie van wederzijds zes schijven, kansloos ten onder gaan.
Ik herinner mij nog goed hoezeer ik onder de indruk was van Koepermans zege, nadat ik de partij-in-kwestie voor de allereerste keer had nagespeeld uit de door Henk Fokkink verzorgde circulaires van de Persvereniging van Damredacteuren. (Niet dat ik destijds, als 17-jarige, al een damrubriek had - dat zou, dankzij de betreurde Tijd-journalist Herman Hofhuizen, pas anderhalf jaar later het geval zijn - maar het stond eenieder vrij zich op de nieuwsbrieven van de ‘PvD’ te abonneren; vandaar.) Veertig jaar na dato blijkt het duel nog steeds niets aan charme te hebben ingeboet!

[size=18][b]Koeperman-A. Dawidow [/b][/size]
[b](Coupe USSR 1966)[/b]

[b]1.31-27 17-21 2.37-31 21-26 3.32-28 26x37 4.41x32 11-17 5.46-41 7-11 6.36-31 1-7 7.41-36 19-23 8.28x19 14x23 9.42-37 [/b]



Koeperman brengt het ‘Tsjizjow-kanon’ in stelling, ook al heette dat toen natuurlijk nog lang niet zo.

[b]9...10-14 10.34-30 [/b]

Je hoeft niet eens een fundamentalistische aanhanger van de tempo-theorie te zijn om hier tòch voor 10.34-29 23x34 11.39x30 (onder meer Gantwarg-F. de Koning, Clubcompetitie 1994/1995) te kiezen. Maar Koeperman zwoer in deze openingsvariant nu eenmaal bij het chiquere 34-30-25.

[b]10...14-19 11.30-25 17-21 [/b]

Een heel ander idee is 11...17-22, zoals Siep Buurke in het Javaanse Jongens-toernooi van Groningen 1988 tegen Koeperman zou spelen (zie de rubriek van volgende week!) èn zoals Koeperman zelf (met zwart dus) in het internationale toernooi van Samarkand 1970 tegen Sjtsjogoljew deed.

[b]12.25x14 19x10 [/b]



Een terechte beslissing: omdat 1 al op 7 staat, zou de overgang naar een gesloten klassiek middenspel via 12...9x20(?) 13.33-28! uitsluitend in wits voordeel werken. Zelfs de toenmalige wereldkampioen Sjtsjogoljew ondervond dat aan den lijve toen zich in de 11de matchpartij om het WK 1961 vanuit dezelfde openingsvariant een soortgelijke structuur zou voordoen. Na 7...20-25 (in plaats dus van het door Dawidow gespeelde 19-23x23) 8.47-41 14-20 9.41-37 10-14 10.34-30 25x34 11.39x30 17-21 12.30-25 21-26 13.35-30 4-10 14.40-35 19-23 15.28x19 14x23 16.25x14 10x19 17.33-28! 15-20 18.30-25! 11-17 19.25x14 9x20 20.27-22! 18x27 21.31x11 6x17 22.36-31! 17-22 23.28x17 12x21 24.38-33! 7-12 25.33-28! 12-18 26.31-27* kreeg Koeperman uiteindelijk veelbelovend klassiek spel. Slechts door op de 40ste zet een volle schijf te offeren, slaagde Sjtsjogoljew erin het gevaar van een tweede nederlaag [uitdager Koeperman had immers de 3de matchpartij - met die beroemde ‘partie-Bonnard’ - op zijn naam geschreven] vooralsnog te bezweren.

[b]13.33-28[/b]

Koeperman negeert andermaal de tempoleer. Meer dan in de afruil van 23 lijkt hij geïnteresseerd in een toekomstige omsingeling van het vijandelijke centrum.

[b]13...9-14 14.28x19 14x23 15.39-33 10-14 16.47-42 4-9 17.44-39 5-10 18.50-44 21-26 19.40-34[/b]



[b]19...11-17 [/b]

Waarom zwart er inderdaad verstandig aan doet veld 19 te mijden, heb ik al in de aantekening bij Dawidows 12de zet uitgelegd.

[b]20.27-21 16x27 21.31x11 7x16?! [/b]



Ook op 21...6x17 had wit ongetwijfeld met 22.32-27!? gereageerd, bijvoorbeeld 22...17-22 23.37-31(!) 26x37 24.42x31. Maar bij een zwarte randschijf op 16 sorteert diezelfde zet nog meer effect:

[b]22.32-27! 2-7 23.35-30 7-11 24.45-40 [/b]



Koeperman laat stijlvol positiespel en diepzinnig combinatiespel hand in hand gaan. Immers: zoals Fokkinks Letse correspondent Boris Goerwitsj (die overigens in de jaren zeventig eveneens naar de VS zou emigreren) destijds opmerkte, faalt het voor de hand liggende 24...14-19? nu op 25.33-29! Het dreigende materiaalverlies (26.27-22 annex 28.37-31) kan dan niet meer worden afgewend met 25...11/12-17 wegens 26.30-24!! gevolgd door 28.25-20, 29.44-40, 31.27-21, 32.37-31 en 33.42x15 +.
Maar Dawidow doorziet de valstrik:

[b]24...14-20 25.33-29?! [/b]

De inleiding tot een ambitieus doch wellicht niet helemaal verantwoord plan. Het lijkt mij dat wit na het minder verplichtende 25.30-24! 20x29 26.33x24 10-14 (26...11/12-17? 27.24-20/34-29!! enz. +) 27.34-30! op z’n minst bevredigend had gestaan. Dit temeer daar zwart - om redenen die inmiddels geen toelichting meer behoeven - al meteen een onaangename keuze tussen 25...14-20 en 25...14-19 moet maken.

[b]25...12-17 26.30-24 [/b]



[b]26...18-22?[/b]

Natuurlijk waren zetten met de schijven 9, 10 en 20 taboe. Maar dat is nog geen rechtvaardiging voor de passieve tekstzet, waarmee Dawidow zichzelf in de rol van verdediger manoeuvreert. Beter was het actief op te (blijven) treden met 26...17-22! Bijvoorbeeld 27.37-31 26x37 28.42x31 10-14! 29.48-42 23-28! en zwart lijkt niet slechter te staan, zomin na 30.31-26 22x31 31.26x37 11-17 als na 30.42-37 11-17 31.38-32 17-21 32.32x12 21x41 33.36x47 8x17.

[b]27.27x18 23x12 28.38-32 10-14 29.43-38 17-22?! 30.32-28! 22x33 31.39x28[/b]



[b]31...14-19(?)[/b]

Misschien was de stelling na 29.43-38, of zelfs die na 31.39x28, nog redelijk speelbaar voor zwart. Maar de mentale kracht die het nu eenmaal vergt om een bepaalde spanning in de stand te handhaven, kan Dawidow kennelijk niet meer opbrengen. Met zijn ondubbelzinnige keuze voor het defensief roept de zwartspeler echter alleen maar groter onheil over zich af.

[b]32.44-39 19x30 33.34x14 9x20 34.28-23![/b]



Koeperman koestert terecht geen vrees voor verdere afbraak: de komende afruil van 23 zal te zeer ten koste van zwarts invloed op het middenbord blijken te gaan.

[b]34...12-18 35.23x12 8x17 36.49-43 17-21 37.39-34! 13-19 38.43-39! 19-24[/b]



Uiteraard niet 38...20-25? (eigenlijk verdient een dergelijke zet zelfs een dubbel vraagteken) wegens 39.29-24! 19x30 40.40-35 met strategische overrompeling.

[b]39.29-23! 3-9 (zie diagram)[/b]

Er dreigde 40.40-35 24-29 41.23-19! 19x30 42.35x44 met winnende voorpost op 19.



[b]40.40-35?! [/b]

Hoewel de door Koeperman gekozen methode buitengewoon kansrijk is en uiteindelijk zelfs in een verpletterende zege zal resulteren, is het de vraag of hij óók in alle varianten gewonnen had gestaan wanneer Dawidow op de 48ste zet de hardnekkigste verdediging zou hebben gevonden. Daarom was 40.38-32!! wellicht te prefereren geweest.
Het is waar dat die zet er op het eerste gezicht nogal onlogisch uitziet, omdat wit er zijn tegenstander mee in de gelegenheid stelt een van de (overtollige) schijven van diens topzware rechter vleugel op te lossen (21-27x17). Er staat echter tegenover dat 40.38-32 de - doorgaans beslissende! - inval op veld 18, waarvoor het momenteel nog te vroeg was (40...26-31! en 41...11x13 =), binnen handbereik brengt. Zo kan er onder meer volgen 40...20-25 41.40-35! (maar niet te gretig 41.36-31? in verband met de remise-combinatie 41...21-27!, 42...25-30, 43...15-20 en 44...11-17) 41...9-14 (een essentieel verschil met het partijverloop is dat 41...24-29? ditmaal niet gaat wegens 42.37-31!! en 43.34x3 +) 42.39-33! 14-20 [want na 42...15-20 43.23-18! (nu juist wèl) 43...26-31 44.37x17 11x13 gaat zwart aan het gedeplaceerde stuk op 20 te gronde] 43.34-29 (zie analyse-diagram) en nu:



1) 43...25-30 44.23-19! 24x13 45.35x24 met (ruimschoots!) winnende aanval.
2) 43...11-17 44.23-18! 25-30 45.42-38 20-25 46.29x20 15x24 47.48-43(!) en zwart komt nergens meer, ook niet na 47...30-34 48.43-39 34x43 49.38x49 25-30 50.33-29(!) 24x33 51.35x24 +.
3) 43...21-27 44.32x21 26x17 45.23-18! 25-30 46.42-38 20-25 (de inlas 46...17-22 verliest niet minder kansloos) 47.29x20 15x24 48.18-13 30-34 49.13-9 24-30 50.35x24 34-40 en nu bijvoorbeeld nog 51.9-4 40-44 52.37-32! 44-49* 53.33-29! +: zelfs na 53...17-22* 54.4x27! 11-17* 55.27-4! komt de zwarte dam er nooit meer uit!

[b]40...24-29 41.23-19! 29x40 42.35x44 9-14 43.19x10 15x4 44.39-34 11-17 45.44-39 17-22 46.39-33 6-11 47.34-30 11-17[/b]



[b]48.37-32![/b]

Maakt de remise-dreiging 48...26-31!, 49...17-22 en 50...21x41 onschadelijk.

[b]48...22-27(?) [/b]

Hierna wint Koeperman met groot vertoon van macht. Veel taaier was 48...4-9!, welke zet ten opzichte van het gespeelde 48...22-27 de verdienste heeft dat zwart 49.30-24 20x29 50.33x24 met 50...9-14! (zie analyse-diagram) kan beantwoorden.



Wit had dan, om zijn tegenstander geheel vast te laten lopen, ofwel 1 tempo méér moeten hebben (met 48 al op 43 beslist 51.42-37 22-27 52.43-39 17-22 53.39-33 +), ofwel 2 tempi minder (met 17 al op 27 wint 51.48-43 enz. volgens hetzelfde principe als in de partij). In de gegeven situatie echter is winst voor wit van de baan, omdat zwart na 51.38-33 22-27 52.42-38 17-22! noch 53.32-28 (53...27-32! 54.38x18 26-31 55.36x27 21x12 =), noch 53.33-29 (53...22-28! 54.32x23 27-31 55.36x27 21x43 56.48x39 26-31 enz.) bovenmatig hoeft te vrezen.
Nu zou het schromelijk overdreven zijn te beweren dat 48...4-9 “dus” remise was geweest, want 49.30-24? is bij lange na niet wits beste reactie. Zo is - om te beginnen - 49.33-29 gevolgd door 50.30-24 al veel kansrijker. Maar wits allerbeste kans schuilt mijns inziens in 49.30-25! 9-14 50.33-29! 22-27 51.42-37! 17-22 52.38-33 27x38 53.33x42 21-27 (merk op dat zwart - anders dan zijn tegenstander - niet de geringste keus heeft: 53...22-28? 54.36-31! +) 54.29-23! (nu pas) 54...20-24 55.48-43! (zie analyse-diagram)



55...22-28 (zwart moet wel offeren, want 55...16-21? 56.42-38 is volmaakt kansloos) 56.23x21 en nu:
1) 56...16x27? 57.42-38 14-19 58.43-39 19-23 59.39-33! (maar vooral niet 59.37-32? wegens 59...23-28!! enz.) en zowel na 59...26-31 60.37x26 27-32 61.38x27 23-29 62.25-20! als na 59...24-29 60.33x24 23-28 61.24-20 26-31 62.37x26 28-32 63.36-31! raakt zwart in een verloren 4x1-eindspel verzeild.
2) 56...26x17(!) en er is een ondoorzichtig 5x4-schijveneindspel ontstaan (met zelfs mogelijke overgangen naar een 5x2-dammeneindspel!), waarvan de uitkomst vooralsnog in nevelen gehuld gaat.

[b]49.30-24!! 20x29 50.33x24[/b]



Na de enigszins verrassende afruil van 20 tegen 33, in plaats waarvan Dawidow - naar ik aanneem - veeleer 49.33-29 zal hebben verwacht, blijkt het tempo wit juist bijzonder gunstig gezind, in dìe zin dat hij werkelijk geen zet méér of minder had mogen hebben. Maar Koeperman had nu eenmaal het patent op winsten-op-de-vierkante-millimeter; kijkt u er - om maar iets te noemen - zijn overwinning op Cazemier in het (vierde) Brinta-toernooi van Hoogezand/Sappemeer 1967 maar op na!

[b]50...17-22 [/b]

Eerst 50...4-9 was na 51.24-19! slechts op zetverwisseling neergekomen.

[b]51.48-43![/b]

Elimineert de remise-dreiging (51.24-19?) 51...22-28!, 52...27-31, 53...21x43 en 54...26-31 enz.

[b]51...4-9 52.24-19![/b]



Zwart geeft het op. Terecht: na het gedwongen 52...26-31 53.32-28! 22x33 54.38x29 loopt hij volkomen te pletter op de witte stukken op 36 en 42.

[/color]

[img]http://www.fmjd.org/bb/album_pic.php?pic_id=532[/img][/quote]
Avatar van hanco hanco 06-04-2006 02:04
"P.S. Zodra mijn begrip van de daartoe vereiste techniek het toestaat, zullen - dure belofte - de cijferstanden door heuse diagrammen worden vervangen."

Hoe maak ik simpel, niet duur, een diagram met het Presman-diagramprogramma?

Antwoord:
http://www.fmjd.org/dias2/
Avatar van hanco hanco 06-04-2006 02:34
Even zien of de Presman-appletmaker http://fmjd.org/appletmaker.php hier ook werkt:

Harm Wiersma - Ton Sijbrands 2 - 0
Trainingstoernooi bij Sijbrands thuis in Amsterdam 11 augustus 1966
Avatar van Roel Langendam Roel Langendam 08-04-2006 20:35
@hanco elenbaas,

Waarom die discussie over een match sybrands wiersma zolang aanhouden? beiden heren hebben unieke kwaliteiten op damtechnisch gebied en beide heren hebben zeer veel bijgedragen aan de sport in het algemeen. Wat doet een match tussen deze beiden grootmeesters extra voor onze sport?
Het enige risoco wat de sport neemt is dat we nogmaals het ëtiket "REMISE" opgeplakt krijgen, ik verwacht in zo'n match van beiden heren niet het scherpst van de sneden, remise havens zullen altijd in zicht blijven.

Geniet van het werk van beide heren en hou ze in eren, zonder ze op ieder willekeurig, gevraagd of ongevraagd moment te vervelen met een verzoek om een match. Respecteer de keuzes nu eens.

groet

Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.

Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

  •  
Profielfoto Ton  Sijbrands

Ton Sijbrands

Woonplaats: Muiden
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Links

Groepen

Favorieten van Ton Sijbrands

Damblog

Ton Sijbrands, voormalig wereldkampioen dammen en dammedewerker van de Volkskrant, houdt u via dit weblog op de hoogte van de laatste nieuwtjes uit het damcircuit.

Laatste reacties

persona

Analyse Van den Akker-Van Berkel 2007 (slot)
Fred Roedolph: Geweldige analyse, ik krijg heimwee naar het blad "Dammen" als …

persona

Analyse Van den Akker-Van Berkel 2007 (slot)
Theo Berends: geweldige weblog. dat is weer genieten. Super Ton

persona

Analyse Van den Akker-Van Berkel 2007 (slot)
Pleuntje: Geweldig zo'n schaakblog. Schaak graag en vooral mat.

persona

Ton Sijbrands beëindigt damcarrière
hblock: Wat baat de kostprijs in de hand van de bond …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Ton Sijbrands, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2007
2006

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •