Damnieuws
VKBlog Headerimage

Haarscherp openingsnieuwtje Koeperman in matchpartij tegen Van Dijk (deel 1)

woensdag 3 mei 2006 13:25 door Ton Sijbrands
(In verband met de uitzonderlijke lengte heb ik onderstaand artikel in vier delen moeten 'knippen'. De lezer gelieve het echter als een aangesloten geheel te beschouwen.)

De afgelopen weken heb ik vier meesterwerkjes van Iser Koeperman (1922-2006) laten zien, die alle met de variant 1.31-27 17-21 2.37-31 21-26 3.32-28 26x37 4.41x32 (of soms ook 1.32-28 17-21 2.37-32 21-26 3.32-27 enz.) van start gingen. Voordat we ons weer op de actualiteit (in de vorm van het NK 2006) storten, wil ik nog één laatste partij van Koeperman voor het voetlicht halen. Het betreft de tiende partij van de tweekamp om het WK 1959 tegen Geert van Dijk.
Wie alleen naar de uitslag van die tweekamp kijkt (Koeperman verpletterde zijn tegenstander met 27-13), is wellicht geneigd Koeperman-Van Dijk 1959 niet als een ‘echte’ WK-match te beschouwen en de gespeelde partijen slechts voor kennisgeving aan te nemen. Ten onrechte evenwel. Natuurlijk: Koeperman was dermate superieur dat er van een werkelijke krachtmeting nauwelijks sprake was, althans níet meer nadat Koeperman de vijfde ontmoeting had gewonnen en even later óók de partijen 7 tot en met 10 op zijn naam schreef. Maar die wetenschap doet niets af aan het speltechnische belang dat sommige van die matchpartijen nog steeds vertegenwoordigen.
Bovendien kun je - zoals bij vrijwel elke tweekamp - de cijfers op twee geheel verschillende manieren uitleggen. De vraag namelijk of de verliezer zo verschrikkelijk ‘zwak’ was, kun je ook omkeren: speelde de winnaar niet gewoon verschrikkelijk ‘sterk’? Ik pleit voor die laatste interpretatie. Tenslotte dient men te niet te vergeten dat Van Dijk in 1958 Nederlands kampioen was geworden door in de barrage niemand minder dan Keller met 7-5 te verslaan! (Zijn overwinning in de Challenge Mondial van Monaco 1959, een dubbelrondige vierkamp waarin Oscar Verpoest, Raoul Delhom en de Monegask Agliardi zijn tegenstanders waren, zal aanzienlijk minder van Van Dijks mentale krachten hebben gevergd.)
Eerlijk gezegd vermoed ik dan ook dat, buiten Roozenburg uiteraard (maar die speelde destijds al niet meer om de wereldtitel), niet één Nederlandse dammer Van Dijks prestatie daadwerkelijk zou hebben verbeterd. Want wie had, op twintig partijen, Koeperman vaker dan 13(!) keer op remise weten te houden? Waarbij ik - wellicht ten overvloede - ook nog even Koepermans latere 26-14(!) triomf over Sjtsjogoljew in herinnering zou willen roepen…
Hoe dan ook - in mijn optiek doet óók zijn tweekamp tegen Van Dijk Koepermans enorme kracht als matchspeler ten volle uitkomen. En het is de tiende matchpartij die Koeperman in al zijn glorie laat zien. Eerst introduceert hij een even gewaagd als ambitieus openingsnieuwtje (11.28-22). Vervolgens bedient hij zich - in een poging het voordeel naar zich toe te trekken - van een tactische mogelijkheid (18.22-17). En als Van Dijk daarop foutief reageert, verzilvert Koeperman zijn grote strategische overwicht door tergend langzaam (maar met uiterste precisie!) toe te werken naar een situatie waarin hij zèlf van een doorbraak-naar-dam verzekerd is, terwijl zijn tegenstander van elk tegenspel verstoken blijft.

Koeperman-Van Dijk
(10de matchpartij WK 1959)

1.31-27 19-23 2.33-28
Een poging om via 2…17-21 3.28x19 14x23 4.38/39-33 tot half-open klassiek te komen? Ik zou het niet durven zeggen. Het is waar dat Koeperman in latere jaren een aantal malen met dat moeilijke (openings)systeem zou experimenteren. [Overigens behoren de meeste van die partijen, zoals tegen Jioeloe (kamp. USSR 1967), Andreiko (11de matchpartij WK 1969), en Erdenebileg (Nijmegen 1998), bepaald niet tot de hoogtepunten uit zijn oeuvre…] Maar dat was nadat het half-open klassiek dankzij spelers als Jan Bom, Piet Roozenburg, Wim de Jong en Ed Holstvoogd een zekere populariteit en status had verworven. Ik sluit dan ook nìet uit dat Koepermans 1.31-27 (1…19-23) en 2.33-28 in het onderhavige geval ‘slechts’ bedoeld was om op 2…17-21 3.28x19 14x23 met behulp van de Dumont-opstelling (4.37-31 21-26 5.41-37 enz.; zie ook Koeperman-Alias, Pan-Amerikaans Zone-toernooi 1995!) gunstige voorwaarden voor een gesloten klassieke partij te scheppen.
2…13-19
Door veld 19 te sluiten brengt Van Dijk een iets minder gebruikelijke, doch allerminst onbekende versie van de Hollandse Opening op het bord. De zwartspeler zal zich er het prettigst bij hebben gevoeld: Van Dijk heeft in zijn lange carrière, die inmiddels meer dan zestig jaar omspant (zijn eerste ‘geregistreerde’ partij dateert van 1946, zijn tot op heden laatste van februari 2006), zo’n 150(!!) partijen gespeeld die ofwel met 1.33-28 18-23, ofwel met 1.32-28 18-23 2.38-32 van start gingen.
3.39-33 20-24 4.44-39 8-13 5.37-31 14-20 6.41-37 2-8 (zie diagram)



[Stand in cijfers:
twintig zwarte schijven op 1, 3 t/m 13, 15 t/m 20, 23 en 24;
twintig witte schijven op 27, 28, 31 t/m 40, 42, 43 en 45 t/m 50.]


7.49-44
Deze zet biedt zwart de gelegenheid de symmetrie, die in de Hollandse Opening sowieso al op de loer ligt, te voltooien. Zeker vanuit de optiek van de witspeler, die immers de vóórzet heeft, hoeft daar niets op tegen te zijn. Desondanks moet ik hier altijd even wijzen op de alternatieve mogelijkheid 7.27-22!? 18x27 8.31x22 (8…10-14) 9.34-30!!? Waarom zwart dan al met serieuze problemen te kampen heeft, heb ik een kleine veertig jaar geleden al uitgelegd bij de bespreking van de partij Sijbrands-Van Dijk(!), NK 1967, in mijn eersteling Topprestaties op het Dambord (Amsterdam 1968). Maar ik zou in dit verband bovenal de aandacht willen vestigen op een tweetal Volkskrant-rubrieken van voorjaar 1996, waarin ik de spectaculaire Kurzpartien Gotenhuis ten Harkel-M. Knipper 1994 (17 februari) en Kuyken-Agafonow 1969 (2 maart) behandelde.
7…10-14 8.34-29
Wit gaat bij de eerste de beste gelegenheid tot de manoeuvre 34-29x29 over. Eerst 8.46-41 (8…5-10) en daarna pas 9.34-29 23x34 10.40x29 kàn, maar hoeft niet noodzakelijkerwijs op zetverwisseling neer te komen. Ik kom hier nog op terug.
8…23x34 9.40x29 18-23
Met schijf 1 op veld 2 (of 7 nog op 2 en 5 al op 10) placht èn pleegt Van Dijk zonder uitzondering 9…20-25 10.29x20 15x24 te doen, waarbij hij 11.27-22 18x27 12.31x22 geenszins als een bezwaar ervaart. (In een interlandpartij Koeperman-Van Dijk, Nederland-USSR 1970, zou daadwerkelijk zo worden gespeeld.) Maar zònder dat basisstuk op 2 voelt hij zich er klaarblijkelijk minder sterk toe aangetrokken de Hoogland-aanval tegen te spelen. Met die opvatting zit Van Dijk op één lijn met - zelfs! - de hedendaagse grootmeesters, die de aanwezigheid van de formatie 2/8/13 allen als een absolute voorwaarde voor een geslaagde omsingeling lijken te beschouwen!
10.29x18 12x23 (zie diagram)



[Stand in cijfers:
achttien zwarte schijven op 1, 3 t/m 9, 11, 13 t/m 17, 19, 20, 23 en 24;
achttien witte schijven op 27, 28, 31 t/m 33, 35 t/m 39, 42 t/m 48 en 50.]


Zo had Van Dijk het 1¾ jaar tevoren, in het - uiteindelijk - door hem gewonnen NK 1958, ook gespeeld tegen Baris Dukel. Toen had Dukel de tijdelijke absentie van een zwarte schijf op veld 12 gelaten voor wat het was en met het betrekkelijk rustige 11.46-41 7-12 12.31-26 vervolgd. (Dat de partij-in-kwestie na 12…5-10 13.45-40 20-25 14.27-21 16x27 15.32x21 23x32 16.37x28 11-16 17.41-37 16x27 18.28-23 19x28 19.33x31 geen winnaar zou opleveren, zal niemand verbazen.) Koeperman gaat echter wèl op de scherpst denkbare wijze verder:
11.28-22!!?
Een gloednieuwe zet! Dat wil zeggen: het idee voor een dergelijke (aanvals)manoeuvre was al veel eerder gelanceerd door Piet Roozenburg, die in een van zijn eerste ontmoetingen met Keller (NK 1943) vanuit de stand na 1.31-26 19-23 2.36-31 14-19 3.41-36 10-14 4.46-41 20-24 5.31-27 14-20 6.36-31 5-10 7.41-36 10-14 8.33-28 met 8…17-21!? 9.26x17 11x33 10.39x28 23-29!? 11.34x23 18x29 vervolgde. [Keller antwoordde met het voorzichtige 12.40-34 29x40 13.45x34, wat - getuige partijen als Valneris-Kalmakow (Confederation Cup 2004), Fijn van Draat-Meijer (halve finales NK 2005) en Kalmakow-Schwarzman (kamp. Rusland 2005) - ook in onze dagen nog steeds de meest populaire reactie is.] En met schijf 47 op veld 49 (opening: 1.33-28 18-23 2.38-33 12-18 3.42-38 7-12 4.47-42 20-24 5.31-27 14-20 6.37-31 2-7 7.41-37 10-14 8.34-29 enz.) had oud-kampioen Freek Gordijn tegen Joop Jurg (Hengelo 1950) eveneens 11.28-22!!? 17x28 12.33x22 gespeeld.
Maar in de symmetrisch tegengespeelde Hollandse Opening was de tekstzet nog niet eerder voorgekomen. Bovendien lijkt het mij onwaarschijnlijk dat Koeperman de genoemde partijen kende: Turbo Dambase bestond uiteraard nog niet, en bij mijn weten is destijds noch van het NK 1943, noch van het toernooi van Hengelo 1950 een partijenboekje verschenen!
11…17x28 12.33x22 (zie diagram) 



[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 1, 3 t/m 9, 11, 13 t/m 16, 19, 20, 23 en 24;
zeventien witte schijven 22, 27, 31, 32, 35 t/m 39, 42 t/m 48 en 50.]

12…23-29!?
Van de drie verschillende manieren waarop zwart kan reageren, geldt dit als de scherpste. Niet dat 12…24-29 of 12…24-30 13.35x24 20x29 onspeelbaar of zelfs maar slecht zou zijn. Maar het bezwaar van het handhaven van schijf 23 is dat zwart daarna moeilijk naar veld 18 kan oprukken, omdat wit - op voorwaarde uiteraard dat deze de formatie 31/27/22 intact laat - zelfs 8-12 met 22-18!? (13x22) en 27x18 kan beantwoorden. Doorgaans worden dan de voorposten op 18 en 29 tegen elkaar uitgewisseld, een vereenvoudiging waaraan wit de iets harmonieuzere stelling overhoudt. Zoals in de partij Roozenburg-Hoekstra, halve finales NK 1969, waarin het - zij het met 47 op 49 - verder ging met 12…24-29 13.35-30 8-12 14.22-18 13x22 15.27x18 29-33 16.39x28 20-25 17.18x29 25x23. (Zie ook DAMMEN nr. 34 van mei 1988.)
Nu had ik die decorwisseling uit Roozenburg-Hoekstra zelf óók al een keer (maar dan in de meest gebruikelijke versie, dat wil zeggen met 49 weer terug op 47) op het bord gehad, en wel in een kloksimultaanpartij (Bakel, december 1989) tegen de Brabantse hoofdklasser Hans Berkers. En dat was mij toen helemaal niet zo goed bevallen: het scheelde waarlijk niet veel of ik had de partij uiteindelijk zelfs verloren! Met de herinnering aan dat mislukte duel tegen Berkers nog in het achterhoofd ging ik op zoek naar een wezenlijke versterking van het witte spel toen ik mij, dertien jaar later, voorbereidde op mijn blindpartij tegen Nijverdal-speler Rienk van Marle (Lutten, 21 december 2002). Daarbij stond het voor mij als een paal boven water dat een gedegen voorbereiding van die partij (overigens slechts één van de 22 die ik dat weekeinde simultaan zou spelen) vruchten moest afwerpen, want de database gaf liefst 14(!!) zwart-partijen van mijn aanstaande tegenstander waarin - al dan niet met schijf 1 op veld 2 - de stand na 10/11…12x23 was voorgekomen…
Mijn ‘versterking’ nu ten opzichte van Sijbrands-Berkers 1989 bestond hìeruit dat ik tegen Van Marle na de openingszetten 1.32-28 18-23 2.38-32 12-18 3.31-27 7-12 4.43-38 20-24 5.37-31 14-20 6.41-37 10-14 7.49-43 1-7 eerst nog de zetten 8.46-41 5-10 inlaste, om daarna pas 9.34-29 23x34 10.40x29 18-23 11.29x18 12x23 12.28-22 17x28 13.33x22 te spelen. Zou Van Marle nu - evenals Hoekstra en Berkers - vervolgen met 13…24-29 14.35-30(!) 8-12? (zie analyse-diagram), dan zou ik hebben gewonnen met behulp van de even fraaie als originele damzet die Mike Voskamp in de halve finales van het Junioren-NK 1992 tegen Roeland Oosten had uitgevoerd: 15.30-24!! 19x30 16.32-28! 23x21 17.22-17 11x22 18.31-27 21x32/22x31 19.37x19 14x23 20.38-33 29x40 21.45x5 +. 



[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 2 t/m 4, 6, 7, 9 t/m 16, 19, 20, 23 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 27, 30 t/m 32, 36 t/m 39, 41 t/m 45, 47, 48 en 50.]


Maar die poging mijn tegenstander combinatief te verschalken, bleek volstrekt zinloos. Van Marle speelde namelijk ‘gewoon’ 13…23-29!? (wat ik eigenlijk had kunnen weten, want dat was ook de zet die hij in drie eerdere partijen had gedaan). En toen ik hem na afloop van de simultaan (het zal inmiddels zo’n uur of vier in de nacht zijn geweest) vroeg waarom hij niet 13…24-29 had gespeeld, verwees Van Marle onmiddellijk naar dat partijtje tussen Voskamp en Oosten!
Hoe dan ook - de ontruiming van veld 23 heeft de niet geringe verdienste dat zwart ongestoord 7-12-18 kan spelen in een poging de witte stand vast te houden (zoals omgekeerd ook wit zal proberen de vijandelijke stelling geheel onder controle te brengen). Het is mede aan Van Dijks principiële reactie te danken dat het bord spoedig in lichterlaaie zal staan.
13.44-40
Voordat hij tot het insnoerende 39-33 overgaat, grendelt Koeperman eerst veld 34 af. Een terechte beslissing, lijkt mij, want bij ontstentenis van een witte schijf op veld 49 zou zwart 13.39-33 - indien gewenst - wel degelijk met 13…29-34 (14.44-40?! 24-29 15.33x24 20x29) kunnen beantwoorden. Wel kan men zich afvragen of 13.45-40 misschien de voorkeur verdiende: ik zou mij kunnen voorstellen dat er omstandigheden denkbaar zijn waarin het van belang blijkt (13.)39-33 zo snel mogelijk door (14.)44-39 (in plaats van het tragere 50-44-39) te laten volgen. Maar wellicht is het lood om oud ijzer.
13…7-12 14.39-33 5-10 (zie diagram)
Van Dijk heeft een goede reden het symmetrische 14…12-18(?) achterwege te laten. Wit zou die zet immers met 15.32-28! en aansluitend 16.37-32 enz. hebben beantwoord. En als zwart dan niet ‘iets bijzonders’ heeft [bijvoorbeeld in de vorm van de manoeuvre 15…5-10, 16…20-25, 17…24-30 (18.33x24), 18…19-23 en 19…14x23; maar ik ben bang dat dit ‘schijnoffer’ bij correct tegenspel gewoon een stuk gaat kosten…] wordt de laatste strategisch overspeeld. (Ik kom hier in de eerstvolgende aantekening uitvoerig op terug.) Door echter schijf 12 wijselijk te laten staan, kan zwart op een toekomstig 32-28 nog met 12-17(!) reageren, om een verdere ontwikkeling van de vijandelijke linker vleugel aldus te verstoren of op z’n minst te bemoeilijken. 



[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 1, 3, 4, 6, 8 t/m 16, 19, 20, 24 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 27, 31 t/m 33, 35 t/m 38, 40, 42, 43, 45 t/m 48 en 50.]


15.46-41
Natuurlijk past het ons nìet om, met de kennis van 2006, de Koeperman van 1959 de les te lezen. Bovendien betreft het een loodzware, nogal ondoorzichtige thematiek, wat óók een reden kan zijn slechts spaarzaam gebruik te maken van vraagtekens. Maar als mij met het pistool op de borst gevraagd werd of 15.46-41 een goede of zelfs maar nuttige zet is, dan zou ik - naar ik vrees - een ontkennend antwoord moeten geven. Dat negatieve oordeel over de tekstzet stoelt mede op de ervaring die ik er zèlf, in mijn al eerder genoemde blindpartij tegen Van Marle (waarin schijf 46 immers al op veld 41 stond), mee heb opgedaan (en waarover straks meer).
Het grote bezwaar van een opstelling met (15.)46-41 is dat wit - op voorwaarde dat zwart de zet 12-18 consequent blijft uitstellen! - na een toekomstig 32-28 problemen krijgt met het dóórzetten van 37-32. Daarmee wil ik nìet beweren dat meteen 15.32-28 ‘dus’ te prefereren was: zoals gezegd zou zwart daarop allerlei tactische obstakels kunnen opwerpen met 15…12-17. Een enkel - zij het niet al te relevant - voorbeeldje: 16.31-26 20-25 17.37-32 8-12? (onmiddellijk 17…24-30 is beter) 18.43-39? (en hier verdient 18.47-41! de voorkeur, bijvoorbeeld 18…3-8? 19.41-37!) 18…3-8 19.42-37 24-30! 20.33x24?? 19-23! 21.28x19 17x28! 22.32x23 30-34!! met schijf- en partijwinst na 23/24…15-20 en 24/25…13x22. En 15.43-39(?) was helemaal onnauwkeurig geweest, omdat zwart in dat geval plotseling wèl 15…12-18! doet. De standaard-reactie 16.32-28?? is dan namelijk uitgeschakeld door 16…19-23! en 17…20-25 +, zodat wit de positionele dreiging 16…19-23!, 17…14-19 en 18…10-14 alleen nog kan pareren met 16.50-44, aan welke zet evenwel weer andere bezwaren kleven.
Nee - Koeperman had mijns inziens eerst 15.50-44! en 16.44-39 moeten spelen, om pas in een iets later stadium, wanneer de tijd er rijp voor is, 32-28! annex 37-32 te doen. Aan welke levensgrote gevaren zwart in dat geval had blootgestaan, zal ik laten zien aan de hand van een drietal explosieve duels, waarvan ik de notaties in extenso weergeef: 

(WORDT VERVOLGD)

Volgend artikel in dit blog

1reacties Volg reacties met RSS   aanbevelen afbevelen Waarschuw de redactie Je moet inloggen om het bericht in een van je groepen onder te brengen Attendeer je vrienden Delen op nujij.nl Delen op ekudos.nl Delen op del.icio.us
Avatar van roy roy 22-11-2006 14:55
ja prachtig hooglandaanval !!!!!!
ik ben nog maar `14 dus ik bn nog jong !!!
ik vind het podkova plan ook een mooi plan
en de roozenburg opstelling molimard uitval en omsingelen vind ik prachtig

Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.

Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

  •  
Profielfoto Ton  Sijbrands

Ton Sijbrands

Woonplaats: Muiden
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Links

Groepen

Favorieten van Ton Sijbrands

Damblog

Ton Sijbrands, voormalig wereldkampioen dammen en dammedewerker van de Volkskrant, houdt u via dit weblog op de hoogte van de laatste nieuwtjes uit het damcircuit.

Laatste reacties

persona

Analyse Van den Akker-Van Berkel 2007 (slot)
Fred Roedolph: Geweldige analyse, ik krijg heimwee naar het blad "Dammen" als …

persona

Analyse Van den Akker-Van Berkel 2007 (slot)
Theo Berends: geweldige weblog. dat is weer genieten. Super Ton

persona

Analyse Van den Akker-Van Berkel 2007 (slot)
Pleuntje: Geweldig zo'n schaakblog. Schaak graag en vooral mat.

persona

Ton Sijbrands beëindigt damcarrière
hblock: Wat baat de kostprijs in de hand van de bond …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Ton Sijbrands, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2007
2006

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •