Damnieuws

Haarscherp openingsnieuwtje Koeperman in matchpartij tegen Van Dijk (deel 3)
woensdag 3 mei 2006 13:52 door Ton Sijbrands
Terug nu weer naar de ‘stampartij’ Koeperman-Van Dijk
1959. Daarin had de witspeler als laatste zet 15.46-41 gedaan,
welke voortzetting - zoals gezegd - hìerom afgekeurd dient te
worden omdat hij nu veel moeilijker tot 32-28 en 37-32 komt.
15…20-25 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 1, 3, 4, 6, 8 t/m 16, 19, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 27, 31 t/m 33, 35 t/m 38, 40 t/m 43, 45, 47, 48 en 50.]
16.31-26?
Men behoeft geen groot kenner van de (openings)theorie te zijn om desondanks te begrijpen - of op z’n minst aan te voelen - dat deze zet niet door de beugel kan, en wel omdat zwart nu de kans geboden wordt zèlf vanuit de linker vleugel het centrum te bezetten (16…19-23!). Daar het echter ook voor 16.32-28(?) 12-17! nog te vroeg was (bijvoorbeeld 17.31-26 8-12! met de buitengewoon vervelende dreiging 18…3-8! +), had Koeperman - evenals op de vorige zet - beter eerst 16.50-44 kunnen spelen. Via 16…15-20 (16…14-20 heeft geen zelfstandige betekenis, omdat zwart na 17.44-39 tòch niet 17…9-14? kan doen wegens 18.32-28! 12-17 19.22-18!! 13x22 20.27x18 met winnend voordeel voor wit na de verplichte afruil van 18) 17.44-39 10-15 18.32-28! (nu pas) 18…12-17! (zie analyse-diagram) had er dan een stelling kunnen ontstaan die zich ruim 43 jaar later - zij het met schijf 1 op veld 2 - daadwerkelijk zou voordoen in dat al meermalen genoemde blindduel Sijbrands-Van Marle 2002. (Daarin was het na 13…23-29 verder gegaan met 14.45-40 7-12 15.39-33 20-25 16.44-39 15-20 17.50-45 10-15 enz.)

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 1, 3, 4, 6, 8, 9, 11, 13 t/m 17, 19, 20, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 27, 28, 31, 33, 35 t/m 43, 45, 47 en 48.]
In de stand van het analyse-diagram nu opteert wit het beste voor 19.22-18(!) 13x22 20.27x18 8-13 21.28-23(!). Het is waar dat die speelwijze allerlei vereenvoudigingen met zich mee brengt. Maar als er na zo’n kaalslag-variant als 21…19x28 22.33x22 17x28 23.38-32 13x22 24.32x34 24-29 25.34x23 25-30 26.35x24 20x18 al iemand beter staat, dan is het wit, nìet zwart. En dat is een essentieel verschil met het partijverloop, waarin eveneens een (zeer) grote ruil plaatsvond maar het initiatief juist op de zwartspeler overging! Er volgde namelijk:
19.31-26?
De aanzet tot een stoutmoedig plannetje dat ik achter de hand had gehouden voor het geval dat Van Marle (wat mij niet zo heel erg waarschijnlijk leek…) noch 13…24-29 (14.35-30! 8-12?), noch - even later - 15/17…12-18? (16/18.32-28!) zou spelen. Mijn bedoeling was namelijk om op 19…8-12 te vervolgen met 20.37-32(!!) 19-23 21.28x10! 17x46 22.40-34! (of misschien ook 22.36-31) 22…29x40* 23.35x44 46x5 24.33-28 5x21 25.26x30 25x34 26.39x30. En als zwart om die reden eerst veld 10 sluit (19…4-10?!), moet wit na 20.36-31! 1-7 21.41-36! 7-12 22.37-32! 19-23* 23.28x30 17x37 24.33x24 20x29 25.38-32! (met 47 op 49 is deze decorwisseling voorgekomen in de partij Clerc-Gantwarg, Delft 2003) 25…37x28 26.27-21 25x34 27.39x30 16x27 28.31x24 14-20 29.42-38 20x29 30.43-39 enz. hoe dan ook ‘spel’ tegen de vijandelijke voorpost op 29 kunnen krijgen.
Maar het zal anders lopen, heel anders…
19…1-7! (of eigenlijk dus 19…2-7!) 20.37-32 (zie analyse-diagram)

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 3, 4, 6 t/m 9, 11, 13 t/m 17, 19, 20, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 26 t/m 28, 32, 33, 35, 36, 38 t/m 43, 45, 47 en 48.]
Dit is weliswaar (vrijwel) gedwongen, ‘maar sterk’. Althans: dat was wat ik dacht toen ik 20.37-32 speelde, want bij mijn voorbereiding op de blindsimultaan had de computer mij een tastbaar positievoordeel in het vooruitzicht gesteld na de - overigens bepaald complexe - afwikkeling 20…19-23 21.28x10 17x46 22.10-5 13-19 23.5x1! 11-17(!) 24.1x34 17-22(!) 25.27x18 24-29 26.34x23 46x5 27.47-41 5x46 28.42-37 46x1 29.40-34 1x40 30.35x44.
Maar hoe diep ik ook in de materie gedoken was - ik had mij er desondanks nog niet voldoende in ondergedompeld, zoals Van Marle met zijn volgende zet aantoont:
20…29-34!!
Op deze verborgen mogelijkheid had TRUUS mij helaas niet gewezen. (Al zou zij er ongetwijfeld opgekomen zijn wanneer ik haar meer tijd had gegund. Maar daar had ik, met nog 23 andere partijen op mijn programma die óók moesten worden voorbereid, kennelijk het geduld niet voor…) De tekstzet betekende voor mij een lelijke streep-door-de-rekening, de zoveelste alweer in deze partij waarvan ik vooraf zulke hoge verwachtingen had gehad!
21.40x29 19-23 22.28x10 17x46 23.10-5 4-10! 24.5x1 13-18
Natuurlijk niet eerst 24…24-30? (25.35x24) en dan pas 25…13-18 26.1x23 46x30/35 vanwege de damvangst 27.29-24 +.
25.1x23 46x10 26.29-23
Wit heeft geen keus: 26.42-37? (of ook 26.47-41?) 26…10x46 27.38-32 faalt op het geestige 27…46x34!! 28.39x19 25-30 +.
26…10x21 27.26x17 11x22
Hiermee was de openingsfase definitief afgesloten. Maar in de resterende 10x10 had Van Marle beslist het beste van het spel: zwarts ontwikkelingsvoorsprong (8 tempi) en de vork 15/20/24/25 drukken, vooral ook door de weggevallen controle over veld 44, zwaar op de witte stand. Zodat de paradoxale situatie was ontstaan dat uitgerekend dìe partij die ik het grondigst had voorbereid, mij de meeste problemen bezorgde!
Gelukkig zou ik uiteindelijk, na urenlang een dammeneindspel met een schijf minder (eerst 6x5, vervolgens 5x4 en ten slotte 4x3) te hebben moeten verdedigen, tòch nog remise weten te maken. (Voor het integrale verloop van dit 19½ uur durende duel verwijs ik naar de Volkskrant van 18 januari 2003.) Maar ik kan eenieder verzekeren dat ik bij eventuele voorkomende gelegenheden dus nooit meer die zet (8.)46-41 zal ‘meenemen’…
16…15-20?
Van Dijk laat zijn beste kans uit de partij, ja uit de hele tweekamp, onbenut. Na het alerte 16…19-23!, dat destijds ook al door Koepermans secondant Vladimir Kaplan werd aanbevolen in de speciale editie van het tijdschrift Sjasjki die aan de WK-match Koeperman-Van Dijk 1959 gewijd was, zou zwart stevig aan de leiding zijn gegaan. ‘Bewijzen’ voor die bewering zijn eigenlijk nauwelijks nodig: met verwisselde kleuren zou Koeperman met exact dezelfde problemen te maken hebben gekregen als waarmee Wielaard (1971), Van Marle (1996) en Abramsone (2001) in de hierboven behandelde partijen te kampen hadden! Desondanks wil ik de lezer de volgende, door de computer aangereikte tactische spelgang(en) nìet onthouden:
17.33-28 14-19 18.43-39 10-14 19.39-34 12-17! (om wit zelfs geen gelegenheid tot de massale terugtocht 19…12-18 20.26-21 8-12 21.38-33 29x38 22.32x43 23x32 23.27x38 16x27 24.22x31 te geven) 20.36-31 (wit mag zich niet aan 20.34-30? 25x34 21.38-33 29x38 22.40x18 vergrijpen wegens 22…14-20! 23.42x33 24-30! 24.35x24 20x38 25.32x43 17-21! 26.26x17 8-12 met schijf- en partijwinst voor zwart) 20…1-7 21.41-36 8-12 22.50-44 14-20 23.44-39 9-14 24.39-33 3-8! (zie analyse-diagram) en nu:

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 4, 6 t/m 8, 11 t/m 17, 19, 20, 23 t/m 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 26 t/m 28, 31 t/m 38, 40, 42, 45, 47 en 48.]
1) 25.48-43 24-30! 26.33x24 30x48 27.47-41 (hiermee lijkt wit zich nog te redden; niets is echter minder waar:) 27…20x29! 28.22-18 13x33 29.40-34 48x30! 30.35x2 17-22!! 31.27x18 29-34!! 32.18/38x40 12-17 33.38/18x29 25-30 34.2x35 14-19 35.35x21 16x47 en na eventueel nog 36.29-23 47-38! staat zwart huizenhoog gewonnen!
2) 25.47-41 4-9! 26.48-43 (wit doet er het beste aan een schijf te offeren met hetzij direct 26.22-18 13x22 27.27x18 17-21 28.26x17 11x13, hetzij 26.26-21 17x26 27.22-18 13x22 28.27x18; al is het goed te bedenken dat hij in dit laatste geval na 28…9-13 29.18x9 14x3 weinig of niets opschiet met 30.35-30 24x44 31.33x2 11-17! 32.2x22 44-50 33.28x19 50x11 +) 26…16-21 (het nauwkeurigst) 27.27x16 24-30 28.33x24 (want na 28.35x24 19x48 29.28x10 17x39 30.10-4/5 wordt de witte dam meteen weer uitgevangen) 28…30x48 29.22-18 13x33 en nu zijn er nog twee serieuze varianten (waartoe we 30.24x2?? 12-18! en 32…20-24 + uiteraard niet rekenen):
2.1) 30.24x4 23-28!! 31.38x29/32x23 17-22!! 32.32x23/38x29 11-17! 33.4x27 17-21 34.26x17 12x32 35.37x28 48x46 +.
2.2) 30.38x18 19x30! 31.35x24 20x29 32.31-27 12x23 33.37-31 48x46 (wint een tempootje ten opzichte van 33…48x28) 34.27-21 46x28 35.21x1 en nu is 35…29-33(!!) 36.1x47 14-19/20! 37.16x7 8-12! 38.7x18 9-13! 39.18x9 19/20-24 40.47x20 25x3 + het overtuigendst.
17.36-31 10-15 (zie diagram)
Hoewel zijn vorige zet dus niet de beste was, is het niet meer dan terecht dat Van Dijk 17…12-18(?) opnieuw achterwege laat, omdat daarop andermaal met grote kracht 18.32-28! zou zijn gevolgd.

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 1, 3, 4, 6, 8, 9, 11 t/m 16, 19, 20, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 26, 27, 31 t/m 33, 35, 37, 38, 40 t/m 43, 45, 47, 48 en 50.]
18.22-17!?
De wereldkampioen besluit het lot niet langer te tarten: met behulp van een tijdelijk offertje heft hij de spanningen op en werkt hij toe naar een situatie waarin wit op een klein voordeelt(je) kan bogen. Zoals Kaplan namelijk schrijft, was het Koepermans bedoeling om op 18…12x21 19.26x17 11x22 20.27x18 13x22 positioneel verder te gaan met 21.32-28!, waarop zwart waarschijnlijk het beste vereenvoudigt met 21…8-13, 22…29-34, 23…19-23 en 24…13x11.
Een opmerkelijk bescheiden optie. (Al mag natuurlijk niet uit het oog worden verloren dat Koeperman al met 13-5 aan de leiding ging op het moment dat de 10de matchpartij gespeeld werd…) Toch zou ik niet durven zeggen of wit beter had. Zo was op 18.32-28(?) nog steeds het hinderlijke 18…12-17! gevolgd [bijvoorbeeld 19.41-36 4-10! (maar niet te gretig 19…1-7?? wegens 20.27-21! enz. met dam) 20.37-32 19-23! 21.28x30 17x37 22.33x24 25x34! 23.40x29 37-41 +]. Een denkbaar bezwaar van 18.41-36 is dat de 6x6-ruil 18…12-18 19.32-28 29-34 20.40x29 18-23 21.29x18 16-21 22.27x7 1x41 23.22-18 13x22 24.31-27 22x31 24.26x46 mogelijk wordt. En op 18.43-39 ten slotte (want de mogelijkheid 18.50-44 laat ik - met uw goedvinden - rusten) vreesde Koeperman wellicht het antwoord 18…12-18. De standaard-reactie 19.32-28?? is dan namelijk verboden door 19…19-23! 20.28x10 9-14 21.10x30 25x21 en altijd 22…18x36 +, zodat zwart tot het sterke 19…19-23 lijkt te komen.
Nu is met dit laatste nog lang niet alles gezegd. Want als wit na 18.43-39 12-18 met 19.48-43 vervolgt, zou onmiddellijk 19…19-23(?) hoogst onaantrekkelijk zijn vanwege de afwikkeling 20.27-21! 16/18x36 21.33-28 18/16x27 22.28x10 25-30* 23.32x21 29-34 24.40x29 24x44 25.50x39! 9-14 26.10x19! 13x24. Dus speelt zwart beter 19…8-12 (bedoeling: 20.32-28? 12-17! en de witte opbouw stagneert), waarop wits beste zet mijns inziens in 20.41-36(!!) schuilt (zie analyse-diagram). Omdat 20…19-23?? dan opnieuw is uitgeschakeld (ditmaal door 21.32-28! en 22.42-37 met winnende slag naar 10), blijven de volgende mogelijkheden over:

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 1, 3, 4, 6, 9, 11 t/m 16, 18 t/m 20, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 26, 27, 31 t/m 33, 35 t/m 40, 42, 43, 45, 47 en 50.]
1) 20…4-10? 21.47-41!! (ijzersterke temporisering) en nu:
1.1) 21…3-8 22.32-28! (nu wèl) en zwart is eigenlijk al geklopt. Immers: 22…12-17?? faalt op 23.35-30!! 24x44 24.33x24, altijd gevolgd door 25/26.38-32 met dam op 3. Voorts is 22…18-23?? taboe in verband met de damzet 23.50-44!, 24.26x17, 25.22-18, 26.31-27!, 27.37x17, 28.35-30 en 29/30.33x4 +. En 22…1-7? ten slotte verliest geforceerd door 23.26-21! 18-23 24.39-34!! 23x32 25.37x28!, waarna zwart in dodelijke tempodwang verkeert.
1.2) 21…1-7 22.26-21! met exact hetzelfde spel als in het laatste variantje: 22…3-8 (gedwongen met het oog op 22…18/19-23?? 23.22-17! +) 23.32-28! enz. +.
2) 20…3-8(?) 21.32-28! en zwart bevindt zich opnieuw in moeilijkheden. Zo luidt een plausibel vervolg 21…18-23 (op 21…12-17?? weer 22.35-30 +) 22.37-32! (kansrijker dan de damzet 22.47-41 en 24.22-18 enz.) 22…12-17 23.42-37 1-7 24.47-42 4-10 25.40-34! [maar onder geen beding het schijnbaar winnende 25.50-44?? (bedoeling: 25…25-30? 26.22-18! en 27/28.28-22 +) vanwege de al eerder gesignaleerde damzet 25…29-34! en 26…19-23 +] 25…29x40 26.35x44! 24-29 (om de gunstige hergroepering 27.26-21, 28.22-17 en 29.27x29 uit de stand te halen) 27.33x24 20x29 28.44-40! (zie analyse-diagram), waarna het werkelijk wemelt van de combinaties; men zie:

[Stand in cijfers:
vijftien zwarte schijven op 6 t/m 11, 13 t/m 17, 19, 23, 25 en 29;
vijftien witte schijven op 22, 26 t/m 28, 31, 32, 36 t/m 40, 42, 43, 45 en 50.]
2.1) 28…14-20?? 29.22-18! 13x35 30.27-21 16x27 31.32x5 +.
2.2) 28…15-20? 29.22-18!! (ook nu!) 29…13x35 30.27-22! 17x28 31.26-21 16x27 32.31x24(!!) en wit komst liefst twee schijven vóór.
2.3) 28…7-12? 29.22-18 (idem) 29…13x35 30.27-22 17x28 31.26-21 16x27 32.31x2! +.
2.4) 28…8-12? 29.22-18 (steeds weer deze zet) 29…13x35 30.27-22 17x28 31.26-21 16x27 32.31x4 +.
2.5) 28…13-18(!!) 29.22x33 23-29! 30.33x24 17-21 31.26x17 11x35.
Alleen zo houdt zwart het in materiële zin nog net gelijk. Maar het hoeft geen betoog dat wit positioneel nadrukkelijk aan de leiding gaat, zeker wanneer deze zich na bijvoorbeeld 32.32-28 25-30 van de finesse 33.45-40(!!) 30x19* 34.40-34! bedient.
3) 20…1-7 (dit lijkt veruit het beste) 21.47-41 [over de chaotische situatie na 21.26-21 19-23 22.47-41 13-19 (of misschien ook 22…14-19) 23.22x13 19x8 zou ik geen uitspraak durven doen; zie analyse-diagram] en nu een laatste splitsing:

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 3, 4, 6, 7, 9, 11 t/m 16, 18 t/m 20, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 26, 27, 31 t/m 33, 35 t/m 43, 45 en 50.]
3.1) 21…4-10? 22.26-21! en wit gaat winnen als in variant ‘1’.
3.2) 21…3-8? 22.26-21! 19-23 23.32-28! 23x32 24.37x28 14-19 25.42-37! en wit staat andermaal op winst. Al moet ik hier wèl aan toevoegen dat hij op 25…18-23 ‘gewoon’ 26.31-26! 23x32 27.37x28 + dient te spelen en zich niet aan 26.39-34? 23x32 27.34x3 mag bezondigen, omdat zwart in dit laatste geval een spectaculaire dubbel-combinatie zou laten volgen: 27…4-10 28.37x28 24-30! 19.35x24 20x29 20.33x24 13-18!! 21.22x2 25-30 (helaas mag hij niet ‘passen’, wat liefst vier schijven en een wedstrijdpunt scheelt) 22.24x35 15-20 23.3x25 10-14 24.25x17 11x42 25.2x11 6x46 met een remise-afspel.
3.3) 21…18-23(!) 22.22-18!? 13x22 23.27x18 12-17 24.18-12!? [het meest ambitieus; merk op dat direct 24.35-30? 24x44 25.33x13 (met de bedoeling 25…44x33? 26.18x29!! gevolgd door 31-27-21 +) in werkelijkheid faalt op 25…23x12! 26.13-8 44x33 27.38x29 17-22! 28.8x28 16-21 29.26x17 11x24 +] 24…7x18 25.35-30 24x44 26.33x22 44x33 (anders maakt wit het tempo 27.32-27! enz.) 27.38x18 17x28 28.32x23 16-21 29.26x17 11x13 en het lijkt mij dat wit, gezien de verzwakte rechter vleugel van zwart, op z’n minst licht voordeel moet hebben. Maar of hij beter af is dan hij bij het sterkste tegenspel van zwart in de partij zou zijn geweest, is een vraag die ik niet volmondig durf te beantwoorden.
(SLOT VOLGT)
15…20-25 (zie diagram)

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 1, 3, 4, 6, 8 t/m 16, 19, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 27, 31 t/m 33, 35 t/m 38, 40 t/m 43, 45, 47, 48 en 50.]
16.31-26?
Men behoeft geen groot kenner van de (openings)theorie te zijn om desondanks te begrijpen - of op z’n minst aan te voelen - dat deze zet niet door de beugel kan, en wel omdat zwart nu de kans geboden wordt zèlf vanuit de linker vleugel het centrum te bezetten (16…19-23!). Daar het echter ook voor 16.32-28(?) 12-17! nog te vroeg was (bijvoorbeeld 17.31-26 8-12! met de buitengewoon vervelende dreiging 18…3-8! +), had Koeperman - evenals op de vorige zet - beter eerst 16.50-44 kunnen spelen. Via 16…15-20 (16…14-20 heeft geen zelfstandige betekenis, omdat zwart na 17.44-39 tòch niet 17…9-14? kan doen wegens 18.32-28! 12-17 19.22-18!! 13x22 20.27x18 met winnend voordeel voor wit na de verplichte afruil van 18) 17.44-39 10-15 18.32-28! (nu pas) 18…12-17! (zie analyse-diagram) had er dan een stelling kunnen ontstaan die zich ruim 43 jaar later - zij het met schijf 1 op veld 2 - daadwerkelijk zou voordoen in dat al meermalen genoemde blindduel Sijbrands-Van Marle 2002. (Daarin was het na 13…23-29 verder gegaan met 14.45-40 7-12 15.39-33 20-25 16.44-39 15-20 17.50-45 10-15 enz.)

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 1, 3, 4, 6, 8, 9, 11, 13 t/m 17, 19, 20, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 27, 28, 31, 33, 35 t/m 43, 45, 47 en 48.]
In de stand van het analyse-diagram nu opteert wit het beste voor 19.22-18(!) 13x22 20.27x18 8-13 21.28-23(!). Het is waar dat die speelwijze allerlei vereenvoudigingen met zich mee brengt. Maar als er na zo’n kaalslag-variant als 21…19x28 22.33x22 17x28 23.38-32 13x22 24.32x34 24-29 25.34x23 25-30 26.35x24 20x18 al iemand beter staat, dan is het wit, nìet zwart. En dat is een essentieel verschil met het partijverloop, waarin eveneens een (zeer) grote ruil plaatsvond maar het initiatief juist op de zwartspeler overging! Er volgde namelijk:
19.31-26?
De aanzet tot een stoutmoedig plannetje dat ik achter de hand had gehouden voor het geval dat Van Marle (wat mij niet zo heel erg waarschijnlijk leek…) noch 13…24-29 (14.35-30! 8-12?), noch - even later - 15/17…12-18? (16/18.32-28!) zou spelen. Mijn bedoeling was namelijk om op 19…8-12 te vervolgen met 20.37-32(!!) 19-23 21.28x10! 17x46 22.40-34! (of misschien ook 22.36-31) 22…29x40* 23.35x44 46x5 24.33-28 5x21 25.26x30 25x34 26.39x30. En als zwart om die reden eerst veld 10 sluit (19…4-10?!), moet wit na 20.36-31! 1-7 21.41-36! 7-12 22.37-32! 19-23* 23.28x30 17x37 24.33x24 20x29 25.38-32! (met 47 op 49 is deze decorwisseling voorgekomen in de partij Clerc-Gantwarg, Delft 2003) 25…37x28 26.27-21 25x34 27.39x30 16x27 28.31x24 14-20 29.42-38 20x29 30.43-39 enz. hoe dan ook ‘spel’ tegen de vijandelijke voorpost op 29 kunnen krijgen.
Maar het zal anders lopen, heel anders…
19…1-7! (of eigenlijk dus 19…2-7!) 20.37-32 (zie analyse-diagram)

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 3, 4, 6 t/m 9, 11, 13 t/m 17, 19, 20, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 26 t/m 28, 32, 33, 35, 36, 38 t/m 43, 45, 47 en 48.]
Dit is weliswaar (vrijwel) gedwongen, ‘maar sterk’. Althans: dat was wat ik dacht toen ik 20.37-32 speelde, want bij mijn voorbereiding op de blindsimultaan had de computer mij een tastbaar positievoordeel in het vooruitzicht gesteld na de - overigens bepaald complexe - afwikkeling 20…19-23 21.28x10 17x46 22.10-5 13-19 23.5x1! 11-17(!) 24.1x34 17-22(!) 25.27x18 24-29 26.34x23 46x5 27.47-41 5x46 28.42-37 46x1 29.40-34 1x40 30.35x44.
Maar hoe diep ik ook in de materie gedoken was - ik had mij er desondanks nog niet voldoende in ondergedompeld, zoals Van Marle met zijn volgende zet aantoont:
20…29-34!!
Op deze verborgen mogelijkheid had TRUUS mij helaas niet gewezen. (Al zou zij er ongetwijfeld opgekomen zijn wanneer ik haar meer tijd had gegund. Maar daar had ik, met nog 23 andere partijen op mijn programma die óók moesten worden voorbereid, kennelijk het geduld niet voor…) De tekstzet betekende voor mij een lelijke streep-door-de-rekening, de zoveelste alweer in deze partij waarvan ik vooraf zulke hoge verwachtingen had gehad!
21.40x29 19-23 22.28x10 17x46 23.10-5 4-10! 24.5x1 13-18
Natuurlijk niet eerst 24…24-30? (25.35x24) en dan pas 25…13-18 26.1x23 46x30/35 vanwege de damvangst 27.29-24 +.
25.1x23 46x10 26.29-23
Wit heeft geen keus: 26.42-37? (of ook 26.47-41?) 26…10x46 27.38-32 faalt op het geestige 27…46x34!! 28.39x19 25-30 +.
26…10x21 27.26x17 11x22
Hiermee was de openingsfase definitief afgesloten. Maar in de resterende 10x10 had Van Marle beslist het beste van het spel: zwarts ontwikkelingsvoorsprong (8 tempi) en de vork 15/20/24/25 drukken, vooral ook door de weggevallen controle over veld 44, zwaar op de witte stand. Zodat de paradoxale situatie was ontstaan dat uitgerekend dìe partij die ik het grondigst had voorbereid, mij de meeste problemen bezorgde!
Gelukkig zou ik uiteindelijk, na urenlang een dammeneindspel met een schijf minder (eerst 6x5, vervolgens 5x4 en ten slotte 4x3) te hebben moeten verdedigen, tòch nog remise weten te maken. (Voor het integrale verloop van dit 19½ uur durende duel verwijs ik naar de Volkskrant van 18 januari 2003.) Maar ik kan eenieder verzekeren dat ik bij eventuele voorkomende gelegenheden dus nooit meer die zet (8.)46-41 zal ‘meenemen’…
16…15-20?
Van Dijk laat zijn beste kans uit de partij, ja uit de hele tweekamp, onbenut. Na het alerte 16…19-23!, dat destijds ook al door Koepermans secondant Vladimir Kaplan werd aanbevolen in de speciale editie van het tijdschrift Sjasjki die aan de WK-match Koeperman-Van Dijk 1959 gewijd was, zou zwart stevig aan de leiding zijn gegaan. ‘Bewijzen’ voor die bewering zijn eigenlijk nauwelijks nodig: met verwisselde kleuren zou Koeperman met exact dezelfde problemen te maken hebben gekregen als waarmee Wielaard (1971), Van Marle (1996) en Abramsone (2001) in de hierboven behandelde partijen te kampen hadden! Desondanks wil ik de lezer de volgende, door de computer aangereikte tactische spelgang(en) nìet onthouden:
17.33-28 14-19 18.43-39 10-14 19.39-34 12-17! (om wit zelfs geen gelegenheid tot de massale terugtocht 19…12-18 20.26-21 8-12 21.38-33 29x38 22.32x43 23x32 23.27x38 16x27 24.22x31 te geven) 20.36-31 (wit mag zich niet aan 20.34-30? 25x34 21.38-33 29x38 22.40x18 vergrijpen wegens 22…14-20! 23.42x33 24-30! 24.35x24 20x38 25.32x43 17-21! 26.26x17 8-12 met schijf- en partijwinst voor zwart) 20…1-7 21.41-36 8-12 22.50-44 14-20 23.44-39 9-14 24.39-33 3-8! (zie analyse-diagram) en nu:

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 4, 6 t/m 8, 11 t/m 17, 19, 20, 23 t/m 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 26 t/m 28, 31 t/m 38, 40, 42, 45, 47 en 48.]
1) 25.48-43 24-30! 26.33x24 30x48 27.47-41 (hiermee lijkt wit zich nog te redden; niets is echter minder waar:) 27…20x29! 28.22-18 13x33 29.40-34 48x30! 30.35x2 17-22!! 31.27x18 29-34!! 32.18/38x40 12-17 33.38/18x29 25-30 34.2x35 14-19 35.35x21 16x47 en na eventueel nog 36.29-23 47-38! staat zwart huizenhoog gewonnen!
2) 25.47-41 4-9! 26.48-43 (wit doet er het beste aan een schijf te offeren met hetzij direct 26.22-18 13x22 27.27x18 17-21 28.26x17 11x13, hetzij 26.26-21 17x26 27.22-18 13x22 28.27x18; al is het goed te bedenken dat hij in dit laatste geval na 28…9-13 29.18x9 14x3 weinig of niets opschiet met 30.35-30 24x44 31.33x2 11-17! 32.2x22 44-50 33.28x19 50x11 +) 26…16-21 (het nauwkeurigst) 27.27x16 24-30 28.33x24 (want na 28.35x24 19x48 29.28x10 17x39 30.10-4/5 wordt de witte dam meteen weer uitgevangen) 28…30x48 29.22-18 13x33 en nu zijn er nog twee serieuze varianten (waartoe we 30.24x2?? 12-18! en 32…20-24 + uiteraard niet rekenen):
2.1) 30.24x4 23-28!! 31.38x29/32x23 17-22!! 32.32x23/38x29 11-17! 33.4x27 17-21 34.26x17 12x32 35.37x28 48x46 +.
2.2) 30.38x18 19x30! 31.35x24 20x29 32.31-27 12x23 33.37-31 48x46 (wint een tempootje ten opzichte van 33…48x28) 34.27-21 46x28 35.21x1 en nu is 35…29-33(!!) 36.1x47 14-19/20! 37.16x7 8-12! 38.7x18 9-13! 39.18x9 19/20-24 40.47x20 25x3 + het overtuigendst.
17.36-31 10-15 (zie diagram)
Hoewel zijn vorige zet dus niet de beste was, is het niet meer dan terecht dat Van Dijk 17…12-18(?) opnieuw achterwege laat, omdat daarop andermaal met grote kracht 18.32-28! zou zijn gevolgd.

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 1, 3, 4, 6, 8, 9, 11 t/m 16, 19, 20, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 26, 27, 31 t/m 33, 35, 37, 38, 40 t/m 43, 45, 47, 48 en 50.]
18.22-17!?
De wereldkampioen besluit het lot niet langer te tarten: met behulp van een tijdelijk offertje heft hij de spanningen op en werkt hij toe naar een situatie waarin wit op een klein voordeelt(je) kan bogen. Zoals Kaplan namelijk schrijft, was het Koepermans bedoeling om op 18…12x21 19.26x17 11x22 20.27x18 13x22 positioneel verder te gaan met 21.32-28!, waarop zwart waarschijnlijk het beste vereenvoudigt met 21…8-13, 22…29-34, 23…19-23 en 24…13x11.
Een opmerkelijk bescheiden optie. (Al mag natuurlijk niet uit het oog worden verloren dat Koeperman al met 13-5 aan de leiding ging op het moment dat de 10de matchpartij gespeeld werd…) Toch zou ik niet durven zeggen of wit beter had. Zo was op 18.32-28(?) nog steeds het hinderlijke 18…12-17! gevolgd [bijvoorbeeld 19.41-36 4-10! (maar niet te gretig 19…1-7?? wegens 20.27-21! enz. met dam) 20.37-32 19-23! 21.28x30 17x37 22.33x24 25x34! 23.40x29 37-41 +]. Een denkbaar bezwaar van 18.41-36 is dat de 6x6-ruil 18…12-18 19.32-28 29-34 20.40x29 18-23 21.29x18 16-21 22.27x7 1x41 23.22-18 13x22 24.31-27 22x31 24.26x46 mogelijk wordt. En op 18.43-39 ten slotte (want de mogelijkheid 18.50-44 laat ik - met uw goedvinden - rusten) vreesde Koeperman wellicht het antwoord 18…12-18. De standaard-reactie 19.32-28?? is dan namelijk verboden door 19…19-23! 20.28x10 9-14 21.10x30 25x21 en altijd 22…18x36 +, zodat zwart tot het sterke 19…19-23 lijkt te komen.
Nu is met dit laatste nog lang niet alles gezegd. Want als wit na 18.43-39 12-18 met 19.48-43 vervolgt, zou onmiddellijk 19…19-23(?) hoogst onaantrekkelijk zijn vanwege de afwikkeling 20.27-21! 16/18x36 21.33-28 18/16x27 22.28x10 25-30* 23.32x21 29-34 24.40x29 24x44 25.50x39! 9-14 26.10x19! 13x24. Dus speelt zwart beter 19…8-12 (bedoeling: 20.32-28? 12-17! en de witte opbouw stagneert), waarop wits beste zet mijns inziens in 20.41-36(!!) schuilt (zie analyse-diagram). Omdat 20…19-23?? dan opnieuw is uitgeschakeld (ditmaal door 21.32-28! en 22.42-37 met winnende slag naar 10), blijven de volgende mogelijkheden over:

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 1, 3, 4, 6, 9, 11 t/m 16, 18 t/m 20, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 26, 27, 31 t/m 33, 35 t/m 40, 42, 43, 45, 47 en 50.]
1) 20…4-10? 21.47-41!! (ijzersterke temporisering) en nu:
1.1) 21…3-8 22.32-28! (nu wèl) en zwart is eigenlijk al geklopt. Immers: 22…12-17?? faalt op 23.35-30!! 24x44 24.33x24, altijd gevolgd door 25/26.38-32 met dam op 3. Voorts is 22…18-23?? taboe in verband met de damzet 23.50-44!, 24.26x17, 25.22-18, 26.31-27!, 27.37x17, 28.35-30 en 29/30.33x4 +. En 22…1-7? ten slotte verliest geforceerd door 23.26-21! 18-23 24.39-34!! 23x32 25.37x28!, waarna zwart in dodelijke tempodwang verkeert.
1.2) 21…1-7 22.26-21! met exact hetzelfde spel als in het laatste variantje: 22…3-8 (gedwongen met het oog op 22…18/19-23?? 23.22-17! +) 23.32-28! enz. +.
2) 20…3-8(?) 21.32-28! en zwart bevindt zich opnieuw in moeilijkheden. Zo luidt een plausibel vervolg 21…18-23 (op 21…12-17?? weer 22.35-30 +) 22.37-32! (kansrijker dan de damzet 22.47-41 en 24.22-18 enz.) 22…12-17 23.42-37 1-7 24.47-42 4-10 25.40-34! [maar onder geen beding het schijnbaar winnende 25.50-44?? (bedoeling: 25…25-30? 26.22-18! en 27/28.28-22 +) vanwege de al eerder gesignaleerde damzet 25…29-34! en 26…19-23 +] 25…29x40 26.35x44! 24-29 (om de gunstige hergroepering 27.26-21, 28.22-17 en 29.27x29 uit de stand te halen) 27.33x24 20x29 28.44-40! (zie analyse-diagram), waarna het werkelijk wemelt van de combinaties; men zie:

[Stand in cijfers:
vijftien zwarte schijven op 6 t/m 11, 13 t/m 17, 19, 23, 25 en 29;
vijftien witte schijven op 22, 26 t/m 28, 31, 32, 36 t/m 40, 42, 43, 45 en 50.]
2.1) 28…14-20?? 29.22-18! 13x35 30.27-21 16x27 31.32x5 +.
2.2) 28…15-20? 29.22-18!! (ook nu!) 29…13x35 30.27-22! 17x28 31.26-21 16x27 32.31x24(!!) en wit komst liefst twee schijven vóór.
2.3) 28…7-12? 29.22-18 (idem) 29…13x35 30.27-22 17x28 31.26-21 16x27 32.31x2! +.
2.4) 28…8-12? 29.22-18 (steeds weer deze zet) 29…13x35 30.27-22 17x28 31.26-21 16x27 32.31x4 +.
2.5) 28…13-18(!!) 29.22x33 23-29! 30.33x24 17-21 31.26x17 11x35.
Alleen zo houdt zwart het in materiële zin nog net gelijk. Maar het hoeft geen betoog dat wit positioneel nadrukkelijk aan de leiding gaat, zeker wanneer deze zich na bijvoorbeeld 32.32-28 25-30 van de finesse 33.45-40(!!) 30x19* 34.40-34! bedient.
3) 20…1-7 (dit lijkt veruit het beste) 21.47-41 [over de chaotische situatie na 21.26-21 19-23 22.47-41 13-19 (of misschien ook 22…14-19) 23.22x13 19x8 zou ik geen uitspraak durven doen; zie analyse-diagram] en nu een laatste splitsing:

[Stand in cijfers:
zeventien zwarte schijven op 3, 4, 6, 7, 9, 11 t/m 16, 18 t/m 20, 24, 25 en 29;
zeventien witte schijven op 22, 26, 27, 31 t/m 33, 35 t/m 43, 45 en 50.]
3.1) 21…4-10? 22.26-21! en wit gaat winnen als in variant ‘1’.
3.2) 21…3-8? 22.26-21! 19-23 23.32-28! 23x32 24.37x28 14-19 25.42-37! en wit staat andermaal op winst. Al moet ik hier wèl aan toevoegen dat hij op 25…18-23 ‘gewoon’ 26.31-26! 23x32 27.37x28 + dient te spelen en zich niet aan 26.39-34? 23x32 27.34x3 mag bezondigen, omdat zwart in dit laatste geval een spectaculaire dubbel-combinatie zou laten volgen: 27…4-10 28.37x28 24-30! 19.35x24 20x29 20.33x24 13-18!! 21.22x2 25-30 (helaas mag hij niet ‘passen’, wat liefst vier schijven en een wedstrijdpunt scheelt) 22.24x35 15-20 23.3x25 10-14 24.25x17 11x42 25.2x11 6x46 met een remise-afspel.
3.3) 21…18-23(!) 22.22-18!? 13x22 23.27x18 12-17 24.18-12!? [het meest ambitieus; merk op dat direct 24.35-30? 24x44 25.33x13 (met de bedoeling 25…44x33? 26.18x29!! gevolgd door 31-27-21 +) in werkelijkheid faalt op 25…23x12! 26.13-8 44x33 27.38x29 17-22! 28.8x28 16-21 29.26x17 11x24 +] 24…7x18 25.35-30 24x44 26.33x22 44x33 (anders maakt wit het tempo 27.32-27! enz.) 27.38x18 17x28 28.32x23 16-21 29.26x17 11x13 en het lijkt mij dat wit, gezien de verzwakte rechter vleugel van zwart, op z’n minst licht voordeel moet hebben. Maar of hij beter af is dan hij bij het sterkste tegenspel van zwart in de partij zou zijn geweest, is een vraag die ik niet volmondig durf te beantwoorden.
(SLOT VOLGT)


Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).