Alledaagse Kunst

Een gele
pizza, de uitgesneden pizzapunt is het mondje. Het mondje hapt
balletjes in een doolhof. De pizza wordt achtervolgd door spoken.
Als een spook de pizza aanraakt, valt de pizza om: dood.Pac-Man, een creatie van de Japanse designer Toru Iwatani uit 1980, was een simpel computerspel. Links, rechts, wakka, wakka. Pac-Man was ook het eerste gezichtje in de abstracte en tweedimensionale wereld van het computerspel. Een gamer kon zich identificeren met de happende cirkel. Pac-Man werd de ster van de speelhallen, in Japan, Amerika en Europa. Verslaafde jeugd stopte tassen vol muntgeld in de speelkast, hunkerend naar highscores.
Iedere generatie krijgt haar verdiende icoon. De jaren-zestig-jeugd had Smiley (‘wij zijn blij’), de generatie Nix werd gehypnotiseerd en leeggeschud door Pac-Man. Smiley schopte het in de jaren negentig nog tot ‘emoticon’, en in die tijd hadden verdwaasde xtc-jongeren nog weleens een Smiley op een T-shirt, maar de rol van dit gele balletje is nu wel uitgespeeld. Hoe anders vergaat het dat andere gele balletje. Dit jaar wordt Pac-Man’s 25ste verjaardag gevierd, met een nieuwe spel-editie (Pac-Man World 3), met een heruitgave van de klassieke Arcade-game in een Namco Museum, en met wetenschappelijke onderzoeken naar het fenomeen. De Belgische hoogleraar Gust De Meyer publiceerde deze week nog de opvatting dat de populariteit van Pac-Man vermoedelijk is te danken aan de gelijkenis van het spel met ‘tikkertje’.
Toch laat het fenomeen zich niet verklaren in speltermen alleen. Pac-Man is meer dan het balletje en de spoken. Pac-Man geeft ons een bibberend beeld van het mensenleven: we dolen door het labyrint, vluchten voor de spoken, eten of worden gegeten, scoren of sterven.
Pac-Man biedt levensinzicht, en Pac-Man inspireert. Na Pac-Man kwam Bach-Man, en Pac-Mondrian die zich een weg vrat door de Victory Boogie Woogie. Pac-Man kwam tot ons in een Amerikaanse vlag, happend naar druppels olie.
De gele pizza zit als lijm in het collectieve geheugen van een generatie, voor wie het beeld van een stervende Pac-Man nooit zal vervagen, het wakka, wakka altijd blijven klinken. Maar zelfs ontdaan van beeld en geluid, zit Pac-Man bij ons van binnen. Uit Pacman’s queeste, een gedicht van M.G. Sieger: ‘Mijn hoofd is een labyrint met gangen/ maar gelukkig kan ik om de hoeken kijken en alles overzien, met happen./ (...) Wil ik zoenen met spoken,/ lopen naar een hoger level,/ mijn eeuwige honger stillen./ In niveau error wellicht de eeuwige rust,/ noem mij dan de god van de pillen.
Robert van Gijssel


Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).