
Onderzeeboot-patrouilles bij Nieuw-Guinea (Herinneringen bij 100 Jaar Onderzeedienst)
Onder 'Periscoop op!' moet natuurlijk ook zo nu en dan iets over onderzeeboten staan. Ter gelegenheid van de viering van het 100-jarig bestaan van de Nederlandse 'Onderzeedienst', dit jaar, haalde ik wat persoonlijke herinneringen op.
Niets vermoedend op voorjaarsreis naar 'Islands in the sun'
Het was niet gepland, deze wereldreis - daar kunnen Petra en ik persoonlijk van getuigen. Het zou slechts voor een reis van twee maanden zijn dat ik, als 'vierde officier' a/b Hr.Ms. Dolfijn, medio januari '62 uit Den Helder vertrok voor de voorjaarsreis van Smaldeel 5. Dit vlootverband bestond verder uit ons vliegkampschip Hr.Ms Karel Doorman, de onderzeebootjagers Hr.Ms. Limburg en Groningen, en de andere 'sub' Hr.Ms. Zeeleeuw - met jaargenoot/groede vriend Ab Dijkstra aan boord. Na terugkomst in april zouden Petra en ik ons verloven, het liep 'even' anders uit..
Op een mooie zondag, medio maart, tezamen met beide jagers liggend in Cartagena (Colombia), verstoorden herhaalde malen de fluiten van onze schepen de rust over de haven: een korte, twee lange en weer een korte stoot - de 'P' waarvan we als adelborsten op het Kon. Instituut voor de Marine hadden geleerd dat dit betekende dat alle 'P'-assagiers aan de wal zich onmiddellijk aan boord moesten melden. Het ongelofelijke gebeurde: binnen twee uren was iedereen aan boord, Er was aan boord een 'Flash'-bericht ontvangen die ons opdroeg met hoogste spoed rendez-vous te maken met het smaldeel, aan lijzijde van Aruba. Die positie naderend - waar de andere schepen al lagen te dobberen - kregen we de telegrafische vraag: "wat heeft U nog nodig om oorlog-gereed te zijn?". Nu is onderzeeboot in principe altijd gereed voor alle eventualiteiten, maar we misten een telegrafist. Aan boord van de Doorman meldde telegrafist De Vries zich als vrijwilliger. Hoewel het berichten-verkeer met 'Den Haag' zodanig hoog was geclassificeerd dat alleen officieren de seintjes mochten ontcijferen, bevroedde hij dat er enkele schepen naar Nederlands Nieuw Guinea (NNG) zouden worden gezonden. "Daar zal eerder de Doorman dan de onderzeeboten bij zijn", gokte hij verkeerd - om deze gok verder gedurende zeven maanden te betreuren.
In zes uur tijd zijn de twee jagers en twee onderzeeboten 'opgetopt' voor operaties aan de andere kant van de wereld - een proeve van operationeel kunnen die mij nog met bewondering vervult. 'Marineschepen voor vlagvertoon naar San Diego', kopte De Telegraaf de volgende ochtend, 15 maart, in Nederland. "Oh je, daar gaat onze verloving in april",verzuchtte Petra terecht - voortijdig geconfronteerd met de ongewisheden van het Marineleven. Een confrontatie die zij later nog vele malen dapper heeft moeten doorstaan..
Voor de jongere officieren en de schepelingen kwam de opdracht om naar NNG te gaan als een volslagen verrassing. Alleen de commandant , het hoofd technische dienst, de oudste officier en de navigatieofficier, waren van deze mogelijkheid voor vertrek uit Den Helder op de hoogte. Beide jagers gingen inderdaad in eerste instantie naar San Diego; de twee 'boten' echter naar Manzanillo, gelegen aan de ZW-kust van Mexico.
Serieus op pad
"Manzanillo bestaat uit 3 kerken, 6 bordelen en 12 kroegen", seinde Ab mij opgewekt per lamp gedurende een achtermiddag-wacht naast elkaar varend op weg naar die, kennelijk interessante, plaats. Zijn oudste officier had toevallig, tijdens een verlof, dat stadje eerder bezocht. Het bleek na aankomst in de haven ongeveer te kloppen - ons verblijf was te kort om alle gelegenheden op aanwezigheid en doelstelling te checken.
Na afmeren op de boei heeft de lokale gouverneur vergezeld van vijf tot de tanden toe bewapende lijfwachten onze boot gedurende korte tijd bezet. Pas na vele borrels - en een langdurig verblijf op het 'officierspotje' (WC) waarin Playboy's 'Miss June' (van '61) in al haar pracht was ten tooi gespreid - aanvaardde dat heerschap dat ons bezoek van louter vriendschappelijke aard was.
Naast elkaar liggend bereidden beide boten zich voor op de komende oversteek. De sportieve rivaliteit tussen beide commandanten was echter zodanig, dat er daarbij weinig gestructureerd overleg plaats vond tussen hen en hun officieren. Dit zou tot uiting komen in het volgen van geheel verschillende oversteken van de Stille Oceaan.
Toen na enkele dagen het bericht uit Den Haag kwam om uit te varen, spoedde Ab, als voedingsofficier van de Zeeleeuw (ZLW), zich naar de lokale markt om (alle) verse waren in te slaan. Zijn tegenvoeter op de Dolfijn (DLF), Erik van Es, arriveerde daar een half uur later - met de enig beschikbare truck. "Zullen we maar delen, dan rijden we samen terug", suggereerde Erik - hetgeen geschiedde. Zelf zal ik nooit de teleurgestelde gezichten van de nonnen vergeten toen mijn matroos-wasbaas en ik al ons door hen zo zorgzaam over lijnen te drogen gespreid schoon wasgoed, ruw wegritsten.
Wij vertrokken eerder omdat de ZLW nog moest wachten op flessen freon voor de air-conditioning. Dit kwam onze commandant goed uit, want de voormalige Amerikaanse onderzeeboot ZLW, kon met haar vier diesels bovenwater aanmerkelijk sneller varen dan onze Nederlandse onderzeeboot met twee diesels. Na zo'n vijf dagen kon onze commandant zijn nieuwsgierigheid naar de positie van de ZLW niet bedwingen: "My position is.....What is yours", seinde hij (uiteraard geclassificeerd) ongeveer - daarmee wel de radiostilte verbrekend. Toen het antwoord binnen kwam, brak bij ons een hilarisch gelach uit: die stomme Zeeleeuw had kennelijk geen goede nota genomen van het gestelde in de 'Oceanographic Atlass' betreffende heersende stromingen. Daarop gewezen, kwam van onze zusterboot het antwoord: "Attendeer U op VVKM 13 para..". VVKM 13? - dat voorschrift ging toch over financiele zaken, wat hadden die hiermee te maken? Het bleek dat in dit voorschrift een nog uit de Koreaanse oorlog stammend besluit stond dat, als een schip in dit gebied zich ten noorden van de Kreeftskeerkring bevond, de extra gevarentoelage-regeling van toepassing was. Einde gelach, althans bij ons..
Al een tijd op een loods wachtend voor de dicht beboste - en daardoor moeilijk te onderscheiden - kust van Guam, kwam majoor-machinist Warlich op de brug om een luchtje te scheppen. "Ik ben in de oorlog in Guam geweest", zei hij, bedachtzaam een strootje rollend - "maar dit is niet de haven van Guam". Onze arme navigatie-officier die het, zoals alle jongere officieren aan boord, niet zo gemakkelijk had - ging bijna door de knieen. Gelukkig verscheen kort daarop toch de juiste loodsboot.
Ten zuiden van Guam kwamen we in een heuse tyfoon terecht - de enige keer dat ik echt heb gevreesd dat een boot zou omslaan. Een Amerikaanse vliegtuig dat eerst nog informatie gaf over de bewegingen van het oog van 'Sweet Georgia', staakte daarmee na twee dagen vanwege: "No shipping in this area"..
Op weg naar Hollandia volgden wij zig-zag koersen tegen mogelijk gevaar van Indonesische onderzeeboten. Dit was enigszins overdreven, zoals ons na aankomst aldaar (op 22 april) is gebriefd, maar: 'better safe than sorry' - en Schout bij Nacht Reeser, de voortreffelijke Commandant der Strijdkrachten in NNG (COSTRING), was diep onder de indruk van onze operationele instelling. De ZLW bleek ons in Hollandia (toch) drie dagen voor te zijn geweest - over VVKM 13 hebben we het met onze collegae maar niet gehad..
Oorlogspatrouilles rond Nederlands Nieuw Guinea
Na een onderhoudsperiode in onze thuishaven Biak en oefeningen met onderzeebootjagers in mei waarbij ook de mooie havenstad Manokwari is bezocht, vertrok de DLF op 9 juni voor haar eerste oorlogspatrouille. Deze was in eerste instantie gericht tegen infiltratie van Indonesische motortorpedoboten (MTB's). Deze MTB's zouden, volgens onze uitstekende marine-inlichtingen dienst (MARID), vanuit Ceram trachten een compagnie troepen op het eiland Misool, ten ZW in NNG, aan land te zetten.
In de ochtend van 17 juni onderschepten onze telegrafisten een vijandsmelding van een Neptune aan COSTRING. Dit marine-patrouille vliegtuig had op haar radar een groot doel gedetecteerd dat langs de kust van Ceram in oostelijke richting voer. De positie van het schip was ongeveer 50 mijl ten westen van de DLF, zodat het een kwestie van afwachten was. En inderdaad, na enige tijd pikte onze sonar het geruis op van zware diesel-motoren, dat allengs sterker werd. Onze commandant herkende door de periscoop het schip als het hoofdkwartier-tevens troepen-transportschip Multatuli. Een 'flash' vijandsmelding werd verzonden en het schip kust-inwaarts gevolgd. Niets vermoedend ging dit - in camouflagekleuren geschilderde - schip, op de rede van Wahai (noordkust Ceram) ten anker. Aan dek waren militairen druk in de weer en vanaf steigers aan de wal voeren sloepen af en aan. Van deze bezigheden zijn periscoop-foto's gemaakt.
Het was de droom van elke onderzeebootcommandant: een belangrijk 'vijandelijk' doel dat bovendien stil lag! Het werd onze commandant dan ook te machtig en de radiomast ging weer op, ditmaal om een dringend verzoek aan COSTRING te zenden om de Multatuli tot zinken te mogen brengen. Nu bestond er een klein probleem: formeel had de DLF niet binnen de territoriale grens van 12 mijl vanaf de kust van Ceram mogen komen. Zelden is er zo snel een antwoord ontvangen: drie-maal 'Negative'. Tot onze opluchting kreeg onze commandant echter geen uitveger over zijn duidelijk overschrijden van de zuidelijke patrouillegrens.
De volgende dag kreeg de DLF opdracht om de ZLW af te lossen, die een patrouille uitvoerde boven de Aroe-eilanden, zo'n 500 mijl ten zuid-oosten van Wahai. Over de onderwater-telefoon is op de afgesproken plaats contact gemaakt, waarna de boten bovenwater kwamen. Commandant ZLW kwam per rubberboot langszij om bijzonderheden over te geven. Ab Dijkstra en ik konden vanaf de brug naar elkaar zwaaien. De ZLW had een vrij eentonige patrouille gehad, m.u.v. een grote schrik: rustig op 250 voet diepte varend stootte de boot met haar 2 meter onder het schip uit stekende sonar-transducer op een rif - die er volgens de kaart (van 1928 !) niet lag - althans toen niet. Water spoot door de sonarbun de boegbuiskamer in, en de boot werd pijlsnel naar periscoopdiepte gebracht voor het uitvoeren van provisorische afdichtingen.
De ZLW voer na ons rendez-vous terug naar haar basis Manokwari, alwaar haar aflosser, Hr.MS. Walrus (WLR) op 12 juli arriveerde. De volgende dag aanvaardde zij de thuisreis via Madagaskar, Lagos en Dakar. Het aandoen van deze Afrikaanse havens was om 'goodwill' te kweken in de VN, alwaar veel kritiek bestond op het Nederlandse beleid t.a.v. NNG. Met het 'ronden' van dit continent vestigde zij het record van de geografisch langste reis om de wereld van een Nederlandse onderzeeboot.
'Reeser's Rust' en verkenningen van baaien op jacht naar MTB's
Na een week van vruchteloos patrouilleren, wllde COSTRING de bemanning van DLF twee dagen rust gunnen in Kaimana, aan de Z- kust van NNG. Zeventien dagen oorlogswacht van zes-uur-op-zes-uur-af gaat je niet in de koude kleren zitten - zeker niet bij een gemiddelde temperatuur van 30 graden en enkel eten-uit-blik. Deze rust bleek evenwel van kortere duur, te weten zes uren. De MARID had vastgesteld dat er acuut infiltraties dreigden - dit keer vanaf de Kei-eilanden, ongeveer 150 mijl west van ons laatste patrouilleterrein. De DLF werd daarom - na dit door de bemanning als 'Reeser's rust' betiteld havenbezoek - weer op pad gestuurd, om als vooruitgeschoven uitkijk te fungeren.
De zuidelijke grens van ons patrouillegebied lag formeel 30 mijl ten noorden van de Kei-eilanden, hetgeen onze commandant echter niet belemmerde om, op eigen initiatief, op 27 juni op 100 meter diepte langs de westkust van het eiland zuidwaarts te varen, alwaar halverwege de Indonesische marine-steunpunt Elat lag. Wat je onze 'macho' - commandant ook kon verwijten , gebrek aan durf en initiatief horen daar zeker niet bij!
Navigerend op een fotokopie van een zeekaart uit (ook) 1928, in een gebied vol met riffen en ondiepten, is op periscoopdiepte de baai van Elat binnen gevaren. Spiegelgladde zee en een groot aantal vissende prauwen vergden hierbij uiterste behoedzaamheid bij het opsteken van de periscoop. Van 2 mijl afstand zijn foto's gemaakt van de ten anker liggende grote militaire tanker Bunju en de kleinere tender Karang Raya - en van de langszij de tanker afgemeerde vier MTB's. Aan de pier lag een klein escorte-vaartuig. Vlak voor het verlaten van de baai keek een verschrikte visser op 10 meter afstand in het net boven het wateroppervlak verschijnende periscoop-oog: "neer periscoop!..".
Op veilige afstand van de wal is het resultaat van de verkenning aan COSTRING gerapporteerd, waarna de patrouille ten noorden van het eiland werd hervat. De volgende dag moest, tijdens snuiveren, drie maal weggedoken worden voor Indonesische vliegtuigen. Intussen kreeg de MARID steeds meer aanwijzingen dat een infiltratie vanuit Elat inderdaad op handen was. Reden voor COSTRING om de DLF ditmaal opdracht te geven opnieuw de baai van Elat te verkennen. Dit gebeurde op 30 juni onder gunstiger omstandigheden: ruwe zee die een opgestoken periscoop maskeert, en veel minder prauwen. De situatie in de baai bleek ongewijzigd, hetgeen - wederom op veilige afstand - aan 'de wal' is gerapporteerd.
's Avonds - weer teruggekeerd op onze patrouillelijn ten noorden van het eiland en bovenwater varend - meldde onze radaroperateur vier contacten komend vanaf Elat en op een noordelijke koers - dus onze richting uit. Na 'drie claxons' voor het duiken, en 'aanvalsploeg op post', ging de zoveelste vijandmelding eruit. Veel meer zou de DLF niet kunnen doen, want tegen de - inmiddels door de sonar als zodanig geclassificeerde - MTB's, begin je met torpedo's niet veel. Maar aan de wal was men gealarmeerd - en dat was ons voornaamste opdracht. In dit geval bleek het slechte weer reden te zijn voor de MTB's om hun infiltratiepoging op te geven: de sonar meldde dat de boten waren omgedraaid: "geruis wordt zwakker, peiling hetzelfde".
Op 2 juli kreeg de DLF nogmaals opdracht om de baai van Elat te verkennen. Op weg daarheen meldde de sonar geruis, waarna op de radar vier echo's zijn waargenomen die met hoge vaart richting Ceram wegvoeren -'onze' MTB's, de lafaards..
Drie mijl voor de ingang van de baai passeerde het escorte-vaartuig ons op korte afstand, waarna de grote tanker volgde. In de baai bleek geen enkel schip meer te bekennen. Het infiltratieplan was kennelijk afgelast vanwege slecht weer en waarschijnlijk ook vanwege de onderkende verhoogde Nederlandse waakzaamheid in de regio. De DLF kreeg opdracht om de Warubaai op de NO-kust van Ceram te verkennen, om te zien of de Karang Raya en de MTB's zich daarin bevonden - zoals de MARID vermoedde. Bij verkenning aldaar op 4 juli, bleek dat niet het geval te zijn. Een zware deining maakte het ankeren voor deze schepen ook onmogelijk. Daarop volgde de opdracht: "verken zo spoedig mogelijk de Wahaibaai en de Selemanbaai". Aan de oppervlakte varend op weg naar deze westelijker op Ceram gelegen baaien, is de boot 's nachts twee maal onderwater gedwongen dooreen eigen Neptune marinepatrouille-vliegtuig dat ons met lichtfakkels verlichtte. Na een nijdig telegram aan de Neptune, is de opmars snuiverend (=onderwater varend op de dieselmotoren) vervolgd teneinde deze bevriende 'kist' geen aanstoot meer te geven. Beide baaien bleken vrij van vijandelijke schepen.
Op 7 juli is in Biak afgemeerd na een patrouille van 29 dagen; de langste en meest enerverende patrouille door een onderzeeboot in NNG gemaakt.
Afgeblazen acties tegen de dreigende Indonesische invasie
Op 27 juli vertrok de DLF richting NO-kust van Halmahera (het vroegere Celebes) , ten westen van NNG. De WLR patrouilleerde toen al voor de ZO-kust van dat eiland. Zo zouden twee mogelijke Indonesische opmars-routes naar NNG bewaakt worden. Nauwelijks in haar gebied, kreeg de DLF opdracht om naar Ambon (ZW-kust Ceram) te spoeden, teneinde daar troepen-transportschepen met parachutisten aan te vallen. Op 2 augustus, toen de boot via de Molukken-zee, westelijk van Halmahera, al een heel eind op weg was, is de laatste opdracht geanuleeerd - het verzoek van COSTRING aan 'Den Haag' om te laten aanvallen, bleek te zijn afgewezen. Na nog een week patrouilleren voor de NO-kust van Halmahera, keerde de DLF op 20 augustus terug in Biak.
Ook de WLR heeft aanvankelijke opdrachten om aan te vallen niet mogen uitvoeren. De eerste gelegenheid daartoe betrof, achteraf geanalyseerd, waarschijnlijk een tender met een zestal Russisch-gebouwde W-klasse onderzeeboten gelegen in een baai aan de ZO-kust van Halmahera. De tweede, een groot koopvaardijschip beladen met o.a. voorraden voor de Tupolev-bommenwerpers, op de rede van Ambon.
Het einde van Nederlands Nieuw Guinea en terugreis
Op 15 augustus is in New York de overeenkomst over 'West Nieuw Guinea' en Indonesie gesloten, waarbij het bestuur aan een voorlopig ingestelde VN-instantie werd overgedragen. De doelstelling van onze regering, om de soevereiniteit over NNG te handhaven totdat de Papoea's in staat zouden zijn om het zelfbeschikkingsrecht uit te oefenen, is - helaas voor de Papoea's - niet bereikt. Aan de inzet van de KM-eenheden - en van sinds '60 aangevoerde KL- en KLU-versterkingen - heeft dit niet gelegen.
Persoonlijk denk ik dat Nederland (en wij krijgers ter plaatse), bij deze crisis door de oog van de naald zijn gekropen - er dreigde een invasie die wij moeilijk hadden kunnen keren. Met name tegen de Indonesische Tupolev bommenwerpers hadden wij geen verweer.
Intrigerend blijft de vraag of er ook Sovjet-onderzeeboten aan Indonesische zijde zijn ingezet. Dit is, jaren later, in een krantenartikel bericht. Heeft Nederland bijna de dubieuze eer gehad om ook met de Sovjet-Unie slaags te raken?
Later is gebleken dat Sukarno, tegen de zin van zijn top-officieren, had geeist dat de hele Nieuw-Guinea-affaire voor 17 augustus - de Indonesische Onafhankelijkheidsdag - 'hoe dan ook' achter de rug moest zijn..
Op 1 oktober vertrokken de Groningen, Evertsen en DLF uit Biak. Bij het verlaten van de kade is de aanvals-periscoop opgestoken met de (verboden) 'Papoea Barat' -onafhankelijkheidsvlag in top. Vooral de uitwuivende Papoea's waren hierover wild enthousiast. Dit in tegenstelling met 'politiek Den Haag' , waar Kamervragen over dit 'vlag-incident' later leidden tot een reprimande voor onze commandant.
De WLR - die iets later later vertrok dan wij -. keerde terug via het Suez-kanaal, dezelfde route als op haar uitreis. Onze terugreis verliep via Singapore, Karachi, Aden, het Suez-kanaal en Napels. Ter hoogte van Gibraltar, 'speelde' men in 'Den Haag' nog even met de gedachte de DLF richting Cuba te sturen i.v.m. de zich rond dit eiland ontwikkelende crisis met de Sovjet-Unie..
Op 22 november, tijdens een vliegende sneeuwstorm, meerde de DLF af aan de Onderzeedienstkade in Den Helder, alwaar mijn - door inschrijving bij het Bilthovens gemeentehuis - inmiddels al 'verloofde' Petra, gelukkig toch nog op mij wachtte.
Het Nieuw Guinea kruis-met-gesp, bewaar ik - naast mijn Vierdaagse kruis - als zwaarst 'bevochten' lintje. Commandant Just Roele is, (uiteraard) heel terecht, ook 'Koninklijk' onderscheiden.
M.Michiel van der Mey 19-02-2007 06:01
De Nieuw Guinea episode blijft tragisch en onnodig. Niemand heeft mij ooit kunnen uitleggen waarom het in 1949 niet aan Indonesie is meegegeven.Toch geldt ook hier het woord van Koningin Wilhelmina: "De Koninklijke Marine heeft het goed gedaan" !
J.O. de
Jongh 10-04-2007 23:51
Th.
Burgers 15-05-2007 14:07
Grt. Theo Burgers ex Matr.1.
'Periscopy/100 Jaar Onderzeedienst'
nr. 98 - Winter 2006
Kanttekeningen bij mijn artikel van de hand van KTZ b.d. Jaap Kleijn,
toenmalig navigatie-officier van Hr. Ms. Zeeleeuw, staan in 'Klaar voor onderwater' nr. 99, blz 10/11:
'Klaar voor onderwater' nr. 99
Ik heb problemen met het openen van deze links, anders had ik deze
artikelen zelf integraal weergegeven.
(Artikel geplaatst in 'Klaar voor onderwater' nr. 101, september 2007)
Januari 1972. De verhouding tussen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Sovjet-Unie (SU) heeft een dieptepunt bereikt. De SU tracht het VK diplomatiek te isoleren van zijn NAVO-bondgenoten en valt op zee Britse tankers lastig.
De Sovjet marine heeft een groot zeegebied ten zuidwesten van Noorwegen als oefengebied verklaard en de internationale scheepvaart gewaarschuwd daar buiten te blijven - een niet
mis te verstane provocatie aan het adres van de West-Europese NAVO-bondgenoten.
Amerika heeft haar handen vol aan Vietnam en houdt zich (nog?) afzijdig van deze escalatie in Europa.
Het VK heeft het NAVO Comité voor Defensieplanning bijeen laten roepen voor urgent overleg, maar snelle actie daarvan wordt niet verwacht.
De 'Times' van 3 januari bestempelt de internationale situatie als "potentially the most dangerous since the Cuban Missile Crisis of
1962". De Britse regering verstuurt een 'Warning Telegram' aan haar vlagofficieren.
De strekking van dit bericht wordt door Flag Officer Submarines doorgegeven aan zijn flottielje- en squadroncommandanten.
Intelligence vermoedt de aanwezigheid van Sovjet onderzeeboten ten westen van Ierland. Zes Britse en een Nederlandse onderzeeboot, alsmede Britse maritieme onderzeebootbestrijdingsvliegtuigen, worden ingezet om Sovjet onderzeeboten in Britse wateren aan te vallen.
De politieke en militaire setting voor 'Exercise Vendetta '72' is duidelijk.
De onderzeeboten zullen bij deze 'Fishplay'-oefening tegen elkaar worden ingezet, en daarbij gedurende hun patrouilles en opmarsen worden aangevallen door de vliegtuigen.
Het nalezen, na ruim dertig jaren, van het (illegaal bewaarde 'Confidential') rapport over deze oefening, is zelfs voor de opsteller ervan, bijna onbegrijpelijk geworden door de vele operationele en technische, allang vergeten, bijzonderheden.
Maar het brengt nostalgische herinneringen boven aan een tijd dat je met 66 bemanningsleden op een Nederlandse driecilinder- onderzeeboot trachtte je Britse collega's onderwater en in de lucht, slimmer af te zijn.
Onze onderzeebootcommandanten kregen destijds hun kwalificatie als zodanig na een intensieve cursus van vier maanden aan boord van een Britse onderzeeboot, samen met vier andere NAVO-kandidaten.
Ik heb die zgn. 'perishercourse'- de naam is een amalgama van
'periscope' en het werkwoord to perish (sterven) - in '70 gevolgd, tegelijk met jaargenoot Wim de Groot. Onze andere
jaargenoot Ab Dijkstra volgde in '71. Alledrie zullen wij deze tijd waarschijnlijk herinneren als de meest intensieve en bevredigende
operationele periode van onze marineloopbaan.
Een kwart van de kandidaten haalde de eindstreep niet -vandaar die perisher ( to perish = ook ten onder gaan).
Onze boten opereerden toen veelal vanuit Faslane, de Britse onderzeebootbasis gelegen aan de westkust van Schotland.
En er bestond een gezonde rivaliteit tussen beide onderzeediensten
Keren wij terug naar de oefening.
Die duurde maar tien dagen, maar was enerverender dan een later met Hr. Ms. Zeehond uitgevoerde zeven weekse 'surveillance'-patrouille tegen een verwachte, maar - voor ons - jammer genoeg niet uitgevoerde, oefening van de Sovjetvloot, ten noordwesten van Noorwegen.
'Vendetta '72' speelde zich af ten westen van Ierland en Schotland. Afwisselend patrouillerend in een vaste area en in opmars - alles (uiteraard) onderwater -, ondervonden we veel oppositie van de Nimrodvliegtuigen. De X-band radar van deze kisten gaf veel minder tijd om te stoppen met snuiveren eer danger level werd bereikt, dan de S-band radar van Nederlandse Neptunes. Tientallen malen moest met de 'een-claxon' procedure het snuiveren worden afgebroken; vooral tijdens de opmarsen wanneer er meer gesnuiverd moet worden om de batterijcapaciteit op peil te houden. Op patrouille hoefde dit veel minder vanwege de lage vaarten.
Wij snuiverden voornamelijk 's nachts, waarbij de commandant
achter de ECM-oprator zat om deze alert te houden en zelf te kunnen beslissen wanneer 'een claxon' naar de centrale
moest worden gebruld.
Tijdens een opmars 's nachts, dwong een hardnekkige Nimrod ons om, naast de snuivermast, alleen op onregelmatige tijden
de smalle aanvalsperiscoop op te zetten, voor de veiligheid.
De ECM-mast was - in tegenstelling met de kop van de snuivermast - niet voorzien van radarabsorberend materiaal, en vormde daardoor een groter contact voor de Nimrodradar. Het lukte, en de boot is gedurende de oefening niet vanuit de lucht aangevallen. Ook niet door een'vijandelijke' onderzeeboot trouwens.
Zelf zijn vier gesimuleerde aanvallen op onderzeeboten uitgevoerd. Twee maal op een snuiverende Probablesub, eenmaal op een Possibleub die het snuiveren net had afgebroken, en eenmaal op een bovenwater varende Certainsub.
Elk van de twee wachtdivisies (6 uur op 6 uur af), had een eigen
aanvalsploeg, omdat het tegen onderzeeboten ging om snapattacks, vanwege de korte detectieafstanden van max. 5 mijl.
Tijdens de hot-washup na afloop van de oefening, in Rosyth, kregen we twee succesvolle aanvallen toegewezen - hetgeen ons nog meeviel, want Engelsen zijn heel sportief, zolang zij maar winnen.
"It was an interesting exercise and much experience was gained. It is hoped that in Vendetta '73 again a Dutch submarine may participate", zo besluit het rapport -en zo was en gebeurde het.
Enkele weken later is de commandant uitgenodigd door de CZMNED, Viceadmiraal B. Veldkamp, om bij hem langs te komen op 'het paleis'.
Hij had een 'bijzonder waarderende' brief ontvangen van de Flag Officer Submarines over de verrichtingen van de ZHD tijdens deze oefening - en wilde deze aan hem doorgeven, mede ter bekendstelling aan de bemanning. Dit laatste hebben wij
uiteraard met veel plezier gedaan.
Jan Willem van Waning
'Klaar voor onderwater' nr. 101, september 2007, blz 7/8
Reactie is geredigeerd
Reunie Wereldreis / Nieuw Guinea - Bemanning Hr. Ms. Dolfijn 1962
Op 22 november 2002 - precies 40 jaar na haar terugkomst
uit Nieuw-Guinea - vierden 45 oudbemanningsleden
van DLF'62 een vrolijk- nostalgische reünie in hotel Breukelen.
Het grote succes van de eerste reünie, in 2000, heeft de organisatoren daarvan , Rinus Peperkamp en Gijs Swart, aangespoord tot deze herhaling op jubileum-datum,
tot groot plezier van hun bootsgezellen.
Het weerzien, het herdenken, het ophalen van herinneringen mede aan de hand van video, dia's en foto's, de achtergrondinformatie bij de spannende patrouilles - gegeven door commandant Just Roele, bij koffie, rijsttafel en een (?) biertje, maakten de dag onvergetelijk voor deze mannen die zich, als gemeenschappelijke veteranen van een bijzondere operationele periode, zozeer verbonden voelen.
Met tranen in de ogen, vanwege een combinatie van emoties, is een zo langzamerhand dierbaar stelletje ongeregeld weer uit elkaar gegaan onder de kreet: "Hit the road Jack", tot over vijf jaar Rinus en Gijs! (hetgeen zij hopelijk als een dringende oproep hebben verstaan).
Hr.Ms. Dolfijn (3) maakte in '62 een - niet geplande- wereldreis van elf maanden.
Medio januari vertrokken uit Den Helder voor een oefenreis van
zes weken met smaldeel 5 in de Caribische wateren, is de boot, tezamen met Hr.Ms. Zeeleeuw en twee jagers, vanuit de Antillen "doorstuurt" naar (toen nog Nederlands) Nieuw Guinea.
Via Manzanillo (Mexico) en Guam, arriveerde deze eerste
driecylinder-boot in april in Hollandia. Na oefeningen
met eigen jagers en fregatten, verrichtte de DLF, vanuit haar basis Biak, twee oorlogspatrouilles van een maand.
De eerste, tegen mogelijke Indonesische infiltraties vanuit Ceram, en de Kei- en Aroeeilanden, was spannend en succesvol. Baaien zijn op periscoopdiepte ingevaren, foto's gemaakt en vijandsmeldingen verzonden - en bijna is het troepentransportschip Multatuli getorpedeerd.
Halverwege de tweede patrouille, met als opdracht om in de haven van Ambon schepen aan te vallen, is de boot teruggeroepen omdat inmiddels tot een wapenstilstand was gekomen.
De terugreis ging via Singapore, Karachi en Aden.
Zoals Roele in zijn rapport schreef: "De geoefendheid van het
personeel was zeer goed. Iedereen begreep dat het hier geen oefening betrof en werkte ten volle mee.
Het moreel was uitmuntend. Ondanks de vele weinig plezierige aspecten van het verblijf in NNG is er steeds een bijzonder opgewekte geest aan boord gebleven".
Deze geest manifesteerde zich weer ten volle tijdens deze reünie!
SONO (=SonarOfficier, was JJWvW)
Reactie is geredigeerd
Uit: 'Klaar voor Onderwater' nr. 83 (maart 2003):
NEDERLANDSE ONDERZEEBOOT VERTREKT ALVAST NAAR DE PERSISICHE GOLF
Terwijl PVDA'er en oud-minister van Defensie
Bram Stemerdink zich afvroeg of Nederlandse onderzeeboten
nog bruikbaar zijn ("De hele krijgsmacht
vindt zichzelf eredivisie", de Volkskrant van
15 dec.2003), was Hr.Ms. Walrus alweer op de terugweg
naar Den Helder na ruim een maand patrouilles te
hebben uitgevoerd in de Perzische Golf.
In het kader van de operatie Enduring Freedom tegen
terrorisme, "legde de Walrus zich voornamelijk toe
op het vergaren van inlichtingen, waarvoor de boot
uitermate geschikt is", vermeldde de Defensiekrant
van 28 nov. sober.
De Walrus is niet de eerste Nederlandse onderzeeboot
die in de regio geheime opdrachten uitvoerde:
Hr.Ms. Dolfijn was haar al voorgegaan.
Nederland kan gerust zijn, onze onderzeeboten bewijzen
dagelijks hun bruikbaarheid. Maar dit gaat
wel ten koste van het onderzeedienst- personeel dat
gemiddeld 160 dagen per jaar van huis is, als gevolg
van een beslissing in '91 om het aantal onderzeeboten
te reduceren van zes naar vier.
"Rust voor het personeel en meer tijd voor onderhoud
van het materieel", noemt de commandant van de
Onderzeedienst als zijn hoogste prioriteiten voor de
komende tijd, in "Alle Hens", maandblad voor de Koninklijke
marine, van september 2002.
Voor "insiders" alleszins begrijpelijke
wensen, maar hoeveel werkelijke deskundigen
zitten er onder politici die beslissen over het
wel en wee van onze krijgsmacht? Een actueelrelevante
vraag nu de Verenigde Staten de NAVO
vragen om hulp bij een eventuele
Irak-oorlog (de Volkskrant, 16 januari). Ondertussen:
Welkom thuis Walrus!
'THE SILENT SERVICE'
Over onderzeeboot-patrouilles doet Defensie i.h.a.
geen openbare mededelingen. Het uitvoeren van geheime
verkenningen in conflictgebieden hangt men
liever niet aan de grote klok. Het gevaar dat een
(potentiële) tegenstander extra alert is bij een event uele
volgende patrouille, wil men voorkomen.
In dit geval was de geheimhouding in zoverre gecompromitteerd,
dat tevoren het Suez-kanaal moest worden
doorgevaren; uiteraard bovenwater. Dit probleem
hadden de Nederlandse onderzeeboten niet die , midden
jaren negentig, voor de kust van voormalig Joegoslavië
actief waren.
Onderzeeboten zijn door hun unieke combinatie van
eigenschappen - verrassing door-onzichtbaarheid, uithoudingsvermogen, slagkracht en relatieve onkwetsbaarheid - inzetbaar bij zowel vredes- als oorlogsoperaties. Zij voeren
verkenningen uit en onderscheppen radioverbindingen
in wateren waar oppervlakteschepen niet
(onopgemerkt) of alleen met groot risico kunnen
opereren. Zij kunnen vlak onder de kust marinierseenheden
afzetten en weer oppikken voor speciale
opdrachten, mijnen leggen, schepen uitschakelen
met torpedo's of raketten en landdoelen aanvallen
met kruisvluchtwapens.
BIJDRAGE AAN INTERNATIONALE RECHTSORDE
Terwijl defensiedeskundigen discussiëren over wat
ons land eventueel kan bijdragen aan een
“Amerikaans- geleide aanval etc.” op Irak, tonen
de Amerikanen zich, volgens de Defensiekrant, bijzonder
erkentelijk voor de assistentie en bescherming
die ook opeenvolgende Nederlandse fregatten
en vanuit Dubai patrouillerende marinevliegtuigen
(Orion's), al maandenlang in die regio bieden aan
de Tweede Vloot van de US Navy.
Mocht Nederland besluiten om mee te doen met de
Amerikanen, dan is de Marine daar direct ter plaatse
klaar voor.
Evenals bij de Golf-oorlog van '91, toen twee Nederlandse
fregatten en een bevoorradingsschip, naast Britse en Canadese eenheden, als enige maritieme bondgenoten van de VS, in
de gehele Golf opereerden.
VERRICHTINGEN IN HET VERLEDEN
In de Tweede Wereldoorlog hebben 25 Nederlandse
onderzeeboten 167 patrouilles en speciale operaties
(escortes, landingen etc.) uitgevoerd waarbij
ongeveer 25 Japanse, Italiaanse “en Duitse oorlogsschepen
(waaronder drie onderzeeboten) en 80
etc.” vrachtschepen tot zinken zijn gebracht of beschadigd,
ten koste van zeven eigen boten.
Met recht werd de Onderzeedienst het slagwapen
en "de tanden" van de vloot genoemd.
BLIJVENDE BEHOFTE AAN MEER ONDERZEEBOTEN
"Alvorens het Vaandel te overhandigen wil ik uitdrukkelijk
de dank vermelden die ons Volk voelt
voor al dat, wat in Uw dienst door mensen is opgebracht"
zei Koningin Juliana in juli 1964 t.g.v. de
vaandeluitreiking in Den Helder.
Tijdens het Nieuw-Guinea conflict in de begin jaren
'60, deden drie Nederlandse onderzeeboten patrouilles
tot in Indonesische havens, om te waarschuwen
tegen mogelijke invasies.
Tijdens de Koude Oorlog zijn regelmatig verkenningspatrouilles uitgevoerd in NAVO-kader tegen Sovjet-vlootverbanden en -
onderzeeboten.
Na de val van de Muur zijn Nederlandse "boten" ingezet in het Caraibisch gebied tegen drugssmokkelaars, in de Middellandse
Zee tegen o.a. Libië, en in de Adriatische Zee tegen Servië.
Zij zijn bij deze verschillende opdrachten steeds effectief gebleken.
BLIJVENDE BEHOEFTE AAN MEER ONDERZEEBOTEN
Met de Defensienota 1991 is het aantal Nederlandse
onderzeeboten gereduceerd van zes naar vier; een
zeer onverstandige beslissing: de Onderzeedienst
kan niet meer voorzien in de vraag naar onderzeeboten
voor de verschillende gelijktijdige verrichtingen.
De huidige behoefte aan boten voor het oefenen van
fregatten en maritieme vliegtuigen legt al beslag op
twee boten per jaar. Waarom nog oefenen in onderzeeboot-
bestrijding terwijl de Sovjet-dreiging is verdwenen?
Sinds 1989 is het aantal onderzeeboten van
de landen buiten de NAVO en het voormalig Warschaupact
toegenomen met 30 stuks tot 185. De geografische
verspreiding hiervan langs voor het Westen
vitale zeeverbindingen, in combinatie met dubieus
eigenaarschap (zoals Algerije, Libië, Syrië en Iran),
maakt dat men onderzeebootbestrijding moet blijven
beoefenen. En daarvoor zijn onderzeeboten nodig.
KOSTEN VAN DE ONDERZEEDIENST
Hoe "duur" is de Onderzeedienst? Die vraag is ook
gesteld bij de voorbereiding van de behandeling
van de laatste Defensiebegroting. Het antwoord:
"De totale kosten van de Onderzeedienst bedragen
jaarlijks 25,5 miljoen euro".
Wat hierbij niet is vermeld, zijn de kosten die gemaakt
zouden moeten worden als Nederland niet
over eigen onderzeeboten zou beschikken. De Marine
zou dan namelijk bondgenootschappelijke onderzeeboten
moeten inhuren om als oefendoel te
dienen voor fregatten en maritieme vliegtuigen.
Afgezien van de (vaak niet-) beschikbaarheid daarvan,
is het tarief van een conventionele (d.w.z. dieselelektrisch
voortgestuwde) onderzeeboot, naar
verluiden, 10.000 euro per uur. Voor een nucleair
voortgestuwde onderzeeboot bedraagt dit zeker het
dubbele. Het huren van conventionele of nucleaire
boten voor een eigen oefenbehoefte van 200 vaardagen
van acht uren, zou tussen de circa 16 en 32
miljoen euro's kosten . M.a.w. de kosten van het
hebben van de eigen Onderzeedienst vallen weg
tegen het niet hebben daarvan. Over kosteneffectiviteit
gesproken.
TOEKOMST
De Onderzeedienst met haar vier onderzeeboten is
een integraal onderdeel van de Koninklijke marine.
Onderzeeboten zijn, al dan niet in combinatie met
vlooteenheden, van belang in vrijwel alle maritieme
scenario's.
De onderzeeboten van de Walrus-klasse zijn in de
jaren 1990-'94 in dienst genomen. Omstreeks 2009
is er een moderniseringsprogramma voor deze boten
voorzien. Tegen die tijd moet ook de beslissing
tot vervanging - en bij voorkeur uitbreiding - worden
genomen.
In 2006 viert de Onderzeedienst haar 100-jarig bestaan.
Gedurende haar bestaan zijn er altijd politici
geweest die aan haar bestaansrecht hebben getwijfeld
of zelfs getornd. En die zullen er ook altijd wel
blijven, behalve in tijden van internationale crises.
Welkom thuis Walrus, met dank van ons Volk!
Jan Willem van Waning
Gepubliceerd in 'Klaar voor onderwater' van maart 2009, blz 18 - 22)
Op 18 november 2008 - bijna 46 jaar na hun terugkomst in Den Helder - vierden oud-bemanningsleden van Hr.Ms. Dolfijn (3) hun derde reünie, wederom in hotel Breukelen. Het waren er dit maal 34, de helft van de bemanning die destijds in tien maanden om de wereld voer en en passant patrouilles onder oorlogsomstandigheden uitvoerde in de wateren rond Nederlands Nieuw Guinea en Indonesie.
Het grote succes van de eerdere bijeenkomsten, in 2000 en 2002, heeft de organisator Rinus Peperkamp - duchtig aangespoord door enthousiaste bootsgezellen -, gestimuleerd tot deze herhalingsoefening. Helaas was zijn oorspronkelijke mede-organisator Gijs Swart, inmiddels overleden.
Na ontvangst en onderlinge begroetingen, verwelkomde onze gastheer Rinus de aanwezigen waarna hij het woord gaf aan onze toenmalige Oudste Officier, Hans van den Bos.
Deze bracht eerst de schriftelijke boodschap over van Commandant Just Roele.Deze was, tot zijn grote spijt, verhinderd vanwege bronchitis. Roele memoreerde de 23 overleden collega's, waarvoor hij een minuut stilte vroeg. Daarna schreef hij:
"Het is eigenlijk merkwaardig dat wij met z’n allen zo’n goede geest hebben behouden, niet alleen tijdens die moeilijke en bepaald niet ongevaarlijke periode in Nieuw-Guinea, maar ook daarna, getuige niet alleen deze reünies, maar ook de vele blijvende vriendschappen die er na zijn ontstaan.
Als ik denk aan de bedroevende accommodatie – zowel aan boord als op de kazerne in Biak – aan het slechte eten, de weinige keren dat we post van huis ontvingen, het vermoeiende wachtlopen, de spijkerharde weigering ons te vertellen wanneer we naar huis konden varen, de ergernis van het onbegrip tussen 'Den Haag' en de leiding in Hollandia – waardoor we wekenlang genietst hebben nà de overdracht van de zaak aan de V.N. – dan krijg ik de kriebels als ik die huilerige verhalen in het blad ‘Checkpoint’ lees. Waarom hebben wij geen mensen met PTSS - 'post-traumatic stress syndroom' ?
Maar ik denk ook dat wij allemaal trots kunnen zijn op wat wij toen gepresteerd hebben, al is het, politiek gezien, voor niets geweest. De opzet om de Papoea’s een eigen vrije staat te verschaffen, is niet gehaald, vooral ook door de houding van Amerika.
Maar genoeg daarover - ik hef, vanuit Frankrijk, een glas wijn op jullie samenkomst. Het ga jullie en je familie goed!"
Onze Oudste Officier, Hans van den Bos, sloot hierop aan met een overpeinzing hoe het komt dat je gedurende tien maanden letterlijk zo dicht op elkaars huid kan zitten, terwijl je toch zo weinig weet van elkaars persoonlijke achtergrond.
Met name herdacht hij hierbij onze toenmalige MajMach Ed Warlich en Schipper Lou Geerse, beide met een imposante staat van dienst aan boord van onderzeeboten gedurende WO II. Warlich verwierf zijn Bronzen Kruis als Stoker 1 a/b Hr.Ms. Zwaardvis over de periode 1944-'45. Hij heeft zijn levensverhaal geboekstaafd in het boeiend geschreven boekje 'Tempo Doeloe'.
Geerse verwierf zijn Bronzen Kruis als Kwartiermeester a/b Hr.Ms. O 19 over de periode 1943-'45: "Hij liet nooit iets los over de ramp die de “O-19” is overkomen op 8 juli 1945, toen de onderzeeboot tijdens patrouille in de Zuid Chinese Zee op het 'Ladd Rif' aan de grond liep. Twee dagen heeft de bemanning tevergeefs geprobeerd de boot weer vlot te krijgen. De bemanning is uiteindelijk overgestapt op de Amerikaanse onderzeeboot USS “Cod”. Het schip is vervolgens door kanonvuur en één torpedo vernietigd. Wat moet er door Geerse, toen een 26 jarige jongeman, zijn heengegaan? Voor je ogen je 'huis' teloor zien gaan met een deel van je persoonlijke bezittingen.
Het zijn deze ervaringen die, het kan niet anders, diepe sporen moeten achterlaten.."
Van den Bos sloot af met zich af te vragen of het misschien wel goed was dat wij indertijd niet (te?) veel van elkaars persoonlijke achtergrond wisten - maar dat hij zeker wist dat we het met ons allen de moeite waard vinden om weer bij elkaar te komen, om oude herinneringen op te halen en uit te wisselen hoe het eenieder in het leven na deze bijzondere Dolfijn-periode is gegaan.
Vervolgens is, onder luid gejuich, de tap open verklaard, en zijn de onderlinge vriendschappen bevestigd en versterkt, onder het genot van een (?) biertje. De heerlijke rijsttafel is met smaak verorberd. Alvorens het maken van de groepsfoto , is onze grote gangmaker Rinus door de SonarOff voor het front geroepen om hem de nieuwste Britse OZD das te omhangen, als dank van alle aanwezigen voor zijn vele inspanningen.
Rinus moest daarbij wel beloven om over vier jaar de '50-jaar' reunie te organiseren, hetgeen hij 'met plezier' deed.
Rondom gelukkig namen wij afscheid van elkaar onder onze oude kreet 'Hit the road Jack', en met de toezegging 'tot de OZD reunisten-bijeenkomst maar in ieder geval tot over vier jaar!' Met dit goede voornemen is weer een onvergetelijk kostelijke dag afgesloten - met aller dank aan Rinus.
SONO Jan Willem van Waning
Foto's Reunie Wereldreis / Nieuw Guinea - Bemanning Hr. Ms. Dolfijn 1962
Achtergrond
Hr.Ms. Dolfijn (3) maakte in 1962 een - niet geplande- wereldreis van tien maanden.
Op 23 januari vertrokken uit Den Helder voor een oefenreis van zes weken met smaldeel 5 in de Caribische wateren, is de boot, tezamen met Hr.Ms. Zeeleeuw en twee jagers, op 14 maart vanuit de Antillen doorgestuurd naar (toen nog Nederlands) Nieuw Guinea.
Via Manzanillo (Mexico) en Guam, arriveerde deze eerst gebouwde driecylinder-boot in april in Hollandia. Na oefeningen met eigen jagers, fregatten en Neptune-patrouillevliegtuigen, verrichtte de DLF, vanuit haar basis Biak, twee patrouilles van een maand.
De eerste, tegen mogelijke Indonesische infiltraties vanuit Ceram en de Kei- en Aroeeilanden, was spannend en succesvol. Baaien zijn op periscoopdiepte ingevaren, foto's gemaakt, vijandsmeldingen verzonden - en bijna is het Indonesische troepentransportschip Multatuli getorpedeerd.
Halverwege de tweede patrouille - met als opdracht om in de haven van Ambon schepen aan te vallen -, is de boot teruggeroepen omdat inmiddels tot een wapenstilstand was besloten.
De terugreis ging via Singapore, Karachi, Aden en Napels. Op 22 november meerde de boot af in Den Helder.
Zoals Commandant Just Roele in zijn rapport schreef: "De geoefendheid van het personeel was zeer goed. Iedereen begreep dat het hier geen oefening betrof en werkte ten volle mee. Het moreel was uitmuntend. Ondanks de vele weinig plezierige aspecten van het verblijf in NNG, is er steeds een bijzonder opgewekte geest aan boord gebleven".
Deze geest manifesteerde zich weer ten volle tijdens deze derde reünie!
foto's Reunie '08 (Site Peperkamp&Brouwers)
Wereldreis Hr. Ms. Dolfijn (site Peperkamp & Peters)
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

Mooi verhaal!
groeten,
Hugo