De dag van Diny

De Hond is woedend. Op zichzelf vooral. Hij trekt zich terug naar het hoekje van de bar bij het raam. Zijn hele plan dreigt in het honderd te lopen. En hij weet niet eens wat hij fout heeft gedaan. Waarom is die idioot van een Janne zijn levensloop gaan napluizen? En hoe heeft hij kunnen ontdekken, wat hij ontdekt heeft. Hij lijkt te weten van zijn connecties in Polen. Hij weet van de vrouwen. De Hond piekert, maar komt niet tot een bevredigende oplossing. En dat is niet eens het grootste probleem. Hoe moet hij nu verder. Kan hij wel verder? Nou ja, hij heeft geen keus. Hij kan niet terugkomen op gemaakte afspraken. Dan kan hij net zo goed meteen van de brug springen.
Kon hij die Polen niet op Janne afsturen? Natuurlijk kon dat, een telefoontje en het was geregeld. Maar als hijzelf dan even later met Vero zou aankomen? Dan zou Diny toch iets gaan vermoeden? Of anders de politie wel.
Nee, hij moet iets anders verzinnen.
Hij staart uit het raam naar de stadswal aan de overkant van het smalle straatje. Met weemoed denkt hij aan de rust die dat beeld hem vroeger gaf.
Met een iets te harde klap zet de barkeepster een pils en een jonge voor hem neer.
“Hier, van Janne.”
De Hond kijkt haar aan.
“Hoe heet je eigenlijk?”
“Charlotte.”
“Oké, Charlotte, heb je nog plannen vanavond?”
Het is kwart over tien als hij wakker wordt. Zijn hoofd bonkt, maar hij is tevreden. Naast hem ligt het weelderige lichaam van Charlotte. Een stevig been over die van hem. Meteen denkt hij aan Janne, aan Diny.
Voor vannacht was dit de ideale oplossing. Hij had Diny de sleutel gegeven met een knik naar Charlotte.
“Jullie kunnen in mijn bed slapen. Doe alsof je thuis bent. We zien elkaar morgen.”
“Veel plezier,” zei Diny
De Hond meende een zweem van jaloezie te herkennen in Jannes blik.
De Hond doet het lampje aan zijn kant van het bed aan. Hij draait een sigaret, steekt die op. Naast hem draait Charlotte zich om en trekt het dekbed over haar hoofd.
Een uur later staat hij op. Naakt, met een kop koffie staat hij voor het raam van de flat. Twee straten verderop woont Ineke. Iedereen woont tegenwoordig in deze buurt. Alweer iets waar de Maastrichtenaren trots op zijn. Niet alleen de mooiste oude binnenstad, maar ook de mooiste nieuwbouwwijk. En voor een deel hebben ze nog gelijk ook. Klotestad!
Hij belt Ineke.
“Kan ik straks even bij je langskomen? Ik moet even met je praten.”
Als hij zijn mobieltje uitschakelt, voelt hij Charlottes warme lijf tegen het zijne.
“Je vriendin?” vraagt ze.
Hij kijkt naar de flats aan de overkant, maar zijn lichaam reageert meteen op haar aanraking.


Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).