De dag van Diny

De Hond voelt zich meestal thuis bij Ineke, maar nu moet hij met
zijn billen bloot. Hij zal haar moeten vertellen wat er aan de hand
is. Nou ja, een deel ervan. Maar hij mag niet liegen, hooguit iets
vergeten. Vergeten mag, liegen niet.
De Hond probeert de afgelopen jaren voor zijn geest te halen.
De afgelopen jaren waren een bezoeking. Zijn hele leven was een bezoeking geweest, zeker sinds de dood van Carola.
Elf jaar geleden was Inekes eerste vraag geweest wat hij nu ging doen.
“Ik ga op zoek naar een nieuw leven,” had De Hond gezegd.
“Een nieuw leven.” herhaalde Ineke.
“Ja, een nieuw leven.”
Toen irriteerde Ineke hem, net als nu. Waarom ging ze niet gewoon mee in zijn gedachtegang? Waarom zei ze niet gewoon dat hij gelijk had? Waarom sloeg ze niet een arm om hem heen en troostte hem?
Maar nee, hij moest eerlijk zijn, het was net haar tegendraadsheid die hem aansprak, die hem wakker hield, die hem de weg wees.
En dus vertelt De Hond haar een waarheid.
“Na mijn jaren in Vijverdal ben ik een tijd weggeweest, weet je nog?”
Ineke knikt: “Polen toch?”
“Gdansk.”
“Ik heb daar een vrouw leren kennen. Vero.”
“Vertel!”
De Hond, blij met dit korte uitstel, vertelt over zijn wandeling door de straten van het oude Gdansk. Nou ja, oud? In de oorlog was Danzig platgebombardeerd. De Polen hadden de stad overgenomen en ze herbouwd precies zoals ze was geweest. Nee, niet precies. Ze hadden een vroegere fout hersteld.
Hij vertelt het verhaal van het Zwillingshaus.
“Het Zwillingshaus, ja. In het Pools heet het natuurlijk anders. Het gebouw stamt uit vijftienhonderd en nog wat. In de negentiende eeuw kocht een handelaar het. Hij wilde het afbreken en er een nieuw gebouw laten neerzetten. Maar daar verzetten veel Danzigers zich tegen. Keizer Wilhelm II hoorde ervan en bemoeide zich ermee. Hij liet de hele voorgevel naar Berlijn overbrengen en het gebouw daar weer opbouwen op een eiland in de Havel. In Danzig werd een ander gebouw neergepoot, maar dat werd zoals de meeste huizen eromheen aan het eind van de oorlog platgebombardeerd. Toen de stad weer werd opgebouwd kozen de Polen voor het oude huis dat er had gestaan. En zo kwam er een tweelinghuis te staan van het huis dat er eerst had gestaan maar dat nu in Berlijn staat. Raar verhaal hè?.”
“Ja oké, maar die Vero, wanneer komt die in het verhaal.”
“Ik las dat verhaal op een terrasje op de Lange Markt, twee straten verderop. Ik keek op uit mijn boekje en aan het tafeltje naast mij zat zij.”
De Hond neemt de foto uit zijn portefeuille kijkt er even naar en geeft hem aan Ineke.
Ineke kijkt naar de foto, dan twijfelend naar De Hond. Kwaadheid trekt over haar gezicht, ongeloof, wantrouwen.
“Carola.”
“Vero,” zegt De Hond.
De Hond probeert de afgelopen jaren voor zijn geest te halen.
De afgelopen jaren waren een bezoeking. Zijn hele leven was een bezoeking geweest, zeker sinds de dood van Carola.
Elf jaar geleden was Inekes eerste vraag geweest wat hij nu ging doen.
“Ik ga op zoek naar een nieuw leven,” had De Hond gezegd.
“Een nieuw leven.” herhaalde Ineke.
“Ja, een nieuw leven.”
Toen irriteerde Ineke hem, net als nu. Waarom ging ze niet gewoon mee in zijn gedachtegang? Waarom zei ze niet gewoon dat hij gelijk had? Waarom sloeg ze niet een arm om hem heen en troostte hem?
Maar nee, hij moest eerlijk zijn, het was net haar tegendraadsheid die hem aansprak, die hem wakker hield, die hem de weg wees.
En dus vertelt De Hond haar een waarheid.
“Na mijn jaren in Vijverdal ben ik een tijd weggeweest, weet je nog?”
Ineke knikt: “Polen toch?”
“Gdansk.”
“Ik heb daar een vrouw leren kennen. Vero.”
“Vertel!”
De Hond, blij met dit korte uitstel, vertelt over zijn wandeling door de straten van het oude Gdansk. Nou ja, oud? In de oorlog was Danzig platgebombardeerd. De Polen hadden de stad overgenomen en ze herbouwd precies zoals ze was geweest. Nee, niet precies. Ze hadden een vroegere fout hersteld.
Hij vertelt het verhaal van het Zwillingshaus.
“Het Zwillingshaus, ja. In het Pools heet het natuurlijk anders. Het gebouw stamt uit vijftienhonderd en nog wat. In de negentiende eeuw kocht een handelaar het. Hij wilde het afbreken en er een nieuw gebouw laten neerzetten. Maar daar verzetten veel Danzigers zich tegen. Keizer Wilhelm II hoorde ervan en bemoeide zich ermee. Hij liet de hele voorgevel naar Berlijn overbrengen en het gebouw daar weer opbouwen op een eiland in de Havel. In Danzig werd een ander gebouw neergepoot, maar dat werd zoals de meeste huizen eromheen aan het eind van de oorlog platgebombardeerd. Toen de stad weer werd opgebouwd kozen de Polen voor het oude huis dat er had gestaan. En zo kwam er een tweelinghuis te staan van het huis dat er eerst had gestaan maar dat nu in Berlijn staat. Raar verhaal hè?.”
“Ja oké, maar die Vero, wanneer komt die in het verhaal.”
“Ik las dat verhaal op een terrasje op de Lange Markt, twee straten verderop. Ik keek op uit mijn boekje en aan het tafeltje naast mij zat zij.”
De Hond neemt de foto uit zijn portefeuille kijkt er even naar en geeft hem aan Ineke.
Ineke kijkt naar de foto, dan twijfelend naar De Hond. Kwaadheid trekt over haar gezicht, ongeloof, wantrouwen.
“Carola.”
“Vero,” zegt De Hond.


Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).