Diergaarde Blijloper
"De finish is nooit het einde van het lopen"

"zo langzaam dat je het gevoel hebt dat je voor gek loopt"
woensdag 11 oktober 2006 23:26 door Mark de Boer
Ik was
vandaag eventjes in Amsterdam.. Ik weet niet waarom maar mijn stad
zal het nooit worden. Vandaag waren het de hormonen (keurig
diepgevroren met koelelementen in een piepschuimen doos) die
zorgden voor een bezoekje aan de hoofdstad. Maar over die hormonen
heb ik gisteren genoeg geschreven. Vandaag maar weer eens een
hardloopverhaal uit de oude doos.In 2003 liep ik voor het eerst sinds mijn rentree in de hardloopwereld in 2000 weer een marathon, die van Amsterdam. Ik heb in de voorbereiding enkele trainingssessies gedaan bij Aart Stigter, Neerlands beste veteraan en oud-kampioen op de marathon. Gedurende die sessies werd het trainingsschema besproken, waren er presentaties over onder andere voeding en een soort komische act waarin Aart Stigter en hardlopende cabaretier Dolf Jansen marathonervaringen uitwisselden. Allemaal leuk en leerzaam. Eén opmerking van Aart Stigter heeft een omkeer te weeg gebracht in mijn hardloopleven. Een belangrijk onderdeel van de marathon was in zijn ogen de lange langzame duurloop (LLD). Sinds ik die “religie” aanhang loop ik de ene marathon na de andere. Op de vraag van een van de lopers hoe hard (of eigenlijk hoe langzaam!) je de LLD moet lopen antwoordde Aart Stigter: “zo langzaam dat je het gevoel hebt dat je voor gek loopt”. En, en dat klinkt gek, daar moet je wel voor trainen (zie een blog van maart). Ik heb het lange langzame lopen geleerd door samen met hardloopvrienden te trainen die veel langzamer lopen dan ik. Fred, als je dit leest, ik ben je er nog steeds dankbaar voor.
Ik heb die marathon gelopen met een zogenaamde pacer. Pacers zijn hardlopers die een groep lopers in een afgesproken tijd naar de finish proberen te lopen. Vaak zijn het ultralopers of lopers met erg veel marathonervaring. Weblogger Jan vd Erve doet het ook geregeld. Ik had mij aangemeld voor de pacergroep van 3:30. Gezien mijn tijden op andere afstanden moest dit een haalbaar streven zijn. Mijn beste tijd stamde uit mijn vorige loopleven, in 1990 liep ik in Rotterdam 3:38:23. Nu ouder en wijzer wilde ik bewijzen dat al die snelle tijden op kortere afstanden ingeruild konden worden voor een goede marathon.
Om de voorbereiding op de grote dag niet te laten verstieren door de Nederlandse Spoorwegen was ik samen met mijn vrouw al op zaterdag afgereisd naar Amsterdam. Na het ophalen van het startnummer, het herinneringsshirt en een bezoekje aan de marathonmarkt zijn we lekker uit eten geweest bij Solo, een klein restaurantje vlakbij het Concertgebouw.
De volgende ochtend was het prachtig loopweer. Een schraal zonnetje, amper wind en een graad of 12. Keurig achter de pacers stond ik samen met de grote groep 3:30 lopers op de atletiekbaan in het Olympisch Stadion. Het was erg relaxed lopen achter twee van die tempovaste mannen. Halverwege, ergens langs de Amstel, kwamen we door in 1:44:09, netjes op schema dus voor de 3:30. Toen één van mijn hazen een plaspauze inlaste was dat ook voor mij het moment om eventjes een Amsterdamse struik te bezoeken. Samen met de haas repte ik weer naar de groep. Na een kilometer of dertig kwam ik in een dipje. Een energiegelletje deed wonderen. De extra suikers tilden mij over het dode punt heen. Zo rond de 32 kilometer ben ik iets voor de groep uit gaan lopen. Als groep begonnen we meer en meer lopers in te halen en als je dan achter in een groepje loopt dan is het wel eens gevaarlijk, die plotseling wandelende lopers waar je op duikt. Voor de groep had je iets meer overzicht. En daarbij verheugde ik mij op een heldentour door de Amsterdamse binnenstad. Dat viel dus bitter tegen. Waar je in Rotterdam overal wordt toegejuicht daar wordt je in Amsterdam slechts als hinder ervaren. Mensen met fietsen die luid mopperend het parcours oversteken, publiek dat met de rug naar de lopers staat. Nee, een feest was het niet in Amsterdam. Tot aan de 41ste kilometer ging alles perfect. Natuurlijk werd ik moe, maar ik kon nog steeds blijven lopen. De Man met de Hamer stond duizend meter voor de streep. Een grote klap op mijn kop met die enorme hamer. Maar het deerde mij niet veel. Mijn streeftijd van 3:30 lag binnen bereik, al moest ik kruipen. Die laatste tweehonderd meter in het stadion is wel bijzonder. Het haalt het niet bij de Coolsingel maar finishen in de voetsporen van Boughera Mohamed El Ouafi (Olympisch kampioen in 1928 met 2:32:57) is een eer voor elke sporter.
Mijn klok stond stil op 3 uur, 28 minuten en 38 seconden. Met dank aan de pacers die mij de eerste helft in 1:44:09 lieten lopen en het tweede deel in 1:44:29.
Ik was die dag niet de enige die een goede race had gelopen in het mooie weer. Kamiel Maase liep eindelijk het stokoude Nederlandse record van Gerard Nijboer uit de boeken. Hij wist als zesde te finishen in 2:08:31! Ook het parcoursrecord werd verbroken. William Kipsang liep 2:06:39. Dat record werd een jaar later al verbroken door Robert Cheboror (2:06:23) en afgelopen jaar scherpte Haile Gebresellasie het aan tot 2:06:20.
jack running
culture 12-10-2006 22:24
mark, ik heb enkele keren geprobeerd met een pacergroep een
marathon te lopen maar dat is steeds op een stevige deceptie
uitgelopen. de pacers zouden een regelmatige race lopen maar dat
kwam er steeds maar niet van. sinds dat ik de marathons niet meer
in zo'n pacergroep loop gaat het stukken beter, hoewel ik wel
moet bekennen dat ik wel steeds met een of meerdere lopers van
dynamica aan het avontuur begin. samen met john davidse (was er
ook in Brugge bij) heb ik mijn beste marathon vorig jaar in Rdam
gelopen. veel succes in Cardiff trouwens. zie wel op je weblog
hoe het je vergaan is.
Inloggen is niet verplicht om je commentaar achter te laten.
Beperkt HTML (<b>vet</b>, <i>cursief</i> en <u>onderstreept</u> toegestaan; webadressen worden automatisch omgezet in werkende links).

