Volksmond inbegrepen
Unblogd
VKBlog Headerimage

Help mijn pap en mam drinken alcohol (1) Wat is verslaving?

woensdag 17 maart 2010 01:15

alcohol, kinderen, ouders, school, actualiteit, lesprogramma

We noemen papa en mama verslaafd als bijvoorbeeld de papa of mama niet meer zonder kan.

Dat kan vanalles zijn.

Verslaafd zijn wil dus zeggen: Niet meer zonder iets kunnen.

Dat kan bier, wijn, whisky, wodka, sherry of andere drankjes zijn waar papa of mama niet meer vanaf kunnen blijven.

Je ziet die drankjes dan ook altijd in huis.

En wie verslaafd is, is slaaf geworden.

En een slaaf is niet meer vrij.

 

Dit is heel moeilijk te begrijpen want je ziet ook dat papa en mama “vrijer” worden als ze drinken.

Je kunt dat merken als pappa en mamma veranderen zonder dat jij daarin betrokken wordt.

Ze gaan raar doen.

Ze gaan anders praten en zich anders gedragen na hun drankje en noemen dat vrij.

Die vrijheid gaat ten koste van jou. En dat voel je.

 

De afstand die je gaat voelen naar papa en mama als ze alcohol drinken komt niet door papa en mama zelf, maar door de alcohol in het drankje.

Alcohol verandert het lichaam van binnen en daardoor ook het gedrag van buiten.

Daarom gaan pappa en mamma raar doen.

En daardoor weet jij niet meer wat je moet doen.

 

Want je wordt door je pappa en mamma heen en weer geslingerd tussen dat wat mag zónder alcohol, en dat wat mag als papa en mama wél alcohol gedronken hebben.

Zo word jij ook schizofreen (een moeilijk woord voor stemmingswisselingen) en wen je alvast aan de verschijnselen in de wereld van alcohol.

 

 

Want met jou is niets mis.               Jij bent niet verslaafd.

 

Met de alcohol is iets mis. Want alcohol is de moeder van de drugs en werkt verslavend.

 

Papa en mama hebben jou nog niet verteld dat ze eerst verslaafd moesten worden om op een bepaalde manier vrij te kunnen zijn, zoals dat mag met alcohol.

Daarvoor waren papa en mama natuurlijk ook al vrij, net zoals jij nu nog vrij bent.

Maar waarom hebben ze zich dan toch slaaf gemaakt van alcohol?

 

Dit komt omdat de gedachten van papa en mama voortduren naar alcohol uitgaan net zoals bij jou een tijdje de gedachten uitgegaan zijn naar wat je zou kunnen krijgen met Sinterklaas.

Zo’n soort gevoel noemen we verlangen.

Kinderen kennen dat verlangen naar cadeautjes en pappa en mamma kennen dat verlangen naar alcohol.

 

Het verlangen naar alcohol door papa en mama kan zo groot zijn dat het als eerste voorkomt op hun dagelijks verlanglijstje.

En dat is natuurlijk lullig voor jou want jij wordt daardoor nummer twee of misschien wel nummer drie of vier.

En hoe groter de verslaving, hoe minder andere dingen hen nog interesseren.

Dit komt omdat de gedachte aan alcohol bovenaan staat.

Al het andere is bijzaak.

En toch blijft het verlangen naar alcohol onweerstaanbaar.

Dat is wat wij verlangen noemen en dat voelen wij kinderen.

 

Maar dat gevoel dat papa en mama met hun alcohol kunnen krijgen, dat kan jij nog niet kennen.

Want jij mag nog geen alcohol drinken van ze en mag dus nog niet meedoen.

Daarom ken jij dat gevoel niet.

En dat is helemaal niet erg.

 

Ben daar juist blij om, en vier die vrijheid nu je nog niet verslaafd hoeft te zijn.

Want de weg terug is bijna onmogelijk.

En als er die weg wel is, dan is het een lijdensweg voordat je weer echt vrij bent.

 

Maar moeten we bij verslaving dan meteen en alleen aan alcohol denken?

We kunnen toch aan alles verslaafd raken.

Aan ijsjes, aan tv kijken, aan voetbal of mode, zelfs aan spelen en geld.

We kunnen inderdaad naar alles verlangen dus kunnen we ook van alles slaaf worden.

Maar waarom horen wij kinderen dat niet van papa en mama en hun alcohol?

Omdat er een taboe op rust.

En een taboe is iets wat expres ingesteld is om als geheim onder de tafel te houden.

 

Wij van DeNatuurlijkeRoes gaan juist wel met jullie praten over alcohol.

En dat doen we omdat de drinker van alcohol dat niet doet, en daarmee een groot deel van zijn leven verzwijgt en geheim houdt.

En wij gaan lekker wel vertellen wat er gebeurt als papa en mama alcohol drinken.

Want zij zeggen te genieten maar waardoor komt dat genot?

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inspraak experiment.

dinsdag 16 maart 2010 01:18

actueel, experiment, boekje, mamma, pappa, school, kinderen, alcohol

 

DeNatuurlijkeRoes moet werken met de mogelijkheden die het heeft. Voor ons is echter niets gratis. We zijn geen gesubsidieerde of gesponsorde instelling doch slechts een beweging waarbij je aan kunt sluiten als je de leus “niet lullen maar stoppen met alcohol” onderschrijft en uitvoert. Voor DeNatuurlijkeRoes is dat de enige regel. Al het andere advies, om van onze samenleving weer een leefwereld te maken, is welkom.

 

Daarom willen Aria Ishaq en ik, onder verantwoordelijkheid van DeNatuurlijkeRoes, u ons laatste werk voorleggen ter beoordeling. Omdat de NatuurlijkeRoes een transparante beweging is willen wij u op de hoogte brengen en betrekken bij onze activiteiten. Wij vragen u te reageren op de tekst uit het boekje “Help mijn pap en mam drinken alcohol”. Wij vragen uw oordeel voordat het boekje naar de drukker gaat en naar het ministerie van Jeugd en Gezin.

 

“Help mijn pap en mam drinken alcohol”, is tot stand gekomen na onderzoek op basisscholen, interviews met kinderen en in samenwerking met en de expertise van DeNatuurlijkeRoes. Het boekje is bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 8 tot 11 jaar. Het boekje poogt een stem te zijn voor die weerlozen en geeft tevens inzicht in het verschijnsel alcohol en haar geschiedenis.

Bent u bereid inhoudelijk mee te denken schrijf dan uw opmerkingen hieronder in de reactieruimte op. Wij zullen serieus overwegen om uw aanbevelingen te verwerken nog voordat het boekje het licht ziet.

 

 

 

Bij voorbaat dank: Aria Ishaq   

 

 

 

en Henk van Leuken

 

 

 

 

 

 

Hieronder vind u de inleiding van het boekje en daaronder de inhoudsopgaven. Daarna zal elke dag een hoofdstuk verschijnen. Er zijn 10 hoofdstukjes dus als u er aan begint dan weet u nu enigszins waar u aan begint. Het strekt tot aanbeveling nuchter en kritisch te zijn. Ondermijnende en niet op de zaak betrekking hebbende activiteiten zullen worden verwijderd.

 

 

 

 

 

Inleiding

 

Dit boekje is niet geschreven voor volwassenen.

  

Het boekje is geschreven voor kinderen die angstgevoelens krijgen als papa en mama alcohol gedronken hebben.

 

Volwassenen kunnen weten wat alcohol met kinderen doet maar toch gebruiken ouders het en hebben dat meestal al eerder gedaan.

 

Zij hebben dat van hun ouders of vrienden geleerd.

 

De meeste ouders gebruikten al alcohol voor de geboorte van hun kinderen.

 

Alcohol is al ongeveer 6000 jaar in het leven van de mensen.

 

Alcohol is verslavend.

 

Daarom is het een harddrugs.

 

En de wereld is hard op weg niet meer zonder alcohol te kunnen.

 

In dit boekje wordt uitgelegd wat dat allemaal betekent, hoe dat komt en wat de woorden zeggen.

 

 

 

INHOUD

 

1.) Wat is verslaving?

 

2.) Wat is alcohol?

 

3) Genotsmiddelen.

 

4.) Dronken worden van alcohol.

 

5.) De zwarte tranen van alcohol.

 

6.) Alcohol dichter bij.

 

7.) Werking van alcohol bij papa’s en mama’s.

 

8.) Wil jij ook zo worden zoals papa en mama?

 

9.) Wat kan een kind doen met alcohol?

 

10.) Alcohol is de duivel!

 

 

 

Groeten Aria

 

 

 

 

 

Rechtvaardig een oor delen

zaterdag 13 maart 2010 15:05

filosofie, recht, rechtvaardig, politiek, wetenschap

 

Als geen enkel oordeel rechtvaardig kan zijn, dan moet je die oordelen ontwarren om te tonen waar het onrecht leeft en hoe er eventueel anders geoordeeld kan worden. Maar wanneer wij de holocaust onrechtvaardig noemen, dan willen we ook dat over dat oordeel geen discussie mogelijk is. Toch geld ook voor dat oordeel dat het niet rechtvaardig hoeft te zijn en discussie zelfs noodzakelijk maakt. Alle beelden kunnen immers aangevallen worden. Er blijkt dan ook een verschil te zijn tussen rechtvaardigheid en recht.

 

Wetten, recht, kunnen veranderen of verschillend geïnterpreteerd worden. Elk rechtvaardig geval is voor de ervaring een apart geval. Dit houdt in dat algemene regels (wetten) slechts met geweld op de uitzonderlijke omstandigheden toegepast kunnen worden. Om rechtvaardig te kunnen zijn moeten we echter vrij zijn en dat zijn we sinds de verslaving aan alcohol, sinds 6000 jaar, niet meer. Althans niet in rechtvaardige zin want promillagebewustzijn ziet het licht. En een dronkaard is niet rechtvaardig omdat hij de ommekeer van de natuurlijke staat ontkent in woord en daad. Wel is de mens in staat geweest wetten te maken en die hebben de mens diepgaand bepaald in morele zin. “Recht” zijn de wetten en hun toepassingen. Moraliteit is dan ook de verplichting van buitenaf en dient ter indamming van de particuliere vrijheid.

 

Ik hoef u natuurlijk niet te vertellen als wetten gemaakt worden door slaven dat we dan ook slavenwetten krijgen en slavenmoraal. Recht is zo ontstaan ter bescherming van dat uitzonderlijke gedrag, wat alcohol drinken mogelijk maakte. Noah zegende Sem met die wettelijke macht en niet Cham of Jafet. Sem heeft zich, samen met zijn broer Jafet, bijzonder tactvol gedragen tegenover zijn vader Noach toen deze zich in dronkenschap ontblootte. Sem en Jafet worden hierom bijzonder gezegend en rechten toegekend. De derde zoon van Noach, Cham heeft zijn vader in zijn dronkenschap en naaktheid bespot. Hij wordt hiervoor vervloekt. De zoon van Cham, Kanaän, zou de knecht van Sem worden. Van Jafet staat vermeld dat hij zou wonen in de tenten van Sem. Sem wist dus waar Noah de alcohol vandaan haalde en zette zo de slavengeschiedenis op de kaart als een onderscheid tussen rechtvaardigheid en recht.

 

Rechtvaardigheid en recht verhouden zich tot elkaar als trouw aan de aarde tot de Platoons-joodse verloochening ervan. Door de drank echter is het zwakkere deel van de mensheid erin geslaagd, dankzij godsdienst en wetenschap (recht) de aardse mens (de rechtvaardige) te knevelen. Deze omwenteling heeft plaats kunnen vinden via alcohol én het oordeel nadien van de werkelijkheid. Dit oordeel spitste zich toe vooral rond het morele begrip “goed”. Zowel de drinker als de niet-drinker appelleerde op de interpretatieschema’s van de werkelijkheid en op wat goed was in die werkelijkheid. Maar “recht” kreeg hierdoor een ander “goed”, dan dat de rechtvaardige “goed” beoordeelde.

 

Verdisconteren we echter het onderscheid tussen dat ene Goed en dat andere Goed, dan moeten we ook inzien dat de slavenmoraal slechts zwakte, zelfontledingen en medelijden voorgebracht heeft en dus tegenover de rechtvaardige natuur staat. De psychologie is van die zwakte en medelijden een voorbeeld. Met de ommekeer, veroorzaakt door alcohol, die aangevoerd wordt door de joodse priesterklasse en voltooid door het christendom, krijgt het goede niet het slechte tegenover zich, maar het kwaad. En daaronder valt alles wat de drinker van de rechtvaardige mens gespiegeld krijgt. De slaaf krijgt een “ik”.

 

De slavenmoraal maakt het menselijk handelen tot een reeks beslissingen die genomen worden door een abstract “ik”. Een ik dat niet meer verantwoordelijk gesteld kan worden maar wat daardoor zijn schuld wel ontkent. De slavenmoraal maakt het handelen los van de persoon. Dit verklaard het succes van de joods-christelijke religieuze ideologie, die de rechtvaardigheid ondergeschikt maakte aan een hemels regime, de dronken staat, en dat oordeel. Om rechtvaardig te worden genoemd moet een beslissing in vrijheid genomen zijn. Maar als beslissingen genomen worden in dronken staat, dan is er sprake van onvrije oordelen - van recht dus- en niet van rechtvaardigheid. Want als we zonder alcohol oordelen dan is het moment van dat oordeel exact het moment dat nieuwe regels uitgevonden worden en dat is bij de slaaf niet meer het geval. Daarom kan een beslissing van een slaaf nooit rechtvaardig zijn.

 

Nemen we deze consequenties in ogenschouw en maken we een onderscheid tussen dronken en niet dronken zijn, dan zien we ook dat mythische geweld in democratieën verborgen wordt gehouden waardoor de democratie onzuiver is. Door mythisch geweld kan bijvoorbeeld de holocaust van de joden zijn én van hun wetten. De rechtvaardige daar tegenover zou in morele zin de holocaust kunnen zien als goddelijk geweld. Maar dat mag niet. Daarom ontneemt Wilders de moslims het geloof en noemt hij het een ideologie en dat houdt hij ons voor op basis van “klare wijn”. Maar de holocaust zou ook juist voor ons slaven aanleiding moeten geven om te kijken of wij persoonlijk medeplichtig zijn.

 

Slavenmoraal schiep op deze wijze gezamenlijk een tegencultuur die de wereld van de rechtvaardige tenslotte wist te overwinnen. Ook fysiek geweld is nadat David Goliath versloeg tot de wetten gaan behoren. Hoe sterk de rechtvaardigen ook waren, zij legden het af tegen de alcoholdrinkers, de priesterkaste en  hun alcohollobby. De zelfgenoegzame en ontremde kaste gebaseerd op alcohol was op den duur sterker dan de rechtvaardige kracht, omdat zij deze laatste door ontwikkeling van promillagebewustzijn ondermijnde. En promillagebewustzijn is de rechtvaardige, die oprechtheid tot zijn grootste deugden rekent, nu eenmaal vreemd.

 

 

 

 

 

Uitsluitend voor trouwe bezoekers van mijn artikelen.

dinsdag 9 maart 2010 15:23

seksualliteit, actualiteit, rk kerk, priesters, alcohol, artikel2006


Men vraag mij wel eens……………..


Hoe komt het dat jij zo geworden bent? Zo schrikkerig en zo zenuwachtig. En dan weet ik even niet hoe ik zal beginnen omdat de werkelijkheid te complex is. Ik voel me echter voor het eerst gedwongen iets van de sluier op te lichten. Dit komt omdat ik geconfronteerd ben geweest door reacties in het blogverkeer. (het kan verkeren) Ik neem dus geen deel aan discussies en beperk me tot reacties op een afgerond product. Op mijn eigen blog zal ik netjes antwoorden geven op de meldingen met betrekking tot mijn oprispingen neergelegd in de artikelen die ik overigens met veel genoegen schrijf voor een ruimer publiek. Ik begin dan ook langzaam weerbaarder te worden en hervind enig vertrouwen in de Ander en ook in mezelf. Maar daar is niet alles mee gezegd.

Zo begon vier jaar geleden een artikel van mijn hand waarbij ik me verontschuldigde voor mijn iets wat kritische houding tegenover alcohol. Er is inmiddels veel gebeurd. Voor mij is alcohol echter de rode draad van de meeste van onze huidige problemen en de problemen zoals die uit de geschiedenis zichtbaar zijn. In Rusland bijvoorbeeld is de gemiddelde leeftijd van een man gedaald naar 58 jaar. Als we zien dat, dat voor onze jeugd ook weggelegd is dan hoeven we ons nou niet zo druk te maken over een AOW leeftijd van 67. In 2006 heb ik al geprobeerd het promillagebewustzijn onder de aandacht te brengen om daar enig inzicht in te geven en daarbij wat praktijken te beschrijven. Ik bied dezelfde tekst ongecensureerd nog eens aan en vraag u wat u bijgedragen heeft om gedrag voortkomend door alcoholgebruik te ontmaskeren?

 

 

=============

 

“Dus beleef mee……………….

Ik ben twee vrienden en een vriendin respectievelijk, 38, 47 en 45 jaar verloren aan alcohol gebruik. ( uit respect voor de nabestaande ga ik hier niet verder op in) Misbruik hoor ik u al zeggen, maar wat is waar. Volgens mijn vrienden geen misbruik, en daarmee is al essentie één van alcohol aangegeven. Onverschilligheid. Een andere essentie is de leugen. En ook ik kan nu pas toegeven dat ook ik veel, veel te veel, gedronken heb. Mijn centraal en perifeer zenuwstel is gesloopt. Maar ik sta nu inmiddels vier jaar droog zoals men dat noemt en ik kan u vertellen dat er een nieuwe wereld open gegaan is.Vaak was ik de aanstichter van ongelimiteerde feestjes met veel alcohol. Het was immers ‘all in the game’ maar nu ik niet meer verslaafd ben kan ik mijn alcohol drinken pas zien als een verschrikkelijke lange, eeuwigdurende vlucht.

Alcohol heeft door de eeuwen heen een enorm succes geboekt. De laatste 50 jaar is het verschijnsel van alcoholgebruik explosief gestegen. Later kan gezegd worden dat in die en die tijd de explosie heeft plaatsgevonden en men onderbouwt deze stelling dan door naar consumptie cijfers te kijken van nu, die een alsmaar stijgende verkooplijn laten zien.
We dompelen ons onder in onschuld, en hebben een houding ontwikkeld die aangeeft dat een ieder, het zelf maar moet uitzoeken. Geen voorlichting zoals bij seks, maar keiharde confrontatie met alcohol in de maatschappelijke ruimtes. Thuis was ik nog nooit met alcohol geconfronteerd geweest, omdat er in mijn familie niet gedronken werd. Althans als er een verjaardagsfeestje was stonden er vier flesjes in de kelder, drie kleine groene flesjes en een bruin. Dat bruine was voor mijn peetoom en ik was in de veronderstelling dat hij een bruin flesje kreeg vanwege dat feit.

Toch begon mijn avontuur met alcohol al op negen jarige leeftijd. Misschien moet ik zelfs eerder beginnen want vanaf mijn zesde jaar was ik misdienaar en schonk ik de priester water en wijn in zijn kelk. Zonder een notie te hebben wat ik schonk. Maar dat schenken had toen al iets magisch omdat het bloed van Christus werd genoemd. En ik zag dat wat ik schonk er niet rood uitzag zoals ik dat van bloed wel kende maar durfde geen vragen te stellen.
Ook het Christendom heeft mij niet kunnen overtuigen dat wijn (lees alcohol) gedronken kan en moet worden omdat het, ‘het’ bloed van Christus is. Hier bleef iets achter op mijn netvlies wat geen oplossing kende, want wat was het nou, bloed of wijn?

In de stallen van het vee van de congregatie kreeg ik op negen jarige leeftijd een glas wijn en een sigaar en daarvoor wilde de geestelijke in mijn broekje aan mijn piemel voelen. Waarschijnlijk heeft de alcohol mij toen geraakt want ik ben gevlucht uit de hof van eden en maakte voor het eerst mee, dat je helemaal kon veranderen door wijn te drinken. Ik had geen enkele notie van wat alcohol was, druivensap was mij ook goed geweest want ik wist van geen toeten of blazen. En ik heb dus de volgende beleving, op enkele momenten na, altijd voor me moeten houden en is daardoor in mijn lichaam gegrift.

“ Ik liet de eerste slok wijn mijn tong passeren en kreeg een indruk van de smaak. Het smaakte anders dan dat het rook. Niet bijzonder lekker maar ook niet vies.( het was licht zoete witte wijn) Verder voelde ik niets en nam nog een slok en nog een totdat het glas leeg was. Ik voelde even later een ongekende opgewondenheid in me opkomen en werd er onrustig van. Ik wilde het beleefde terug draaien maar dat lukte me niet. Op dat moment had ik het gevoel dat ik dood zou gaan en dat ik mezelf flink in de steek gelaten had. Mijn gedachten en fysieke omstandigheden waren veranderd en ik moest wachten tot de wijn weer uit mijn lichaam verwijderd was zodat ik mezelf weer als oorspronkelijk kon ervaren. Onderwijl veranderde alles, mijn gedrag(lopen, lachen, huilen alles tegelijk) mijn lichaam voelde slap en er ontstond een eigenaardige situatie die gekenmerkt werd door onverschilligheid en dan weer onzekerheid. Maar gelukkig was die geestelijke nog daar. Het duurde voor mijn gevoel een eeuwigheid en die ander heeft mij er doorheen geholpen door rustgevende woorden te gebruiken en te beloven dat alles weer goed zou komen. Maar het leed was geschied. Ik had een nieuwe ervaring opgedaan die me nog lang zou heugen.”

In het geheugen zijn emoties onuitwisbaar. Emoties kunnen pas bekend worden na het bewustzijn dat is ontstaan. Nooit meer doen was mijn eerste reactie op mijn ervaring. Emoties worden ervaren als er iets plaats gevonden heeft in het lichaam. In dit geval het drinken van alcohol. Wat gebeurt er als er een beeld verschijnt uit de neurale patronen die de veranderingen in lichaam en hersenen uitbeelden?


Emoties treden op binnen het lichaam en niet erbuiten. Alcohol drinken is een zaak van buiten naar binnen. Emoties vinden echter binnen plaats omdat het bepaald wordt door de chemische stof. De hersengebieden worden geactiveerd. Vervolgens heeft de stof een uitwerking op de bloedbanen, het zenuwstel en het netvlies. Een uitwisseling van intern opgedane emoties met de wereld buiten me, was onvermijdelijk.
Alcohol zorgt ook voor afwijkend gedrag en afwijkend gedrag valt op. Zo doe ik ook de ander iets aan. De ingriffing in de hersenen was een feit. Ik kon en kan er niet omheen dat de alcohol ervaring in mijn geheugen zat en nog steeds zit. Ik voel een woede opkomen als ik bedenk wat de alcohol heeft aangericht. Een drie dimensionale ervaring doet zich voor als ik het fenomeen alcohol laat verschijnen. Hoe zag dat eruit? Ik voelde de angst in me opkomen omdat ik me bewust werd van de verschijnselen van alcohol. Kolkend bloed, ontregeld zenuwstel en een veranderd bewustzijn.


Niets leek meer op mijn lichaam en de alcohol bracht me in een verhoogde staat van waakzaamheid. Wat gebeurt er nog meer met me, vroeg ik me af en kom ik hier nog ooit vanaf. Mijn hersenen, zo denk ik nu, moesten vechten tegen een niet lichaamseigen stof en werkte op volle toeren om verschijnselen veroorzaakt door het gif in de voorstelling te nemen en te verwijderen. Met alle geweld wilde ik bij de les blijven. En die ervaring had zoiets als de ‘ survival of the fittest’ moet zijn.Opgewonden snakte ik naar herstel en rust.

Ik had geen schade opgelopen door de handelingen van de geestelijke (het was een lieve zachte man) maar dit wil niet zeggen dat er niets gebeurd is wat schadelijk werd.
Het verbod op bekendmaking van de voorvallen heeft me aardig in de war gebracht. Ik bleek iets gedaan te hebben wat het daglicht niet mocht zien. Ik bleek iets gedaan te hebben wat tot laster kon leiden. Om dat te voorkomen hield ik mijn mond dicht. Omdat laster niet mocht en seks stiekem moest zijn ontwikkelde ik een vreemd soort autisme. Handigheid daarin maakte me schuldig en dat was de éérste keer dat ik het gevoel kreeg dat de onschuld voor goed verdwenen was.

Drinken, roken en seks werd voor mij iets wat je stiekem doet. Maar daar tegenin, werkte de alcohol juist omgekeerd. Alcohol maakte me toen al onverschillig en dan moet je oppassen dat het stiekeme niet aan het licht komt. Maar ook dat verhoogde de spanning. Zo werd ik dus opgejaagd.
Verdringen kost namelijk energie en dat merkte ik toen al. Alcohol daarentegen jaagde me op. Deze elkaar tegenwerkende eigenschappen loste ik op door te vluchten in een imaginaire orde die de voltooiing werd van het autisme en het definitief kwijt zijn van de onschuld.

Mijn bewustzijn zou en moest onder controle gebracht worden omdat een ongebreideld spreken de dingen aan het licht zou brengen, die geen licht mochten zien. Ik had thuis nooit meegemaakt, dat ik over iets niet mocht spreken. Er was juist veel aandacht voor het uitspreken in alle onschuld. Voor mij onlosmakelijk verbonden met gezelligheid. Zo leerden we tolerant te zijn tegenover elkaar, een eigenschap van de natuurlijke roes en een eigenschap van mijn ouders.

Maar het verbod van de geestelijke gooide in die vertrouwde sfeer aardig wat roet en het zou nooit meer zo zijn zoals het daarvóór was. Ik voelde me verleid en vervolgens bedrogen door de alcohol maar kon dat dilemma op die leeftijd niet aan. En na verloop van tijd bleef ik weg omdat ik het niet aankon.
En voor dergelijke activiteit zou ik later in het leven vaker besluiten, als ik dan weer alcohol gedronken had. Alcohol bleef verleidelijk maar werd ook een vlucht. Ook voor de dood van mijn vrienden en dierbare vriendin. Nu drink ik niet meer, maar ik heb daarvoor wel mijn leven als vlucht in de alcohol moeten zien.
Tijdens mijn gebruik was mijn leven onbegrijpelijk en niet aangenaam, nu is mijn leven complex maar aangenaam, omdat ik weer een deel van de onschuld herwonnen heb in, de natuurlijke roes en de verlossende woorden.

Verantwoording.

Omdat ik, nu ik niet meer drink, pas begrijp wat de niet drinkende Indonesische mensen bedoelde met, “Je kunt ze niet vertrouwen.”, heb ik tegen alles wat met alcohol van doen heeft een natuurlijk wantrouwen ontwikkeld. Soms is dat wantrouwen niet terecht, en dat is steeds moeilijker uit te maken. Maar meestal is dat wantrouwen wél terecht en beschermt het mij tegen ongelukken. Ik leeft tenslotte in een samenleving waarin 85% van de bevolking zich schuldig maakt aan deze specifieke vorm (ook wel genot genoemd) van zelfbedrog. Maar omdat ik ook weet hoe het is in een samenleving te zijn waar geen alcohol gedronken wordt en dus ervaringen heb met die condition humain heb ik een zeer fijn gevoel ontwikkelt voor overdrijving, promillagebewustzijn en promillagegedrag. Maar omdat ik niet weet of een blogger aan de andere zijde dronken is ‘tijdens’ een discussie, zie ik er vanaf. Pure zelfbescherming dus. Ik hoop dat u hiervoor begrip kunt opbrengen. Uw toegenegen Henk.”

 

============

 

 

Ik ben nu vier jaar verder en heb van mijn collega’s hier op het VKblog  geen noemenswaardige solidariteit meegemaakt. Nu het onderwerp kerk en seksualiteit actueel geworden is, vallen we over de ene verontwaardiging na de ander. Ik mag echter vanuit mijn perspectief concluderen dat het VKblog als nieuwswaarde en onthullend medium zwaar overschat wordt. In mijn geval is het zelfs van nul en generlei waarde gebleken. We waren te veel bezig met waarden en normen van een andere geloofsgroep. We hebben dat echter gedaan door voortdurend naar een splinter te wijzen zonder de eigen balk uit het oog te halen. Maar kan dat wel anders als we ons niet van het promillagebewustzijn ontdoen?

 

 

 

 

 

 

Alcoholgeschiedenis (2) Dionysos bruid.

zondag 7 maart 2010 23:47

alcohol.psychose, dionysos, waanzin en verlossing

Met de ‘mens’ is ook de tragedie geboren aldus Nietzsche. Dieren kennen de tragedie niet. En met de tragedie laat de mens toe dat hij zich vervreemd van zijn natuur. Hij gaat namelijk alcohol drinken. De mens blijkt hierdoor juist de grote verzaker te worden van de opdracht: “te worden die hij is”. Hij neemt namelijk alcohol tot zich en wordt iemand anders dan die hij is. Dualiteit binnen de mens is een feit.

 

Dat verzaken, om te worden die je bent maar nog niet kunt zijn, is een vorm van promillagegedrag en vertoonde onverschilligheid op basis van promillagebewustzijn. Behoren versus Zijn komt hierdoor ook in een nieuw daglicht. En de mens zadelde zich op met een dilemma van de eerste orde. De slaaf, zo blijkt uit de geschiedenis, is echter koning geworden en zo overheerst dus het promillagebewustzijn in onze samenleving en het daaruit voortvloeiend promillagegedrag.

 

Dit onderscheid, tussen behoren en zijn, kan de mens dus ervaren  door alcohol te drinken. “Wordt dronken” is een opdracht en verwijst naar behoren terwijl dronken verwijst naar een ander vorm van zijn dan het natuurlijk zijn. Hierdoor ontstond er onderscheid tussen zijnde en zijn. Zonder alcohol zijn de dingen gewoon zoals ze zijn en hoeven ze ook niet iets anders te betekenen. Daar kwam echter verandering in door het drinken van alcohol omdat vanaf toen schone schijn geproduceerd werd. Bovendien kreeg de dronkaard voor het eerst de mogelijkheid om een Ander lichaam te kolonialiseren. Met andere woorden: de drinker vertrekt en doet maar wat terwijl hij een nuchter lichaam opscheept met zijn onvoorspelbare fratsen. De drinker dwingt een ander lichaam tot handelen in verhoogde waakzaamheid. Denk aan bestuurders van taxi’s bussen trams, treinen, aan ambulancepersoneel, brandweer en andere orde handhavers en hulpverleners als de rest van de samenleving gewoon drinkt.  

 

Van de drinker uit gezien dient het lichaam dus te voldoen aan een behoren in plaats van een zijn. Althans dat is zijn idee. De alcoholpsychose van de drinker dwing tot maatregelen die niet nodig zouden zijn als er niet gedronken werd. Deze maatregelen konden overigens enkel ontstaan door preoccupatie met de ideeën en de daaraan ontleende macht van kennis. Aanvankelijk weigerde men dan ook om met de dronkaard aan tafel te gaan zitten. En ook Nietzsche’s kennis was, dat een glas alcoholica voldoende was om van het leven een tranendal te maken. De hand van de rechtvaardige trilt niet, zegt hij, op het moment dat hij als rechter de weegschaal vasthoudt. Dus wat heeft de mens zo onzeker gemaakt?

 

In de Dionysos-cultus werden pogingen gedaan de Griekse oudheid opnieuw zichtbaar te maken maar dan vanuit alcohol. We weten dat het alcohol was  want Dionysos was sinds Noah de god van de wijn. De Semieten zijn met het promillagebewustzijn opgezadeld sinds Sem als enige de zegen kreeg van Noah na een alcohol incident. Ja toen al. De gevolgen waren er echter niet minder om want de drank kreeg en koor en bijval. Men kwam namelijk samen om alcohol te drinken, om tijdens de dronk te vertrekken en om die extase te normaliseren. De barbaarse kenmerken van de koordans vindt Nietzsche dan ook vooral terug in de duisterste van alle mythes: de Dionysos-mythe.

 

De Dionysos-mythe handelt over een jaloerse vrouw een zwangere vrouw en een goddelijke man. Zeus, een god en de man in deze, had Semelè een vrouw bezwangert. Semelè staat in de Griekse mythologie bekend als de moeder van Dionysos, maar pas nadat Dionysos opgenomen was in het pantheon. Pantheon is het verblijf van de goden. Of er van overspel sprake was wordt niet duidelijk. Wel was duidelijk dat de goden in de nabijheid waren van alcohol. Maar de zwangerschap van Semelè wekte de jaloezie van Hera de andere vrouw op. Hera wordt in de Griekse mythologie beschouwd als de zuster en echtgenote van Zeus en als koningin van de Olympus. Als koningin voelde ze zich bedreigd. Hera moedigde daarom Semelè aan om Zeus eens in een goddelijke staat te ontmoeten in de hoop dat ze dan zou beseffen wat de man vermag. De ware aard van de man zou door de alcohol naar boven komen. (Vandaar dat we nu nog steeds zeggen dat kinderen en dronken mensen de waarheid spreken) Semelè werd echter gedood door de schittering (lees, ware aard van dronkenschap) van Zeus. Zeus redde nog het ongeboren kind en stopte het in zijn dij tot het ogenblik daar was voor de geboorte. Dit symboliseerde het wachten op de oogst van de wijn. De heupflacon met alcohol is daar een overblijfsel van. Daarna werd de jonge Dionysos toevertrouwd aan Ino de zuster van Semelè. Dionysos ontpopte zich daar als een jonge god van de wijn. De jaloerse Hera liet het er niet bij zitten en bewerkte het hele gezin tot aan krankzinnigheid. Wijn was immers de drank die gebruikt werd om mannen te verleiden en het was ook een prima hulpmiddel voor gifmengsters. Omdat aan de wijn vaak allerlei kruiden toegevoegd werden kon het gif verdoezeld worden en zo herstelde  de jaloerse vrouw haar greep op de familie. Er werd gedood en men pleegde zelfmoord. Ino’s echtgenoot Athanas doodde in zijn waanzin zijn eigen zoon Learchos  en Ino sprong met haar ander zoontje in zee. Toch bleef na deze lessen de alcohol bestaan. Dionysos kwam terecht bij de nimfen van Nysa waar hij verder werd opgevoed. Daar komt Dionysos in goede handen. De nimfen dat waren de dochters van Zeus voorgesteld als jonge mooie dansende meisjes. De wijn raakt betrokken op de dans en mooie meisjes. Prostitutie ziet het licht. Waar de wijn toen al op uit was. Veel weerstand kwam Dionysos tegen in het leven. Alcohol werd toen lang niet overal geapprecieerd. De meeste mensen weigerde dan ook zijn goddelijke afstamming te erkennen. Maar toen hij volwassen werd zette hij zijn zegetocht voort in Azië. En vanuit Azië in optocht naar Griekenland. Maar toen was het leed al geschied.

 

Want het duistere van de Dionysos-mythe, is gelegen in de Dionysos-cultus, wat door moet gaan als een toonbeeld van nieuwe vrijheden. De nieuwe vrijheid was, het bij elkaar komen om samen alcohol te drinken en dronken te zijn in plaats van samen na te denken. In je eentje is er niks aan moet men toen ook al gedacht hebben. Dus cultiveerde men alcohol en men kwam samen om te drinken en te lachen om de baarbaarse en absurde gedragingen. Ze gedroegen zich daarna als beesten en ze verkleden zich met dierenhuiden en maskers. Het huidige carnaval is er een overblijfsel van. Maar toen, en ook nu nog, is de “eenheid van handeling” en de kern van de tragedie: samen drinken. De mens ging zijn dronken staat zelfs regisseren. Plato schepper van de ideeënwereld is door de voorstelling van de opgang de eerste regisseur. Hij stichtte zelfs een school.

 

De psychotische mens werd een vermakelijk verschijnsel. Maar daarmee ontsloot ook het erin wonende “innerlijke en verschrikkelijke van de natuur”. En een logisch tegenwicht werd noodzakelijk. Dit tegenwicht kennen we als het apollinische. Het apollinische leverde de schijn als tegenhanger van Dionysos op en komt voort uit de behoefte aan rust en beheersing. Dionysos appelleerde door zijn innerlijke verschrikking  bij de mens op overdenking en orde. En nog zien we vaak dat de drinker zich zodanig gedraagt, dat hij de volgende dag na overdenking zich alleen maar kan schamen en verontschuldigen.

 

Daarom is juist die taal van de beheersing noodzakelijk geworden. Dionysos heeft “Apollon” nodig om evenwichtig te zijn aldus Nietzsche. Maar dat het apollinische, “langs de leidraad van die causaliteit tot in de diepste afgronden van het zijn zou kunnen reiken, en dat het denken niet alleen gekend maar zelfs verbetert zou kunnen worden”, blijkt na de dronk een “diepzinnige waanvoorstelling”. Want men suggereert dat een hypothetische werkelijkheid mogelijk is tussen de natuurlijke staat van het lichaam en de dronken staat van het lichaam. En dat maakt het psychotisch. Deze twee staten respectievelijk Dionysisch en apollinisch zijn in de grond zelfs incommensurabel. Dus “God zegen de greep” werd noodzakelijk en God kwam in de mode als bewijs van de hypothetische werkelijkheid. En het hypothetisch handelen normaliseerde zich in de school van Plato en wordt door Nietzsche ontmaskerd als slavenmoraal. Zie hier de geschiedenis van de alcoholpsychose uiteengezet.

 

We kunnen deze uitspraak van Nietzsche telkens verifiëren als we kijken naar iemand die alcohol drinkt. Maar we doen het niet meer omdat we zelf mee zijn gaan drinken en lid geworden zijn van de Dionysos-cultus en van dat ene grote koor. We verdisconteren de psychosen zelfs in het samen drinken en leggen het ook aan anderen op. Want de God Dionysos wordt nog steeds bezongen en geëerd ook al kennen we hem niet meer uit de mythe. We doen nog steeds maar wat en we zien horen,voelen en ruiken het promillagebewustzijn niet meer. En juist daardoor zien we ook de tragedie van alcohol niet omdat we alcohol koesteren als “Dionysos bruid”, als het meest in onze nabijheid zijnde, maar waarvan we ook het meest afhankelijk zijn.

 

 

 

Agnes Kant gerehabiliteerd.

zaterdag 6 maart 2010 17:30

emoties, jounalistiek, agnes kant, politiek

Je moet de dingen wel in proporties kunnen blijven zien en niet met een half oog naar onze samenleving kijken. Zo moet ook Agnes Kant gedacht hebben na haar publieke beoordeling door de pers. Emojournalistiek en onderbuikjournalistiek viel haar ten deel. Gelukkig zag ze dat zelf ook in en hield de eer aan haar zelf. Dat Wilders wel door kan blijven gaan nadat bij hem de gaten in zijn psychose geschoten zijn, en zijn toon alsmaar grilliger wordt, wil nog niet zeggen dat je dat ook moet blijven doen vanuit gezond verstand. Agnes koos voor het gezonde verstand. Ook zij had goed gezien dat je in journalistiek Nederland geen vergelijking mag maken met de situatie van voor de tweede oorlog en Wilders nu omdat dat domein aan de joodse journalistiek toebedeeld is.

 

Net zo scherp als de politieke analyse van Kant was ten aanzien van het neoliberalisme en hun schuld bij de crisis, zo scherp was ook haar analyse over de onomkeerbaarheid van het journalistiek geweld in Nederland dat haar tot aftreden heeft doen besluiten. Ze had dus een journalistieke doodzonde gepleegd, maar politiek gezien moet je alle politieke situaties met elkaar kunnen vergelijken. Dat recht schijnt alleen Wilders toe te komen als het aan de Nederlandse pers ligt. Toch werd haar vergelijking van nu met de situatie van voor de tweede wereldoorlog haar kwalijk genomen. Ze had een joods journalistieke spruitjeslucht over zich heen gekregen en er werd op de vrouw gespeeld door van haar een schreeuwerig en potig wijf te maken. Ook het blog van Camus getuigde van die spuitjeslucht.

 

Gast bij Camus: “Agnes ging de laatste tijd gewoon de fout in, ze wilde de zaak overschreeuwen en dat werkt noot, Ze had zon goede leermeester gehad. Jammer voor de partij

 

Camus 05-03-2010 16:15

 

Overschreeuwen en je mee laten slepen met emoties die in een dabat ontstaan is niet tactisch. Maar juist die gladde palingen Balkenende, Rutte, Van Geel, Wilders en in mindere mate Pechtold komen in deze tijd goed weg. Ze komen overal mee weg, jarenlange mediatraining achter de rug en de beste spinners werken voor hen. Op argumenten gaan ze nooit in, op de mediatraining is les 1 dat je nooit de vraag van een journalist moet beantwoorden, maar altijd je eigen verhaal moet vertellen. Het is een vak en Agnes Kant beheerste dat in mindere mate, jammer genoeg.

 

Daarop reageerde ik als volgt op:

 

“Wat een onzin Camus. Agnes Kant is de enige politica met rechtvaardige emoties. Ik kon me helemaal vinden in de plaatsvervangende woede van haar  tegenover een stijf van de pillen slikkende en psychotische Wilders. Ik houd wel van vrouwen die zich kunnen laten gaan en weten waarvoor ze staan. De passie van Kant beviel me wel. Jammer dat journalistiek Nederland dat niet kon invoelen.”

 

Even later zie ik dat Camus mijn reactie verwijderd heeft. Journalistiek Nederland sluit ook uit dacht ik toen nog. Ik vroeg me af hoe partijdig en gevoelig Camus zelf zou zijn. Want als ik met louter stille tekst bij hem zoiets oproep dat mijn reactie verwijderd moet worden, dan begrijp ik zijn oordeel over schreeuwerigheid en Agnes Kant niet zo goed. Want waar het in feite om gaat zijn tenslotte enkel de woorden. Dus hoe mag het dan wél gezegd worden. En ik wilde Camus vragen of hij dan niet gezien had dat er een authentiek mens achter die woede zat. Want als je iemand niet op die emoties aan kunt spreken, wil dat nog niet zeggen dat je het gezegde niet op hoeft te nemen in de overwegingen. En de overwegingen vind ik bij Kant zuiver en oprecht. Ik wilde dat allemaal in een nieuwe reactie aan Camus laten weten. Maar ik bleek zelfs een ban gekregen te hebben.

 

Camus heeft niet in de gaten dat een ban een journalistieke daad is en hij dus uitsluit zonder de dialoog aan te gaan. Dat laatste wijst op politieke voorkeur. Rechts gaat namelijk nooit de dialoog aan omdat ze het woord willen bepalen op voorhand. En die woorden werden toen al met bepaalde emoties begeleid vanaf het moment dat Wiegel met zijn alcohol de politiek inkwam. Promillagegedrag ziet in de politiek het licht. Maar dat wil niet zeggen dat normalisatie, van door alcohol bepaalde emoties, de norm behoort te zijn.

 

Men kan wel degelijk kwaad worden als de rotzooi en de puinhoop die rechts er de laatste decennia van gemaakt heeft ook nog eens financieel afgewenteld wordt op de niets vermoedende burger ten koste van de eigen boterham en leefomstandigheden.

Daarom laten we maar eens kijken of we die neo-liberalen niet over de emmer kunnen krijgen. Laten we eens aan hun spaarcentjes van 284 miljard euro komen. En dan eens kijken wat emotionaliteit is.

 

Ik heb je goed begrepen Agnes omdat ik verder heb kunnen kijken dan emoties. Emoties zijn in feite complexe verzamelingen chemische en neurale reacties. Alle emoties hebben een regulerende taak en zijn er op gericht om op een of andere manier gunstige omstandigheden te scheppen voor het zich uitende organisme. Emoties gaan over het leven van het organisme, met andere woorden: over diens lichaam. Emoties hebben als taak het lichaam te helpen in leven te blijven. Laten we dus een beetje journalistiek respect tonen voor het feit dat Agnes haar nek zo uitgestoken heeft.

 

 

 

 

 

Vervolg dialoog over psychose van Wilders maar dan in taal voor PVVers

vrijdag 5 maart 2010 16:21

stemmingswisseling, wilders, alcohol, ideologie, actualiteit, psychose, politiek

Ook psychologie en psychiatrie hebben slechts woorden ter beschikking om een psychose te kunnen duiden. Zij dienen echter wel te verdisconteren dat alcohol stemmingswisselingen toebrengt. Dus, dat wat geduid wordt kan wel degelijk onder invloed van alcohol zijn en dan is een zekere vorm van psychose in dat handelen en duiden al impliciet. Een drinker krijgt namelijk een alcoholpsychose. Als 85% dat in een samenleving met de regelmaat doet dan is de samenleving socioschizoïde. Promillagebewustzijn versus natuurlijke roes is het gevolg.

 

Dat verklaard ook de geringe belangstelling voor het fenomeen Wilders als psychotisch object. Maar daardoor is hij niet minder gevaarlijk. En toch herkennen we onszelf in die man. Ergens is hij een van ons. Een van de vele drinkers. Inclusief psychologen en psychiaters maar ook andere politici zijn ook alcoholici. Wat wij van DeNatuurlijkeRoes vervolgens wél analyseren is de stemmingswisselingen in de taal die Wilders gebruikt.

 

Ook psychologie en psychiatrie hebben slechts taal als analysemateriaal. Wel hebben zij een geschreven geschiedenis waarin gedragingen geclassificeerd zijn, maar dat is meestal een legaliseren van impliciete dronkenschap geweest. Het is dus zaak ons van het promillagebewustzijn te ontdoen willen we tot een rechtvaardige psychiatrie kunnen komen. En ook over een rechtvaardig oordeel of deze stemmingswisseling psychotisch is of niet. We zullen daarom in ons geval terug moeten naar de gronden van uitspraken die door Wilders gedaan zijn. We moeten dat dus middels de toon en de woorden van hem doen. Laten we nog eens luisteren naar zijn woorden en toon van vóór de stemmingswisseling.

 

Dat “kleine beetje extremisme” is, dus door zijn woorden in een korte tijd wel heel erg opgeblazen tot “een islam als alles vernietigende ideologie”. Dat is niet alleen een kwantumloop in zijn geest maar dat veroorzaakt derhalve ook stemmingswisselingen in de samenleving. Wie weet precies wat Wilders met ideologie bedoeld  en vanuit welke ideeën komt zijn opvatting dan weer voort?

 

Ideeën zijn altijd verwerpelijk als ze de mens belemmeren vrij te handelen. Hieruit blijkt dus niet alleen het psychotische karakter van Wilders maar ook zijn onvrijheid. En een PVVer in de publieke ruimte, herhaalt weliswaar wat Wilders zegt, maar is na enige tegengas en kritiek ook weer zijn gronden kwijt. Het blijft dus een zwevende kiezer. Eerst Janmaat, toen Bolkenstein, vervolgens Fortuin en nu weer Wilders. Wie is de volgende volksmenner? Want de potentieel gevaarlijke ondemocratische groep blijft bestaan. Deze gang kan niet anders geduid worden dan psychotisch. Mensen identificeren zich nou eenmaal met het niet identieke en gebruiken dezelfde woorden om hun psychische gesteldheid aan te geven, maar komen telkens weer tot de ontdekking dat het maar woorden zijn die in de realiteit ook nog eens alle kanten op kunnen.

 

In het begin was er het woord en het woord was God. Althans dat zegt de jood en Wilders staat in die traditie. Hij gaat er nogal eens op bezoek. En dat legt hem geen windeieren. Want met een beetje vunzige woorden kun je ook heel veel extremisme veroorzaken in de psyche van de ander en in dit aards paradijs. Dat doet Israel ten aanzien van Moslims en dat doet Wilders ten aanzien van links Nederland. Daarom zullen Christenen en het CDA moeten kiezen.

 

Het woord van Wilders, zegt dus alles over een activiteit van een psychoot. Dat komt omdat een woord het lichamelijke niet vervangt. Daarom praat hij zo gemakkelijk over op knieën schieten of over kledingstukken van anderen. Dat is bij hem klare wijn. Maar valt een psychose zo wel te duiden als het ontdaan is van fysieke realiteit? Met andere woorden: kent de psyche wel een grens voor de drinker die zijn fysieke realiteit verdoofd met gif? En waardoor of door wie wordt die grens dan bepaald? Niet door “klare wijn”, want dat heeft het fysieke en de psyche al beïnvloed. Maar door wie dan wel?

 

De psychologie heeft, ook al weer met Gods instemming, want op basis van het woord, het woord in de leefwereld van een individueel lichaam verankerd door daar te bepalen dat er kennis kan zijn hoog in de hersenen. En psyche ziet het licht. En die psyche lijkt wel degelijk te beïnvloeden door sociale omstandigheden. Kijk maar naar normalisatie van taal en gebruiken in zuipketen of kroegen en disco’s, de meeste tv en radio programma's tot hier op het VKblog.

 

“Psyche”, er was toen nog geen enkele sprake van enige vorm van geloven, werd echter door Mercurius naar de godenwereld gebracht, nadat hij haar een beker ambrozijn had laten drinken. De gesteldheid die dat voortbracht werd psyche genoemd ofwel beneveld lichaam. Het promillagebewustzijn als gevolg van ambrozijn werd “genot” genoemd. Genot is echter een voltooide tijd en duid op een tekort aan genieten. Genot stelt een geschiedenis in omdat herhaling van het toedienen van alcohol noodzakelijk wordt voor genieten. Voorzorg denken komt in zwang en men neemt afschijn van het onmiddellijke geschikte en gewisse. Want daarvóór sprak de mens overeenkomstig zijn lichaam én belichaamde hij ook de taal. Dat is met het alcohol drinken dubbelzinnig geworden. Zo is de voorstelling van een alcoholpsychose gebaseerd op een stemmingswisseling. Alcohol constitueerde immers dualiteit. Nuchter versus dronken. Psyche werd dronkenschap genoemd en het lichaam goddelijk.

 

Apuleius (125 na Ch) beschrijft het in zijn “Amor en Psyche” als volgt. “Toen Mercurius psyche de beker ambrozijn gaf, zeide hij: “Neem dit”, “en wees onsterfelijk: en nooit zal cupido van deze verbintenis afwijken en dit huwelijk zal voor u van eeuwige duur zijn.” Hier wordt alcohol gefundeerd als liefdesdrank en voorgesteld als eeuwig durende psyche. Daarna werd een feestmaal aangericht. Op de hoogste plaats lag de jong-gehuwde man, Psyche op zijn schoot omarmd houdend. En de nectarbeker werd ook Jupiter toegediend door dien boeren-jongen, zijne bekerdrich, den overigen echter door Liber. Liber, is de god van de wijn en wijn is dus de psyche van de liberalen. Apollo zong bij de Cither: Venus danste ene schoonen dans met treden in één maat met de zoete muziek; het toneel was echter zo ingericht dat de muzen in koor zongen, Satyrus in de pijpen blies en Pansicus op zijn fluitje tjuiterde. Zoo huwde Psyche naar behoren met Cupido; en hun wordt na rijpe uren eene dochter geboren, die wij genot noemen.”

 

Dit huwelijk heeft slechts tot stand kunnen komen door de woorden geest en ziel, in het lichaam te plaatsen én aan een God, Liber in dit geval, toe te schrijven. Het had namelijk ook Dionysos, de wijngod van de Semieten kunnen zijn, de vader van Liber. Alles is mogelijk vanuit klare wijn. De mens had zich namelijk al in de steek gelaten. En de psychologie zegt daarom nog steeds dat juist die “God” oneindig is, maar zij doen dat dan wel met steeds meer woorden. De dronkaard spreekt wetenschappelijk. En voor die vluchters, zijn verbeeldingen van woorden oneindig, want de god van de alcohol is oneindig. We kunnen immers in de ultieme vlucht telkens dronken worden. Zo hebben we door Wilders “klare wijn” onze psyche laten beïnvloeden omdat we zelf te dronken zijn om kritisch te blijven.

 

En dat waren we tijdens de crisis voor de tweede wereldoorlog ook. En als de dronkaard iets aan invloed heeft op de geschiedenis dan is dat de herhalingsdrang want het actuele onbesmette bewustzijn kent geen herhaling en is onhistorisch. Maar waar denkt een drinker het eerste aan? Aan klare wijn! En wat wordt dan met genot bedoeld? Het psychotisch gedrag van een alcoholist. Het is bovendien een infiltreren in de gebruikelijke talige omgangsvormen maar dan vanuit een promillagebewustzijn. Een verschijnsel wat door Wiegel in de politiek gebracht is en door de VVDers verankerd is.

 

Het gaat dus niet alleen om hetgeen Wilders in Woorden uitdrukt, want die kan hij zelfs in alle tegenstrijdigheid gebruiken. Zie zijn stemmingswisseling. Het gaat ook om de expressie van Wilders die van hem een onbetrouwbaar persoon maakt waar alleen maar ruzie mee te krijgen valt omdat hij zijn psyche wisselt met de omslag van een dronkaard. En die een omslag daarna ook nog eens buitenproportioneel opblaast.

 

Er zijn mensen voor geringere psychoses opgesloten. In een nuchtere staat, is een ideologische omslag van dat kaliber zoals bij Wilders hierboven het geval is niet te begrijpen. In het leven rusten veranderingen op de gewisheid van een niet door alcohol beïnvloed lichaam. Ideologieën zijn daardoor altijd aan gene zijde en worden voorgespiegeld aan niets vermoedende burgers. En is ook die psyche beïnvloed door een alcoholgeschiedenis dan zie je niet meer wat er gebeurd en raken we los van de realiteit  omdat de ideeën van Wilders alle kanten op kunnen.

 

 

 

 

 

Metafysische waanzin.

woensdag 3 maart 2010 14:52

Waanzin, Wilders, filosofie, metafysica, dood

 

Voor mij is de krankzinnige al lang gerehabiliteerd, ondanks de vele pogingen van anderen om hem onschadelijk te maken. Zijn tegenstanders trekken geen conclusies uit zijn opvatting over metafysica waar alles als illusie verdwijnt. Want de bril waardoor zij kijken tovert slechts een schijnwereld met een toneelachtergrond als “wereld op zich zelf”. En omdat de metafysica gaat over de fundamentele dwalingen van de mens, maar dan zodanig alsof er fundamentele waarden zouden zijn, gaat zij dus ook niet verder dan het sublimeren van een ziekelijk narcisme. Een type van lijden wat alleen kunst kan worden door hysterisch te worden. Zie Wilders met het moslim vraagstuk.

 

De hysterie, appelleert op de lachwekkende illusie alsof we boven de vergankelijkheid van het leven uit kunnen stijgen. Nietzsche realiseerde zich dat. In zijn boek “menselijk al te menselijk” omschrijft hij het zelf als volgt: “Het hele menselijke leven is diep verzonken in onwaarheid; de enkeling kan het niet uit zijn bron omhoog trekken zonder daarbij in het diepst van zijn hart woedend te worden op zijn verleden, zonder zijn huidige motieven…ongerijmd te vinden en zonder zijn hartstochten….aan hoon en verachting prijs te geven….er zou alleen nog maar een denkwijze overblijven, die als persoonlijk resultaat van wanhoop, als theoretisch resultaat van filosofie van vernietiging met zich mee zou brengen.”

 

Hieruit blijkt dat Nietzsche zich terdege bewust was van de grondslagen der metafysica, van het lijden eraan, maar ook van het fysiologische karakter ervan. Dat komt omdat Nietzsche bovenal filoloog was en van eeuwige waarden niets moest weten. Want Nietzsche komt zichzelf in de taal te boven, ook in de periode dat hij zelf ziek was. Want niemand wist beter dan Nietzsche zelf wat de rug krommen was en het hoofd buigen voor de macht van de geschiedenis.

 

Een Chinees jaknikken is van de mechaniek moet hij gedacht hebben en verzette zich tegen dergelijke dubieuze afgoderij van welke geschiedkonstruktie dan ook. Dit betreft mijn inziens ook zijn opvatting over zin en waanzin omdat hij metafysica ziet als een historisch lijdensproces wat als heilsgeschiedenis zich manifesteert en mystificeert. En dat alles vanuit angst voor de dood. Een metafysische dood wel te verstaan. Daarom zullen we metafysisch moeten leren sterven door het op te nemen tegen eigen bepaaldheid. Een te bovenkomen van het zelf waardoor we het ondragelijke en

zinloosheid uit het leven kunnen elimineren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In dialoog met Satuka over de psychose van Wilders. (deel 2)

maandag 1 maart 2010 22:47

wilders. actualiteit, wetenschap, politiek, psychose

Satuka zegt in een reactie bij mij waar ik Wilders psychose beschrijf,

 

"Zou het zo kunnen zijn dat jij vanuit jouw aversie t.a.v. alcohol alle vormen van ongeremd gedrag toeschrijft aan alcohol? Alcohol lijkt in elk geval wel jouw “zondebok” te zijn. Je haalt het er altijd bij."

Het is inderdaad zo Satuka dat na analyse vanuit mijn perspectief blijkt, dat in de meeste gevallen aan alcohol ontremming en psychotisch gedrag toegeschreven kan worden. En dat doe ik dan ook.  Misschien is het ook een kwestie van onder ogen durven en willen zien. Ik zou de waarheid geweld aan doen als ik dat niet zou doen. Denk bijvoorbeeld aan het bedreigen van ambulance personeel wat hoofdzakelijk door dronkaards gedaan wordt. Promillagebewustzijn en promillagegedrag domineert onze samenleving. Zie je vervolgens dat type gedrag als psychotisch gedrag, dan krijg je daar vanzelf een aversie tegen. En ik ben niet de enige. Dat wil overigens niet zeggen dat ik ontremming van andere drugs niet zie. Ook zie ik dat de andere drugs meestal door alcoholgebruikers genuttigd worden. Dus alcohol is wel de moeder van de drugs en daarom juist zo genormaliseerd. Dat maakt het niet minder beangstigend. Door dat laatste heeft alcohol ons in de macht en verblind ons want we overzien de effecten niet meer.

 

Alcohol, zo kunnen we om ons heen zien, ontremt toch ook (irak en alcohol) Satuka. Zoals ik gisteren aangegeven heb, ben ik zelf ook meerdere malen slachtoffer geweest van dronkaards die in hun ongeremdheid op mijn gezicht sloegen, ook is bekend dat er in Nederland 150.000 kinderen op jaarbasis door ontremde ouders mishandeld worden, dat 200.000 vrouwen door ontremde mannen geslagen, verkracht of vernederd worden. Daar hoor je Wilders niet over, terwijl dat toch ook “klare wijn” is. Het is een kwestie van prioriteiten zowel voor de politiek als de journalistiek in wat je herhaald en wat je doodzwijgt.

 

Dus “zondebok” of niet, het maakt niet zoveel uit, want jij ziet die impact van alcohol niet zoals ik hem zie of je kunt hem niet zien en daarom zeg je dat voor mij alcohol de zondebok is. En daar kan ik niet omheen. Maar ik kan je onmiddellijk laten zien hoe alcohol doordrongen en genormaliseerd is in ons taalgebruik want zondebok is een uitspraak afkomstig uit de alcoholcultuur. Het waren vanaf de Dionysoscultus de alcoholdrinkers die als verkleedde bokken met hun bokkenliederen de mens in zonde stortte. Vandaar het woord “zondebok”.

 

Met dit laatste voorbeeld heb ik je tevens laten zien Satuka dat ik niet degene ben die alcohol opzoekt en betrekt in het leven van de mens. Ik kan niet om alcohol heen ook al zou ik het willen. Maar vóórdat een alcoholdrinker dat ziet en zich van zijn promillagebewustzijn kan ontdoen, om zich in te kunnen leven wat de alcoholpsychose is, dan is hij al weer dronken en onverschillig. Als bovendien 85% van de psychiaters en psychologen die toch ook deze stemmingswisselingen bij henzelf  meemaken, over dergelijke psychoses geen uitspraken doen, wat is dan normaal en wat is dan waanzin? Wie maakt vervolgens uit wat een psychose is?

 

 

 

 

 

 

 

 

In dialoog met Satuka over de psychose van Wilders.

zondag 28 februari 2010 21:52

actualiteit, pvv, politiek, wetenschap, wilders, psychose

Beste Satuka, ik hoop dat je het niet erg vind dat ik publiekelijk de dialoog hervat over “de Psychose van Wilders”. Kort gezegd, ben jij het niet eens met psychose als kwalificatie voor Wilders. En inmiddels is het ook duidelijk dat je het niet eens bent met mijn opvatting over alcohol. Daarom voer ik het debat integraal. Het cursief is een deel van jouw reactie op mijn artikel. Het overige mijn reactie daarop.

 

Henk, met alle respect maar ik deel jouw visie op alcohol niet. Alcohol neemt remmingen weg, maar het is niet de enige stof die doet. Onze hersenen maken zelf ook stoffen aan die dat doen. Als daar een teveel van is (of als de prefrontale cortex zijn werk niet goed doet) zie je vergelijkbaar gedrag.”

Je hoeft mijn visie niet te delen Satuka. Liever niet zelfs want het zou de realiteit geweld aandoen. De realiteit wordt echter nog meer geweld aangedaan als er gedronken wordt. We verdragen van elkaar dat we vluchten terwijl we toch blijven zitten. Dus het delen van een visie tussen jou en mij zou alleen hooguit relevant zijn als we nog samen moeten gaan drinken want dan weet je het inderdaad nooit als je het niet op voorhand eens bent. Menig maal ben ik zomaar op mijn gezicht geslagen door een alcoholist die niet meer tegen mijn kritiek en mijn visie kon. En dat kwam mijn inziens omdat ze onverschillig geworden waren.

 

Maar dan kun jij als psycholoog zeggen dat het ook kan komen omdat ik kritischer geworden ben naargelang zij dronken werden. Maar daar hebben we niks aan. Feit is dat er met alcohol op, gedrag ontstaat wat je niet redelijkerwijs kunt verwachten. En dat is psychotisch gedrag. Geef me anders een andere definitie Satuka van psychotisch gedrag dan gedrag, wat normaal gesproken niet vertoont wordt.  

 

Wat Wilders betreft wijs ik naast zijn stemmingswisseling ook op zijn houding en gedrag in de 2de kamer. Op een gegeven moment werd het zelfs noodzakelijk een kamerbrede houding tegenover hem in te nemen om zijn gedrag af te kunnen wijzen. Ik heb over dat gedrag geen psycholoog of psychiater iets horen zeggen. Niet over zijn stemmingswisseling en niet over zijn extra vergaand gedrag terwijl er op de commerciële tv toch uitzendingen genoeg te zien zijn waar kinderen met dergelijk gedrag door een thuispsycholoog stevig aangepakt worden en zelf onder medicijnen worden gestopt. Men had bijvoorbeeld ook tijdig zijn prefrontale cortex kunnen onderzoeken dan was dit allemaal niet gebeurd.

 

Een drinker daarentegen wordt psychotisch omdat hij vertrekt terwijl hij toch blijft zitten. Die impliciete vlucht wordt door mij ervaren als een psychose. Dat komt omdat de vertrekker geen authentiek zelf meer heeft, het kan met alcohol namelijk alle kanten op. En dat is precies de aanduiding voor een psychose: iemand die alle kanten op kan. Doet de drinker dat bij iemand die nuchter is dan wordt de niet-drinker geconfronteerd met drinkers eenzaam vertrek, zijn verlies aan onderscheid, zijn verlies aan realiteitsbesef, verlies aan decorum, verlies aan maat, verlies van remmingen, opzettelijke verdoving van het lichaam, vergiftiging van de organen en een vertroebelde voorhoofdskwab waardoor a-sociaal gedrag vanzelfsprekend wordt. Dit is wel degelijk iets anders dan adrenaline ervaren als opkikker of endorfine als geluk. Op de vertoning van de alcoholist valt na afloop ook nog eens geen appel te doen omdat het geheugen gewist wordt tijdens de dronk. Hoe noem jij zo’n complex van gedragingen Satuka wat zo plotseling op kan treden in een omgeving zonder dat er voor gewaarschuwd wordt en zich toch voltrekt zonder verdere uitleg?

 

Satuka, vind je mijn kwalificatie van psychose onjuist of vind je alcohol als oorzaak van psychose onjuist? Kun je daar iets over zeggen?

 

 

 

Morgen bespreek ik het tweede deel van je reactie

 

 

 

 

 

 

Wilders en zijn psychose.

zaterdag 27 februari 2010 14:03

actualiteit, alcohol, psychose, politiek, pvv, wilders

Op mijn vorige artikel over Wilders en zijn psychose had ik 88 reacties. Nog nooit eerder was ik zoveel bezocht en werd er bij mij zo vrijelijk gereageerd. Veel onderbuik gevoelen en reacties alleen maar om te reageren viel me ten deel. Maar niet alles was onzin. Meestal kom ik bij reacties tegen dat de reageerder wat kwijt wil en zich vervolgens terug trekt. Dat bleek nu niet het geval. Twee serieuze pogingen werden gedaan om in een dialoog te komen omtrent de kwalificatie psychose voor Wilders stemmingswisseling. Arnold Kemp deed een poging maar werd vervelend getackeld door andere gasten en trollen uit Israel. Hij trok zich terug. Maar ook Satuka ging de dialoog inhoudelijk aan. En dat laatste vind ik een mooie gelegenheid om het een en ander omtrent Wilders psychose nog eens voor het voetlicht te halen. Al was het maar voor het voortschrijdende inzicht. Dus…………………

 

Beste Satuka,   

 

Ik heb mijn bezigheden gehad en ik had ook geen vervolg meer van reacties verwacht. De verrassing dat jij het was bracht me echter onmiddellijk in tweestrijd. Ik wil graag serieus op de zaak ingaan maar ik ben bang dat we dan eerst even over het perspectief en de context moeten praten.

 

Ook weet ik niet of je bereid bent in het konijnenhol af te dalen en werkelijk met me mee terug kunt gaan naar de psyche van voor de éérste alcoholdronk. De ondubbelzinnige psyche. En als we daarna het promillagebewustzijn, dat veroorzaakt is door alcohol, kunnen klasseren en verdisconteren in een wijze van denken dan hebben we een goed begin. Want dan hebben we de alcoholpsychose te pakken. Ben je vervolgens bereid het gegeven te aanvaarden, dat alcohol als wijze van denken, al zesduizend jaar door koningen, geestelijken, wetenschappers, politici, schrijvers, dichters, dokters, militairen en acteurs over de aarde meegesleept is en door hen gebruikt is, dan scheelt mij dat een hele hoop uitleg.

 

Ook wat betreft de psychologie, zullen we overeen moeten komen dat psychologen de “objectieve geschiedenis” van de psyche gemaakt hebben en dat als die “objectief” behoort te zijn, dat dan een psyche, of psychologie, niet beïnvloed mag zijn door een drug met een geheel eigen bewustzijnsvorm en gedrag. Dit bewustzijn en gedrag wordt door DeNatuurlijkeRoes respectievelijk promillagebewustzijn en promillagegedrag genoemd. Beide zijn te meten, dus promillagebewustzijn en promillagegedrag zijn als evident empirisch middelen in te zetten bij waarheidsvinding.

 

Derhalve moet ik u dus ook vragen of u een drinker bent, want dan moet ik daar rekening mee houden in onze dialoog of ik moet er niet aan beginnen. Ik heb bijvoorbeeld weinig zin mee te gaan in classificaties en omschreven psychiatrische verschijnselen als die door iedereen ervaren kunnen worden als: dat psyche niet is wat het is. Geen mens wordt gelukkig van de psychiatrie en dat geeft te denken. Dit denken maakt wel psychoanalyse mogelijk maar daardoor wordt ook in de grond dat andere organisme ontkent.

 

De psychoanalyse is slechts mogelijk door te zeggen: dat je niet bent die je denkt te zijn. Dat paradigma van de psychoanalyse is niet houdbaar gebleken en toch wordt het als algemene kennis verondersteld. Door psychoanalyse als iets positiefs uit te leggen wordt het tekort aan werkelijkheidszin van algemene kennis versluierd. Dat is de kern van psychologische praktijk. Simuleren en vertrekken. Zo wordt aan het individu gevraagd, opgelegde ontberingen te compenseren door het repressieve karakter van de cultuur als “noodlot” te legitimeren. Hier wordt de psychologie de excuustruus van de dronkaard en de alcoholist. Met de illusie van de psycholoog duurt die nood, de innerlijke ellende “van de gepsychologiseerde mens” voort. Kijk maar naar de reacties van trollen hier op het VKblog als ik in een tekst het woord jood gebruik.

 

Hoe nadrukkelijker “vrije personen” zich  ophemelen, door anderen te kleineren of minderwaardig te vinden des te zekerder kan tot hun werkelijke onvrijheid geconcludeerd worden. Zoiets speelt ook een rol in het onderscheid wat wij maken in de beoordeling of Wilders psychotisch is of niet. Ik zeg: alleen de drinker ziet het niet omdat hij/zij ook die psychose geheel of gedeeltelijk ondergaat. De drinker identificeert zich met het niet identieke.

 

De perspectieven zijn verschillend. Ik kan omdat ik vrij ben van alcohol, de alcoholpsychose zien. Dat kan een drinker niet omdat zijn afhankelijkheid, in bewustzijn en gedrag, op een of andere manier met alcohol verbonden is. Alcohol als eerste product waar men slaaf van kon worden ontnam de vrije mens de vrijheid en men verdisconteerde die onvrijheid door een wijze van denken in te voeren. Gemakshalve laat ik dat denken beginnen bij Noah de eerste alcoholist.

 

Kun jij Satuka hierin in grote lijnen mee meegaan dan staat een discussie over het meest controversiële onderwerp in de westerse wereld, alcohol, ons niet meer in de weg. En dan verlos je me ook van het ongemakkelijke gevoel dat ik hier op het VKblog overwegend met promillagebewustzijn van doen heb en dat daar niets mee te beginnen is. Dus ben je bereid mee te gaan en constructief mee te denken over alcohol en psychose, dan kan er nog veel vreemdsoortige waarheden aan het licht komen.

 

Zelfs dat Wilders wel degelijk psychotisch is, of geworden is, door zijn stemmingswisseling over het islam onderwerp. Ik hoef daarbij niet direct te kunnen verwijzen naar zichtbare gedragingen. Er is bovendien niet een politicus die echt is. Daarom verachten ze in de grond van hun wezen het volk omdat het volk niks terug doet. Het is een maskerbestaan en daar moet je doorheen kijken wil je de psychose kunnen zien. Kijk ik echter door zijn schone schijn heen dan hebben we alleen de stemmingen in de vorm van taal ter beschikking.

 

En dan vraag ik me nog steeds af hoe Wilders in een paar jaar tijd van “respectabele godsdienst” naar “verwerpelijke ideologie” binnen zijn psyche heeft kunnen ontwikkelen en verwerken zonder psychotisch benoemd te worden. De psychiatrie is in slaap gedoezeld door het impliciete promillagebewustzijn. Dit ruikt meer naar bier en promillagegedrag van het corps psychologen en de daaruit voortvloeiende onverschilligheid, dan naar een grondig oordeel. De psycholoog en de psychologie blijkt dé vertrekkende factor te vervullen in onze samenleving. En daarom voelen mensen zich niet meer serieus genomen.

 

In het boekje van psycholoog Bosland "De waanzin rond Wilders" zien we in feite hoe de psychologie zichzelf op dit moment beoordeeld als wetenschap. Zij gaat niet verder dan de kwalificatie.  “Radicaal populistisch”, geeft geen inzicht in gronden van de angststructuur die lijdt tot radicaliteit. Daarmee is radicaliteit nog niet vanzelfsprekend. Ook de borderline trekken, zowel bij Wilders als bij de rest van de samenleving worden niet ontmaskert hoewel het promillagebewustzijn is.

 

En in dat opzicht is Wilders naast een symptoom ook een te bestuderen object. Net zoals alle andere psychiatrische patiënten symptomatisch kunnen zijn voor het gelegaliseerde noodlot.

Maar tot nu toe blijkt dat we bij Wilders niet verder kunnen kijken omdat we niet door het masker (zijn spel) heen komen en de taal te onbegrijpelijk is.  En dat komt omdat we van doen hebben met een nieuw fenomeen: een psychoot in een pak.


gewisheid als het andere van het veranderlijke zelf

donderdag 25 februari 2010 18:29

denken, zijn, geest, ik ben, gewisheid, voelen, lichaam

 

Zijn we bewust van de wereld om ons heen, dan is dat een onmiddellijk en direct ervaren van bewustzijn. Dit ervaren doen we met heel ons lichaam. Het onmiddellijk en direct ervaren van de wereld, noemen we: gevoel. En gevoel is dat, wat zich voorzintuiglijk aandient. Schrikken we bijvoorbeeld van een object, van een knal bijvoorbeeld, dan is de primaire reactie van het lichaam de gewisheid. Gevoel is dan ook een staat waarbij we nog niets aan de ‘objecten’ veranderen. Wij veranderen slechts zelf. En in die ver-ander-ing, is gevoel altijd een particulier gevoel. Ook als we elkaar aanraken.

 

We zeggen “Ik voel jou”, als we onszelf van de aanraking met een Ander bewust worden. En we zeggen niet, ik voel mijzelf. Toch is dat laatste de weg van de gewisheid. Want alleen in het mijzelf voelen, wordt ik bewust van lichamelijk contact met het Andere. Zo kan een aanraking ook op afstand zijn. Denk bij afstand aan geliefden die vlinders in de buik krijgen als ze zich weer bewust worden van de afwezigheid van de geliefde. En bij nabijheid en lichamelijk contact kunnen we denken aan een zoen. Het gevoel echter duidt op particulariteit. Want particulariteit is voelen wat we in ons zelf kunnen herinneren. En een relatie tot een Ander kan dan niet zonder dat verschil (dat wat we ons herinneren) als grondslag. Uitwisseling is dus altijd contextgebonden. Dat komt omdat herinneringen particulier zijn en omdat ze  op voorhand niet gekend zijn. Herinnering laat zich niet dwingen. De herinnering correleert de verbeeldingservaringen tot een logisch geheel. Dat is alles.

 

Het particuliere lichaam is dan dát lichaam, wat zich niet op voorhand laat kennen en daarom is herinneren een lichamelijke kwestie, ook al denken we dat herinnering in het brein plaats vindt. Het brein kent in het gunstigste geval slechts schema’s (alsof mechanismen) terwijl het lichaam zich niets van schema’s aantrekt. Het lichaam kent alleen verandering als continuïteit. Want gevoel wil ook zeggen: dat we de wereld in ons op dienen te nemen (bewust worden), door het aangebodene te vrijwaren van begrijpen (enkel ervaren dus). Laat hetgeen ik zeg dus vrijelijk door u heen gaan, probeer het niet te begrijpen en laat het toch niet verstillen. Laat jezelf veranderen en neem het op tegen de bepaaldheid die je er zelf aan toekent. Voel, dat we uiteindelijk niet Niet kunnen veranderen

 

Vrijwaren we het gevoel echter van het begrijpen, dan bedienen we ons van een onmiddellijke gewisheid. Gewisheid is dan, als betrekking op het zuivere gevoel, onmiddellijk zintuiglijk weten. En dat komt omdat we ook zintuiglijk betrokken zijn op de wereld. En aan zijn met de wereld, is  “aan gene zijde” zijn van het zelf. Bij het andere dan het veranderlijke zelf. Wis en waarachtig zeggen we tegen het Andere. Want we kunnen namelijk niet, níet betrokken zijn op de wereld. Het bewustzijn van deze betrokkenheid op de wereld voltrekt in feite door het ‘lichaam’. Maar dat lichaam herkent zich slechts als particulieriteit, verder niets. En  kunnen wij wel onze polariteit tot de wereld, op voorhand kennen? Met andere woorden kunnen wij weten op voorhand hoe we straks moeten reageren op een onvoorspelbaar voorval? Hoe kunnen wij dan toch voorbereid zijn, op het toe-komstige en aan-raak-bare? Dat doen we door ons voor te bereiden op het onvoorbereide. Dus door het lichaam als onvoltooid te beschouwen. En dat is precies de gewisheid als we voelen. Al het andere is waarde en wijst op noodzakelijkheid van bewijs. De wetenschappen zijn daar een voorbeeld van. We noemen dat de moraliteit, ofwel de verplichting van buitenaf.

 

Voor de gewisheid, is echter elke beantwoording op welke vragen dan ook: op de eerste plaats  een menen. En ‘menen’ is één van de ontelbare wijzen van begrijpen. Ik meen dit en ik meen dat. Ik meen zus en ik meen zo. Daarom zeggen we dat begrip, (in dit geval menen) het gevoel vervangt en een ‘alsofmechanismen’ wordt. We gaan doen ‘Alsof’ de wereld, in ons hoofd afspeelt. In ons hoofd zijn slechts verbindingen van ver-beeldingen, ofwel wanen (meningen) die vervolgens als zinnig of on-zinnig beoordeeld kunnen worden. Sinds Plato zijn we dat de Ideeënwereld gaan noemen. “Begrijpen” daarentegen, zo menen we, is kennis. En met kennis laten wij dus ons particuliere lichaam (het tot het gevoel behorende gewisheid) middels dat menen, (alsof mechanismen) in de steek en doen alsof dat het leven is. Alsof mechanismen beroven ons echter van de kwaliteit van het lichamelijk ervaren. En we worden ziek en krakkemikkig.

 

Alleen hoog in de bol zijn voor ons neurale activiteiten waar te nemen en niet meer in het lichaam. Maar hersenen alleen, is nog geen bewust lichaam. Toch zeggen we lichaam en hersenen (doelen dan op een geest) en doen alsof  dat verschillende werelden zijn. Plato constitueerde dat begrip van dualisme door te doen alsof. Hij creëerde in zijn dronkenschap een wereld hoog in de bol van het lichaam. En na hem volgde de gehele westerse wereld, joden en christenen, en allen zijn dat vervolgens kennis gaan noemen. Bij gewisheid daarentegen is er geen sprake van dualisme, maar slechts van twee gewaarwordingen van dezelfde wereld door dat éne lichaam. En die wereld van de lichamelijke ervaring, ís onze gewisheid.

 

‘Gewisheid’ verwijst doorgaans naar de, op elkaar afgestemde en grotendeels automatisch optredende, lichamelijk reacties waarmee interne toestanden in een levend organisme constant worden gehouden. Verandering als continuïteit. Gewisheid zorgt bijvoorbeeld voor een automatisch optredende regulatie van temperatuur, het zuurstofgehalte en de PH in het lichaam. Hiervoor worden wisselwerkingen tussen immuunstelsel, zenuwstelsel en endocriene stelsel verantwoordelijk gehouden. We kunnen er blindelings van op aan. Maar de mens creëerde een dubbelzinnige relatie tot de hersenen, en de hersenen bleven langdurig gescheiden van het lichaam. Terwijl we toch ook beide heel gewis als één kunnen ervaren, als onderdeel van een complex, als een levend organisme. Als een anti-deeltje.

 

Door de dominantie van kennis, de zogenaamde “objectieve” wereldgeschiedenis, is het particuliere lichaam en de gewisheid ervan in verval geraakt. Dit ging ten gunste van onze hersenen en zo zijn onze hersenen (geest) een alsofmechanisme geworden, een object wat slechts druk, druk, druk kan zijn. Bijna alles speelt zich af in ons hoofd. En daarin zijn we voortdurend op de vlucht voor de ‘objectieve’ geest. Druk, druk, druk. En dat, druk, druk, druk, is een wereldgeest wel te verstaan, die ook nog eens verslagen moet worden. Zie hier de betekenis van Don Quichot.

 

Dat we moeten verslaan, komt omdat we ons aanvankelijk identificeren met de objectieve wereld, door middel van dat wat niet-identieke is. De wereld als aan gene zijde. We worden door die wereld gewekt. Het veranderlijke zelf en de gewisheid daarvan is slechts het resultaat. Dit komt omdat we de gewisheid, als voortkomende onderscheidenheden, slechts kunnen kennen door het ‘zijn’ te scheiden in een “dit-als-ik” en een “dit-als-object”, dus in: het lichaam (ik) en de hersenactiviteit (object). We kunnen daardoor in feite voortdurend bewust van ons bewustzijn, bewustzijn. In feite is dit een keuze die geen keuze is. Want beide behoren al tot dat ene organisme. Dus in de hersenen doen we slechts “alsof” we samen kunnen vallen met een objectieve wereld”.

 

Nemen wij deze scheiding, dit als ik en dit als object, in ogenschouw, dan blijkt dat geen van twee in de zintuiglijke gewisheid aanwezig zijn. De scheiding blijkt kunstmatig. Het lichaam heeft namelijk die gewisheid door een object (door een ander iets). En dat object (dat andere iets) is zelf, ook weer een gewisheid waar we ons slechts van bewust worden door middel, van een ander iets, nl. door een ‘ik’. Wat we voelen is dan dát wat ons beweegt tussen beiden. En kan slecht zichtbaar gemaakt worden door middel van logische correlaties van verbeeldingservaringen.

 

Het gevoel, dit onderscheiden tussen ik en object, wordt ook wel “twijfel” genoemd. Twijfel bestaat dankzij de beweging tussen lichaam (ik) en geest (hersenen) ofwel tussen organisme en het “object” als objectieve wereld. Descartes maakte van de twijfel het fundamentele element van zijn filosofisch stelsel en hij noemde het: de methodische twijfel. Tegenwoordig zouden ze hem schizofreen genoemd hebben. Maar na aan alles getwijfeld te hebben, concludeerde Descartes slechts: “ik denk, dus ik ben”. Preoccupatie met de hersenen als primaat van zijn, is dus nog niet uit de lucht. Want hij koos voor het ‘object’ (hersenen) als een zijn, en niet voor het lichaam: het veranderlijke zelf. Descartes filosofie heeft geleid tot gevoelloze wetenschappen want wetenschappen zijn gebaseerd op Descartes methode en hij heeft zijn succes juist te danken aan het feit dat hij het gevoel geëlimineerd heeft in zijn wetenschappelijke filosofie.  Dus bij Descartes kon wetenschap alleen wetenschap worden door het Andere te zijn van gevoel. Maar voor gewisheid van het voelen, hoeven wij ons lichaam niet als gespleten te ervaren in een dit als ik en dit als object.

 

Want op basis van zijn mening en methode, dat binnen één lichaam het ‘ik denk’ (hersenen) losgelaten kán worden voor het ‘dat is’ (lichaam), creëerde Descartes een scheiding tussen lichaam (res existance) en geest (res cogitans) binnen het ene organisme van de mens. Hij constitueerde een denkend ‘ik’ als hypothese. Dit “ik” bleek echter ook een ding. Het zelfbewustzijn als continuüm van verandering bleef slechts voor ons over dit in tegenstelling tot de wetenschappelijke waarnemer die zijn object verstilde alsof en geen verandering meer mogelijk is. De wetenschappen bouwen nog steeds verder op deze vergissing. Hoewel er ook kentering waar te nemen valt en dan met name in de filosofie. Holisme wordt zoiets genoemd ofwel impliciete orde.

 

Maar de vergissingen tussen denken en zijn, tussen ‘geest’ en ‘ik ben’, achtervolgen ons nog elk moment van de dag. De twijfelaar is nog lang niet verdreven en gevoel met haar absolute gewisheid laat op zich wachten. Maar, zoals al geldt voor de foetus, waarvan de ontwikkeling zich in de stilte van de baarmoeder heeft voltrokken, op dezelfde wijze ontwikkelen onze gevoelens en dat in ruil voor een alsof twijfelaar. Want de vertwijfeling wordt slechts aangeduid door symptomen waarvan het bewustzijn meent, dat ze op zich zelf staan. En tegen die zelfstandigheid dienen wij het op te nemen door ons ervan te ontdoen.

 

Het is nu aan ons deze vergissingen te herstellen. Maar zolang we twijfel beschouwen als gevoel en niet als een kustmatig mechanisme, zoals door Descartes ingesteld, dan zijn we nog ver af van de ervaring gewis te zijn. Maar dat kan nu anders worden. Want gewisheid, zo heeft het gevoel van de ervaring ons geleerd, is telkens terug te voeren op een ding. Op het uitspreken van de juiste woorden, op het juiste moment, als bewustwording van ons lichaam, als onvervreemdbaar organisme, en als belichaming van taal.

 

 

 

 

Dank voor uw aandacht.

“De islam, daar is niks mis mee, het is een te respecteren godsdienst.”

woensdag 24 februari 2010 17:04

stemmingswisselingen, wilders, politiek, psychiatrie

Zo polemiseerde Wilders in 2001 nog tegen Fortuin in het tv programma Barend en van Dorp. Dat blijkt uit een fragment wat gisteren opgedoken is. Fortuin riep toen al op tot een koude oorlog tegen de Islam. Wilders was het daar niet mee eens. Er is dus veel gebeurd in een toch vrij korte geschiedenis en de vraag is daarom gerechtvaardigd, waar die stemmingswisseling van Wilders toch vandaan komt. Ja, hij verliet in 2004 de VVD als tweede Kamerlid. Maar rechts is rechts dus daar is zijn stemmingswisseling nog niet mee verklaard. In 2006 richtte Wilders de PVV op en dus weer een partij met vrijheid als hoogste gedachtegoed. Maar vanaf toen werd de stemmingswisseling zichtbaar ook in zijn partijprogramma met de toepasselijke naam “Klare wijn”.

 

Van “respectabele godsdienst” naar “verwerpelijke ideologie” is wel een flinke draai. In de periode dat Wilders die draai aan het maken was heb ik al gewaarschuwd voor een psychose bij hem en deed ik een oproep aan de psychiatrie stelling te nemen. Ik wacht nog steeds geduldig af. En ook dat laatste lijkt de huidige psychiatrie eigen te zijn.

 

Toch wil ik graag enkele opmerkelijke zaken onder de aandacht brengen. Want stemmingswisselingen wijzen op schizofrenie zegt de psychiatrie en voor een stemmingswisseling van dit kaliber heeft het ook nog eens een aanzien van een psychose. De stemmingswisseling blijft namelijk stand houden en breidt zich zelfs uit tot hysterie. Een hysterische aanhang met onderbuikgevoelens is het gevolg. Hoe is het dus mogelijk, dat een politicus zo zijn gang kan gaan zonder dat hij opgepakt en onder behandeling gesteld wordt, vragen wij ons nu af. Want wat voor schade heeft hij inmiddels aan onze samenleving mogen berokkenen met zijn toch eigen particuliere stemmingswisseling?

 

Niemand heeft Wilders die stemmingswisseling opgelegd. In zijn VVDtijd tot 2004 kon hij vrijuit spreken zoals blijkt uit het gesprek bij Barend en van Dorp. Ook Hans Dijkstal de toenmalige VVD fractievoorzitter had Wilders nog nooit negatief horen spreken over de Islam. Dat wil zeggen dat hij er toen niet mee bezig was. Maar “de een zijn dood is de ander zijn brood” moet Wilders gedacht hebben en dook als eenmansfractie in de door Fortuin aangelegde vijver van potentiële Moslimhaat. Maar waar persoonlijke haat van Fortuin nog te rechtvaardigen was, vanwege de moslimpraktijken ten aanzien van homo’s, leek er voor Wilders geen enkele grond te zijn voor haat.

 

Waar haalt Wilders dan toch die hysterie vandaan? Want het zomaar plotseling haten van een geloofsgroep van twee miljard zielen komt niet zomaar uit de lucht vallen of er moet sprake zijn van wederom een stemmingswisseling of psychose. Van “respect voor de Islam” naar “verwerpelijke ideologie” in twee jaar tijd is een duivelskunstje. De vraag is echter waar heeft hij dat duivelskunstje geleerd. Trekken we Wilders sporen na, als hij niet in de kamer haat zaait, dan hebben we hem zien gaan van rechts Engeland via ultra orthodox Israel naar Joods Amerika. En dan zien we waar hij zijn haat tegen moslims vandaan gehaald heeft want het kunnen die Nederlandse rotjochies van Marokkaanse komaf toch niet zijn die hem zo opnaaien dat hij zo’n omslag moest maken. Het is dan ook niet voor niks dat van Agt het CDA erop wijst dat 44% van hun aanhang niet met Wilders wil regeren. Van Agt is de spreekbuis van het CDA als het gaat om een kritische blik ten aanzien van Israël en haar praktijken tegen moslims.

 

Maar het gevaar zit er in dat Wilders naar joodse traditie het politieke spel zal spelen. Dat wil zeggen gebruik makend van de technische reproduceerbaarheid van haat. Hij zal het volk in die retoriek ophitsen omdat hij in zijn psychose de waarheid gezien heeft. Namelijk doordat hij van een “respectabele godsdienst waar niks mis mee is” over kon gaan naar “een verwerpelijke ideologie” zónder dat vanzelfsprekend en expliciet te verantwoorden in de samenleving. Hij heeft dus zijn probleem in de samenleving uitgekotst maar is de samenleving zich wel bewust dat het zijn stemmingswisseling is en niet die van het volk. Daarom doe ik nogmaals een oproep aan de psychiatrie zich uit te spreken over schadelijk effecten voor de samenleving als een politicus zoals Wilders aan dit kaliber stemmingswisseling lijdt.

 

 

De bijsluiter voor het Holland Hinnikend Huis

maandag 22 februari 2010 17:07

Bijsluiter, Alcohol, HHH, gezondheid,

BETREFT ALLE PROMILLAGES EN ALLE VERPAKKINGEN

 

Lees deze bijsluiter zorgvuldig voordat u start met het gebruik van alcohol.

 

- Bewaar deze bijsluiter het kan nodig zijn om deze nogmaals door te lezen.

- Realiseer u op de eerste plaats dat als u alcohol gebruikt of doorgeeft dat

  alcoholgebruik door de eeuwen heen een geschiedenis is van onverschilligheid.

- Alcohol drinken is een persoonlijke aangelegenheid, geef het gif niet door aan anderen.

- Overgevoeligheid voor alcohol treft ook andere lichamen ook als die niet gedronken

  hebben..

- Alcohol, als medicijn, kan niet door de arts voorgeschreven worden omdat alcohol niet

  in het verzekeringspakket zit

- Ook al is alcohol door de arts voorgeschreven of aanbevolen, u moet alcohol als

  medicijn zelf inkopen en die kosten kunnen op termijn hoog oplopen.

- Alcohol als geneesmiddel kan ook schadelijk zijn zelfs als de verschijnselen van voor

  het gebruik verdwenen zijn, kunnen er nieuwe bijverschijnselen optreden.

- We moeten ons ook geen alcohol laten voorschrijven als er medicijnen voorhanden zijn

  die hetzelfde effect sorteren.

 

Voorschrijven bij:

 

- Totale ontreddering en in uiterste nood.

- Als afdoende andere medicatie niet voor handen is

 

Wat is alcohol?

 

- Alcohol(C2H5OH) is een door gisting verkregen gif (bier, sterke drank en wijn).

- Risico’s van lichamelijke afhankelijkheid zijn groot.

- Risico’s van geestelijke afhankelijkheid zijn zéér groot, en

- Kans op gewenning is zéér groot.

 

Waar wordt alcohol voor gebruikt?

 

- Genotsmiddel dat schijnvrolijkheid en agressiviteit kunnen geven.

- Voor het dempen van het centraal zenuwstel.

- Alcohol wordt gebruikt als spraakwater maar slaat om in onverschilligheid omdat we de

  ander niet meer willen horen.

- Alcohol zorgt er ook voor dat we ondanks dat, geen bult kunnen vallen, omdat het

  organisme wordt ondermijnd en hierdoor geen impact meer mogelijk is.

- Om problemen weg te drinken en te vluchten.

 

Wat we moeten weten voordat we alcohol innemen.

 

Gebruik alcohol niet:

 

- bij gevoeligheid voor onverschilligheid

- bij overgevoeligheid voor de stof alcohol

- bij hoge bloeddruk en andere hart en vaatziekten

- bij beschadigingen aan de lever

- bij een verhoogd kankerrisico

- bij het verwekken van kinderen en het geven van borstvoeding

- bij tanende potentie en verschijnselen van erectionele disfunctie

- bij viagra gebruik. Alcohol gebruik kan leiden tot hartstilstand.

- in combinatie met medicijnen die al werken op het centraal zenuwstel.

- als we door onverschilligheid de zelfreflectie niet willen verliezen

- als we goed in ons vel zitten en dat niet willen verlaten en

- als we nog plezier willen beleven aan vrijen en seks in uitgebreide zin.

 

Wees extra voorzichtig met alcohol:

 

- bij het optreden van geestesziekte en stemmingswisselingen gepaard gaande met

  opgejaagdheid (alcohol psychose).

- in het geval van hart en vaatziekten of bij een onlangs doorgemaakt hartinfarct.

- Bij het lijden aan suikerziekte.

- Bij acuut fysiek verval.

- Bij dwang tot verhoging van de dosis(verslaving).

- Bij ernstige neerslachtigheid en financiële problemen (neerwaartse spiraal).

 

Zwangerschap en borstvoeding

 

- Over het gebruik van alcohol in de zwangerschap is voldoende bekend om het af te

  raden.

- Alcohol richt ernstige schade aan bij de ongeboren vrucht.

- Alcohol gaat over in de moedermelk dus drink geen alcohol tijdens de periode van

  borstvoeding.

- Ook na borstvoeding kan alcohol gebruik schadelijk zijn voor de ontwikkeling van het

  kind, het pedagogisch milieu en de sociale omgeving.

 

Rijvaardigheid en het gebruik van machines:

 

- Alcohol beïnvloedt onmiddellijk het beoordelingsvermogen en de reactiesnelheid ook als

  we dat even vergeten zijn.

- Het is daarom dat we besturing van motorvoertuigen en gevaarlijke machines

  achterwege moeten laten.

- Doen we dit niet dan volgen er zware straffen omdat we onszelf én de ander in

  (levens)gevaar gebracht hebben.

- Medicijnen hebben een versterkende werking op het effect van alcohol dus pas op voor

  medicijnen.

 

Mogelijke bijwerkingen van alcohol gebruik.

 

Alle alcohol gebruik, los van elk promillage kan bijwerkingen veroorzaken. De volgende bijwerkingen kunnen voorkomen:

 

- Spijsverteringskanaal:

 

- Verlies van eetlust, braken en misselijkheid, spijsverteringsstoornissen en

  verstoppingen.

- Onderzoek heeft aangetoond dat ook matige drinkers meer kans hebben op

  slokdarmkanker.

- Hart- en bloedsomloop:

- In de hartslag kunnen vertragingen of versnellingen optreden. Verhoogde bloeddruk is

  evident.

- Centraal zenuwstelsel:

- Alcohol sloopt het centrale zenuwstelsel. Te verwachten zijn: hoofdpijn, misselijkheid,

 verwarring, trillen, zweten, gezichtsstoornissen, vermoeidheid en toch rusteloosheid 

 wat weer leid tot slapeloosheid.

- Langdurig gebruik is schadelijk voor het korttermijn geheugen en in toenemende mate

  dient het verschijnsel Korsakow zich aan.

- Acute schemertoestand, dubbel zien en vermindering van zicht.

- Geen beheersing meer van spieren en bewegingen.

 

- Het aanzien:

 

- Alcohol veroorzaakt wallen onder de ogen die na verloop van tijd alleen plastisch

verholpen kunnen worden. Een gevolg daarvan is de verminking van de oorspronkelijke

uitdrukking en is een verwijzing daardoor van, onbehagen met eigen lichaam. Alcohol

leidt tot algehele malaise van het lichaam, wat er wel lachwekkend uitziet, maar ook

beschamend is, omdat er geen sprankje stijl of enige vorm van decorum over blijft. U bentgewaarschuwd voor deze bijzondere valkuil want zolang er om u gelachen wordt, wordt erook gedronken, en kijkt men niet meer zo nauw omdat het de pathologische roes in volle glorie is.

 

- Overige:

 

- Ter overweging en eigen plaatsbepaling.

 

Blijven aanmodderen wil zeggen dat we het probleem, dat wat we ons voorwerpen, niet aangaan maar telkens weer ontwijken door alcohol te drinken. We hebben niet in zicht dat alcohol een probleem wordt. We hebben geen weet van de sluipende werking van alcohol. Ik drink alcohol dus ik ben en dat is het. De aan alcohol gerelateerde onverschilligheid. Laat ik er toch nog maar eentje nemen. Het verleggen van de grens. Zullen we er nog eentje nemen? Ik voel me niet goed maar toch. Afvragen hoe de seks gisteren was. Potentie problemen en het verdoezelen ervan. Kunnen we elkaar nog in de ogen kijken? Verlangen naar alcohol krijgen terwijl we nog op ons werk zijn. Als we vrij zijn kunnen we dan eerder met alcohol beginnen? Het kan! Op vakantie al vroeg in de morgen. Geen weet meer hebben van een fysieke grens. In slaap vallen op de bank zelfs tijdens een feestje. Wakker worden en er nog maar eentje nemen. De stem verheffen en met dubbelen tong spreken. Verward zijn en niet meer communicabel. Afspreken wie er rijd. Ruzie maken. Verlangen om weer thuis te zijn om alcohol te kunnen drinken. Het gevoel een offer te doen als je bob moet zijn. Dit vervolgens weer recht trekken. De schaamte bij de flessenbak. De kosten bij de slijter. Het bezig zijn met druiven, streken en chateau’s. Het breken van het glas. Kunnen we morgen wel vroeg op? Mag ik dan rijden? Hoe kom ik de trap op? Alles draait. Durf ik nee te zeggen? Tobben kost veel tijd. Energieverlies. Het lelijke gezicht van alcohol. De ziekte. Verlangen naar alcohol ten gunste van een welbevinden. Toxicomanie (vergiftiging). Angst en agressie. Het uitdelen van klappen. Het huilen bij een te verwerken emotie. Tweestrijd als gevolg van alcohol. Chronisch alcoholisme. Het verslaafd zijn en slaaf zijn van eigen neiging. De boel onder kotsen. Als maar meer. Opwinding en pathologische roes. Niets lichaam eigen meer. Onverschilligheid in sociaal contact. Het kwellen van de hersenen en het zenuwstel. Ziekte van Korzakow. Het feestje verknalt. Nog eentje voor de lange weg. Indrinken. Geestelijk en lichamelijk uitzien naar alcohol. Lijden bij het laten van alcohol. Je gezicht verliezen. Het ongemakkelijke genot. Steeds jonger drinken. Het voorbeeld van ouders. Het ‘erbij’ horen in de groep. De onmogelijkheid te voorspellen hoe de alcohol zal uitwerken. Vermeende solidariteit vinden in het nuttigen van alcohol. De verleidelijke reclame en de ober op het terras. De aanbiedingen. Toch maar een doos wijn. Eerder meer pakken als het in huis is. Biertje? De ongelukken. De slachtoffers. De ouders van de slachtoffers. De leugens. De feestjes. Hoe gedraag ik me? Hoe heb ik me gisteren gedragen? Echtscheidingen. Verloren vriendschappen. Borreltje? Geheugenverlies. Overdreven emoties. Niet meer kunnen luisteren. Niet meer weten wat er aan de hand is. Niet meer kunnen zien. Associatieve agnosie. Doorstieren. Niet meer kunnen stoppen. Verwaarlozing van gezin en haard. De boetes. Drinken van alcohol kost veel geld ook voor de samenleving. Het bloemetje voor de spijt. De psychotische toestand. De behandeling. AA en de blauwe knoop. Professionele behandeling. Toch weer meer drinken. Coma. Het hopeloze lichaam. De pathologische roes. Geen ander perspectief dan meer, meer en meer alcohol. En daar eenmaal beland blijkt het toch nog stoer als je van een kruk afvalt. Deze keer gelukkig niets gebroken! En daar kunnen we dan weer op drinken.

 

- Speciale waarschuwing:

 

Ga niet ontkennen want dat is de list van alcohol .

Maar mocht u een bijwerking gesignaleerd hebben die hier niet beschreven staat en toch ernstig is vul hem hieronder aan of ga dan naar een arts en vermeld de verschijnselen of ga naar de slijter en klaag over het product. Als gebruiker mag u best klagen als het product niet bevallen is, en schade ten gevolgen van het product kunt u het best verhalen op de producent.

 

 

 

 

Erica Terpstra betrapt op doping.

donderdag 18 februari 2010 22:42

Alcohol, sport, VVD, functie, winnen, verliezen

“Als alcohol zo belangrijk is bij sport, zoals de alcohollobby het doet voorkomen, dan

  winnen dronken lichamen eerste plaatsen en trofeeën, zoals medailles en bekers”.

 

Het schijnt voor VVDers niet mogelijk te zijn zonder alcohol een functie uit te oefenen. Nu is Erica Terpstra weer betrapt op te veel aan alcohol. Ze sprak met een dubbele tong in een radioprogramma over de Olympische winterspelen en wel als lid van het IOC. Haar excuus was dat ze moe was en dat een glas wijn dan hard aan slaat.

 

Maar ze vertelt er niet bij dat ze bij vertrek van het opbouwteam van het Hinnikend Holland Huis naar Vancouver al wild enthousiast was en ze alle succes toewenste en uitzwaaide, ook namens het NOC. Nu blijken door het NOC afgevaardigde Olympiërs zich behoorlijk te storen aan de overdreven aanwezigheid en het promoten van alcohol in het Hinnekend Holland Huis. En ik kan me indenken dat het voor een sporter bezopen is om die zatte meute te moeten aanschouwen als je zelf zojuist een alcoholvrije prestaties afgeleverd hebt. Waar je bovendien vier jaar naar toegewerkt hebt.

 

Wat doet alcohol dan nog bij sport als de tegenstelling bijna niet groter kan? Wat zijn dat voor lieden in dat Hinnikend Holland Huis en waarom kunnen ze zich niet respectvol gedragen tegenover een nuchtere sporter. En het zijn niet alleen de onderdanen. Ook Erica kon nu niet tegen alcohol en de prins in 2006 ook al niet toen Marianne Timmer goud won op de duizend meter. Ook hij kwam onder doping het Hinnekend Holland Huis opvrolijken.

 

Nou is alcohol voor een VVDer heel gewoon. Liberalen zijn dochters en zonen van de drankgod Liber. Dus Erica heeft het van geen vreemden. Diverse VVD prominenten gingen haar voor. Wiegel is alleen maar te verstaan vanuit promillagebewustzijn (orakelen) zijn maatje van Aartsen lust ook alles, van Baalen lust alleen champagne, Bolkenstein is het grootste drankorgel van Europa en de drie VVDers van de DSB hebben niet voor niets een gat in hun geheugen en hebben zo de boel op kunnen lichten. En Rutte probeert de nette baas te zijn van die kroeg.

 

Maar als we naar sport kijken, kunnen we dan ook even stilstaan bij het feit dat sporters plezier maken, vitaliteit uitstralen, blijheid produceren en pure, pure schoonheid zijn, tijdens de ultieme poging éérste te worden in een mooie spannende wedstrijd? Winnen is jezelf verbeteren en dat feestje viert de sporter alleen in de natuurlijke roes. Pure verleiding zijn de beelden van de sportactiviteit.  Allemaal alcoholvrije lichamen in actie. Alcohol voldoet niet aan de natuurlijke roes omdat het geen zelfverbetering maar zelfaftakeling is. Dus wat doet dat Hinnekend Holland Huis daar dan nog?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De hypothese van het drachtige zwijn

donderdag 18 februari 2010 17:46

reclame, zelfbewustzijn, algemeenbewustzijn, herhalingen

Stel we hebben een aangeboren natuurlijke macht over ons zelf en we noemen deze macht bewustzijn, dan is dat bewustzijn kennis van de eerste soort. Dat komt omdat we worden gewekt door de passiviteit van het bewustzijn. Het zelfgenoegzame bewustzijn vindt een passie. En het bewustzijn gaat uit op avontuur. Naar een tweede soort bewustzijn. Hierdoor wordt kennis een toestand van zoeken die door uitwendige oorzaken bepaald wordt.

 

Wat aan gene zijde voltrekt en ons object is, is het verleidelijke. Een object echter, als figuratie van zijn, verondersteld geen heel leven en kan dus ook niet op voorhand gekend zijn. Objecten verschijnen en verdwijnen aan de lopende band. En aan deze zijde, de passiviteit van het zelfbewustzijn, komen we dan in actie vanwege passie voor het algemene. De hypothetische werkelijkheid als geschenk. We lopen als het ware op ons zelf vooruit in de passie. Daarom worden we nieuwsgierig genoemd. En kennis blijkt zo een list te zijn. Zo is bijvoorbeeld reclame het meest aantrekkelijk en ver-leide-lijk, als het getoonde het grootst mogelijke tegendeel is van het algeheel welbevinden. Het getoonde als het onwaarschijnlijke dus.

 

Krijgen we dit nog schoon? En de reclame toont een fornuis dat naar het laat aanzien in geen jaren meer schoon gemaakt is en toch gebruikt. Product X wordt erop gespoten en met één veeg wordt de ondergrond als nieuw. Proeven echter met product X in algemeen gebruik, laten zien dat zelfs een fornuis wat elke week schoongemaakt wordt niet met één veeg schoon wordt. Het is dus de bedoeling dat we ons nu gaan afvragen: wat doe ik verkeerd? Product X had zich in de reclame al verantwoord. Want als product X op vergelijkbare viezigheid gespoten is, krijgen wij toch niet in één streek het fornuis schoon. En dat laatste gebeurt zelfs niet als het fornuis niet eens even vuil was als in de reclame het getoonde bewijs. Volgens de reclame behoort het in een veeg schoon te zijn. We hebben het zelf gezien. We zijn toch niet gek?

 

Maar het enige wat we in feite doen, is de reclame geloven en het objectiveren van de er in aangeboden verleiding. Ver-leiding is daardoor het meest algemeen bewustzijn. We praten dan ook het meest over dat wat ons verleid. Daarom wordt er zoveel over alcohol gesproken en daarom is er ook zoveel reclame met alcohol om dat gesprek gaande te houden.

 

Promillagebewustzijn ziet ook in reclame het licht want we kunnen niet meer vertrouwen op wat getoond wordt en dat is gelijk aan wat de dronkaard laat zien. Kijk maar zegt de dronkaard: het is niet wat je ziet. Een algemeen bewustzijn, wat door reclame het “algemeen onwaarschijnlijke” geworden is. En dat onwaarschijnlijke op basis van de wetten van diezelfde reclame, wordt vervolgens ons algemeenobject. En we identificeren ons met het niet identieke. De veelvuldigheid en de reproducties van reclame, houden ons een object voor wat degelijker schijnt, dan de werkelijkheid in het dagelijks veranderende nieuws ofwel de waan van de dag of dat wat om ons heen gebeurd. We gaan ons vertrouwd voelen met de reproducties. We kiezen zelfs een gouden loekie. En we voelen ons verwant met de getoond objecten. Maar weten we vaak na één keer tonen al niet of iets aanstaat of niet? De herhalingen van meer van hetzelfde brengt ons aan het twijfelen. Het zelfbewustzijn wordt overgehaald door het hypothetische algemeenbewustzijn.

 

Reclame kiest voor herhaling op basis van een paradigma ofwel kwaliteiten van een product én voor het hypothetische en algemeen karakter ervan. Die verleiding werkt zolang de suggestie blijft bestaan omtrent die kwaliteit. De vertoningen veranderen maar de toon blijft in de reclame hetzelfde: herhalingen zorgen voor verleiding en presenteert zich als object van kennis. Verleiding verdeeld ons echter en stelt ons voor de keuze óf voor het zelfbewustzijn te kiezen, óf voor het algemeenbewustzijn. Het zelf óf de spiegel. In het licht of de schaduw ervan. Voor het goed of het kwaad. En juist in die dubbelzinnige presentatie van reclame en meer van hetzelfde, zien we de herhaling als de list van de kennis. Zelfs in ongevraagde telefoontjes wordt ons onmiddellijk die gespletenheid voorgehouden door reclameboodschappen of drammerige wervingsacties.

 

Het algemeenbewustzijn werkt als “zwarte gaten” voor het gepassioneerde zoekende in ons, bezien vanuit het zelfbewustzijn. Elk zelfbewustzijn verdwijnt in het gat van het algemene bewustzijn. Maar de door de wetenschappen in stand gehouden extrapolaties van kennis (de macht) en de zucht deze macht te willen blijven behouden, zuigt het authentieke zelfbewustzijn langzaam leeg.

 

Ons lichaam disciplineert zich langzaam overeenkomstig de herhalingen van de reclame. Het lichaam raakt gekolonialiseerd en we gaan ons ongemakkelijk voelen in eigen lichaam. En dat komt omdat we in de grond afwijken van het algemeen bewustzijn. We worden te dik of te mager bevonden, te manisch of te depressief, te modern of te oud, we rijden in de verkeerde auto, we lopen in de verkeerde kleren, doen de afwas met een fout middel, we hebben ons daar niet tegen verzekerd, er is wel een bank maar daar begrijpen we de producten niet van en we vragen ons af, of het pensioen ook nog zal verdwijnen. Maar dan houdt de reclame ons voor dat er nog altijd koffie of soep en alcohol is, dat internetten nog nooit zo gemakkelijk was en telefoneren bijna voor niets. En soms krijgen we ongevraagde cadeaus. Verleiding kent geen grens. We beginnen onszelf in de steek te laten voor het behoren in plaats van het zijn omdat we onder het algemeen bewustzijn bedolven raken. Lust wordt last, credit wordt debet, geluk wordt ellende en we zien door de bomen het bos niet meer.

 

Daarom vervreemd wetenschap en kennis ons van onszelf. En dat kan zij doen door, de abstracte vorm van het kwantitatieve algemene, van het kwalitatieve onvervreemdbare zelfbewustzijn te onderscheiden. Hierdoor ontstaat de hypothetische werkelijkheid. Dit is te herkennen door juist het algemene te prefereren boven het zelf. Hierdoor sluit de wetenschap aan bij de reclame want ze produceren meer van hetzelfde en niet het “absolute Anders” zijn. Een mechanische jaknikker tegen de geschiedenis van het weten is het gevolg. En daarom mogen we van die macht niet meer onhistorisch zijn. Wat is die algemene wijsheid dan nog waard voor het zelfbewustzijn?

 

Naar het laat aanzien helemaal niets. De zuivere zelfkennis (filosofie) daarentegen, is de grond van de wetenschappen en laat zich kennen in het absoluut “anders zijn”, en als zodanig, is dat anders zijn, tevens een filosofie van het weten in het algemeen.

Het is echter het gevoel, dat het bewustzijn in dit element, het anders zijn in weten, behoort te vinden. Want het zelf is verleidt, door het niet-identieke. We bevinden ons slechts aan gene zijde in het object, het algemene,  en daarin krijgt het bewustzijn haar voltooiing. Want juist door de dynamiek van wording, verstilt het object doordat het aan gene zijde vorm krijgt als hoogste abstractie, de hypothese, en keert vervolgens terug in de schoot van het zelfbewustzijn waar het al dan niet verdragen wordt in het oneindige veranderlijke zelf, waar het wars is van meer van hetzelfde, wars van: het drachtige zwijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat een gekkenhuis.

maandag 15 februari 2010 01:16

carnaval, carnaval, carnaval, gekkenhuis

 

“En als we drinken, drinken, drinken zullen we klinken, klinken, klinken beter zat dan stapel ge-é-ék, zolang er bier is en ouwe klare dan hebben wij nog geen gebrek.” Het is begonnen in het zuiden, de bacchanten gaan weer los. Nu eens niet in den Haag, maar in het zuiden zijn de zuipers de baas. “En van s’ochtends vroeg tot laat, staan wij hier weer paraat.” En de confetti dwarrelt rond mijn hoofd en verandert mijn colbert in een skipiste en het ziet er uit alsof ik aan een stevige shampoo toe ben. Ik neem plaats aan de zijingang van een enorme zaal met hossende mensen. Brandblusser in de buurt en een nooduitgang op drie meter. Je weet maar nooit. Het ziet er naar uit dat deze dagen de drank de regie heeft. De zaal dreunt en dendert en lijkt te gaan bezwijken door de carnavalskrakers. “En frietjes op mijn tietjes……….la,la,la,lala……”

 

Aan de bar staan enkele mannen uniform verkleed. Alle vier staan ze in een voetbalbroek met daaronder een zwarte panty, daarboven een voelbal shirt en een zonnebril strak op hun neus met zo’n blauwe gloed. Daarnaast staat een man met een lange soepjurk aan verkleed als een moslim. Hij drinkt zijn restje bier snel op en vraagt er nog een. Op zijn rug had hij een lichtgrijze rugzak met daarop de tekst Sexbom. Naast hem komt een gesluierde vrouw te staan en zij bestelt ook een biertje. Ze trekt de doek voor haar mond omlaag en neemt een slok. “Zwaai eens even naar mijn vogeltje” klinkt het in koor boven de muziek uit en de hossende massa zet nog eens extra in. Twee dames in zwarte mantelpakjes, met spierwitte panty, eronder wringen zich tussen twee hossers door om aan te kunnen sluiten bij de polonaise.

 

Ik maak mijn fotocamera klaar om te gaan fotograferen. Ik draai me om en zie dat het wat onrustig wordt in de zaal. De band maakt een versnelling met hun eigen potporie, en sluit af met alaaf, alaaf, alaaf. En nog een keer. De muziek van de band wordt overstemt, door het geluid van een binnenkomende fanfare. De fanfare wordt gevolgd door de Prins en zijn raad van elf. Dansmariekes klimmen op het podium en zwepen zo de aanwezigen in de zaal nog verder op. De voetballers dringen zich naar voren en ze gaan finaal uit hun dak als de dansmariekes de benen de lucht in gooien. Eentje verliest zijn bril de ander danst hem stuk. Even dreigt er ruzie.

 

De Prins en zijn raad beklimmen ook het podium. De fanfare speelt……….

 

 “Jumbo,jumbo, jumbo jumbo, worst, Hé,

jumbo, jumbo, jumbo, jumbo worst.

Ik weet zo goed wat jij wil,

een worstje van de gril,

een worstje kan altijd,

zo een die zo naar binnen glijd,

met wat yogi saus erbij,

een voor jou en een voor mij,

zeker na de grote dorst,

wil iedereen een jumbo worst. Tatatata…….”

Armen gaan omhoog. Wie niet mee wil doen wordt van de stoel af getrokken. “als je niet meer weet hoe je feesten moet, kom dan eens een weekendje naar Brabant toe” galmt het door de zaal, nadat de fanfare de eerste tonen heeft ingezet. Ik zie mensen met rode hoofden en bezwete gezichten hossen die toch ook toe moeten zijn aan een biertje of vier.

 

Ik loop naar de bar………….

 

De fanfare houd op en het geluid verstomt tot geroezemoes. De prins krijgt de gelegenheid de aanwezigen toe te spreken. “Geachte keutelgetters en keutelgetterinnekes alaaf,alaaf,alaaf………. Carnaval is van ons allemaal, alaaf,alaaf,alaaf,…….. laten we de donkere dagen achter ons laten en deze dagen vieren dat de lente in aantocht is, alaaf alaaf,alaaf ……….van mij mag het nu al kriebelen, alaaf,alaaf,alaaf……… dus keutelgetters en keutelgetterinnekes houdoew eigen niet in, alaaf, en maak er iets moois van, alaaf,alaaf,alaaf……neem er allen nog een, alaaf,alaaf,alaaf, schut alle ellende van je af deze dagen en ga als nette keutelgetters en keutelgeterinnekes bij de volgende raadsverkiezingen ook stemmen, alaaf,alaaf,alaaf………….alaaf,alaaf alaaf.

 

De prins en zijn gevolg verlaten het podium en begeven zich tussen de menigte. Dit is een thuiswedstrijd voor de prins. Hoewel de fanfare doorspeelt zijn toch de meeste mensen aan de bar te vinden. Ik begeef me onder de mensen. Ik maak foto’s van stelletjes die er als kippen verkleed bij lopen, van een clown, van een Arabier en twee mannen in een kilt. Er zijn ook veel prachtig uitgedoste vrouwen, soms verhullend maar meestal onthullend met accenten op vrouwelijke vormen. Mannen kleden zich over het algemeen stoer.  De fanfare speelt het lied “mag ik bestellen, shoarma bellen, nee ik wil geen frikadellen, kom je brengen, of ikke halen, lekker shoarma met veel saus……….. lalalalll. De moslim en de moslima dansen uitbundig. Maar ze zijn niet de enige die van geen ophouden willen weten.

 

Ik heb voldoende foto’s en ik hoef dus niet langer hier te blijven. Even kijken waar de baas is en dan terugtrekken. “Ron, is op kantoor” zegt een van de personeelsleden en ik begeef me  nu in die richting. Hij zit inderdaad op kantoor dus we handelen wat dingen af. Wil je ook nog even wat foto’s van de prins maken? “Nog wat foto’s van de prins maken.” Ik heb beloofd dat jij dat zou doen. “Ik heb er eerlijk gezegd niet zo veel zin in.” Maar ik heb geen nee tegen de prins durven zeggen. De prins is een zoon van de plaatselijke horeca en slijterij familie de Bok. Hij zit in het echt voor de VVD in de gemeenteraad. En hij wist dat jij voor de krant fotografeerde. Dus vroeg hij om een portret als prins. “Maar ik ken de prins weer als een ijdeltuit en daar maak ik niet graag foto’s van want dan ligt elke imperfectie aan de fotograaf en niet aan de rotkop.” Maar goed Ron had het beloofd en ik kan tegen Ron weer geen nee zeggen, dus: “oké.”

 

Even later ontmoet ik de prins in de residentiekamer.

 

Vier jij geen carnaval” vraagt de prins aan mij wijzend op mijn colbert.

Niet meer” zeg ik terwijl ik de plaats kies voor de foto’s.

Wel gedaan vroeg hij.”

“ja”

En hij gaat op een andere plek voor een grote foto staan.

Nee niet daar, hier” zeg ik op de lichtinval wijzend.

Dit is een portret van mijn vader toen hij prins was in 1978 en daar wil ik voorstaan” zegt hij op een toon zoals een verwend kind ook kan doen.

Maar dan geen gedoe achteraf” .

Ik heb alweer genoeg van hem maar dat heeft hij niet in de gaten. Ik plaats mijn statief en richt mijn camera.

Wacht even een glas champagne in mijn hand, dat is tevens reclame voor de zaak”

En met een lach alsof hij net een wetenschappelijke ontdekking gedaan heeft gaat hij weer voor de foto staan. En omdat er nog iets van een natuurlijke glimlach om zijn mondhoeken ligt van zijn eigen succes, maak ik een serie foto’s in de hoop dat er één fatsoenlijke bij zal zitten.

Is het nu al gebeurt?

Ik hoop het wel” geef ik hem als hint, terwijl ik de kaart van mijn toestel in de computer stop.

Handig en snel onze tijd” “doe ik thuis ook” wijzend op het openen van het programma voor mijn camera.

Wat verder weg is te horen dat het gebouw op haar grondvesten schudt van de ingezette dans waarbij gesprongen moet worden. We bekijken de foto’s.

Ik vind er wel meer als een goed” zeg ik tegen de prins. Maar de prins is het niet met me eens, ik zie het aan zijn gezicht.

Te veel glimlach, en kijk mijn ogen eens.”  “Mensen denken dat ik gedronken heb”. “Dat heb je toch ook”

“Maar dat hoeft niet iedereen te zien.”

“Nee mensen zien een spontaan ogenblik meneer de Bok.”

Toch wil ik ze zo niet, ken jij dat fragment van van Baalen in zijn campagne voor het europees parlement waar hij dat champagne glas heft en trots en toch nuchter in de camera kijk”,

“Ja”  

“zo wil ik het ook.”  

maar u bent van Baalen niet!”

“Die uitstraling dan” en hij gaat weer voor de foto van zijn vader staan voor een nieuwe serie foto’s. Hij recht zijn rug, trekt iets zijn kin omhoog, maakt een dikke nek, veinst een serieus gezicht, en zoekt naar de beste uitstraling al kijkend in de camera.

Ik wil kijken zoals Rita Verdonk doet” en hij verroert zich even niet.

Had u niet beter een masker van Verdonk en een van van Baalen kunnen kopen dan was u al klaar

Onderwijl maak ik de foto’s.

Je weet wat ik bedoel

We zullen zien” en ik stop de kaart in de reader.

Ja mijnheer de Bok uw masker” zeg ik enige stilte overwinnend en op de foto’s wijzend.

En daar hoeft het voor u geen carnaval voor te zijn” haast ik te zeggen

Toch vind ik ze beter

Ik niet

waarom niet

Omdat je op die andere foto’s geen masker op hebt”

“Toch voel ik me bij de laatste foto’s beter thuis.”

“Goed dan plaatsen we die.”

 

Ik schud hem de hand en hij gaat weer naar zijn feestvierders en zijn raad van elf. En ik naar huis. Bij het openen van de deur galmt de meute “Je denkt maar dat je alles mag van mij.”  Voordat ik weer bij de uitgang ben moet ik de hele zaal nog door. Het is drukker geworden en er is veel lawaai. De meeste mensen zijn al aangeschoten of dronken en dan is het nog redelijk vroeg. Ik wring me tussen de mensen door naar buiten. Aan mijn rechte baan is te merken dat om me heen geen mens meer fatsoenlijk op de benen kan staan. Vallend duwend en trekkend baan ik me een weg. Ik houd mijn camera stevig vast in mijn linkerhand en de koffer in mijn rechter. “Laat de glazen nu maar klinken” zingt de band en ook de menigte in koor. Ik wordt door een vrouw, uitgedost in een pantervelletje en een kattenmasker op, in mijn kont geknepen nu ik zo voorbij loop. Als ik me omdraai neemt haar vriendje het lachend voor zijn pantertje op. Ik loop verder maar ze knijpt nog een keer. Al wringend en duwend haal ik de uitgang en haast me om buiten te komen. Het is koud vreselijk koud en mijn hoofd wordt weer koel en ik hoop even dat het zo blijft.

 

Rechts van het gebouw staat er eentje te kotsen. Het is de moslim. Ik zie het aan zijn gewaad. Zijn vrouw houdt hem enigszins in evenwicht. Het is aandoenlijk om te zien welke moeite ze ermee heeft om hem te ondersteunen. Een Nederlandse vrouw zou haar vent allang een trap nagegeven hebben. Ik loop er heen. Ik vraag of ik iets kan doen. “Ik weet niet wat” zegt de vrouw zich helemaal verantwoordelijk voelend voor de man. “Inburgeren is niet leuk” zegt ze. Ik vraag waar ze wonen en biedt aan om ze even naar huis te brengen. De man geeft direct in het Arabisch toestemming. Voordat we de parkeerplaats af zijn heeft hij al in mijn auto gekotst. Zijn vrouw verontschuldigd zich en biedt aan het op te ruimen en schoon te maken. Dat laatste gebeurd nu.

 

Heb ik mooi even tijd om me te ontrekken aan het feestgedruis en heb ik tevens een actuele bijdrage voor de niet zuiderlingen van het VKblog. Want hier in het zuiden gaat het nog lang door………………. Het lijk ech wel een gekkenhuis!

 

 

 

Alaaf, alaaf, alaaf……………………………………;)   

  

                                                 

De geldcrisis en het duivels dilemma

zaterdag 13 februari 2010 13:33

crisis, geld, vvd, banken, graaiers, promillagebewustzijn

Langzaam ontstaat er sympathie in Europa voor Obama’s plannen om na de crisis het bancaire systeem eens grondig te veranderen. Niet alleen een beetje meer toezicht hier en een beetje meer wetgeving daar, nee naar het schijnt zien fundamentele hervormingsvoorstellen het licht. Maar hoe fundamenteel is fundamenteel?

 

De essentie van de voorstellen van Obama houden in dat banken niet zomaar van alles meer kunnen doen met het spaargeld wat door de staat en dus door belastinggeld gedekt is. Banken mogen daarom in de toekomst de spaargelden niet meer gebruiken om voor eigen rekening en risico te handelen. Ook mogen ze niet meer beleggen in hedgefondsen en private-equityfirma’s. Dus geen opkoopfondsen meer. Bovendien mogen banken niet meer dan 10 procent aandeel hebben in deelmarkten. Een goed begin zou je zeggen, maar treffen al deze maatregelen wel de fundamenten van het bancaire systeem? Want forse bonussen mag bijvoorbeeld weer wel.

 

Een journaliste financiële markten bij de Financial times schreef in haar boek, gewijd aan de bank JP Morgan voor en tijdens de crisis, dat het er bij de bank tijdens brainstormsessies ruig aan toe ging. Niet alleen dat de topman van JP Morgan een jaarbonus van 17 miljoen dollar kon ontvangen. Ook Alcohol maakte dolle avonturiers van de jonge bankiers. Ze gooide elkaar met kleren aan in het zwembad, scheurde rond in golfkarretjes en een deelnemer brak zijn neus tijdens een stoeipartij. Maar tijdens die sessies werd ook het idee van krediet derivaten geboren en dat was naar het schijnt wel het begin van alle ellende. Ook in de financiële wereld ziet promillagebewustzijn het licht.

 

In hoeverre speelt promillagebewustzijn een rol in onze bancaire systemen? Wat wordt er allemaal besproken na een glas wijn? Kom je onder nuchtere omstandigheden wel tot zoiets als “krediet derivaten”? Want krediet derivaten zijn eigenlijk te vergelijken met fictieve geldsystemen zoals bij internet dat in “Second Live” circuleert. Maar wat heeft men daar dan mee bedacht? Gebakken lucht waar veel geld, voor enkelen, mee te verdienen was. Hoe heeft dat promillagebewustzijn kunnen ontstaan en waar heeft het toe geleid? Een explosieve geldmarkt. Want, de geldmarkt kon nadien virtueel eindeloos groeien, ze hield zelfs in feite op te bestaan, behalve dan in nullen en enen.

 

Omdat nadien virtueel risico’s door banken doorverkocht konden worden, kon de cashbuffer, die dan niet meer nodig was, aangesproken worden om dat in de geldmarkt om te laten gaan zodat ook daar geld op verdiend kon worden. Doorredenerend heb je dus geen buffer meer nodig als je alle risico’s bij andere bankinstellingen hebt ondergebracht. De meeste risico’s zijn dan al verdwenen want die heeft iemand anders op zijn bordje. Maar kwam bij dit alles ook nog een glas wijn, dan werd het een puinhoop waar zelfs interne boekhouders niet meer uitkwamen. Kijk maar naar de DSB bank. Waarom konden de VVDers, Zalm (DSB), Nijpels (DSB), Linschoten (DSB) en Hoogervorst (AFM) rond het DSB drama zo schijnheilig doen? En waarom haastte Rutte van de VVD zich na het schandaal om te zeggen dat het niet alleen VVDer waren die zo schandalig bij die bank gehandeld hadden? Nee, er hadden nog meer lieden te diep in het glaasje gekeken. VVDers zijn zonen van de drankgod Liber en zullen alles met alcohol beslechten. En dat bleek ook wel want anders dan ruk je een ander er niet zo schandalig onder.

 

Maar wat de VVDers en in hun kielzog Rutte niet hebben kunnen verbergen is de ontembare inhaligheid van de bestuursleden. De wil tot geld maken ten koste van alles. Wie bedenkt er nou onder nuchtere omstandigheden een product waar je een klant voor 80% laat opdraaien. Over wederzijds respect gesproken. Bezopen is hier niet eens de juiste aanduiding. Helaas wordt er niet naar gevraagd. Maar je gaat toch ergens door uit je dak met dergelijke onmatigheid. Wat zijn dat voor lieden? Hoe is zo’n bankproduct tot stand gekomen, wie waren erbij en waren ze dronken?  Andere vragen kan ik niet stellen als een bank 80% winst wil maken op geldhandel bij niets vermoedende burgers. Wat is een eerlijk bankproduct nog? Wat is eerlijkheid nog? Bovendien moeten we ook de vraag durven stellen waren we zelf niet te dronken om dergelijke neo-liberale praktijken te kunnen onderscheiden en te beoordelen voordat ze kwaad aan konden richten?  

 

De werkelijkheid blijkt dus vaak harder dan het grote idee van fictieve geldsystemen. Een burger kan met fictief geld geen brood kopen want de bakker accepteert dat niet. En daardoor is het onttrekken van geld bij de nietsvermoedende burger simpeler dan de woorden “krediet derivaten” of “credit default swaps” doet vermoeden. Niet alleen het te besteden geld is virtueel ook de schuld is virtueel. En dat gaat goed tot de pleurus uitbreekt. En dat is gebeurd. Nu zitten we allemaal met de gebakken peren. De leugens en het gedraai zijn er echter niet minder om.

 

Wellink had icesave misschien wel kunnen stoppen. Zalm had beter kunnen weten bij de DSB. Hoogervorst had eerder bij de DSB bank in kunnen grijpen maar deed dat niet. Linschoten liet Scheringa zijn gang gaan. Nijpels faalde als DSB-commissaris en speelt nu met pensioengelden van een van de grootste pensioenfondsen ter wereld. Terwijl Nijpels toch ook commissaris was bij de frauduleuze onderneming De Sluis Groep en ook liet hij in die functie toe dat Econcern failliet kon gaan door te knoeien met winstcijfers. VVDers zijn nu toe aan nieuwe economische hervormingen maar zijn ze zelf niet de veroorzakers geweest van de huidige misère?  

 

En Rutte stelt hierover in de kamer vooralsnog geen kritische vragen en speelt de vermoorde onschuld. Nu hoeft er niet doorgepakt te worden volgens de VVDers. Hieromtrent zijn ze muisstil. Het gaat tenslotte maar om de portemonnee van de hardwerkende burger. En daar willen ze greep op blijven houden. Maar of de hardwerkende burger nog mee zal maken dat er een andere wind bij de liberalen gaat waaien lijkt me onwaarschijnlijk. Want liberalen blijken dronkaards in een net pak te zijn. Schooiers en sjoemelaars die door het land heen hoppen op zoek naar commissariaten waar je dronken rijk kunt worden.

 

Dus we praten niet over proletarisch winkelen of het verduisteren van een paar nieuwe schoenen bij een winkel.  We praten over een financiële cultuur en een economisch handelen dat heeft kunnen ontstaan tegen de achtergrond van drank en drugs en waarbij aan de lopende band geld verdwijnt, veel geld, in steeds minder zakken. VVDers hoeven als werkgevers alleen maar een weekendborrel in te stellen in het bedrijf om daarbij de mist rond financiën zo groot mogelijk te houden. En na een paar borrels snappen we het ook niet meer en dat is juist de bedoeling want stel je voor dat iedereen begreep hoe je slapend rijk kunt worden.

 

De geldcrisis is dus ook een morele crisis. Want geld op zich is gemakkelijker te verdelen dan ruimte en tijd. Zeker nu we ook virtuele mogelijkheden hebben. Met geld zouden we dus rechtvaardigheid kunnen tonen. Iedereen rijk. Toch doen we dat niet. En dat heeft van doen met een bewustzijn wat ingesteld is op meer en meer. Dit meer en meer is een kopie van de alcoholverslaving wat in de grond dezelfde eigenschappen en mechanisme vertoont.

 

De slaafs gedrevene komt niet meer tot rust en niet meer tot bezinning. En toch zijn we dat mechanisme als het grote voorbeeld gaan zien. Het promillagebewustzijn is er een voortvloeisel van. En promillagebewustzijn is veroorzaker van alle ellende, niet alleen in de financiële wereld, de economie, de journalistiek, maar ook in onze persoonlijke relaties waarin we telkens weer kiezen voor de afkeer van de feiten door al dan niet gezamenlijk alcohol te drinken en om samen te kunnen vluchten in een fictieve wereld. Het droomproduct. Maar of Obama daar ook aan gedacht heeft valt te betwijfelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik ben tegen jouw mening, punt.

donderdag 11 februari 2010 19:55

verdubbeling, alcohol, waarheid, mening

“Ik ben tegen jouw mening maar ik zal me dood vechten om er voor te zorgen dat jij je mening kunt blijven verkondigen” zei Voltaire. Maar wanneer we die uitspraak op de particuliere mening betrekken en deze tot maatstaf maken, en we zouden er ons niets van aantrekken of die uitspraak ook algemeen geldig is, dan is de mening aanmatigend. Niet alleen de mening van Voltaire maar elke mening zoals we nog zullen gaan zien. Aanmatigend is de uitspraak van Voltaire omdat de uitspraak suggereert alsof er gevochten zal worden tot de dood er op volgt, ook al is het je mening niet, en ben je zelfs tegen die mening.

 

De mening (doxa : Gr), is echter een bewering die door het leven gaat als een ondoordachte gedachte. Een mening (doxa) is dus iets anders dan weten (episthème) want episthème is echte kennis. Om weten te kunnen zijn, moet de mening eigen vorm/inhoud aan een onderzoek dienen te onderwerpen, met andere woorden het overweegt datgene, dat het denkende wil gaan bepalen vóór dat het dit uitspreekt en tot onderwerp maakt. De mening daarentegen duidt op afwezigheid van onderzoek en is het woord ook meer een aanduiding geworden van alledaagse inzichten in het algemeen. Bijvoorbeeld: de bal is rond.

 

Kijken we naar wat deze scheiding mogelijk gemaakt heeft, dan heeft dat vooral betrekking op logos wat in het Grieks begrepen werd als: taal. Parmenides  heeft bijvoorbeeld met taal iets verhevens uit willen drukken. Want hoewel proza in het middellandse zeegebied al grond gevonden had gebruikte Parmenides toch nog als vorm het gedicht. Een kwestie van stijl zeggen we nu. Niet dat het veel uit maakte want ook hij legde in zijn gedichten woorden in de mond van een god of godin zoals anderen dat deden in proza. Die verwijzingen naar goden (bijvoorbeeld Dionysos of Liber) hebben van doen met alcohol omdat in een nuchtere staat met de beste wil van de wereld geen goden waar te nemen zijn. Ook toen niet.

 

Dus aanmatigend, verheven en onderscheiden met de gangbare logos was het wel. Dronkenmanspraat zeggen we nu en halen onze schouders op. We weten inmiddels beter en het vertrouwen in een dronkaard is tot het nulpunt gezakt want wat en waarover hij spreekt en schrijft is aan stemmingen onderhevig en weet men dus niet meer wat je aan hem hebt. Promillagebewustzijn is slechts voor ingewijden. De gangbare logos daarentegen, de logos van velen, voltrok overeenkomstig de normale gang van zaken.  Dat wil zeggen, het gebruik van taal liet zich kennen in het “ik denk dat” of “ik heb de indruk dat”

 

Nu kunnen we natuurlijk ook zonder filosofie en wetenschap een notie hebben van de beperktheid van ons alledaags verstand maar Parmenides liet het ons zien in zijn gedichten. Om het onverstand van een mening duidelijk te maken plaatste Parmenides de godin tegenover de door haar verkondigde “waarheid”. Waarheid (a-lètheia) betekende letterlijk “onverborgenheid”. Deze onverborgenheid is natuurlijk voor een alcoholdrinker iets anders dan voor de niet-drinker. Door de onverborgenheid, waar iets waar wordt, komt dát aan het licht, wat voor het gemiddelde verstand donker en verborgen blijft. Althans normaal gesproken. Voor een dronkaard komt nog minder aan het licht omdat zijn hersencellen afsterven. Deze wegen doxa en a-lètheia zijn polariteiten geworden en zijn een eeuw later door Plato uitgewerkt tot de tegenstellingen mening en weten ofwel doxa en episthème. In deze vorm is die tegenstelling een van de hoofdmotieven van de wetenschap geworden.

 

De wetenschap onderzoekt dus eigenlijk zich zelf omdat zij zelf het weten funderen, want het weten kan niet door iets anders, een niet-weten, gefundeerd worden. Waarin onderscheid het weten zich dan nog van een mening? De mening, waar bezinning en nadenken geen onderdeel van uitmaakt, zijn we gaan herkennen als het product van de dronkaard. Ontremde taal. Vandaar de verwarring met vrijheid en vrijheid van mening. Maar als de dronkaard een object heeft, dan kunnen we dat niet anders opvatten dan als een onmiddellijk gegeven waarheid. Bijvoorbeeld de mening dat de Islam fascistisch is komt uit de onverborgenheid, want die relatie (islam -fascisme) ziet voor het eerst het licht.

 

Dat het hier inderdaad maar om een mening gaat en niet om weten, kunnen we merken als we aan de mening niets mogen veranderen en de mening gezien moet worden zoals hij zich aandient door het vooralsnog van ons begrijpen te vrijwaren. In de mening is iets zo, omdat het zo gedacht kan worden. Maar is het dan ook waarheid? Een mening, ondoordachte opvatting van iets, is slechts een voorbeeld van wat in feite in het spel is. Bijvoorbeeld de mening dat de islam fascistisch is kan op voorhand niet gekend zijn. Want als we die mening nader bekijken dan zien we dat er in feite nog heel wat meer meespeelde. Namelijk een “ik” wat de mening uitsprak en dat zodoende appelleerde op zijn. En een ik kan alleen belang hebben. Het is derhalve slechts een mening van een “ik” en geen wetenschap. Dat een politicus dat onderscheid niet meer maakt begrijp ik. Hij is tenslotte beroeps hypocriet. Maar dat ook wetenschappers dat onderscheid niet meer kunnen maken baart me zorgen.

 

Want onder de ontelbare uitingsvormen moeten we toch nog wel het hoofdonderscheid tussen doxa en alètheia kunnen maken nl: dit- als ik, en een dit- als object, als het zuivere zijn. Maar als een ik een object heeft, en het dit is alcohol, dan verliezen we het hoofdonderscheid en wordt waarheid een mening. Als we vervolgens over dat onderscheid reflecteren dan blijkt dat bij de dronkaard niet meer aanwezig te zijn. Hij is onverschillig geworden. Want de beide zijn door een bemiddeling tot stand gekomen en wel door een drug. Ik heb namelijk mijn ware bewustzijn opgeheven, voor een ander iets, namelijk alcohol en promillagebewustzijn. Alcohol wat tevens als object een ander bewustzijn oproept en ook nog eens met het in bewustzijn gekomen object bemiddeld, wordt door een ander iets, nl, door het ik dat dronken is: verdubbeld. En daarom is klare wijn ook slechts een mening en geen waarheid want dan zijn we nog ver weg van een doordachte gedachte in nuchtere staat.

 

Ziet u hoe aanmatigend dan een mening kan zijn. Maar door die aanmatiging te ontkennen (overmoed van de alcohol drinker), matigt de ontkenner zich de maat van ‘het ware’ aan en noemt het “klare wijn”. Maar valt met dat type waarheid wel een mening te rechtvaardigen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dank voor uw aandacht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alcoholgeschiedenis. (Deel 1)

zondag 7 februari 2010 21:46

cultuur, natuur, geschiedenis, alcohol

Alcohol zoals wij dat nu kennen heeft natuurlijk zijn geschiedenis. Ooit en ergens is de mens voor de eerste maal in aanraking gekomen met alcohol. We weten echter niet precies waar een wanneer dat verschijnsel zich aan de mens geopenbaard heeft. Volgens het oude testament van de joden was Noah na de zondvloed de eerste wijnbrouwer met een echte wijngaard. Noah moet dan ook gezien worden als de éérste producent van alcohol. Hij moet ook al kenner geweest zijn van het promillagebewustzijn. Want hij nam ook een druivenrank mee in zijn ark. Dus daar is tevens meegezegd dat er voor de zondvloed waarschijnlijk ook al alcohol was. Want waarom zou Noah anders als eerste een “wijngaard” moeten bouwen? Hoewel Noah een alcoholist was zal toch niet de gehele wijngaard aan hem alleen opgegaan zijn. Wat overbleef was hooguit om te handelen.

 

Wat betreft het ontdekken van de stof Alcohol en de eerste ervaringen met de werking ervan, tasten we volkomen in het duister. Maar het meest aannemelijk is dat de mens per toeval alcohol ontdekt heeft. Het eten van gegiste vruchten zoals granaatappelen, druiven moet de eerste ervaringen met alcohol opgeleverd hebben. Wat de appel betreft vinden we al verwijzingen in het verhaal over het paradijs. Daar wordt gesproken van de eerste “zonde”. Maar er zijn ook verhalen die aangeven dat in de steentijd al alcohol gedronken moet zijn. Mensen verzamelden vruchten in dierenhuiden of holle boomstammen. Bij dit bewaren kunnen druiven kappot gegaan zijn waarbij het sap naar de bodem vloeide en daar tot gisting kwam. Zo kan men per toeval tot de ontdekking gekomen zijn dat alcohol bestond. Ook al wist men toen nog niets van de werking en de ervaring. Men moest zich immers eerst bewust worden.

 

Realiseren we ons dat gebruik van alcohol invloed heeft op het totale organisme en alle hersenfuncties, dan benaderen we de staat wel van de éérste drinker, maar nog niet zijn gevoelens, gedachten en gedrag. Men moest namelijk nog overeenkomen wat er nou precies gebeurde. De éérste dronken persoon moet voor zichzelf en voor de Ander  een raadsel geweest zijn. De vraag, “wat voel jij” moet meerdere malen gevallen zijn voordat er enigszins zicht kon komen op de werking en het daaruit voortvloeiende gedrag. U kunt zich waarschijnlijk wel voorstellen dat als men zich vreemd begint te gedragen, afwijkend van de norm, op basis van een dronk of het eten van overrijpe vruchten dat men dan nog niet kon weten wat er gebeurde. Tegenwoordig noemen we dat wat we niet kunnen duiden en toch aanwezig is, of aanwezig gesteld wordt, een psychose. En dat is precies wat er gebeurde toen de eerste alcoholist zich toonde. We weten tegenwoordig dat alcohol gevoel, gedachten en gedrag verandert. De drinker vertrekt dus terwijl hij toch blijft zitten. Die vlucht noemen we psychose maar is inmiddels in de westerse wereld volledig genormaliseerd. De homo aso stond toen nog maar aan het begin, maar is daarna wél een feit geworden. De alcohol drinkende mens vertrekt door het vluchtige karakter van alcohol. Inademen van alcohol is al voldoende voor verhoging van prikkels. De mens wordt spiritueel. Spiritualiteit heeft te maken met zaken die de geest (Latijn spiritus) betreffen. Alcohol wordt in deze gelijkgesteld met de geest want men noemt de drank al snel spiritualiën. Het woord spiritualiteit kunnen we op verschillende manieren tegenkomen en kan te maken hebben met geloof of bovennatuurlijke krachten, maar de nadruk ligt op de persoonlijke innerlijke ervaring. En daar werkt de alcohol.


Hoewel Noah een reputatie had op het gebied van wijnbouw strekte zijn handelen toch niet verder dan het cultiveren van de vruchten voor wijn en het drinken ervan. Hij begiftigde zijn zoon Sem met het goedje, maakte hem verslaafd en gaf hem de leiding over zijn nakomelingen. Abraham en zijn gevolg. Het is dus zeer aannemelijk dat de afstammelingen van de eerste alcoholist Noah, het goedje, de verhalen over het goedje, de productie van het goedje, verkoop en de reclame, en het vergoelijken van dat alles op hun conto kunnen schrijven. We noemen ze nu bacchanten en ze zijn te herkennen aan voortdurende naamsveranderingen. Dit typeert de vlucht van de alcoholist.  

 

Maar vóór de cultivatie, van de vruchten die voor alcohol geschikt waren, moest er al enige ervaring geweest zijn met alcohol voor de zondvloed en bij Noah. De alcoholnatuur cultiveerde immers zichzelf niet. Er is echter pas voor het eerst sprake van cultivatie vanaf ongeveer 8000 jaar voor Christus. Landbouw, de éérste culturele activiteit, komen we voor het eerst tegen in het Midden-Oosten zoals in Turkije en Libanon. Irrigatie werkzaamheden dwingen tot samenwerking, hiëroglyfenschrift en zorg voor het leven neemt  vormen aan. Maar ook de dood krijgt zijn praktijk, alcohol zijn invloed, en er schijnen dus ook veroorzakers, dronkaards, van dit alles te zijn. We noemden ze goden.

       

We weten ook dat in de tijd van de Egyptenaren de mens al alcohol gebruikte zij lieten planten, bloemen en kruiden koken, weken, of trekken. Zij bewaarden deze extracten in water of wijn en in goed gesloten kannen zodat er geen lucht bij kon komen. Deze drank al khôl genoemd werd gebruikt voor geneeskundige en culinaire doeleinden. Al khôl als woord, is afkomstig uit het Arabisch en is te herleiden tot een benaming voor het verkrijgen van een product op basis van distillatie. Daar dienen ook een van de eerste ervaringen met alcohol plaatsgevonden te hebben.

 

Maar Alcohol verdoofd de hersenen en geeft aan het organisme een actieve boost. Dat laatste heeft verschillende effecten op stemming en gedrag ook bij de omgeving van de drinker. Want tijdens het drinken vallen remmingen weg, het verminderd het geheugen, concentratie, men wordt gevoelloos en men verliest door dat alles zelfkritiek. Het beeld bij uitstek van de vertrekkende mens ofwel de psychoot. En als dat in het kwadraat de macht krijgt, dan is het goed mis en dan is het maar goed dat er ook nog mensen zijn die nuchter blijven en die het promillagebewustzijn zijn gaan herkennen.

 

Bij de éérste alcohol drinker veranderde dus de persoonlijke  innerlijke ervaring en met hem de persoonlijke ervaringen van de waarnemers. Er ging een mens hoe dan ook uit zijn dak. En dronken niet-dronken tekende zich af als betekenisvol verschil. De drinker ging uit zijn bol wat zoveel wil zeggen als “buiten de normen van de groep gedragen.” Over “waarden en normen” gesproken. Het moet dan ook spectaculair geweest zijn dat de dronkaard kon zeggen “ik ben” want met die combinatie van woorden klonk hij de alcohol vast aan het bestaan van mensen en hun gewoonten. Want “hij was” daarvoor ook al, alleen ontkend de dronkaard dat. Maar daarmee was de strijd nog niet geleverd. Want de drinker werd blijvend psychotisch en promillagebewustzijn doet zijn intrede.

 

 

Profielfoto Henk van Leuken

Henk van Leuken

Woonplaats: Paradijs
Beroep: Ik kan niet Niet werken.
Hobbies: Leven, lust en liefde.
Man, 60 jaar
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Beste bezoeker.

fotoIn mijn artikelen schenk ik u een blik van de wereld in een samenhang zoals die in een tuin ook mogelijk is. De woorden en de dingen, de opeenvolging van de zinnen hebben een eigen plaats en werking. En ook al zal het vreemde van de samenhang uw lachspieren wekken (cabarennis), eens komt u tegen dat achter dat moeilijk te overwinnen gevoel van onbehagen, juist omdat elke tekst een spoor van vermoeden doet rijzen dat achter de woorden een nog verschrikkelijkere chaos is, een ruimte aanwezig gesteld wordt waarin het leven haar voortgang kan vinden. Zowel voor u als voor mij. Voorbij de tekst! Veel leesplezier!.................en geef voedsel

Groepen

De A van alcohol

De A van alcohol

Opgericht door gebruiker10046 op dinsdag 9 juni 2009 17:03, 4 leden

Het zal toch niet zo zijn dat we onze natuur inruilen voor een alcoholcultuur!

Filosofie

Filosofie

Opgericht door sjaal op woensdag 27 mei 2009 08:56, 46 leden

Deze groep is gereserveerd voor de bloggende vragenstellers.

Persoonlijk

Persoonlijk

Opgericht door sjaal op dinsdag 26 mei 2009 22:23, 82 leden

Deze groep is gereserveerd voor alle bloggers die de wereld bezien vanuit het perspectief 'ik'.

poëzie

poëzie

Opgericht door jeg_synes op woensdag 27 mei 2009 00:38, 82 leden

het dansen met woorden en letters op papier, oftewel poëzie

Politiek

Politiek

Opgericht door Victor Onrust op maandag 25 mei 2009 15:20, 106 leden

Iedereen die wel eens over binnenlandse of EU politiek en aanverwant wil bloggen is van harte uitgenodigd.

Honger de wereld uit met een kop per dag

Click on the yellow button at The Hunger Site and give a cup of food to the hungry at no cost to you:

Uitzicht op filosofie.

Uitzicht op filosie, is een reeks overdenkingen met betrekking tot sporen die filosofie in ons leven getrokken en nagelaten heeft. Zijn wij cultureel bepaald en tot vrijheid gedoemd, of zijn we echt vrije wezens. En bovenal de vraag: wat kan filosofie bijdragen aan dat wat we al feitelijk najagen?

1. Naargelang u bevrijdt wilt zijn.

2. Toen filosofie wetenschap werd.

3.Over 'voorstelling' vanuit de natuurlijke roes.

4. Hoe gaat het eigenlijk met u?

5. Wat stijgt uit boven het waarneembare?

6. Dronken of niet dronken that's the question.

Als de tuin nog open is.

De eerste keer vreemd.

foto
Het wit is erger dan spit Of een paar tanden uit een gebit Want als de woorden niet willen komen Moet ik ziel en zaligheid wel tonen Dan zie ik onmiddellijk hoe geschift Mijn hoofd op hol en zwaar op drift De woorden toch wil vangen En taal wordt dan verlangen Taal o taal gij woordenflits Drijf niet alles op de spits Laat me in vleugels hangen Woorden worden met veel pit Geen boe of bah maar zwart op wit Deze moeite zal uw vel behangen. De enkeling.

Er slechts voor kunnen gaan.

“ Het kleinste geluk, als het maar voortdurend aanwezig is en gelukkig maakt, is onvergelijkbaar meer geluk dan het grootste dat slechts als episode, bijna als gril, als gekke opwelling komt tussen louter onlust, honger en begeerte. Maar bij het kleinste en het grootste geluk is er altijd één ding waardoor geluk geluk wordt: het kunnen vergeten, of wetenschappelijker uitgedrukt, het vermogen tijdens de duur van het geluk onhistorisch te voelen. Wie niet op de drempel van het ogenblik kan plaatsnemen en heel het verleden vergeten, wie niet in staat is als een overwinningsgodin zonder vrees en zonder duizeling op één punt te staan, zal nooit weten wat geluk is of erger nog: hij zal nooit iets doen dat anderen gelukkig maakt.”
foto

De schilder kamt zijn haren.

Voor zover u het nog niet wist!

fotoDe raad van Orpheus. “Gij zult ter linkerzijde in het huis van Hades een bron vinden en terzijde daarvan een witte cipres. Deze bron mag u niet naderen. Ge zult een andere vinden en wel voortkomend uit het meer van Herinnering waaruit koel water stromend; daar staan wachters voor. Zeg dan: “van de aarde ben ik een kind, en van de sterrenbezaaide hemel, maar ik ben van het hemelse geslacht; dit weet gij toch ook zelf; ik ben verdroogd van dorst en verga; geef toch snel koel water, stromend uit het meer der herinnering’. Zelf zullen zij u dan te drinken geven uit de heilige bron, en dan zult ge vervolgens heersen, temidden van alle Heroen.”

De tel kwijt.

web stats

Wist u dat u met alcohol.................

foto- twee maal zoveel kans loopt te overlijden aan een hartkwaal? - twee maal zoveel kans loopt te overlijden aan kanker? - twaalf maal zoveel kans maakt te overlijden aan levercirrose? - drie maal zoveel kans loopt om te komen bij een auto-ongeluk - tien maal zoveel kans maakt een psychiatrische ziekte op te lopen? - twaalf maal zoveel kans maakt dit alles zo weer vergeten te zijn? Alcohol is honder procent onverschilligheid.

Laatste reacties

persona

Help mijn pap en mam drinken alcohol (1) Wat is verslaving?
Henk van Leuken: @ The Saint, ik zal nog een keer uitleggen hoe …

persona

Help mijn pap en mam drinken alcohol (1) Wat is verslaving?
Henk van Leuken: D. Lirium. Dat klopt wat je zegt. Maar de verslaving …

persona

Help mijn pap en mam drinken alcohol (1) Wat is verslaving?
Henk van Leuken: Geachte heer Kruzdlo, ik denk nog regelmatig aan het onderscheid …

persona

Help mijn pap en mam drinken alcohol (1) Wat is verslaving?
Henk van Leuken: Het was niet gemakkelijk om de juiste toon te vinden …

persona

Help mijn pap en mam drinken alcohol (1) Wat is verslaving?
Henk van Leuken: Grutte Pier, het onderscheid tussen een alcoholverslaving en het reageren …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Henk van Leuken, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2010
2009
2008
2007

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes
  •