De schilderende schrijfster
VKBlog Headerimage

Fototentoonstelling en verhalen: Voor het oog van Job

maandag 8 maart 2010 19:03

voor het oog van job, fototentoonstelling, overleden kind, portretten, zuiderzeemuseum, volendam, breukel, den blink

 

Zaterdag eindelijk tijd en ruimte gehad om een tweeledige tentoonstelling te bezoeken waar ik heel graag naar toe wilde. Het ene deel van de tentoonstelling bestond uit een verzameling schilderijen gemaakt door verschillende kunstenaars die een tijdlang in Volendam verbleven. Daarover in een volgende bijdrage meer.

Het andere deel bestond uit de tentoonstelling, getiteld: Voor het oog van Job, naar het gelijknamige boek van fotograaf Koos Breukel en journalist Pieter van den Blink. In het boek staan 24 interviews/verhalen en fotoportretten van ouders in Volendam die een kind verloren. Zes daarvan zijn ouders die hun kind verloren tijdens de Nieuwjaarsbrand in 2001 in café het Hemeltje aan de Dijk in Volendam. De overige 18 hebben hun kind op een andere manier verloren, lang voor, tijdens of na die ramp.

 

 

 

Op de bovenste verdieping van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, op een houten zolder staan 24 grote zwart-witfoto’s van hen opgesteld in een soort van kring.  Eén foto is van de RK. Vincentiuskerk in Volendam waarvan het daarnaast gelegen kerkhof dé plek is waar het tastbare bewijs van de overleden kinderen een centrale rol speelt. Bij elke foto ligt het boek, precies opengeslagen op de pagina van hun eigen verhaal. Het zorgt voor een indringende combinatie van die mens, wat hen overkomen is en hoe zij omgaan met de dood van hun kind, hoe ze het leven verder leven. Ook hoe ze omgaan met het geloof. Geen terughoudendheid, geen opsmuk, rechttoe en rechtaan, ze vertellen hoe het is en dat is ook te zien aan de portretten. Nog voordat ik een letter had gelezen, heb ik alle fotoportretten bekeken. Ik had wellicht nog de bedoeling om ze vooral te bekijken door het oog van de portretmaker die ik zelf natuurlijk ook met regelmaat ben, alleen dan met verf en potlood. Dat bleek onmogelijk voor mij.

 

 

De mensen op de foto kwamen onmiddellijk en vooral binnen. Oog in oog als toeschouwer, zonder geweld en schreeuwerigheid of andere middelen, intens. Ik heb verschillende rondjes moeten maken om echt stil te kunnen blijven staan, om ook (iets van hun verhaal) te kunnen lezen. Het is niet alleen de kracht van de foto’s, maar het heeft ook te maken met het onderwerp. In het boek dat ik later kocht, staat in de inleiding het volgende: “Naar ouders die het graf van hun kind verzorgen, wil niemand kijken. Durft niemand te kijken. Hier is de dood vóór het leven langs gegaan en dat mag niet. Hij had op zijn beurt moeten wachten. Elk kindergraf is een bewijs dat de dood zich door niets of niemand de beurt laat voorschrijven. Daar willen we niet aan denken” We vrezen het inderdaad, het is voor een ouder de grootste nachtmerrie. “Kijken naar ouders die werkelijk een kind hebben verloren, is om die reden doodeng, in de meest letterlijke zin des woords”.

Iets van die lading was voelbaar op die zolder, het hing in de lucht a.h.w.

 

 

Daarnaast voelde ik nog een andere terughoudendheid en dat was misschien ook wel de reden waarom ik er vooral in eerste instantie met het oog van de kunstenaar naar had willen kijken: overschrijd ik geen grenzen om zo dichtbij te komen, zo te kijken naar en kennis nemen van het leed van hen die dit is overkomen? Ook de schrijver en fotograaf hebben met die vraag geworsteld, las ik later in de inleiding van het boek. Zìj moesten tenslotte vràgen naar dat verdriet. Maar als iedereen zwijgt ( en dat mag natuurlijk uit keuze) of vindt dat men moet zwijgen, kan en mag een ouder er dan nog wel over beginnen en vertellen? Zijn er wel mensen die willen luisteren?  De vraag die bij hen opkomt, is dan: mag ik dat vertellen dan wel doen? Beide partijen kunnen zo blijven zwijgen… De ouders die aan het boek en de foto’s meewerkten deden dat uit vrije en eigen keuze, ze wilden het en ook in alle openheid.

Het is die openheid die maakt dat ik het gevoel kreeg, overal bij te kunnen en mogen komen en andersom, dat ze ongeacht mijzelf binnenkwamen. Het boek maakt ook duidelijk: geen enkel rouwproces is hetzelfde. Ik lees nu één of twee verhalen uit het boek per dag. Zo geef ik alles en iedereen, inclusief mezelf, de ruimte en respect die nodig is.

 

Hieronder enkele portretten van/uit het boek:

 

                                    Jaap en Aagje Kwakman, foto van Koos Breukel

 

 

                                  Kees en Yvonne Koning, foto van Koos Breukel

 

 

 

                                      Jan en Ingrid Kwakman, foto van Koos Breukel

 

 

                                        Jaap en Anja Veerman, foto van Koos Breukel

 

 

                                                Nel Tol, foto van Koos Breukel

 

 

 

 

 

 

 

Koos Breukel (1962) maakt vooral zwart-witportretten. Hij is vooral bekend om zijn foto’s van, in meerdere opzichten, beschadigde mensen. Zo maakte hij een serie portretten van overlevenden van de vliegramp in Faro. Hij portretteert steevast mensen met een verhaal, ze zijn getekend door het leven.  Veelal zittend tegen de sobere, donkere studiowand, ogen ze zelfbewust maar breekbaar. Kleine details- een oogopslag, een litteken- lichten een tipje op van de sluier van het verleden. Breukel zet ze neer met compassie en respect. De geportretteerden maken veelal een verstilde, introverte indruk, die vragen oproepen naar hun geschiedenis. Ondanks dat dood en lijden onvermijdelijke factoren zijn in het werk van Breukel omschrijft hij zelf zijn werk als een “hommage aan het leven”.

 

 

 

 

Pieter van den Blink (1966) is journalist en neerlandicus. Van 2000-2005 was hij correspondent voor diverse media in Parijs. Van 2006 – 2008 was hij adjunct-directeur van Vrij Nederland. Daarna werkt hij free-lance, o.a. voor VN, radio 1 en VPRO. Hij schrijft voornamelijk over Frankrijk, de Franstalige wereld en literatuur.

 

 

 

Deze tentoonstelling in het Zuiderzeemuseum van Enkhuizen duurt nog tot en met 14 maart.

Andere bronnen: programma Kunststof, Winternachten.

Sites van Kunstbus en Kunst nu.

Boek: Voor het oog van Job

           Volendammer verhalen over het leven met een overleden kind.

           Koos Breukel en Pieter van den Blink

           Uitgeverij Augustus

           ISBN 978 90 457 0316 9

 Foto van Koos Breukel is gemaakt door Sascha de Boer

"File lezen"

woensdag 3 februari 2010 18:59

file rijden, coentunnel, klassikaal leren lezen, leesniveaus, auto

 

 

Eens in de zoveel tijd komt het voor.

Dan sta ik in de file op de westelijke ringweg van Amsterdam. Voor de Coentunnel. Op weg naar huis. Met bijv.schilderijen die niet per openbaar vervoer verplaatst kunnen worden.

Meestal  begint de file ter hoogte van de afslag 105, richting Geuzenveld.

Vervolgens is het stilstaan en langzaam steeds een metertje opschuiven.

Het om me heen kijken begint.

 

 

Ik herken ondertussen elk gebouw, elk kantoor en hoe lang het dan ongeveer nog is tot  het volgende gebouw en wat er dan allemaal nog gaat komen voor ik bij de Coentunnel ben. Vooral het belastingkantoor is het moment dat ik denk: het allerergste hebben we nu zowat achter de rug.

Meestal geef ik mezelf maar wat over als ik in de file sta.

Met een mengeling van ongeduld en berusting. Tijdens het gedwongen metertje voor metertje vooruitgang boeken, kom ik in een bepaald gevoel terecht, waarvan ik de laatste tijd dacht: wat is dit? Waar zeil ik nu in terug?

 

 

Een paar weken geleden herinnerde ik me opeens wanneer ik me eerder zo voelde en in welke situatie ik die houding en dat gevoel eerder heb gehad.

Ik ga ineens terug naar mijn lagere schooltijd en ik zit in de klas en we hebben lezen, klassikaal lezen was het toen. Ik kijk naar de regels en de woorden, de stukjes die om de beurt door een kind hardop moeten worden opgelezen. Iedereen moet meelezen met de bladwijzer, want de beurt kan zo maar overgaan naar een ander, jij kan dus ook de beurt krijgen en dan moet je weten waar we zijn. Je moet zo verder kunnen gaan. En o wee, als je niet weet waar je verder moet.

 

 

Het leesnivo in de klas is zeer verschillend, de een leest door, weer een ander moet spellend en langzaam zich door de zinnen heen lezen. Ik was een gewone en snelle lezer. Ik had de zin en ook die zin daarop en nog verder allang gelezen. Maar ik moest wachten, voor mijn gevoel eindeloos wachten op het moment dat woord voor woord met lange, wurgende tussenpozen werd gelezen. Eindeloos leek het te duren voor een klein stukje van 5 regels lang waren gelezen.

 

 

Het waren, begrijpelijkerwijs, vooral de kinderen die moeite hadden met lezen, die een leesbeurt kregen. Niet vaak de wat snellere lezers. Het onderwijs poogde door oefening, de leesbeurt dus, de leesvaardigheid vooral van de wat zwakkere lezers te vergroten. In een klas van tegen de 40 leerlingen is klassikaal lezen dus dodelijk saai en een oefening in volhouden en berusten, maar ondertussen uit willen breken.

Met elk metertje dat ik vorder in de file heb ik dus dat gevoel. Ik weet allang de weg. Ik ken allang de afstand van weer een stukje weg tot het volgende punt. Ik wil door maar het kan niet. Als ik de Coentunnel zie naderen, kan ik gelukkig, tot mijn grote opluchting en gevoel van bevrijding, het (file-)boek dichtslaan….

 

 

 

 

 

Foto afkomstig van internet. 

de keuze voor een meldcode i.p.v. een meldplicht in Nederland

woensdag 20 januari 2010 19:06

consultatiebureau, electronisch kinddossier, meldcode kindermishandeling, meldplicht, jeugd en gezin, deskundigheidsbevordering

 

Het had vorige week niet veel gescheeld of we hadden nog maar moeten afwachten of er er nog een Ministerie van Jeugd en Gezin had bestaan.  Maar het leeft nog en dus ga ik verder met in kaart brengen van wat nu ruim twee en half jaar het bestaan ervan heeft opgeleverd. In deze bijdrage wil ik ingaan op de invoering van de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling door Rouvoet, Hirsch Balin en Bussemaker. Het is een meldcode die eind 2010 overal moet zijn ingevoerd en bestemd voor alle beroepskrachten in Nederland die direct of indirect met kinderen werken.

 

 

De meldcode kindermishandeling beschrijft hoe beroepsgroepen horen te handelen bij (vermoedens van) kindermishandeling. Het doel is een bijdrage te leveren aan de kwaliteit en effectiviteit van de signalering en aanpak van mishandeling door beroepskrachten. Vaste, concreet uitgewerkte onderdelen (de basis) van de meldcode zijn:

1. Het ontstaan van een vermoeden: het gaan onderzoeken of hier sprake is van           kindermishandeling(volgens duidelijke definitie) en gegevens en aanwijzingen daarvan verzamelen en schriftelijk vastleggen.

2. Overleg: met collega’s, checken, vervolgstappen en evt. overleg met AMK(Algemeen Meldpunt Kindermishandeling) voor advies, coaching, en ondersteuning voor nader onderzoek.

3. Nader onderzoek: gesprekken met kind, en met ouders onder en volgens bepaalde voorwaarden, doelen en condities. Evt. onderzoek door arts, pedagoog e.d. laten plaatsvinden.

4. Hulp op gang brengen: evt. melding bij AMK, of inschakelen andere hulp.

5. Evaluatie: van het verloop van het traject.

6. Nazorg: het alert blijven op de vraag of het ingezette traject ook daadwerkelijk tot verbetering leidt van het welzijn en de ontwikkelingskansen van het kind en zo niet: verdere stappen ondernemen.

 

 

 

De geschiedenis van de ontwikkeling en beslissing tot een meldcode loopt langs het bestaan van  en de optie van de invoering van een meldplicht, in de wet vastgelegd dat er móet worden gemeld en dat naderhand ook iemand kan worden aangesproken als nìet is gemeld.  In een aantal andere landen bestaat deze meldplicht wel, o.a. in de Verenigde Staten, in delen van Australië en Canada en dichterbij, in Denemarken, Finland, Noorwegen, Zweden, Frankrijk en Italië. Eén van de argumenten vóór de invoering van een meldplicht is dat hierdoor meer en sneller gevallen en vermoedens van kindermishandeling onder de aandacht van meldpunten komen. Is dat ook zo?

 

 

Uit onderzoeken is gebleken dat het aantal meldingen inderdaad blijkt te stijgen, maar dat doen ze ook in landen waar géén meldingsplicht geldt. De toename van het aantal meldingen wordt vooral toegeschreven aan de voorlichting in de media, het instellen van protocollen binnen instellingen die met kinderen werken en aan de deskundigheidsbevordering van de beroepskrachten op gebied van signalering en signalen. Met name dit laatste punt is van doorslaggevend belang.

 

 

Worden er in de landen met meldingsplicht ook alle vermoedens daadwerkelijk gemeld?

Het blijkt uit cijfers dat een groot deel van de vermoedens niet wordt gemeld, zo tussen de 25 en 67 procent. Dat heeft verschillende oorzaken.

 

- Allereerst is meldingsplicht alleen niet voldoende. Het is een vereiste dat voor de melders duidelijk is wanneer ze moeten melden en wat wel en niet onder de meldingsplicht valt. Dat is lastig. Maar anders kun je hen ook niet aanspreken op het niet nakomen ervan.

- Degenen die zouden moeten melden kampen met dilemma’s zoals angst, onzekerheid, consequenties e.d. Natuurlijk gelden die bij een meldcode ook. Maar met een meldplicht worden deze niet meer hanteerbaar en worden ze ook niet weggenomen. Men is eerder nog geneigd het eigen belang (baan) te prevaleren boven die van het kind.

- In een aantal gevallen wordt er verder niet onderzocht vanwege het ontbreken van genoeg aangemelde gegevens, er is geen overleg. Ook kan het meldpunt in een aantal gevallen de mishandeling niet goed genoeg bewijzen.

-Voor melders met meldplicht is vaak geen ruimte voor overleg en advies en eigen afweging kunnen maken. Zij melden “slechts” en daarna neemt het meldpunt het over. Er wordt geen directe hulp geboden. Het is uit hun handen. Het betekent in feite ook dat hun verantwoordelijkheid daarmee ook op kan houden. Ook ontbreekt vaak de koppeling aan een adequaat systeem van zorg. Juist met het ontwikkelen van de meldcode in Nederland is met deze kant rekening gehouden, men heeft hier meer ruimte voor eigen afwegingen, advies en langer en meer eigen iniatief en verantwoordelijkheid tot hulp en zorg in directe relatie tot kind en ouder. Dat kan anderzijds weer nadelen opleveren.

- Onderzoek van meldpunten om vermoedens te onderzoeken kan negatieve en schadelijke gevolgen hebben voor kind en gezin in geval van ongegrondheid van de melding.

 

 

Hoe zit het in verhouding tussen de toename van het aantal meldingen en het al dan niet gegrond verklaarde aantal meldingen?

Uit onderzoek blijkt dat een fors aandeel van de meldingen niet kan worden bevestigd en dit ligt hoger dan in landen zonder meldplicht. Het betekent ook vaak ophoping voor en overbelasting van meldpunten wat betekent dat het vaak ten koste gaat van hulp bieden.

 

 

Wordt met meldplicht het aantal overlijdensgevallen t.g.v. kindermishandeling minder?

Daarvoor is geen bewijs, er is geen verschil te zien in het aantal kinderen dat overleed in landen voor en na de invoering van de meldplicht.

 

 

Het invoeren van een meldplicht lijkt met zich mee te brengen dat zowel bij de beroepskrachten die met kinderen werken als in de maatschappij er duidelijker en scherper dan een meldcode ergens een statement van bovenaf wordt afgegeven, over hoe je niet en hoe je wel met kinderen omgaat. Het dwingt min of meer ook de noodzaak tot vergroten van deskundigheid op gebied van signalering bij de beroepsgroep zelf af.

Maar als het gaat om snellere en effectievere signalering van en hulp bij kindermishandeling in Nederland lijkt investering in (herhaaldelijke) deskundigheidsbevordering bij beroepswerkers en zorgen voor meer en concreet hulp- en zorgaanbod meer zoden aan de dijk te zetten dan het invoeren van meldplicht.

Het is en blijft echter afwachten, net zoals bij de andere plannen, hoe de meldcode verder zal gaan werken. Het is aan de beroepsgroep nu, de mensen van en in de praktijk.

 

 

 

 

 Eerder verschenen in deze serie:

- Hoe is de stand in Nederland?

- Voor consultatie naar het Centrum voor Jeugd en Gezin.

- Het digitale dossier jeugdgezondheidszorg.

 

 

 

 

Bronnen:

De site van het Ministerie van Jeugd en Gezin.

“Niet bij melden alleen”, achtergrond van de meldcode kindermishandeling voor beroepsgroepen. Drs. P.A.C.M. Baeten, 2002.

“Meldcode kindermishandeling”, richtlijnen voor het handelen van beroepskrachten.

Paul Baeten, 2002.

“Meldplicht kindermishandeling: een toegevoegde waarde?”, recente inzichten over het nut van een meldplicht. Jessica van Rossum en Adrie Wolzak, Nederlands Jeugdinstituut, mei 2008.

 

 

Tekenen van veelvormigheid (Themadag pluriformiteit)

zondag 3 januari 2010 11:36

veelvormigheid van de mens, tekenen, geizichten, kenmerken, verschillen, overeenkomsten, culturen

Toen ik hoorde van het thema: de veelzijdigheid van de mens, dacht ik in eerste instantie aan mijn eigen familie. Hoewel we opgroeiden in hetzelfde gezin en daar allemaal de sporen van dragen, zijn we ook allemaal er zo verschillend in hoe we ermee omgaan en hoe we ons leven vorm geven. Gevormd door geven we toch allemaal weer anders vorm aan…

 

 

Ik kan me vooral verwonderen over hoe anders mensen kunnen zijn in hoe ze met zichzelf, anderen en  leven en vooral emoties/gevoelens omgaan. Het is een steeds opnieuw leren kennen waarbij ik mijn eigen blik, referentiekader of opvattingen even moet laten voor wat ze zijn en me moet verplaatsen in of althans in ieder geval de ruimte moet geven en laten.

 

 

In één van de situaties waarin ik dat letterlijk en figuurlijk voor mezelf het meest tegenkom, is het bij het tekenen of schilderen van een portret van een ander. Geen enkel gezicht is hetzelfde. In de ogen en uitstraling heeft ieder gezicht een uniek iets. Ook al zijn er overeenkomsten in gezichtstrekken bij bijv. verdriet of vreugde. Het is de unieke combinatie van wie ze zijn, waar ze vandaan komen, door wie en welke opvattingen ze zijn gevormd en hoe ze daar zelf vorm aan geven. Ik geef tekenend of schilderend vorm aan hun gezicht maar in feite vormen zìj zelf hun eigenheid. Het is de manier waarop ze met de of hun eigen emotie omgaan van binnen en naar buiten toe.

 

 

 

Soms moet ik echt een studie doen als de mens die ik teken uit een andere samenleving komt dan de mijne. Zo heb ik moeten kijken naar bijvoorbeeld de specifieke kenmerken van een Marokkaanse vrouw, een geisha en een Aboriginal voor illustraties in het boek Ademtocht

 

.

 

.

 

 

 

Wat maakt uiterlijk een Marokkaanse vrouw een Marokkaanse vrouw? Wat is het specifieke van een Aboriginal en wat kenmerkt een geisha? Ook toen werd me duidelijk dat er algemene kenmerken waren, maar dat de emotie en hoe er mee wordt omgegaan, in wezen het die ene Marokkaanse vrouw maakte. Die ene Aboriginal. Deze specifieke geisha. Het kenmerkt àlle mensen en het maakt ze ook verschillend van elkaar. Ieder mens is uniek, dat heb ik geleerd door het tekenen.

 

 

Ik merk ook dat als ik teken, ik daar geen enkel oordeel over heb en in feite elke keer weer moet concluderen dat elk mens iets moois heeft, dat los van uiterlijkheid staat. Het is kwetsbaarheid en kracht tegelijk. Tekenen is voor mij een erkenning van en ode aan de veelvormigheid van de mens en ook aan hun veelzijdigheid....

 

 

 

Tekeningen gemaakt door Coby

Afkomstig uit Ademtocht.

 

 

Ik doe het niet meer (afscheidsblogdag)

zondag 27 december 2009 09:02

                               Een afscheidsblogdag, 't is tissues tappen

                               Wie denkt er nog op te gaan stappen?

                               Zie hier mijn beleid:

                               Ik raak niet meer kwijt

                               Ik laat er geen één meer ontsnappen

 

 

                              

                              

    Foto: internet      

            

De afgelopen weken

vrijdag 20 november 2009 18:59

poppetje, rechten van het kind, structuurgebrek, c.v., verbouwing, warmte

 

 

 

Soms is het stil op mijn eigen weblog, dan lees ik wel bij anderen maar ik produceer zelf niets. Bij mij heeft dat veel te maken met het feit dat ik eigenlijk maar één ding tegelijk kan doen. Ik kan me maar op één ding concentreren en daar mijn aandacht aan geven. En nee, ik ben geen man, die schijnen dat ook chronisch te hebben, maar bij mij heeft het te maken  met  o.a. bepaalde gebreken in mijn ontwikkeling m.n. die van ik-structuur. Het heeft nogal wat consequenties in en voor het dagelijks leven en functioneren.

 

 

Ik vind het zelf soms wel een enorme handicap als ik wel wil maar niet kan. Maar ik leer elke keer weer meer om er mee om te gaan, met schade en schande soms. En aan de andere kant ervaar en zie ik dat er mensen zijn die wel veel dingen tegelijk (kunnen) doen maar ook niet altijd te benijden zijn, en dat het zelfs óók een bepaalde handicap kan zijn. Ik heb echt stilte en een bepaalde leegte nodig en het lijkt soms alsof er mensen zijn die geen stilte of leegte kunnen verdragen. Ik weet niet of het klopt, maar zo zie ik het.

 

 

Ik denk ook dat ik me geen enkele voorstelling kan maken van hoe het is als je wel meerdere dingen tegelijk kan doen zonder uit elkaar te vallen of te spatten door overbelasting. Om wel dingen te kunnen verbinden en die concentratie te kunnen hebben waardoor alles niet als totaal verschillende andere en onbekende werelden zonder bruggetjes bestaat en voelt. Om wel van binnen iets te hebben waardoor het gemakkelijker is of gaat en je niet overal het wiel opnieuw voor uitvinden moet.  Ik heb dat niet, kan het niet, ken het niet en kan me er niets bij voorstellen. Maar ik denk er wel over als ik die wereld van anderen bekijk en zie.

 

 

Ik denk dat net zoals bij anderen ook ik keuzes moet maken in wat ik wel aanga en doe en wat ik niet doe of los moet laten. Maar mijn leven kent genoeg momenten dat keuze maken meer een kwestie is van 1,2, 3 in Godsnaam en het maar zien te overleven. Afgelopen weken vond er een installatie van een centrale verwarming plaats in het huis waar ik woon. Het moest gewoon, de ene kachel deed het al lang niet meer en de andere stortte zowat in elkaar. Het werd ook gevaarlijk. Ik weet niet precies hoe maar ik heb het dus gered, en voor het eerst in mijn leven is er nu veel meer warmte om me heen. Ik ben nog niet zodanig over alles heen en uit een overlevingstoestand dat ik daar nu echt voelend van kan genieten, maar af en toe zijn er van die momenten dat dat al wel even plotseling een klein beetje voelbaar wordt.

 

 

Tijdens de verbouwing werden de oude kachels weggehaald, en onder één van de kachels kwam dit poppetje tevoorschijn. Eén van de op dat moment 5 aanwezige werkmannen kwam er mee aan en gaf het aan me. “Ach…. “ zei ik en even ging er van alles door me heen. Ik weet niet meer wanneer ik dit precies in mijn handen had gehad, het moet zeker een jaar of 10 geleden zijn. In een bepaalde fase van mijn leven had ik het van iemand gehad. Ik weet niet meer van wie. Het is wel een symbool ergens van voor me. En dat het daar al die jaren onder de kachel gelegen had en nu te voorschijn kwam…  Juist op dit moment. Het ligt nu nog op mijn werktafel. Een stille getuige, een stil symbool. Ik zet het vandaag op mijn weblog, in het kader van twintig jaar rechten van het kind.

 

 

                 

 

 

 

 

 Foto: Coby

 

 

 

het digitale dossier jeugdgezondheidszorg

dinsdag 10 november 2009 16:55

meldplicht, ministerie van jeugd en gezin, digitaal dossier jeugdgezondheidszorg, consultatiebureau, verwijsindex

 

 

In de serie over het ministerie van Jeugd en Gezin die ik maak, valt op hoe men vanuit Den Haag probeert landelijke regels, protocollen en wetten op te stellen om alle organisaties die met kinderen en zorg te maken hebben situaties van kinderen en e.v.t. signalen van mogelijke kindermishandeling beter in beeld te laten krijgen en brengen. Om die organisaties meer en beter te laten samenwerken. En om te proberen te voorkomen dat met mogelijke signalen niets wordt gedaan. Komend jaar worden een aantal van deze maatregelen concreet ingevoerd en verplicht. Welke zijn dat en wat houden ze in? De drie belangrijkste daarvan wil ik aan de orde stellen.

 

 

In deze bijdrage wil ik ingaan op het aanleggen van een elektronisch dossier van elk kind dat geboren wordt en dat per 1 juli 2010 in heel Nederland verplicht is. Er is nogal wat om te doen. Het heette eerst elektronisch kinddossier maar de huidige en blijvende naam is nu: digitaal dossier jeugdgezondheidszorg. Voor deze naam is gekozen om duidelijker aan te geven dat het alleen binnen jeugdgezondheidszorg gebruikt wordt en zal gaan worden.

 

 

 

Wat staat er in het digitaal dossier jeugdgezondheidszorg?

Hierin staan gegevens over gezondheid en ontwikkeling van een kind. Zaken zoals lengte, gewicht, ziektes, medicijngebruik, veranderingen in gezinssituaties, verstandelijke en motorische ontwikkeling en gedrag van het kind. Als arts en/of verpleegkundige afwijkingen of risico’s signaleren, geven zij dat aan in het dossier. Het digitaal dossier jeugdgezondheidszorg is géén onderdeel van het Elektronisch Patiëntendossier.

 

Is dit dossier totaal iets nieuws?

Nee, want nu werd er van elk kind al een dossier aangelegd, alleen was dat op papier.

 

 

Waarom wordt er dan nu overgegaan op een digitaal dossier?

Als redenen en voordelen worden genoemd, dat ze beter leesbaar zijn dan handgeschreven dossiers, dat ze minder snel kwijt kunnen raken, beter beveiligd zouden zijn tegen ongewenste lezers, en sneller en veiliger kunnen worden overgedragen als kinderen verhuizen, of op meerdere adressen wonen, of van arts en verpleegkundige wisselen.

Ander voordeel ligt op gebied van verbetering van de zorg voor kinderen: kinderen kunnen binnen de jeugdzorg beter gevolgd worden, risico’s die kinderen lopen zijn eerder te signaleren, men kan eerder hulp of ondersteuning bieden indien nodig, en analyse van (anonieme) gegevens kan op lokaal en landelijk niveau inzicht geven in de gezondheid van groepen kinderen.

 

 

Wie legt het digitaal dossier aan, wanneer en tot hoe lang?

De meeste kinderen krijgen hun dossier in de 2e week na de geboorte, wanneer ze door een verpleegkundige van het consultatiebureau worden bezocht om de hielprik af te nemen. Voor de vragen tijdens dat eerste gesprek maakt de verpleegkundige gebruik van (vaak gestandaardiseerde) vragen, zo stelt het RIVM vragenlijsten samen steeds geactualiseerd met inbreng van artsen, verpleegkundigen en wetenschappers. De afnemer brengt ook de ouder(s) op de hoogte van de aanleg van het dossier en er komt een folder over beschikbaar.  

Bij alle andere kinderen wordt het dossier aangelegd bij het eerstvolgende contact met de jeugdgezondheidszorg. Het dossier wordt bijgehouden tot het 19e levensjaar. Vijftien jaar na het laatste contact wordt het dossier vernietigd, zoals is vastgelegd in de wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst die dit voorschrijft voor alle medische dossiers.

 

 

Wie hebben er toegang tot het digitaal dossier jeugdgezondheidszorg?

Alleen hulpverleners van de jeugdgezondheidszorg die een zorgrelatie met het desbetreffende kind hebben (artsen en verpleegkundigen van consultatiebureaus en GGD’en, dus schoolartsen) Dus géén huisartsen, artsen in ziekenhuizen, medewerkers van jeugdzorg, politie en justitie. Ook ouders en kind hebben recht op inzage. In het belang van het kind en na toestemming van ouder/kind kunnen bevindingen uit het dossier met andere hulpverleners worden gedeeld. Ook hebben ouders en kinderen recht op correctie, verwijdering en vernietiging. Ouders alleen tot het kind 12 is, daarna heeft het kind zelfstandig de rechten op correctie, verwijdering en vernietiging. De zorgverlener kan meewerken aan deze rechten tenzij dat strijdig is met haar of zijn wettelijke zorgplicht voor het kind. Ook kan de zorgverlener inzage weigeren in het belang van de persoonlijke levenssfeer van het kind of één van de ouders, bijv. bij een echtscheiding. Uitgangspunt blijft en is altijd het belang van het kind.

De wet Bescherming Persoongegevens en de wet op Geneeskundige Behandelingsovereenkomst beschermen de gegevens verder.

 

 

Wat voor soort vragen kunnen bijv. gesteld worden bij de start van het digitale dossier?

Aangezien ik zelf vaak over de eerste (cruciale) jaren als kind geschreven heb en meermaals heb gewezen op het belang van vroege signalering was ik benieuwd naar voorbeelden van vragen die een verpleegkundige kan stellen bij het eerste bezoek aan de verzorger(s). Hier volgen er een paar. Hoe bevalt het om moeder te zijn, in hoeverre klopt de situatie met wat je er van verwacht had, hoe is het met jouw gezondheid, zijn er verzorgingsaspecten waar je je onzeker over voelt of moeite mee hebt, wat vindt de partner van de komst van het kind, in hoeverre draagt de partner bij aan de verzorging, in hoeverre ben je daar tevreden over, zijn jullie het eens over de manier van opvoeden en wat gebeurt er bij onenigheid hierover, hoe is de relatie met de partner in het algemeen en welke impact heeft de komst van het kind op jullie relatie?

Ook worden er op die manier vragen gesteld over sociale steun en netwerk, over mogelijke obstakels (financiën, werk, huisvesting, ingrijpende gebeurtenissen etc.) en over de ontwikkeling van het kind volgens de verzorger(s). De vragen zijn vooral bedoeld om mogelijke risicofactoren duidelijker te krijgen en daar steun bij te verlenen indien nodig om de omgeving van ouders en kind te versterken.

 

 

Kanttekeningen, bezwaren en/of nadelen?

Naast de voordelen die worden aangedragen, zijn er nogal wat mensen die bezwaren tegen het digitale dossier en de invoering ervan hebben of er vragen bij hebben. Ook worden er bijv. vragen gesteld bij de veiligheid van het digitale systeem, het is te kraken en men kan er binnenkomen. Ook zijn veel mensen van mening dat het met een kanon op een mug schieten is, met de meeste kinderen gaat het goed, moet je alles van elk kind vastleggen? Het wordt gekwalificeerd als bemoeizucht.

Is het geld niet beter te besteden aan voldoende en meer personeel en vooral goed gekwalificeerde en opgeleide mensen? Of zouden we i.p.v. vanuit Den Haag en van bovenaf niet beter moeten en kunnen investeren in basale moraal en houding (tegen)over verantwoordelijkheden t.o.v. kinderen? Ik verwijs bijv. naar de discussies in de reactieruimten van vorige bijdragen hierover.  

De vraag is ook hoe objectief de verpleegkundige en arts van het consultatiebureau is. Hoeveel ervaring en levenservaring heeft een dergelijke zorgverlener? Hoe goed zijn ze opgeleid en toegerust om signalen goed te onderkennen? Wat doet men aan díe instanties en personen die niet geneigd zijn om met elkaar samen te werken, moeite hebben om overleg aan te gaan, en goed met elkaar te communiceren? Gaan die systemen niet langs dìe oorzaken en problemen? Of zoals ik ergens las: die problemen los je niet op met een stekker in het stopcontact. Daarnaast zijn er ook nog mensen die vinden dat als er zo in eerste instantie geen signalen op risico’s zijn, men ook moet voorkomen dat dit betekent dat het kind dan minder goed in de gaten gehouden wordt.

Een aantal bloggers heeft eerder over het toen nog Elektronisch Kinddossier genoemd geschreven. Voorbeeld hiervan is de bijdrage van LisetteXoverXnld.

En van Knispel. Ook Edu besteedt vaak aandacht aan jeugdzorg en het ministerie van Jeugd en Gezin.

 

 

Rouvoet gaat ook in 2010 de wet Meldcode en de wet Verwijsindex risicojongeren invoeren. Daarover meer in de volgende bijdragen. Overigens, de contacten met de mensen uit de praktijk ga ik binnenkort leggen, ik ben benieuwd naar hun mening en ervaringen.

 

 

 

Eerder verscheen in deze serie:

Hoe is de stand in Nederland?

Voor consultatie naar het Centrum voor Jeugd en Gezin.

 

 

Bronnen o.a.:

De website van het Ministerie van Jeugd en Gezin

Digitaal dossier Jeugdgezondheidszorg

 

 

Hoe Ademtocht het balletje verder rolde......

maandag 21 september 2009 19:00

ademtocht, illustraties, portretten, balletje, linda, thuiskomen, de dood, boek

 

 

Het leven neemt soms wendingen die je zelf echt niet kunt bedenken. Toen ik met bloggen begon hier, had ik echt geen idee wat de effecten daarvan zouden (kùnnen) zijn. Ten goede of ten kwade. Ik schreef in mijn bijdragen over mijn persoonlijke geschiedenis en leven en plaatste daarbij door mij gemaakte schilderijen en tekeningen. Ik kon hierover met anderen een contact aangaan op een manier die voor mij te doen is, juist met het oog op die persoonlijke levensgeschiedenis. Ik ben meer een lezer dan een schrijver, vind ik en ik lees derhalve graag en vaak bij anderen en leer daarop te reageren. Een vorm van contact dat nog steeds in ontwikkeling is. En zich soms ook voortzet in echte contacten, dus niet alleen virtueel. Ook wat ik het hier en nu meemaak, vindt soms zijn weg naar het blog.

 

Zo schreef ik in februari 2008 over een cursus prentenboeken illustreren, die ik volgde bij Mylo Freeman, een erkende illustratrice. Ik liet zien hoe en wat ik gemaakt had en vertelde over mijn liefde voor prentenboeken. Mijn levensgeschiedenis heeft bij mij de uitwerking gehad dat ik weinig concrete wensen voor mijzelf kan voelen en formuleren, maar er was er eentje die al jaren stand hield. Ooit zou ik een prentenboek willen illustreren. De cursus was een stapje op de weg daar naar toe. Een mens moet dingen doen om verder te kunnen blijven dromen tenslotte..

 

Het boekje dat ik destijds op de cursus maakte, heette “Het balletje”.  Het ging over een balletje dat bij een gezin een nogal akelig leven leidde en die m.b.v. vrienden een andere en betere plek vond, ìn werd gerold als het ware. Eéntje waar het echt kon zijn wie en wat het was, het balletje vond een goed huis.

 

Nog geen 3 maanden later meldde zich Linda Wormhoudt bij mij, schrijfster en blogster hier bij het VKblog. Haar eerste boek stond op het punt van verschijnen en haar tweede boek lag in de vorm van een aantal verhalen min of meer klaar. De uitgeefster die mijn blog al die tijd gevolgd had, wilde heel graag dat ik de tekeningen zou maken bij een aantal van die verhalen. “En wat wil jij? “ vroeg ik Linda toen…

 

Het moesten met potlood getekende portretten worden. Iets dat me eigenlijk op het lijf geschreven is. Het onderwerp, de dood in al zijn hoedanigheden, past bij mijn bezig zijn met de essenties van het leven. In de verhalen en de schrijfstijl van Linda had ik meteen alle vertrouwen. Ik heb haar vanaf het begin dat ik op het VKblog kwam, gelezen. Toen ik de verhalen in ruwe vorm voor het eerst las, kwamen er direct beelden in me op. Sommige verhalen ontroerden me, sommigen deden me glimlachen, sommigen stemden me tot nadenken, sommigen verrasten me. Ze voerden me allemaal mee en raakten. Ik zag gezichten, situaties voor me, ik zag de blik in hun ogen. Ik ervoer hun adem…

 

Om een lang verhaal kort te maken, het boek van Linda is af en daarin staan 11 getekende portretten van mijn hand. Portretten van mensen van jong tot oud, man en vrouw, en soms uit andere culturen. Op verzoek van Linda voegde zich nòg een blogger bij dit boek: er staat een prachtig gedicht in van Bert Deben. Drie bloggers die via het VKblog met hun specialiteit zijn samengevoegd en gebracht in het boek “Ademtocht” dat op 10 oktober a.s. in Amsterdam-Noord gepresenteerd gaat worden. Jullie zijn allen van harte welkom en jullie kunnen je daarvoor melden bij Linda of mij.

 

Dank aan Linda en uitgeefster A3 voor het in mij gestelde vertrouwen. Dank aan Bert voor zijn poëzie, dank aan Geroma voor het mogen gebruiken van een portretfoto van haar (onlangs overleden)vader voor een tekening. 

Mij rest de wonderlijke constatering: het balletje is dus verder gerold. Het vond een goed huis…

 

 

 

  

 

 

             

Even wat anders

woensdag 9 september 2009 17:00

dag, moe, tuinbank, pot, tuin, vijver, even wat anders

 

Terwijl gisteren aan het einde van een laatste (?) zomerse dag het dikke speelgoedboek van Intertoys voor Sinterklaas op de mat viel, staarde ik naar één van de klussen die ik afgelopen zomer heb aangepakt. Dit deel van de tuin ziet er nog klinisch en erg netjes uit, maar het heeft de winter de tijd om helemaal klaar te geraken voor nog heel veel zomers vol salamanders, larven, kikkers, en allerhande insecten en om te gaan groeien naar de bijna wilde tuin zoals het was.

 

 

De oude vijver was lek, al jaren en alles moest weg. De vorm van de vijver is veranderd. Er zit nieuwe folie in. Er is een nieuwe en nog nooit zo’n mooie rand omheen gekomen. Het terras is verlaagd en opnieuw aangelegd zodat het niet meer kan verzakken. Bij een rommelzaak voor tweedehands goederen vond ik een oud Engels houten tuinbankje. Het leek meteen alsof het hier er al jaren stond. Passend in een oud binnenstadstuintje. Bij een tuincentrum zocht ik bij de buitenpotten voor de halve prijs, het werd deze schaal dus.

 

 

Het is net allemaal klaar en de zomer loopt op zijn eind....

Ik ben moe.  Tijd voor even wat anders.  Even het patroon doorbreken. Een duikje in een andere vijver. Even stilte. Tot over een dag of wat!

 

 

Voor consultatie naar het Centrum voor Jeugd en Gezin

woensdag 26 augustus 2009 18:42

jeugd en gezin, consultatiebureau, voorziening, wet maatschappelijke ondersteuning, kinderen, ouders, vragen en kanttekeningen

 

 

Bij de start van het huidige kabinet van CDA, PvdA en Christen Unie werd gesteld dat er in 2011 in Nederland een landelijk dekkend netwerk van Centra van Jeugd en Gezin moet zijn.

 

Wat is een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)?

Het is een laagdrempelige en herkenbare voorziening op wijkniveau waar men terecht kan met vragen over opgroeien en opvoeden. Het centrum biedt ook hulp. De doelgroep bestaat uit alle jeugdigen -9 maanden(prenataal dus) tot 23 jaar, hun ouders en beroepskrachten die met jeugd werken.

 

Waar komt het vandaan?

Het idee om op wijkniveau een eerstelijnsvoorziening te ontwikkelen voor ouders en jeugdigen ontstond in Amsterdam. In 2000 zette men daar voor elk stadsdeel een Ouder- en KindCentrum op. Het consultatiebureau werd uitgebouwd tot een plek waarbinnen verloskundigen, kraam- en consultatiebureaus, de schoolgezondheidszorg, opvoedsteunpunten en stadsdeel samenwerkten om de schotten tussen de voorzieningen te slechten en opvoed- en opgroeihulp toegankelijk te maken voor alle gezinnen in de buurt. Dit vond navolging op diverse andere plekken in het land. De toenmalige staatssecretaris VWS Clémence Ross-Van Dorp stelde in 2006 op grond van die ervaringen en inzichten voor om de functies op het terrein van algemene en preventieve gezondheidszorg en jeugdbeleid onder te brengen in Centra voor Jeugd en Gezin.

 

Welke voorzieningen moeten er in ieder geval worden aangeboden in een CJG?

Voor een CJG is een basismodel opgesteld, dat wettelijk wordt vastgelegd. Het geeft vorm aan vijf functies van het preventieve jeugdbeleid uit de Wet maatschappelijke ondersteuning: 

- informatie en advies  

- signalering 

- verwijzen naar het totale lokale en regionale hulpaanbod

- licht pedagogische hulp 

- coördinatie van de zorg

Gemeenten zijn verplicht tot het opzetten van Centra en voeren de regie. Ook is het verplicht om in de structuur van het CJG in ieder geval het consultatiebureau en de jeugdarts op te nemen. Verder moet zorg gedragen worden voor een schakel met Bureau Jeugdzorg en met Zorg- en Advies Teams in het onderwijs (ZAT)

Daarnaast hebben gemeenten vrijheid in het realiseren van inhoud geven van zorg op basis van specifieke behoeften en vraag in die gemeente of in de verschillende wijken waar CJG’s zijn. Verschillende inspecties houden wettelijk toezicht op een CJG.

 

Wie leveren er daadwerkelijk opvoedondersteuning in een CJG?

Verpleegkundigen en artsen van de jeugdgezondheidszorg, (school)maatschappelijk werkers en medewerkers jeugdzorgopvoedondersteuning. Andere hulpverleners die kunnen worden ingeschakeld of er ook kunnen werken, zijn: gezinsverzorgenden, kinderopvang, leidsters van peuterspeelzalen, jeugdwerkers, politie, huisartsen, pedagogen en medewerkers schuldsanering.

 

Kanttekeningen en vragen rond het CJG?

Hoe maak je van het Centrum een plek waar ouders vanzelfsprekend om hulp komen vragen, en als vertrouwd voelt, zoals bij het consultatiebureau of in de spreekkamer van de huisarts in het algemeen het geval is?

De doelgroep is t/m 23 jaar, hoe bereik je bijv. de 12-plussers? Wat moet er worden gedaan om deze centra ook voor hen aanknopingspunten te bieden?

Er moet al bij het opzetten van een CJG eigenlijk een visie zijn of komen op jeugd en opvoeden. Wat wil men bereiken? Gaat het om steunen, stimuleren en sturen van kinderen of wil men vooral de problemen van kinderen en ouders voorkomen en helpen oplossen?

Zouden de vragen en behoeften van gezinnen en kinderen uit de buurt of in de gemeente niet bepalend moeten zijn voor de invulling van de Centra?

 

Samenwerking tussen de verschillende organisaties binnen het Centrum kan moeizaam zijn omdat iedere organisatie toch vaak vasthoudt aan de eigen visie.

Kunnen CJG’s zorgen voor minder wachtlijsten bij de andere geïndiceerde zorg? Lukt het ze de pedagogische kwaliteiten van de ouders te bevorderen?

Werken de aanbieders niet langs elkaar heen en te versnipperd? Gaat het niet zorgen voor extra schotten en schakels?

In het CJG wordt van elk kind een digitaal dossier jeugdzorg aangelegd en werkt men met de verwijsindex. Ook wordt gesproken over een meldcode. Over al deze punten bestaat momenteel nog behoorlijk wat discussie. In de volgende bijdrage meer over deze hulpmiddelen die het werk van professionals in en rond het CJG (moeten) ondersteunen.

 

 

Bronnen o.a.:

- website van het ministerie van Jeugd en Gezin

- Kansen en dilemma’s rond Centra van Jeugd en Gezin, van het Nederlands Jeugd instituut,

  2007, Bert Prinsen en Joanke Prakken.

 

p.s. Ik ben bezig met contact leggen met mensen die werken (gaan) in een CJG, maar de gesprekken laten even op zich wachten door de vakantie en het feit dat iedereen weer op moet starten daarna.

 

 

 

Eerder verscheen in deze serie deel 1: Hoe is de stand in Nederland

 

Een ontmoeting met de mens achter al die foto's

donderdag 13 augustus 2009 18:45

droedels, waardevol, eva, ontmoeting

 

 

Op 20 november 2008 grapten Eva/Jeetje Mina en ik onder één van haar blogs met een gefotoshopte eekhoorn een paar keer heen en weer dat we maar eens naar Artis moesten om een echte eekhoorn te fotograferen.

“Oké, als het beter weer is” was haar laatste antwoord.

 

Bijna 9 maanden later was het zover. Inmiddels was het Eva al eerder gelukt om zelf een eekhoorn op de foto te zetten, dus we hoefden niet meer naar Artis. En op de dag van de afspraak regende het, beter weer konden we niet krijgen.

Als afspraakplek hadden we gekozen voor de bovenste verdieping van de openbare bibliotheek vlakbij het Centraal Station in Amsterdam, waar van alles lekkers te eten en te drinken is.

We hadden elkaar foto’s van onszelf gestuurd, zodat we elkaar zouden kunnen herkennen.

 

 

Op haar blog zet Eva vaak en vooral foto’s. Zij introduceerde het droedelen op het blog, organiseerde een succesvolle VKDroedeldag en later nog eens een Vogelverschrikkelblogdag. Nog niet zo heel lang geleden schreef ze over de plotselinge hartaanval van haar man en daarna het gelukkig goed verlopende herstel. Over haarzelf schrijft ze niet of niet veel. Zelfs bij en over haar foto's schrijft ze vaak weinig tekst. Het was derhalve bijzonder om de vrouw achter al die foto’s en van de droedels in het echt te ontmoeten. Dat fotografie en kunst onderwerpen zouden zijn waar we het over zouden gaan hebben stond voor mij wel vast, maar verder had ik geen idee.

 

 

Zonder dat we er erg in hadden, waren we zo een aantal uur verder in de tijd en leerde ik iets van haar denken en haar leven kennen. Op een prettige en haast natuurlijk mooie vanzelfsprekende manier liet ze zich ontmoeten. Ik denk niet dat ze op haar blog nou opeens meer over zichzelf zal gaan schrijven, maar ik kan jullie uit eigen ervaring nu laten weten: de mens achter al die foto’s is zeer de moeite waard.

 

 

 

 

Foto van het uitzicht vanaf de bovenste verdieping van de bibliotheek door Coby bij een eerder bezoek genomen in 2008.

Hoe is de stand in Nederland ?

dinsdag 4 augustus 2009 09:00

digitaal dossier., melden, raak, beleid, maatregelen, jeugd en gezin, kindermishandeling

 

In een aantal bijdragen over mijn eigen geschiedenis van o.a. verwaarlozing heb ik vaak aangegeven dat het van belang is dat 1) kindermishandeling meer en meer gesignaleerd wordt en kan worden en 2) dat hulp bieden en evt. interventies doen het meest doeltreffend is als dat in een dergelijke situatie zo vroeg en snel mogelijk gebeurt. Hoe langer het kind in een dergelijke situatie zit en blijft, hoe ingrijpender de gevolgen kunnen zijn. Het is natuurlijk ook een vraag wat voor hulp in welke situatie nou het meest effect sorteert.

De komende periode zal ik zo nu en dan wat bijdragen wijden aan de vraag hoe de stand van zaken nu is in Nederland op gebied van preventie en hulp bij kindermishandeling. Het antwoord zal niet volledig zijn, die illusie en ook pretentie heb ik niet.

 

 

Toen in 2007 het huidige kabinet van CDA, PvdA en Christen Unie aantrad, kreeg minister Rouvoet een nieuw ministerie onder zijn hoede. Voor het eerst in Nederland is er een apart ministerie van Jeugd en Gezin. Wat waren en zijn de aandachtspunten in het beleid en Rouvoets plannen? In het kort zet ik hier de belangrijkste kort op een rij. In elke volgende bijdrage over dit onderwerp zal ik meer ingaan op een aantal van deze punten. Het is mijn bedoeling niet alleen theorie en kennis weer te geven. Uiteindelijk wil ik ook proberen iemand of meerdere mensen uit de praktijk aan het woord te laten.

 

 

 

                    Plannen en aandachtspunten Ministerie van Jeugd en Gezin

 

1.  Voor de preventie van opgroei- en opvoedingsproblemen en tijdig signaleren hiervan, wordt overgegaan tot de ontwikkeling van Centra voor Jeugd en Gezin in elke gemeente. In deze centra kan medische, sociale en educatieve ondersteuning worden gegeven aan ouders en hun kinderen. Het gaat daarbij bijv. om het consultatiebureau, opvoedingsondersteuning en gezinscoaching

 

 

2.  Eind 2009 moeten alle instellingen in de jeugdgezondheidszorg werken met digitale dossiers voor kinderen. Het werd eerder elektronisch kinddossier genoemd. Alle kinderen van 0 tot 19 jaar krijgen zo’n dossier bij de eerste keer dat zij met de jeugdgezondheidszorg in aanraking komen. Tevens wordt in jan. 2010 de verwijsindex ingevoerd. Ook in 2010 moeten alle beroepskrachten in gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke werk, jeugdzorg, politie en justitie werken met een meldcode.

 

 

3.  Rouvoet heeft bij zijn aantreden gezegd het cruciaal te vinden dat de wacht- en doorlooptijden voor de jeugdzorg worden aangepakt. Eind 2009 moeten de wachtlijsten zijn weggewerkt. Waar mogelijk wil hij de wettelijke normen voor de toegestane wachttijden aanpassen. Vooral meldingen bij de AMK (Advies- en Meldpunten Kindermishandeling) zijn een belangrijk aandachtspunt.

 

 

4.   Er gaat ingezet op en aandacht besteed worden aan de professionalisering binnen de jeugdzorg. Er komt ook een landelijke werkwijze om kindermishandeling te bestrijden, de aanpak heet RAAK. De kinderbeschermingswetgeving wordt/is aangepast: bij gezagsbeperkende of gezagsontnemende maatregelen wordt voorrang gegeven aan het belang van de minderjarige.  

 

 

5.   Het kabinet gaat proeven doen met intensieve scholings- en heropvoedingstrajecten voor jongeren zonder opleiding en werk. Ook komen er gesloten jeugdvoorzieningen tot stand, waardoor jongeren niet meer in justiële inrichtingen terecht komen omdat er geen plek is voor behandeling maar in specifieke jeugdzorginstellingen. Er komt een wettelijke regeling die het mogelijk maakt om kinderen beneden de 12 jaar die op straat rondhangen en overlast veroorzaken, thuis te brengen. Er kan dringender worden opgetreden en er wordt gekeken naar of er evt. maatregelen en sancties t.o.v. ouders kunnen worden getroffen als zij zich niet aan afspraken hierover houden.

 

 

6.   Er is inmiddels een nieuwe gezinsnota: “De kracht van het gezin.” Hierin zijn de reeds gestarte iniatieven ter ondersteuning van gezinnen bij de opvoeding gebundeld. Zo komt er bijv. de aanpak: “Eén gezin, één plan” . Hulpverleners maken een totaalplan waarmee kinderen èn gezin worden geholpen. Eén van hen coördineert de zorg.

 

 

 

 

Informatie komt uit diverse bronnen, maar de voornaamste is de site van het Ministerie van Jeugd en Gezin

 

 

Hoe de conversatie verder verliep

zondag 19 juli 2009 19:02

pastel, conversaties, samen kunst maken

 

 

 

In de eerste bijdrage schreef ik over hoe ik Kees en het pastel ontdekte en leerde kennen, in bijdrage twee legde ik uit hoe we met z’n tweeën één kunstwerk maakten onder de lading dekkende titel Conversatie. De derde bijdrage werd verzorgd door Koen, hij voegde in en toe aan een door hem gekozen conversatie van Kees en mij met een prachtige muziekimprovisatie. Deze laatste bijdrage vertelt hoe het verder ging nadat we een aantal werken samen hadden gemaakt.

 

 

               

                                       Conversatie nr. 28. Kees en Coby

 

 

Na verloop van tijd ontstond ook door reacties van anderen het plan om te gaan exposeren.

Dat betekende zelf passe-partouts snijden en inlijsten. En we zochten een goede plek voor onze eerste expositie die we dan echt ook een beetje groots wilden aanpakken, met publiciteit, uitnodigingen, opening enz. We vonden een prachtige ruimte in de Grote Kerk in Schermerhorn. Het werd een succes. Daarna volgden nog vele exposities op diverse plekken.

We hingen o.a. in het Medisch Centrum Alkmaar, in gemeentehuizen, centrale bibliotheken,

het Centraal Bureau voor de Statistiek in Voorburg en we werden ook uitgenodigd voor expositie in Galerie Zwijssen in Hoorn en de kunstmarkt in Bergen.

 

 

                                           Conversatie nr. 24. Kees en Coby

 

 

Ondertussen hadden we zo’n 40 conversaties gemaakt in ruim twee en half jaar. Kees en ik stonden eigenlijk nooit stil, we zochten altijd weer een nieuwe uitdaging of ander startpunt om ons werk steeds verder te laten ontwikkelen. Om niet te blijven in en bij wat we deden en al konden. Maar het pastel heeft zo zijn grenzen en beperkingen. Langzamerhand spraken we over het overgaan op ((e.v.t. samen)schilderen en ik begon zelf ook weer te schilderen. Eerst volgde ik een cursus portretschilderen bij inmiddels nu bekende Liesbeth van Keulen in Amsterdam en daar werd ik weer op het spoor gezet van Henk van Vlerken, ook in Amsterdam. Henk heeft als specialisme schilderen volgens de Rembrandttechniek en de Renaissancetechnieken (t.z.t. zal ik daar ook eens wat bijdragen aan wijden).

 

 

                                             Conversatie nr. 29, Kees en Coby

 

 

Kees had echter niet zoveel nog geschilderd en voelde en vond dat hij eerst zelf meer techniek daarin moest ontwikkelen. Hiermee eindigde onze samenwerking op kunstgebied. Kees ging een cursus collages schilderen volgen en daarna nog een tweejarige opleiding fotografie en digitale beeldbewerking. Hieronder volgen nog wat resultaten van Kees uit beide perioden en ook nog een pastelwerk van hem uit de periode van vóór onze samenwerking. Zodat jullie ook meer nog een beeld krijgen van het individuele werk van Kees. Want we verschillen wel in eigen persoonlijke werkwijze en ook technieken die we ontwikkeld hebben. Kees werkt vooral meer vanuit het geheel en het overzicht. Ik werk meer vanuit een beginpunt en van daaruit werk ik verder volgens mijn gevoel en intuïtie. Ook heeft Kees zichzelf ingelezen in een deel van de kunstgeschiedenis en vooral Kandinsky, Klee en Miro spreken hem erg aan.

 

 

Juist de verschillen droegen bij aan de uiteindelijke resultaten.

Nog altijd kijken we met goed gevoel terug op onze periode van dit samenwerken met elkaar, de werken die we gemaakt hebben en vooral ook wat we er allemaal van en door geleerd hebben. We converseren nog steeds, alleen niet meer in beeldtaal.

 

 

          

                   Individueel pastelwerk van Kees van voor onze samenwerking

                                                         geen titel

 

 

                                         collagewerk van Kees, geen titel

 

 

        

                     werk van Kees uit de cursus fotografie en digitale beeldbewerking

 

 

 

 

 

In deze serie verscheen eerder:

deel één  :  conversatie

deel twee:  conversaties of hoe je z'n tweeën één kunstwerk maakt

deel drie  :  Co-productie; Conversatie. Coby, Kees, pastel op papier & Koen Scherer; piano-improvisatie                                                               

  

                                                 

conversaties of hoe je met z'n tweeën één kunstwerk maakt.

dinsdag 7 juli 2009 19:05

op papier, conversatie, formaat, samen kunst maken, pastel

 

 

 

 

In mijn vorige bijdrage schreef ik over hoe ik Kees ontmoette en we elkaars creatieve werk leerden kennen en van daaruit het idee ontstond om eens te gaan samen werken met als materiaal pastelkrijt.

Hoe deden we dat?

 

 

Allereerst gingen we werken op goed en wit papier van flink formaat, gemiddeld zo'n 60 bij 80 cm. Allereerst maakten we een compositie. Eén van ons begon met houtskool een lijn of vorm ergens op het papier aan te brengen. De ander reageerde daarop met een lijn of vorm. We gingen daar net zo lang mee door tot we, vrijwel altijd gelijktijdig, voelden en vonden dat we een goede compositie hadden bereikt. Vervolgens besloten we met welke kleuren we gingen werken. Daarna begonnen we samen in te kleuren. Meestal lukte het ons een werk in één dag te maken.

 

 

Dit proces is te vergelijken met een gesprek, niet in woorden maar in vorm, lijn en kleur. Vandaar de titel van de pastelwerken: 'Conversatie'. En dat terwijl we tijdens het opzetten van het werk eigenlijk nauwelijks of niet spraken. Meestal werkten we zonder directe aanleiding of onderwerp, maar we hebben ook wel in opdracht gewerkt. Zo was de Erasmusbrug in Rotterdam eens uitgangspunt op verzoek van mensen die daar vlakbij wonen. Hoewel we de brug abstract hebben weergegeven en verwerkt, was deze als zodanig wel te herkennen. Het gehele proces is een voortdurende aaneenschakeling van constructie enerzijds en destructie of aanpassing anderzijds. Het eindbeeld dat we ieder voor zich mogelijk hebben van het werk wordt constant doorbroken door de ander en vraagt om loslaten en reageren. Ikzelf vond dat juist één van de uitdagendste onderdelen van dit samenwerken. 

 

 

Uiteindelijk ziet het eruit als een geheel, terwijl we toch verschillend waren en zijn. Niet alleen in persoon maar ook in techniek.

Over hoe het verder met ons ging, komt er nog een blog. Maar eerst komt deel 3 in deze serie. Die wordt verzorgd door Koen, met een muziekimprovisatie op een door hem gekozen pastelwerk van Kees en mij.

 

 

 

Hieronder enkele andere werken van ons. 

 

                                                   Conversatie nr. 6

 

 

 

 

 

                                                      Conversatie nr. 14

 

 

 

 

 

                                                     Conversatie nr. 2

 

 

 

 

                                                  Conversatie nr. 16

 

 

 

 

 

                                                    Conversatie nr. 34

 

 

 

 

 

 

 

Conversatie 6, 14 en 16 zijn verkocht.

Alle werken stammen uit 2003 behalve conversatie nr. 34. Die is gemaakt in 2004.

Conversatie 6 en 2 zijn 80 bij 90 cm. de anderen zijn 60 bij 80 cm.

 

 

 Eerder verscheen in deze serie deel 1: Conversaties

 

 

 

Conversaties

vrijdag 3 juli 2009 18:50

samenwerken, groestherapie, leonardo da vinci, lesser ury, conversatie, pastel, kunst

 

 

 

 

Ik zit al een tijdje te denken wat voor een inleiding ik zal schrijven maar ik heb besloten dat ik gewoon maar moet beginnen met terug te gaan naar het jaar 2002. In augustus van dat jaar volg ik een intensieve (groeps-) psychotherapie van vier maanden, intern. Dat wil zeggen dag en nacht met uitzondering van het weekend. Daar ontmoette ik Kees. Omdat ik daar iets van mijn teken- en schilderwerk liet zien, besloot Kees dat ook met zìjn werk te doen. Voor ons beiden was het op die manier bezig zijn belangrijk, ook al had dat belang voor ieder van ons een andere invulling en betekenis.

 

 

Zo’n therapie, daar zou ik menige bijdrage over kunnen schrijven maar dat doe ik nu maar even niet. Maar in die avonden heb je en had ik soms echt wel behoefte om even iets anders te doen. Uitbreken, niet letterlijk maar figuurlijk. Zo ontstond het idee toen bij Kees en mij om eens samen te gaan werken. Kees werkte vooral met zacht pastelkrijt. Iets dat ik nog nooit had gedaan, maar dat belemmerde mij niet om de uitdaging aan te gaan. Al tijdens onze eerste probeersels bleken onze stijlen verrassend goed bij elkaar te passen.

 

 

 

Vanaf dat moment werkten we geregeld samen, ook toen onze vier maanden daar erop zaten. Het was het begin geworden van een vruchtbare en inspirerende periode. Ik schafte mijn eigen pastelkist aan. Met daarin een schat aan prachtige kleuren. Nog steeds is deze koffer me dierbaar. En nòg is de kist niet compleet. Ik heb nog tien doosjes met losse krijtjes met de kleuren die niet in de kist zitten.

 

 

 

 

 

Pastelkrijt of pastel is een zacht soort krijtstift waarmee op een zeer schilderachtige wijze getekend kan worden. Het bestaat uit pigmenten die samen met kalk of gips samengeperst zijn tot een rond krijtje. (Wikipedia) Je hebt hard en zacht krijt. Met hard pastelkrijt tekende bijv. Leonardo de Vinci zijn bekende zelfportretten. Een bekende kunstenaar die met zacht pastelkrijt werkte, was Edgar Degas.

 

 

 

Het zachte krijt kan met de vingers of een soort waaier (doezelaar) uitgeveegd en uitgewreven worden. En je kunt er gemakkelijk overgangen van donker naar licht( bijvoorbeeld van donkerrood naar roze) en overgangen naar een andere kleur mee maken (bijvoorbeeld van groen naar geel of van groen naar blauw). Mengen is echter moeilijk, voor je het weet wordt het een wat vuiluitziende doffe “soep”, vind ik.  Ik houd er het meest van als de kleuren het meest oorspronkelijk worden aangebracht en niet teveel vermengd worden. Dan behouden de kleuren ook hun helderheid. Maar dat is een kwestie van smaak.

 

 

 

Hieronder vind je een paar voorbeelden van hoe er met pastel gewerkt kan worden en is gewerkt door anderen.  De onderste afbeelding is een werk van Kees en mij samen. Hoe we dat deden en hoe dat precies in zijn werk ging, zie en lees je in het volgende blog.

 

 

             

                                    zelfportret van Jean Siméon Chardin

 

 

 

                                                  Pastel van Lesser Ury

 

 

  

                                       three butterfly-created by Chip

 

 

 

                                       Conversatie nr. 5 door Kees en Coby

 

 

 

 

 

Bronnen: Wikipedia

Afbeeldingen: Wikimedia Commens

Foto's: Coby

 

Conversatie nr. 5, 2003

Pastel op papier

Formaat 60 bij 80 cm.

Verkocht.

 

 

badeendjes bekennen kleur.....

donderdag 18 juni 2009 08:59

rolpatronen, vrijheid, beinvloeding, prenatale, blauw, roze, bandeloze badeenden, badeenden

 

 

 

 

Bericht van het liberationfront:

 

 

Geïnspireerd door de bandeloze badeendengroep, de oproep van Buck ter bevrijding van zijn lotgenoten drong vanuit de Prenatalwinkel in Hoorn een noodkreet tot mij door.

De twee badeenden, die daar te midden van de spenen en spuugdoekjes stonden, waren niet alleen toe aan ontlopen van hun onvermijdelijke lot waarvoor zij waren geschapen en opgeleid tijdens intensieve training. Ze waren en zijn ook hartstochtelijk toe aan bevrijding uit de vaststaande kleurbeschikking ten behoeve van meisjes- en jongensbaby’s. Vooral de roze badeend vroeg wanhopig aan mij: “Hoe roze kun je zijn? gevolgd door “En ik houd helemaal niet van meisjes”.

De blauwe eend slikte en zei dat hij er juist heel gek op was….

 

 

 

Het was duidelijk. Ook voor mij. Ik bedoel: hoeveel roze kun je verdragen?

En hoe lang en hoe vaak moet de emancipatiestrijd nog gevoerd worden als bij de baby en het jonge kind in zijn of haar kleursmaak door Prenatal al voorgeschreven, gemanipuleerd dan wel geïndoctrineerd wordt. Hier moest worden ingegrepen. In alle vrijheid heeft de roze badeend voorlopig voor een wat andere outfit gekozen. Het is slechts een eerste stap. Ik denk dat er nog velen zullen volgen, ze heeft al met gretigheid naar mijn verfspullen zitten kijken…….

 

 

 

Hier genieten de twee van de vrijheid en het zonnetje op mijn tuinbank met uitzicht op de vijver. Maar ze hebben al laten weten uiteindelijk voor het vlakbij gelegen IJsselmeer te kiezen op Internationale Badeendendag.

 

      

 

 

 

Foto: Coby

 

de reis gaat verder

dinsdag 26 mei 2009 17:45

Afgelopen zaterdag kwam ik  stil te staan voor één van de spoorwegovergangen in Hoorn. Het duurde en duurde. Er ontstond een hele opstopping. De vraag kwam op of er iets met de spoorbomen aan de hand was. Maar na minuten kwam de veroorzaker van de vertraging aangetuft. Ja, aangetuft, want het was de stoomtram Hoorn-Medemblik. Hier een foto van wat eens een belangrijk vervoermiddel was. Kon er niets aan doen, maar moest ineens denken aan de oude VK-server, die met horten en stoten ook nogal eens boemelend voor de nodige vertraging zorgde.

 

 

 

 

                 

 

Laten we hopen dat het trage tempo, het oponthoud en de tekortkomingen nu wat voorbij zijn.

De nieuwe VKblogtrein kan en gaat in ieder geval weer rijden……  Misschien met allemaal andere coupés en bestuurders.

 

 

 

 

 

                        De bloggerstrein reist verder. Goede reis iedereen !

 

 

 

 

 

                            ------------------------------------------------------------ 

 

 

 

---------------

 

 

 

 

---------------

 

 

 

 

--- ----------

 

 

 

 

--------- -- weer op weg

 

 

    

 

 

 

n.b. elke aanwezigheid, plek, en indeling van de wagons is willekeurig en berust op toeval.  Deze bijdrage was in ieder geval een hele goede oefening om de weg te zoeken en kennis te maken in en binnen het nieuwe systeem...... Tong uitsteken                         


Mijn stilstaan bij de afsluiten van het oude VKblog is een verwonderd en dankbaar stilstaan bij het invullen van iedereen, inclusief mezelf, van de geboden ruimte hier. Het is een (ontmoetings)plek van en voor creatieve mensen waar ieder op eigen manier mee omgaat. En ik wens dat we dat meenemen naar het nieuwe VKblog. Creatief omgaan betekent niet alleen daadwerkelijk creatief werk maken. Het is een manier van denken, dichten, muziek maken, fotograferen, schrijven, kijken, betogen en ontmoeten.


E

Ik vulde de geboden ruimte met tekeningen, met hun verhaal, zoals velen hun verhaal tekenden met woorden.



Ik vulde de geboden ruimte met geschiedenis en verhalen uit een zwarte periode, zoals velen verslag deden en doen uit/in dergelijke periode







Ik vulde de geboden ruimte met abstracte schilderijen en hun verhaal zoals velen fantasievol doen en deden met woorden







Ik vulde de geboden ruimte met portretten en prachtige samenwerkingen en ontmoetingen zoals velen elkaar ontmoetten op diverse manieren en in vrije keuze hoe.







Ik vulde de geboden ruimte door in te gaan op oproepen van anderen voor themadagen, ieder op zijn of haar eigen manier.


We gaan door, tot dinsdag iedereen!





Ik vond en vind het wel een uitdaging om mee te doen aan de oproep van  grandmaster. dj voor Sleeveface,  maar ik heb ooit (dom ja!) heel veel elpees weggedaan en mijn pick-up staat op zolder… Dus dook ik in de uitgebreide verzameling elpees van goede vriend George en vond ik Arthur Rubinstein, toch niet de minste! 

Om de foto goed te laten lukken, kwamen we terecht in de kledingkast van George. Voor het eerst van mijn leven een mannenoverhemd met stropdas aan gedaan en een colbertje om het af te maken. Beetje groot, ik kon er wat in rondzwemmen maar dat had ik er graag voor over. Bovendien was Arthur Rubinstein zelf ook niet zo uit de kluiten gewassen, dus dat klopt dan wel weer.  

Aan het niet juiste geslacht is uiterlijk althans nog wel iets te doen (misschien een ideetje voor Appelvrouw), maar pianospelen kan ik dus echt niet.
De conclusie luidt dan ook: missie geslaagd, de foto is heel goed gelukt maar voor de rest houdt elke gelijkenis dan ook op….    



Getoonde elpee: Chopin Klavierkoncert nr. 1 Rubinstein met daarachter Coby
Met dank aan George en Marlot.   



Veel van mijn vrienden hebben meerdere katten en poezen. Ikzelf niet, ik heb guppies.... Vele jaren geleden trouwde een collega-vriendin. Zij had twee siamezen, vernoemd naar koning Phumibol en koningin Sirekit van Thailand. Ze "kletsten" de oren van je hoofd, ze jammerden wat af.
Er ging geen dag voorbij of ze kwam met verhalen over wat ze nu voor geks hadden uitgevreten of kenbaar hadden gemaakt. Toen ze ging trouwen, viel het me eerlijk gezegd nòg mee dat Phumibol en Sirekit er niet bij waren.... Om het gemis een beetje op te vangen en om hen ook een stem te geven op deze dag studeerden nog een vriendin en ik het kattenduet van Rossini in. Met begeleiding op de piano. Dat viel nog niet mee. Helaas heb ik daar geen opnamen meer van. Maar dit vind ik ook wel hilarisch. En onze mimiek toendertijd vertoont verdraaid veel gelijkenis met die van deze katten.






Oh ja, en nu U hier toch bent, Emma wordt vandaag 15. Geen kat, maar een blogster die ik graag nog eens in de schijnwerpers zet. Ze heeft vandaag zelf een verjaardagsblogje. Van harte gefeliciteerd!

Profielfoto coby

coby

Woonplaats: Hoorn
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Links

Groepen

Bandeloze Badeenden

Bandeloze Badeenden

Opgericht door Grutte Pier op woensdag 10 juni 2009 22:17, 21 leden

Bevrijd de Badeend!

Favorieten van coby

Appelvrouw van de Boomstam Emma  V. maria-dolores suikerspin zaaikort

avatar is van dit schilderij

fotoEigen werk. Acryl op doek, 2007. 1 bij 1 m.

Over verwaarlozing en de gevolgen

Vanaf het begin van mijn weblog plaats ik regelmatig ook zeer persoonlijke verhalen over de gevolgen van kindermishandeling. Met speciale aandacht voor verwaarlozing vanaf het begin van het leven.

 

Ontwikkeling en verwaarlozing

 

Je hoopt

 

Zwarte handen

 

Terug naar het weiland

 

Hoe weet je nog iets van je eerste levensjaren?

 

Een abstracte danseres

 

Hersenwerk

 

Op mijn negende

 

Op mijn negende, deel 2

 

De laatste nacht van een leven

 

Mijn gedachten en wensen(eerste deel)

 

Mijn gedachten en wensen(tweede deel)

 

Mijn gedachten en wensen(derde en laatste deel)

 

Rituelen van vroeger

 

Reflexen(1)

 

Voor even verbonden

Mijn tekeningen in Ademtocht

Denkend aan......

 

Appelvrouw was op Delfsail mét fototoestel. Behalve boten zag zij ook van alles dat haar aan bloggers deed denken. "Mijn oog viel natuurlijk op het meisje met het gouden haar en ze deed me aan Coby denken, waarvan de meeste mensen denken dat ze blond is".

Drieluik samen met Vuurjuffer

foto

Vuurjuffer schreef op haar blog dat ze graag iets zou willen schrijven bij beelden van anderen. Ik stuurde haar drie portretstudies.

Resultaat is een bijzonder drieluik van haar gedichten en mijn schilderijen, te zien via de volgende links:

Deel 1: Naakt

Deel 2: Ontzet

Deel 3: Met dank aan Vuurjuffer

Pastel met muziek van Koen

In de periode van 2000 tot 2002 maakte ik samen Kees pastelwerken, getiteld conversaties. Bij conversatie nr. 30 hierboven componeerde Koen deze muziek

schrijfschilderen met Ingrid van den Bergh

Ingrid schreef de tekst en vroeg mij of ik een schilderij gemaakt had dat er bij paste.

 

 

                      schaafsels lossen mijn huid

                      ruwen op mijn ziel

                      polijsten mijn zijn

Reacties

foto

op mijn bijdrage Voor even verbonden van 17 april 2009

 

Maria-Dolores / 17-04-2009 14:27 verbinding maken doet pijn, maar geen verbinding maken òòk. (meen ik, denk ik te begrijpen)

 

lebonton / 17-04-2009 15:26 onomwonden zoek ik de pijn van het toch verbonden zijn

 

De Discutantes& Actuality / 18-04-2009 20:31 Achter iedere Rékening van de Pijn Zit een Betekening van er Z I J N

 

Gala:19-04-2009 17.03 ik vergeet soms coby dat jouw zoektocht lang is en dat niet de vraag is òf je verbinding wil maar hóe.

Laatste reacties

persona

Fototentoonstelling en verhalen: Voor het oog van Job
coby: koen: de openheid is heel essentieel, zij gaan daarin voor …

persona

Fototentoonstelling en verhalen: Voor het oog van Job
oliphant: Je hebt met woord en beeld, met invoelingsvermogen en gepaste …

persona

Fototentoonstelling en verhalen: Voor het oog van Job
koen: ik kan me het gevoel wat je had goed voorstellen. …

persona

Fototentoonstelling en verhalen: Voor het oog van Job
coby: Lokhof: ik vind het ook zo knap dat makers en …

persona

Fototentoonstelling en verhalen: Voor het oog van Job
sLIMME JUF en Brilmansje: = Ik dacht later nog: de zolder is ook de …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van coby, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2010
2009
2008
2007

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •