Met verbijstering ziet links Nederland een rechts
minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV naderbij komen.
Het CDA van Verhagen had immers harde voorwaarden
geformuleerd voor eventuele samenwerking met de PVV.
In de verklaring van de drie partijen van afgelopen vrijdag
en in het eindverslag van informateur Lubbers is daar weinig
van terug te vinden. De verbazing van links is ten onrechte.
De laatste vijftig jaar blijkt keer op keer dat als
centrum-rechtse partijen de meerderheid in de Tweede Kamer
hebben ze graag samen gaan regeren.
De reacties van de afgelopen dagen doen sterk denken aan een
formatie uit een grijs verleden. In 1977, nadat Den Uyl en de
PvdA tien zetels hadden gewonnen, leek na maanden van
moeizame onderhandelingen de vorming van een kabinet van
PvdA, CDA en D66 niet mogelijk.
Ook toen hoopte de PvdA dat progressieve CDA’ers,
waaronder Aantjes, de vorming van een rechts kabinet van CDA
en VVD zouden tegenhouden. Tevergeefs.
Toen Wiegel en Van Agt in enkele weken tijd een regeerakkoord
op papier zetten, werd er gemord in het CDA, maar men
accepteerde uiteindelijk het kabinet. Ook toen was het
argument dat er geen alternatief meer was en dat de PvdA het
aan zichzelf te danken had.
Ook toen hoopten Den Uyl c.s. op een snelle val van het
kabinet dat met slechts 77 zetels een minimale en weinig
stabiele meerderheid had in de Kamer. In de vier jaar die
volgden viel het kabinet niet, de loyalisten in de
CDA-fractie protesteerden soms tegen onderdelen van het
kabinetsbeleid, maar ze bleven uiteindelijk loyaal aan het
kabinet.
Wel was het een machteloos kabinet, dat zijn CDA-minister van
Financiën (Andriessen) uit frustratie zag opstappen.
Noodzaak
Naar aanleiding van deze langste en beruchtste formatie uit
de Nederlands naoorlogse geschiedenis schreef de Amsterdamse
politicoloog Daudt in 1980 een artikel over
kabinetsformaties. Geïnspireerd door een uitspraak van
Nolens, de leider van de Rooms Katholieke Staatspartij uit
1925, stelde hij vast dat voor het CDA geldt dat alleen in
uiterste noodzaak een kabinet wordt gevormd met linkse
partijen.
Die uiterste noodzaak kan een getalsmatige achtergrond hebben
– geen andere meerderheid mogelijk – of
voortkomen uit de val van een voorafgaand centrum-rechts
kabinet.
Volgens Daudt hoeft het daarbij niet noodzakelijk een
vooropgezette doelstelling te zijn van het CDA, maar vloeit
het voort uit grote programmatische verschillen.
De stelling van Daudt is niet onomstreden maar de formaties
van de laatste decennia passen goed in dit beeld, ook de
formatie van het komende rechtse kabinet.
Alleen bij uiterste noodzaak zal CDA een kabinet vormen met
links
De vraag is wel of deze uitkomst door de voorstanders van
Paars-plus had kunnen worden voorkomen. Het antwoord is
simpelweg nee.
Het was een meesterzet van Verhagen om in eerste instantie
niet te willen praten over samenwerking met de PVV. Het gaf
hem tijd om in eigen kring orde op zaken te stellen, de
verkiezingsnederlaag enigszins te verwerken, en de nadelen
van een mogelijke rol in de oppositie te laten doordringen
bij de achterban.
Tactiek
Het leek een zeer harde stellingname van Verhagen, zeker toen
hij in het Kamerdebat nog eens zijn bezwaren tegen de PVV in
principiële en rechtstatelijke termen formuleerde. PvdA, D66
en GroenLinks wilden dit maar al te graag geloven, maar het
bleek vooral tactiek te zijn. Of het om een een-tweetje met
de VVD ging, zal waarschijnlijk wel nooit duidelijk worden,
maar VVD-informateur Rosenthal, tevens vertrouweling van
Rutte, legde zich wel opvallend gemakkelijk neer bij de
blokkade van het CDA.
Vol overtuiging zijn Cohen, Pechtold en Halsema daarna gaan
onderhandelen met de VVD over een Paars-plus kabinet, terwijl
Rutte al wist dat het CDA wel beschikbaar was voor een andere
coalitie. Toen Paars-plus door de piketpaaltjes van Rutte was
afgeserveerd, lag het veld open voor een rechts kabinet.
Rutte en Verhagen hadden hun rechtvaardiging voor overleg met
de PVV: er moet geregeerd worden.
Zelfs als het door de voorstanders van Paars-plus handiger
was gespeeld, als de PvdA had onderhandeld over een
middenkabinet met VVD en CDA, had Rutte wel een inhoudelijk
argument gevonden om de PvdA buiten de deur te houden.
Alleen als Cohen zijn handtekening onder het VVD-programma
had gezet, had de PvdA misschien mogen mee regeren. Ook voor
de VVD geldt onder de huidige omstandigheden dat alleen bij
het ontbreken van elk alternatief, bij uiterste noodzaak dus,
wordt geregeerd met de PvdA. Informateur Lubbers stelde niet
voor niets vast dat het komende rechtse kabinet maar één
matchmaker kent: VVD-leider Rutte.
Peilingen
Net als in 1977 denken veel
journalisten en politici dat dit een instabiel kabinet gaat
worden dat weleens snel zou kunnen vallen. Dat is allerminst
zeker. Er is maar één factor die een kabinet-Rutte echt kan
bedreigen. Dat is het wegzakken van de PVV in de peilingen.
De laatste jaren blijkt dat een regeringspartij die op zwaar
verlies staat, zich wil profileren en daar een kabinetscrisis
voor over heeft. Dat zal deze keer niet anders gaan. Als de
PVV onder de twintig zetels zakt in de peilingen, kunnen we
nog vele retorische hoogstandjes van Wilders verwachten.
Misschien al bij de Statenverkiezingen volgend jaar.
Rutte zou PvdA in alle gevallen buiten deur hebben gehouden