In weerwil van wat ik verwachtte bleek meneer Brown toch niet bereid om zijn gezondheid in de waagschaal te stellen voor een afspraakje met de zuster.
Gelukkig maar, want ik ben nou ook weer niet zo’n God’s gift to men dat ik een hersenbloeding of hartinfarct waard ben.
Zijn bloeddruk is gedaald, maar nog niet tot normaalwaarden.
Hij straalt als nooit tevoren wanneer hij mij ziet en vraagt hoe het met me gaat.
Stoïcijns antwoord ik goed en stel direkt de wedervraag.
Met glimmende ogen en een brede grijns zegt hij dat het very good met hem gaat, alleen heeft hij last van erectieproblemen. Of dat komt van de nieuwe medicijnen.
O fijn, denk ik, laten we het over het functioneren van je geslacht hebben.
Ik kijk in zijn dossier en beaam dat dat heel wel mogelijk is.
Ik zeg dat ik het met de huisarts zal bespreken en dat hij waarschijnlijk over zal gaan op andere medicijnen tegen de hoge bloeddruk.
O good, zegt hij tevreden, because you know, my wife is not happy. She… en terwijl hij een hap lucht neemt om mogelijk de rest van zijn seksuele doen en laten uit de doeken te doen neem ik de stethoscoop ter hand en stop de oordopjes in mijn oren. Zo, het enige wat ik van meneer Brown wil horen is de druk van zijn bloed in zijn aderen.
Ik trek mijn meest serieuze gezicht en meneer Brown blijkt me echt te mogen, want hij spiegelt mijn gezichtsuitdrukking.
De stralende glimlach is een licht fronsende, bedachtzame blik geworden.
Maar deze verdwijnt direkt weer bij het afscheid.
Ik vertel hem dat ik hem zal bellen over de nieuwe medicijnen na het overleg met de huisarts.
You can call me 24 hours a day.
Nou, zeg ik, zo monotoon mogelijk, ik werk niet 24 uur per dag.
Yes, but you, you are my doctor, you can call me 24 hours a day.
Ik ben niet uw dokter, corrigeer ik hem, ik ben uw verpleegkundige, onderwijl denkend, slimme zet Zus, dit beeld verstrekt waarschijnlijk alleen maar zijn fantasie. “Zucht u maar even door hoor.”
Om nogmaals te benadrukken dat ik niet 24 uur per dag werk.
Het mag niet baten, deze plaat beton is zelfs bestand tegen Noortje.
You call me, hè, zwaait hij vrolijk bij het verlaten van de spreekkamer.
Terwijl Bewierookte Peroxide Leiders ook maar mensen blijken te zijn en opiniemakers graag hun nieuwste boek willen promoten, word ik dagelijks geconfronteerd met het “Marokkanenprobleem”.
In aanloop van de verkiezingen zou ik de dames en heren politici willen uitnodigen nu eens met oplossingen te komen in plaats van herkauwde, juridisch onhaalbare en boven de borreltafel uitstijgende voorstellen.
Waar ik als praktijkverpleegkundige nu steeds meer mee geconfronteerd word is de ouder wordende eerste generatie Marokkanen. De mythe dat deze mensen op oudere leeftijd willen remigreren zie ik dagelijks “busted”. Hun kinderen en kleinkinderen wonen immers hier en dat was voor mijn Oom Klaas ook reden, ondanks hartverscheurende heimwee, in Australië te blijven.
De illusie dat de ouder wordende Marokkaan bij zijn kind gaat inwonen of in ieder geval volledige mantelzorg van hem/ haar mag verwachten zie ik ook regelmatig in rook opgaan. De kinderen werken en zij hebben daarnaast meestal geen ruimte (of zin) om hun ouders in huis te nemen.
Heel Nederlands.
Maar terwijl politici over elkaar heen buitelen over straatterroristen zullen wij in onze buurt iets moeten met de zorgbehoevende, ouder wordende Marokkaan. En dan doel ik niet alleen op lichamelijk vlak, want ook Marokkanen worden dement.
Wat u zegt, het zijn net mensen.
Onlangs heb ik een overleg bijgewoond in een naburig verpleeghuis, waar, heel pragmatisch, dagopvang is gestart voor dementerende Marokkanen uit de buurt. Bij dit overleg was ook een universitair geschoolde Marokkaan aanwezig, die ons wat handvaten zou bieden voor de problemen waar wij dagelijks tegen aan lopen. Hij wilde graag benoemd hebben dat hij gepromoveerd was (en terecht), maar ook hij bezondigde zich aan alleen maar problemen benoemen. Goed geïntegreerd, dacht ik nog, terwijl mijn gedachten afdreven richting buffet. Hij heeft zich het meel in de mond al eigen gemaakt.
Even later nam de eigenaar van een koffiehuis het woord. Hij sprak de aanwezige oudere Marokkanen aan op hun eigen verantwoordelijkheid en riep hen op niet in een slachtofferrol te vervallen. Hij vertelde dit in zijn koffiehuis regelmatig te bespreken en stimuleerde om alvast na te denken over een verzorgingshuis of verpleeghuis. Ik kon hem wel knuffelen.
Ik hou van praktisch ingestelde mensen, dus politici: kom eens met echte oplossingen en streel je onderbuik nog eens, maar laat er geen alien uit komen.
Afbeelding afkomstig van http://www.menscentraal.nl/images/oplossingsgericht%20werken%202.jpg
We zitten weer bij de cardioloog van mijn moeder, dokter Flink.
We zijn inmiddels een hartcatheterisatie en een inspanningsscan van het hart verder en we komen nu voor de uitslag van de inspanningsscan.
De dokter humt wat, bladert door de status, mompelt wat in zijn baard en kijkt dan plots op om met welluidende stem mijn moeder mede te delen dat de pompfunctie van haar hart gereduceerd is tot 50 % van wat het normaal hoort te zijn.
Zo, hoor ik haar met schrik in de stem zeggen.
Met hartelijke dank aan de huisarts, denk ik ondertussen.
Waarna de cardioloog moeiteloos overgaat in een bijzin waarin hij vertelt dat een pompfunctie van 50 % of minder een verhoogde kans geeft op acute hartdood.
Het komt dus voor, gaat hij opgewekt verder, dat mensen rustig op de bank een kopje thee zitten te drinken en ineens dood omvallen.
Ik ben verbijsterd en mijn moeder kijkt me lijkbleek aan.
Oh, zegt de cardioloog plots, zijn oog valt op een recept wat op zijn bureau ligt, dit moet ik echt even aan de assistente geven anders weet ze niet waar het blijft.
Hij staat op en laat ons achter in verwarring.
Even later komt hij terug om opgeruimd verder te gaan met zijn betoog.
Mijn moeder komt in aanmerking voor een dotterprocedure of open hart operatie en daarna de plaatsing van een geïmplanteerde defibrillator (ICD) of meteen een ICD, maar dat mogen ze in een meer gespecialiseerd ziekenhuis nader bekijken.
Stralend, alsof ze mag kiezen uit een Toyota of een Nissan, babbelt hij verder dat ze zelf mag kiezen naar welk ziekenhuis ze verwezen wordt.
Het Groot Gasthuis, het Academisch Ziekenhuis van Harderwijk of het Heilig Hart Hospitaal.
Ja, oreert hij verder, sommige mensen kiezen ervoor om niet zo’n kastje te nemen, die denken, ik moet toch een keer dood, maar de eerste keer dat we bij iemand zo’n kastje in hadden laten brengen moest het binnen een week zijn werk al doen en toen dachten we hier, nou, da’s maar net op het nippertje anders had hij nu in zijn graf gelegen.
Kijk maar wat u het prettigst vindt.
Ik stel snel nog wat vragen en voor ik het weet staan we weer buiten met een folder in de hand.
Een slecht nieuwsgesprek in 7 minuten.
Ach ja, hoe lang heb je ook eigenlijk nodig om iemand te vertellen dat ze dood neer kan vallen.
Includeren
includeren, onderzoek doen, studeren, evidence based practice
“Nu ga je oogsten !”
De tutor kijkt me stralend en hoopvol aan.
Maar zoals gebruikelijk is de realiteit natuurlijk weerbarstiger.
Ik ken inmiddels het verschil tussen incidentie en prevalentie en voor het berekenen van een relatief risico draai ik mijn hand niet meer om, maar hoe om te gaan met de randverschijnselen bij het includeren voor een onderzoek, daar heb ik geen handboek voor gekregen.
Zoals daar zijn de doktersassistente van de onafhankelijk huisarts die niet is ingelicht door haar werkgever dat deze zich heeft opgeven als onafhankelijk arts voor mijn onderzoek en die opeens aan de telefoon wordt geconfronteerd met mensen die vragen stellen over het onderzoek. Dit komt mij overigens niet direkt ter ore, maar via de overleg c.q. roddelstructuur tussen de doktersassistentes.
"Wie ben jij dan ?" vraagt de doktersassistente in kwestie met een ondertoon van pinnigheid wanneer ik aan damage control tracht te doen.
De onafhankelijk huisarts die door drukte mijn gestuurde stukken niet heeft gelezen en nadat ik 583 enveloppen op de bus heb gedaan hogelijk verbaasd en een tikje gestrest is dat het nummer van de huisartsenpraktijk in de informatiebrief voor de patiënten staat. Tja, ik heb postduiven overwogen, maar ja dat kost weer kost en inwoning voor die vliegende ratten, denk ik geïrriteerd, terwijl ik met de meest brede glimlach die ik op dat moment kan produceren de zaak glad probeer te strijken.
Dan blijkt dat een mede-includerende praktijkondersteuner van een nabijgelegen huisartsenpraktijk de eenvoudige uitleg toch niet begrepen te hebben en dreigt waardevolle data niet genoteerd te worden.
“Verandering geeft chaos, verandering geeft chaos, verandering geeft chaos” chant ik in mijn hoofd terwijl ik samen met haar op zoek ga naar het buskruit.
Maar waar ik het minst op bedacht ben is de ingewikkelde positie die ik inneem door zowel onderzoeker als includerende te zijn. Als praktijkondersteuner wil ik mensen de volledige vrijheid van keuze geven om mee te doen aan het onderzoek, maar als onderzoeker wil ik ze wel met hun haren erbij slepen.
En hoewel ik natuurlijk een professionele, begripvolle glimlach produceer doet het pijn wanneer mensen een wegwerpgebaar maken of een vies gezicht trekken (soms tegelijkertijd) wanneer ik hen vraag of ze deelname overwogen hebben.
Wanneer ik gebeld word door een dame met vragen over de brief die ze heeft ontvangen moet ik alle zeilen bijzetten om na een week van teleurstellende inclusieaantallen niet heel hard TAKKEWIJF terug te roepen wanneer ze het onderzoek totaal diskwalificeert en bij de enkels afzaagt.
Zoals altijd blijf ik beleefd en begripvol.
Hierna ga ik op de knietjes voor de Heilige Maurice en beloof hem plechtig vanaf nu alle enquêtes die in mijn brievenbus vallen te zullen invullen en telefonische enquêteurs keurig te woord te staan onder etenstijd.
Ik ga niet gracieus om met tegenslag.
Hoewel ik altijd braaf bij sollicitatiegesprekken verkondig dat ik flexibel ben, moet ik nu toegeven dat een vorm van rigiditeit mij niet ontzegd kan worden.
Niet dat ik potentiële werkgevers nu willens en wetens wil misleiden, want ik dacht en denk ook werkelijk dat ik meegaand ben. Als u zegt “spring !” vraag ik hoe hoog.
Maar wanneer een beer op de weg zich opricht word ik woest.
Een marinier schijnt zich bij een obstakel altijd af te vragen: hoe kom ik om deze hindernis heen ?
Ik vraag me schreeuwend en tierend af wie toch g.v.d. dat rotsblok op mijn geëffende pad heeft gedropt.
Verdriet en angst verhul ik met boosheid en zo komt het dat ik na de hartcatheterisatie van mijn moeder ruzie zoek met een puber met een hoofddoek, die gedachteloos haar half afgekloven lolly op mijn stoep weggooit. Wanneer zij mijn vraag waarom zij dat niet gewoon in de vuilnisbak deponeert pareert met een paar donkere ogen en een venijnig weerwoord overweeg ik zelfs om bij de volgende verkiezingen op de blondgekuifde minister-president in spe uit het Zuiden des Lands te stemmen.
Ik vervloek de tutor die tot één dag voor ons college wacht met het bekendmaken van ons voorbereidend huiswerk. Die terloops ook nog even meldt dat ons tentamencijfer van de komende module voor 70 % bestaat uit het resultaat van het werkelijke tentamen en dat de rest bij elkaar gesprokkeld mag worden met twee opdrachten. Fijn, denk ik, ik heb toch niets anders te doen. Terwijl mijn medestudenten juichen over het geweldige nieuwe computerprogramma dat wij daarvoor mogen installeren begrijp ik niks van de aanwijzingen en kom er tot mijn woede na een half uur achter dat “directory” gewoon potjeslatijn is voor “map”.
Een eerder tentamen, wat ik glansrijk zou halen, heb ik op het nippertje gehaald. Mijn eerste net-aan niet-onvoldoende. Ik ben opgelucht dat ik niet hoef te herkansen, maar het is een smet op mijn blazoen.
Een dag later besluit mijn beeldscherm het te begeven. Verbaast me eigenlijk niets. Volgens mij geef ik inmiddels zoveel elektronica verstorende straling af, dat het maar de vraag is of ik mijn moeder in vervolg wel mag vergezellen naar het ziekenhuis. Ik spreek even met de Heer en de vrees voor een boete van de milieupolitie voorkomt dat ik mijn beeldscherm over het balkon kieper.
Even later ligt DE blauwe envelop in de brievenbus en geïrriteerd bel ik de belastingtelefoon over een kleine onduidelijkheid, die uiteindelijk niets om het lijf heeft, maar ik moet en zal mijn beklag doen.
De zachte en vriendelijke stem aan de andere kant laat me realiseren dat het geen zin heeft om uit te varen tegen een onbekende, die niets van doen heeft met de mogelijke uitslag van de hartcatheterisatie. En als ik ontplof van woede wanneer ik bijna een treinaansluiting mis weet ik dat het tijd wordt voor tranen.
Wanneer mannen van een bepaalde leeftijd een jongere vrouw in de armen sluiten oogst dat doorgaans veel lof. Zeker van seksegenoten.
Maar wanneer vrouwen alleen maar fantaseren over een jonge man worden zij (door hún seksegenoten) fijntjes gewezen op de gapende generatiekloof. Ook ik ben doordrenkt van deze norm en ik realiseer mij terdege dat levensvragen van een 40 plusser wezenlijk verschillen van een 20 plusser.
Vriendin liep al tegen het leeftijdsverschil van 14 jaar aan toen zij zich eind dertig ernstig zorgen maakte over de rap naderbij komende houdbaarheidsdatum van haar eierstokken, terwijl haar lief van 23 nog druk bezig was met puberale geschillen met zijn ouders. Het was een ontzettend leuke en aantrekkelijke jongen, maar het liep inderdaad op niets uit.
Maar wat maakt dat mannen ongegeneerd aan een tweede leg beginnen en een brandweerrode Ferrari aanschaffen, terwijl wij kruidenthee gaan drinken en lotgenotelijk bij elkaar kruipen in plaats van de eerste de beste drieëntwintigjarige die stralend naar ons lacht plat op de bek te nemen ?
Vrouwen kunnen ook zo slecht genieten. Terwijl wij hier een illegale oorlog goed proberen te praten met woorden heeft er zich in het kabinet van Ierland een crisis ontsponnen die er pas echt toe doet. De echtgenote van de premier heeft een relatie gehad met een 39 jaar jongere minnaar.
Maar in plaats van met volle teugen te drinken uit de fountain of youth, zoals Bill Clinton deed, valt Mrs. Robinson (what’s in a name ?) in een onmetelijke diepte van schuld en schaamte. Ze heeft zelfs een poging tot zelfmoord ondernomen.
Dat is nou typisch vrouwen hè. Er weer zo’n ingewikkelde toestand van maken.
Nu wil ik (pertinent) niet pleiten voor buitenechtelijke affaires, maar misschien mag een geit zo nu en dan ook een groen blaadje ?
Het is sowieso de vraag wat ze in vredesnaam ooit in die gereformeerde Zeeuw heeft gezien, maar wie weet hebben ze wel regelmatig hot en steamy sex en zit er onder dat driedelig grijze exterieur wel een goddelijk lijf. Niets wat een krant over het hoofd en een lichtdimmer niet kunnen verhelpen, zou ik zo zeggen.
Of misschien heeft ze wel een fetisj voor Playmobil-poppetjes.
In ieder geval, mevrouw Balkenende stands by her man.
Of zou zij, na het aanschouwen van het Kamerdebat van gisteren, zijn recente verklaring waarom hij wat later thuis was dan afgesproken plots in een ander daglicht zien.
Hij bleef wat vaag waarom hij naar parfum rook, zij gebruikt immers geen Chanel en zijn moeder gebruikt alleen maar 4711. En hoe die lippenstiftveeg op zijn boord was terechtgekomen bleef ook wat in nevelen gehuld. Toen ze hem er mee confronteerde stamelde hij alleen maar: tja, met de kennis van nu had ik de stagiaire ook gewoon een hand kunnen schudden ter nieuwjaarswens en het had wellicht wat adequater geweest wanneer ik haar geen beste wensen had toegewenst boven op de kopieermachine, maar ja ik had destijds het mandaat van haar stagebegeleider om haar de fijne kneepjes van het parlementaire vak te leren. Echt Bianca, ik heb naar eer en geweten gehandeld.
Sex.
Het staat onopvallend tussen boodschappen doen en stofzuigen.
Ik schiet in de lach over zoveel openheid.
Doorgaans schrijven patiënten niets op, wanneer ik hen een 24- uurs bloeddrukregistratie laat ondergaan, of het is een minutieus verslag van hun dagelijkse activiteiten, waar de urenregistratie van een accountant nog schril bij afsteekt. Maar deze mevrouw was waarschijnlijk benieuwd of haar hoogtepunt ook leidt tot een piek in de bloeddruk. Dat was niet het geval en het is wellicht meer therapeutisch om zo nu en dan een orgasme te krijgen dan op de bank te blijven zitten en braaf je pillen te slikken.
Wetenschappelijk totaal onverantwoorde uitspraak, ik weet het, maar ik wil graag een subtiele (not) overgang maken naar de medicalisering van het vrouwelijk orgasme. Want dames, volgens de farmaceut moeten we allemaal aan de pil. En dan bedoelen ze natuurlijk niet de anticonceptuele middelen, maar vrouwenviagra. Uiteraard in de toepasselijke kleur roze.
Dat zullen de dames van Pink Stinks leuk vinden, maar dat even terzijde.
Gemaakt van Afrikaanse boomschors. Hip, trendy en ook nog eens eco naar je hoogtepunt toe werken.
Volgens een psychologe uit het AMC bestaat de Pink Viagra niet eens, maar de handige jongens uit de pillendraaierij kennende is het wachten op het meest revolutionaire middel op vrouwelijk seksueel gebied sinds de uitvinding van de pil.
Want de mannen schijnen heel goed te weten wat de meisjes willen.
Nou, zolang sommigen het bestaan van de G-spot ontkennen valt er nog een wereld te winnen.
Theo Maassen opperde van de week ook weer zo’n vooronderstelling over de ultieme seksuele fantasie van iedere vrouw dat ik me afvroeg: heb je het wel eens op de vrouw af gevraagd ? Hij gaat er namelijk vanuit dat elke vrouw er wel eens van droomt om een penis te hebben. Lekker de hele dag met je pielemuis spelen, dat schijnt het doel te zijn waarnaar wij streven in het leven, dames.
Het lijkt me reuze handig om rechtop staand tegen een boom te plassen, maar voor de rest lijkt hij me alleen maar in de weg te zitten.
Hoe vouw je het geslacht bijvoorbeeld handig weg. Ik heb geen broers. Ik heb geen idee. Ik zou alleen maar onbeholpen zijn met zo’n verlengstuk.
Nee, er is geen geneeskundig kruid nodig om ons in vervoering te brengen. Aandacht en rust, dat helpt beter. Kost wat meer tijd, maar dan krijg je ook wat.
Enne heren, ik hoop niet al te teleurstellend voor u, maarrûh (vrij naar een eerdere uitspraak van Theo Maassen) de enige die ons echt naar grote hoogtes kunnen laten stijgen zijn wijzelf.
Wij weten de G-spot wél te vinden. Daar hebben we Tom en Tom niet voor nodig.
Na zijn aanvankelijke inschattingsfout gaat de huisarts (en vooral zijn collega) adequaat te werk. Mijn moeder blijft wat kortademig na haar infarct en hij past medicatie aan en houdt regelmatig contact met haar. Na de laatste medicatiewijziging vindt hij het toch verstandig dat mijn moeder wat eerder dan gepland naar de cardioloog gaat.
Dus zitten we vanochtend bij de cardioloog. Volgens kennissen van mijn moeder een bijzonder onaangename man, maar wij treffen een vriendelijke Coen Flink die in zijn baard mompelt. En dat niet alleen. Hij getuigt ook van daadkracht.
Hij begrijpt niets van de discrepantie tussen de lage troponinewaardes en de massale astma cardiale die mijn moeder liet zien bij haar recente opname. Ik ook al niet en ben blij dat het hem opvalt. De astma cardiale doet vermoeden dat het hart ernstiger beschadigd is dan de troponinewaardes doen geloven.
Hij wil graag dat er een hartcatheterisatie wordt gedaan en misschien, prevelt hij verder, moet er wel wat gefabriekt worden aan de kransslagaders.
Wat verstaat u onder gefabriekt, vraag ik, dotteren of een CABG (bypassoperatie aan het hart) ?
Ik vrees zijn antwoord. Die houdt hij inderdaad bewust vaag. Dat is natuurlijk afhankelijk van de uitslag van de hartcatheterisatie. Maar ik ben er niet gerust op.
Mijn moeder is enorm gerustgesteld dat er verder gekeken wordt, maar in mijn hoofd valt een boekenkast aan complicaties om. Onderweg naar huis heb ik het meest inktzwarte scenario al afgespeeld in mijn hoofd en wanneer de metro net voor mijn neus weg rijdt bel ik huilend een vriendin.
Zoals altijd stelt ze me gerust en we spreken samen over stap voor stap nemen.
En ik vertel dat ik ook bang ben voor de mogelijkheid dat ik de werkplek (intensive care) die ik bijna vijf jaar geleden hardhuilend heb verlaten en nadien nooit meer bezocht heb opnieuw zal moeten betreden. Hoe zal ik reageren ?
Onwillekeurig moet ik denken aan mijn reis naar Canada. Overal grote borden langs de kant met BEWARE ! THIS IS BEARCOUNTRY !
Geen beer gezien, maar wel weken angstig voor mijn eventuele reactie.
Zou een berenbel ook helpen op de intensive care ?
Ik ga niet gewoon naar huis. Ik ga niet gewoon weg.
Ik verlaat je. Elke keer weer.
En iedere keer weer zal mijn hart breken.
En iedere keer weer ben ik razend dat ik je eenzaamheid kan aanraken.
Of liever gezegd: dat je eenzaamheid mij aanraakt.
Een levenslang schuldgevoel voor iets waarvoor ik niet verantwoordelijk ben, maar wel aansprakelijk.
Afbeelding afkomstig van http://sh4dyj0lk4.deviantart.com/
Met het klamme zweet op mijn voorhoofd open ik de mail van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO).
De adrenaline giert door mijn lijf en met elke regel klopt mijn hart sneller.
Ze gaan akkoord !
Met een indianenkreet spring ik op en sms het een ieder die het niet horen wil, maar ik ben zo opgelucht. Ik mag starten met mijn onderzoek. En dat betekent 589 enveloppen vullen, 1767 blaadjes vouwen en 589 postzegels plakken.
Maar het begint bij 589 enveloppen schrijven. Inderdaad, met het handje. In deze tijd van voortschrijdende techniek zit ik met de top 2000 blèrend op de achtergrond handmatig briefomslagen van adresgegevens te voorzien.
Het briljante idee van een medestudent om gewoon etiketten gebaseerd op de huisartsendata uit te draaien is totaal niet in me opgekomen. Ik boet wat in op benul tijdens het opzetten van een onderzoek. Dat belooft wat voor mijn glansrijke academische carrière.
De schrijfkramp probeer ik te voorkomen door talloze nietjes te nieten en ontelbare brieven te vouwen, maar op een gegeven moment voel ik me als Charlie Chaplin in Modern Times. Dapper ga ik voort. Moet er maar even niet aan denken dat 243 van deze annonces in de krantenbak dan wel de kattenbak verdwijnen en 201 ongelezen in de prullie worden gegooid, want zeker 201 patiënten lezen geen Nederlands.
En dan gebeurt waar ik ’s nachts wel eens over droom: mijn printer begeeft het.
Ik slaak opnieuw een indianenkreet. Alleen dit maal niet van vreugde, maar van pure wanhoop.
Nee, niet nu !
Wat is er toch aan de hand met mijn apparatuur tegenwoordig ?
Heb ik last van aardstralen of geef ik bad vibes af ? Aargh !
Met een knoop in mijn maag herstart ik de computer en gelukkig doet de printer het weer.
Na 589 strippen van plakranden trekken en 589 postzegels plakken heb ik een frozen shoulder en een RSI aan mijn pols.
Denk dat het CCMO emotionele chantage niet goed vindt, maar zou het nou echt zo erg zijn wanneer ik een foto van mijn noeste handenarbeid op mijn bureau zet ?
Zo, bent u al gestopt met stoppen met roken ?
En is de lijnpoging al gestrand in restjes zalmsalade, oudbakken stokbrood en een handvol chocoladerozijnen ?
Mijn goede bedoeling om het aankomende jaar nu eens niet het emotionele gat te vullen met Deense koekjes uit het kerstpakket, die niemand ooit lust, maar die buitengewoon goed blijken te werken als vulling bij hartenhonger, is al heilloos gesneuveld in de prelude van het nieuwe jaar (a.k.a. de kerstdagen).
Ik begin er dus niet meer aan, aan die goede voornemens.
Stoppen met snoepen kan ik ook op een herfstige namiddag in oktober en op de crosstrainer springen in de sportschool gaat het best op een druilerige zondagochtend in mei.
Nou, misschien heb ik toch nog een voornemen voor het komende jaar.
De scherpe kantjes van mijn bindingsangst afvijlen.
Ambitieus, ik weet het, maar ik denk graag groots. (O ja, terloops ook nog eens wat aan mijn grootheidswaanzin doen.)
Ik ben in een constante staat van verliefd zijn op onbereikbare mannen.
Doet wonderen voor je teint en je serotoninespiegel, maar echt volwassen is het niet.
En ik ga nu mijn 45ste levensjaar in, dus hoog tijd voor wat zelfreflectie.
Nee echt heus, met mijn hand op mijn hart, beloof ik u dat ik denk dat ik geloof dat ik bijna zeker weet dat ik dit jaar wat aan mijn bindingsangst ga doen.
Ondertussen kijk ik nog even naar twee hele leuke (echt) onbereikbare jongens.
Zeg, zie ik u nu fronsen ? Wat doet uw hand dan daar in de zak met M&M’s ?
Eerst ben je een oververmoeide reiziger met een ademgeur wat riekt naar een dood vogeltje, je pulkt nog eens een roasted almond uit je borsthaar, want dat is het enige wat je voorlopig te eten krijgt voordat je je hotelkamer bereikt hebt en voor je het weet ben je een held en met hetzelfde gemak even later een zakkenvuller.
Jesper Sjerinka from Amsterdam weet waarschijnlijk niet wat hem overkomt.
Moeders willen hun eerstgeborene naar hem vernoemen en minister Bos vroeg hem of hij niet minister van OCW wilde worden in het kabinet Bos I.
Maar Jasper wil alleen maar vakantie houden. En gelijk heeft ie. Waarschijnlijk keihard gewerkt afgelopen jaar, wil je even uitrusten tussen palmbomen en rondborstige dames, besluit een godsdienstwaanzinnige dat vandaag zijn dag is om zijn maker te ontmoeten.
Ik heb net even zijn veelbesproken interview bij CNN bekeken en ik geloof dat ik verliefd ben. Dit is toch gewoon een man met een jetlag, die net op tijd is weggerend bij de hemelpoort, maar vooral een doodnuchtere Nederlander, die het oeverloos gehengel naar smeuïge details van een Amerikaanse nieuwslezeres na vijf minuten gewoon zat is. En het zou me niks verbazen als hij ook geïnstrueerd wordt om op te hangen.
Anyway, Wikipedia vermeldt het niet, dus dan zal het wel waar zijn, er schijnt geen mevrouw Schuringa te bestaan. Ik geloof dat ik nog wel een media-adviseur kan gebruiken om mijn onderzoek te promoten.
Laat de kinderen tot Mij komen
kerstmis, nachtmis, brigitte kaandorp
Doorgaans mogen ze van mij december na Sinterklaas afschaffen om meteen maar te beginnen met de meest depressieve maand van het jaar: januari.
Ja, het kan nog gedeprimeerder dan twee dagen van opgeprikte pret, gemerry, verplichte visites bij (schoon) ouders en de toenemende behoefte om de koffie met kerstkrans maar over te slaan en direkt naar de dessertwijn te grijpen.
Hebben we dat ook maar gehad. Kunnen we zo snel mogelijk door richting sprokkelmaand en voor je het weet is het weer herfst. Gelukkig.
Maar dit jaar belooft anders te worden.
Zoals een rechtgeaarde katholiek die van haar geloof is gevallen ga ik elk jaar trouw naar de nachtmis, want onze Kerst is geen Kerst als we de valse noten niet hebben gehoord van de trompettist van het Jongerenkoor (inmiddels Oudere jongerenkoor) uit onze jeugd en de vrouw van de trompetspeler weer de onzuivere versie hebben horen zingen van I don’t know how to love him.
Dit jaar echter trekken Moeder, Zus, Famke en ik richting kathedraal voor de kindernachtmis. Een alternatieve, ingekorte versie van het origineel, waarbij het kerstverhaal wordt uitgebeeld in een toneelstukje.
De kerk zit vol met yuppenouders met 2.6 blond kindje, die hun kinderen waarschijnlijk allemaal op een openbare school hebben zitten, maar hen ook een vleugje van het ietsisme bij willen brengen.
De yuppenmoeder bij ons in de kerkbank blijkt nog Roomser dan de paus op dit goddelijk uur, want wanneer de hulpbisschop ons allen vraagt de handen richting hemel te richten om de zegen te ontvangen, spreidt ze haar armen vol overgave en kijkt met een hemelse blik omhoog. Zeker net de Happinez gelezen.
Maria blijkt zwanger van een kussen, maar even later bevalt ze van een echt kindje Jezus en Jozef is zeer zorgzaam voor zijn net bevallen vrouw.
De herders zijn maar drie turven hoog en hun schaapjes van knuffelformaat.
Het is allemaal heel aandoenlijk en ik ben zelf weer even terug in de tijd en loop statig over het altaar. Als de engel Gabriël om de herders te vertellen dat er een goddelijk kind is geboren in een stal.
Wanneer de herders hebben aanbeden vraagt de hulpbisschop om een applaus voor de voorstelling. En dat had hij beter niet kunnen doen, want hij wil net beginnen met het officiële gedeelte, het tafelgebed, maar de chaos is compleet.
Het heeft menig kindje lang genoeg geduurd en het applaudiseren zet een kakofonie in gang waar hij nauwelijks boven uit komt.
Met gedragen stem vraagt hij de aanwezige kindertjes om goed te luisteren, maar het haalt niets uit.
Keesje vraagt hardop wanneer het nu weer afgelopen is en besluit samen met Famke verstoppertje te spelen onder de kerkbank.
De hulpbisschop gaat dapper door, maar hij kijkt steeds wanhopiger.
Hij heeft vast geloot met de andere vicarissen (Wie offert zich op voor de kindernachtmis dit jaar ? Johannes ? Petrus ? Paulus ?) en hij heeft verloren.
Famke gaat samen met haar moeder ter communie en krijgt een kruisje op haar voorhoofd van de vicaris. Het maakt indruk. Zeker wanneer ze hoort dat alleen kinderen dat krijgen, om te wensen dat ze gelukkig worden als ze later groot zijn.
Ze kan de kerkelijke zegen wel gebruiken, knikt ze instemmend en met een frons, want ze wil later MegaMindy worden en je kunt je energietekort immers niet alleen uit een capsule halen.
Urbi et orbi allemaal.
Ik heb nooit willen weglopen.
Heb nooit mijn koffertje gepakt met teddybeer en dekentje om naar verre oorden (of Oma) te vertrekken om halverwege de galerij er achter te komen dat verre oorden (en Oma) wel heel erg ver weg was.
Ik heb nooit een bankrekening met 3500 euro tot mijn beschikking gehad op mijn veertiende. Laat staan een pinpas. Ik had gewoon nog een Pennierekening. Daar kreeg je hoogstens een spaarpot bij, maar zeker geen bankpas.
Het ultieme levensdoel op mijn veertiende was schuifelen met Maarten, die twee klassen hoger zat dan ik, maar die mij geen blik waardig gunde. Net als de jongens uit mijn klas trouwens, maar dat even terzijde.
Nee, tegenwoordig moet je willen solozeilen op je veertiende.
Daarin van harte ondersteund door velen die in jouw drang naar ontplooiing hun eigen in de dop gebroken wereldreis op hun twaalfde herleefd zien.
Hun puberale woede jegens opvoeders van weleer laait weer op, als een veenbrand heeft het jaren in hen gesmeuld. Dream the impossible dream, juichen ze de puberale matroos toe. Violen zwellen aan, zeilen bollen op.
Dat solozeilen echter geen Broadwaymusical is, maar een helse tocht wordt voor het gemak even vergeten. Dat Laura nu al (terecht of onterecht) zo van streek raakt door de druk van Jeugdzorg belooft wat voor de druk die ze zal ervaren van Somalische piraten. Of van eenzame, windstille nachten.
Allemaal aandacht, bromde mijn moeder, toen ze hoorde van het weglopen van “het zeilmeisje”. Misschien kunnen we daar ook eens mee ophouden: Laura Dekker het zeilmeisje noemen. Het geeft het ondoordachte plan iets romantisch en dat zal het verre van zijn.
En tja, dan heb je zomaar op je veertiende een advocaat en een woordvoerster, jammerende grootouders en heel veel aandacht.
Maar zou je niet veel gelukkiger zijn wanneer je beide ouders (en je grootouders) je zonder enige media-aandacht voorbereiden op de grootste reis die je ooit zal maken en je dan maar wat later van wal laten steken.
Als er nog één iemand begint te zeiken over de overlast door de sneeuwval dan kom ik die persoonlijk ondersneeuwen.
Geloof me, ik ben momenteel in mijn eentje in staat om een lawine te beginnen.
Mocht onze blondgekuifde Grote Leider in Spé twijfelen of we onze identiteit niet allang verkwanseld hebben aan de Muzelmannen kan ik hem geruststellen: drie dagen sneeuw en we zaniken en zeuren als rechtgeaarde Hollanders.
Die beroepsazijnpissers van de reizigersvereniging voorop.
Get al life. En terwijl je dagelijkse ritme is verstoort kun je misschien ondertussen een boodschap doen voor je 80-jarige alleenstaande buurvrouw van verderop of een stoepetje vegen.
Eerst jarenlang jammeren om een White Christmas.
Zit het er nu dik in: weer niet goed.
Dan zeg ik: be careful what you wish for.
Dit is toch wat jullie wilden ? Nou dan.
Niet poetsen maar lullen
tweede coentunnel, kopenhagen, klimaattop, noord - zuid lijn
Bron: http://www.volkskrant.nl/buitenland/article1329282.ece/Kans_op_akkoord_slinkt%2C_Obama_stelt_teleur
Het aloude adagium dat een beeld meer zegt dan 1000 woorden wordt hier weer feilloos onderstreept.
Talk to the hand. Dat klimaatprobleem is niet mijn probleem. Ik heb een privéjet, dus ik maak helemaal geen gebruik van grote hoeveelheden CO2 uitstotende ordinaire charters en lijnvluchten.
Ach, het is weer een eens een week van ouwehoeren, en dan heb ik het niet over de enorme toestroom van dames van lichte zeden op leeftijd richting Kopenhagen.
Al dat gepraat, behalve nog meer CO2 in de lucht door al die uitademende ambtenaren en regeringsleiders op een kluitje, leidt weer eens helemaal tot niets.
In de hoofdstad zijn ze wel tot een akkoord gekomen, het akkoord van bazel(en) wel te verstaan. Wat een geleuter. Van kalveren en putten hebben ze nog steeds niet gehoord en men graaft dapper door tot ze een natuurlijke Tweede Coentunnel hebben aangelegd.
Misschien een idee voor de toekomst: geen klimaattoppen meer organiseren ten faveure van klimaatbeheersing en bij een groot bouwproject eerst een huisvrouw met een gezond huishoudboekje (bij voorkeur mijn moeder) naar het plan laten kijken.
Als zij haar hoofd schudt: niet doen. Zij heeft immers haar budget nog nimmer overschreden. Zelfs niet bij een dalend inkomen.
De redenen waarom ik ooit heb gekozen voor het verpleegkundig vak zijn nogal vaag.
Nadat ik was afgewezen bij de politieacademie vanwege een hoge graad van kippigheid wilde ik “iets doen met mensen”, niet meer uren in schoolbanken doorbrengen, mijn moeder trots maken en tegemoet komen aan de vastgeroeste gedachte dat studeren niet voor ons soort mensen was weggelegd.
Vroeger of later moet zoveel vaagheid je opbreken en dat deed het begin deze eeuw dan ook in de hoedanigheid van secundaire traumatisering.
Ik haat mensen die zeggen dat dood en verderf het beste is wat hen is overkomen, omdat ze daarna toch besloten die wereldreis te ondernemen, hun baas de huid vol te schelden of om die zak aardappelen op de bank, die ze voorheen lieftallige echtgenoot noemden, definitief buiten de deur te zetten. Het is van een religieus naar je toe praten niet mooi meer, want ik had graag onder minder druk willen kiezen voor een nieuwe baan. Of gaan studeren zonder eerst jarenlange paniek, in gordijnen klimmen om niets en uren bij een therapeut doorbrengen.
Maar goed, het moet gezegd, de cascade die in werking werd gesteld door mijn ziek zijn resulteerde uiteindelijk wel in een geweldige studie.
Ondertussen moet er wel brood op de plank komen en werk ik dus als praktijkverpleegkundige bij huisartsen. Onder mijn niveau, zoals dat wel wordt gezegd, want ik ben opgeleid als intensive care verpleegkundige.
Maar het is een goede keuze geweest: het is een verademing om weer een normaal gesprek te voeren met patiënten in plaats van een monoloog tegen een beademde patiënt.
Waar ik echter steeds meer moeite mee krijg, en wellicht zit het uiteindelijk meer in mij dan die onzekere jonge verpleegkundige kon vermoeden, is de afhankelijke en ondergeschikte positie ten opzichte van artsen.
Ik en mijn collega verlengen digitaal medicatie van patiënten die bij ons op het spreekuur komen. Wij zijn uiteindelijk niet degenen die de (digitale) handtekening zetten maar de huisartsen. Terecht, zij zijn uiteindelijk verantwoordelijk en er is zeker niets tegen een double check.
Eén van de huisartsen maakte van de week plots bezwaar toen ik slaapmedicatie had verlengd bij een patiënt.
Deze meneer kreeg dit al jaren en de huisarts had juist in het dossier gezet dat het maar geaccepteerd moest worden dat meneer dit wilde slikken.
De huisarts wilde niet dat ik medicijnen voorschreef waarover ik geen expertise had.
Voorschreef ?
Ik schrijf helemaal niets voor, zei ik, als door een wesp gestoken.
Ik vink alleen maar aan. Net als je doktersassistente, dacht ik ondertussen.
Jij schrijft voor, jij zet je handtekening.
En hoewel hij bleef volhouden dat het niet persoonlijk was, werd ik diep geraakt door het feit dat hij zorgvuldigheid hoog in het vaandel had staan en dat ik als praktijkverpleegkundige te weinig oog zou hebben voor het feit dat patiënten bij Jan en alleman proberen middelen proberen los te peuteren.
Van slaapmedicatie tot antibiotica.
Dat zijn doktersassistente soms door mij reeds gestopte medicijnen gewoon weer herhaalt en dat zijn compagnon het verschil niet weet tussen kort- en langwerkende insuline liet ik maar voor wat het was. Kinderachtig tegenargument.
Terwijl ik, nog niet geheel bedaard, tegen de vrieskou intrapte op weg naar huis, bedacht ik me dat ik echt niet geschikt ben als verpleegkundige.
Zal ik dat wel zijn als onderzoekster ?
Een Britse moeder van twee meisjes is een campagne tegen roze gestart.
Denk dat tante Til wel raad met haar zou weten.
De dame in kwestie ziet de overdaad van deze zuurstokkleur in meisjesspeelgoed als het begin van het einde van feminisme as we know it.
Ik moest meteen aan een kennis van mijn ouders denken die in de jaren 70/80 haar opgroeiende puberzonen verbood stripboeken te lezen, want dat zou tot hersenverweking leiden en het uitzicht op een briljante academische carrière danig in de weg staan.
Nou, na het lezen van talloze Jan, Jans en de kinderen-verhalen ben ik er uiteindelijk op mijn 43-ste toch nog in geslaagd om een academische studie te beginnen. Hoewel, wellicht had ze gelijk en zegt het iets over mijn traagwerkende brein en/of het niveau van de studierichting, maar dat even terzijde.
Want wat te doen met lila-minnende kleine mannetjes van zo’n anderhalf jaar ?
Mijn neefje Koen keek niet meer om naar zijn felknipperende, blikken lawaaimakende ruimteschip toen hij het Sinterklaascadeautje van zijn grote zus in het vizier kreeg: een zachtpaars kinderstofzuigertje.
Als een man die grootgebracht wordt in een feminiserende maatschappij dook hij gretig op het kruimeldiefje, om even later ieder gaatje en kiertje in de huiskamer hartstochtelijk schoon te maken en elk pluisje op trui van tante te bevechten alsof het een te vellen draak was.
En om de onderdanige positie van de hedendaagse man te onderstrepen deed hij dat op zijn knietjes. Koen loopt namelijk nog niet en beweegt zich razendsnel voort op zijn knietjes. De enige keer dat hij op zijn voetjes gaat staan is wanneer zijn grote zus de nieuwste hit van K3 inzet, om daarna met zijn kontje naar achteren en breedlachend heen en weer te wiebelen op de klanken van Mama sé, mama sa.
Maar waar de Britse moeder krampachtig roze speelgoed in de ban wil doen denk ik: if you can't beat them, join them. Want het lijkt me een niche voor de speelgoedindustrie: blauwe Transformerstofzuigers.
Nou, tot over drie maanden dan hè
moeder, infarct, ziekenhuis, cardiologie
Toen ik net in de verpleging zat wilde ik liever niet dat mijn vader of moeder bij ziekenhuisopname trots vertelde dat ik ook verstand van medische zaken had.
Voor mijn gevoel kon ik nog net een bovendruk van een onderdruk onderscheiden bij bloeddruk meten en het begrip pols had voor mij net een nieuwe dimensie gekregen in de zin van hartslagmeting dus verstand van medische zaken vond ik wat overdreven gesteld.
Maar sinds de opname van mijn vader in het verzorgingshuis en daarna verpleeghuis heb ik er geen enkele moeite meer mee om mijn professie te etaleren.
Ik bezig ongegeneerd terminologie en neem ongemerkt een struise houding aan die past bij een bijdehand wijf, die een verpleegkundige doorgaans is.
Niet iedereen kan dat op waarde schatten. Zo zag ik onlangs de schrik in de ogen van de CCU-verpleegkundige van mijn moeder toen ik vroeg of troponines inmiddels de CK-MB bepaling hadden verdreven. O nee, een ingewijde ! Even later reageerde ze nogal korzelig op mijn vraag of mijn moeder Plavix kreeg met de afgebeten wedervraag: bent u arts ?
Relax, denk ik dan, het praat toch veel makkelijker wanneer je geen Jip en Janneke- taal hoeft te bezigen. Een kunde die ze overigens nog niet onder de knie had. Ook zij probeerde mijn moeder medische zaken duidelijk te maken op begrijpelijk niveau, maar de blik van mijn moeder werd steeds glaziger en het Latijn van de verpleegkundige steeds meer een potje.
Het moet gezegd, het kleine stadsziekenhuis heeft het infarct van mijn moeder uiterst professioneel en volgens protocol behandeld en de verpleegkundige op de verpleegafdeling cardiologie heeft ongetwijfeld de werking van de kleine apotheekvoorraad die mijn moeder ineens moest slikken keurig uitgelegd, maar na een warme hand is het de groeten en tot over drie maanden op de polikliniek.
Blijkbaar gaat het op groepsniveau 9 van de 10 keer goed, maar ik blijf het bijzonder vinden dat je een bijna 75-jarige dame huiswaarts stuurt met een bloeddrukverlager, een hartslagvertrager, twee bloedverdunners, een cholesterolremmer en een plaspil zonder na twee weken eens te vragen hoe ze zich voelt en of ze bijwerkingen heeft ontwikkeld. Kan gerust door een verpleegkundige gedaan worden, ik doe het dagelijks.
Behalve vervelende bijwerkingen (kriebelhoest bij de bloeddrukverlager, te lage bloeddruk of te trage hartslag met verhoogde kans op omvallen, verhoogde bloedingsneiging, spierpijn in je hele lijf en te veel uitplassen van elektrolyten met daardoor verhoogde kans op hartritmestoornissen) voorkom je ook dat de patiënt zijn tabletten laat staan vanwege deze bijwerkingen.
De huisarts moest smakelijk lachen toen mijn moeder met het briefje kwam met daarop mijn vraag of er geen elektrolyten bepaald moesten worden. Maar het gaat wel gebeuren.








