Zusenzo
Zusenzo
VKBlog Headerimage

Bekijk het maar

woensdag 28 juli 2010 17:29

preventieve gezondheidszorg, praktijkverpleegkundige

 

 

 

Omdat ik van de week maar niet in staat bleek om een man te overtuigen van het feit dat zijn hoge bloedsuikers zijn hevige vermoeidheid verklaarde en dat hij niet leed aan een uiterst zeldzame, moeilijk te traceren vorm van kanker. Omdat hij de bijwerkingen in de bijsluiter meer vreesde dan de schade die hij nu onherroepelijk over zichzelf afriep door de medicijnen niet te slikken.

 

Omdat een obese patiënt met droge ogen verklaarde geen boterhammen te kunnen eten. Niet vanwege een fysieke afwijking in zijn maag-darmstelsel, maar gewoon omdat hij het niet kon. Zijn cholesterol was verhoogd en bij navraag bleek hij vier kroketten per week te verorberen. De diëtiste in de obesitaskliniek had immers gezegd “Je mag best eens een kroketje”. De nuance van “best eens een” was hem niet bijgebleven.

 

Omdat een alcoholist (hij zag zichzelf natuurlijk niet zo, they never do, hij prefereerde de eufemistische titel “hobbydrinker”) na de eerste schok van de diagnose suikerziekte (uiteraard) binnen een week zijn hemelbestormende voornemens liet varen en aan het marchanderen sloeg. Kan ik dan een glas wijn inruilen voor een boterham ?

 

Omdat ik alle smoezen en verklaringen voor gewichtstoename de afgelopen weken wel voorbij heb horen komen: van de verjaardag van de buurvrouw tot het wereldkampioenschap voetbal.

Daarom en omdat ik enorm aan vakantie toe ben: bekijk het maar !

 

 

 

 

En wel op de volgende links:

 

http://www.nederlandstopt.nu/

 

http://www.drinktest.nl/

 

http://www.voedingscentrum.nl/nl.aspx

 

 

 

Afbeelding afkomstig van http://images.military.com/pics/fitness-cartoon-052108.jpg

 

Lesbische blouse

dinsdag 27 juli 2010 19:18

patiëntencontact, praktijkverpleegkundige

 

 

Toen ik in de postpuberale fase nog steeds niet aan de man was raakte ik er steeds meer van overtuigd dat ik dan wel lesbisch zou zijn. Gedurende mijn opleiding tot verpleegkundige had ik immers stekeltjeshaar, droeg lange oorbellen en mijn uniform was zo nu en dan een witte overall (dat kon toen allemaal nog in dat vrijgevochten gemeenteziekenhuis in de jaren tachtig) en ik werd meer dan tot dan toe het geval was geweest omringd door vrouwen die van de damesliefde waren. Toen ik, toch wat ontdaan door het mij mogelijk in de kast bevinden, aan een lesbisch collega vroeg hoe zij er achter was gekomen dat zij niet op jongens viel, gaf ze me een vette knipoog en voegde mij toe dat je dat gewoon wist. Nou, ik wist van niks, maar zij was de expert en de knipoog was voor mij het bat sign der lesbiennes. Daarnaast vond ik Murphy Brown een erg aantrekkelijke dame, dus ik zou het wel zijn.

 

Ik ben uiteindelijk ook niet aan de vrouw geraakt en mijn hart gaat altijd nog sneller slaan van een man, maar helemaal zeker weten doe ik het nooit.

Zo komt mevrouw Garcia mijn spreekkamer in lopen. Grote rondborstige Zuid-Amerikaanse dame met overgewicht. Mooie ogen in een vriendelijk gezicht met een altijd wat kinderlijke lach. Ze is sociaal zwak en spreekt geen Nederlands en daarom langdurig therapieontrouw. Maar met behulp van de tolkentelefoon komen we samen een heel eind. Ze straalt steevast als ze me ziet en laat ook ieder consult weten hoe blij ze met me is.

Zo ook deze keer. In een mengelmoesje van Spaans en Nederlands laat ze via de tolk weten dat ze me een liefie vind. Toch iedere keer een beetje verlegen van zoveel loftuitingen zeg ik haar dat ze altijd weer mijn dag goed maakt.

Blijkbaar komt dát mevrouw Garcia te dichtbij, want ze vertelt de tolk dat ze niet van vrouwen houdt.

Wel drie keer !

Ik kan een lach niet onderdrukken, maar kijk daarop bedremmeld naar mijn blouse. Lijkt waarschijnlijk toch te veel op een overhemd.

Dat wil ik ook

zondag 25 juli 2010 12:46

praktijkverpleegkundige, patiëntencontact

 

 

Ik begrijp niets van hoofddoekjes. Niet omdat ik ze het symbool vind van religieus gemotiveerde vrouwenonderdrukking, maar omdat ik al sinds de wieg een hekel heb aan hoofdbedekking. Volgens de overlevering gooide ik eerst mijn schoentjes uit de wandelwagen om daarna mijn kleine handjes onder mijn mutsje te frummelen ten einde het ondraaglijke gekriebel van het wol te beëindigen. Maar ook nu vind ik niets lekkerder dan de wind door mijn haren.

 

Op straat en in mijn werk ontmoet ik veel gehoofddoekte dames. Het stoort me niet. Het zegt namelijk niets over hun graad van fundamentalisme, want ik heb extreemreligieuze opvattingen aangehoord van dames met wapperende krullen en frivole opmerkingen uit gehoofddoekte monden.

Ben altijd weer gefascineerd hoe de hoofddoeken bij Marokkaanse vrouwen ingenieus op hun plaats worden gehouden door minuscule kopspeldjes. En vraag me altijd af wat er nou zo stijlvol is aan de hoofddoekdracht van Turkse vrouwen, want dat ziet er altijd uit of ze ’s ochtends vergeten zijn de krulspelden uit hun haar te halen.

 

Maar de afgelopen weken kijk ik met leedwezen naar de kleding van de gemiddelde Marokkaanse dame. Ik ontwaar als praktijkverpleegkundige vaak een nachtpon van flanel als onderkleding afgekleed met een djellaba van weinig ademende stof. Niks geen frummelende handen tegen het ondraaglijke gekriebel, maar berustend in deze dracht leggen zij laag over laag en gaan huns weegs.

De hitte loopt echter zo op dat ik op een ochtend vergeet mijn blouse decent te sluiten voordat ik patiënten ontvang. Ik draag nog wel een top met spaghettibandjes, maar dat laat te weinig aan de verbeelding over. Met hoogrode konen en parelend van het zweet komt mevrouw Ben Saleh puffend binnen. In vol ornaat. Djellaba en hoofddoek. Terwijl ik de bloeddrukband om doe kijkt ze verlekkerd naar mijn decolleté. Dat wil ik ook, verzucht ze en ik schiet in de lach.

Ja, dat kan ik me voorstellen, zeg ik, ik heb zo’n medelijden met jullie dezer dagen.

Met glimmende ogen van herinnering vertelt ze dat ze tot haar dertigste net zo gekleed ging als ik (ze is nu voorbij de vijftig) en dat ze daarom nog veel goed te maken heeft met Allah.

Dat betekent in haar geval vijf keer per dag bidden, ook ’s nachts, en hoogsluitende kleding.

Ik zeg dat ik Allah niet persoonlijk ken, maar dat ik me niet kan voorstellen dat hij haar zal straffen voor “jeugdzondes” op kledinggebied. De glans verdwijnt uit haar grote, vriendelijke ogen en met een minzame glimlach schudt ze zacht haar hoofd.

Dat risico gaat ze maar niet nemen.

 

Onderzoekje

donderdag 15 juli 2010 17:55

afstuderen, solliciteren, faalangst

 

 

Enkele jaren geleden mocht ik reïntegreren op de financiële administratie van het ziekenhuis. Ik was ziek geworden van mijn werk als intensive care verpleegkundige en kon niet terug naar deze verpleegafdeling voor intensieve zorg.

De eerste dag werd mij uitgelegd hoe ik bepaalde documenten in hangmappen moest stoppen. Op alfabet. Voor de zekerheid werd mij verteld hoe het ABC in elkaar stak. Je kon nooit weten met zo’n mentaal instabiele reïntegrant.

Gelukkig bleek ik ook in staat om de telefoon te beantwoorden. Hoewel ik soms tot wanhoop van de beller vroeg om het bedrag te spellen, want ik heb last van dyscalculie.

Maar ach, ik was toch al mentaal instabiel, dus dat werd me verder niet aangerekend.

 

Het reïntegreren ging verder zijn gangetje en na enkele maanden kwam het moment dat ik op zoek moest naar een “echte” baan.

Terug naar het ziekenhuis zag ik niet zitten. Een korte uitstap naar de polikliniek neurologie had mij duidelijk gemaakt dat ik daar niets meer had te zoeken.

Maar wat dan ? Terwijl ik koortsachtig Monsterboard en consorten afstruinde liep de spanning op. Ik kon niets passend vinden.

 

Ten einde raad wendde ik mij tot de leidinggevende. Een blonde dertiger met een volle toet, die het leven toelachte en dat was ongetwijfeld wederzijds. Type gezellig.

Of hij dan wellicht nog een baan voor mij had.

Grijnzend keek hij mij aan, legde vaderlijk zijn hand op mijn schouder en zei: “Ach, voor kneusjes zoals jij hebben we altijd wel een plekje”.

Overdonderd verliet ik zijn kamer. Maar het was achteraf gezien waarschijnlijk wel de prikkel die ik nodig had.

Gespannen, maar onderhuids razend sprak ik hem de volgende dag aan. Dat ik het jaar ervoor uit alle macht had geprobeerd om staande te blijven in de hectiek van de intensive care met een inmiddels falend brein en werkelijk met het bloed in mijn schoenen had gestaan van een stervende patiënt en dat ik dus verre van een kneusje was. Bedremmeld bood hij zijn excuses aan.

 

Nu sta ik op de drempel van opnieuw een verandering in mijn loopbaan. Ik hoop begin 2011 af te studeren en dat betekent dat ik mijn werk wil gaan aanpassen aan mijn denkniveau. Maar ik vind het doodeng. Het spook van faalangst doemt met regelmaat op. Bij voorkeur wanneer de avond valt.

Echter, van de week voor de tweede keer aangesproken over mijn onderzoek. Of liever gezegd: onderzoekJE. En dat prikkelt. OnderzoekJE ? Ik doe geen cursus Kreatief met Kurk. Ik word wetenschappelijk opgeleid.

 

Nu nog solliciteren. Aaargh !

 

Lintje, anyone ?

woensdag 14 juli 2010 17:07

 

 

Kijk, ik begrijp best dat de opgebouwde spanning voor de televisie en in de kroeg zich moet ontladen in feestgedruis. Ik begrijp ook dat de sponsoren er niet echt op zitten te wachten dat de grachten worden overgeslagen. Zo’n lange reclamespot kost wat en dan mag je dat natuurlijk volkomen commercieel uitmelken.

Ik kan zelfs een glimlach niet onderdrukken wanneer ik de jolige oranjegekleurde menigte op en neer zie deinen in pieremachochels en overbetaalde jongens uit een volkswijk uit hun dak zie gaan bij het aanschouwen van een tot over de rand gevuld plein.   

 

Maar waarom de trainer en de aanvoerder van een voetbalelftal een lintje krijgen ? Het is me een groot raadsel. Ik had het intellect van onze vorstin hoger ingeschat. Beetje domme beslissing.

Vroeger werd je geridderd als je 60 jaar had gewerkt als vrijwilliger in de lokale gaarkeuken of de windsels had verschoond van de arme lepreuze zwartjes in de Congo, maar tegenwoordig krijg je al een Koninklijke onderscheiding wanneer je gewoon jezelf bent, je aardig tegen een balletje kan trappen of voornoemde overbetaalde jongens uit de volkswijk naar de tweede plaats op de wereldranglijst kan leiden.

De lintjesregen is aan inflatie onderhevig.

Oké, de Fransen hebben er gedurende het wereldkampioenschap een potje van gemaakt, maar zij weten wel hoe je prestaties op waarde moet schatten. En dan wil ik nog wel erkennen dat voetbal door sommigen (velen ?) als kunst wordt gezien. Want wat mij betreft blijft het altijd nog een spelletje.

 

Wat te doen met een man ?

zondag 11 juli 2010 11:58

single

 

 

 

Giechelend kijkt ze me aan.

En ?, vraagt ze.

En ?, vraag ik weder.

Ja, en, hoeveel mannen gaan er mee ?

Ik sla mijn ogen met een diepe zucht neer. Ik heb net verteld dat ik weer met een groepsreis op vakantie ga en zelfs vage kennissen vinden het blijkbaar hoog tijd dat ik eens aan de man geraak. Of, en dat gebeurt vaker, ze heeft zelf sinds kort een knipperlichtrelatie en gunt mij dat ook.

Ik heb geen idee, zeg ik.

Ze grinnikt verder: nee, nee.

Nee, ik heb werkelijk geen idee, maar eenmaal thuis leidt mijn ongezonde nieuwsgierigheid mijn muis toch naar “groepssamenstelling”.

 

Ik kan een grijns niet onderdrukken. 53 % mannen en 47 % vrouwen, waarvan grotendeels in mijn leeftijdcategorie en alleengaand. Doorgaans is het 80 % vrouwen en 20 % echtgenoten. Of mannen die nog bij hun moeder thuis wonen.

Ik klik het kruisje in de rechterbovenhoek aan. We zullen wel zien. De potentiële verloofde van vorig jaar zat niet te wachten op een studerende dame en ik niet op een verloofde die zich liet afschrikken door een studie.

En de grote vraag blijft: zal ik ooit de prins op het hobbelpaard tegenkomen ? Zo ja, wat doe je dan de hele dag met zo’n man, naast het voor de hand liggende natuurlijk ?

Ik ben dol op mijn vriendinnen, maar na enkele uren in elkaars gezelschap vind ik het wel weer welletjes. De gespreksstof is op, we zijn weer helemaal op de hoogte van elkaars wel en wee, dus het is tijd om ieders weegs te gaan. En da’s nog hetzelfde geslacht.

 

Want wat nu met de andere sekse ? Woeste seks op de keukentafel gaat natuurlijk op een gegeven moment ook vervelen.

Ramadan en polderen

vrijdag 9 juli 2010 10:31

ramadan, patiëntencontact, diabetes mellitus, praktijkverpleegkundige

 

Diabeteszorg is vooruitzien. En in de multiculturele wijk waar ik werk ben ik naast bedacht op niet één kerstkransje maar de hele kerstboom, ook voorbereid op de heilige maand van de moslims. Tot grote hilariteit van menig Marokkaans patiënt vertel ik hén wanneer de Ramadan begint en niet andersom.

Zoals gezegd is diabeteszorg vooruitzien en voordat vele van mijn Marokkaanse patiënten richting Atlasgebergte vertrekken vraag ik hen of ze van plan zijn om mee te doen aan de Ramadan. Volgens de Koran mag je niet eens meedoen aan de Ramadan wanneer je (chronisch) ziek bent, maar de ervaren sociale druk om wel deel te nemen is blijkbaar nog meer vreesaanjagend dan de toorn van Allah.

 

Zoals een praktijkverpleegkundige in de 21ste eeuw betaamt liet ik tot voor kort de keuze om wel of niet deel te nemen aan het vasten aan de patiënt over. Ik geloof sterk in eigen verantwoordelijkheid en wanneer de patiënt besluit mijn advies naast zich neer te leggen is dat zijn goed recht. Daarnaast vind ik het een kwestie tussen een gelovige en zijn opperwezen, daar heb ik als heiden helemaal niets in te zoeken.

Maar tijdens symposia lieten praktijkverpleegkundigen van Marokkaanse komaf weten dat dat gepolder maar eens afgelopen moest zijn. Er bestaat een schema om de vastende moslim met diabetes tegemoet te komen wat betreft zijn medicijninname, maar vooraleerst moet de Ramadan afgeraden worden. Of zoals een door de wol geverfde internist met een morbide gevoel voor humor onlangs zei tegen een patiënte: het spijt me, maar het wordt dit jaar Jammerdan.

Patiënten schijnen doorgaans opgelucht te zijn wanneer de verpleegkundige (of arts) deze beslissing voor hen neemt.

 

Dus ga ik dit jaar directief te werk. Ik zeg dat de patiënt niet mag deelnemen aan de Ramadan. Dat hij in overleg met zijn imam naar een alternatief moet zoeken. En ik benadruk dat met name het vochttekort gedurende de dag slecht is voor de nieren. Ik kijk daar ook nog eens wat zorgelijk bij.

Tot mijn verrassing gaan patiënten akkoord en een echtgenoot van een patiënt kijkt zijn eega triomfantelijk aan. Hè, hè, ik ben blij dat u het zegt. Ik zeg al jaren dat het niet goed voor haar is.

 

Zeker van mijn zaak vaardig ik het ene na het andere decreet uit tegen Ramadan.

Tot ik op mevrouw Tahiri stuit. De tranen wellen op in haar ogen, maar ze knikt braaf ja. Na het aanreiken van een tissue meet ik haar bloeddruk. Die is torenhoog. Ik ga achteloos voorbij aan deze circulatoire NEE, NEE, NEE en vraag haar om de bloeddruk de volgende dag over te laten meten door mijn collega. Die is gelukkig wel empatisch en terwijl zij het aanpassen van de medicijnen met mevrouw Tahiri bespreekt zakt de bloeddruk zienderogen.

 

Ik geloof dat ik volgend jaar maar weer ga polderen.

 

Bijgeloof

woensdag 7 juli 2010 09:39

wereldkampioenschap, voetbal, oranje, nederland, finale

 

 

“Wij” zijn blijkbaar doorgedrongen tot de finale van het wereldkampioenschap voetballen in Zuid-Afrika. “Wij” gaan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid winnen en daarbij revanche nemen voor een in de jaren zeventig van de vorige eeuw opgelopen nationaal trauma en en passant ook nog even de fiets van overgrootvader terugvorderen. De protestanten in Noord-Ierland kunnen nog een puntje zuigen aan deze Oranjemars.

Voor het gemak vergeten “we” gewoon even dat een wedstrijd 90 minuten lang is en dat er ook tegenstanders in het veld staan, die niet van plan zijn om lankmoedig terzijde te stappen wanneer een spits van het Nederlands elftal zich richting het doel spoedt.

 

En hoewel ik mij definitief van het voetbal heb afgekeerd sinds voetballers van een topclub in het academisch ziekenhuis waar ik destijds werkte op maandag voorrang kregen in de CT-scan met een geblesseerd “enkeltje” boven patiënten met een tumor en de demissionair premier zich ongetwijfeld via de sms laat bijpraten over de roomkleurige bruidsjurk van de ex van een volkszanger uit een vissersdorp, begrijp ik best de gekte en de euforie na de winst van gisteravond.

 

Daarom lijkt het mij in het landsbelang beter als ik de finale maar aan mij voorbij laat gaan. Want dat Oranje wereldkampioen voetballen wordt ligt niet aan de fysiotherapeut van Robben met Jomanda krachten of het voorhoofd van Wesley Sneijder, maar aan mij.

Ja, aan mij, ik beschik over onvermeende krachten. Want tot twee keer toe scoort de tegenpartij (eerst Tsjecho-Slowakije en gisteravond Uruguay) op het nippertje wanneer ik even zap om te kijken of de wedstrijd al afgelopen is en ik dierbaren moet gaan feliciteren of troosten.

Dus ik ben u allen graag ter wille en beloof u hierbij plechtig dat ik uh…wanneer is de finale eigenlijk… niet zal kijken (ook niet even stiekem).

Veel plezier…dan…uh… op die dag wanneer dan die finale gespeeld wordt hè.

 

Onderbroek

zaterdag 3 juli 2010 10:42

rafael nadal, onderbroek, tennis

 

Terwijl buren luidt toeterend op een wijd uitlopende fallus de overwinning van Nederland op Brazilië bekendmaken kijk ik gespannen naar een wedstrijd die er echt toe doet.

De halve finale mannen op Wimbledon tussen Andy Murray en Rafael Nadal. Oeh-end en aah-end kreun ik mee met de heren. Spannend. Tot grote teleurstelling van de Britten verliest hun tijdelijk tot Engelsman gebombardeerde Schot met drie straight sets van Nadal. Én geen wereldkampioen voetbal én Mount Murray blijft vooralsnog Henman Hill.

 

Maar ik juich. Ik juich omdat Rafa in de finale staat. Omdat hij zo’n aandoenlijk doorbijtertje is met waanzinnige bovenbeenspieren, een bescheiden winnaar en omdat hij al zijn tegenstanders difficult opponents vindt. Of liever gezegd dieviekoelt uponens. Steevast, omdat zijn woordenschat in het Engels beperkt is. Daarnaast heeft hij een veel te serieuze frons voor zo’n jonge man. Alsof hij het leed van de wereld op zijn schouders draagt. En hoewel oersterk en onoverwinnelijk haalt hij zijn zelfvertrouwen uit het rangschikken van flesjes water en een afgepast aantal keer kaatsen van de bal voor de opslag. Maar dat maakt hem menselijk en doet niets af aan zijn attractieve spel.

 

Alleen, kan zijn moeder niet eens onderbroeken met pijpjes voor hem kopen ?  

I can't keep my eyes on the ball.

Janus

vrijdag 2 juli 2010 15:40

praktijkverpleegkundige, patiëntencontact

 

Nu het einde van mijn studie in zicht komt moet ik ook nadenken over een mogelijk nieuwe baan. Zo nu en dan waag ik er een flard van gedachten aan, niet in de laatste plaats omdat ik druk bezig ben met het analyseren van mijn onderzoek en het schrijven van een artikel in proper English. Gedurende zo’n vlaag vraag ik me altijd af of ik het patiëntencontact niet zal gaan missen. Maar als ik vaker mannen als meneer Rendang in mijn spreekkamer krijg dan zal ook die laatste barrière geslecht worden.

 

De wieg van meneer Rendang heeft in of vlak naast de Gordel van Smaragd gestaan en hij vertoont een deemoedigheid die ik vaker bemerk bij Aziatische mensen. Een onderdanigheid waar ik de kriebels van krijg. Hij laat het niet na om in bijna elke bijzijn te melden hoe aardig hij mij vindt. Hij raakt liefdevol mijn gezicht aan wanneer ik de bloeddrukband om zijn arm aanbreng. Daarbij vriendelijk glimlachend van oor tot oor. Alsof hij een Labradorpup aait.

Hè gets, doe dat nou niet, denk ik. En hang wat achterover tijdens het luisteren naar de bloeddruk.

 

Zo gedwee zijn houdt geen mens vol. Zelfs de Thai ontploften. En dat blijkt de volgende dag. Meneer Rendang brengt zijn 24 uurs bloeddrukmeter terug en wanneer ik deze uitlees blijken er gedurende 9 uur een handjevol metingen verricht. Ruim onvoldoende om iets te kunnen zeggen over verder behandelen van zijn hoge bloeddruk. Terwijl ik uitleg dat er onvoldoende metingen zijn geregistreerd zie ik dat langzamerhand zijn mondhoeken zakken en de frons tussen zijn wenkbrauwen groeit. Wanneer ik eindig met het voorstel om de 24 uurs bloeddrukmeting te herhalen schiet hij uit zijn slof. Hij weet toch dat hij hoge bloeddruk heeft, daar heeft hij toch geen 24 uurs bloeddrukmeting voor nodig en en passant word ook mijn functie maar weer eens in twijfel getrokken. Terwijl ik hem het liefst over de tafel heen trek zet ik me schrap en vraag op kalme toon waar de irritatie plots vandaan komt.

 

Hij herhaalt opnieuw dat hij wel weet dat hij hoge bloeddruk heeft, dat hij behandeld wil worden en dat het komen bij mij hem tijd kost. En dan ontglipt mij dat het mij ook tijd kost en dat blijkt olie op het vuur. Hij schreeuwt me toe dat ik hem moet helpen, omdat hij mij betaalt.

Ik voel mijn bloeddruk stijgen. En ondertussen blijft hij doorschreeuwen over klantgerichtheid en het feit dat hij de verzekering betaalt voor mijn diensten.

Nou, denk ik, u betaalt bij lange na nog niet wat u zou moeten betalen.

Maar ik weet het trillen van woede in bedwang te houden en hij komt weer tot rust.

Zo plots als zijn furie verscheen, verdwijnt deze ook weer en hij duikt weer geruisloos in zijn dociele rol. Ter afscheid houdt hij mijn hand in zijn beide handen, maakt een lichte hoofdbuiging en roemt andermaal mijn vriendelijkheid.

 

Hè gets, doe dat nou niet.

Een paarse krokodil met oordoppen en een vergunning

woensdag 26 mei 2010 14:29

stadsdeel, geluidsoverlast, paarse krokodil

 

 

 

Met opwaaiende zomerjurk fiets ik over het plein.

Zon in het gezicht, een lichte bries streelt mijn haren en doet de zomerjurk wat opbollen.

Wat een heerlijke dag. O kijk, wat leuk, het stadsdeel is een sportinstuif aan het opbouwen voor de kinderen uit de buurt.

Thuisgekomen gooi ik mijn balkondeuren open. Het zomert zo zalig, de lucht is aanhalig*, verzucht ik stilletjes.

Ik klap mijn tuinstoel uit en zijg tevreden neer met krant en kop thee.

Maar niet voor lang, want de sportinstuif wordt ondersteund met het nodige kabaal. De stilte wordt ruw verstoord door een beatbox en oorverdovende muziek. Aanvankelijk hoop ik nog dat het een vergissing is. Boxen ingeplugd en bloody hell, wie is vergeten de versterker van het geriatrische standje af te halen ? Maar nee, het is echt waar.

Ik vervoeg me tot de verantwoordelijke van het spektakel. Type uitsmijter, die wellicht recent nog plaatjes heeft gedraaid in het rijkshotel. Van grote hoogte kijkt hij op mij neer met een blik van wat mot je ? Ik heb geen zin om me te laten intimideren en ik ben inmiddels zo geïrriteerd dat ik in staat ben om deze voormalig kickbokser in een soepele beweging te vloeren. Mijn stembanden slaan bijna over wanneer ik hem beleefd vraag of het wat zachter kan. Verveeld kijkt hij terug. Hij geeft een van zijn medewerkers de opdracht het geluid wat te dimmen.

Ietsje zachter, zegt hij. Met de nadruk op ietsje, want thuisgekomen bemerk ik geen verschil. Waarschijnlijk heeft de medewerker slechts een beetje de volumeknop heen en weer gedraaid. Voor het idee, zal ik maar zeggen.

 

Na een half uur bel ik de politie. Deze is best bereidwillig, maar er blijkt een vergunning afgegeven te zijn en dus kunnen ze niets uitrichten. De politie belooft het door te geven aan de milieupolitie. Wellicht kunnen zij langsgaan met de decibelmeter.

Terwijl ik inmiddels binnen ben gaan zitten (met de deuren dicht) groeit mijn ongenoegen. Ik besluit de milieuklachtentelefoon te bellen. Ik word binnen een uur teruggebeld. Not.

Vijf uur later dus. De sportinstuif is inmiddels opgedoekt. Ja, vervelend, vervelend, beaamt ook de meneer van de milieuklachtentelefoon, maar ook hij kan niets uitrichten, want, u raadt het al, er is een vergunning afgegeven. Ik moet maar een klacht indienen bij het stadsdeel op de eerstkomende werkdag.

 

Zo gezegd, zo gedaan. Een allervriendelijkste jongeman noteert mijn klacht. Ja, vervelend, vervelend. Volgens mij zijn hij en de meneer van de milieuklachtentelefoon op dezelfde cursus "omgaan met geërgerde klanten" geweest.

De dag erna word ik al gebeld door een dame van het Loket Handhaving.

Zij valt meteen met de deur in huis. Zij kan niks voor mij doen. Want ja, en ik vul in, er is een vergunning afgegeven. Ja, inderdaad, maar dat is nog niet eens het grootste probleem, ik had de desbetreffende zaterdag het Loket Handhaving moeten bellen. Maar ik heb de politie gebeld, roep ik uit. Ja, maar die zijn daarvoor niet hè. Daarvoor zijn wij. En ik heb ook nog de milieuklachtentelefoon gebeld, werp ik tegen. Nee, daarvoor moet u toch echt bij het Loket Handhaving zijn. Maar ik wist niet eens van het bestaan van het Loket Handhaving, bries ik inmiddels. Wij staan toch echt in de stadsdeelgids, zegt ze op badinerende toon.

Dus, concludeer ik pissig, blijkbaar schept het stadsdeel een precedent inzake geluidsoverlast en mag je enorme takkenherrie maken als je maar een vergunning hebt.

De dame aan de andere kant van de telefoon moet hoorbaar alle zeilen bij zetten om de einddoelen van haar cursus "anger management" voor de geest te halen en geeft mij het telefoonnummer van het Loket Handhaving.

Alleen bereikbaar op werkdagen.

In het weekend moet ik de politie bellen.

En word ik nou gek, of hoor ik daar op de achtergrond een paarse krokodil  zijn muil wijd opensperren.

 

 

*Toon Hermans

Makkelijk oordelen

vrijdag 14 mei 2010 10:27

taalbarrière, patiëntencontact, praktijkverpleegkundige

 

 

 

Ook ik laat mijn hoofd wel eens te moede hangen wanneer de zoveelste patiënt van die dag gewoon plaats neemt en mij vriendelijk toeknikt wanneer ik vraag of hij de deur achter hem willen sluiten. En ook ik voel de energie wel eens uit me wegvloeien wanneer jarenlange lichamelijke klachten uitgebreid ter tafel komen (incluis geworstel met de medische stand) wanneer ik de tolkentelefoon slechts wil gebruiken voor een korte suikerziekte gerelateerde vraag. Als geen ander erken ik het belang van de overheidscampagne “Het begint met taal”.

Maar ik moet ook pragmatisch zijn, want je komt niet heel ver met alleen handen en voeten. En mensen die om hulp vragen wil ik toch, zo ver dat tot mijn mogelijkheden behoort, een hand reiken.

 

Meneer El Hamdaoui heeft onlangs besloten om dit keer zijn reis naar Marokko maar niet aan mij te melden. Worden er alleen maar lastige vragen gesteld zoals "hoe moet dat dan met het insuline spuiten van uw vrouw ?" En wanneer je gewoon vertrekt lost dat probleem zich vanzelf op. Omdat hij zijn telefoon maar niet opneemt ga ik op de bonnefooi maar eens langs. Ik tref mevrouw aan in het gezelschap van een vriendin die net zo slecht Nederlands spreekt als ik Berbers. Met handen en voeten en een petit peu schoolfrans van mijn zijde begrijp ik dat meneer al enkele weken in Marokko vertoeft en dat het niet duidelijk is wanneer hij terugkomt. De bovenbuurvrouw blijkt de insuline te spuiten en dat gaat eigenlijk allemaal wonderwel goed. Zorgverleners zijn echt meer misbaar dan zij soms zelf graag denken.

 

Na het bloeddruk meten krijg ik een brief in mijn handen gedrukt. Er lopen dikke tranen over de mollige wangen van mevrouw El Hamdaoui. Het is een brief van het oogziekenhuis. Er is een reeks van afspraken gemaakt voor laserbehandeling van haar ogen. Laatste stro halm-afspraken, want mevrouw is zo goed als blind. Ze heeft ze niet kunnen nakomen, want haar begeleider verbleef toen reeds in Marokko.

De tranen lijken van verdriet, boosheid, maar ook van schaamte. Ik bel het oogziekenhuis en leg de situatie van mevrouw voor. Plots lijkt de vriendelijkheid van de dame aan de telefoon om te slaan wanneer ze in haar administratie bemerkt dat de afspraken al talloze malen zijn verplaatst op verzoek van meneer. Terwijl ik uitleg dat mevrouw het allemaal niet zo goed begrijpt omdat ze alleen Berbers spreekt zegt ze op samenzweerderige toon: “Ja, moeten ze maar Nederlands leren, hè”.

Ik kijk naast me en ik zie een slechtziende, bijna 75-jarige, verdrietige dame naast me zitten en ik antwoord: "ik begrijp het ongemak voor jullie zijde, maar het is wel heel makkelijk oordelen door de telefoon, hè".

Er valt een betrapte stilte.

 

Oorwurm

donderdag 13 mei 2010 11:07

oorwurm, carol emerald

 

 

Al weken weet mijn duim in een Pavloviaanse reflex feilloos de afstandsbediening te vinden. Tegenwoordig reageer ik al op het eerste blonde sprietje haar en een glimp van de kleuren rood en geel. Dit alles om te voorkomen dat ik bij de desbetreffende glaszetter hoogstpersoonlijk de ruiten aan diggelen ga gooien.

 

Anders wordt het bij de eerste klanken van A night like this. Gezongen door een mevrouw die zich, heel zwoel, Smaragd van haar achternaam heeft laten noemen. Ik beschik helaas niet over een afstandsbediening voor de radio, maar ik kan u zeggen dat ik mijn PR-tje dagelijks scherper stel op de spurt richting mijn ontvangtoestel. Ik vind het echt een afgrijselijk nummer. Nog net niet zo erg als Jeanny van Falco, maar het komt er dicht bij in de buurt.

Maar ik schijn één van weinigen te zijn, want ze wordt alom geroemd, ontvangt prijzen en wordt platgedownload. Durf daarom met goed fatsoen niet in gezelschap te zeggen dat ik nog liever luister naar nagels op een schoolbord. Net zo min als dat ik durf te bekennen dat ik Schindler’s List gewoon een draak van een film vond. En terwijl hele volksstammen tot tranen geroerd The English Patient aanschouwden verlangde ik alleen maar vurig naar de aftiteling.

 

Maar zoals gezegd, de rillingen lopen me over de rug bij het aanhoren van mevrouw Emerald, and not in a good way. Nu kan ik haar in huiselijke kring nog wel redelijk snel de nek omdraaien, maar tot mijn afgrijzen is ze nu zelfs doorgedrongen tot mijn sportschool. Geen opzwepende beats van de week, maar tandglazuur eroderende klanken. Nou lekker dan. Het is verdraaid lastig gewicht heffen met mijn vingers in mijn oren. Is er soms een letselschadeadvocaat in de zaal ?

 

Geschikt

woensdag 12 mei 2010 14:26

vreemdgaan, jack de vries

 

 

Hoe meer een partij hamert op het feit dat ze voor betrouwbaarheid staan, hoe minder ik ze vertrouw. En dat religie geen belemmering hoeft te zijn voor het breken van de Tien Geboden wist ik al als tienjarige, toen de hoog in aanzien staande en zeer vrome koster vreemd ging met de vrouw van de dirigent van het kerkkoor. Dus dat Jack de Vries er een buitenechtelijke relatie op na heeft gehouden verbaast me in het geheel niet.

 

Ik heb Jack nooit vertrouwd. Net zo min als Maxime Verhagen. Ze hebben allebei dat “je ne sais quoi” van heren die een hoge moraal voorstaan, maar ondertussen de kat in het donker knijpen. Of een VN- medewerkster.

Jack deinst er ook niet voor terug om anderen in een negatief daglicht te plaatsen ten faveure van zijn eigen politiek leider. Immers, all is fair in war and love. Hij heeft zichzelf echter nu een web gesponnen waarin hij lelijk verstrikt is geraakt. Of hij mag aanblijven als echtgenoot mag hij samen met zijn eega uitvechten, maar één ding is wel zeker: de enige echte kerel in huize de Vries is mevrouw de Vries. Door hem zonder pardon, beveiligd huis of niet, op straat te zetten is Harriët de Vries wat mij betreft ongeschikt/geschikt.

Kat en muis

zaterdag 1 mei 2010 10:03

praktijkverpleegkundige, patiëntencontact, diabetes mellitus

 

  

Mijn ogen lopen langs mijn agenda.

Meneer van Wetteren om 14.00 uur.

O ja, die kan ik er vandaag ook nog wel bij hebben.

Not.

Na een week van korte, onrustige nachten door een tentamen en een nieuwe dotterprocedure van mijn moeder gelardeerd met enkele moeizame, energievretende gesprekken met patiënten is mijn buffer flinterdun. Maar andermaal zet ik mijn happy face op en als een Cliniclown met kiespijn begroet ik meneer van Wetteren.

 

Het contact tussen mij en meneer van Wetteren is jaren geleden moeizaam van start gegaan. Hij wantrouwde iedere meting die ik verrichtte en zijn dossier staat vol met aantekeningen mijnerzijds dat "heer niet akkoord gaat met zijn gewicht en bloedsuikers". Elk consult was spitsroeden lopen, maar er lijkt iets veranderd sinds ik uitgebreid zijn meegebrachte fotocollectie bewonderde. Meneer van Wetteren is namelijk acteur. Nou ja, figurant, maar hij noemt zichzelf acteur. Hij kent alle Groten der Nederlandse Podiumkunsten en mag zich met een gerust hart hun meest dierbare vriend noemen. Daar getuigen de talloze wethouder Hekking- foto’s van.

 

De consulten lijken dus iets soepeler te verlopen de laatste tijd, maar van blind vertrouwen is nog geen sprake, want ieder gesprek start met het ter discussie stellen van de laboratoriumuitslag. Daarbij hanteert hij immer een verbeten ondertoon en ik moet daar steeds weer behendig om heen laveren. Daarnaast doet zijn voorkomen vermoeden dat hij van de herenliefde is. Maar wanneer hij zich iets laat ontvallen over een liefdesleven uit vervlogen tijden dan spreekt hij consequent over “jongens en meisjes”. Een zeventigjarige homo die nog immer op zijn hoede moet zijn.

Groot was dus mijn verbazing (en hilariteit) toen hij onlangs plots riep: wat zie jij er geweldig uit ! Als ik zo’n muis in mijn bed zou vinden, zou ik mijn kat de deur uit doen !

Schaterlachend maak ik een nieuwe afspraak. Weer een stukje barrière geslecht.

 

Floris-Jannen

woensdag 28 april 2010 09:58

patiëntencontact, insuline, diabetes mellitus, praktijkverpleegkundige

 

 

Floris-Jan heeft al jaren diabetes mellitus en al jaren zijn zijn bloedsuikers ontregeld.

Zijn leefstijl past niet bij zijn suikerziekte of liever gezegd zijn suikerziekte past niet bij zijn leefstijl. Hij leeft graag groots en Bourgondisch en daar hoort regelmatig tabletten moeten innemen natuurlijk niet bij. Zijn vader is internist, dus hij weet het allemaal wel en hij schermt graag met termen die de gemiddelde patiënt die ik zie niet kent. Bij doorvragen blijkt hij de termen gewoon wat at random van internet geplukt te hebben en de werkelijke betekenis kan hij niet altijd goed omschrijven. Maar dat is natuurlijk ook niet de bedoeling. Het strooien met ingewikkelde woorden is vooral bedoeld om mij te imponeren en uit te testen.

 

Ik ken de Floris-Jannen van deze wereld inmiddels een beetje, het is doorgaans veel geschreeuw en weinig wol om angst te verbloemen, maar toch moet ik altijd alle zeilen bijzetten om niet door ze omver te worden geblazen. Floris-Jannen zijn namelijk altijd verbaal zeer sterk en primair reagerend. Dat valt niet altijd mee voor een denker en secundair reageerder als ik.

 

Floris-Jan moet dus eigenlijk al lang aan de insuline, maar hij komt gewoon niet opdagen bij huisartsen en internisten. Uiteindelijk verschijnt hij een keer op mijn spreekuur. Ondanks zijn (verwachte) weerstand hebben we een normaal en open gesprek. Uiteraard komt hij een volgend consult niet opdagen en wanneer de huisarts hem daar op aanspreekt heb ik het natuurlijk gedaan. Zo zijn Floris-Jannen ook wel weer. Het vooral nooit bij jezelf zoeken. Vorige maand lopen de bloedsuikers echter de spuigaten uit en de huisarts doet een ultieme poging en stuurt hem alsnog bij mij langs.

Dit maal verschijnt hij samen met zijn vriendin. Vanzelfsprekend fashionably late, want het moet wel duidelijk blijven wie hier het tempo bepaalt.

In bijzijn van zijn vriendin hebben we opnieuw een openhartig gesprek. Floris-Jan blijkt gewoon ernstige prikangst te hebben. De grote beer met streepjesoverhemd en witte kraag wordt een mannetje van zes wanneer ik hem vraag of hij de eerste maal injecteren bij mij in de spreekkamer wil doen.

Dja, zegt hij zacht en verlegen.

Ik bemerk bij mijzelf zelfs enige empathie.

 

Een week later komt hij terug. Dit keer op tijd. Hij maskeert zijn vrees andermaal met een verbaal spervuur, maar wanneer het moment van prikken komt springt hij op als een kleuter voor een vaccinatie. Wanneer zijn vriendin zegt dat hij gewoon rustig moet gaan zitten zegt hij op kinderlijke toon dat hij liever blijft staan.

Ik leid zijn hand en enkele seconden later is de hele exercitie voorbij. Hij is zichtbaar opgelucht. Als Joris die net de draak heeft verslagen schiet hij terug in zijn opgeblazen gedrag. Hij diskwalificeert en passant de wijze waarop ik praktijk voer en kijkt daar triomfantelijk bij. Het greintje empathie wat ik voelde verdwijnt als sneeuw voor de zon. Floris-Jannen blijven toch lullo’s.

 

 

 

Feminisering

zondag 18 april 2010 17:30

feminisering, wetenschap

 

 

Onlangs verzuchtte de Opleidingsdirecteur Geneeskunde aan de VU in Amsterdam dat er nog nauwelijks jongens aan werden genomen voor de studie medicijnen. Meisjes blijken de laatste jaren te profiteren van de onderwijsvernieuwingen. Zij zijn beter dan jongens in staat om te plannen en dat is een voordeel in het studiehuis. Met als gevolg hogere eindexamencijfers en dus een hogere kans om ingeloot te worden.

Toen Clairy Polak haar tafelgasten vroeg waarom zij zich jaren geleden niet net zo veel zorgen hadden gemaakt over de achterstand van meisjes in het onderwijs kwam er wat zacht gemompel.

 

De opleidingsdirecteur wilde uiteindelijk wel uitleggen waarom de feminisering (waarom doet dat woord me nou toch altijd aan een inlegkruisje denken ?) in de medische wereld een probleem was. Vrouwen kozen met name voor de “vrouwenberoepen”. Werden huisarts, kinderarts of dermatoloog, maar je zag zelden een dame hamer en beitel ter hand nemen in de orthopedie. Over je eigen sekse diskwalificeren gesproken, dacht ik nog. Wat een non-reden. Wanneer er meer vrouwen in de orthopedie komen werken zal er wel ergens weer een (vrouwelijke) ingenieur zijn die een handig apparaat ontwikkelt om loodzware bovenbenen te tillen. Neem namelijk ook niet aan dat de mannelijke orthopedische chirurg zelf zijn patiënten op de operatietafel tilt. Trouwens, voor bovenbenen tillen kun je ook heel goed een aantrekkelijke jongeman aannemen die graag gewichten heft. Hoeft niet eens academisch geschoold te zijn.

 

De vervrouwelijking in de wetenschap gaat dus door. Ook ik krijg college van dartele jongedames van begin 20. Doorgaans blond, paardenstaart en bijzonder slim. Hoewel ik het toejuich, moet ik zeggen dat ik er ook wat moeite mee heb. Als oudere jongere met een matig ontwikkeld zelfvertrouwen valt het niet mee om qua uiterlijk, en nog erger: qua intellect, voorbijgestreefd te worden door geleerde “Pam, je haar danst”-types.  

Maar het meest vervelende is toch wel dat er nog maar weinig lekkere (mannelijke) kontjes zijn om naar te kijken tijdens statistische uiteenzettingen. Misschien moet ik maar lesbisch worden.

Het is altijd lente

zaterdag 17 april 2010 18:02

tandarts, preventieassistente

 

 

De differentiatie in de zorg is al een poos aan de gang.

Mijn baan als praktijkverpleegkundige is daar een teken van.

De chronische zorg voor diabeten blijkt in betere hand te zijn bij de praktijkverpleegkundige dan bij de huisarts, omdat wij meer tijd hebben en ook strikter protocollen volgen. Nou ben ik officieel praktijkondersteuner, maar ik heb ooit de eed afgelegd en daar ben ik best trots op dus ik stel mij zelf altijd nog voor als de verpleegkundige van de huisarts.

 

In ieder geval, door die differentiatie lopen er inmiddels verpleegkundige specialisten, nurse practitioners, helpenden, verpleegkundigen op MBO niveau en op HBO niveau rond in de zorg. Deze trend is nu overgewaaid naar de tandheelkunde, want van de week werd ik voor het eerst gezien door de preventieassistente.

Dat ik al gezien word door een mondhygiëniste maakt niet uit. De preventieassistente wil ook nog even kijken. Het schijnt me niets extra’s te kosten, maar ja, ik kan me niet voorstellen dat deze dame alleen voor een gratis boterham tijdens de lunch voor haar werkgever werkt.

Ze zit qua functie een beetje tussen de tandartsassistente en de mondhygiëniste in. Ze verwijdert eventueel aanwezige tandsteen en inspecteert alvast het gebit. Een soort coassistent van de tandarts dus. Ondanks mijn lichte tegensputteren (ja, je ligt toch altijd in een wat kwetsbare positie in zo’n stoel en misschien moet de tandarts nog boren) dat de mondhygiëniste een week geleden uitgebreid het gebit heeft gereinigd, prikt de preventieassistente nauwgezet zachtjes in mijn tandvlees.

Op zoek naar pockets die er niet zijn, maar wel keurig volgens protocol.

 

Even later verschijnt de tandarts. Een prachtige vrouw die de voorstellen van de preventieassistente aanhoort en beleefd naast zich neerlegt. Ook zij inspecteert nog eens mijn gebit en ontdekt een gaatje.

Terwijl ik de afspraak maak voor het boren en vullen vraag ik me af wat nu de toegevoegde waarde is van de preventieassistente.

Maar dat maak ik wel bespreekbaar ná het plomberen.

 

Thor's revenge

vrijdag 16 april 2010 16:44

ijsland, vulkaanuitbarsting

 

 

Gelukkig, het leven van alledag neigde alweer naar het niveau van alledag.

Eerst een overijverige ambtenaar met een nieuwe baan die ons met liefde weer eens de stuipen op het lijf probeerde te jagen, toen het huisblad van de concullega’s van de TROS met de mededeling dat een kopstuk van Al Qaida was vrijgelaten en ongetwijfeld op weg was naar het Verdorven Westen om daar zijn snode plannen uit te voeren.

En toen besloot Moeder Natuur van zich te laten horen.

Niks geen sneeuwbui in juni of een tot stormkracht aangewakkerd lentebriesje in mei, nee Moeder Natuur heeft PMS.

Ze braakt gloeiende lava uit en alsof dat nog niet genoeg is stoot ze van de weeromstuit ook nog eens een kilometershoge kolom van as uit.

En legt daarmee meteen het o zo maakbare leven van de gemiddelde burger in het Westen stil. Uiteraard dramatisch voor de mensen die werkelijk ergens op tijd moeten zijn (sterfgeval of ernstig zieke in de familie), maar het lijkt me nauwelijks wereldnieuws dat fietsers de trein moeten nemen. Nederlandse forenzen doen dagelijks niet anders.

Terwijl in 1783 tienduizenden doden vielen te betreuren in Europa na een vulkaanuitbarsting op IJsland, lijkt mij de kwalificatie “leed” voor militaire vliegtuigen aan de grond moeten houden trouwens ook wat overdreven.

 

We hebben gelukkig weer reden tot paniek. “Wanneer weten we wat meer ?” vraagt de presentatrice van het journaal met licht overslaande stem en opengesperde ogen aan de verslaggever op Schiphol op de mededeling dat het luchtruim voor onbepaalde tijd gesloten is.

Gewoon rustig afwachten, het waait vanzelf weer over zo’n aswolk.

 

Ik persoonlijk denk dat het een wraakactie is van de IJslanders. Jullie richten onze economie te gronde ? Dan hebben wij nog wel wat natuurlijk vuurwerk in de achtertuin liggen om de gunst te wederkeren.

Ik geloof dat ik CNN maar eens ga bellen. Het wordt weer eens tijd voor een 24 uur lange oorlogsspecial met lekker veel breaking news over bedreigde zeldzame mossoorten. Invading Iceland.

 

 

Afbeelding afkomstig van www.ad.nl

 

L. de Berk

woensdag 14 april 2010 15:10

Lucia de Berk,beeldvorming,

 

 

 

Vanaf vandaag heet ze weer gewoon de Berk.

Gewoon zal ze wel niet meer zijn. Zes jaar onschuldig gevangen zitten en aanvankelijk de wetenschap dat je zal sterven in gevangenschap doet iets met een mens.

Zo sta je billen te wassen en zo zit je bij Pauw & Witteman of De Wereld Draait Door om het verwrongen beeld wat in de loop van de jaren van je is geschetst enigszins te herstellen.

De advocaat van Lucia de Berk stelde dat er eens goed nagedacht moest worden over beeldvorming in strafzaken. Ook een journaliste van Vrij Nederland wees op deze menselijke, maar o zo feilbare neiging om mensen in hokjes te stoppen op basis van flarden beeld en informatie. Daarbij haalde ze met name het bekende getekende rechtbankportret van Lucia naar voren. “Net een heksje”.

 

Ook ik maak snel een mentaal plaatje van iemand bij een korte ontmoeting, om die later toch te moeten bijstellen. En hoewel geschoold om verder te kijken dan hun neus lang is, zijn ook rechters, officieren van justitie en medici mensen en blijken zij net zo feilbaar.

Gelukkig blijkt de wetenschap andermaal houvast. Uit statistische berekeningen bleek Lucia het nooit gedaan te kunnen hebben. En nu blijkt uit voortschrijdend inzicht dat de patiënten überhaupt geen onnatuurlijke dood zijn gestorven. Vrienden zonder bijpassende achternaam, maar wel met pitbullcapaciteiten deden de rest.

 

Geniet van de vrijheid Lucia.

Profielfoto zusenzo

zusenzo

Woonplaats: Ergens
  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Groepen

Wat let je ?

Nederland stopt! Met roken

Toost gerust op Homer door een muisklik

Heart

The heart makes a terrible student, but a great teacher.

 

Matt Mooney

Verontwaardiging

Verontwaardiging is jaloezie met een aureool

 

H.G. Wells

Fanatic

A fanatic is a person who can't change his mind and won't change the subject

 

Winston Churchill

Change

We cannot become what we need to be...

by remaining what we are

 

Anonymous

Stilte

Niets is zo aanwezig als dat waar niet over gesproken mag worden

 

Anoniem

Durven

Durven is even je evenwicht verliezen, niet durven is uiteindelijk jezelf verliezen

 

Kierkegaard

God

Wie in God gelooft, gelooft niet in zichzelf

 

Sander Lantinga

Laatste reacties

persona

Bekijk het maar
Heks van Holtenbroek: Afijn, ik ben getrouwd met een alcoholist, die nu al een jaar …

persona

Van vastbinden en isoleren
mensenrechter strijder: zo mens onteerend,geef toe dat het nog steeds gebeurd en …

persona

Bekijk het maar
Paul Nijbakker: Ik zou willen kunnen afvallen met een dieet van chocolade …

persona

Lesbische blouse
zusenzo: @Kitty, and all good things come to those who wait …

persona

Bekijk het maar
zusenzo: @Mo, always a holiday hazard : ) @Vogel-vrij, dankjewel @Henk van Loon, …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van zusenzo, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2010
2009
2008
2007

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •