...en er was eens,
VKBlog Headerimage

Ik zou het nog leuker vinden om met de trein te gaan!

woensdag 7 oktober 2009 22:27

station antwerpen, hopelijk ook een keertje in, venlo

Laten we toch hopen dat dit soort "spontane" acties vaker gebeuren,
tsja... wat zal ik verder zeggen,

kijk




   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verantwoordelijkheden

dinsdag 29 september 2009 19:03

                                                                                                                                                  

                                

 

 

Ik heb altijd eigenlijk iets beters te doen

Nu ook

Er is vaak een ‘moeten’ dat mij drijft

ook als het juist een antibeweging blijkt

En het is me nog steeds niet duidelijk

waar de wil overgaat in een plicht, of andersom


Vandaag had ik een vreemdgrappige gedachte

Misschien behoorde ik in een vorig leven

tot het huishouden van een welgestelde familie

met bedienden en alles

 

Waarom dat grappig is?
omdat ik er een verklaring in vond voor
mijn gebrekkige lust aan opruimen

Eenmaal gewend dat zulke dingen voor je worden

gedaan, zinkt het besef slechts langzaam

Dat je het nu zelf moet doen, zoiets

 

 

Binnen de nieuwetijds rage hoef ik niet eens meer

enkel in mijn eigen huidige leven te zoeken naar verklaringen

voor mijn gedrag, ik kan er niks aan doen, het was voor mijn tijd

ik ben de uitkomst van de som mijner levens – meervoud

afkomst is een samen gesponnen draad waarin je achterover kunt hangen

 

 

Toen begon ik dus te grinniken

Smoesjes! Smoesjes!

Sommige gedachten duren langer dan

het opnemen van de verantwoordelijkheid van je zou verlangen


Vervuld met een hernieuwd besef

maar met snelle efficiëntie omdat ik het niet wil overdrijven,

-de verheerlijking van de plicht zou op de loer kunnen liggen

en proporties doen er zeker toe-

gedaan wat nodig was

 

 

 

 

 

 

 

Iemand zei over mijn zoon “gelukkig gelooft hij niet in chot”
mijn zoon die in nummertjes denkt, volgens mij beseft hij al bijna,
net als de wiskundige, dat er geen macht ter wereld kan bestaan die niet
wordt overtroffen door een hogere macht.
Dus waar ligt dan het begin, of het einde van die macht?
En hoe zullen we die dan noemen?

 

Ik ben niet Joods, maar ik zie wel iets in hun gewoonte g’d nooit rechtstreeks
te benoemen.

 

 

 

Erna

 

 

 

 

Raken

maandag 28 september 2009 19:02

                                                                                                                                                  

                                

 

 

Ook al was het mijn vaste voornemen

Geweest

Dat hij me nooit meer zó zou raken

Ik werd geraakt

 

Een gevoelige snaar


De valse melodie

bleef rondzingen in de dag

beheerste mijn denken

 

trof me als een mokerslag

 

 

 

 

 

Erna

 

 

 

 

Het laatste nummertje

zondag 27 september 2009 20:13

                                                                                                                                                  

                                

We praten veel over de dood
ik weet ook niet waarom
hij wil het
dus we praten erover

we praten over het laatste nummertje
en hoe je weet of je al bij je laatste nummertje bent.
Is Opa al bij zijn laatste nummertje?
ik zeg dat het allerlaatste nummertje zo groot is
dat ik het niet ken, niet kan benoemen of uitspreken

 

Maar mamma kan wel tot duizend tellen, toch?
Het is heel saai, maar die nummertjes ken ik inderdaad allemaal
- Eigenlijk herhaalt het zich de hele tijd. Doe eens voor dan, vraagt hij
Zijn hoofd knikt op de cadans van de door mij uitgesproken cijfers,
automatisch benadruk ik de ronde getallen, die hij beantwoord met een
diepe knik terwijl hij naar mijn mond blijft staren als gehypnotiseerd -

Hoe vind je zekerheid in onwetendheid… maar hij laat me geen tijd
En als jij dood gaat mama, en papa ook, waar moet ik dan wonen?

Ik praat hem moed in, dan heb jij al een eigen huis, een vrouw en kinderen,
zodat ik ook nog Oma kan worden van zijn kinderen.

- ik zal er altijd voor je zijn-


Slinks probeer ik hem af te leiden, en jij? Wat zijn jouw plannen?

Ik word later Oma, en jij? Vreemd antwoord hij dat hij het nog
een paar keer gaat veranderen, want dat kan, je kan het wel een
keer of vier veranderen, of misschien wel vijf, want zo oud is hij,
dus hij weet het nog niet.

Haast vermoeid wimpelt hij me af.
En logica raast voort, ik kan hem nog nauwelijks bijbenen
Want wat als er helemaal geen kinderen meer worden geboren?

En iedereen gaat dood? – jij zei dat iedereen dood ging, toch?-
Dan zijn er geen mensen meer, en is hij helemaal alleen, angst hij verder

 

Met overredende zekerheid in mijn stem zodat hij mij zal geloven,
dat zal nooit gebeuren, dat is onmogelijk,
de natuur zal dat niet toestaan. Iedereen tegelijkertijd het laatste nummertje?
Behalve hij? Onmogelijk!
Grote woorden, voor Grote gedachten

 

Afwachtend kijk ik toe, wat zal hij hier van brouwen?
want hij gaat naar een plek waar ik nog amper kan volgen
en hoe gemakkelijk is het dan je te verbazen
over de snelheid van zijn conclusies?

 

Want met welke gegevens die ik hem gaf,
kon je die uitkomst verwachten?
Wat heb ik in zijn hoofd gestopt tijdens al die terloopse gesprekjes
over laatste nummers, toekomst, doodgaan, alleen zijn, de natuur?
Al die schijnbaar kleine vragen waarop ik antwoorden gaf,

hij zegt, in het kort

 

Eerst gaat opa dood, dan pappa, dan jij en dan ik,
- ik hou mijn adem in-

jullie zullen op mij wachten en dan zijn we weer samen

totdat we geboren worden met het eerste nummertje

Spreekt hier de kalme zekerheid van de eindconclusie?
-ik ben verbluft-

Zulke Grote woorden en Grote gedachten uit zo’n klein mondje
dat nog altijd in onschuld door blijft spelen met de Lego
-hij bouwt gewoon verder, wat moet ik antwoorden?-

 

Ja, maar het zal wel even wennen zijn

 

 

 

Erna

De Wachter

zaterdag 26 september 2009 21:01

                                                                                                                                                   

                                

Tijd dwarrelt niet voor hij neerstrijkt
maar valt altijd op zijn plek uiteen,

vooruitstrevend.

 

Hoed u voor de wachter.

Stil aan op de uitkijk
voor wat komen gaat

Verbeeldt hij zich dat hij
ook maar iets te behouden heeft?

Wat doet hij meer, dan de illusie
van uitstel verlenen?

De tijd wint geen slag
in besluiteloosheid

 

Zelfs het oog van de storm

is zich bewust van het voortrazen


Waar om heen de wachters staan,
alsof zij nooit zullen verweren!

  

  

 

 

 

Erna. 

 

 

Ganesha Sharanam

donderdag 2 juli 2009 09:58

ganesh, chanting

 

 

Keep the boat afloat, ...rocking in the free world...

vrijdag 26 juni 2009 09:51

dobberen, liefde, leven, boot

  

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lieve mensen, Linda en anderen die zich in bootjes bevinden:

"Een boot is het veiligst in de haven,
maar daar is die niet voor gebouwd "

Citaat:  Hakim Traïdia

 

 

 

 

Liefs, Erna

De kinderen die ik herken in mij; de kinderen die we waren of wilden zijn

dinsdag 23 juni 2009 20:43

herinneringen, liefde, de kinderen die we waren, kinderen

 

 

 

 

 

Misschien komen we ook pas in de handeling tot leven, kijk ik naar de foto van mijzelf van de vorige bijdrage dan zeg ik dus "wie is dat kind?"

Kijk ik hier, dan zie ik mij zoals ik mij herken. In de handeling, in gezicht, houding en uitstraling.  

In de zandbak met eeuwige kameraad. 'Hond' met haarband die altijd scheef over z'n ogen zakte, maar wat dan moederlijk weer wat te frunniken gaf.
Ik weigerde naar school te gaan zónder Hond. En een ieder die het waagde mij op andere gedachten te brengen 'want je bent toch al een grote meid' die liet ik mijn allergrootste baby-ogen zien en een droef hangende tril-lip. Waarmee ik iedere verdere discussie om zeep trachtte te helpen, Hond ging mee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ouwelijk kon ik ook zijn in postuur en blik. Maar ik wílde het kind zijn, en was schuw voor ieder spoortje dat neigde naar opgroeien; groter worden ging blijkbaar vanzelf, maar Groot worden nee, dat nooit! Ik was niet uit de zandbak te slaan en liet me erop voorstaan de allerbeste 'baby' te kunnen spelen, mijn babygehuil ging iedereen door merg en been, en kon zo echt lijken dat kinderen erom heen gingen staan
"huilt ze echt?" "Wat is er gebeurd?" "hebben jullie dat gedaan?"
Niet zonder trots jankte ik dan nog een tijdje voort om het spel en de aandacht.



 

 

Totdat ik merkte dat de grens van spel naar
'net te echt' een irritatie begon op te wekken en ik razendsnel begon te baby brabbelen, wat ik overigens ook heel goed kon :)  

Nu hoop ik echt dat iemand anders zich ook in zo'n beschrijving herkent, want werkelijk waar, deze herinnering biecht ik toch op met een zeker gevoel van schaamte, ik grinnik bij de gedachte aan dat meisje.

 

 







Pas veel later merkte ik hoezeer ik me in de vingers had gesneden met al dat toneel spel. Ik kon huilen wat ik wilde om échte pijn, niemand scheen me nog te geloven.
"Ja maar zij huilt altíjd!" "Ja, hou maar weer op!"  
Zo verloor ik het gevoel in contact te staan met mijn leeftijdsgenootjes, ik was een baby geworden in het lichaam van een reus. Er was een gat ontstaan tussen gevoel en werkelijkheid dat ik niet meer kon dichten. Niemand was nog geinteresseerd in de zandbak, het spel was uit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Misschien was er wel iets specifieks gebeurd, op school, maar wat dat dan moet zijn, kan ik me niet meer herinneren. Maar na de zandbak vond ik het heel moeilijk om te spelen met leeftijdsgenootjes, ik hing er maar verloren wat bij, en voelde mij steeds vreemder en vreemder worden totdat ik uiteindelijk besloot dat ik het liefste met rust gelaten wilde worden en bewust stille hoekjes opzocht om in weg te dromen.

Het liefst speelde ik met kinderen die ook écht fantaseerden en niet de voor hen normale maar voor mij vervreemdende spelletjes deden die de volwassenen te zeer kopieerden. Het moest over kinderen gaan. De Kinderen die we waren of wilden zijn. En die Kinderen mochten stoer zijn, een avontuur beleven, je kon het zo gek niet bedenken, zolang we maar niet dachten dat we volwassenen waren!
Alles wat zich buiten mijn droom-en- spel-wereld afspeelde boezemde mij een ontzagwekkende angst in die ik lang niet leerde overwinnen.

En ook dat kind herken ik nog in mijzelf, maar wat haar betreft ben ik trots dat zij nu een volwassene heeft om zich aan vast te klampen; ik :) 
  

Over een vreemd kind, Oma, en een foto.

maandag 22 juni 2009 16:24

oma, liefde, herinnering, gezin, familie, de kinderen die we waren

Laten we beginnen met de foto, je kunt je ogen er toch niet voor sluiten.
Wie is dat onooglijke kind? Heeft ze zelf haar haren zo toegetakeld met een schaar?
Waar woont ze, wat doet ze, wat denkt ze? Hoe oud is ze?!

 

Dochterlief gaat het huis uit, dat wisten we vorig jaar al toen Oma dood ging.
Dus toen familieleden door het huis van Oma liepen zagen ze de spullen die wel eens handig zouden zijn voor Jongedames die bijna het huis uit gaan.
Het leven is al duur genoeg.

Een jaar later staan er dozen en vuilniszakken met handdoeken in mijn bijschuur voor Dochterlief. Die ondertussen al het huis uit is. Samen kijken we vlug in de dozen, we hebben nauwelijks een idee van wat er in zou kunnen zitten.
De eerste doos die ik open maak laat een foto zien van mij.

"Moet je nou eens kijken!" roep ik dochterlief's aandacht.
"Ben jij dat?"
"Ja" moet ik beamen, niet zonder gene "dat ben ik....."
"Hoe oud ben je daar?"
"Ik weet het niet,..... ik denk twee of drie... "
"En dit komt uit Oma's huis?"
"Ja.." antwoord ik stil.

We kwamen uit Oma's huis met een zak vol zoutjes, die droog en klef tegen je gehemelte bleven hangen, vaag naar pindakaas smaakten en verveelden ons.
Het was vroeg in de lente, we hadden koude benen in zomerjurkjes die we aan moesten van al te optimistisch gestemde moeders wat het weer betrof.
“Later vanmiddag wordt het nog wel mooi”

We wisten niets beters te verzinnen dus liepen we richting de vijver.
Mijn neefjes probeerden steeds plagerig mijn rokje op te tillen zodat ze konden gillen om mijn onderbroek, waar ik overigens niets abnormaals aan kon ontdekken.
Ik stond te blauwbekken met een zak vol smakeloze zoutjes en als het niet mijn neefjes waren die mijn rok optilden dan was het wel de wind, en vroeg me ondertussen af of de eenden niet zouden stikken in onze zoutjes. Zodat ik daarna, eenmaal weer binnen nog uit Oma's raam zou kijken, en bij het weggaan de eendjes controleerde; leefden ze nog? We hadden ze toch geen kwaad gedaan he?

“Hing dat bij Oma aan de muur?”
Wat een vragen één foto op kan roepen, “ja… dat denk ik” antwoord ik bedachtzaam.

Ik herken mezelf niet op deze foto, de herinneringen die boven komen drijven leven later dan deze foto genomen is, ik heb geen innerlijk beeld van het kind op deze foto.
‘hallo kindje’ praat ik tegen haar die ik niet herken ‘jij bent nog erg klein he? Heb je zelf een beetje stout je haren geknipt? Of heeft jou mamma dat gedaan..? ’

Maar ik ken deze foto toch? Die zit ook in mijn fotoboek.
Ik heb mezelf er nooit op herkend, ook niet toen die in Oma’s huis hing. Ik schaamde me voor deze foto, omdát ik mezelf er niet in herkende.
Het ergerde mij zelfs dat Oma een vreemde ophing in haar hal, als het haar dan aan mij moest herinneren dan wel de mij zoals ík mij zag, niet deze vreemde.
Ik kon me niet voorstellen dat Oma mij daar wel in zag. Dus zag Oma mij wel?
We kenden elkaar niet…
‘Nee, zoals ik jou nu ook niet herken.
Maar Oma zag Jou, en keek naar Jou. Jaar in jaar uit…’

Ze zag een mij die haar dierbaar was, ik voel dat ze die mij liefhad en dat zij haar nooit vergat, zoals het mij blijkbaar wel gelukt is.
‘hmm…. Dat is niet zo mooi he? Dus wie kijkt er nu naar je om?’

Langzaam sijpelt het besef binnen dat het wel een foto van mij is, maar dat het niet om mij gaat.
Hij hing in haar huis, het was haar foto. Van mij. Zij keek ernaar en voelde zich ermee verbonden, ook toen ik veranderde, en ook nog toen ik nooit meer kwam.
‘En nu ben je weer onmerkbaar terug verhuisd en kan ik niet meer naar je kijken zonder Oma te zien die jou zag, op haar manier. Hallo kindje. Hallo Oma’

“Ik ga deze foto ook weer ophangen”
“Is dat niet een beetje kitcherig?”
“Het is maar hoe je het bekijkt..”  












  

 

Onbedoeld grappig

vrijdag 19 juni 2009 19:16

familie, trots, grappig

We lopen, nee sjokken, het is meer dat vermoeiende slenteren, door Amsterdam omdat een familielid daar aan het promoveren is.

Zojuist waren we getuige van een prachtige verdediging van het proefschrift toen verschillende hoogleraren pittige vragen stelden, maar nu heeft het programma pauze en slenteren we door de binnenstad, schijnbaar doelloos zoals het slenteren nu eenmaal gaat.

Mijn moeder in haar rolstoel, haar vriendin, mijn tante en oom, en ik. We gaan winkeltjes binnen om kaartjes te kopen, bladeren door boeken, staren door etalages en rijden met de rolstoel bijna een oudere heer van zijn sokken die ons in plat amsterdams toebijt "Wel uit je doppen blijvuh kijkuh, huh!"   
Hij zegt het op zo'n valse manier dat ik er van ga grinniken. Het valt me op dat als je eenmaal níet meer in Amsterdam woont je dit soort dingen erg snel ontwent raakt.

En zo gaat het van slenter de slenter richting Waterlooplein waar ze de boel aan het opbreken zijn, dus het heeft niet veel nut meer daar nog te gaan slenteren.
Dan ziet mijn tante het terrasje op de brug en zegt "Zullen we hier anders even gaan zitten?" Ik denk 'JA! Graag!!'
Waarop mijn moeder antwoord vanuit haar rolstoel  "Voor mij hoeft het niet hoor"

  

Willen kunnen

donderdag 18 juni 2009 19:46

wensen, dromen, verlangen, onmachtig






Waarom willen we toch altijd
iets dat we niet lijken te kunnen

kan het ook zijn, dat ik
iets kan wat een ander,
wil kunnen?

Wist ik maar wat,
ik zou er trots op zijn




mei, 2008

 

Deze muziek die ik voorheen 'for granted' nam, oh! maar heus wel bewonderde!,
die beluister ik nu bijna als zijnde de herontdekking van de hemel :)

Over wie heb ik het? over de band: Talk Talk met leadzanger 
Mark Hollis die in de videoclip
'such a shame' zo guitig de camera in kijkt,
volgens mij vind hij zichzelf ook wel grappig, kan hij het allemaal heel even niet al te serieus meer nemen, er straalt zo'n blije levenslustigheid uit van die man, het is besmettelijk.
Je zou er gemakkelijk verliefd op kunnen worden, op zo'n blik. Al zijn andere blikken wil ik niet kennen, maar met die blik hoef je als man van mij nooit meer je eigen sokken op te ruimen, of de afwas te doen, in feite kunt je de hele dag zo ongever doen wat je wilt als je mij die blik maar gunt  :)

Dus je zit op Youtube in verheerlijkte staat al dat moois weer te herontdekken,
en dan komt dit concert aan je voorbij waar je nooit van zun leven bij had kunnen zijn omdat je in die tijd te jong was om je een kaartje naar Montreux te bemachtigen; wat een geweldig concert moet dat zijn geweest! 

Luister maar eens: 



 

What a way to start the weekend!

Fietsen

woensdag 15 april 2009 09:55
Als ik fiets
denk ik aan nu
aan morgen
alles gaat zoals ik wiel

rug recht, armen wijd
tjielp tjielp
daar word ik vrolijk van

kijk ik achterom,
dan zie ik jou
fietsbrabbel over
de kleur van de opkomende zon
"rood" zeg jij
"een mooie dag" zeg ik

en alles rijdt
zo zacht en stil
verder als
wapperende haren





 

Een filosoof voor in je bed

maandag 13 april 2009 08:34
Wel wel wel
en wie komt daar opeens
-zo laat! -

op kousenvoeten
aangeslopen?

Kierkegaard!

ok, je maakt me aan het lachen
en ik ben blij
je nu te hebben
ontmoet 

maar er moet ook nog geslapen worden
nieuwe vriend!














Uittreding II

zondag 12 april 2009 08:47
Luister ik zo slecht naar jou?
Wat is er dat ik niet horen kan?

wat ik wel hoor
is jouw bozige gemompel
gesis op de achtergrond
zelfs Pasen kan niet
ongestoord voorbij gaan

ik vertelde je hoe voor mij
dit nu al te dagelijks geluid
door muur en hart
heen breekt, 's nachts mijn ziel
doorschudt "wordt wakker!"

Toen jij mij zei "niets aan de hand,
ik praat gewoon met mijn vriend"
Heel ongewoon verbaasd was ik
en dacht ‘het zal wel snel voorbij gaan'

Maar nu na een jaar
-een jaar-
woedend gesis en klank

af ge me ten
let ter gre pen
strak in het ge lid
van iem and die ge lijk
wil krij gen

luister nou
luister nou
luister nou

precies weet ik niet
waar het over gaat
maar dit staccato

hakke tak tak tak

zijn als kleine
speldenprikjes
keer op keer op keer
op dezelfde plek
beurs overgevoelig nu
terwijl ik toch denk en dacht
-dit is niet mijn pijn!-
Wiens hart wordt hier gespiest?

hij die nu de dienst uit maakt
hoe jij je kleedt
waar je gaat
met wie je spreekt
hij die nu de dienst uitmaakt
houd je gevangen in
wurgende liefdesgreep
van weggaan is geen sprake

morgen
morgen
ik weet het niet
we hebben ruzie
we maakten het goed
morgen
morgen
we hebben ruzie
we maakten het goed
ik weet het niet

 
mijn tranen zouden de jouwe
mijn woede de jouwe
In overdracht raak ik de kluts
volkomen kwijt,
apathisch zit ik vaak
bij de pakken neer
en wacht op weer die keer
dat ik hoor woedend gesis
alle lijnen gesloten
voor overig verkeer
onbereikbaar

mijn geduld overduidelijk
minder dan de jouwe

ik smeek je! vind je eigen weg
dit leven in mijn leven
wordt me werkelijk
teveel


Ik en mijn leraar

zaterdag 11 april 2009 08:51
  Mijn leraar verteld me
"het kénnen van de Weg,
is onbelangrijk. Je hoeft de Weg slechts
te gáán.
De rest is alleen maar een verhaal,
verdwaal niet in de metaforen,
of bespiegelingen, want die vertellen je niet
de Weg."
"Ja maar, als ze praten over de juiste weg,
of dat je van het pad af kan dwalen...?"
"Wat is je vraag?"


"Mijn weg zit vol met bobbels,
kuilen en obstakels, daarom zoek ik een betere weg.."

"Ben je hier zo gekomen?"
vraagt hij
"Ja, dus daarom zoek
ik een gemakkelijkere weg"

 "ik kan je verzekeren,
dat als je achterwaarts vooruit wilt lopen,
met het oog op hobbels en kuilen die achter je liggen
je weer zult struikelen"

"Mh! Wat moet ik dan doen?"
"Draai je om!"

[...]

"Hoe komt het dat anderen het
zoveel makkelijker lijken te vinden?"
"Hoe weet je dat?"
"Ze doen het allemaal zo moeiteloos.."
"Hoe weet je dat?"
"Zo ziet het eruit.."

"Dus jij weet dat zij het makkelijker
hebben omdat het er in jouw ogen
moeiteloos uitziet. Wat weet jij van hun moeilijkheden?
Ken je hun krachtsinspanningen?"
"uhm.."
"Kun jij je nog herinneren dat als je op de helling
naar beneden gaat, de volgende helling omhoog er altijd
zo steil uitzag?"
"Ja, dat herinner ik me nog goed.
 Ik was 13 en begon bijna te huilen
bij de aanblik van wéér een steile helling,
en ik was verbaasd en opgelucht toen bleek dat het helemaal niet steil was"
"Het was gezichtsbedrog,
Houd eens op zo jaloers te zijn en je te vergelijken met
anderen, het hellend vlak waarop je je dan begeeft
geven een verstoring in het beeld. Wat je ziet is enkel
gezichtsbedrog "

 

De ontmanteling als metamorfose

vrijdag 10 april 2009 10:32
 

-En toch! Soms denk ik, dat ik gewoon een schop
onder mijn kont nodig heb.-

Was er niet ooit een groot man die zei:
"Sta op, en ga!" ofzoiets...
En mensen die gingen
blijkbaar vroeg niemand
waarom of waarheen

Je laten meevoeren
door onzichtbare leiding

Ik voel een groot ontzag, voor hen die dat
immense vertrouwen
kunnen dragen. Soms voel ik er een glimpje van,
als de slippen van een jurk, die tegen mijn lichaam aan waait
Wat heerlijk zacht, zo licht en warm!
Moet je eens voelen!

- waar is het gebleven? Weer meegewaaid op wind
 die bracht, schone klederdracht-

Maar het lijkt me nu niet iets, dat ik zal kunnen dragen
zelfs al geen vertrouwen
in hoe het af zal kleden

-hier te wijd, daar te strak, voor je het weet
heb je weer een nieuw keurslijf te pakken,
ingewikkelde ontwikkeling-

De Keizerin voelt zich naakt!

Sommigen zeiden "wow moet je zien!"
en zij dacht "ze bewonderen een kleedstuk
dat ik niet bezit"



Uittreding

donderdag 9 april 2009 09:28
Uiteraard probeer ik
wat niet gaat

en uiteraard zie ik niet
wat jij wil

met mijn ogen!

ik zie ik zie wat jij niet ziet
en de kleur is .....



woedend bloedend
ik kan niet meer aanzien
hoe ziel uit scheurende
herhalingen
herhalingen


geen woorden meer
om een gapend gat te dichten
uitgesproken klaar ermee



 
Oh ja, hij was er. Ik weet het nog goed. Hoe ik... Met doodsverachting
uitgenodigd werd, samen met de Rode Godheid te verdrinken. Slechts ons innige omhelzen zou kunnen voorkomen dat het verzwelgende water mijn longen zouden vullen.
Wat kon ik anders, hij was de dood en het leven. Wat kon ik anders? dan mij overgeven
aan zijn Kiss of Life?
Maar dat was toen.


Door de opening in de berg komen we langs donkere gangen en zalen steeds dieper de berg in. Cirkelend, dwalend, in de zalen liggen mensen te kreunen in hun slaap, verwond.
Hun slaap komt mij kunstmatig voor, als verdoofd, maar ze worden verzorgd.
Al of niet verplicht hadden zij contact gehad met hun Goden en het contact sloeg wonden die dieper gingen dan de huid kon verdragen.

Dit is wat mij ook te wachten staat.

Ik ben met twee andere vrouwen die mijn ondersteuning zijn, trouwens nu ik er op let, er lopen hier alleen maar vrouwen rond. Stille helpers, nuttige handen, zwijgend in hun weten.
Een man ligt te kreunen met blaren over zijn hele lichaam, rode vlekken, ze verteld dat dit heel vaak voorkomt door de aanraking met de goden, maar mettertijd zal het ook met hem weer goed komen.
Nog steeds gaan we steeds dieper en dieper de berg in.
Dan komen we uiteindelijk,
 -
mijn maag krimpt ineen, had ik ooit eerder zo'n kalme angst gevoeld?-
 
bij de Rode Man, vergoddelijkt,
 - hoe is hij zo gekomen?-
Door het Hoogste aan mij toegewezen, het is mijn lot, het is zijn lot
we kunnen niet anders dan gehoorzamen.
Hij slaapt in het water want anders is hij te heet om te bewaren, hij zou onhandelbaar zijn
en zichzelf en anderen verwonden.
- Zou hij zelfs door de berg heen kunnen smelten?-
Ze halen hem uit het water om op te warmen en wakker te maken.
Als het water van hem afdruipt, omlaag sijpelt, zie ik dat het geen water is maar haren die  groeien, zijn hele lijf bedekken. Ik kan zijn gezicht niet meer ontwaren. Zijn gladde rode lijf, verborgen, het hoofd omlaag, half slapend. Als hij daar roerloos staat ondersteunen ze hem.

Ik kan gaan en op hem wachten, hij zal mij weten te vinden en vanzelf verschijnen.
Zal ik in het contact met hem ook verbranden? Zal ik blaren krijgen op mijn hele lichaam?
Ik zal smelten! Waarheen verdwijn ik dan?!
Angstig zie ik uit naar de ontmoeting.

Hij verschijnt kaal en rood. Zijn wilde haargroei dat ik zag groeien in golvende rode krullen, en die zijn hele lichaam hadden bedekt waren verdwenen.  
We lopen op mijn niveau, over straat, en ik ben nog steeds bang op wat mij te wachten staat.
Hoe moet ik dit aanpakken? Als me duidelijk wordt dat hij me wil vastpakken, omhelzen, zoenen - de verleiding is begonnen!- geef ik mij in angst over aan die verleiding, maar merk tot mijn verassing en opluchting dat ik beschik over een koude douche!! Die uit mijn schouderbladen, nek, schouders, over mij en ons heen sproeit zodat er vanuit de aanraking niet de verzengende, versmeltende hitte uitgaat als waarvoor ik vreesde!!
Ik lach, hij is onschadelijk gemaakt. Nu begin ik vrijpostig te worden en terwijl we over straat lopen, de markt waar al het koopwaar is uitgestald heeft onze interesse niet, stoei en por ik met hem. Lenig en soepel beweeg ik mij om hem heen, maar door een ongelukje breek ik zijn kaak!

Nu moet hij gaan, iedere betovering is verbroken, er staat tegenover mij een man. Een man, die een god was, wilde zijn, moest zijn! Maar hij lijdt en moet terug naar de berg wetende dat hij heeft gefaald.
-Heb ik gefaald?-
ik krijg door dat ik moet afwachten tot,.....

Maar ik wil niet wachten! Ik maak me zorgen en wil opnieuw de berg in om hem te zoeken!
Samen met mijn gevolg vinden we een alternatieve ingang, anders dan de eerste, een andere route, sneller. We komen langs andere kamers bij een grote zaal waar ik de Hoogste God weet, maar enkel zijn naam steeds vergeet. Ik voel geen eerbied voor hem, hij is gokverslaafd,
ik voel medelijden met zijn helpers die bezorgd om de gevolgen van een slechte gok om hem heen staan. Op hem inpratend. "Oh stop toch! De inzet is te hoog!" de controle,... de Wet.
Zij vrezen de Wetten meer dan Hem, en zelfs hij als Aller Hoogste ontkomt niet aan de Wetten! Iedereen siddert, want het is een hele toer Hem duidelijk te maken dat de Wetten ons allemaal zullen treffen, zij die lager leven zelfs harder. Hij heeft er misschien niet veel last van, Wie beschermt nu Wie? Hij lijkt gecorrumpeerd te zijn.

Uiteindelijk kom ik aan bij mijn Rode Man, godheid in wording, in zijn Cel.
Ik oogst bewondering voor mijn vasthoudendheid af te dalen om hem te bezoeken.
Schaamtevol vraag ik "Hoe is het?".
Probeert hij mij te ontwijken uit schaamte voor zijn toestand?
Afwezig antwoord hij "Het gaat wel"
Maar dan vraagt hij, verontwaardigd en wanhopig; "Wie ben jij!?"
En voor het eerst kijken we elkaar aan.
En ik zie hem, maar ben mijzelf vergeten.
‘Wie ben ik?' Denk ik na.
"Ik,..." Ik kijk om mij heen op zoek naar een aanwijzing, ‘wie ben ik?' en zie mijn gevolg, begeleiders en constateer; Ik heb meer vrijheid om te bewegen, maar hij en ik verschillen niet veel van elkaar! En dan weet ik het.
Met zekere trots, maar ook verbazing! antwoord ik "Ik ben in opleiding voor Ganesh"
Begripvol knikt hij nu, alles wordt ineens duidelijk. We nemen afscheid met een hoofdknik, hij blijft achter en ik ga. Het spijt me voor hem. - ook voor mezelf?-

 
Droom, februari 2009



  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  

Favorieten van Erna Alice Wonderland

alib coby cor3306 Dianne  Soeters Doorn-Roosje Henk van Leuken hippocampi Janneke van Bockel Jezzebel Kokopelli Linda  Morgan nicoa ragfijn RED_ ZichvanVerre zinnen  verzetten

Groepen

Family matters

Family matters

Opgericht door solvejg op maandag 25 mei 2009 14:55, 13 leden

Verhalen over je gezin van herkomst en de leden van het gezin waar je op dit moment deel van uitmaakt.

Schrijfplatform

Schrijfplatform

Opgericht door Linda Morgan op dinsdag 26 mei 2009 18:00, 42 leden

schrijftips, positieve en opbouwende kritiek, opdrachten, alles wat met schrijven te maken heeft!

Citaten

"Een menselijk wezen vormt een deel van het geheel dat door ons het Universum wordt genoemd. De mens ervaart zichzelf, zijn gedachten en gevoelens als iets dat van de rest is afgescheiden. Dit is een soort optisch bedrog van zijn bewustzijn. Deze waan vormt een gevangenis voor ons. Het beperkt ons tot onze persoonlijke verlangens en tot affectie voor een paar mensen die ons het meest nabij zijn. Het is onze taak onszelf uit deze gevangenis te bevrijden door de kring van ons mededogen te vergroten en alle levende wezens en de gehele natuur in haar schoonheid te omhelzen." - Albert Einstein -

MIJN LIEFSTE SCHADUW

foto

Are you watching me, watching you?

ATTENTIE: LEES TIPS

Laatste reacties

persona

Eerst Koffie!
eerstkoffie: Erna, ook nog even m'n reactie bij jou ! Dank …

persona

Eerst Koffie!
Erna Alice Wonderland: Eerstkoffie! tsjonge, das nog eens leuten over een heul oud …

persona

Eerst Koffie!
eerstkoffie: Cappuccino alleen 's ochtends want het is wat lichter voor …

persona

Hij luistert naar Frans Bauer! En nog meer redenen waarom George, Gauvain eigenlijk dom vond.
Peter: Over Frans Bauer gesproken.... Redelijk vaag filmpje dit... Iemand ook …

persona

Ik zou het nog leuker vinden om met de trein te gaan!
Ingrid: en deze verrassing zo 's morgens vroeg!! Ik zit nu …

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Erna Alice Wonderland, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2009
2008
2007
2006
2005

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •