
Verder zonder sigaret
stoppen met roken belinda menthol geloven god daan westerink
Vier maanden en negen dagen. Zo lang ben ik nu gestopt met roken. Dat is het erge met verslavingen: je blijft tellen, ook al ben je al jaren gestopt met roken, lijnen, mannen of twitteren. Het blijft trekken. Ergens blijft jouw lot verbonden met dat geluksstaafje. Vol kanker, dat dan weer wel.
Na het verbijten - pas op of ik steek nu echt een peuk op! - kwam de weemoed. Ik vond het leven rondom oud en nieuw echt minder de moeite waard. De sneeuw iets minder schitterend dan toen ik er nog een smeulende Belinda menthol in uit mocht drukken. Tegelijkertijd vond ik vrienden die rookten een beetje zielig. Dat maakte me een outcast. Was tien jaar geleden iedereen - inclusief mezelf - gestopt met roken, de laatste jaren werd het steeds drukker op balkons, veranda's en onder de warmtelampen op het terras van de kroeg.
Na de weemoed kwam de lusteloosheid. Als roker werd ik iedere avond gedwongen minstens twee keer van de bank op te staan en naar buiten te lopen. Niet erg, want daar wachtte nog een roker, en vaak bleven we hangen en hadden we zowaar een geweldig gesprek. De serre met de kachel was vervolgens veel gezelliger dan die stomme bank voor die belachelijke televisie. Nachten waren kort maar nooit saai. Nee, dan vorige maand. Ik viel om negen uur in slaap op de bank, had nergens zin in en trakteerde mezelf op eindeloze avonden Spoorloos, Ik mis je en Memories. Ik huilde vrolijk mee met ieder leed op tv en had geen idee wie ik zelf was.
Voor het echt te erg werd, heb ik mezelf weer opgehesen. Met hulp, dat moet ik toegeven. Ik lees weer, ik zit weer in de serre, ik ga weer naar buiten toe, ik meng me onder mensen, dompel mezelf onder in muziek en films, en vorige week gebeurde het. Een vriendin kwam na maanden langs en riep verlekkerd uit: ' Ik heb me al maanden verheugd op een sigaret roken, en nu kan het!' Stomverbaasd keek ik haar aan. Ik? roken? Nee joh, dat doe ik echt niet meer.
Gisteren liep een collega verwachtingsvol met me mee naar buiten. 'Ha roker', zei hij. Tijdje niet gezien blijkbaar. Ook hem stelde ik vol plezier teleur. Een andere collega kwam dichter bij me lopen. 'Ahh, het is jou ook gelukt. En, in welke fase zit je nu?' Ik vertelde dat ik de weemoed voorbij was. 'Okee, dan komt nu de euforische fase. Kijk maar uit. Ik ging toen in God geloven. ' Kom maar op. Ik kan geloof ik alles aan.
Daan Westerink, 5 maart 2010
Cigarette - The Smithereens
'Waarop stem jij eigenlijk?, vraagt ze vlak voor ze weggaat, in haar Utrechts-Poolse accent. 'Ik weet het nog niet', antwoord ik. 'Op PvdA, Leefbaar Utrecht of D66, in ieder geval niet op Wilders, en dat kan hier ook helemaal niet.' Op het toilet hangt al een week een lijst met alle namen van de politici die wel meedoen. Ik weet het nooit, tot het laatste moment. Natuurlijk ben ik niet geheel blanco, ik ga voor groen - zelfredzaamheid - links - liberaal - sociaal, maar ja: als een partij ineens een zwiep maakt richting vrije markt of een afslag neemt richting totalitaire staat, dan ben ik het weer even helemaal kwijt.
Deze vriendin en ik: we hebben het nooit over politiek. Nou ja, zij gelooft niet in Obama, ik wel maar ik heb nooit hoge verwachtingen van wie dan ook. Ik ben helemaal verbaasd dat ik over Wilders ben begonnen. Waarom? Dek ik mezelf dan in? Omdat ze niet in Nederland geboren is? Schaam ik me ergens voor? 'Waarom stem je niet op Wilders, eigenlijk?' vraagt ze, allervriendelijkst als altijd. 'Omdat ik niet geloof in een partij die zich zo focust op de islam. En ik geloof ook niet in een proteststem', zeg ik achteloos. Ze knikt.
En lacht. En vertelt dan over haar dochter. Die haar stempas te goed heeft opgeborgen. Net als zijzelf. 'Zij wil zo graag stemmen, maar ze kan haar pas nergens vinden', zegt de vrouw in wiens huis het altijd spik en span is. In tegenstelling tot het mijne. 'Nu moet ze wachten op de landelijke verkiezingen.' Ik vraag op welke partij haar dochter dan zo graag wil stemmen. 'Op Wilders'. Op mijn stomverbaasde blik antwoordt ze: 'Omdat de PVV geen one issue partij is. Ze heeft zich in Wilders verdiept. En zijn partijprogramma spreekt haar aan.' Ze neemt afscheid en beent de straat uit. In mijn voorhoofd een diepe denkrimpel.
Mijn leven zonder mij
mijn leven zonder mij sterven overlijden verder rouw afscheid verlies kracht hoop schrijven boek daan westerink
51 is ze nu*. Sinds twee jaar weduwe, moeder van vijf kinderen. Haar eerste zoontje overleed bij de geboorte, haar man bracht twee kinderen mee uit een eerder huwelijk. Samen kregen ze twee dochters en 17 jaar waren ze zielsgelukkig met zijn allen. Tot hij stierf.
Na de dood van haar man leek het twee jaar heel goed te gaan, ondanks al het verdriet. Er kwam zelfs weer een nieuwe liefde in haar leven. Tot vorig jaar. Met lichte benauwdheidsklachten ging ze naar de dokter. Die stuurde haar door naar de specialist. De uitslag: kanker. Een klap die ze niet aan zag komen.
Ook al verloor ze haar man aan dezelfde ziekte, ergens dacht ze dat zij en haar gezin voorlopig wel gespaard zouden blijven. Alsof er een bondje bestond met boven. En er in haar dossier stond: even niet lastig vallen met de dood. Tevergeefs. De dood staat inmiddels bijna voor de deur. Uitbehandeld volgens de artsen.
In Duitsland is ze nu bezig met experimentele therapie. Het zal haar aangekondigde dood waarschijnlijk iets vertragen, maar niet uitstellen. Ze doet het om meer tijd te hebben voor haar kinderen. Afscheid nemen is niet makkelijk.
En nu wil ze zo graag weten hoe je dat doet: je levensverhaal achterlaten voor je kinderen. Ze wil graag iets voor ze opschrijven, zodat ze later nog na kunnen lezen hoe de jeugd van hun moeder en hun vader was, hoe ze elkaar leerden kennen, hoe het ging in hun eigen gezin, waar ze om moesten lachen, waar ze van hielden.
Zij gaf aan wat ze wilde, ik bedacht de vragen. Door die te beantwoorden schreef ze haar levensverhaal. En dat van haar man. Uit haar antwoorden kwam een geur naar boven. Een hele prettige nestgeur. Openheid, liefde voor kinderen, ondanks alles zielsveel van elkaar houden.
We mailden nog wat heen en weer en ineens schreef ze: als je mijn
verhaal wilt gebruiken voor een boek of wat dan ook: graag. Het
ontroerde me, want het heeft me altijd bezig gehouden hoe het
voor stervende mensen zelf is: afscheid nemen van het leven en de
lieven om je heen. Er zijn prachtige naschriften en in memoriam sites, maar naast 'Over mijn
lijk', en 'lessen van stervenden' zijn er niet veel verhalen
van mensen zelf te lezen of te beluisteren.
En dus is een nieuw boekidee geboren: met verhalen van mensen die
te horen hebben gekregen dat ze niet lang meer zullen
leven.
Mocht je mee willen werken, of iemand kennen die dat wellicht wil, mail me dan voor meer informatie:
Daan Westerink, 24 februari 2010
Boek 'Verder zonder jou' is er!
rouw jongeren verder zonder jou dood vader moeder broer zus oma opa,
Op dinsdag 19 januari 2010 is mijn boek 'Verder zonder jou. Jongeren over de dood van iemand die ze lief is', verschenen tijdens een congres over jongeren en rouw, bij Hogeschool Utrecht.
Vijf van de 28 jongeren lazen hun verhaal voor tijdens het congres. Je verhaal voorlezen voor tweehonderd man is een hele prestatie, gezien de emoties die het opnieuw lezen van je verhaal met zich meebrengt. Maar wat deden ze het goed!
Ook deskundigen als Riet Fiddelaers-Jaspers, Paul Boelen en Jan Mokkenstorm vertelden over jongeren en rouw. De zaal barstte uit zijn voegen, en wat was iedereen onder de indruk van de verhalen van juist de jongeren! Aan het eind van het congres kwamen de jongeren die dat wilden op het podium, zij kregen minutenlang applaus.
In het boek lees je hoe jongeren verder gingen na de dood van een vader, moeder, broer, zus en/of grootouder, en zij geven ook tips aan ouders, school, familie en vrienden hoe je met ze om moet gaan. Dat je jongeren overal bij moet betrekken bijvoorbeeld, dat je niets zonder overleg voor ze moet beslissen, dat praten niet heilig is, maar 'er zijn' wel.
Ik hoop dat het boek heel veel jongeren bereikt, en de mensen die met ze te maken krijgen in de klas, op de werkvloer of gewoon thuis en in de kroeg.
Na afloop hoorde ik hoe trots iedereen op zijn of haar verhaal is. Het is een soort eerbetoon aan al die overleden vaders, moeders, broers, zusjes en grootouders. Ze zijn dan wel niet meer hier, maar wel in hun hart. Of zoals Anna zei, nadat de naam van haar vader per ongeluk groot werd geprojecteerd 'Kijk, hij wil er toch nog even bij zijn!'.
Omslag Verder zonder jou
Bijzonder moment: voor het eerst het boek in handen!
Wopkelien vertelt over haar leven met en zonder zus Femke
Bijna alle jongeren kwamen op het podium
Pascalle vertelt in het boek over haar overleden vader
Kaey hoeve vertelde over de liefde voor zijn overleden oma Sammie
Internet kan eenzaamheid verminderen
kersttoespraak koningin beatrix maxima internet 2009 twitter
De kerstrede van de Koningin brengt me met een schok weer terug in 1983. Als in dat jaar internet al had bestaan, dan was de kerst vast niet zo eenzaam geweest.
Familie stond met lege handen, hoe kon je immers een gezin troosten waar een jonge moeder was gestorven? Dus was het heeeel erg stil. Zo stil dat de echo nog jarenlang nadreunde.
Nu zijn er internetsites voor kinderen, jongeren
en
volwassenen die iemand verloren. Fora en hyvespagina’s waar je
gelijkgestemden vindt. Met wie je ervaringen uit kunt wisselen.
Door de herkenning zal de kerst voor hen vast iets minder eenzaam
geweest zijn. Wij moesten het toen doen met de (w)arme reacties
van buren, vrienden en familie. Maar wat had ik graag geweten dat
ik niet de enige was die dacht dat ze gek aan het worden was van
verdriet. We kenden helaas niemand die in dezelfde situatie zat.
Dat was moeilijk voor ons maar ook voor de mensen om ons heen die
wel wilden helpen, maar niet wisten hoe. Lotgenotencontact had
mijn vader en mij in ieder geval sneller uit het dal getrokken.
Gek genoeg beseft Beatrix niet dat iemand in haar naaste omgeving
zich ook fijn moet voelen dankzij nieuwe technologieen als
internet. Iemand die zich ondanks de liefdevolle
familie van haar man soms behoorlijk eenzaam moet voelen.
Maar dankzij Skype zal Maxima haar kindjes contact kunnen laten
onderhouden met haar familie, door haar Iphone of G1 kan ze laten
weten dat ze hen ook mist. Ja, contact via internet voelt niet
hetzelfde als contact In Real Life, maar soit, als je moet kiezen
tussen digitaal of geen contact, is de keuze snel gemaakt.
Internet is slechts een medium om gedachten te verplaatsen.
Hoge hekken kunnen dat niet. Als je geen sociaal mens bent,
helpt internet je niet. Maar als je er alles aan wilt doen om
contact te onderhouden met de mensen van wie je houdt, waar ook
ter wereld, of als je wilt weten of er mensen zijn die hetzelfde
hebben meegemaakt als jij, dan is internet een uitkomst. Lang
leve internet. Have a wonderful skype next year!
De wereld is roze, ondanks het verdriet
verlies opa, verlies ouders, verlies moeder, verlies vader, verlies zus, verlies broer, verlies, jongeren, rouw, verder zonder jou jongeren over de dood van iemand die ze lief is
Een week geleden werd ik middenin de nacht wakker. Ik zat rechtop
in mijn bed. 'Bambi!' schoot door mijn hoofd. En dan niet de film
Bambi, maar een van de ontwerpen voor mijn boek, die vormgeefster
Marion me voor de zomer toestuurde. Op die bewuste voorkant staat
een hertje op een hardroze achtergrond, een strik op haar
wiebelige lijfje. Een schaduw voor haar op de grond, die niet
helemaal af is.
Marion had nog 9 andere ontwerpen meegestuurd, en Bambi legde ik
even aan de kant omdat ik het zo'n confronterend ontwerp
vond.
Bambi met strik en roze, dat associeer je niet met verdriet en
zeker niet met jongeren. Ik koos dus voor een veilige voorkant,
twee uitgebloeide paardebloemen die hun zaadjes verliezen. Mooi
maar niet bijzonder opvallend. 'Ach,' zei mijn vormgeefster,
'denk er nog maar eens goed over na. Na de zomer maken we een
definitieve en mooie voorkant.'
Tsja, en hoe gaat zoiets dan. Het leven neemt weer zijn vliegende
vaart na de vakantie, ik mailde dat ik Bambi toch wel leuk vond,
net als een ander ontwerp, en liet het even liggen. Het boek
moest immers afgeschreven worden. Begin november was alles klaar,
het voorwoord vertaald, de foto's in het boek groot genoeg om
geprint te worden, en alles kon naar de drukker.
En toen schrok ik dus ineens 's nachts wakker. Met Bambi op mijn
netvlies. En ik wist het zeker: Bambi moest het worden. Bambi
verloor haar moeder, zoals iedereen weet, en gaat daarna wankel
op zoek naar evenwicht. Je denkt dan aan een gitzwarte wereld,
vandaar dat ik zo verward was door die strik en de roze
achterkant. Maar jongeren die iemand verliezen wandelen ook niet
door een gitzwarte wereld. Ze wandelen door een wereld die nooit
meer hetzelfde zal zijn. Maar juist de ingrediënten die een jong
leven interessant maken, vrienden, liefde, muziek, adrenaline,
uitdagingen, die kunnen dat verstoorde leven wel weer iets rozer
kleuren.
Aan ons, volwassenen de opdracht om tussen al dat roze ook de
wankele benen te blijven zien. Een jongere die iemand verliest is
niet gehandicapt. Je hoeft hem of haar niet van haar verdriet af
te helpen. Dat kan ook helemaal niet. Als je iemand verliest, zul
je dat op veel momenten in je leven nog pijnlijk voelen. Maar die
vrienden, dat uitdagende leven, dat moet doorgaan. Daar moeten
wij volwassenen veel meer stil bij gaan staan.
Dat een meisje of jongen na de dood van een ouder, broer, zus,
grootouder of vriend(in) doorgaat met leven is pure noodzaak. Dat
er gelachen wordt na een begrafenis, dat je uitgaat terwijl je
vader een week ervoor stierf: het zegt niets over je verdriet.
Het zegt alleen maar dat je steun zoekt in die dingen die horen
bij je leven. En dat is van levensbelang. Sleep jongeren dus
niet massaal naar praatgroepen of psychologen, tenzij ze
vastlopen. Maar zorg wel dat je er voor ze bent. Kijk door die
roze wereld heen, zie hun wankele benen, maar neem die roze
wereld niet van ze af.
En dus is de omslag van mijn boek 'Verder zonder jou' roze. Met
een klein dartel hertje op de voorkant. Dat hopelijk ooit op
stevige benen door het leven wandelt. Ondanks het
verdriet.
Daan Westerink,
21 november 2009.
Verder zonder jou wordt op 19 januari 2010 gepresenteerd tijdens
het congres 'Luister naar mij! Jongeren en rouw in de klas'. Meer
informatie later op dit blog. op www.daanwesterink.nl
Waar ben je
verder zonder jou jongeren over de dood van iemand die ze lief is
Ze vertelt haar verhaal* zonder onderbreking, geen trilling in haar stem doet vermoeden dat het emotioneel is om over haar overleden vader en opa te praten. Tot in het Zeeuwse cafe ineens 'Brothers in arms' uit de boxen klinkt. Ze heeft het gevoel dat haar opa haar daarmee een seintje geeft. Tranen stromen over haar wangen. Ze mist hem. Hij was haar houvast, na de plotselinge dood van haar vader, toen ze nog een klein meisje was. Jarenlang dacht ze dat ze dat 'papa' wel terug zou komen, al wist ze dat dood echt dood was. Toen hij dus niet terugkwam, was opa er voor haar.
En nu is hij ook overleden. Maar hij is helemaal niet weg. Ze zegt: 'Sommige mensen geloven dat er een hemel is, maar als je de bijbel goed leest, lees je dat de hemel op aarde is. Ze zijn dus hier, en al kan ik ze niet zien en horen, ze zijn er. In mij'. Ook al zijn de belangrijkste mannen uit haar leven niet meer hier, het geeft haar troost dat ze hun liefde nog steeds kan voelen.
I'm still here - Stereo (soundtrack film 'Terug naar de kust')
*Op 19 januari verschijnt 'Verder zonder jou, jongeren over de dood van iemand die ze lief is', van Daan Westerink.
De vier seizoenen van rouw: de herfst
troost, karin kuiper 1001 dagen van rouw, vier seizoenen van rouw, verlies, daan westerink, rouw, herfst
Karin Kuiper, weduwe van Karel Glastra van Loon, rekende in haar boek '1001 dagen van rouw' af met goed bedoelde opmerkingen als 'Je mag mij altijd bellen'. De eerste maanden krijg je als weduwe, maar ook als je je kind, broer, zus of ouder verliest, vaak te horen: je hoeft maar een kik te geven, en dan ben ik er. Goed bedoeld, maar ook net zo snel weer vergeten. Juist in de herfst kun je al die uitspraken verzilveren.
Als je niet alleen wilt zitten de komende maanden, moet je zelf iets gaan doen. Pak de telefoon, open je mail of bel aan en vertel je vriend, buur, broer of collega dat je heel graag gebruik wilt maken van het aanbod om een keer te komen eten, naar de film te gaan, of gewoon langs te komen. Wil hij of zij even de agenda pakken om te kijken of er een gaatje is de komende weken?
De reacties zullen verbaasd, maar waarschijnlijk ook warm zijn. Want die ander vindt het waarschijnlijk ook heel moeilijk om die eerste stap te zetten. ‘Ik kan haar toch niet dwingen haar huis uit te komen, misschien heeft ze helemaal geen zin om gezellig te doen’. Maar nu hij of zij weet dat je het wel heel fijn vindt om er even uit te zijn, is een afspraak zo gemaakt. Het belooft een warme herfst te worden, vallende blaadjes of niet.
(Je kunt deze column in zijn geheel lezen op www.monuta.nl. Een reactie hier achterlaten kan wel!)
Daan Westerink, publicist en rouwdeskundige
Bezoekers van mijn blog kunnen bij het lezen een lekker muziekje aanzetten. In 1 van mijn You Tube Playlists zit vast het plaatje waar je weer blij, of nog blijer, van wordt. Kijk maar eens in de playlisten ' Leven zonder ouders' , ' Arabic Jukebox' en of 'De beste muziek werd in de jaren '90 gemaakt'.
Maar dat mag vanaf 1 januari 2010 niet meer. Je mag geen clips meer op je site zetten, je mag zelfs geen muzieklink op je blog plaatsen. Want anders krijg je straks een boete van meneer Buma/Stemra, die zegt de belangen van muzikanten te behartigen.
Straks is het strafbaar als je blogt of Twittert 'psss, pss, lekkere muziekjeessssss!' Alsof je een dealer bent die op de middelbare school vertelt 'pss, pss, ik heb lekkere pilletjes en hassjjieeesjjj'. Maar eh, You Tube is toch geen harddrugs, er is toch niets illegaals aan dat muziekkanaal, of wel? Ja, verslavend is het wel, maar schadelijk voor de gezondheid: dat is de muziekindustrie die niet snapt dat het voorbij is: geld verdienen aan hardwerkende muzikanten.
Slimme muzikanten als Prince luisteren niet naar Buma/Stemra, zij gaan weg bij platenmaatschappijen, bieden op hun site de nieuwste muziekdownloads tegen betaling aan, geven zoveel concerten als mogelijk is, en plaatsen daarna zelf het optreden op YouTube. Het geld dat zij verdienen stroomt rechtstreeks naar de eigen knip, niet naar die van de muziek mafia. YouTube filmpjes dragen alleen maar bij aan de populariteit van een band. Een echte belangenbehartiger zou dat moeten weten.
Daan Westerink
Lieve Agnes,
Als de AOW zuurverdiende spaarcentjes zijn, waar is het geld van mijn hardwerkende, maar jong overleden ouders dan gebleven?
Liefs, Daan
Laat familie en nabestaanden militairen niet in de kou staan
uruzgan van uhm afghanistan missie nederland militairen gedood rouw nabestaanden familieleden monuta
Met een intens wit gelaat kondigde Generaal Van Uhm maandagavond (7 september 2009 - DW) de dood aan van Mark Leijsen, een 44-jarige sergeant-majoor, die in de Afghaanse provincie Uruzgan door een bermbom om het leven kwam. De dag ervoor moest de commandant der strijdkrachten ook al het overlijden melden van Kevin van der Rijdt, een 26-jarige commando die in Uruzgan sneuvelde tijdens een vuurgevecht. Sinds het begin van de missie in Afghanistan in 2006 kwamen 21 Nederlandse militairen om het leven. Van Uhm sprak de hoop uit dat de Nederlandse bevolking 'als een blok achter de militairen blijft staan.'
(Lees dit stuk verder op de site van Monuta: www.monuta.nl/column )
Daan Westerink, publiciste en rouwdeskundige
(Dit artikel werd op 8 september 2009 op de website van Monuta geplaatst)
© Monuta
Een half jaar rouwen is geen ziekte
rouwproces rouw verlies gecompliceerde rouw Prolonged Grief Disorder Paul Boelen Daan Westerink rouwdeskundige
Mensen die langer dan zes maanden rouwen over een overleden dierbare hebben een psychische stoornis (de Volkskrant, 17 augustus). In het stuk wordt Paul Boelen aangehaald (en dus niet Boelens), onderzoeker en psychotherapeut aan de Universiteit van Utrecht. Het artikel is niet alleen kwetsend voor rouwenden, Boelen is ook niet juist geciteerd. En dat is kwalijk.
Er staat geen tijd voor rouwen. Hoe je de dood van een dierbare verweeft in je leven is heel persoonlijk. Boelen onderschrijft deze gedachte, en deed dan ook geen onderzoek naar hoe lang je mag rouwen, en hoe hevig je gevoelens mogen zijn, maar wanneer er geen sprake meer is van normale rouw.
In ieder normaal rouwproces, hoe lang dit ook duurt, soms levenslang, zit dynamiek. Momenten van diepe droefheid worden – op den duur – afgewisseld door goede momenten. Ook als de gevoelens heel hevig zijn – het leven bijvoorbeeld even niet meer zien zittten, is er sprake van normale rouw als je naast deze confrontatie met het verdriet ook toekomt aan herstel, bijvoorbeeld door een uurtje per dag naar je werk te gaan, te praten met lotgenoten, of een lange fietstocht te maken met een goede vriend.
Er zijn echter ook mensen die nooit aan dit herstel toekomen, die nooit meer genieten van het leven met anderen, die blijven vinden dat het hele leven zinloos is, die niets positiefs meer ervaren, die de dood van een dierbare niet accepteren of zelfs ontkennen en die nauwelijks in staat zijn verder te leven. Bij deze mensen zit er geen dynamiek in hun rouwproces, en is er geen sprake meer van normale rouw, maar van gecompliceerde rouw, of Prolonged Grief Disorder. Boelen en anderen koppelden daar een periode aan, van een half jaar, omdat je er als behandelaar zeker van moet zijn dat deze zwarte periode niet van tijdelijke aard is.
Waarom is het zo belangrijk dat deze abnormale rouw terecht komt in de DSM-V ( Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders)? Dit indelingssysteem is vervat in een handboek voor het stellen van een diagnose bij psychiatrische ziekten. Hierdoor kunnen hulpverleners gecompliceerde rouw onderscheiden van normale rouw en ook van een andere stoornis, zoals een depressie. Dit is heel belangrijk, want soms ziet een huisarts of een psycholoog rouw aan voor een depressie, en zal in dat geval vervolgens anti-depressiva voor gaan schrijven, die rouwenden overigens niet helpen, maar het rouwproces wel goed kunnen verzieken.
Met de DSM-bijbel in de hand kunnen hulpverleners straks veel beter constateren of de rouwende cliënt echt te kampen heeft met gecompliceerde rouw, of dat aandacht en gewoon goed luisteren voldoende is om hem te ondersteunen. Hoe lang geleden het ook is dat iemand zijn partner, kind, broer, vader, opa of vriend verloor.
Trollen en kwakzalvers
kwakzalvers trollen rouw verdriet verder zonder jou verlies dood rouwen jongeren Daan Westerink
Ze is 16 en verloor een paar maanden geleden haar moeder aan de gevolgen van kanker. Laten we haar Lisanne noemen. Haar vader kwam zeven jaar geleden door suïcide om het leven. Nu woont ze samen met haar zusje en met haar stiefmoeder. Ze vertelt haar verhaal in mijn boek 'Verder zonder jou', dat in januari uit komt. Een jonge vrouw, meisje eigenlijk nog, dat zo jong al geconfronteerd wordt met de dood, terwijl ze nog moet uitvinden hoe ze leven moet.
Wat Lisanne nodig heeft, zijn mensen die er voor haar zijn, die haar puber laten zijn, die niet raar op kijken van een woedeaanval, en ook niet van haar melige buien. Ze komt heel vrolijk over, zelfstandig zelfs, een meisje dat dansend door het leven lijkt te gaan. Tot ze vertelt over thuis, hoe anders het ineens is geworden. Hoe stil ook, nadat haar moeder in nog geen maand tijd geveld werd door die afschuwelijke ziekte. Ze zwijgt dan even, slikt, kijkt om zich heen, en zucht dan even diep en lacht weer. Wilskracht, veerkracht, ondanks al het verdriet. 'Ik heb mijn vriendinnen en heel veel leuke uitjes nodig om door te kunnen gaan', zegt ze. Tot ze thuis komt en het masker afgaat. Gelukkig is haar stiefmoeder er dan om haar op te vangen.
Wat Lisanne niet nodig heeft zijn volwassenen die niet snappen dat je drie maanden na de dood van je moeder van vrolijkheid van je stoel kunt vallen. Of klasgenoten die blijkbaar niet opletten toen de mentor vertelde dat haar moeder nu ook was overleden. Vorige week zei iemand out of the blue 'Hee, wat doen jouw ouders eigenlijk?'. Dan is ze even stil. Zo jong al zo wijs. Ze laat ze maar. Gelukkig zijn er genoeg mensen die snappen dat je niet alleen maar kunt rouwen, maar dat je ook moet herstellen van alles wat je mee hebt gemaakt. Plezier en rouw kunnen elkaar heel goed afwisselen.
Wat Lisanne ook niet nodig heeft, zijn kwakzalvers als de Belgische Christiane Beerlandt, die in Trouw mocht vertellen dat een ziekte, of andere rampspoed, je niet zomaar overkomt. Sterker nog: alle ziekten zijn volgens haar te genezen. Kanker betekent volgens deze mevrouw dat je niet gelukkig bent, en voor zelfdoding zal ze ook wel een fijn esoterisch of innerlijk kind kaartje hebben getrokken. Ik zie het al voor me: 'Even kijken, aan de binnenkant van mijn ogen...zelfdoding...oh ja, je vader heeft het bij de bevalling zo benauwd gehad, dat hij zich later zelf om het leven moest brengen.' Of 'De liefde van zijn moeder heeft hem vast als kind verstikt, en daar kon hij niet mee omgaan'. Heus, zo moeilijk is het niet om kwakzalvertje te spelen.
Naast al het verdriet, moet je je als nabestaande dus nu ook dankzij trol Beerlandt af gaan vragen waarom je moeder kanker kreeg, waarom zij er in hemelsnaam niet tegen heeft gevochten. Alvast bedankt hiervoor, ook namens Lisanne, en alle andere kankerpatiënten en hun dierbaren. Gelukkig leerde mijn moeder, en ook Lisanne's moeder, haar kinderen dat het er niet om gaat wat je overkomt in dit eindige leven, maar hoe je daar mee omgaat. Een pad ontstaat pas door erop te lopen.
Beerlandt denkt ondertussen dat ze het eeuwige leven heeft. Laten we het hopen. Je moet er toch niet aan denken haar in een volgend leven tegen te komen. Alhoewel... 'Amai Christine, wat doe gij hier?' 'Ik ben dood gegaan!'. 'Awel madammeke, hoe kan dat nu, waarom wilde gij dat?' 'Da's nie waar, da wilde nik nie!' 'Ga maar eens een paar eeuwkes in alle afzondering nadenken over uwen zonden, Beerlandt, gij hebt een heleboel menskes ongelukkig gemaakt'.
Daan Westerink, 22 juli 2009
Ontslag kan zelfs een sterke kerel breken
joost van wielink, daan westerink, recessie, ontslag, verlies baan, verlies, rouw, verlies op het werk, rouw op het werk
Door Daan Westerink en Joost van Wielink
Honderdduizenden werknemers in ons land staan op het punt hun baan kwijt te raken, maar aandacht voor de soms ingrijpende gevolgen van dit grote verlies is er niet. Rouwen om je baan is blijkbaar voor watjes.
Vijftigduizend bouwvakkers
raken na de bouwvak hun baan kwijt, omdat de
huizenmarkt is ingestort. Binnen de media, de autobranche en de
industrie is het niet anders. Het vinden van een nieuwe baan is
met al die werklozen geen makkie. Maar omdat we niet in een
watjesmaatschappij leven, houdt iedereen zijn mond. Tot er
klappen vallen. In en buitenshuis.
Op de schaal van grote verliezen staat
het verlies van een baan in de onderste regionen. Wat nou,
treuren om het verlies van je werk, er zijn mensen die
een kind of hun hele familie
hebben verloren, dat is pas erg! En zo hobbel je voort, nadat je
jarenlang voor een baas hebt gewerkt, je ziel en zaligheid hebt
gegeven, en eigenlijk niet weet wat je thuis moet gaan doen,
behalve dan je vrouw voor de voeten lopen, als zij van haar werk
thuiskomt.
Ook al weet je dat het economisch slecht gaat, het verlies van je eigen baan zie je vaak niet aankomen. Dat kun je veroordelen als dom, want voorspelbaar, maar de mens is meer dan de ratio. Vergelijk het maar met het naderend einde van een slechte relatie: je wist het wel, maar als het dan zover is, komt de klap toch hard aan. Het kost je een flinke tijd om dat te verwerken. Trauma wordt wellicht voorkomen als je aanpassingen aan de nieuwe situatie hebt kunnen plannen. Plotseling en onvoorzien verlies van je werk kan ook traumatiserend zijn. Vooruitkijken is dus van belang.
De vijftigduizend bouwvakkers die na de
bouwvak hun baan dreigen te verliezen, steken
ondertussen, bewust of
onbewust, hun kop in het zand. Slechts 30 procent van
hen maakt
zich zorgen over de toekomst (onderzoek
ADV Marketresearch). FNV Bouw-voorzitter John Kerstens benadrukte
onlangs dat het ongelooflijk belangrijk is dat werknemers nu hun
verantwoordelijkheid nemen. Zij moeten volgens hem een vakdiploma
halen en zorgen dat ze weerbaar zijn in hun
werk.
Wij zouden daaraan toe willen voegen dat
niet alleen werknemers, maar ook werkgevers hun
verantwoordelijkheid moeten nemen. Leer je personeel zichzelf te
uiten. Vertel ze eerlijk als er ontslag dreigt, zodat ze zich
voor kunnen bereiden. Weten wat je te wachten staat betekent niet
dat het verlies van een baan geen pijn doet. Niet voor medewerker, niet voor de
organisatie. Maar net als bij de andere verliezen in het leven
geldt ook hier: als je voorbereid bent, slaat het nieuws geen gat
in je ziel. En komen gezinnen minder onder druk te staan. Dat
betekent winst voor iedereen. Ook voor sterke
kerels.
Daan Westerink is publicist en
rouwdeskundige. Joost van Wielink is consultant, coach en
trainer. Hij schreef met Bert Cozijnsen het boek
'Over de rooie, emoties bij verlies en
veranderingen op het werk’. (juli 2009 in de
boekhandel).
Dit artikel verscheen op 22 juni
2009 in Trouw
Na het drama in Apeldoorn, stonden de mensen die het allemaal zo goed wisten direct klaar met hun adviezen. Want ze wilden helpen. Dat doen we in dit land namelijk heel graag: problemen oplossen voor anderen. Ook als die niet op te lossen zijn. Vooral Jacqueline Huizinga, de vrouw die alle arme kinderen die getuige waren wilde laten praten en kleien, trof me diep in het hart. En niet op een positieve manier.
De kinderen die hadden gezien hoe Karst mensen overhoop reed, moesten van haar praten over hun gevoelens, en zij vond het ook belangrijk dat ze die traumatische gebeurtenis keer op keer gingen herbeleven. En ze vond een gewillig oor bij Jan Bos die afgelopen zaterdag de bijeenkomst voor kinderen in de kerk in Apeldoorn organiseerde. 'Er waren kinderen die er direct over praatten, maar ook kinderen die niks zeiden', aldus Bos. En daar wilden Huizinga en Bos iets aan doen. Want praten moet, en dus dwongen ze kinderen woorden te gebruiken voor het moment dat die auto de menigte raakte, en daarmee wellicht ook hun vader, moeder, opa of vriendinnetje.
Wellicht hebben Huizinga en Bos ooit een cursus kinderen en rouw gevolgd, en daar gehoord dat het uiten van gevoelens heel belangrijk is tijdens een rouwproces. Wat ze helaas zijn vergeten is dat je de rouw moet laten komen zoals die zich aan dient. En in het geval van kinderen, de meeste mannen en een enkele vrouw komt die rouw er vaak niet in de vorm van woorden uit. En dat hoeft ook niet. De weduwnaar die iedere dag naar zijn werk gaat en in het weekend met een vriend flinke einden fietst doet het namelijk net zo goed als de weduwe die stopt met werken, wekelijks naar een therapeut gaat en met lotgenoten contact zoekt.
Iedereen die iemand door de dood heeft verloren, zal beamen dat het woord verwerken eigenlijk niet op zijn plaats is. Die vader, moeder, partner, broer, zus of kind of opa komt namelijk echt niet meer terug. En dat blijft pijn doen, ook later nog. Zowel kinderen als volwassenen kunnen daar niet iedere minuut van de dag mee bezig zijn, omdat je er anders aan onderdoor gaat. Om goed een rouwproces door te komen, is het van het grootste belang dat je een balans vindt tussen verwerken en herstellen. En kinderen doen goed voor hoe dat in zijn werk gaat: ze spelen overdag, en op sommige momenten komt de pijn er ineens uit. En dan is het fijn als ouders of omgeving er voor ze zijn.
Maar mevrouw Huizinga wil de kinderen niet laten spelen, ze wil vooral praten, dat is haar manier van verwerken. En door al dat gepraat en geknutsel gingen de kinderen krap een week na het geweld alles alweer herbeleven. Terwijl de traumatoloog bij de NOS toch zo duidelijk zei dat praten en herbeleven helemaal niet zo'n goed idee is, zo kort na een gewelddadige gebeurtenis.
Als er over rouwende kinderen gesproken wordt, dan lijkt het al gauw alsof ze het niet goed doen. Ze rouwen in stukjes, hoor ik telkens weer, of beseffen zo kort na een overlijden nog niet helemaal wat dood zijn betekent. Juist, maar daarin zijn ze dus absoluut niet anders dan volwassenen. Waarin ze wel verschillen: kinderen laten zien, door ook te spelen hoe het eigenlijk moet. Maar in onze praatcultuur vind je daar haast geen luisterend oor voor. Volwassenen als mevrouw Huizinga en meneer Bos willen er in ieder geval niet aan.
Ik geloof oprecht in de goede bedoelingen van beide mensen. Maar zachte heelmeesters kunnen ook nu nog stinkende wonden veroorzaken. Rest mijn niets dan een waarschuwing te geven aan alle kinderen van Apeldoorn, en hun ouders: laat je niets aanpraten!
Daan Westerink, 12 mei 2009
Ik schrik, en vraag me ineens hardop af of ik de achterdeur wel op slot heb gedaan, en de schuur, hoe zit het daarmee? De oppas biedt aan te kijken. En dan word ik van achteren aangereden door een winkelwagentje. Een oude mevrouw, ruim over de tachtig, heeft het op mijn kuiten gemund. Mevrouw, zeg ik, mijn benen. O, zegt ze. Om vervolgens geen milimeter naar achteren te gaan.
Mijn oppas zegt dat ze naar ons huis gaat lopen, ik zeg dat ik op de fiets spring en haar thuis zie. Terwijl ik afscheid neem begint de oude vrouw te schelden. Dan krijg ik door dat ze het tegen mij heeft. 'Het is zo ascociaal om te bellen in de supermarkt bij de kassa, dat kunt u ook op tv zien'. O, bedoelt deze mevrouw, die me eerst aanreed met haar kar, dat ik nu asociaal bezig ben, zoals in de Sire-campagne? Maar ik sta niet te bellen bij de kassa, en ik werd gebeld door een oppas die in paniek is. 'Mevrouw', zeg ik rustig 'soms is een telefoontje dringend, en trouwens, wie is er hier nou asociaal?
Ik race naar huis. In de achterdeur van mijn buurman zit een gat met een doorsnee van een meter. De meisjes die inbraken hadden rubberen handschoenen aan. Ze zijn gesignaleerd in de buurt, drie mensen hebben doorgegeven dat het gaat om meisjes van nog geen 16 jaar oud, die heel rustig door de wijk lopen. De agenten zijn er in middels ook, en de glaszetter maakt het gat dicht. 'Goed dat jullie zo'n onderlinge sociale controle hebben', zegt de agent, die doelt op ons speciale woonproject, waardoor bewoners meer dan in andere wijken met elkaar contact hebben, en bij een vreemd geluid niet weg, maar omkijken. 'Het kan niet anders, of die meiden worden gepakt, en volgens mij is er niets uit de woning weggenomen, doordat ze betrapt werden'.
Ze vertrekken weer, en ik ga met mijn oppas op een bankje zitten, aan onze vijver. En we verbazen ons over twee meisjes van nog geen 16 die al professioneel op het slechte pad zijn, maar ook over de oude vrouw die door de Sire- campagne 'onbewust a-sociaal' denkt dat ze bellende vrouwen in de supermarkt omver mag rijden met haar kar om ze vervolgens ook nog uit te schelden. Ik weet niet wat erger is.
Justyna en haar dochter Zyta wonen als onderhuurder in een appartement in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Ze staan ingeschreven bij de gemeente en bij woningbouwvereniging Mitros voor een echte huurwoning, maar daar is geen plek. Ze betrokken het appartement halsoverkop, anderhalf jaar geleden, nadat hun Turkse huisbaas hen had opgescheept met zijn 12 jarige zoon ('zorg maar voor hem, ik ga met mijn vrouw terug naar Turkije'), en er vandoor wilde gaan met hun spullen toen ze zeiden dat ze dat niet van plan waren. Ondanks de aanwezigheid van de politie, het huurcontract en de dreigementen kon niemand iets voor ze doen. De spullen waren ze kwijt, ze stonden op straat en wisten niet wat ze moesten doen. En toen ineens konden ze dit appartement huren.
De verhuurster huurde het appartement zelf bij Mitros, maar had er nog nooit gewoond. Ze woonde bij haar vriend en verdiende goed aan de onderverhuur. De flat was slecht onderhouden, vies, en in een week tijd maakten Justyna en Zyta er al poetsend en vervend hun paleisje van. Ondertussen bleven ze de gemeente bellen voor een officiële huurwoning, en schreven ze zich in bij woningbouwverenigingen.
Afgelopen december kreeg de officiële huurster relatieproblemen. Ze wilde in het appartement gaan wonen, dat Justyna en Zyta hadden opgeknapt. Binnen een week moesten ze vertrekken. Justyna voelde een enorme weerstand. Weer verhuizen, weer onzekerheid, en weer een huisbaas die sjoemelaar is en flink profiteert van andere mensen. Ze kon het niet over haar hart verkrijgen om te vertrekken, en besloot Mitros te bellen.
Die kwamen direct langs. Ze waren blij met deze melding van illegale onderhuur. En ze gaven Justyna en haar dochter hoop. De officiële huurster kon aangepakt worden, en als Justyna melding deed van de onderhuur dan konden zij en haar dochter straks rekenen op een officiële huurwoning, en konden ze voorgoed afscheid nemen van de sjoemelaars op de woningmarkt.
In maart zouden ze een huurwoning krijgen, ondertussen mochten ze in het appartement blijven, en het wachten was op de rechtzaak tegen de officiële huurster. Deze liet het er niet bij zitten. De woning werd opengebroken toen Justyna er niet was, sloten werden veranderd, de huurster uitte bedreigingen, en Justyna werd telefonisch verteld dat ze nooit meer terug moest komen, want anders...Justyna liet het er niet bij zitten. Haar spullen stonden nog binnen, spulletjes die ze met moeite bij elkaar had verzameld na het avontuur met de Turk, en nu zou ze weer alles verliezen?
Ze belde de politie. Maar die kon niets voor haar doen. De vrouw van wie ze het appartement in eerste instantie huurden, stond nog steeds geregistreerd als huurster. En die mag sloten veranderen. Ze belde Mitros. Die vertelde dat de politie haar toch echt moest helpen, en dat zij niets konden doen. Justyna besloot het slot te forceren, en stond met kloppend hart in haar eigen appartement. Waar gelukkig niemand was. Ze veranderde de sloten weer, en besloot dag en nacht te zorgen dat er iemand in huis was. Ze ging minder werken, en haar dochter ook. Dat betekende weinig geld, maar er zat niets anders op.
En ineens, begin maart, viel daar een brief van Mitros in de bus. Of ze per 25 maart wilden vertrekken. Ze konden niets meer voor Justyna doen, de gedane toezeggingen werden ingetrokken, en als ze er niet uit waren op 25 maart, zou Mitros de vrouwen er zelf uitzetten. Geen woord over de huurster, geen woord over een nieuwe woning, de boodschap was duidelijk: oprotten.
Murw zochten ze naar een nieuwe woning, en vonden die. Maar pas over een half jaar kunnen ze daar in. Een dure woning, nauwelijks op te brengen.
Het werd 25 maart. En gebeurde er helemaal niets. Deze week belden ze Mitros op. De woordvoerster wist niets van de brief, en vertelde dat ze in afwachting waren van de rechtzaak tegen de huurster. Hadden ze de woning al leeggehaald? Nee? Mooi zo, zei de mevrouw. Want we hebben in dat geval een anti-kraakwoning voor u in Zeist, en daarna een officiële huurwoning.
Sprakeloos hoorde Justyna de vrouw aan. Ze weet nu niet meer wat ze geloven moet. Wat nou als er op 1 april een vrachtwagen voor de deur staat, en een deurwaarder? Wat nou als de rechter besluit dat de huurster toch in haar woning mag blijven? Waar heeft zij zelf recht op? 'Ik vertrouw op mijn gevoel', zegt ze als ze tegenover me zit met een kopje thee. 'Zyta verklaart me voor gek, maar ik doe de dingen op mijn gevoel. Ik ga straks kijken naar de anti-kraakwoning, en als het goed voelt, dan doe ik het'.
Vertrouwen op je gevoel. Noodzaak als iedereen, inclusief de woningbouwvereniging en de politie, je geen zekerheid en bescherming kunnen bieden. Justyna heeft er weer een Nederlands gezegde bijgeleerd: van het kastje naar de muur gestuurd worden.
De namen Justyna en Zyta zijn gefingeerd, om reden van privacy en veiligheid.
Daan Westerink, 31 maart 2009
Van de honderdduizenden meisjes in ons land tussen de 12 en 15 jaar die zijn opgeroepen zich te laten inenten tegen baarmoederhalskanker, kwamen er in de tweede week nog maar 47% opdagen. De eerste week lag dit percentage nog op 60 procent. De verwachte opkomst voor de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker was 70%. De reden voor die lage opkomst zijn niet de kritische stukken in de krant of op het blog, maar door spam op sites als www.kritischprikken.nl, en angstverhalen die via Hyves en YouTube werden verspreid.
Er gaat in Nederland bijna niemand meer dood aan de gevolgen van difterie, kinkhoest, polio of tetanus, doordat duizenden ouders hun kinderen tegen deze ziekten laten inenten. En die kritische ouders die dat niet doen, hoeven ook niet veel te vrezen, want behalve in de bible belt loopt je zoon of dochter nauwelijks de kans deze ziekte daadwerkelijk te krijgen. Ook gaan er in ons land steeds minder vrouwen dood aan de gevolgen van bijvoorbeeld baarmoederhalskanker, omdat vrouwen vanaf hun dertigste jaar iedere vijf jaar gecontroleerd worden middels een uitstrijkje.
Dat er maar zo weinig vrouwen dood gaan aan kanker, betekent niet dat het Humaan Papilomavirus uitgeroeid is, integendeel. Bijna 80 procent van de volwassen bevolking is drager van dit virus. Wereldwijd. De meeste besmettingen gaan van de man naar de vrouw. Maar de meeste mensen breken dit virus ook zelf weer af. Bij 2 procent van die mensen is dat niet het geval. Als je er dan op tijd bij bent, dan voorkomt het uitstrijkje dat de onrustige cellen uitgroeien tot kanker. Als je er niet op tijd bij komt, wat in ons land vaker voorkomt dan bijvoorbeeld in Engeland, waar ze veel vroeger starten met uitstrijkjes, dan rest op zijn minst een schoonveegactie (de lisexisie), of een behandeling, d.m.v. een bestraling, chemokuur of een gehele verwijdering van de baarmoeder. En uiteindelijk sterven van die groep jaarlijks 200 vrouwen in ons land aan de gevolgen van kanker. Het vaccin brengt het sterftecijfer terug naar 100, en het aantal vrouwen met een voorstadium van kanker zal met duizenden dalen.
Het nieuwe vaccin krijgt veel kritiek. Hoogleraar Gemma Kenter zegt heel terecht dat het vaccin geen wondermiddel is. Het beschermt slechts tegen 70 procent van de virussen die baarmoederhalskanker veroorzaken. De kanttekeningen van haar en anderen wijzen er bovendien op dat het vaccin niet levenslang bescherming biedt. Denken dat je na de vaccinatie je leven lang er dus op los kunt leven is een schijnveiligheid. Ook als het wel bescherming zou bieden tegen alle kankers is dat niet aan te raden: het hpv virus is een soa, via seksueel contact overgebracht, en als je al geen hpv virus oploopt van onbeschermd vrijen, dan wellicht wel een andere soa. Niet doen dus.
Er zijn echter ook kwakzalvers en pseudowetenschappers actief op het internet en binnen scholen actief, die allerlei 'feiten' denken te verspreiden over het vaccin. Waardoor een vriendin, moeder van een 15-jarige dochter met oproep voor de prik, mij half in paniek opbelde met de vraag: 'Daan, wat moet ik nu doen, ze zeggen dat je kanker van het vaccin kunt krijgen, op school verkondigen ze dat er meisjes dood zijn gegaan door de prik, en net als bij de DES dochters zijn sommigen bang dat je er onvruchtbaar van kunt worden'. Wat ik ook vind van het kritisch denken: kritiekloos aangetoonde onzin de wereld in brengen, dat vind ik nou echt schadelijk voor de gezondheid. En dan het advies dat deze kritiekasters geven: Vitamine A en foliumzuur helpen net zo goed tegen een HPV-infectie, en als je gezond leeft, met respect voor je lijf, krijgt het virus geen kans. Kortom: ga als een maagd het huwelijk in, dan komt alles goed. Maar die lieve zoete schoonzoon heeft het virus wellicht wel in zijn lijf, hoe wil je dan voorkomen dat die brave dochter van je niet besmet raakt? Een condoom beschermt niet voldoende!
Ik behoor zelf tot de gelukkigen die niet ten onder is gegaan aan de gevolgen van het HPV virus. Twee keer werd op tijd ontdekt dat er onrustige cellen een feestje aan het vieren waren in mijn baarmoederhals. Twee keer een ingrijpende ingreep, met weinig lichamelijke, maar veel emotionele gevolgen. Ik riep na de behandeling vol overtuiging dat mijn beide dochters de maagdenprik zouden krijgen als het zover was.
Na alle berichtgeving, de zin en de onzin, denk ik hier genuanceerder over. Ik zal mijn dochters over een paar jaar vertellen dat er een goed vaccin is, dat bescherming biedt, maar dat het niet afdoende is. Dat het vaccin alleen zin heeft, als ook jongens ingeënt worden, aangezien zij voornamelijk de verspreiders van het virus zijn. Bovenal zal ik ze vertellen dat ze, ook als ze straks seksueel actief zijn, goed voor hun lichaam en geest moeten blijven zorgen. Dat betekent dat ze alleen vrijen als ze daar zin in hebben, dat je ook van het voorspel een soa op kunnen lopen, dat ze voor goede anticonceptie moeten zorgen, en dat zij regelmatig een uitstrijkje moeten laten maken bij de huisarts. En bovenal zal ik ze aansporen kritisch te blijven denken, en dat ze beslissingen nemen op basis van argumenten, en niet op basis van paniek.
Daan Westerink
publiciste en moeder van 2 dochters (9 en 11).
Dit artikel verscheen op 24 maart 2009 in Trouw.
Mijn eerdere bijdrage over het vaccin tegen baarmoederhalskanker won de columnwedstrijd in de Volkskrant in 2008, en werd in de krant gepubliceerd.
Draagster van verschillende HPV virussen, twee keer behandeld.
Eerst Kim en Tim, straks ook onze eigen Pim (en wie zorgt er voor dat Jim niet ontspoort?)
Er komt een moment dat je er als jong mens achter komt dat de wereld helemaal niet zo leuk is als je werd voorgespiegeld. Politici blijken te liegen, je vader houdt niet van je moeder, en je oom is in het vervolg een tante. Of die moeder van je, die je altijd alle vrijheid en liefde gaf, zet je laptop achter slot en grendel omdat ze niet snapt dat het spelen van gewelddadige spelletjes niet betekent dat jij je oude middelbare school binnenstapt met een pistool.
Volwassen worden sucks, en daar valt geen moer aan te doen. Als het goed is vecht je wat, rebelleer je, zoek je je grenzen op, en zielsverwanten, en bouw je je eigen leven op, wars van alle tradities die je thuis hebt meegekregen. Om vervolgens als rustige volwassene soms met weemoed terug te kijken naar die heftige, en intense periode.
Maar ineens slaan in korte tijd twee jonge jongens, fors op weg volwassen te worden, helemaal door. En is Nederland in paniek. De ene jongen, Kim, moordt een kinderdagverblijf uit, de ander, Tim, een school. Behalve dat hun namen rijmen, zijn er nog meer overeenkomsten. Ze hebben allebei een geschiedenis in de psychiatrie. Geen gewone adolescenten dus, maar jongeren die van een gewone puber veranderden in een wandelende tijdbom, de weg helemaal kwijt. Waarbij hun ouders machteloos (of niet in staat om ze te begeleiden) aan de kant toekeken.
Het einde van hun verhaal had moeten zijn: en ze leefden, dankzij gezinsbegeleiding en medicijnen, nog lang en gelukkig. Maar de behandeling werd gestaakt. En het gezin werd verder met rust gelaten. Over in de steek gelaten gesproken: hoe kun je een kind zo alleen laten, hoe kun je verwachten dat hij na het staken van de behandeling (ook zoiets: sinds wanneer mogen jongeren daar vrijwillig voor kiezen?) gewoon terug gaat naar huis, en zijn oude leventje weer oppakt?
In plaats van het hele gezin te behandelen werden de jongens en hun families in de steek gelaten. En na het behalen van het schooldiploma - best knap als je weet hoe explosief het er in beide hoofden aan toeging - kwamen de jongens en hun gezinnen van de regen in de drup. Bood school nog enige regelmaat - het enige houvast in tijden van nood: weten waarvoor je iedere dag op moet staan - het leven na school was voor beide jongens het begin van het einde.
Kim had de beschikking over een keukenmes, de ander over het wapenarsenaal van zijn vader. Ik stel me voor dat beide jongens vroeg opstonden (zoals ze zoveel jaren lang deden), en geheel in stilte (waar was iedereen?) hun wapens pakten. Om vervolgens wraak te nemen op plekken waar kinderen zich veilig moeten voelen. De een bezocht een kinderdagverblijf, de ander zijn oude school.
School, waar docenten niet alleen over het IQ, maar ook over het welzijn van de aan hun toevertrouwde kinderen moeten waken. Waar rectoren weten welke plaats school inneemt in het leven van de leerlingen. Waar leerlingbegeleiders snappen hoe hard een verlies kan ingrijpen in het leven van jongeren. Het verlies van dromen, van het veilige gezin, van gezondheid, en soms van een van je ouders, of een ander iemand die je lief is. School is meer dan een optelsom van proefwerken. School is het leven zelf. Door wraak te nemen op je eigen school, neem je wraak op jezelf.
Heeft de school, en daarmee de maatschappij dan schuld aan de moorden die Kim en Tim begonnen? Nee, natuurlijk niet. Maar de moorden afschuiven op de zieke breinen van de jongens, of op de ouders, is ook te makkelijk. Doordraaien is optelsom van factoren. Door de jongens, en hun gezinnen niet tijdig en langdurig te begeleiden, hebben twee kinderen, op de grens van volwassenheid, de wereld de rug toegedraaid. Nog niet in staat hun woede om te zetten in vragen stellen, namen ze de levens van 18 mensen. Een veel te hoge prijs voor het falen van alle hulpverlening.
We hoeven niet pas in te grijpen als jongens als Tim of Kim doordraaien. We kunnen nu iets doen voor jongeren die gewoon, net als u en ik ooit, puber zijn. We kunnen er voor ze zijn, net als we er voor kleine kinderen zijn. We kunnen naar ze luisteren, en naar hun ouders. Scholen kunnen heel makkelijk bijhouden hoe het er in het gezin aan toegaat. Nagaan wat er speelt, en of er niet meer positieve input in het gezin gestopt kan worden (na een scheiding bijvoorbeeld, of het overlijden van een ouder).
Pubers hoeven niet in therapie, dat willen ze toch niet. Ze willen niet praten, ze willen doen. Door ze te laten zoeken naar hun eigen weg, door van ze te houden, door ze mee te geven 'de wereld is er ook voor jou!', door ze goede voorbeelden te geven (iedereen zijn eigen Prem) kunnen we ervoor zorgen dat kinderen die het even moeilijk hebben hun eigen kracht weer gaan vinden, en vooral: hun zelfvertrouwen.
Daan Westerink
vrijdag 13 maart 2009
Zeg ja tegen jongeren en nee tegen de isoleercel (het domino-effect van verlies)
Een verlies komt bijna nooit in zijn eentje. Ook ons gezin ontkwam niet aan het domino-effect. Van een vrolijk blond kind veranderde ik in een boos blond kind. Woedend was ik, op de artsen, op het leven, op de wereld om mij heen. Hoe kon het dat sommige familieleden ons zo lieten stikken? Wij werden geholpen door buurvrouwen, die liefdevolle aandacht hadden, en door een buurman die dan wel niet kon praten, maar wel altijd de koffie klaar had staan. Maar sommige mensen die belangrijk voor ons waren, waar mijn moeder altijd voor klaar stond, die waren er ineens niet meer. De vanzelfsprekendheid van familiebezoekjes, van ravotten in de tuin, van ongemerkt altijd wel iemand om je heen: weg, verdwenen.
Volwassenen vielen in die periode massaal van hun voetstuk. Tantes waar je eerst tegenop keek. Docenten die je toegang boden tot kennis, en waar je tegen op keek: stuk voor stuk vielen ze om, vooral door het maken van onbegrijpelijk domme opmerkingen: 'Zijn meisjes eerder over de dood heen dan jongens, kijk, ze lacht weer', zei een tante. En 'Joh, het is toch al een jaar geleden, kun jij nu nog niet tegen een spreekbeurt over kanker?', zei mijn docent Nederlands. Het Ford van Vertrouwenspersonen bleek een dominospel van karton te zijn. Een ferme ruk aan het fundament en een voor een donderden de spelers om. Om gek van te worden.
Dat ik niet als onhandelbaar in de jeugdzorg terecht ben gekomen, ligt aan mijn opvoeding, aan mijn vader, aan mijn broer en aan een paar anderen. Wat mij vader deed, was er op vaste tijdstippen altijd zijn. Zonder oordeel, maar met een pan soep, gevolgd door aardappelen, groente en vlees (later ingeruild door een vegaburger). Hij had zelf zoveel verdriet, en kon mij niet troosten met woorden, maar wel met zijn aanwezigheid. Of ik nou wilde of niet: hij was er. Hij liet me vrij in doen en laten, wij hadden geen strijd over hoe laat ik thuis moest zijn, wat ik droeg, of over mijn rapport. Hij liet me vrij, maar niet los. Dat gaf me al heel jong veel verantwoordelijkheid, en blijkbaar kon ik dat aan. Wat mijn broer deed, was ieder weekend thuis komen van zijn studie. Mijn vader en ik keken er iedere keer weer naar uit.
Ik wilde niet dat mijn vader last van mij zou krijgen, op welke manier dan ook, want ik vond dat hij al genoeg ellende mee had gemaakt in zijn leven. Ik sprak met de rector van mijn school af dat als een docent last van me had, mijn vader niet gebeld mocht worden, maar dat hij of zij naar de rector moest stappen. Deze zou dan met mij gaan praten, en kijken wat we er aan konden doen. Sommige docenten waren woedend: hoe kon het dat je een veertienjarig kind zo serieus nam! Maar het vertrouwen dat de rector me gaf werkte als een sneeuwbal. Hij vond het blijkbaar normaal dat je met een veertienjarige heel goed afspraken kunt maken. En ik vond dit blijkbaar zo fantastisch dat ik het uit mijn hoofd haalde nodeloos in de problemen te geraken. De rector bleef overeindstaan in het dominospel. Mijn docente Duits ook, die me iedere woensdag tegenover haar aan een tafeltje zette, om een uur met me te kletsen. Over school, over thuis, over sport, en als ik wilde: ook over de dood van mijn moeder. En ze was er. Iedere woensdag.
Maatschappelijk werk kwam ook langs in ons huis zonder moeder, maar vol verdriet. Wat ze me echter wilden leren kon ik al: ik streek en vouwde de lakens als de beste, en koken deed ik ook allang. Toen bleek dat ze toch echt alleen daarvoor in huis kwamen, en niet voor emotionele steun, heb ik ze weer weggestuurd. Mijn pa en ik redden het prima, in ons huis. Overdag dan. Zwaar waren de slapeloze nachten. Nachten waarin ik soms dacht dat ik gek werd. En me vasthield aan de woorden van mijn moeder dat ik verdrietig mocht zijn, en dat ik een goede dochter was, en voor mezelf moest zorgen. Ik keek uit naar de volwassenheid, alleen maar omdat dan geen enkele andere volwassene me dan meer de wet voor kon schrijven.
Als ik nu de berichten lees over jongeren die opgesloten zitten in een isoleercel terwijl ze beschermd moeten worden door volwassenen, die ze moeten helpen in hun eigen zoektocht naar een zelfstandig leven, word ik weer woedend. Ik ben nu dan wel 26 jaar ouder dan toen, maar die boosheid is op geen enkele manier afgezwakt. In plaats van ja te zeggen tegen het leven, zeggen we nee tegen jongeren die in een verrekt moeilijke levensfase zitten. Iedere adolescent moet op zijn eigen wijze zich los zien te maken van wat vertrouwd was. Daar moet je ze voor belonen. Zeker als ze in die periode het extra zwaar te verduren krijgen. Maar het lijkt nu wel zo te zijn dat het gebrek aan menskracht en geld een excuus is voor het opsluiten van onschuldige kinderen.
Jongeren en verlies horen bij elkaar. Je verliest soms je dromen, soms een gezinslid, soms het vertrouwde gezin door een scheiding, en soms verlies je je oude ik. Je verhuist, krijgt andere vrienden,gaat naar een andere school, en ineens is alles anders. Wat je dan nodig hebt, naast vrienden, is de onmerkbare aanwezigheid van betrouwbare volwassenen om je heen. Volwassenen die je vertrouwen en begrijpen dat je soms gek wordt van je zelf en van strikte regels. Dat je soms uit de ban springt. Volwassenen die niet zijn vergeten hoe heftig het kan zijn om te ontdekken hoe die mooie roze wereld uit je kindertijd ineens veranderd is in een grijze wereld. Hoe belabberd het is als je vragen hebt en geen enkele volwassene je daar antwoord op kan geven. Hoe schreeuwend de stilte in je hart is als je meemaakt hoe de mensen van wie je houdt elkaar met woorden afmaken. Wat doe je dan als jongere? Je trekt je terug. En je hoopt dat je de tijd krijgt om te herstellen.
Ik bleef overeind staan. Omdat ik een vader, een broer, en enkele andere vaste ijkpunten in mijn omgeving had. En omdat ik genoeg zelfvertrouwen had om te denken dat ik, ondanks al mijn verdriet, wist wat het beste voor me was. Ook al was ik nog maar veertien jaar. En daar kreeg ik de ruimte voor. Dat is niet iedereen gegeven.
Er zijn jongeren die nu net als ik toen, een groot verlies mee maken in hun leven. Een verhuizing, een scheiding, de dood van iemand. Of gewoon zoiets lulligs als het niet kunnen voldoen aan de verwachting van je ouders. Jongeren bij wie het domino-effect nog harder toeslaat dan bij mij. En bij wie aan de buitenkant de effecten niet direct zichtbaar zijn. Jongeren trekken zich terug als vertrouwen beschaamd wordt. Als je niet gesteund wordt, als je wensen niet erkend worden, kan verlies, hoe groot of klein ook, je helemaal gek maken. En als dan niemand je serieus neemt, niemand ja tegen jou zegt, kun je nu dus eindigen in een inrichting. Zonder dat er ook maar iets echt mis met je is. Er is iets mis met onze maatschappij. Een normaal iemand (hoeveel hij of zij ook heeft verloren), hoort niet thuis in een inrichting. Hoort niet te weten hoe het voelt in een isoleercel. Het is de onmacht van ons, volwassenen, die daar thuis hoort. Wil iemand alsjeblieft zijn excuses aanbieden?







