
Verdriet en geluk gaan samen op vakantie
rouw, verdriet, gezinsrouw, kinderen en rouw, partnerverlies, ouderverlies, overleden, nieuw gezin
We trekken al een paar dagen met elkaar op, hier op de knusse
camping op de kleine schapenberg aan een meer in de Auvergne,
Frankrijk. Twee lange tafels zijn voortdurend gedekt onder hoge
bomen. Vier volwassenen, vijf grote en kleine kinderen. Dochter
heeft geluk: wij gaan morgen weg, maar zij mag nog twee weken
blijven bij haar beste vriendin op deze camping. Een paar jaar
geleden ontmoette haar alleenstaande moeder de hartelijke
muziekdocent Geert. Hij is weduwnaar en heeft volwassen dochters
en een zoon. Na een paar jaar is er een nieuw gezin ontstaan. En
daar wordt de komende twee weken onze dochter aan
toegevoegd.
Na het accordeon spelen hebben Geert en ik het over ons bonte
gezelschap. Hoe anders
het leven er jaren geleden uitzag, voor ons beiden. Geert vraagt
hoe mijn familie met de
dood van mijn moeder is omgegaan. Ik vertel dat haar familie, met
wie we voor haar overlijden zoveel contact hadden, niet goed wist
hoe ze dat moesten doen. Ze zwegen dus maar over hun verdriet, en
dat was eigenlijk nog erger dan het verdriet zelf. Dat het
contact tussen ons uiteindelijk is verbroken, vind ik nog steeds
moeilijk. Geert zwijgt. En zegt dan dat het net zo is gegaan met
de familie van zijn overleden vrouw. Zij zwijgen ook, en laten
nauwelijks iets van zich horen. Hoe dat toch mogelijk is, vraagt
hij zich af, zijn kinderen hebben het daar ook erg moeilijk mee.
Hij loopt door dit alles nog steeds met een schuldgevoel rond.
Wat had hij anders kunnen doen?
We zuchten diep. Hier, op deze kleine berg vieren we vakantie, en
omarmen we het leven, maar komt het verdriet om wat was en wat
nooit meer terug komt ineens weer heel hard om de hoek kijken. Je
kunt wel met vakantie gaan, maar het verdriet reist altijd
vrolijk met je mee. Gelukkig zijn we in gezelschap van (nieuw)
geluk, en dat houdt ons op de been. We zwijgen even, en dekken
dan de tafel. Er moet altijd weer gegeten worden.
Lees verder op www.monuta.nl
Daan Westerink, augustus 2010
Klacht tegen Edu en tegen het Volkskrantblog
klacht edu reclame volkskrantblog schandpaal
Aan: Edu, webmaster Volkskrantblog, ombudsman Volkskrant
Beste mensen,
Ik blog al bijna vijf jaar bij de Volkskrant en heb een paar keer het genoegen gehad te publiceren in de papieren Volkskrant. Vervolgens schreef ik voor Trouw en andere bladen. Nu schrijf ik columns voor Monuta, en ineens is mijn blog met oproep voor mjin nieuwe boek reclame. Hoe zuur en dubbel is dat? Ik maak reclame? Ja, voor het bespreekbaar maken van de dood. Als ik deze column nu geschreven had voor de Volkskrant, had deze dan ook in deze groep gestaan?
Ik wil dat mijn blog direct verwijderd wordt uit de groep Reclame.
Dit is mijn blog: http://www.vkblog.nl/blog/1151/De_wereld_is_voor_Daan
Deze groep is een openbare schandpaal, waar mensen zonder vooraf ingelicht te worden, aan worden genageld.
Bizar en onbegrijpelijk.
Ik dien hierbij een klacht in tegen Edu, de administrator van deze groep, en tegen het Volkskrantblog.
Met vriendelijke groet I Kind regards
Daan Westerink
2 juli 2010
Oproep 'Als ik jullie straks achterlaat - levensverhalen van ernstig zieke ouders'
rouw bij kinderen,zieke ouders,zieke moeder,zieke vader,herinneringen achterlaten,rituelen,sterven,afscheid,daan westerink,
Steeds meer ernstig zieke ouders laten behalve herinneringen, ook iets tastbaars achter voor hun dierbaren. Ze leggen bijvoorbeeld hun eigen uitvaartwensen vast, wat een grote steun kan zijn voor hun kinderen, omdat ze dan zeker weten dat het allemaal gaat zoals mama of papa dat wilde. Een ontroerend voorbeeld van hoe je ook iets achter kunt laten voor je kinderen, is te zien in de film My Life Without Me (2003). Deze gaat over Ann, een jonge moeder die te horen krijgt dat ze binnen twee maanden zal overlijden aan kanker. Zij spreekt 's avonds bandjes in voor de toekomstige verjaardagen van haar dochtertjes. Ze wil niet over haar ziekte praten met haar gezin, maar wil wel dat de meisjes de rest van hun leven weten hoeveel hun moeder van ze houdt.
Nieuw boek
Door deze film besefte ik ineens hoe moeilijk het voor ouders als
Ann is om afscheid te nemen van alles wat ze lief is. En hoe goed
het zou zijn dat anderen kunnen lezen hoe zij dat doen, het leven
loslaten. Daarom laat ik in mijn nieuwe boek ongeneeslijk zieke
ouders aan het woord, die vertellen over hun leven, over hun
gezin, over hun ziekte, over wat ze kracht geeft en over hoe zij
afscheid nemen. Een van die mensen is Rick, een jonge weduwnaar.
Hij is uitbehandeld en wil zijn levensverhaal achterlaten voor
zijn kinderen, zodat zij later wel antwoorden kunnen vinden op
vragen die ik mijn ouders niet meer kan stellen. Ook geeft hij
tips aan ouders en kinderen die in dezelfde situatie
zitten.
Oproep
Voor dit boek ben ik op zoek naar verhalen van andere ouders, van
alle leeftijden, die ernstig ziek zijn en hun levensverhaal met
mij willen delen. Wilt u meewerken aan het boek, of wenst u
meer informatie, klik dan hier om het
formulier in te vullen. Ik neem dan vervolgens contact met u op.
Alle informatie wordt vertrouwelijk behandeld.
Daan Westerink, juni 2010
Daan Westerink (41) is journalist en rouwdeskundige.
Ze schreef twee boeken: 'Leven zonder ouders' en 'Verder zonder
jou. Jongeren over de dood van iemand die ze lief is.' Daan woont
met Peter en hun dochters (10 en 12) in Utrecht.
De volledige bijdrage is te lezen op de website van Monuta.
© 2010 Daan Westerink All Rights Reserved
My life without me (2003)
Hoe ouderen rouwen
rouw,ouderen en rouw,verlies,loss in late life,rouwverwerking,grief,partner,weduwe,
Mijn buurvrouw van achter in de
tachtig rouwt al zeven jaar om haar man. Ze vindt het op zich
prima om bij haar kinderen en kleinkinderen te zijn, maar komt
verder liever haar bed niet uit.
Ze bezoekt feestjes na enig aandringen wel, is dan alleraardigst en informeert altijd naar ieders welzijn, maar dat het leven haar nog veel te bieden heeft: nou, nee. Zo fluisterde ze een keer tijdens een verjaardagspartijtje in mijn oor: "Toen hij stierf, stierf ik ook. Ik vraag me af waarom hij eerder is gegaan dan ik."
Tsja, wat zeg je dan. Het is niet makkelijk voor haar kinderen, een moeder hebben die niets wil en naar niets uitziet. En hoe ze haar ook meeslepen: naar de geriater, de praatgroep van de kerk of op vakantie: buuf hoopt dat het allemaal niet al te lang meer zal duren.
Hoe anders is dat bij mijn tante van dezelfde leeftijd. Net zo lang getrouwd geweest, een evengoed huwelijk, maar haar wereld is niet ingestort na de dood van mijn oom. Tante mist hem ook als geen ander, maar haar vlammetje is niet gedoofd na zijn dood. Integendeel.
Ze scheurt met haar wagentje het hele land door, stelt haar huis open voor kinderen die ze zelf nooit heeft gekregen, is op de hoogte van wereldnieuws en boekpremières en waar je haar ook aantreft: nooit in bed. Je moet bellen voor een afspraak, want altijd druk, druk, druk. Na de jarenlange, liefdevolle zorg voor haar doodzieke man komt ze nu helemaal aan zichzelf toe. En ze geniet.
Ik heb wel eens gedacht om beide vrouwen aan elkaar te koppelen. Ik gun mijn buurvrouw het uitzicht op een andere, groene oever namelijk zo van harte. Als ze vanuit haar dorre vlakte zich nou eens zou kunnen laven aan het jonge, malse gras in de tuin van mijn tante. Wie weet geeft haar dat nieuwe energie. Maar waarom zou ik dat doen? Beide vrouwen krijgen bezoek, zijn niet eenzaam, zijn geliefd, maar ze verwerken de dood van hun partner nu eenmaal totaal anders.
Hoe kan dat nu? Hoe kan het dat twee vrouwen in dezelfde situatie zo anders rouwen en totaal verschillend in het leven staan? Ook onderzoekers breken hun hoofd over deze verschillen. Hoe je de dood van iemand verwerkt heeft volgens hen niet alleen te maken met je leeftijd, of met de relatie die je met iemand had. Was dat maar zo, dan zou je alle mensen in dezelfde situatie in hetzelfde keurslijfje kunnen stoppen na de dood van een dierbare. Hoe je verder gaat hangt blijkbaar ook af van je karakter, van de eerdere verliezen die je mee hebt gemaakt, van je opvoeding, van de mate van afhankelijkheid van je partner, en van nog zoveel meer. En als je dan zo oud bent als beide dames, dan is het heel moeilijk om nog iets te veranderen aan de manier waarop je met een intens verlies omgaat.
Lees verder op www.monuta.nl (maar laat vooral wel een reactie hier achter!)
Herinneringen
herinneringen begraafplaats kerkhof rituelen herdenken rouw ouders daan westerink
Als ik vlak bij het kerkhof ben, rij ik toch nog even een blokje om. Ik ben al meer dan de helft van mijn leven weg uit Twente en herinner me ineens een zandweg uit mijn jeugd. Een pad, ver buiten het centrum van het dorp, waarover ik iedere vrijdagavond met mijn vrienden fietste, op weg naar onze blokhut. Waar we de ene keer praatten over mensenrechten, en de andere keer de muziek heel hard zetten. Omdat niemand daar last van had, midden in het bos.
En dan zie ik het weggetje. Alles ziet er nog net zo uit als
vroeger. Dat kan hier nog. Ik stop voor de blokhut en loop er
omheen. Ik ruik de naaldbomen en duw mijn neus tegen de ruiten.
Ja, hier was ik heel erg gelukkig. En dan rij ik weer verder.
Tien minuten later sta ik voor het hek van de begraafplaats. Ik aarzel. Het blijft een
vreemde plek om je ouders te bezoeken.
Ik heb weinig met de meeste Nederlandse begraafplaatsen, het
kerkhof van mijn vader en moeder is geen uitzondering. In
afgelopen vijfentwintig jaar kwam ik er hoogst zelden. Ze zijn er
niet, ik voel mijn ouders niet om me heen als ik er sta. En erg
troostend was een bezoek evenmin. En dat heeft zeker met de
begraafplaats zelf te maken. Rijenlange graven, de meeste
voorzien van gedenkstenen van hetzelfde formaat. Haast anoniem
liggen de duizenden doden hier naast elkaar. Terwijl mijn ouders
alles behalve standaard waren. Maar zo ging het nu eenmaal -
begraven - tot een aantal jaar geleden. De mensen in ons dorp
hadden daar vrede mee. Heel langzaam zie ik begraafplaatsen
veranderen. Waar je niet alleen het graf kunt bezoeken, maar ook
herdenkingsbijeenkomsten. Neem Rustoord in
Nijmegen, waar ik laatst een lezing gaf. Daar worden jaarlijks
bijeenkomsten georganiseerd voor nabestaanden, maar je kunt er
natuurlijk ook in alle rust wandelen. En ze schrikken er niet van
eigentijdse symbolen.
Was het zoveel jaar geleden voor mij als jong meisje prettiger
geweest als mijn ouders op zo'n kerkhof hun laatste rustplaats
hadden gekregen? Had ik zo'n bijeenkomst bezocht? Ik denk het
wel....
Lees verder op www.monuta.nl
Verder zonder sigaret
stoppen met roken belinda menthol geloven god daan westerink
Vier maanden en negen dagen. Zo lang ben ik nu gestopt met roken. Dat is het erge met verslavingen: je blijft tellen, ook al ben je al jaren gestopt met roken, lijnen, mannen of twitteren. Het blijft trekken. Ergens blijft jouw lot verbonden met dat geluksstaafje. Vol kanker, dat dan weer wel.
Na het verbijten - pas op of ik steek nu echt een peuk op! - kwam de weemoed. Ik vond het leven rondom oud en nieuw echt minder de moeite waard. De sneeuw iets minder schitterend dan toen ik er nog een smeulende Belinda menthol in uit mocht drukken. Tegelijkertijd vond ik vrienden die rookten een beetje zielig. Dat maakte me een outcast. Was tien jaar geleden iedereen - inclusief mezelf - gestopt met roken, de laatste jaren werd het steeds drukker op balkons, veranda's en onder de warmtelampen op het terras van de kroeg.
Na de weemoed kwam de lusteloosheid. Als roker werd ik iedere avond gedwongen minstens twee keer van de bank op te staan en naar buiten te lopen. Niet erg, want daar wachtte nog een roker, en vaak bleven we hangen en hadden we zowaar een geweldig gesprek. De serre met de kachel was vervolgens veel gezelliger dan die stomme bank voor die belachelijke televisie. Nachten waren kort maar nooit saai. Nee, dan vorige maand. Ik viel om negen uur in slaap op de bank, had nergens zin in en trakteerde mezelf op eindeloze avonden Spoorloos, Ik mis je en Memories. Ik huilde vrolijk mee met ieder leed op tv en had geen idee wie ik zelf was.
Voor het echt te erg werd, heb ik mezelf weer opgehesen. Met hulp, dat moet ik toegeven. Ik lees weer, ik zit weer in de serre, ik ga weer naar buiten toe, ik meng me onder mensen, dompel mezelf onder in muziek en films, en vorige week gebeurde het. Een vriendin kwam na maanden langs en riep verlekkerd uit: ' Ik heb me al maanden verheugd op een sigaret roken, en nu kan het!' Stomverbaasd keek ik haar aan. Ik? roken? Nee joh, dat doe ik echt niet meer.
Gisteren liep een collega verwachtingsvol met me mee naar buiten. 'Ha roker', zei hij. Tijdje niet gezien blijkbaar. Ook hem stelde ik vol plezier teleur. Een andere collega kwam dichter bij me lopen. 'Ahh, het is jou ook gelukt. En, in welke fase zit je nu?' Ik vertelde dat ik de weemoed voorbij was. 'Okee, dan komt nu de euforische fase. Kijk maar uit. Ik ging toen in God geloven. ' Kom maar op. Ik kan geloof ik alles aan.
Daan Westerink, 5 maart 2010
Cigarette - The Smithereens
'Waarop stem jij eigenlijk?, vraagt ze vlak voor ze weggaat, in haar Utrechts-Poolse accent. 'Ik weet het nog niet', antwoord ik. 'Op PvdA, Leefbaar Utrecht of D66, in ieder geval niet op Wilders, en dat kan hier ook helemaal niet.' Op het toilet hangt al een week een lijst met alle namen van de politici die wel meedoen. Ik weet het nooit, tot het laatste moment. Natuurlijk ben ik niet geheel blanco, ik ga voor groen - zelfredzaamheid - links - liberaal - sociaal, maar ja: als een partij ineens een zwiep maakt richting vrije markt of een afslag neemt richting totalitaire staat, dan ben ik het weer even helemaal kwijt.
Deze vriendin en ik: we hebben het nooit over politiek. Nou ja, zij gelooft niet in Obama, ik wel maar ik heb nooit hoge verwachtingen van wie dan ook. Ik ben helemaal verbaasd dat ik over Wilders ben begonnen. Waarom? Dek ik mezelf dan in? Omdat ze niet in Nederland geboren is? Schaam ik me ergens voor? 'Waarom stem je niet op Wilders, eigenlijk?' vraagt ze, allervriendelijkst als altijd. 'Omdat ik niet geloof in een partij die zich zo focust op de islam. En ik geloof ook niet in een proteststem', zeg ik achteloos. Ze knikt.
En lacht. En vertelt dan over haar dochter. Die haar stempas te goed heeft opgeborgen. Net als zijzelf. 'Zij wil zo graag stemmen, maar ze kan haar pas nergens vinden', zegt de vrouw in wiens huis het altijd spik en span is. In tegenstelling tot het mijne. 'Nu moet ze wachten op de landelijke verkiezingen.' Ik vraag op welke partij haar dochter dan zo graag wil stemmen. 'Op Wilders'. Op mijn stomverbaasde blik antwoordt ze: 'Omdat de PVV geen one issue partij is. Ze heeft zich in Wilders verdiept. En zijn partijprogramma spreekt haar aan.' Ze neemt afscheid en beent de straat uit. In mijn voorhoofd een diepe denkrimpel.
Mijn leven zonder mij
mijn leven zonder mij sterven overlijden verder rouw afscheid verlies kracht hoop schrijven boek daan westerink
51 is ze nu*. Sinds twee jaar weduwe, moeder van vijf kinderen. Haar eerste zoontje overleed bij de geboorte, haar man bracht twee kinderen mee uit een eerder huwelijk. Samen kregen ze twee dochters en 17 jaar waren ze zielsgelukkig met zijn allen. Tot hij stierf.
Na de dood van haar man leek het twee jaar heel goed te gaan, ondanks al het verdriet. Er kwam zelfs weer een nieuwe liefde in haar leven. Tot vorig jaar. Met lichte benauwdheidsklachten ging ze naar de dokter. Die stuurde haar door naar de specialist. De uitslag: kanker. Een klap die ze niet aan zag komen.
Ook al verloor ze haar man aan dezelfde ziekte, ergens dacht ze dat zij en haar gezin voorlopig wel gespaard zouden blijven. Alsof er een bondje bestond met boven. En er in haar dossier stond: even niet lastig vallen met de dood. Tevergeefs. De dood staat inmiddels bijna voor de deur. Uitbehandeld volgens de artsen.
In Duitsland is ze nu bezig met experimentele therapie. Het zal haar aangekondigde dood waarschijnlijk iets vertragen, maar niet uitstellen. Ze doet het om meer tijd te hebben voor haar kinderen. Afscheid nemen is niet makkelijk.
En nu wil ze zo graag weten hoe je dat doet: je levensverhaal achterlaten voor je kinderen. Ze wil graag iets voor ze opschrijven, zodat ze later nog na kunnen lezen hoe de jeugd van hun moeder en hun vader was, hoe ze elkaar leerden kennen, hoe het ging in hun eigen gezin, waar ze om moesten lachen, waar ze van hielden.
Zij gaf aan wat ze wilde, ik bedacht de vragen. Door die te beantwoorden schreef ze haar levensverhaal. En dat van haar man. Uit haar antwoorden kwam een geur naar boven. Een hele prettige nestgeur. Openheid, liefde voor kinderen, ondanks alles zielsveel van elkaar houden.
We mailden nog wat heen en weer en ineens schreef ze: als je mijn
verhaal wilt gebruiken voor een boek of wat dan ook: graag. Het
ontroerde me, want het heeft me altijd bezig gehouden hoe het
voor stervende mensen zelf is: afscheid nemen van het leven en de
lieven om je heen. Er zijn prachtige naschriften en in memoriam sites, maar naast 'Over mijn
lijk', en 'lessen van stervenden' zijn er niet veel verhalen
van mensen zelf te lezen of te beluisteren.
En dus is een nieuw boekidee geboren: met verhalen van mensen die
te horen hebben gekregen dat ze niet lang meer zullen
leven.
Mocht je mee willen werken, of iemand kennen die dat wellicht wil, mail me dan voor meer informatie:
Daan Westerink, 24 februari 2010
Boek 'Verder zonder jou' is er!
rouw jongeren verder zonder jou dood vader moeder broer zus oma opa,
Op dinsdag 19 januari 2010 is mijn boek 'Verder zonder jou. Jongeren over de dood van iemand die ze lief is', verschenen tijdens een congres over jongeren en rouw, bij Hogeschool Utrecht.
Vijf van de 28 jongeren lazen hun verhaal voor tijdens het congres. Je verhaal voorlezen voor tweehonderd man is een hele prestatie, gezien de emoties die het opnieuw lezen van je verhaal met zich meebrengt. Maar wat deden ze het goed!
Ook deskundigen als Riet Fiddelaers-Jaspers, Paul Boelen en Jan Mokkenstorm vertelden over jongeren en rouw. De zaal barstte uit zijn voegen, en wat was iedereen onder de indruk van de verhalen van juist de jongeren! Aan het eind van het congres kwamen de jongeren die dat wilden op het podium, zij kregen minutenlang applaus.
In het boek lees je hoe jongeren verder gingen na de dood van een vader, moeder, broer, zus en/of grootouder, en zij geven ook tips aan ouders, school, familie en vrienden hoe je met ze om moet gaan. Dat je jongeren overal bij moet betrekken bijvoorbeeld, dat je niets zonder overleg voor ze moet beslissen, dat praten niet heilig is, maar 'er zijn' wel.
Ik hoop dat het boek heel veel jongeren bereikt, en de mensen die met ze te maken krijgen in de klas, op de werkvloer of gewoon thuis en in de kroeg.
Na afloop hoorde ik hoe trots iedereen op zijn of haar verhaal is. Het is een soort eerbetoon aan al die overleden vaders, moeders, broers, zusjes en grootouders. Ze zijn dan wel niet meer hier, maar wel in hun hart. Of zoals Anna zei, nadat de naam van haar vader per ongeluk groot werd geprojecteerd 'Kijk, hij wil er toch nog even bij zijn!'.
Omslag Verder zonder jou
Bijzonder moment: voor het eerst het boek in handen!
Wopkelien vertelt over haar leven met en zonder zus Femke
Bijna alle jongeren kwamen op het podium
Pascalle vertelt in het boek over haar overleden vader
Kaey hoeve vertelde over de liefde voor zijn overleden oma Sammie
Internet kan eenzaamheid verminderen
kersttoespraak koningin beatrix maxima internet 2009 twitter
De kerstrede van de Koningin brengt me met een schok weer terug in 1983. Als in dat jaar internet al had bestaan, dan was de kerst vast niet zo eenzaam geweest.
Familie stond met lege handen, hoe kon je immers een gezin troosten waar een jonge moeder was gestorven? Dus was het heeeel erg stil. Zo stil dat de echo nog jarenlang nadreunde.
Nu zijn er internetsites voor kinderen, jongeren
en
volwassenen die iemand verloren. Fora en hyvespagina’s waar je
gelijkgestemden vindt. Met wie je ervaringen uit kunt wisselen.
Door de herkenning zal de kerst voor hen vast iets minder eenzaam
geweest zijn. Wij moesten het toen doen met de (w)arme reacties
van buren, vrienden en familie. Maar wat had ik graag geweten dat
ik niet de enige was die dacht dat ze gek aan het worden was van
verdriet. We kenden helaas niemand die in dezelfde situatie zat.
Dat was moeilijk voor ons maar ook voor de mensen om ons heen die
wel wilden helpen, maar niet wisten hoe. Lotgenotencontact had
mijn vader en mij in ieder geval sneller uit het dal getrokken.
Gek genoeg beseft Beatrix niet dat iemand in haar naaste omgeving
zich ook fijn moet voelen dankzij nieuwe technologieen als
internet. Iemand die zich ondanks de liefdevolle
familie van haar man soms behoorlijk eenzaam moet voelen.
Maar dankzij Skype zal Maxima haar kindjes contact kunnen laten
onderhouden met haar familie, door haar Iphone of G1 kan ze laten
weten dat ze hen ook mist. Ja, contact via internet voelt niet
hetzelfde als contact In Real Life, maar soit, als je moet kiezen
tussen digitaal of geen contact, is de keuze snel gemaakt.
Internet is slechts een medium om gedachten te verplaatsen.
Hoge hekken kunnen dat niet. Als je geen sociaal mens bent,
helpt internet je niet. Maar als je er alles aan wilt doen om
contact te onderhouden met de mensen van wie je houdt, waar ook
ter wereld, of als je wilt weten of er mensen zijn die hetzelfde
hebben meegemaakt als jij, dan is internet een uitkomst. Lang
leve internet. Have a wonderful skype next year!
De wereld is roze, ondanks het verdriet
verlies opa, verlies ouders, verlies moeder, verlies vader, verlies zus, verlies broer, verlies, jongeren, rouw, verder zonder jou jongeren over de dood van iemand die ze lief is
Een week geleden werd ik middenin de nacht wakker. Ik zat rechtop
in mijn bed. 'Bambi!' schoot door mijn hoofd. En dan niet de film
Bambi, maar een van de ontwerpen voor mijn boek, die vormgeefster
Marion me voor de zomer toestuurde. Op die bewuste voorkant staat
een hertje op een hardroze achtergrond, een strik op haar
wiebelige lijfje. Een schaduw voor haar op de grond, die niet
helemaal af is.
Marion had nog 9 andere ontwerpen meegestuurd, en Bambi legde ik
even aan de kant omdat ik het zo'n confronterend ontwerp
vond.
Bambi met strik en roze, dat associeer je niet met verdriet en
zeker niet met jongeren. Ik koos dus voor een veilige voorkant,
twee uitgebloeide paardebloemen die hun zaadjes verliezen. Mooi
maar niet bijzonder opvallend. 'Ach,' zei mijn vormgeefster,
'denk er nog maar eens goed over na. Na de zomer maken we een
definitieve en mooie voorkant.'
Tsja, en hoe gaat zoiets dan. Het leven neemt weer zijn vliegende
vaart na de vakantie, ik mailde dat ik Bambi toch wel leuk vond,
net als een ander ontwerp, en liet het even liggen. Het boek
moest immers afgeschreven worden. Begin november was alles klaar,
het voorwoord vertaald, de foto's in het boek groot genoeg om
geprint te worden, en alles kon naar de drukker.
En toen schrok ik dus ineens 's nachts wakker. Met Bambi op mijn
netvlies. En ik wist het zeker: Bambi moest het worden. Bambi
verloor haar moeder, zoals iedereen weet, en gaat daarna wankel
op zoek naar evenwicht. Je denkt dan aan een gitzwarte wereld,
vandaar dat ik zo verward was door die strik en de roze
achterkant. Maar jongeren die iemand verliezen wandelen ook niet
door een gitzwarte wereld. Ze wandelen door een wereld die nooit
meer hetzelfde zal zijn. Maar juist de ingrediënten die een jong
leven interessant maken, vrienden, liefde, muziek, adrenaline,
uitdagingen, die kunnen dat verstoorde leven wel weer iets rozer
kleuren.
Aan ons, volwassenen de opdracht om tussen al dat roze ook de
wankele benen te blijven zien. Een jongere die iemand verliest is
niet gehandicapt. Je hoeft hem of haar niet van haar verdriet af
te helpen. Dat kan ook helemaal niet. Als je iemand verliest, zul
je dat op veel momenten in je leven nog pijnlijk voelen. Maar die
vrienden, dat uitdagende leven, dat moet doorgaan. Daar moeten
wij volwassenen veel meer stil bij gaan staan.
Dat een meisje of jongen na de dood van een ouder, broer, zus,
grootouder of vriend(in) doorgaat met leven is pure noodzaak. Dat
er gelachen wordt na een begrafenis, dat je uitgaat terwijl je
vader een week ervoor stierf: het zegt niets over je verdriet.
Het zegt alleen maar dat je steun zoekt in die dingen die horen
bij je leven. En dat is van levensbelang. Sleep jongeren dus
niet massaal naar praatgroepen of psychologen, tenzij ze
vastlopen. Maar zorg wel dat je er voor ze bent. Kijk door die
roze wereld heen, zie hun wankele benen, maar neem die roze
wereld niet van ze af.
En dus is de omslag van mijn boek 'Verder zonder jou' roze. Met
een klein dartel hertje op de voorkant. Dat hopelijk ooit op
stevige benen door het leven wandelt. Ondanks het
verdriet.
Daan Westerink,
21 november 2009.
Verder zonder jou wordt op 19 januari 2010 gepresenteerd tijdens
het congres 'Luister naar mij! Jongeren en rouw in de klas'. Meer
informatie later op dit blog. op www.daanwesterink.nl
Waar ben je
verder zonder jou jongeren over de dood van iemand die ze lief is
Ze vertelt haar verhaal* zonder onderbreking, geen trilling in haar stem doet vermoeden dat het emotioneel is om over haar overleden vader en opa te praten. Tot in het Zeeuwse cafe ineens 'Brothers in arms' uit de boxen klinkt. Ze heeft het gevoel dat haar opa haar daarmee een seintje geeft. Tranen stromen over haar wangen. Ze mist hem. Hij was haar houvast, na de plotselinge dood van haar vader, toen ze nog een klein meisje was. Jarenlang dacht ze dat ze dat 'papa' wel terug zou komen, al wist ze dat dood echt dood was. Toen hij dus niet terugkwam, was opa er voor haar.
En nu is hij ook overleden. Maar hij is helemaal niet weg. Ze zegt: 'Sommige mensen geloven dat er een hemel is, maar als je de bijbel goed leest, lees je dat de hemel op aarde is. Ze zijn dus hier, en al kan ik ze niet zien en horen, ze zijn er. In mij'. Ook al zijn de belangrijkste mannen uit haar leven niet meer hier, het geeft haar troost dat ze hun liefde nog steeds kan voelen.
I'm still here - Stereo (soundtrack film 'Terug naar de kust')
*Op 19 januari verschijnt 'Verder zonder jou, jongeren over de dood van iemand die ze lief is', van Daan Westerink.
De vier seizoenen van rouw: de herfst
troost, karin kuiper 1001 dagen van rouw, vier seizoenen van rouw, verlies, daan westerink, rouw, herfst
Karin Kuiper, weduwe van Karel Glastra van Loon, rekende in haar boek '1001 dagen van rouw' af met goed bedoelde opmerkingen als 'Je mag mij altijd bellen'. De eerste maanden krijg je als weduwe, maar ook als je je kind, broer, zus of ouder verliest, vaak te horen: je hoeft maar een kik te geven, en dan ben ik er. Goed bedoeld, maar ook net zo snel weer vergeten. Juist in de herfst kun je al die uitspraken verzilveren.
Als je niet alleen wilt zitten de komende maanden, moet je zelf iets gaan doen. Pak de telefoon, open je mail of bel aan en vertel je vriend, buur, broer of collega dat je heel graag gebruik wilt maken van het aanbod om een keer te komen eten, naar de film te gaan, of gewoon langs te komen. Wil hij of zij even de agenda pakken om te kijken of er een gaatje is de komende weken?
De reacties zullen verbaasd, maar waarschijnlijk ook warm zijn. Want die ander vindt het waarschijnlijk ook heel moeilijk om die eerste stap te zetten. ‘Ik kan haar toch niet dwingen haar huis uit te komen, misschien heeft ze helemaal geen zin om gezellig te doen’. Maar nu hij of zij weet dat je het wel heel fijn vindt om er even uit te zijn, is een afspraak zo gemaakt. Het belooft een warme herfst te worden, vallende blaadjes of niet.
(Je kunt deze column in zijn geheel lezen op www.monuta.nl. Een reactie hier achterlaten kan wel!)
Daan Westerink, publicist en rouwdeskundige
Lieve Agnes,
Als de AOW zuurverdiende spaarcentjes zijn, waar is het geld van mijn hardwerkende, maar jong overleden ouders dan gebleven?
Liefs, Daan
Laat familie en nabestaanden militairen niet in de kou staan
uruzgan van uhm afghanistan missie nederland militairen gedood rouw nabestaanden familieleden monuta
Met een intens wit gelaat kondigde Generaal Van Uhm maandagavond (7 september 2009 - DW) de dood aan van Mark Leijsen, een 44-jarige sergeant-majoor, die in de Afghaanse provincie Uruzgan door een bermbom om het leven kwam. De dag ervoor moest de commandant der strijdkrachten ook al het overlijden melden van Kevin van der Rijdt, een 26-jarige commando die in Uruzgan sneuvelde tijdens een vuurgevecht. Sinds het begin van de missie in Afghanistan in 2006 kwamen 21 Nederlandse militairen om het leven. Van Uhm sprak de hoop uit dat de Nederlandse bevolking 'als een blok achter de militairen blijft staan.'
(Lees dit stuk verder op de site van Monuta: www.monuta.nl/column )
Daan Westerink, publiciste en rouwdeskundige
(Dit artikel werd op 8 september 2009 op de website van Monuta geplaatst)
© Monuta
Een half jaar rouwen is geen ziekte
rouwproces rouw verlies gecompliceerde rouw Prolonged Grief Disorder Paul Boelen Daan Westerink rouwdeskundige
Mensen die langer dan zes maanden rouwen over een overleden dierbare hebben een psychische stoornis (de Volkskrant, 17 augustus). In het stuk wordt Paul Boelen aangehaald (en dus niet Boelens), onderzoeker en psychotherapeut aan de Universiteit van Utrecht. Het artikel is niet alleen kwetsend voor rouwenden, Boelen is ook niet juist geciteerd. En dat is kwalijk.
Er staat geen tijd voor rouwen. Hoe je de dood van een dierbare verweeft in je leven is heel persoonlijk. Boelen onderschrijft deze gedachte, en deed dan ook geen onderzoek naar hoe lang je mag rouwen, en hoe hevig je gevoelens mogen zijn, maar wanneer er geen sprake meer is van normale rouw.
In ieder normaal rouwproces, hoe lang dit ook duurt, soms levenslang, zit dynamiek. Momenten van diepe droefheid worden – op den duur – afgewisseld door goede momenten. Ook als de gevoelens heel hevig zijn – het leven bijvoorbeeld even niet meer zien zittten, is er sprake van normale rouw als je naast deze confrontatie met het verdriet ook toekomt aan herstel, bijvoorbeeld door een uurtje per dag naar je werk te gaan, te praten met lotgenoten, of een lange fietstocht te maken met een goede vriend.
Er zijn echter ook mensen die nooit aan dit herstel toekomen, die nooit meer genieten van het leven met anderen, die blijven vinden dat het hele leven zinloos is, die niets positiefs meer ervaren, die de dood van een dierbare niet accepteren of zelfs ontkennen en die nauwelijks in staat zijn verder te leven. Bij deze mensen zit er geen dynamiek in hun rouwproces, en is er geen sprake meer van normale rouw, maar van gecompliceerde rouw, of Prolonged Grief Disorder. Boelen en anderen koppelden daar een periode aan, van een half jaar, omdat je er als behandelaar zeker van moet zijn dat deze zwarte periode niet van tijdelijke aard is.
Waarom is het zo belangrijk dat deze abnormale rouw terecht komt in de DSM-V ( Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders)? Dit indelingssysteem is vervat in een handboek voor het stellen van een diagnose bij psychiatrische ziekten. Hierdoor kunnen hulpverleners gecompliceerde rouw onderscheiden van normale rouw en ook van een andere stoornis, zoals een depressie. Dit is heel belangrijk, want soms ziet een huisarts of een psycholoog rouw aan voor een depressie, en zal in dat geval vervolgens anti-depressiva voor gaan schrijven, die rouwenden overigens niet helpen, maar het rouwproces wel goed kunnen verzieken.
Met de DSM-bijbel in de hand kunnen hulpverleners straks veel beter constateren of de rouwende cliënt echt te kampen heeft met gecompliceerde rouw, of dat aandacht en gewoon goed luisteren voldoende is om hem te ondersteunen. Hoe lang geleden het ook is dat iemand zijn partner, kind, broer, vader, opa of vriend verloor.
Trollen en kwakzalvers
kwakzalvers trollen rouw verdriet verder zonder jou verlies dood rouwen jongeren Daan Westerink
Ze is 16 en verloor een paar maanden geleden haar moeder aan de gevolgen van kanker. Laten we haar Lisanne noemen. Haar vader kwam zeven jaar geleden door suïcide om het leven. Nu woont ze samen met haar zusje en met haar stiefmoeder. Ze vertelt haar verhaal in mijn boek 'Verder zonder jou', dat in januari uit komt. Een jonge vrouw, meisje eigenlijk nog, dat zo jong al geconfronteerd wordt met de dood, terwijl ze nog moet uitvinden hoe ze leven moet.
Wat Lisanne nodig heeft, zijn mensen die er voor haar zijn, die haar puber laten zijn, die niet raar op kijken van een woedeaanval, en ook niet van haar melige buien. Ze komt heel vrolijk over, zelfstandig zelfs, een meisje dat dansend door het leven lijkt te gaan. Tot ze vertelt over thuis, hoe anders het ineens is geworden. Hoe stil ook, nadat haar moeder in nog geen maand tijd geveld werd door die afschuwelijke ziekte. Ze zwijgt dan even, slikt, kijkt om zich heen, en zucht dan even diep en lacht weer. Wilskracht, veerkracht, ondanks al het verdriet. 'Ik heb mijn vriendinnen en heel veel leuke uitjes nodig om door te kunnen gaan', zegt ze. Tot ze thuis komt en het masker afgaat. Gelukkig is haar stiefmoeder er dan om haar op te vangen.
Wat Lisanne niet nodig heeft zijn volwassenen die niet snappen dat je drie maanden na de dood van je moeder van vrolijkheid van je stoel kunt vallen. Of klasgenoten die blijkbaar niet opletten toen de mentor vertelde dat haar moeder nu ook was overleden. Vorige week zei iemand out of the blue 'Hee, wat doen jouw ouders eigenlijk?'. Dan is ze even stil. Zo jong al zo wijs. Ze laat ze maar. Gelukkig zijn er genoeg mensen die snappen dat je niet alleen maar kunt rouwen, maar dat je ook moet herstellen van alles wat je mee hebt gemaakt. Plezier en rouw kunnen elkaar heel goed afwisselen.
Wat Lisanne ook niet nodig heeft, zijn kwakzalvers als de Belgische Christiane Beerlandt, die in Trouw mocht vertellen dat een ziekte, of andere rampspoed, je niet zomaar overkomt. Sterker nog: alle ziekten zijn volgens haar te genezen. Kanker betekent volgens deze mevrouw dat je niet gelukkig bent, en voor zelfdoding zal ze ook wel een fijn esoterisch of innerlijk kind kaartje hebben getrokken. Ik zie het al voor me: 'Even kijken, aan de binnenkant van mijn ogen...zelfdoding...oh ja, je vader heeft het bij de bevalling zo benauwd gehad, dat hij zich later zelf om het leven moest brengen.' Of 'De liefde van zijn moeder heeft hem vast als kind verstikt, en daar kon hij niet mee omgaan'. Heus, zo moeilijk is het niet om kwakzalvertje te spelen.
Naast al het verdriet, moet je je als nabestaande dus nu ook dankzij trol Beerlandt af gaan vragen waarom je moeder kanker kreeg, waarom zij er in hemelsnaam niet tegen heeft gevochten. Alvast bedankt hiervoor, ook namens Lisanne, en alle andere kankerpatiënten en hun dierbaren. Gelukkig leerde mijn moeder, en ook Lisanne's moeder, haar kinderen dat het er niet om gaat wat je overkomt in dit eindige leven, maar hoe je daar mee omgaat. Een pad ontstaat pas door erop te lopen.
Beerlandt denkt ondertussen dat ze het eeuwige leven heeft. Laten we het hopen. Je moet er toch niet aan denken haar in een volgend leven tegen te komen. Alhoewel... 'Amai Christine, wat doe gij hier?' 'Ik ben dood gegaan!'. 'Awel madammeke, hoe kan dat nu, waarom wilde gij dat?' 'Da's nie waar, da wilde nik nie!' 'Ga maar eens een paar eeuwkes in alle afzondering nadenken over uwen zonden, Beerlandt, gij hebt een heleboel menskes ongelukkig gemaakt'.
Daan Westerink, 22 juli 2009
Ontslag kan zelfs een sterke kerel breken
joost van wielink, daan westerink, recessie, ontslag, verlies baan, verlies, rouw, verlies op het werk, rouw op het werk
Door Daan Westerink en Joost van Wielink
Honderdduizenden werknemers in ons land staan op het punt hun baan kwijt te raken, maar aandacht voor de soms ingrijpende gevolgen van dit grote verlies is er niet. Rouwen om je baan is blijkbaar voor watjes.
Vijftigduizend bouwvakkers
raken na de bouwvak hun baan kwijt, omdat de
huizenmarkt is ingestort. Binnen de media, de autobranche en de
industrie is het niet anders. Het vinden van een nieuwe baan is
met al die werklozen geen makkie. Maar omdat we niet in een
watjesmaatschappij leven, houdt iedereen zijn mond. Tot er
klappen vallen. In en buitenshuis.
Op de schaal van grote verliezen staat
het verlies van een baan in de onderste regionen. Wat nou,
treuren om het verlies van je werk, er zijn mensen die
een kind of hun hele familie
hebben verloren, dat is pas erg! En zo hobbel je voort, nadat je
jarenlang voor een baas hebt gewerkt, je ziel en zaligheid hebt
gegeven, en eigenlijk niet weet wat je thuis moet gaan doen,
behalve dan je vrouw voor de voeten lopen, als zij van haar werk
thuiskomt.
Ook al weet je dat het economisch slecht gaat, het verlies van je eigen baan zie je vaak niet aankomen. Dat kun je veroordelen als dom, want voorspelbaar, maar de mens is meer dan de ratio. Vergelijk het maar met het naderend einde van een slechte relatie: je wist het wel, maar als het dan zover is, komt de klap toch hard aan. Het kost je een flinke tijd om dat te verwerken. Trauma wordt wellicht voorkomen als je aanpassingen aan de nieuwe situatie hebt kunnen plannen. Plotseling en onvoorzien verlies van je werk kan ook traumatiserend zijn. Vooruitkijken is dus van belang.
De vijftigduizend bouwvakkers die na de
bouwvak hun baan dreigen te verliezen, steken
ondertussen, bewust of
onbewust, hun kop in het zand. Slechts 30 procent van
hen maakt
zich zorgen over de toekomst (onderzoek
ADV Marketresearch). FNV Bouw-voorzitter John Kerstens benadrukte
onlangs dat het ongelooflijk belangrijk is dat werknemers nu hun
verantwoordelijkheid nemen. Zij moeten volgens hem een vakdiploma
halen en zorgen dat ze weerbaar zijn in hun
werk.
Wij zouden daaraan toe willen voegen dat
niet alleen werknemers, maar ook werkgevers hun
verantwoordelijkheid moeten nemen. Leer je personeel zichzelf te
uiten. Vertel ze eerlijk als er ontslag dreigt, zodat ze zich
voor kunnen bereiden. Weten wat je te wachten staat betekent niet
dat het verlies van een baan geen pijn doet. Niet voor medewerker, niet voor de
organisatie. Maar net als bij de andere verliezen in het leven
geldt ook hier: als je voorbereid bent, slaat het nieuws geen gat
in je ziel. En komen gezinnen minder onder druk te staan. Dat
betekent winst voor iedereen. Ook voor sterke
kerels.
Daan Westerink is publicist en
rouwdeskundige. Joost van Wielink is consultant, coach en
trainer. Hij schreef met Bert Cozijnsen het boek
'Over de rooie, emoties bij verlies en
veranderingen op het werk’. (juli 2009 in de
boekhandel).
Dit artikel verscheen op 22 juni
2009 in Trouw
Na het drama in Apeldoorn, stonden de mensen die het allemaal zo goed wisten direct klaar met hun adviezen. Want ze wilden helpen. Dat doen we in dit land namelijk heel graag: problemen oplossen voor anderen. Ook als die niet op te lossen zijn. Vooral Jacqueline Huizinga, de vrouw die alle arme kinderen die getuige waren wilde laten praten en kleien, trof me diep in het hart. En niet op een positieve manier.
De kinderen die hadden gezien hoe Karst mensen overhoop reed, moesten van haar praten over hun gevoelens, en zij vond het ook belangrijk dat ze die traumatische gebeurtenis keer op keer gingen herbeleven. En ze vond een gewillig oor bij Jan Bos die afgelopen zaterdag de bijeenkomst voor kinderen in de kerk in Apeldoorn organiseerde. 'Er waren kinderen die er direct over praatten, maar ook kinderen die niks zeiden', aldus Bos. En daar wilden Huizinga en Bos iets aan doen. Want praten moet, en dus dwongen ze kinderen woorden te gebruiken voor het moment dat die auto de menigte raakte, en daarmee wellicht ook hun vader, moeder, opa of vriendinnetje.
Wellicht hebben Huizinga en Bos ooit een cursus kinderen en rouw gevolgd, en daar gehoord dat het uiten van gevoelens heel belangrijk is tijdens een rouwproces. Wat ze helaas zijn vergeten is dat je de rouw moet laten komen zoals die zich aan dient. En in het geval van kinderen, de meeste mannen en een enkele vrouw komt die rouw er vaak niet in de vorm van woorden uit. En dat hoeft ook niet. De weduwnaar die iedere dag naar zijn werk gaat en in het weekend met een vriend flinke einden fietst doet het namelijk net zo goed als de weduwe die stopt met werken, wekelijks naar een therapeut gaat en met lotgenoten contact zoekt.
Iedereen die iemand door de dood heeft verloren, zal beamen dat het woord verwerken eigenlijk niet op zijn plaats is. Die vader, moeder, partner, broer, zus of kind of opa komt namelijk echt niet meer terug. En dat blijft pijn doen, ook later nog. Zowel kinderen als volwassenen kunnen daar niet iedere minuut van de dag mee bezig zijn, omdat je er anders aan onderdoor gaat. Om goed een rouwproces door te komen, is het van het grootste belang dat je een balans vindt tussen verwerken en herstellen. En kinderen doen goed voor hoe dat in zijn werk gaat: ze spelen overdag, en op sommige momenten komt de pijn er ineens uit. En dan is het fijn als ouders of omgeving er voor ze zijn.
Maar mevrouw Huizinga wil de kinderen niet laten spelen, ze wil vooral praten, dat is haar manier van verwerken. En door al dat gepraat en geknutsel gingen de kinderen krap een week na het geweld alles alweer herbeleven. Terwijl de traumatoloog bij de NOS toch zo duidelijk zei dat praten en herbeleven helemaal niet zo'n goed idee is, zo kort na een gewelddadige gebeurtenis.
Als er over rouwende kinderen gesproken wordt, dan lijkt het al gauw alsof ze het niet goed doen. Ze rouwen in stukjes, hoor ik telkens weer, of beseffen zo kort na een overlijden nog niet helemaal wat dood zijn betekent. Juist, maar daarin zijn ze dus absoluut niet anders dan volwassenen. Waarin ze wel verschillen: kinderen laten zien, door ook te spelen hoe het eigenlijk moet. Maar in onze praatcultuur vind je daar haast geen luisterend oor voor. Volwassenen als mevrouw Huizinga en meneer Bos willen er in ieder geval niet aan.
Ik geloof oprecht in de goede bedoelingen van beide mensen. Maar zachte heelmeesters kunnen ook nu nog stinkende wonden veroorzaken. Rest mijn niets dan een waarschuwing te geven aan alle kinderen van Apeldoorn, en hun ouders: laat je niets aanpraten!
Daan Westerink, 12 mei 2009
Ik schrik, en vraag me ineens hardop af of ik de achterdeur wel op slot heb gedaan, en de schuur, hoe zit het daarmee? De oppas biedt aan te kijken. En dan word ik van achteren aangereden door een winkelwagentje. Een oude mevrouw, ruim over de tachtig, heeft het op mijn kuiten gemund. Mevrouw, zeg ik, mijn benen. O, zegt ze. Om vervolgens geen milimeter naar achteren te gaan.
Mijn oppas zegt dat ze naar ons huis gaat lopen, ik zeg dat ik op de fiets spring en haar thuis zie. Terwijl ik afscheid neem begint de oude vrouw te schelden. Dan krijg ik door dat ze het tegen mij heeft. 'Het is zo ascociaal om te bellen in de supermarkt bij de kassa, dat kunt u ook op tv zien'. O, bedoelt deze mevrouw, die me eerst aanreed met haar kar, dat ik nu asociaal bezig ben, zoals in de Sire-campagne? Maar ik sta niet te bellen bij de kassa, en ik werd gebeld door een oppas die in paniek is. 'Mevrouw', zeg ik rustig 'soms is een telefoontje dringend, en trouwens, wie is er hier nou asociaal?
Ik race naar huis. In de achterdeur van mijn buurman zit een gat met een doorsnee van een meter. De meisjes die inbraken hadden rubberen handschoenen aan. Ze zijn gesignaleerd in de buurt, drie mensen hebben doorgegeven dat het gaat om meisjes van nog geen 16 jaar oud, die heel rustig door de wijk lopen. De agenten zijn er in middels ook, en de glaszetter maakt het gat dicht. 'Goed dat jullie zo'n onderlinge sociale controle hebben', zegt de agent, die doelt op ons speciale woonproject, waardoor bewoners meer dan in andere wijken met elkaar contact hebben, en bij een vreemd geluid niet weg, maar omkijken. 'Het kan niet anders, of die meiden worden gepakt, en volgens mij is er niets uit de woning weggenomen, doordat ze betrapt werden'.
Ze vertrekken weer, en ik ga met mijn oppas op een bankje zitten, aan onze vijver. En we verbazen ons over twee meisjes van nog geen 16 die al professioneel op het slechte pad zijn, maar ook over de oude vrouw die door de Sire- campagne 'onbewust a-sociaal' denkt dat ze bellende vrouwen in de supermarkt omver mag rijden met haar kar om ze vervolgens ook nog uit te schelden. Ik weet niet wat erger is.









