
Over de hypocrisie van de VK-redactie.
redactie vk-blog, volkskrantblog
Blogger E.T. is blijkbaar geschorst omdat een aantal lezers aanstoot heeft genomen aan de titel van een van zijn blogs. “Een wijf wat ik graag zou verkrachten” heette het. Nou weet ik alles alleen uit roddels, met alle risico’s van dien. Maar stel dat het verhaal waar is, dat sommige bloggers een klacht hebben ingediend over de titel en de eventuele wens om een Arabische vrouw te verkrachten in het blog zelf. Als dit waar is, is dit een bewijs van de heersende hypocrisie bij deze bloggers, bij de redactie en in het Westen in het algemeen.
Waarom zeg ik dat? Neem bijvoorbeeld twee andere soorten blogs: blogs die de inval in Irak verdedigen en blogs die de Israëlische acties in de bezette gebieden en de laatste aanval op Gaza goedkeuren. Dit zijn veel ergere verklaringen dan de wens uiten een vrouw te willen verkrachten.
De inval in Irak is een klassiek voorbeeld van roofoorlog, slechts uitgevoerd voor geld en macht. Welnu, volgens sommige bronnen is er inmiddels meer dan een miljoen Irakezen gestorven als gevolg van de invasie en het land is een puinhoop met miljoenen vluchtelingen, hongersnood, epidemieën, de dokters en de intelligentsia emigreren etc. Om niet te spreken van de minderjarigen die verkracht worden door de Amerikaanse, Britse en andere Westerse soldaten, ontvoeringen, martelingen, verdwijningen etc. Irak is een hel.
Gaza en de andere Israëlische daden zijn vergelijkbaar met Irak. Niet voor niets heeft John Holmes, Under-Secretary-General for Humanitarian Affairs and Emergency Relief Coordinator, Gaza een openlucht gevangenis genoemd en Richard Falk heeft Israëls handelingen als genocide beschreven en vergeleken met de Holocaust. Falk is professor Internationaal Recht, gerespecteerde jurist en auteur van 20 boeken en vele artikelen, en United Nations High Commissioner for Human Rights (OHCHR) Inquiry Commission for the Palestinian territories. Bovendien Joods.
Dus waar zit de hypocrisie in? In de dubbele standaard tijdens het censureren van blogs. Om te zeggen dat je de inval in Irak steunt of de Israëlische acties, is een steun aan een misdaad, die net zo groot is als het zeggen dat je een vrouw zou willen verkrachten. Misschien zelfs groter, want genocide wordt als een grotere misdaad gezien dan verkrachting. Als de redactie E.T. schorst, moet de redactie ook de andere bloggers schorsen, die de andere misdaden steunen.
Maar de redactie doet dat niet. Blijkbaar mag je in het Westen liegen dat je democratie, vrijheid, welzijn en welvaart in een land zal brengen met de intentie om het tegenovergestelde te bereiken, massa’s mensen uitroeien, hen beroven en in semislavernij drijven. Blijkbaar mag je in het Westen liegen dat Israël zich verdedigt, terwijl je heel goed weet dat Israël bezig is met genocide om zoveel mogelijk land te roven. Zolang je liegt en je de misdaad anders noemt, is alles oké. Maar zodra je toegeeft dat je een misdaad van een andere orde goedkeurt, komt een meute fatsoenridders in opstand en je wordt monddood gemaakt. Genocide, slavernij, roof en verkrachting mag, zolang je liegt, maar slechts verkrachting is niet geoorloofd als je eerlijk bent. Dit is het Westen in een notendoop.
Daarom kan het kabinet vallen over tegenstrijdige carrièrebelangen van partijen, maar niet over de medeplichtigheid aan de invasie in Irak. En daarom zal Balkenende ook niet terecht staan. Misdaden in het voordeel van een heel land lopen met een sisser af.
En waarom vindt deze hypocrisie plaats? Deze hypocrisie is met opzet in leven gehouden. De Westerling, inclusief de redactie en E.T’s verontwaardigde lynchers, weten dat hun luxe het directe gevolg is van al deze misdaden die onder andere namen worden gepleegd. De Westerling weet heel goed dat hij zijn luxe niet te danken heeft aan zijn eigen genialiteit en hardwerken, zoals de officiële dogma predikt.
Om deze misdaden in leven te houden, dient er een mythe verdedigd te worden: de mythe dat er geen misdaad plaatsvindt en dat het Westen met goede bedoelingen handelt. Deze mythe kan men in leven houden als men bepaalde pretenties heeft, zoals de fatsoenpretenties en de pretentie van respectabel zijn tijdens het optreden tegen E.T. Dit is de salonetiquette van de misdaadverbergende mythe.
Door E.T. aan te pakken lanceert men het volgende boodschap: “Kijk, wij treden op tegen alle misdaden. Dus als we Irak binnen vallen of andere dingen doen, doen we dat met goede redenen. We doen dat niet als misdaad.”
Door te liegen dat deze misdaden geen misdaden zijn, maar bedoeld voor een goed doel, voor ’s werelds algemeen belang en voor het profijt van de slachtoffers zelf, ontstaan er onder andere de vier onderstaande voordelen:
Ten eerste krijgen de misdaders het voordeel van de twijfel, want de leugen werkt als afleidingsmanoeuvre voor de slachtoffers. Men probeert de woede van de slachtoffers zoveel mogelijk te ontwijken. Als men openlijk zou zeggen dat men Irak van olie wil beroven zouden er veel aanslagen in het Westen plaats vinden.
Want als iemand ons beschadigt in onwetendheid en ons overtuigt iets goed te doen, zijn we minder bereid om represailles uit te voeren. Als iemand op mijn hand stapt terwijl hij rent om een kind van de verdrinking te redden, zal ik verdragen en vergeven. Hetzelfde zou ik doen als mijn redder per ongeluk op mijn hand staat, terwijl hij mij van onder het puin van een ingestort huis redt.
Ik zal echter een heel andere reactie hebben als iemand op mijn hand stapt in andere gevallen. Bijvoorbeeld als hij gewoon geen rekening met mij houdt, dus mij als voorwerp beschouwt. Of als hij op mijn hand trapt om een onverdiend voordeel voor zichzelf te bewerkstelligen. Bijvoorbeeld als hij op mijn hand staat om mijn portemonnee te kunnen bemachtigen.
Dus we zijn meestal vergevinggezind als we weten dat de ander gedreven is door goede bedoelingen, ook als die in onwetendheid handelt. Onze represailles ontstaan pas als de ander gedreven wordt door kwade bedoelingen, of door nietsontziend eigenbelang. Daarom is het handig om de mythe van de goede bedoelingen in leven te houden en voortdurend onze gelogen welwillendheid te trompetteren. Dit voordeel van de twijfel behoedt ons voor de woede van onze slachtoffers. Anders zouden we veel meer 11 septembers hebben; aanslagen zoals in Madrid en Londen zouden dagelijkse routine zijn.
Ten tweede trapt een deel van de slachtoffers in onze leugens. Een deel van de Irakezen zal geloven dat we hen welvaart en vrijheid brengen. Misleid wachten ze hoopvol op de toekomst, terwijl we hun land steeds meer in onze wurggreep krijgen. Zij zullen verdeeld zijn, want het deel dat ons gelooft, zal collaboreren en tegen het andere deel meevechten. En als ze later wakker worden en ons hun land kunnen uitschoppen, dan hebben we voor een tijd tóch kunnen roven. Dat hebben we altijd gedaan.
Ten derde werkt het als rekruteringsmiddel voor goedgelovige andere Westerlingen en als indoctrinatie voor kinderen. Sommige minder begaafde Westerlingen zullen de leugen zelf geloven en te goeder trouw aan de misdaad meedoen.
Ten vierde kan de leugen ook als zelfbedrog werken. We plegen liever geen misdaden, om allerlei redenen. Maar als we misdaden plegen, kunnen we een psychologisch mechanisme van zelfbedrog in leven roepen. We verdringen de echte reden van de invasie en we geloven bewust in goede bedoelingen.
Dit zelfbedrog vervult een aantal functies: (1) Het bedriegen van de slachtoffers is makkelijker als je zelf in je eigen leugen gelooft. Je komt er zodanig overtuigender over. We geloven dus onze eigen leugen om beter te kunnen liegen. (2) Voor alle gevechten hebben we een motivatie nodig. Als we overtuigd zijn dat we het goede doen, zullen we harder vechten dan als we weten dat we een misdaad plegen. Het is dus zelfbedrog als oppepmiddel.
Ondanks het feit dat er goedgelovige Westerlingen bestaan en ondanks het feit dat er het zelfbedrogmechanisme in werking treedt, is het hoogst onwaarschijnlijk dat er Westerlingen bestaan die volledig onwetend zijn. De zelfbedriegende Westerling heeft nog steeds contact met de verdrongen informatie. Dat geldt ook voor de geïndoctrineerden. In de moderne informatiemaatschappij is het onmogelijk om volledig onwetend door het leven te gaan. Dus niemand heeft een excuus.
Het hierboven geschrevene verklaart het best waarom E.T. is geschorst voor een blog over verkrachting, terwijl andere blogs, die genocide, roof, moord en andere misdaden verheerlijken onopgemerkt blijven voor de redactie en fatsoen berijdende bloggers. Het is het mechanisme voor het in leven houden van luxe producerende misdaden.
Het is dus hoogtijd voor consistentie in het optreden van de redactie. De blogs die andere misdaden verheerlijken moeten gecensureerd worden, of E.T. moet zijn gif zo snel mogelijk opnieuw kunnen spugen.
Geredigeerd door Pascale Esveld
Slecht nieuws: oorlog is illegaal
rapport davids, oorlog, internationaal recht, irak
In tegenstelling met wat onnozele bloggers beweren, is oorlog in internationaal recht verboden. Net zo verboden als moord in Nederland. Hieronder zal ik dat uitleggen, met uitgebreide citaten uit het Davidsrapport, want ze hebben een hele goede samenvatting gemaakt. Daarna zal ik ook uitleggen waarom de oorlog in Irak illegaal is.
Internationaal recht is over oorlog heel kort en duidelijk:
"In 1945 beoogden de oprichters van de Verenigde Naties een stelsel van collectieve veiligheid in het leven te roepen. Hoekstenen zijn de plicht tot vreedzame geschillenbeslechting en het geweldverbod in de internationale betrekkingen. Het verbod tot het voeren van een agressieve oorlog wordt vrij algemeen gezien als een dwingende norm van algemeen volkenrecht.
Het Handvest van de Verenigde Naties kent twee uitzonderingen op het geweldverbod. Zo heeft onder artikel 51 een staat die het slachtoffer is van een gewapende aanval — het 'inherente recht' tot zelfverdediging — op eigen kracht of in collectief verband. Wel moet de aangevallen staat de gewapende aanval onmiddellijk aan de Veiligheidsraad melden en zijn zelfverdedigingsactie eventueel staken zodra de Veiligheidsraad zelf collectieve maatregelen neemt tot herstel van de vrede en veiligheid. Dit recht tot gewapende zelfverdediging strekt zich onder bepaalde strikte voorwaarden uit tot anticipatoire (ook wel genoemd preëmptieve) zelfverdediging, wanneer een staat het doelwit is van een op handen zijnde gewapende aanval. Het moet dan ten minste wel evident zijn dat een gewapende aanval ieder moment kan plaatshebben en dat een gewapende, preëmptieve zelfverdedigingsactie ‘noodzakelijk en proportioneel is.' Bovendien moet de zelfverdedigingsactie worden uitgevoerd met inachtneming van het internationale humanitaire recht.
De tweede uitzondering op het geweldverbod is een besluit van de Veiligheidsraad, handelend onder het dwanghoofdstuk VII van het Handvest, dat militaire actie geboden is om de internationale vrede en veiligheid te handhaven of te herstellen. Ook regionale organisaties mogen geen gewapende actie ondernemen zonder toestemming van de Veiligheidsraad, zo bepaalt artikel 53, lid 1 van het Handvest."(1)
Wat bedoelt men met de bewering dat het geweldverbod “een dwingende norm van algemeen volkenrecht” is (ius cogens)? Volgens artikel 53 Verdragenverdrag is een ius cogens norm:
“een dwingende norm van algemeen volkenrecht, een norm die aanvaard en erkend is door de internationale gemeenschap van Staten in haar geheel als een norm, waarvan geen afwijking is toegestaan en die slechts kan worden gewijzigd door een latere norm van algemeen volkenrecht van dezelfde aard.”
Het aantal ius cogens is heel klein: het verbod op agressie, volkerenmoord, piraterij, slavernij en het verbod op foltering zijn ongeveer al deze normen. Maar ze zijn heilige normen:
“Regels van dwingend recht...nemen een bijzondere positie in omdat dwingend recht per definitie voor alle subjecten bindend zijn en er geen afwijking van is toegestaan. Latere regels die strijdig zijn met dwingend recht, zijn nietig…Ius cogens [is] in het positieve recht de meest duidelijke manifestatie van de juridische realiteit van de internationale gemeenschap”(2)
Met andere woorden is het geweldverbod het equivalent van één van de tien geboden van het internationaal recht of het equivalent van verbod op moord in nationaal recht.
Was de aanval op Irak legaal?
In dit geval was er geen sprake van zelfverdediging. Dus de enige vraag is of er toestemming bestond van de Veiligheidsraad.
De Veiligheidsraad dient machtigingen nadrukkelijk te geven, via een resolutie.(3) Deze resolutie moet aan bepaalde voorwaarden voldoen, voordat men kan zeggen dat is toegestaan. De resolutie moet het hoofdstuk VII en het artikel 39, van het Handvest noemen. Men moet bepaalde woorden in de resolutie gebruiken, zoals “alle noodzakelijke maatregelen” (all necessary means). Komen deze uitspraken niet in de resolutie voor, dan geeft de resolutie geen toestemming voor geweld. Punt uit.
De regering beweerde dat resolutie 1441 voldoende was voor militair ingrijpen. Echter in deze resolutie komen de bovenste woorden niet voor. Dus de resolutie gaf geen toestemming voor oorlog.
Is de afwezigheid van deze woorden voldoende om vast te stellen dat de resolutie geen toestemming gaf? Ja, maar we hebben meer argumenten. We kunnen bijvoorbeeld kijken naar wat de bedoeling was van de Veiligheidsraad, toen men de resolutie aannam.
Hoe weten we wat de bedoeling was van de Veiligheidsraad?
Ten eerste wordt de resolutie letterlijk geïnterpreteerd (objectief). Daarna kijken we naar drie dingen, de verschillende voorafgaande ontwerpen, de voorbesprekingen en de verklaringen van de raadsleden.
Interpretatie
“Een objectieve interpretatie van de tekst van resolutie 1441 in de context van het Irakdebat in het najaar van 2002 en in het licht van haar voorwerp en doel kan dan ook slechts tot de conclusie leiden dat deze geen machtiging aan individuele lidstaten gaf om zonder nadere besluitvorming van de Veiligheidsraad tot geweldgebruik over te gaan. Dit volgt ook mede uit het recht en de praktijk van de Veiligheidsraad...” – schrijft het Davidsrapport (4). Dus de tekst kon niet geïnterpreteerd worden als mandaat gevend.
Ontwerpen
Amerika, Groot Brittannië en Spanje hebben een eerste ontwerp ingediend, waarin de machtiging nadrukkelijk werd gegeven. Dit ontwerp is verworpen door een aantal permanente Veiligheidsraadleden, dat heeft gedreigd om deze resolutie met een veto tegen te stemmen. Dus als de resolutie geweld zou toestaan, zou deze bij voorbaat weggestemd zijn.
Voorbesprekingen (travaux préparatoires)
“[T]he travaux préparatoires leading to the adoption of Resolution 1441 which reveal that it was the clear understanding of parties to it that it did not automatically permit the use of force” Het was dus tijdens de voorbesprekingen voor iedereen duidelijk dat de resolutie niet bedoeld was om de oorlog een fiat te verlenen.
Verklaringen van de raadsleden
“Bovendien werd deze interpretatie bevestigd in de stemverklaringen van vrijwel alle leden van de Veiligheidsraad, inclusief de Verenigde Staten, die zij hebben afgelegd bij het aannemen van resolutie 1441 op 8 november 2002. Zo zei de Amerikaanse ambassadeur Negroponte dat 'this resolution contains no "hidden triggers" and no "automaticity" with respect to the use of force'...De Britse ambassadeur Greenstock zei hetzelfde, maar iets meer verpakt; 'There is no "automaticity" in this resolution. If there is a further Iraqi breach of its disarmament obligations, the matter will return to the Council for discussion as re
quired in paragraph.'… Ambassadeur Levitte verwelkomde namens Frankrijk dat 'all ambiguity' on this point and all elements of automaticity have disappeared from the resolution, en riep in herinnering dat 'all of France's diplomatic efforts in recent weeks were directed towards giving peace a chance'.
De Russische ambassadeur Lavrov benadrukte dat de paragrafen 4,11 en 12 een duidelijk schema voor actie door de Veiligheidsraad inhielden in geval van rapportage over een material breach. Hij stelde: '(...) the resolution just adopted contains no provisions for the automatic use of force', en: 'What is most important is that the resolution deflects the direct threat of war and that it opens the road towards further work in the interests of a political diplomatic settlement.' De Chinese ambassadeur stelde vast: 'The text no longer includes automaticity for authorisation of the use of force.'
Ook de niet-permanente leden namen soortgelijke standpunten in. De Ierse ambassadeur Ryan legde vast: 'We have noted carefully (...) the assurances given by the sponsors that their purpose in presenting this resolution was to achieve disarmament through inspection, and not to establish a basis for the use of military force.' Mexico verklaarde: '(...) this resolution also constitutes progress, as it eliminates the concept of automaticity in the use of force in response to a serious violation without the explicit agreement of the Council.' Ook Syrië had voor de resolutie gestemd, 'having received assurances (...) that it would not be used as a pretext for striking against Iraq and does not constitute a basis for any automatic strikes against Iraq (...). It reaffirms the central role of the Security Council in addressing all phases of the Iraqi issue.'” (4)
Dus de verklaringen van de afgevaardigen geven duidelijk aan dat de Veiligheidsraad geen intentie had om geweld toe te staan met resolutie 1441.
Conclusie resolutie 1441
Als de resolutie machtiging voor oorlog zou hebben, gegeven zou die tegengestemd zijn door de meerderheid van de Veiligheidsraad. Een aantal landen zou een veto hebben uitgesproken en daarmee zou de resolutie niet aangenomen worden. De voorbereidende gesprekken geven duidelijk aan dat men geen machtiging wilde geven. De verklaringen na de stemming zeggen met duidelijke woorden dat het niet hun bedoeling was om geweld toe te staan. Dus de Nederlandse regering weet veel beter dan de Veiligheidsraad zelf wat de Veiligheidsraad dacht.
Geven de eerdere resoluties wel machtiging voor ingreep?
Nee. De enige resolutie, die geweld daadwerkelijk toestaat is resolutie 678, die voldoet aan alle hierboven genoemde voorwaarden. Deze resolutie werd aangenomen in 1990 en geeft de toestemming om Koeweit te bevreiden. Het wordt aangenomen dat geweldsresoluties een beperkte tijdsduur hebben. Anders zou iedereen over 100 jaar Irak kunnen aanvallen en zeggen: “Weet je nog, 100 jaar geleden was er een resolutie, die oorlog toestond?”
Christopher Weeramantry, ex-rechter van het internationaal gerechtshof, betwijfelt dat de resolutie nog geldig was na 13 jaar.(5) Daarna noemt hij nog een aantal speerpunten:
(1) Slechts de Veiligheidsraad is bevoegd om haar eigen resoluties te interpreteren, niet de landen uitzonderlijk. Dus de Nederlandse regering kletst uit haar nek.
(2) De geweldsresoluties geven geen blanco machtiging, maar zijn heel specifiek voor een bepaald doeleind bedoeld. De resolutie 678 was specifiek bedoeld om Irak uit Koeweit te verdrijven. Je kunt dus de machtiging voor geweld niet voor andere doeleinden gebruiken, zoals regimewisseling of het vernietigen van massavernietigingswapens.
(3) Een ongebreidelde machtiging tot geweldsgebruik, dat zich 13 jaar zou uitstrekken, is ondenkbaar voor de Veiligheidsraad in 1990.
(4) Paragraf 12 van resolutie 1441 beweerde duidelijk dat de Veiligheidsraad opnieuw zou vergaderen om te beslissen hoe verder, dus resolutie 678 was niet meer van toepassing.
(5) Sinds 1990 zijn er meerdere resoluties aangenomen, die resolutie 678 overtreffen. Dus resolutie 678 kon niet opnieuw in leven worden geroepen.
(6) Resolutie 1441 verving alle eerdere resoluties, dus ook 678.
(7) De bewoording "serious consequences" in resolutie 1441 is veel te vaag om geïnterpreteerd te worden als “geweld” en moet verder door de Veiligheidsraad gespecificeerd worden. Op dit punt schrijft ook de commissie Davids dat "serious consequences" veel vaker voorkomt in resoluties, maar dat men tot nu toe dat niet heeft geïnterpreteerd als een geweld mandaterende resolutie.
(8) Een fundamenteel principe van het VN-handvest verbiedt militair geweld. Om dit principe met voeten te treden is er heldere en ondubbelzinnige taal nodig. Dus de Nederlandse regering kon zich niet beroepen op dubbelzinnige betekenissen in resolutie 1441.
(9) “that the resort to war is so contrary to the central objectives and spirit of the UN Charter and so contrary to the normal methodology of UN operations, that an intention to invoke it in any given circumstances needs to be categorically stated rather than left to speculation, uncertainty, and doubtful inference;”
(10) “that the burden of proof that force has been authorized lies heavily on the party or parties seeking to use force and that such proof needs to be absolutely clear and unambiguous;”
Resolutie 678 was ook niet meer van toepassing omdat resolutie 687 officieel het beëindigen van de oorlog verklaarde. En Weeramantry noemt in totaal 36 punten, die korte metten maken met het argument geproduceerd door de Britse regering. Deze punten zijn ook van toepassing voor het Nederlandse argument.
Een ander argument was dat Irak in flagrante schending was van het staakt-het-vuren resolutie (687) en andere resoluties. Hieruit volgt niet dat militair geweld tegen Irak was toegestaan. Slechts de Veiligheidsraad kan beslissen welke maatregelen worden genomen tegen een schending van een resolutie. De individuele landen zijn niet gemachtigd om dit zelf te beslissen. Anders zou elk land willekeurig een ander land kunnen aanvallen, wat in strijd is met de regels van het internationaal recht, dat juist gericht is op het voorkomen van elk smoesje om een oorlog te beginnen.
In conclusie
Men komt hier op het blog teksten tegen zoals het onderstaande:
“Een resolutie is niet nodig om een oorlog te
beginnen.
Wel zorgt het voor volkenrechtelijke legitimiteit.
Een souvereine [sic] staat kan zelf een oorlog ingaan.
De legitimiteit is verkregen in het NL-se parlement.”
Deze bloggers geven geen enkel argument voor een dergelijke stelling. Noch hebben ze dit ergens gelezen, in een boek over internationaal recht of artikelen in een gezaghebbend juridisch tijdschrift, noch op school geleerd. Zelfs zonder enige kennis van internationaal recht kan men weten dat een dergelijke uitspraak een tegenspraak is. Want hoe kan een soevereine staat een andere soevereine staat militair aanvallen zonder de soevereiniteit van de aangevallen staat te schenden? Als dat mogelijk is, dan is het mogelijk de soevereiniteit van de aanvallende staat ook te begrenzen, door haar te verbieden om een oorlog te voeren. Ik kan niets anders dan concluderen dat deze bloggers uit hun duim zuigen. Zij fantaseren verhalen zoals kinderen die zeggen: “De regen houdt zich vast aan de wolken en als hij te moe wordt, laat hij los en het regent.”
Oorlog is in internationaal recht verboden en het is een heel serieuze schending. Zoals Sir Geoffrey Lawrence, de president van de Processen van Neurenberg, vertelde:
"To initiate a war of aggression, therefore, is not only an international crime; it is the supreme international crime differing only from other war crimes in that it contains within itself the accumulated evil of the whole."
En de schuldigen in deze processen zijn opgehangen.
Geredigeerd door Pascale Esveld
Noten:
(1) Davids, p.217
(2) Nollkaemper, P. A. (2007). Kern van het internationaal publiekrecht. Den Haag: Boom Juridische uitgevers Pag 185
(3) Nollkaemper, P. A. (2007). Kern van het internationaal publiekrecht. Den Haag: Boom Juridische uitgevers Pag 302
(4) Davids, p.241-242
(5) Christopher Weeramantry, Armageddon Or Brave New World?, (pp: 36-42)
(6) Christopher Weeramantry, Armageddon Or Brave New World?, (pp: 36-42)
Ruud en Peter zijn NIET voor deportatie.
volkskrantblog, allochtnen
Ik heb weleens de woorden “deportatie” en “gaskamers” in de naburigheid van andere woorden gebruikt, zoals Ruud Zweistra en Peter Louter. Ruud stelt de eis dat ik mijn excuus aanbied. Dus tijd voor een verheldering.
Laten we eerst kijken naar wat ik onder deportatie versta.
Volgens van Dale: “(gedwongen) uitzetting van ongewenste personen”. Het belangrijkste onderdeel van het concept deportatie is het gedwongen karakter ervan. Deportatie is volgens mij iemand gedwongen een land uitzetten.
Nu zouden niet alle gevallen van uitzetting door middel van dwang binnen mijn definitie vallen. Bijvoorbeeld als het Duitse leger zich per ongeluk op Nederlands territorium zou bevinden, zou het Nederlandse leger deze Duitsers gedwongen uit kunnen zetten. Men spreekt ook van deportatie in gevallen van mensen die wettelijk het land worden uitgezet, maar hierover spreek ik niet. Het aanpassen van wetten en het opzeggen van mensenrechtenverdragen om uitzetting mogelijk te maken van mensen, die reeds het recht hebben te verblijven, valt wel onder mijn definitie. Voor deze discussie zou ik de volgende werkdefinitie gebruiken:
Deportatie is elk vertrek van een persoon, die het recht heeft om in Nederland te verblijven, onder enige vorm van dwang.
En wat kunnen we als dwang zien? Dwang is niet alleen als iemand met een geweer op je hoofd je in een vrachtwagen laadt. Dwang is ook als je leven op verschillende manieren, misschien indirect, onmogelijk wordt gemaakt.
Nu we weten wat ik onder deportatie en dwang versta, laten we dan nu eens kijken of Ruud of Peter deportatie acceptabel zouden vinden.
Ruud heeft een site waar hij ons, onder andere, voorstelt hoe de maatschappij verbeterd zou moeten worden. Op verschillende plekken bepleit hij tot een reductie van de bevolking. Bijvoorbeeld hier, waar Ruud beargumenteert dat Nederland in bevolking moet krimpen om voorbereid te zijn op natuurrampen:
“Een derde punt is de omschakeling van immigratieland naar emigratieland...Daarnaast zou er eigenlijk nog iets anders moeten gebeuren. Het is hoogstwaarschijnlijk zo dat Nederland mensen kwijt moet, omdat het huidige Nederland voor zijn productenvoorziening al zeven maal zijn eigen oppervlakte in het buitenland nodig heeft - een getal dat op zijn minst tot twee moet worden teruggebracht. Dit kan nooit zonder een aanzienlijke afname van de bevolking, en hier geldt doodgewoon uit hoofde van eerlijkheid: last in, first out”
Hier op het blog komt deze gedachte in verschillende blogs en reacties naar voren:
“Nederland is vol. Zou de anderhalf miljoen die er de laatste dertig jaar van buiten bij is gekomen weer weg willen gaan?”
"Oh ja, en over die allochtonen: Ja, als Nederland vol zou blijken te zijn, beginnen we natuurlijk met de laatst binnengekomen. En als het musje sterk en slim genoeg is, gooit hij natuurlijk het koekoeksjong uit het nest, in plaats van dat hij het koekoeksjong de musjesjongen uit het nest laat gooien.
De natuur is hard, kinders, en als je beroep doet op de natuurlijke neigingen van de buitenstaander om zich het nest in te dringen, mag de binnenstaander beroep doen op diezelfde natuur om die buitenstaander plus nakomelingen er weer uit te werken.
En als Nederlanders emigreren omdat het hier te vol is, is het hier te vol.”
Stel je voor dat de inkrimping daadwerkelijk noodzakelijk is, heb ik Ruud verteld, zal men met het vertrek van de allochtonen nog steeds niet de inkrimping bereiken, die de consumptie van zeven maal haar eigen territorium tot slechts twee maal zal reduceren. Vooral omdat de allochtonen minder consumeren dan de Nederlanders, omdat zij armer zijn, heb ik verondersteld.
Ik heb Ruud gevraagd of het niet een eerlijkere manier was om het aantal kinderen per familie wettelijk te beperken, volgens het non-discriminatiebeginsel. Als men maximaal een kind toelaat, is de bevolking binnen twee generaties minder dan vier miljoen. Maximaal twee kinderen leidt ook tot een inkrimping. Deze oplossing keurde Ruud af omdat het oneerlijk was voor de Nederlanders:
“Als je voorstelt om alle Nederlanders te bepreken tot twee kinderen vanwege de overbevolking in Nederland, beperk je de rechten van Nederlanders ten gunste van immigranten.”
“Als je oproept tot beperking van de rechten van Nederlanders vanwege de komst van immigranten, en soortgelijke eerdere voorstellen en meningen, verhoog je in sterke mate de kans op een revolutie, en revoluties zijn onvoorspelbaar.”
Dus mijn alternatieve voorstel werd afgekeurd.
Ik heb Ruud verschillende malen gevraagd hoe hij deze inkrimping in bevolking wil realiseren, want ik heb verondersteld dat de immigranten met een Nederlandse nationaliteit, noch hun “koekoeksjongen”, Nederland vrijwillig zullen verlaten. Eerst heeft Ruud over “stimuli” gepraat, zoals:
“Stoppen van op allochtonen gerichte hulp (is sowieso racistisch), straffen van alle overlast, sluiten van radicale moskeeen, slopen van opzichtige moskeeen, verbod op hoofddoeken en andere religieuze uitingen in openbare instellingen, geen uitkeringen aan dubbele nationaliteiten (die kunnen ze ook in de andere nationaliteit halen), en bij extremere gevallen van overlast/criminaliteit e.d.: ontnemen van Nederlandse nationaliteit. En het stoppen van kinderbijslag boven het derde kind, in verband met de demografische agressie van de allochtonen.”
Ik betwijfelde dat deze stimuli enige allochtoon het land zal doen verlaten en bleef doorvragen, welke andere maatregelen hij zou invoeren bij het uitblijven van inkrimping. De vraag bleef onbeantwoord tot onder mijn laatste blog, toen Ruud met een nieuw voorstel kwam. Hier is onze discussie in het kort:
Ruud: “Voorstel: met terugwerkende kracht worden alle naturalisaties vanaf 1960 ongedaan gemaakt. Tot er 12 miljoen bereikt. Last in, first out.”
Mihai: “En als de mensen niet willen vertrekken?”
Ruud: “Niks aan de hand. Tot ze de overheid nodig hebben. Die werkt dan niet meer voor ze.”
Mihai: “Zoals?
Als hun huis in de fik staat, komt er geen brandweer?
Als hun huis in de fik wordt gestoken, komt er geen politie?
In het ziekenhuis worden ze niet geholpen?
Wordt het verboden dat ze in dienst worden genomen?
Als ze op vakantie gaan, mogen ze Nederland niet meer binnen?Worden hun kinderen op school geweigerd?
Wat moet ik me daarbij voorstellen?”
Ruud: “Allemaal mogelijk. Het hangt er maar vanaf hoe dicht we bij de 12 miljoen zitten. Maar denk je dat deze discussie iets oplevert?”
Wat ik hierin lees, is een weigering om concrete uitspraken te doen. Ik veronderstel dat de allochtonen en hun hier geboren kinderen niet zullen vertrekken. Het enige wat hen kan laten vertrekken, is een vorm van dwang.
Het ontnemen van de nationaliteit is dwang. De overheid kan altijd mensen zonder nationaliteit het land uitzetten. Bij terugkeer van vakantie kan iemand zonder nationaliteit de toegang tot Nederland ontzegd worden. Bedenk alle mogelijke situaties waar de overheid niet meer “werkt voor ze”. De overheid kan weigeren om enig contract tussen deze mensen en Nederlanders te bekrachtigen. De overheid kan wettelijk verbieden dat mensen zonder Nederlandse nationaliteit in dienst worden genomen. De overheid kan alle allochtonen ontslaan. Er zijn oneindig veel manieren om druk uit te oefenen om te vertrekken op mensen zonder Nederlandse nationaliteit
En al deze manieren zijn niets anders dan dwang. Het begint met het ontnemen van de nationaliteit onder dwang en vanaf dat moment hoeft men niets anders te doen dan systematisch de schroef op te voeren. Hoe je het wendt of keert, dit is dwang.
Zonder dwang zullen de allochtonen niet vertrekken, dus Ruud’s voorstel op zijn site zou daardoor slechts "wishful thinking" zijn. Slechts als men een bepaalde vorm van dwang daarbij bedenkt, kan men de inkrimping van de bevolking realiseren als men dat wil doen via vertrek van de allochtonen. Ruud’s argument wordt pas aannemelijk als men dwang veronderstelt. En gedwongen vertrek, hebben we hierboven gezien, is deportatie.
Ik vroeg Peter wat hij vond van Ruud’s uitspraak dat de alle buitenlanders het land moeten verlaten, om de bevolking te laten inkrimpen en dit was zijn antwoord:
“Daar ben ik het van harte mee eens.
Zijn pleidooi om de bevolking van Nederland te doen krimpen is
goed onderbouwd. In een noodscenario kan het last in, first oud
scenario, net als bij noodlijdende bedrijven.
Binnen de context van zijn verhaal kan ik niet zien wat daar fout
aan is.”
U zult begrijpen dat de kans dat ik mijn excuus zal aanbieden net zo groot is als de kans dat de allochtonen Nederland zonder dwang zullen verlaten.
Geredigeerd door Pascale Esveld
Hoe fair is laisser-faire?
bewijs het!, bewijslast, drogredenen, weblog, argumentatie
Arnold de Groot was zwemleraar en werkte met jonge meisjes. Door bepaalde gebeurtenissen kon de schooldirectie niet beslissen om Arnold te ontslaan of niet. Omdat er veel petities waren getekend pro- en contra, besloot de directie een debat te organiseren en de ouders te laten stemmen.
De redenen voor zijn ontslag waren van verschillende aard. Arnold kwam weleens te laat op zijn werk, had een afwijkende, eigenwijze lestechniek, was ooit vergeten om het gebouw op slot te doen en er werd veel gestolen. Dat soort dingen. Het pro-Arnold-kamp wilde hem hebben vooral voor zijn resultaten. Hij had al twee Olympische medailles en andere topzwemsters afgeleverd.
Op de dag van het debat was Klaas de verdediger van Arnold en Miriam zijn aanklaagster. De ouders luisterden naar het debat en aan het einde konden ze elektronisch stemmen door op één van drie knoppen te drukken: “Ontslaan”, “Niet-Ontslaan”, “Onbeslist”.
Tot verbazing van de jury drukte 100% van de ouders na de eerste ronde op “Onbeslist”. En daardoor moest er een tweede debatronde komen.
Miriam was vroeger verliefd op Arnold, maar Arnold koos voor een andere schone, Cinderella, die bovendien vijftien jaar jonger was dan Arnold en Miriam. Ook al was de liefdeswond ondertussen genezen, in de pauze tussen de twee debatrondes, kwam de herinnering weer stormachtig naar boven en Miriam werd verblind door jaloezie. In de tweede ronde riep ze totaal verzonnen: “Ik heb de indruk dat Arnold de meisjes onprofessioneel aanraakt.” Ik weet niet meer precies wat Miriam’s woorden waren, maar in ieder geval vertelde ze dat ze de indruk had dat Arnold ontucht pleegde met de meisjes. Klaas daarentegen riep: “Ik heb de tegenovergestelde indruk. Ik heb het idee dat Arnold de meisjes SLECHTS professioneel aanraakt.”
Na de tweede stemronde waren voldoende “Ontslaan”-stemmen om Arnold de laan uit te sturen. Een aantal ouders nam het zekere voor het onzekere. Het leven van hun kinderen was hun belangrijkste waarde en ze wilden hun kinderen beschermen tegen het mogelijk levenslange trauma als gevolg van misbruik. Zonder Miriam’s “Ik heb de indruk” zouden ze nog steeds “Onbeslist” hebben gestemd. Hun emoties hebben de perfecte balans echter doen verstoren en Arnold werd ontslagen.
Miriam bekende haar verzonnen “Ik heb de indruk” na tientallen jaren en bood Arnold haar excuus aan.
Het moraal van dit door mij volstrekt verzonnen verhaal is het volgende:
Gegeven twee tegenovergestelde onbewezen stellingen, die emoties oproepen bij het publiek, het publiek zal één van de twee stellingen overtuigender vinden, slechts aan de hand van de emoties. Daardoor wordt het publiek overtuigd door verkeerde redenen.
Wat we hierboven zien is dat Miriam roept “Ik heb de indruk dat X” en Klaas roept “Ik heb de indruk dat NIET X”. Beide stellingen zijn onbewezen. Geen van de twee deelnemers in het debat hebben hun stelling met verdere argumenten onderbouwd.
Voor een ideaal publiek, volstrekt rationeel, onbevooroordeeld en emotieloos, zouden de twee stellingen gelijke overtuigende kracht moeten hebben. De stellingen zijn gelijk aan elkaar en ze kunnen daardoor de balans van de beslissing op geen enkele manier verstoren.
Maar het ideale publiek bestaat niet. Men heeft altijd vooroordelen, belangen, emoties en andere irrationele eigenschappen, die de balans van het perfecte oordeel verstoren. In ons geval was de emotie doorslaggevend, maar het was een irrelevant element. Het publiek is niet overtuigd geraakt door een onderbouwing of op andere manier gestaafde feiten. De overtuigende kracht kwam dus niet uit Miriam’s argument, maar slechts uit de emotie van het publiek.
Waarom dit blog?
Sommige bloggers roepen dat Mihai een dictator is die “zijn” systeem aan anderen wil opleggen. Zij vragen voor zichzelf meer vrijheid in argumentatie, meer laisser-faire. Ik ben bijvoorbeeld drie soorten vrijheidsverzoeken tegengekomen. Ze willen ruimte voor “ik heb de indruk”, of “eigen waarneming” en “speculatie”.
Ik zeg NIET dat er helemaal geen ruimte mag bestaan voor “indruk”, “waarneming” en “speculatie”, maar dat in bepaalde gevallen diegene die “bewijs het” roept, een sterkere eis heeft dan diegene die roept “ik mag in dit geval roepen dat ik de indruk heb”.
Dus wat ik zeg is het volgende. Stel je voor dat iemand in een debat zegt: “ik heb de indruk dat X het geval is”. Bedenk daarbij dat de ander roept: “Bewijs het”. Stel je dan voor dat het debat op dit punt vastloopt en dat jij als onpartijdige derde moet kiezen tussen de twee standpunten:
Standpunt 1: “Ik heb een recht (of vrijheid) om in alle argumenten te roepen dat ik de indruk heb dat X.”
Standpunt 2: “Ik heb een recht (of een claim) dat de tegenpartij of zijn stelling onderbouwt, of niet roept dat hij/zij de indruk heeft.”
Dus welke van de twee standpunten moet zegevieren in het geval van een onoplosbaar conflict?
Als we naar onze illustratieve analogie over Arnold kijken, zien we in welke gevallen “ik heb de indruk” geen claim kan maken op bestaan:
Tenminste in gevallen waarbij een stelling kan leiden tot het schenden van gerechtvaardigde belangen, moet “bewijs het” voorrang krijgen op laisser-faire.
Arnold heeft een gerechtvaardigd belang om slechts beoordeeld te worden op feiten, met onderbouwde argumenten. Klaas heeft een gerechtvaardigd belang dat de strijd (debat) met gelijke wapens wordt gevoerd.
Door “ik heb de indruk” toe te laten als argument, krijgt Miriam een onverdiend voordeel. Voor het debat was Miriam oprecht van mening dat Arnold ontslagen zou moeten worden. Dus zij heeft een gerechtvaardigd belang voor zijn ontslaan. Maar het middel dat zij gebruikt is ongerechtvaardigd. “Ik heb de indruk” geeft haar een onverdiend voordeel in het debat. Zij heeft geen enkel overtuigend werk gedaan. Het is niet haar talent, of hard werken dat haar argument aannemelijk (overtuigend) maakt. Het is slechts willekeur, de toevalligheid van de emotie bij sommige ouders, hetgeen dat Miriam een voordeel oplevert. Dat is fout, omdat we overtuigd willen worden door onderbouwde argumenten, niet door willekeur en toevalligheid.
Stel nou dat Miriam roept: “Ik heb een recht op laisser-faire. Ik moet in mijn argument kunnen roepen dat ik de indruk heb dat Arnold de meisjes betast, zonder enige onderbouwing te brengen voor mijn argument.” En stel dat Klaas roept: “Nee, ik heb het recht dat Miriam haar stellingen onderbouwt, of anders dat ze die stellingen niet uitspreekt.” En stel dat ze er op geen enkele manier uit komen en het komt zover dat één van de twee debatdeelnemers gedwongen moet worden om te doen wat de andere vraagt? Zouden we Miriam mogen dwingen om haar stellingen te onderbouwen of anders te dwingen om deze stellingen niet te verwoorden? Of zouden we Klaas (en Arnold) mogen dwingen om te accepteren dat Miriam in het argument “ik heb de indruk” gebruikt, zonder verdere onderbouwing?
Mijn stelling is dat we eerder Miriam mogen dwingen dan Klaas (en Arnold). En daarmee wil ik aangeven dat Klaas en Arnold een soort recht hebben. Niet een “recht” in de dagelijkse betekenis, maar het idee dat zij bij een ideaal publiek of rechter een beter aanspraak maken op gelijk dan Miriam. Een recht is een argumentatieve troef. Als je een recht hebt, kan je de wereld veranderen zonder de instemming van anderen te vragen.
Het is belangrijk te weten dat Miriam’s vrijheid het algemeen belang beschadigt. Als zij vrij mag roepen “ik heb de indruk”, zonder een bewijsplicht, is het voor ons onmogelijk om onderscheid te maken tussen oprechte uitspraken en leugens. We hebben bijvoorbeeld hierboven gezien dat Miriam uit jaloezie handelde. Voor de buitenstaander is het echter onmogelijk om het te zien. Charlatans zullen hier een gat in de markt zien.
Als vrijheidvanmeningsuitingfundamentalist zou ik Miriam de vrijheid gunnen om altijd te roepen: “ik heb de indruk”, maar Miriam moet ook begrijpen dat haar vrijheid automatisch leidt tot mijn vrijheid om te roepen dat zij een charlatan en bedriegster is, zolang ze zichzelf de vrijheid gunt om zich te beroepen op “indruk”, “waarneming” en “speculatie”, zonder het argument verder te onderbouwen en zolang haar uitspraak de gerechtvaardigde belangen van derden kan schenden. Immers iedereen heeft gelijke vrijheid om ononderbouwde stellingen te poneren.
In conclusie:
Op het blog mag men zich beroepen op “indruk”, “waarneming” en “speculatie” in sommige gevallen. Maar zodra iemands, gerechtvaardigde belangen worden aangetast, of van derden, en die roept: “bewijs het”, heeft deze laatste een sterkere aanspraak op het inwilligen van zijn wens. Bij belangenconflict heeft “bewijs het” voorrang op laisser-faire.
Geredigeerd door Pascale Esveld
In januari al reageer ik op een blog van Peter en corrigeer een paar van zijn stellingen. Een citaat is zodanig afgekort dat Tariq Ramadan iets heel anders lijkt te zeggen dan in werkelijkheid: (26-01-2009 17:14). De punctuatie in het citaat is anders dan in de Engelse versie, wat tot een verschil in betekenis leidt: (26-01-2009 17:29). Daarna toon ik met verschillende citaten uit de oorspronkelijke tekst aan dat Ramadan iets totaal anders vertelt dan wat Peter in zijn blog beweert: (26-01-2009 19:42) De kritiek heeft enige effect, want Peter past zijn blog aan: (28-01-2009 15:02), alsnog onvoldoende om accuraat weer te geven wat Ramadan vertelt.
Na deze onjuistheden citeert Peter Ramadan opnieuw en voegt zelf een stukje tekst aan het citaat toe: “(islamisering)”. Daarmee verandert Peter de betekenis van het citaat. Het nieuwe citaat komt zo overeen met Peters terugkerende thema: de Islam roept om een “oorlog” om in onislamitische omgevingen er alles aan te “doen om zo’n islamitische omgeving te realiseren”. Dat geldt ook voor Ramadan: zijn “streven is echter voor moslims een uitzondering te maken of onze wetten te islamiseren.”
Ik controleer opnieuw Peter’s citaat en ontdek dat het citaat in de context een heel andere betekenis heeft dan Peter beweert. In werkelijkheid praat Ramadan daar over hoe de moslims zich moeten aanpassen in het Westen, niet hoe de moslims een oorlog moeten voeren om het Westen te islamiseren.
Peter verwijdert vervolgens mijn citaat, dat zijn onjuistheid aantoont, met de volgende reactie: “Ik ben je een beetje moe, je hebt een tijdelijke ban. Ik wil niet gedwongen zijn om voortdurend de onzin die je bij elkaar fietst te weerleggen.”
De ban en de verwijdering van mijn argumenten hebben me op het idee gebracht om een blog daarover te schrijven, zodat de lezers zelf kunnen beslissen of Peter juist of onjuist citeert.
Is dit slechts een incident of doet Peter dat vaker? Mijn ervaring suggereert dat Peter regelmatig onjuistheden vertelt. Hier een paar voorbeelden:
"Heeft hij [Ramadan] afstand genomen van de fatwa tegen Rushdie?"
Hier suggereert Peter dat hij als Ramadan kenner weet dat Ramadan de fatwa tegen Rushdie niet heeft veroordeeld. Dat Peter alles van Ramadan weet, suggereert hij regelmatig: “Ik heb er zelf lang over gedaan om hem te leren lezen….Maar zijn werk ken ik inmiddels door en door.”
Zelfs met deze deskundigheid blijkt dat Peter onwaarheden over Ramadan vertelt. Ramadan: "Above and beyond the fact that I immediately condemned the fatwa against Mr. Rushdie" Zie ook dit.
Een ander voorbeeld uit een discussie: “Tariq Ramadan (de islamadviseur van de gemeente Rotterdam) is ook een aanhanger van de 'het is de schuld van het Westen-theorie', daarom vindt hij dat we veel meer imigranten [sic] moeten opnemen.” Na aandringen heeft Peter een citaat geproduceerd om 23-09-2007 21:38. Dit citaat is alweer in strijd met Peter’s claim. Het Engelse citaat staat volledig hier.
Onder dit blog zegt Peter over Ramadan: “Het gedachtegoed van TR [Tariq Ramadan] behelst een voortzetting van dat van Al Banna in een nieuwe jas. Overheersing is het doel. Niet voor niets verklaart TR de absolute oorlog tegen het westers kapitalisme.”
Na aandringen heeft Peter de pagina genoemd waar Ramadan “de absolute oorlog tegen het westers kapitalisme” zou verklaren. Op de genoemde pagina staat echter niks daarover. Ik heb hier het hele hoofdstuk uit Ramadan’s boek geplaatst, dus elke lezer kan dat controleren.
In feite heb ik tot nu toe geen enkel citaat kunnen vinden, dat aannemelijk maakte wat Peter daarover vertelt.
De laatste tijd weigert Peter zijn stellingen aannemelijk te maken. Hij zegt: “Ik blog vanuit waarneming en die bepaalt mijn blik op de wereld.” Zijn waarnemingen hoeven niet onderbouwd te worden want: “Het idee dat iets niet waar is omdat er geen statistieken zijn is natuurlijk flauwekul… Als je geen statistieken hebt, wil dat nog niet zeggen dat je gek bent.”
En diegenen die om onderbouwing vragen zijn volgens Peter verblind door vijandigheid, ideologie, eigenbelang en schuldgevoelens: “Het probleem komt uit een andere hoek. Van mensen die uit vijandigheid iedere letter wegen en altijd wel iets vinden waar ze hun beoorvoordeelde [sic] kritiek aan op kunnen hangen.” In het kort: Peters waarneming is als argument voldoende en elke kritiek op hem is bevooroordeelde vijandigheid.
Anderen hebben Peter ook aangesproken op de onjuistheid in zijn teksten. Soms plaatst hij een kleine rectificatie: “In het blog waar ik naar verwees heb ik ten onrechte aangenomen dat de gewraakte subsidies van OXFAM/Novib geheim werden gehouden. Dat was niet geheel juist.” Maar in dezelfde adem, kwalificeert hij diegenen die hem op onjuistheid hebben aangewezen:
“De reacties onder mijn laatste blog over opiniebeïvloeding [sic] met subsidie van Oxfam/Novib, vormen in feite mooi studiemateriaal bij dit onderwerp. Het zichtbaar maken van een ‘beeldvormingsapparaat’ dat zich bedient van ‘neutrale’ dekmantelorganisaties, roept daar soms heftige reacties op. Als de ontmaskering zelf niet kan worden gecorrigeerd moeten de brenger van het slechte nieuws en de reageerders met een instemmende reactie het ontgelden.”
In zijn laatste blog heeft Peter besloten om een reactie te geven op de kritiek van de laatste tijd en richtte zich vooral op mijn blog, waar ik de onjuistheid in zijn “islamisering”-citaat heb blootgelegd. Laten we Peters verdediging (of aanval) analyseren:
Ten eerste valt hij mijn karakter op een paar plaatsen aan. “[Mihai Ticu die] inmiddels op het blog enige bekendheid heeft verworven als iemand die altijd gelijk heeft, althans nooit zal toegeven dat hij dat niet heeft.” Daarna wordt ik psychologisch geïnterpreteerd, met woorden zoals “opgewonden”, “obsessie” en “dwangmatigheid”:
“Een obsessieve gedachte ligt ten grondslag aan de dwangmatige behoefte om me als leugenaar te ontmaskeren in de hoop dat ik het net als genoemde Y mijn blog zal opdoeken. Mij moet het leven zuur worden gemaakt en u moet er van overtuigd worden dat ik niet geloofwaardig ben.”
Voor Peter is het ondenkbaar dat men enige kritiek op hem zou kunnen hebben, hij ziet daar een samenzwering achter: “Niet alleen Ticu, ook anderen passen dezelfde tactiek toe, waardoor ik het gevoel had dat er sprake was van een gezamenlijke aanpak. Dat bleek nog waar te zijn ook.”
Peter levert echter ook deze keer alweer geen bewijs voor het complot. Het feit dat ik lezers adviseer om Peters teksten te controleren en van hem te eisen dat hij zich aan de regels van aan fatsoenlijk debat houdt, is voor hem voldoende om aan te tonen dat hij achtervolgd wordt. Het feit dat ik het advies in het openbaar heb gebracht en niet via e-mail of telefoon, doet er voor hem niet toe; het is nog steeds een samenzwering. Zijn ander bewijs voor het complot is dat ik het verwoorde advies niet heb ontkend: “nb. de verbazende [sic] tekst van het door Ticu geschreven advies wordt door hem in de discussies geenzins [sic] ontkent.”
Na deze aanval op de persoon en de neiging zichzelf als slachtoffer van een samenzwering te beschouwen, moeten we ook zijn inhoudelijke argumenten bekijken:
“Het lezen van Tarig Ramadan’s teksten is niet simpel. Ik heb er zelf lang over gedaan om hem te leren lezen. Er staat zelden wat er staat en teksten moet je vaak lezen vanuit de betekenissen die weer elders in zijn boek te vinden zijn. Maar zijn werk ken ik inmiddels door en door. In een aantal blogs heb ik dat ook laten zien.”
Wat we hierboven lezen is het volgende. Het feit dat het citaat in de context NIET volgens Peters lezing geïnterpreteerd kan worden, is geen bewijs dat Ramadan bedoeld heeft wat het citaat zegt. Want in de tekst staat niet wat in de tekst staat. Je moet er veel tijd aan spenderen en eerst een ingewijde zijn voordat je kan begrijpen dat Ramadan iets kwaadaardigs bedoelt, zelfs als dat niet uit de tekst naar voren komt. Peter meent dat hij zijn deskundigheid heeft bewezen in de andere blogs die hij over Ramadan heeft geschreven:
“De islamisering van het Westen komt in andere blogs van mijn hand over Tariq Ramadan aan de orde. Zoals bijvoorbeeld het feit dat hij vind [sic] dat moslims de bestaande economische orde moeten veranderen waardoor de rente (riba) verdwijnt.”
Peter beweert dat de Nederlandse wetgeving wordt geïslamiseerd: “Moslims kunnen van het in Nederland geldend erfrecht afwijken door een testament te maken met afwijkende bepalingen.” Het is echter genoeg om de eerste de beste krant te openen om te zien dat de moslims geen afwijkende bepalingen in het erfrecht hebben veroorzaakt:
“Binnen het bestaande contract- en erfrecht kunnen moslims in Nederland bijvoorbeeld goed uit de voeten, zegt de Amsterdamse arabist en jurist Ruud Peters (66)... ‘Als een moslim wil dat zijn dochter de helft erft van wat zijn zoons krijgen, zoals de sharia voorschrijft, dan zal geen notaris daar moeilijk over doen.’ De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie bevestigt deze praktijk.” - Elsevier, 24 oktober 2009
Deskundigheid is echter pas een feit ná het brengen van duidelijke argumenten en bewijzen. Maar als men Peters blogs steekproefsgewijs controleert, zijn deze argumenten onjuist. Voor elk voorbeeld van onjuistheid beroept Peter zich op zijn andere blogs en citaten, die zouden bewijzen dat hij deskundig is. Hierboven beroept hij zich bijvoorbeeld op zijn bewezen “absolute oorlog tegen het westers kapitalisme.” Voor deze oorlog, hebben we echter eerder gezien, kan Peter ons ook geen bewijs aanleveren.
Daarna, zegt Peter, moet men niet lezen wat er in de tekst staat, maar het geheel vanuit een bredere context bekijken, die Peter als enige meent te kunnen zien.
Ik zou een analogie willen maken met Peters argument. Peter komt ons vertellen: “Jongens, kijk hier is een zwarte zwaan. Dit is het bewijs dat alle zwanen zwart zijn.” Maar diegene die de zwaan van dichterbij bekijkt, ziet dat hij geschilderd is, dat zich onder de verf nog steeds een witte zwaan bevindt. Dit gebeurt een paar keer. Als je Peter bekritiseert, reageert hij met: “Deze zwanen lijken wit te zijn, maar als je vanuit de hoogte kijkt, zie je dat ze allemaal zwart zijn; ik heb ze nu slechts zwart geschilderd om het jou gemakkelijker te maken dit waar te nemen. Dat kan je ook goed zien als je naar de zwarte zwanen kijkt, die ik je in het verleden heb laten zien. Bovendien lees ik wat vijandigheid in je reactie. Bepaalde waarheden mogen nu eenmaal niet worden gezegd, worden niet geaccepteerd en zijn verboden.” (Let Op: in deze alinea zijn geen echte citaten van Peter gebruikt, maar slechts een analogie van zijn argument).
Dus na een analyse van zijn verweer ontdekken we dat er niet veel in zit. Een aanval op de persoon, een samenzweringstheorie, een beroep doen op slachtofferschap, geen enkel inhoudelijk argument, slechts een onjuist voorbeeld van islamisering. Lees zelf zijn verweer en zoek goed naar een inhoudelijk argument.
Conclusie:
Iedere keer dat Peter één van zijn argumenten voor mij controleerbaar heeft gemaakt, bleek zijn informatie onjuist. Maar Peter maakt zijn argumenten de meeste keren oncontroleerbaar. Zijn argumenten berusten in dit geval op zijn eigen waarneming, op de door hemzelf opgeroepen deskundigheid, op zijn esoterische gift om iets anders in de teksten te ontrafelen dan wat de gewone lezer kan waarnemen. Dus controleer maar af en toe wat Peter zegt en zie voor jezelf. En vooral blijven vragen om bewijzen.
Geredigeerd door Pascale Esveld
Natuurlijke flauwekul
retoriek, sofisterij, drogredenen, argumentatie
Bekijk de onderstaande vijf uitspraken en raad eens welke
drogredenen hier voorkomen.
“Het idee dat iets niet waar is omdat er geen statistieken
zijn is natuurlijk flauwekul.”
“Het valt dus geenszins uit te sluiten dat de
beschuldigingen richting anderen te maken heeft met precies die
onderdrukte gevoelens waarvan anderen beschuldigd
worden.”
“Verder sluit het mechanisme van de epigenetica het
aanklikken of uitzetten van genen die van invloed zijn op het
gedrag volstrekt niet uit.”
“Ik zou meer onder de indruk zijn als je aantoont dat wat
ik stel als hypothese onmogelijk is. En dat is het niet.”
"Als je geen statistieken hebt, wil dat nog niet zeggen dat je gek bent."
Natuurlijke flauwekul
Bekijk de onderstaande vier uitspraken en raad eens aan welke drogreden dit is.
“Het idee dat iets niet waar is omdat er geen statistieken zijn is natuurlijk flauwekul.”
“Het valt dus geenszins uit te sluiten dat de beschuldigingen richting anderen te maken heeft met precies die onderdrukte gevoelens waarvan anderen beschuldigd worden.”
“Verder sluit het mechanisme van de epigenetica het aanklikken of uitzetten van genen die van invloed zijn op het gedrag volstrekt niet uit.”
“Ik zou meer onder de indruk zijn als je aantoont dat wat ik stel als hypothese onmogelijk is. En dat is het niet.”
Een paar dagen geleden plaatste
een reageerder een heel mooi voorbeeld van een reactie, waarvan
we met weinig middelen kunnen weten dat het een drogreden is of
een leugen. Hier komt het citaat:
"In de conflictpsychologie geldt de aanname dat als partijen niet meer met elkaar communiceren de tegenpartij uitsluitend nog wordt geïnterpreteerd vanuit het eigen referentiekader. Jij gaat eigenlijk nog een stapje verder. Zelfs feiten die geen enkele aanleiding geven tot misinterpretatie, weet je nog, uit hun verband gerukt een betekenis te geven die me in een kwaad daglicht moeten stellen."
Wat begrijp ik onder drogreden?
Laten we een debat vergelijken met het maken van twee kennisvehikels, met twee overtuiginsmotors en twee overtuigingstanks. Diegene met het verst rijdende vehikel heeft gelijk.
Een goed argument is een argument dat je eigen overtuigingsmotor brandstof geeft of suiker doet in de motor van de tegenstander. Een drogreden daarentegen is een uitspraak met één of meerdere van de volgende eigenschappen:
(1) Het geeft evenveel brandstof aan je argument als aan het argument van de tegenstander.
(2) Het morst suiker in de tank van de tegenstander maar ook in je eigen overtuigingstank.
(3) Het levert je geen brandstof, noch schenkt het suiker in de tank van de tegenstander.
Met andere woorden maakt een drogreden noch je argument aannemelijker dan dat van de tegenstander, noch maakt de drogreden het argument van je tegenstander minder aannemelijk dan jouw argument. Een drogreden is slechts bijvulling zonder overtuigingskracht.
Nu zal ik aantonen dat de bovenste uitspraak een drogreden is.
De tegenstander suggereert hier dat er een conflict bestaat tussen ons en dat ik hem slechts vanuit mijn eigen referentiekader interpreteer. Dus alles wat ik over hem beweer, heeft geen enkele waarde, want het is slechts het resultaat van mijn psychologische illusie, van mijn blindheid. Als deze uitspraak waar is, dan doet de tegenstander suiker in mijn argumentatietank. Hij zou daarmee mijn argumentatiemotor stilleggen. Tot nu toe 1-0 voor hem, als de bewering waar is.
Welnu, als het een conflict is, geldt zijn stelling ook voor zichzelf: hij interpreteert me slechts vanuit zijn eigen referentiekader. Sterker nog als hij psychologisch verblind is, kan hij op geen enkele manier zien of dat voor mij eveneens het geval is, dus dat ik ook psychologisch verblind ben. Misschien heeft hij een conflict met mij en denkt dat ik ook een conflict met hem heb. Dat wil zeggen dat in het beste geval zijn uitspraak slechts een projectie is. Dus hij doet evenveel suiker in zijn eigen argumentatietank als in de mijne, of zelfs meer in de zijne.
Tussenconclusie:
De bovenstaande uitspraak komt overeen met de tweede vorm van een drogreden: het doet tenminste evenveel suiker in beide brandstoftanks, de mijne en de zijne, of meer in de zijne. Dus tot nu toe is het 1-1 of 2-1 voor mij.
Wat begrijp ik onder leugen?
Een leugen is een bewering waarvan je weet dat je die niet aannemelijk kan maken. Ik kwam bijvoorbeeld een paar dagen geleden de volgende uitspraak tegen: “De Belgische rechtbank heeft geen enkele bevoegdheid van welk juridisch soort dan ook in het midden oosten. Het internationale hof overigens evenmin.” Omdat ik weet dat de persoon in kwestie geen enkel verstand heeft van internationaal recht, is het evident dat zijn uitspraak uit de duim is gezogen. Hij weet dat hij zijn uitspraak niet kan bewijzen, weet dat hij er helemaal niks van weet, maar desondanks verklaart hij iets als een onomstotelijke feit. Dus op dat moment weet ik dat die persoon liegt. Deze vorm van duimzuigerij komt regelmatig hier op het blog voor.
Laten we nu terugkeren naar onze uitspraak van hierboven. Mijn tegenstander weet heel zeker dat hij niet kan bewijzen dat ik hem slechts vanuit mijn eigen referentiekader interpreteer. Hij kan immers niet in mijn hoofd kijken, noch is hij een deskundige. En zelfs als hij een deskundige zou zijn, kan je als deskundige een psychologische uitspraak slechts doen na een grondig onderzoek en dat onderzoek heeft hij zeker niet gedaan. Dus hij zuigt uit zijn duim.
Hij weet ook dat hij op geen enkele manier kan bewijzen dat hij immuun is voor de psychologische blindheid die hij noemt; hij kan op geen enkele manier aantonen dat hij mij niet slechts vanuit zijn eigen interpretatiekader interpreteert. En dat weet hij heel goed. Dus hij beweert iets waarvan hij van tevoren weet dat hij niet aannemelijk kan maken.
Stel nou dat hij beweert dat het slechts een éénrichting conflict is: ik heb een conflict met hem maar hij niet met mij. Daardoor zou hij kunnen beweren dat hij in dit geval objectief is en dat slechts ik verblind ben. Maar hij weet zeker dat hij dit niet kan bewijzen. Want als het een conflict is tussen ons en hij verblind is, dan zou deze blindheid hem doen geloven dat het een eenrichtingsconflict is. Het conflict zou hem zodanig kunnen verblinden dat hij gelooft dat hij objectief is en ik verblind ben. Mijn tegenstander weet dat hij niet kan aantonen dat hij niet verblind is. Dus hij beweert iets waarvan hij van tevoren weet dat hij het niet aannemelijk kan maken.
Conclusie:
Aan de hand van de laatste drie alinea’s kunnen we concluderen dat mijn tegenstander beweringen doet, waarvan hij van tevoren weet dat hij die niet aannemelijk kan maken. Dit komt overeen met onze definitie van een leugen: iets vertellen waarvan je weet dat je het niet kan bewijzen. Hebben we daarmee 100% zekerheid dat hij liegt? Nee. Want het is ook mogelijk dat hij zo dom is dat hij zich niet realiseert wat een grote drogreden hij heeft verteld. We hebben hiermee gezien dat zijn uitspraak met zekerheid een drogreden is en hoogstwaarschijnlijk een leugen. QED.
Geredigeerd door Pascale Esveld.
Hoe maak ik een propagandablog?
argumentatie, retoriek, propaganda
Tip 1:
Associeer de moslims met fascisme.
Hiervoor kan je bijvoorbeeld een foto plaatsen waar een
Palestijnse Moefti een nazi-soldaat vriendelijk inspecteert,
zelfs als de foto geen verband heeft met je blog. Geloof me, dat
doen niet alleen bekende bloggers, maar ook specialisten van
goede huizen. Bijvoorbeeld de Israëlische minister Lieberman
beval zijn diplomaten om een oude foto van
deze Moefti te verspreiden, om de Westerse leiders in diskrediet
te brengen. Succes gegarandeerd.
Tip 2: Gebruik dubbelzinnige en vage taal.
Kijk bijvoorbeeld naar de titel van mijn blog. Of schrijf dat
blogster Johanna Nouri een “exemplarisch” geval is
van propaganda en gebruik woorden die suggereren dat zij willens
en wetens propaganda maakt: “Johanna Nouri reageerde
snel met een interpretatie waarin ze ernstig betwijfelde over
haar islamitisch geloof, het geloof van de vrede, een rol zou
hebben kunnen gespeeld in deze daad.” De woorden
“snel”, “interpretatie”, “ernstig
betwijfelde”, “het geloof van de vrede” zullen
je suggestie alleen maar versterken. En eindig met: “De
poging van Johanna om de islam van meet af aan vrij te pleiten,
is een poging tot beïnvloeding van opinies.” En zo
suggereer je dat ze bewust propaganda maakt, maar je stopt net
een stap voor een keiharde beschuldiging. Dus je bent lekker
veilig.
Een stukje verderop beweer je in het algemeen: “Het doel is
telkens om ons over te halen om een standpunt in te nemen dat
overeenkomt met de meestal eenzijdige en gekleurde
informatie.” Zodanig kan je suggereren dat Johanna
eenzijdige en gekleurde informatie wil verspreiden en je bent
beschermd tegen elk mogelijk verwijt, want je hebt dat nooit
keihard beweerd.
Tip 3: Ontkracht de tegenpartij met
“feiten”.
Weerleg Johanna bijvoorbeeld met “Hoewel formeel nog niets
vaststaat, zijn er inmiddels meer dan voldoende aanwijzingen dat
zijn daad een religieuze motivering had en dat de dader banden
had met islamisten.” Als je ietsje verderop CIDI (Centrum
Informatie en Documentatie Israël) benoemt, ontkracht dan geen
van hun beweringen met “feiten”. Zo manipuleer je de
lezer in het geloven dat je geen enkel voorbeeld kan vinden waar
CIDI de feiten heeft verdraaid.
Tip 4: Citeer deskundigen selectief.
Je zou bijvoorbeeld ervaringsdeskundige Joris Luyendijk kunnen
citeren over een “Palestijnse vrouw die, net voordat de
filmers en fotografen zouden komen, nog net even een kinderpop
half tussen het puin van een door Israël gebombardeerd huis
plaatste.”
Deze techniek heeft meervoudige nut.
Nut 1:
Iedere keer dat het publiek foto’s ziet van in bloed
gedompelde Palestijnse kinderen, zal men denken: Aha, dit hebben
ze snel voorbereid, voordat er een camera bij kwam. Bovendien kan
je in een klap alle beelden uit het verleden als propaganda
diskwalificeren.
Nut 2:
Je schept zo de indruk dat het vooral de moslims zijn die
propaganda maken. Want je citeert geen voorbeelden uit het boek,
die aantonen dat moslims een legitieme klacht zouden kunnen
hebben, noch een voorbeeld van Westerse/Israëlische
propaganda.
Tip 5: Gebruik alweer dubbelzinnige/suggestieve
taal.
Je kunt het CIDI als voorbeeld geven van een organisatie die
“in principe hetzelfde” doet. Daarmee kan men je
zeker niet beschuldigen dat je eenzijdig bent. Je schept daarmee
de indruk dat je een neutrale houding probeert in te nemen en dat
jij tenminste poogt om met “afstand” alles te
bekijken. Dus je werkt aan je ethos. Zie ook “Tip 7”.
Maar je moet heel snel je woorden relativeren en suggereren dat
het CIDI slechts onschuldig probeert de feiten recht te zetten:
“Ze tracht telkens de in haar ogen onjuiste beeldvorming
over Israël te corrigeren door het verstrekken van informatie die
het Israëlisch optreden moet rechtvaardigen.” Gebruik hier
dus GEEN woorden die suggereren dat het CIDI een bewuste
propaganda of desinformatiecampagne voert, zoals je dat hebt
gedaan bij Johanna. Suggereer slechts dat het subjectieve beeld
van het CIDI deze organisatie vrijpleit, want ze doet niets
anders dan “informatie verstrekken” in een poging om
“onjuiste beeldvorming te corrigeren.” Dus Johanna
probeert de feiten te verdraaien en het CIDI daarentegen probeert
de feiten recht te zetten. (Je wist niet dat taal zo machtig kon
zijn, zonder daadwerkelijk je stellingen keihard te uiten.)
Voor verdere instructies lees ook George Orwell’s "Politics and the English Language": “Thus
political language has to consist largely of euphemism,
question-begging and sheer cloudy vagueness.”
Tip 6: Als de feiten in je nadeel zijn, relativeer je
alles.
Stel je voor dat de feiten in je nadeel zijn. Israël trapt
bijvoorbeeld als een door rabiës gedreven olifant op een aantal
in een val gevangen muizen, breidt zijn territorium voortdurend
uit met scheidingsmuren, nederzettingen, onteigeningen van
Palestijnen, valt de smetteloze joodse rechter Goldstone en
mensenrechtenorganisaties met ad hominems aan etc. Het lijkt
alsof de chutzpah in overdrive is geraakt. Een dergelijk moment
is het moment om te verklaren dat alle waarheden gelijk zijn, om
onze kennisvermogen in twijfel te trekken.
Hoe doe je dat? Je schrijft bijvoorbeeld een blog over de
propaganda en roept dat alle partijen zich daaraan evenveel
schuldig maken. Met andere woorden kunnen we als gewone
stervelingen niet achter de echte feiten komen.
Schrijf bijvoorbeeld: “De interpretatie en uitleg over en
weer van de strijdende partijen is onderhevig aan ontzettend veel
ruis.”, “Alle beelden die een beroep doen op je
standpuntbepaling betrekken ons in die opinieoorlog. De
gemanipuleerde beelden maken van ons een verlengstuk van de
propaganda en trekken ons in een ideologisch kamp dat een
permanent filter kan worden voor de interpretatie van informatie.
Meningen worden feiten waarmee we elkaar om de oren slaan.”
Of zeg dat “journalisten ‘zijn natuurlijk net
mensen’, feilbaar en ontvankelijk voor
beeldvorming.”, “De strijd om ‘het beeld’
naar deze of gene zijde te schuiven en het ideologische kader
voor interpretatie op te eisen biedt ook een lachwekkend portret
van onszelf. Nuchterheid is nog al eens ver te zoeken.”,
“Iedere brenger van nieuws heeft een belang bij
beeldvorming.”, “De waarheid bestaat niet, dus kunnen
er geen standpunten over waarheid bestaan anders dan die de
politieke visie van de houder weerspiegelen.”, "Het is geen
kunst om allerlei citaten en aanwijzingen te vinden om een
standpunt te onderbouwen. De wereld is nu eenmaal vol van pro's
en contra's.", “Waarheid bestaat niet…Wat we voor
waarheid houden is niet meer dan een afspraak.”,
“Betrouwbaar nieuws is er niet… Ik geloof in de
situatie helemaal niets meer, tot er een onafhankelijk onderzoek
is geweest met een onafhankelijke verklaring.”
Dus als de feiten in je nadeel zijn, verklaar dan dat we de
feiten niet kunnen kennen, door propaganda, eigenbelang en andere
factoren, en ondertussen beweer je vooral allerlei dingen over
wat de feiten zijn, bijvoorbeeld dat er “inmiddels meer dan
voldoende aanwijzingen” bestaan om Johanna te weerleggen.
Niemand zal je inconsistentie merken.
Tip 7: Werk keihard aan je ethos
Ethos betekent in retoriek het publiek laten geloven dat je
betrouwbaar en deskundig bent. Je kunt bijvoorbeeld doen alsof je
het boetekleed aantrekt voor leugens waarop je een eerder blog
betrapt bent. Dit is ook een kans om de ontmaskering onopgemerkt
te relativeren.
Je kan een blog over propaganda schrijven waarin je beweert dat
we “doelwitten voor propagandistische beelden” van
alle partijen zijn en geeft een advies om een “gepaste
afstand te bewaren in het besef dat we een doelwit zijn.”
Daarmee manipuleer je je lezers in het denken dat jij je best
doet om afstand te nemen, dat je niet alleen de propaganda van de
tegenpartij afwijst, maar dat je ook de propaganda van je
vriendjes met een korreltje zout neemt.
Je schept zo de illusie van een toeschouwer, die zich terug heeft
getrokken, die het grote beeld op afstand kan bekijken en de
feiten vooralsnog objectiever dan anderen kan ontdekken en
beoordelen. Je manipuleert de lezers in het denken dat jij
zelfbewust bent geworden van je menselijke gebreken en dat je die
gebreken hebt overstegen. Je liegt daarmee dat je je best doet en
objectiever bent dan anderen.
Schrijf vooral aan het einde van je blog, dat alles wat je over
propaganda hebt gezegd ook voor jezelf geldt. Dat heeft ook het
voordeel dat je later kan roepen dat je je lezers hebt
gewaarschuwd voor je eigen leugens, die sowieso onbewust zijn,
slechts onschuldige beelddeformaties als gevolg van de menselijke
precaire conditie. Je bent immers ook maar een gebrekkige
mens.
Afsluiting:
Ik hoop de lezer, met deze zeven gouden tips, voldoende bagage te
geven voor een eigen eerste propagandablog. Schrijft u zoveel
mogelijk propagandablogs; oefening baart kunst. Gaat u gerust uw
propagandablogs schrijven, want de waarheid bestaat toch
niet.
Disclaimer:
Dit blog wordt medemogelijk gemaakt door de vereniging “mantelorganisaties” van Hamas, Internationale Socialisten en GroenLinks, die “giftige memes” in uw brein proberen te laten “infiltreren”, door Wilders en de islamcritici te “nazifiëren” en door een techniek te gebruiken met de naam “vervangingstheorie”, een “propagandatechniek” die “een beroep [doet] op ons onderbewuste om met migranten goed te maken wat we aan joden tekort zouden hebben gedaan.”
Geredigeerd door Pascale Esveld
Stel je voor dat je ‘s avonds de TV aanzet en op alle netten kan je slechts een groen mannetje zien, dat de hele avond de volgende boodschap herhaalt: “Nederlanders, hier is een boodschap van een superieure cultuur. Jullie poldermodel is gebrekkig. Jullie moeten onze dictatuur nabootsen.”
Om te bewijzen dat zijn cultuur superieur is, wordt een aantal Nederlandse deskundigen naar Mars vervoerd. Hun technologie lijkt magie. Ze kunnen overal in het heelal reizen, zonder tijdverlies. Ze kunnen ongebreidelde luxe produceren, uit het niets. Hun wetenschap is zodanig ontwikkeld dat de Nederlandse wetenschappers niet eens de eerste pagina van hun basisschoolboek snappen. Men houdt er een enquête tussen de Marsmannetjes (en vrouwtjes) en iedereen roept dat men ontzettend gelukkig is in hun maatschappij en niets dient er aan veranderd te worden. En alle beslissingen worden genomen door een dictator, die door niemand wordt tegengesproken. Of toch wel. Maar de weinige andersdenkenden worden meteen gerecycleerd in één of ander nuttig voorwerp. Zij beweren dat dit een superieure ethiek is. De ideale cultuur dus.
Er is echter een klein probleempje; de Marsmannetjes willen hun cultuur in Nederland invoeren, desnoods met geweld. Hoe zouden de Nederlanders reageren?
Laten we veronderstellen dat een deel van de Nederlanders zich daartegen zal verzetten, misschien de meerderheid. Een minderheid daarentegen is er voor. En dit is het enige dilemma voor de Marsmannetjes: mogen zij “interveniëren”? Wat als zij denken dat het Nederlandse verzet slechts tijdelijk zal zijn, omdat de Nederlanders nog niet in staat zijn te begrijpen dat de cultuur op Mars superieur is? Na een paar generaties gedwongen nieuwe cultuur zullen “ze” er niet meer vanaf willen, denken de Marsmannetjes.
En de vragen voor de Nederlanders zijn: mag de meerderheid zijn wil opleggen aan de “dissenters”, diegenen die voor een andere cultuur kiezen? En als het antwoord “ja” is, met welke middelen en hoever mag deze onderdrukking gaan? Mocht dit ongevraagd “Marsalplan” slechts slagen met de hulp van de “dissenters”, is de meerderheid dan gerechtvaardigd om de minderheid te doden? Mag de minderheid zich met geweld verzetten?
Het antwoord op deze vragen zal in het weekend komen. Inmiddels kunnen jullie gewoon ouderwets op zijn Nederlands daarover polderen.
Geredigeerd door Pascale Esveld
Het is mij opgevallen dat de Nederlanders reageren als aangeraakt door een gloeiend ijzer iedere keer dat ik hen tips geef hoe ze hun inferieure cultuur kunnen verbeteren. Ik zou hen in hun waarde laten, maar hun handelingen zijn schadelijk en levensgevaarlijk voor derden. Wat moet ik doen?
Ik kom soms briljante argumenten tegen, die ik gedwongen ben om aan mijn verzameling toe te voegen. Hier komt een voorbeeld:
“Mihai, de waarheid bestaat niet, dus kunnen er geen standpunten over waarheid bestaan anders dan die de politieke visie van de houder weerspiegelen. Pas op dat je standpunt niet ontaard in een stalinesk showproces op basis van vooruit uitgezochte premissen die niet deugen om dat de absolute geldigheid ervan hooguit slechts in jouw visie bestaat. Wie met jou wil argumenteren doet er goed aan je premissen aan de kaak te stellen.”
Een dergelijke uitspraak is interessant voor een viertal redenen.
Ten eerste gooit hij elke argumentatie het raam uit. Want als we argumenteren, kunnen we niets anders doen dan veronderstellen dat er een soort waarheid bestaat en dat wij als mensen, via redeneringen en wetenschappelijk onderzoek, een klein beetje van haar sluier kunnen oplichten. Zonder deze veronderstelling bestaat er geen debat, geen argumentatie, geen rationele discussie. De wetenschap wordt slechts opinie. En ook de rechtspraak wordt slechts een kwestie van wie de beste trucs uit kan halen. Het is niet zo dat iemand je geld heeft gestolen, maar slechts dat jij iemand acther de tralies wilt krijgen.
Ten tweede is het een universele uitspraak, een soort steen der wijzen, die je een machtig weerlegging geeft voor alle mogelijke argumenten. En als bewijs heb ik zijn eigen uitspraak een paar keer bij dezelfde blogger geplaatst, zonder zijn blog te lezen. Als antwoord op zijn bezwaren heb ik het blog gelezen en ik kon het antwoord altijd interpreteren als een antwoord op zijn blog. Het is ook wat ik een zelfmoordtorpedo noem.
Ten derde een dergelijke uitspraak leidt noodzakelijk tot Machiavellisme. Onze blogger heeft mijn volgende reactie verwijderd:
“Als de waarheid niet bestaat en alles wat we zeggen is niets anders dan onze politieke overtuiging, dan is alles toegestaan. Je mag liegen en bedriegen en alles wat in je macht staat om de lezers van iets te overtuigen. Want als de waarheid niet bestaat, is het irrelevant wat we zeggen en het enige wat belangrijk is, is de vraag hoe we anderen kunnen manipuleren om te doen wat wij willen. Dus alles is slechts machiavellisme.
Misschien vind je het niet prettig, maar het volgt direct uit je stelling. En als dat zo is, dan kan je het ook niet toegeven, want anders zou je je eigen stelling weerleggen. Als machiavellist kan je niets anders doen dan ontkennen; met alle mogelijke middelen, zoals verontwaardiging, ip-bans, klachten bij de redactie, slachtoffer spelen, mij psychologiseren, roepen dat mijn argumenten rammelen, een grapje daarover maken, roepen dat het off-topic is, mijn reactie verwijderen etc. En zelfs zou je het toegeven, dan is dat ook iets wat een slimme Machiavellist zou doen. Je ziet dus dat je een heel sterk argument hebt gelanceerd.”
Ten vierde, en gerelateerd aan Macchiavelisme, leidt deze uitspraak noodzakelijk tot een ethiek van het recht van de sterkste. Onze blogger meent te geloven dat de VS met goede bedoelingen naar Irak zijn gegaan. De VS hebben zelf ook deze claim gedaan. De overgrote meerderheid van de Irakezen gelooft echter dat de Amerikanen de olie willen roven.
Als er een waarheid niet bestaat en alles is slechts een politieke overtuiging, dan bestaat er ook geen enkele manier om te bepalen of het een “legitieme interventie” is, of een “illegale oorlog”. De Amerikaanse bewering is in dit geval gelijk aan de Irakeze overtuiging. Geen van de twee kan aanspraak maken op “de waarheid”, of tenminste op een klein beetje waarheid, meer dan de tegenovergestelde claim. We hebben slechts met twee politieke overtuigingen te maken.
In dit geval maakt het ook niet uit wat men doet en de Amerikanen kunnen hun wil met militair geweld aan de Irakezen opleggen. Als de Amerikanen beweren dat het een hoger doel dient en dat dit doel de middelen rechtvaardigt, dan maakt het helemaal niet uit dat de Irakezen een andere mening hebben. De enige die daarover beslist, is diegene met het grootste pistool. En hij beslist ook wie gelijk heeft.
Voor onze blogger zou een dergelijk gevolg geen ramp zijn, immers was hij voor de invasie/interventie. Zolang de Amerikanen aan de macht zijn, gaat hun en zijn wil door. Maar ik en de Irakezen hebben daarentegen vette pech. Het enige wat ons te doen staat, is stiekem de Iraniërs aan een atoombom te helpen en Amerika te helpen om economisch in elkaar te storten. Zodanig zullen we onze bovengenoemde blogger kunnen overtuigen dat de waarheid toch een heel klein beetje bestaat en dat wij als mensen, hoe precair onze kennisvermogen ook zou zijn, toch aan haar kunnen tasten.
En als het, met de Iraniërs aan de macht, met de wereld slecht afloopt, laten we realistisch zijn, de waarheid bestaat toch niet. Het is slechts onze politieke overtuiging.
Een Nederlandse vrouw, die zichzelf beschouwt als een goed voorbeeld van de Nederlandse cultuur, liet het volgende bericht op mijn weblog achter:
"Mihai: Ik ben drs. Socioloog. Met tietel en alles. Maar ik ben ook Antropoloog. Chigeue he .Ach sjsa. bent filosoof en waart je boven alles. Waarschijnlijk omdat je geen echte nederlander bent. En moeten we dus maar alles van je acceteperen. Het gekke is. Dat we dat dus niet accepteren. Mihai. Neem dat als een waarschuweing aan. Je hebt niet de rechten zoals jij denkt dat je die hebt.Die zouden met Wilders wel eens onderuid hheaald kunnen worden. Je kunt dan altijd nog bij mij onderduiken. Maar ik weet het niet meer zo goed."
De moderatie moet absoluut stoppen!
volkskrant, redactie vblog, moderatie, regels
Bepaalde figuren willen hun agenda op een slinkse wijze doordrukken.
Aan de ene kant hebben ze ontdekt dat ze leugens en drogredenen
kunnen verkopen onder het etiket “vrijheid van
meningsuiting”; als je een mening hebt hoef je immers niets
meer te bewijzen. Ze eisen zelfs het recht op dat hun opinie
hetzelfde gewicht krijgt tegenover enig wetenschappelijk bewezen
feit. En daar gaan ze heel ver in, want zodra je hun leugens
ontmaskert, halen ze de slachtofferrol uit de kast. Mocht je hun
leugens ontmaskeren ben je een nazi, die hen monddood wil maken.
Soms preken ze het geweld, om de maatschappij te bevrijden van
DEZE dictators.
Aan de andere kant proberen ze anderen met alle mogelijke
middelen monddood te maken. Als fatsoenridders schreeuwen ze dat
elke ontmaskering een aanslag is op hun integriteit. Hun leugen
een leugen noemen is een belediging. Met hun klaagzang bestormen
ze de redactie, en daarmee misbruiken ze alweer de
slachtofferrol. Hier hanteren ze het geweld van de
"waarschuwingsknop".
En wat ze nooit doen, is ingaan op argumenten.
De redactie zal nooit de middelen hebben om te modereren. Want ze
hebben geen tijd en personeel om al de leugens te controleren,
noch voldoende deskundigheid om de drogredenen te ontmaskeren. En
de redactie is ook gevoelig voor de emotionele chantage van de
bedriegers. Dus de valsspelers krijgen daardoor een onverdiende
voorsprong.
Wat mij betreft moet moderatie absoluut stoppen, want anders
nemen de charlatans de boel over.
Ze eisen zelfs het recht op dat hun opinie hetzelfde gewicht heeft tegenover een wetenschappelijk bewezen feit.
Bovendien leven Nederlanders met de indruk dat tolerantie een
soort deugd is, een vrijwillig extraatje, dat zij eenzijdig
kunnen geven of ontzeggen, afhankelijk van hun grillen. Als ze
tolerant zijn, zijn ze gul, vrijgevig en royaal. Hun begrip van
het woord tolerantie is een gevende hand in de richting van de
bedelaar: de allochtoon.
Tolerantie wordt niet gezien als een plicht of als enige andere
vorm van noodzakelijke dwang. Tolerantie kunnen zij op elk
willekeurig moment stoppen, zonder enige gevolgen, zonder enige
vorm van blaam, zonder opgave van reden. Hun ziel blijft na deze
onthouding onberispelijk blank. En om een voorbeeld te geven,
deze Nederlanders geloven dat het aan hen is om te beslissen of
een moslima een hoofddoek mag dragen of niet. De moslima zelf
hoeft voor deze permissie niet geraadpleegd te worden, een bode
met het verdict volstaat.
Aan de andere kant van het spectrum vinden we de ontvanger van de
gunst, de allochtoon. De allochtoon moet vooral dankbaar het
handje van de meester kussen en zich snel onzichtbaar maken, hij
dient terug naar zijn plicht te gaan, ergens een plee te poetsen
vinden. Hij moet vooral het verschil in status erkennen,
tolerantie opvatten als een vrijwillig extraatje waar hij geen
aanspraak op kan maken en weten dat de meester altijd gelijk
heeft.
Deze relatie tussen gever en bedelaar is asymmetrisch. De
allochtoon beschikt niet over een tolerantiedeugd, hij kan de
meester niets gunnen. Alles wat de meester heeft of doet, is
immers zijn onvervreemdbaar recht. Onze moslima zou alleen al bij
de gedachte een esthetisch oordeel over de gewaden van de
Nederlander te kunnen vellen in overtreding zijn.
Indien ik onduidelijk ben; bovenstaande beschrijving gaat niet
over werkelijkheid, maat slechts over een vertekend beeld dat
sommigen koesteren. Ik zal hieronder de echte betekenis van het
woord “tolerantie” uitrafelen.
Tolerantie is niet een gift, maar een grens.
Iedereen is vrij om alles te doen of te laten wat hij wil, met
zichzelf en instemmende volwassenen. Tolerantie betekent dat jij
daarover weinig te vertellen hebt en er geen dwang over mag
uitoefenen. Je mag wel een leefbare druk gebruiken, zoals een
milde, zachte poging om iemand van iets te overtuigen, met
argumenten en zonder te dreigen met represailles. Je mag
bijvoorbeeld een ander een rationeel argument geven om zijn
kapsel te veranderen, je mag zeggen dat zijn kapsel gewoon klote
is. Maar je kunt niet te lang blijven zeuren, nadat de andere een
grens heeft gesteld en gezegd “tot hier en niet
verder.” Als je doorgaat in je aandrang, heb je de grens
tussen tolerantie en intolerantie overschreden. Het verschil
tussen leefbare en onleefbare druk wordt beslist door diegene die
de druk ondergaat. Hij of zij stelt de grens. Tolerantie is dus
geen deugd, geen vrijwillige gunst aan een ander, maar een door
de ander, willekeurig besloten beperking van je vrijheid.
Dit verandert uiteraard allemaal als iemand met zijn doen of
laten de gerechtvaardigde belangen van anderen schendt.
Bijvoorbeeld als iemand een portemonnee steelt, kan hij of zij
niet meer de grens stellen van je druk. De maatschappij bepaalt
op dat moment hoe hard de druk wordt opgevoerd om de portemonnee
terug te geven. Ook deze druk is echter beperkt door
(mensen)rechten.
Het is waar dat in sommige gevallen moeilijk is te bepalen of
iemand de gerechtvaardigde belangen van anderen schendt. Een
bakker, die zijn brood tien cent goedkoper verkoopt, kan het
faillissement van een andere bakker veroorzaken, zijn zelfmoord
bewerkstellingen zodat er plotseling sprake is van een weduwe en
een getraumatiseerd bijstandskind dat in criminaliteit belandt.
We moeten dan een balans vinden van de vrijheden en kijken welke
oplossing het algemeen belang het best dient, zonder onszelf voor
te trekken.
Veel belangen zijn ongerechtvaardigd, bijvoorbeeld bedriegen, en
soms is het onduidelijk welke belangen gerechtvaardigd zijn.
Charlatans misbruiken deze onduidelijkheid en definiëren hun
gerechtvaardigde belangen (of het algemeen belang) zodanig dat
zij zichzelf onverdiende voordelen toekennen, of voor anderen
oneerlijke nadelen veroorzaken. Een voorbeeld van een charlatan
is iemand die een hoofddoek interpreteert als een schending van
zijn gerechtvaardigde belangen, met als smoesje dat de hoofddoek
een “statement” zou zijn dat moslims superieur
zijn.
Natuurlijk kan een moslima een gerechtvaardigd belang hebben om
zonder hoofddoek rond te huppelen en zij is de enige die het mag
beslissen.
Dus tolerantie betekent onvoorwaardelijke onthouding van
ondraaglijke druk op anderen, zolang hun handelingen geen
schadelijke gevolgen hebben voor de gerechtvaardigde belangen van
derden. Bemoei je dus met je eigen zaken.
De stroman of de gladiool
argumentatie, tariq ramadam, opinie-pagina
Op het legendarische slagveld tussen Tariq Ramadan en Henk Krol verschijnt regelmatig een stroman met negen levens. Carel Brendel, Amanda Kluveld en Max Pam verslaan hem onvermoeid. Het doel van dit stuk is tweeledig. Eerst wil ik de onjuistheid aantonen van de citaten over homos, afkomstig van de “Gay Krant tapes”. Deze citaten ondersteunen niet de stelling dat Ramadan met twee tongen zou spreken. Vervolgens wil ik aantonen dat de bovengenoemde opiniemakers een stroman aanvallen. Zij gaan er aan het feit voorbij dat de dubbele tong niet bewezen is en hammeren op de correcte vertaling van de bandjes.
Sex, Gays, and Muslimtape
Alles begint met een artikel in de Gay Krant. Henk Krol verricht een stukje onderzoeksjournalistiek en komt tot de conclusie dat Ramadan met twee tongen spreekt. Hij vertaalt een paar bandjes, waar Ramadan voor moslims spreekt en komt met de volgende twee citaten als bewijs van zijn “foute” boodschap voor moslims:
‘Een man is bedoeld voor een vrouw, en een vrouw voor een man.’
‘De boodschap van de islam is op dit punt heel helder: homoseksualiteit is niet toegestaan, is niet iets wat valt binnen de algemene opvatting over de mens. Homoseksualiteit is niet iets wat men in de islam kan toestaan.’ http://bit.ly/eIvKi
Henk Krol contrasteert deze twee citaten met wat Ramadan over homos schrijft in zijn op de westerse lezer gericht boek “Een Jihad van vertrouwen”, om de dubbele boodschap te bewijzen:
‘Natuurlijk worden er in samenlevingen waar moslims in de meerderheid zijn en door moslims die in het Westen wonen uitlatingen gedaan die homoseksualiteit veroordelen of ondubbelzinnig homofoob zijn. Het zou onjuist zijn dat te ontkennen. Niettemin zijn er verschillende benaderingen en het is belangrijk erop te wijzen dat onder moslims verschillende standpunten bestaan. Al jarenlang herhaal ik dat de islam homoseksualiteit niet aanmoedigt (en die principieel verwerpt omdat ze niet overeenkomt met het voor de mensen vastgestelde goddelijke plan). Dat verhindert me echter niet een duidelijk standpunt in te nemen: ook al ben ik het niet eens met de opvattingen en daden van homoseksuelen wat hun seksualiteit betreft, dat weerhoudt me er niet van te respecteren wat ze zijn. Dat mag ieder van ons trouwens van zijn medemensen verwachten: respect voor je persoon, ook al heb je een andere overtuiging of verschil je van mening over gedrag. Ook al maak ik een voorbehoud betreffende het homohuwelijk en adoptie door homoseksuele paren, toch aarzel ik niet homofobe uitlatingen en maatregelen waarvan homoseksuelen het slachtoffer kunnen worden te bestrijden en me aan hun zijde te scharen wanneer we gemene zaak kunnen maken.’ – Tariq Ramadan, Een Jihad van vertrouwen, pagina’s 23-24
Op het eerste gezicht zijn de uitspraken op het bandje in strijd met wat Ramadan in het boek schrijft. Daarmee zou Henk Krol hebben bewezen dat Ramadan met dubbele tong spreekt. Maar als we de hele context bekijken, zien we dat Henk Krol’s bewering absoluut onjuist is. Tussen haakjes <<>> staan Krol’s citaten:
‘Het is waar dat de islam in relatie tot de seksualiteit grenzen stelt. Ze stelt zeer duidelijke grenzen door te zeggen dat God een orde heeft gewild en dat deze orde is: <<de man voor de vrouw en de vrouw voor de man>> en dat wat men ons nu in de wereld voorstelt door te zeggen dat, aangezien het natuurlijk is en aangezien men het soms niet kiest, men moet accepteren als een element van de natuur, de man voor de man en de vrouw voor de vrouw, de dimensie van de homoseksualiteit. Maar <<de boodschap van de islam op dit punt is duidelijk: het is niet toegestaan en het is niet iets dat in de algemene opvatting van de mens treedt. Wat wil dat zeggen? Het verbod is duidelijk. Homoseksualiteit is niet iets dat men beschouwt als toegestaan in de islam.>> Maar wil dat zeggen dat men op een stoel moet blijven zitten terwijl men alle homoseksuelen behandelt als zieken, als gedegenereerden die.., want er zijn bepaalde mensen die zeer ver gaan. Nee. Tegenwoordig is er in alles wat men praktiseert, zelfs in zeer islamitische samenlevingen een verhouding tot de vraag van de seksualiteit die zo hypocriet is dat de omstandigheden mensen aanzet dingen te praktiseren die buiten de natuur vallen en in plaats van in de hypocrisie van de stilte te leven moet men misschien eerder de werkelijkheid onder ogen zien en zich voornemen degenen die deze homoseksualiteit praktiseren te begeleiden, niet als zieken maar in de zeer duidelijke betekenis van wat onze religie is, maar niet in de verwerping en ook niet in de totale veroordeling van het wezen. Men kan niet houden van de daad omdat God het ons verbiedt. Dat wil niet zeggen dat men de mensen verwerpt omdat ze het praktiseren maar eerder dat men hen begeleidt. Mijn discours is er niet een van het geven van een schuldgevoel en van verwerping. Ik heb te veel mensen gezien en soms ontvang ik brieven, heel vaak, van jonge moslims die me zeggen: kijk, ik praktiseer dat, wat moet ik nu doen? Ik zou graag nader tot God komen maar het is zo. Ik ben zo. Wat moet ik doen? Welnu, ze hebben om zich heen mensen gezien die omdat ze het principe van de islam hadden begrepen, de houding hadden van de definitieve verwerping. En dat is niet wat ons door onze religie wordt onderwezen. Begeleiden tot het eind van het mogelijke, alles doen wat binnen onze mogelijkheden ligt om een luisterend oor te zijn en aan de mensen voor te leggen wat ons de dimensie van een seksualiteit lijkt te zijn, van een juiste seksualiteit en een seksualiteit die in overeenstemming is met de Schepping.’ (Mijn vet) (Nr. 38 van de Questions Actuelles, gesproken tekst van Tariq Ramadan. De Nederlandse vertaling is gemaakt door Translingua t.t.i. B.V., in opdracht van de gemeente Rotterdam, april 2009)
Ramadan beargumenteert meestal volgens de onderstaande stappen:
(1) Hij geeft aan wat de Islam zegt in de teksten, zoals de Koran en de Soenna
(2) Daarna vertelt hij hoe andere Islamitische geleerden de teksten hebben geïnterpreteerd. Meestal wijst hij ons op het feit dat de geleerden verdeeld zijn over de interpretatie, dus dat men op meerdere manieren kan handelen.
(3) Vervolgens geeft Ramadan zijn eigen mening en die is altijd veel milder dan wat in de letterlijke interpretatie van de tekst staat.
(4) Hij wijst de moslims op het feit dat zij uiteindelijk zelf tot de juiste conclusie moeten komen en dat ze een bepaalde verantwoordelijkheid hebben om goed te zijn.
In dit stukje tekst zien we slechts de stappen (1) en (3). Maar wat we zien is dat Henk Krol slechts stap (1) citeert en dit weergeeft als Ramadan’s mening. Dit selectief citeren doet schade aan de betekenis van de woorden in hun context. In de context verschillen deze woorden absoluut niet van wat Ramadan in “Een Jihad van vertrouwen” vertelt. In beide teksten zegt hij dat de Islam homoseksualiteit ‘principieel verwerpt omdat ze niet overeenkomt met het voor de mensen vastgestelde goddelijke plan’. In beide teksten veroordeelt hij homofobie, maakt hij duidelijk dat hij een onderscheid ziet tussen de homoseksuele daad en de persoon zelf. Zelfs als je de daad verwerpt, moet je de persoon respecteren als persoon. Het gaat niet om ‘de verwerping en ook niet in de totale veroordeling van het wezen’ want ‘dat is niet wat ons door onze religie wordt onderwezen’. Uiteindelijk waar het op neer komt is een “begeleiding”, maar deze begeleiding betekent niet dat men de homo’s ‘behandelt als zieken, als gedegenereerden’. Nee, deze begeleiding is meer ‘doen wat binnen onze mogelijkheden ligt om een luisterend oor te zijn en aan de mensen voor te leggen wat ons de dimensie van een seksualiteit lijkt te zijn’. We kunnen daardoor de conclusie trekken dat de twee teksten in de boodschap bijna identiek zijn en dat de selectieve citaat van Henk Krol ons op de verkeerde been zet.
De stroman
Nu dat we gezien hebben dat de enige twee citaten afkomstig van de tapes niet bewijzen dat Ramadan met dubbele tong spreekt met betrekking tot de homoseksuelen, laten we kijken naar de stroman gebruikt door Carel Brendel, Amanda Kluveld en Max Pam. Zelfs Nausicaa Marbe schijnt hun lezing te onderschrijven. In een normale wereld zouden deze schrijvers toegeven dat de stelling van het argument, de dubbele boodschap, onbewezen is. Zij hammeren echter op de correctheid van de vertaling en zijn verontwaardigd dat Henk Krol voor leugenaar is uitgemaakt:
‘Grashoff haalde enkele maanden geleden nog hoofdredacteur Henk Krol van de Gay Krant door het slijk. In strijd met de waarheid beweerde Grashoff dat Krol de teksten van Ramadan uit hun verband had gerukt. Wie de wollige citaten van de islamoloog en de quotes van Krol naast elkaar legt, ontdekt dat de Gay Krant alles keurig had samengevat. Ramadan en zijn fanclub beroepen zich ten onrechte op deze witwasserij.’
‘Zo kon het gebeuren dat Henk Krol de hoofdredacteur van de Gay Krant, in de Rotterdamse gemeenteraad door GroenLinks, het CDA en de PvdA nog altijd wordt neergezet als een leugenaar. Dit terwijl al lang en breed is aangetoond, dat de door de Gay Krant gemaakte vertaling van Ramadans uitspraken over vrouwen en homo’s, inhoudelijk niet verschilt van de vertaling die het Rotterdams college liet maken.’
Amanda Kluveld zegt ongeveer hetzelfde op drie andere plekken:
‘Op grond van geluidsopnamen trok de Gay Krant de conclusie dat Ramadan voor een Westers publiek andere dingen placht te zeggen dan voor een islampubliek.’
‘Uit nieuwsgierigheid vroeg ik de twee vertalingen op: die van de Gay Krant en die van de door wethouder Grashoff ingehuurde beëdigde vertaler. Ik legde ze naast elkaar en vergeleek de teksten. Op wat kleine, onbeduidende details na, zag ik geen verschil. De vertaling van de Gay Krant is praktisch dezelfde als die van de beëdigd vertaler. Mijn conclusie: wethouder Grashoff liegt en de Rotterdamse partijen die hem in de gemeenteraad kritiekloos volgden, kun je alles wijsmaken. Ik vermoed dat die partijen hun oren dicht doen en niet willen horen wat zij horen en niet willen lezen wat zij lezen. Eigenlijk blijft alleen het argument over dat de Gay Krant de opmerkingen van Ramadan ‘uit zijn context’ heeft gehaald. Dat is een altijd beproefd, maar lafhartig argument.’
Nausicaa Marbe: ‘Zijn kritiek in een notendop: de wraakzuchtige Krol liegt.’
Conclusie:
Zelfs als alle door de Gay Krant gegeven citaten voor 100% goed vertaald zouden zijn, bewijzen de citaten over homo’s niet dat Ramadan met dubbele tong spreekt. De opiniemakers hameren echter op de correctheid van de citaten, dus zij vallen een stroman aan.
Noot:
Ik heb me beperkt tot de enige twee citaten over homo’s, afkomstig van de vertaalde geluidsbanden. Henk Krol geeft ook andere citaten over homo’s, afkomstig uit een niet bij naam genoemd boek en uit het boek van Caroline Fourest. Een ongenoemd boek kunnen we niet controleren en Fourest’s boek was juist Krol’s reden om zelf te onderzoeken, want Ramadan bestrijdt haar beweringen en zij heeft ook nooit de bewijzen geleverd. Daarnaast geeft Krol ook andere citaten over vrouwen, over een vermoedelijke toegeving van Ramadan dat hij met dubbele tong zou spreken. Maar hierover een andere keer, want die citaten blijken ook onjuist.
Bewerking: Pascale Esveld
Nausicaa Marbe heeft een column geschreven over Tariq Ramadan. Er zijn veel drogredenen in deze column, zoals vele petitio principii, maar wat het opvalt is vooral de stroman. Laten we naar een voorbeeld kijken.
Nausicaa Marbe meent Ramadan te kunnen beoordelen op een citaat, weergegeven zonder context in een column van Ian Buruma in NY-Times. Ramadan zou daar hebben gezegd: ‘Ik zal de wet eerbiedigen, maar niet als die me dwingt iets te doen dat tegen mijn geloof ingaat.’ Nausicaa Marbe reageert verontwaardigd: ‘De klimaatgevoelige denker Buruma denkt dan niet: Amice, wat is dat voor tunnelvisie die een particulier religieus belang boven het algemeen belang stelt? Wat is dat voor willekeur? Waarom zouden moslims anders moeten zijn dan gewone burgers? Geen enkele kritische vraag.’
Ten eerste lijkt de vertaling fout te zijn. Vergelijk het zelf:
Marbe’s vertaling: ‘Ik zal de wet eerbiedigen, maar niet als die me dwingt iets te doen dat tegen mijn geloof ingaat.’
De originele Engelse tekst: ‘I will abide by the laws, but only insofar as the laws don’t force me to do anything against my religion.’
De beste interpretatie van deze uitspraak is dat Ramadan de wetten zal respecteren, zolang de wetten hem niet dwingen om zich tegen de religie zelf te keren. Marbe’s interpretatie suggereert een heel andere stelling, namelijk dat Ramadan de wetten zal respecteren slechts zolang de wetten voor 100% overeenkomen met wat in de Koran staat. Dat betekent dat Marbe woorden in Ramadan’s mond legt. Conclusie: een stromandrogreden.
Stelt Ramadan hier het ‘religieus belang boven het algemeen belang’ zoals Marbe beweert? En zou Ramadan het ’anders’ doen dan ‘dan gewone burgers’? Dit is absoluut niet wat Ramadan in zijn citaat zegt.
Dat kunnen we ook zien door te kijken naar andere uitspraken. Hij zegt expliciet dat als er een conflict ontstaat tussen Islamitische warden en de wetten van een Westers land, wat volgens hem in heel zeldzame gevallen kan gebeuren, moeten de geleerden een fatwa geven, zodat de moslim met een schoon geweten kan handelen, volgens de wet:
'Third, if a clear conflict of terms of reference occurs, which is very rare, a specific study should be carried out by Muslim jurists to determine, by formulating a legal opinion (fatwa), the types of adaptation that may be possible and that might provide the Muslim with a satisfying solution, both as a practicing believer and as a resident and/or citizen. It is clear, from the preceding observations and in the light of the Islamic sources, that it is illegitimate for a Muslim living in the West to act against the law, or to commit acts of abuse, embezzlement, or fraud.' (Mijn vet) - Tariq Ramadan, Western Muslims and the Future of Islam, (pp: 95-96)
Daarna, hoeveel van ons zouden de wet blind volgen, zelfs als de wet tegen onze grootste waarden zou gebieden? Stel je bijvoorbeeld voor dat de wet mij zou gebieden om Nausicaa Marbe te vermoorden - slechts omdat ze Joods is - en haar bezittingen onderling te verdelen. Dat zou ik absoluut NIET doen, zelfs ten koste van mijn leven. Zou ik daarmee een bepaald belang ‘boven het algemeen belang’ plaatsen? Absoluut niet. Ik zou slechts doen wat mijn kernwaarden gebieden.
Vergelijk ook Ramadan’s uitspraak met de uitspraak van Paul Scholten, één van de grootste Nederlandse rechtsgeleerdeen en Eerste-Kamerlid: ‘Wat ik in goede consciëntie niet màg en niet kàn doen, zal ik ook niet doen ter wille der wet. Men zal God meer gehoorzamen dan de menschen.’ Er zijn dus altijd grenzen wat een wet kan gebieden.
Dus Nausicaa Marbe vecht alweer tegen een stropop, die ze zelf opbouwt en zelf verslaat.
Bewerking: Pascale Esveld
Hieronder zal ik aantonen dat PHM van de Kletersteeg een bedrieger en leugenaar is.
Ik heb PHM gevraagd “onder hoeveel namen heb je op de Volkskrant-site tot nu toe gereageerd?” Hij draait een aantal keer de vraag om, verklaart mij schizofreen en geeft zelfs dubbelzinnige antwoorden, zoals “een tegelijk”. Uiteindelijk geeft hij een direct antwoord: “Maar goed; ik gebruik maar een naam”. Hieronder zal ik juist het tegenovergestelde aantonen, dat de overeenkomsten tussen PHM en Anja Bos veel verder gaan dan toeval, dus dat PHM onder meerdere namen reageert.
In deze discussie beweert iemand dat “Anja Bos=Kletersteeg=John Doe=etc=etc.” De redactie bevestigt later dat Anja Bos een heleboel andere alteregos heeft. “Anja Bos is inderdaad dezelfde als alle bovengenoemde alterego's.”
Het bedrog
Laten we nu een aantal uitspraken van PHM vergelijken met Anja Bos en kijken in hoeverre ze op elkaar lijken:
Hier schrijft Anja Bos dat de Oost-Europeanen geloven dat in het Westen iedereen “mercedes rijdt en campari drinkt.” Hetzelfde schrijft P.H.M. hier.
Vergelijk deze discussie met deze discussie. Hier schrijft Anja Bos identieke dingen met PHM: dat Roemenen rijbewijzen voor 2000 euro verkopen, dat je 300 Roemenen nodig hebt om dezelfde hoeveelheid melk te produceren als een Nederlander, dat ik mijn diploma heb gekocht, dat de machines worden betaald door Brussel. Beiden schrijven dat “vakkennis zo goed als volledig afwezig” is in Roemenië.
Anja Bos: “Rome 92% van de straat criminaliteit roemeens”
PHM: “In Rome waren ze net voor de moord en verkrachting van die officiers vriouw voor 92% verantwoordelijk voor de straatcriminaliteit aldaar.”
PHM staat ook bekend als Klaas: "In Italie waren zo'n 2,5 millioen illegale Roemenen; zigeuners en balnken (dat zijn rassen) Zij waren verantwoordelijk voor 92% van de straatcriminaliteit in Rome en omgeving."
Anja Bos: “zie 1992 het gezegde ontsproot in hollywood: 'zo betrouwbaar als een roemeen"”
PHM: “van af 1992 zijn er twee gezegden in Hollywood… zo betrouwbaar als een roemeen”
Anja Bos: “Het cijfer waarin de scholing van de doorsnee burger wordt uitgedrukt is in nederland 77, iets hoger in zweden, in roemenie en turkije 44”
PHM: “de roemenen zijn de laagst geschoolden in europa. op een schaal van nul tot honderd: 44 Nederlanders(ondanks de immigranten) 77”
Anja Bos: “Toon me een gebouw in roemenie, dat goed is gebouwd naar NEDERLANDSE maatstaven, tussen 1990 en nu en ik eet mijn schoenen op.”
PHM: “Toon mij een huis of gebouw, wat zonder structurele fouten en vakkundig is gebouwd na 1990.”
Anja Bos: “Roemenen(doorsnee) willen niet leren, zijn arrogant denken dat ze alles weten, werken hebben ze nooit echt gedaan.”
PHM: “Roemenen zijn de meest arrogante bevolking in europa,en ook de laagst geschoolden.”
Anja Bos: “Het standaard tarief voor een civiele rechtzaak is 10% van de claim.(de prijs van de rechter)”
PHM: “In roemenie …voor een paar euro kan je een rechter kopen.”
Anja Bos: ‘"advocaat": je hoeft maar een paar boekjes te leren en je bent het; iedere boerenlul kan het worden via de weekend universiteit.’
PHM: “Een advocaat is iemand die de weg weet in een paar wetboekjes. Daarom zit iedere politieagent in de weekend niversiteit te leren voor adcaat;”
Anja Bos: “Een tentamen dat je niet kent, koop je voor weinig.”
PHM: “tentamen onvoldoende, 50 euro voor de docent en het is goed.”
Toevallig hebben ze dezelfde lay-out. Zowel PHM en Anja scheiden de ideeën in de tekst met: "---------------------------------------------"
Tot nu toe hebben we gezien dat de overeenkomsten tussen Anja Bos en PHM veel te groot zijn voor toeval. Sommige zinnen zijn bijna letterlijk identiek. Zelfs sommige reacties hebben een grote meerderheid gelijksoortige zinnen. Laten we nu naar PHM’s leugens kijken:
PHM: “Ik ben geen roemeen; ik lieg nooit.”
Leugen 1:
We hebben eerst gezien dat PHM beweert dat hij “maar een naam” gebruikt. Na de confrontatie met deze overeenkomsten, geeft hij het nog steeds niet toe: “Ik geef niks toe; ik laat het over aan het gezonde verstan van de lezer… Er is zelfs iemand die onder mijn naam geschreven heeft.”
Ik heb hem in een discussie gevraagd hoe het komt dat verschillende namen met zijn IP-nummer reageren. En PHM vertelt mij: “Een internet cafe heeft 20 computers, maar een enkel IP nr.”
Ik heb hem ook herinnerd dat hij in een andere discussie zelf had gezegd om onder verschillende namen te reageren. PHM:“nee hoor, heb ik nooit gezegd; maak jij, of een van je personelijkheden ervan.” En toch heb ik de link naar de betreffende discussie waar PHM zegt: "Daarnaast: moest me even aanpassen aan de ettelijke bannen die door huisvrouwen de "would be" geleerden en de multiculti's geniepig waren gegeven. Dus dan moet ik even met mijn IP en naam dansen..."
In het kort PHM zegt dat hij “maar een naam” gebruikt, nooit heeft toegegeven om meerdere namen te gebruiken en tegelijkertijd geeft toe om met namen te hebben “gedanst”.
Leugen 2:
Daarna reageert PHM onder de naam Klaas V en beweert dat ik mijn diploma heb gekocht: “Titel? was dat duur in Roemenie?”
En als Anja Bos gaat hij verder over mijn “schijnbaar gekochte titel”
Anja Bos: “Maar wat heb je nou voor die titel betaald
Mihai?
Vroeger -voor 1990-was een plastic tas met een geslachte kip al
heel wat....
tegenwoordig kom je voor een tentamen al heel ver met 100 euro,
voor een titel met 500”
PHM: “een charlatan is een roemeen die denkt dat ie verstand heeft met een gekocht diploma.”
PHM: “heb jij je diploma's nou wel of niet gekocht? Was het duur?”
PHM: “Vermoedelijk heeft Mihai zijn diplomaatje ook gekocht; kost niet veel, is ook weinig waard.”
PHM: “als ik de laatste bijdrage zie, vraag ik niet OF je een diploma hebt gekocht, maar voor hoeveel”
PHM:“Je verwart het kopen van een diploma met het
hebben van kennis en inzicht.
Moet wel frustrerend voor je zijn in nederland te wonen, waar
niemand een moer geeft om een gekocht diplomaatje. beter terug
naar Roemenie; daar ben je al interlectueel als je je eigen naam
kan spellen.”
PHM: “een charlatan is iemand die zich b.v. uitgeeft voor wetenschapper met een gekocht diploma, of iemand die denkt dat een roemeense opleiding hetzelfde is als een nederlandse.”
PHM: “Slap gelul op gekocht diplomaatje niveau.”
Wat we hier zien is dat PHM slechts één millimeter stopt voor een keiharde bewering dat ik mijn diploma zou hebben gekocht. Toch gaat de suggestie heel ver. Als Anja Bos zegt hij: “een schijnbaar gekochte titel”. Als PHM “Vermoedelijk heeft Mihai zijn diplomaatje ook gekocht;” Maar voor de lezer is dit uitermate bedrieglijk. En als ik PHM dat verwijt, reageert hij:
PHM:
“Kijk, dat heet nou taalgebruik......
geef het maar toe, ik ben fantastisch..
een suggestie is nog steeds geen leugen....”
In dit geval is de suggestie meer dan een leugen, want een dergelijke uitermate suggestieve taal, als aanval op persoon, als ad hominem, is slechts bedoeld om te bedriegen. En hij geeft toe om de taal te misbruiken om anderen van valsheden te overtuigen.
Conclusie
De overeenkomsten tussen PHM van de Kletersteeg en Anja Bos gaan veel verder dan toeval; in taal, ideeën, stijl, aanval op persoon en lay-out van de tekst. Hij bevestigt te “dansen” met meerdere IP-nummers en namen. Later, in een andere discussie, ontkent hij het, zelfs na confrontatie met de bewijzen en beweringen van de redactie. En zijn suggestie dat ik mijn diploma zou hebben gekocht, in combinatie met de aanval op persoon, gaat verder dan een leugen. We kunnen daardoor niets anders concluderen dan dat PHM een leugenaar en een bedrieger is.
Voorgekookte wedstrijd
w3st3rs3 misdaden, politiek, argumentatie, internationaal recht, rechtspraak
Wim Kok en zijn gezelschap kan toeschouwers na hartenlust
blesseren. Straffeloos! Tenminste dat is wat het Gerechtshof in
Amsterdam ons wil doen geloven.
Op zes juli 2000 heeft het Hof een uitspraak gedaan in de
allereerste Nederlandse poging om ministers aansprakelijk te
stellen voor schending van internationaal recht. Een aantal
Joegoslaven heeft Kok, De Grave en Van Aartsen aansprakelijk
gesteld voor immateriële schade, veroorzaakt door de Nederlandse
deelname aan de NAVO-bombardementen op Joegoslavië. Deze
“vijanden”, waaronder een aantal militairen,
menen dat de bombardementen onrechtmatig oorlogsgeweld zijn en
dat de ministers, als besluitende staatsfunctionarissen,
verantwoordelijk zijn.
Op het eerste gezicht een juridisch inkoppertje
Het volkenrecht kent een dwingend verbod op geweld, waar noch Kok, noch zijn NAVO-mogendheid van af kunnen wijken. Deze ius cogens regels staan ook vastgesteld in artikel 2(4) van het VN-handvest. Men mag verdedigers met aanvallers vervangen slechts in twee noodsituaties: als Nederland belegerd is, volgens artikel 51, of met nadrukkelijke toestemming van de Veiligheidsraad. Het Hof geeft toe dat deze uitzonderingen niet het geval zijn.
Een verloren duel win je met de tussenkomst van de scheidsrechter.
Het Hof dicteert echter verlenging, volgens de regels van humanitaire interventie. Sommige landen menen dat de humanitaire interventie een derde uitzondering op het geweldsverbod kan zijn. Men is er echter nog niet uit in welke gevallen dit toegestaan is en onder welke juridische voorwaarden. En zolang de jury er nog niet uit is, staat het, volgens het Hof, niet bij voorhand vast dat de Nederlandse aanval onrechtmatig is.
Daarnaast voelt het Hof zich in een juridisch en moreel dilemma.
Het staat vast dat Joegoslavië zich schuldig maakte aan grove mensenrechtenschendingen, schendingen die dreigden door te gaan bij het begin van de NAVO-aanval. Joegoslavië lapte ook een aantal rechtsbindende VN-resoluties aan zijn laars. Resolutie 1199 dreigde dan ook met verdere maatregelen en sancties (waaronder mogelijk militair ingrijpen), mocht Joegoslavië alweer blind voor gele kaarten blijken. De ernstige humanitaire situatie was een dreiging voor vrede en veiligheid in de regio; één van de weinige redenen dat de Veiligheidsraad toestemming voor ingrijpen kan geven. En de resolutie, die aangenomen werd na de staking van de bombardementen, lijkt het militair ingrijpen te hebben aanvaard en achteraf te hebben goedgekeurd.
Daarnaast ontbreken rechterlijke uitspraken voor soortgelijke gevallen. Slechts in de rechtszaak van Nicaragua tegen de VS, heeft het International Gerechtshof besloten dat "the use of force could not be the appropriate method to monitor or ensure respect [for human rights]."
Bovendien was de Tweede Kamer, met uitzondering van SP, unaniem van oordeel dat militair ingrijpen noodzakelijk was en de NAVO-bondgenoten zongen ook in eentonig koor. Zowel in NAVO-verband als binnen de Nederlandse politiek zijn de voorbereidingen uiterst zorgvuldig geweest.
En als klap op de vuurpijl hebben de Joegoslaven nooit bewezen dat het niet om een humanitaire interventie ging.
Al deze feiten doen het Hof tot de conclusie komen dat er onvoldoende eenduidige en beargumenteerde feitelijke en juridische gegevens zijn om te kunnen beslissen welke regels van internationaal recht van toepassing zijn en tot welke conclusies de regels zouden leiden. Men kan niet op voorhand aannemen dat de luchtacties onrechtmatig zijn. We kunnen dusdanig niet vaststellen dat de Staat aansprakelijk is en daardoor kunnen we ook niet vaststellen of de ministers aansprakelijk zijn.
Bij herhaling zien we echter dat de scheidsrechter een oranje t-shirt draagt, voor tenminste vijf redenen.
Ten eerste was de voorbereiding niet zo zorgvuldig als gesteld. De juristen van Defensie en Buitenlandse Zaken hebben de ministers geïnformeerd dat resolutie 1199 geen toestemming gaf tot bombarderen; noch is er eerder een geval geweest dat de internationale gemeenschap een humanitaire interventie heeft aanvaard. Toch hebben Kok, De Grave en Van Aartsen beweerd dat er geen juridisch probleem was. De ministers hebben de Tweede Kamer ook onjuist geïnformeerd over het geweldsverbod in het VN-Handvest. Dus de misleide saamhorigheid in de Kamer stelde niet zoveel voor.
Ten tweede, de unanimiteit van NAVO-bondgenoten, of Kamerleden,
maakt de ingreep net zo rechtmatig als de rechtsgeldigheid van
een stelletje hooligans dat unaniem beslist om een winkelstraat
in de fik te steken.
Ten derde zijn humanitaire interventies eerder omstreden dan iets
waar men verschillend over denkt. In de literatuur, in
tegenstelling tot wat het Hof beweert, schrijft men:
“In fact the best case that can be made in support of
humanitarian intervention is that it cannot be said to be
unambiguously illegal... But the overwhelming majority of
contemporary legal opinion comes down against the existence of a
right of humanitarian intervention…” (J.
HARRIS, Cases and materials on international law)
Ten vierde heeft de Staat zich helemaal niet op humanitaire
interventie voor het Hof beroepen. Dus het Hof kon ook niet
redelijkerwijs van de Joegoslaven verwachten dat zij aantonen dat
het niet om humanitaire interventie ging. “Een
onaanvaardbare omkering van de bewijslast” vinden
promovendus Ward Ferdinandusse en professor internationaal recht
André Nollkaemper, in een noot in het NJCM-Bulletin.
Zij vinden dat, wat betreft de ministers, eerder van
“verwijtbare rechtsdwaling” of nog
“realistischer [is] om van een bewuste schending van het
internationaal recht te spreken.”
Ten slotte, zelfs als de Staat zich op humanitaire interventie
zou beroepen, het VN-Handvest is echter zo bedacht om elke smoes
voor oorlog te voorkomen. Bij oprichting in 1945 wist men dat,
als men uitzonderingen op het geweldverbod zou toestaan, de
kwaadwillende zijn kans zou aangrijpen om kleinere landen onder
de voet te lopen. "De bewijslast dat geweld is gemachtigd
ligt zwaar op de partij of partijen die geweld willen gebruiken
en het bewijs moet kristalhelder en ondubbelzinnig
zijn.” – schrijft Christopher Weeramantry,
ex-rechter en vicepresident van het Internationaal Gerechtshof.
In Den Haag nota bene.
Dus voor Kok en zijn vleugelmanen werd na vluchtig dribbelen
boven Belgrado een dubieuze thuiswedstrijd. De 1.500 dode burgers
werd de wrange trofee die ze binnenhaalden. Zonder rellen.
Met ongenoegen hebt ik ontdekt dat men het weblog van Ruud Zweistra permanent heeft gesloten. Ik gebruik deze mail om mijn bezwaar te uiten en als poging om jullie op andere gedachten te brengen. (mijn excuus dat ik geen “U” gebruik, dat doe ik niet graag).
Nou weet ik dat het Volkskrantblog bepaalde regels hanteert, zoals wat betreft belediging. Het blind toepassen van deze regel is echter niets meer dan dat: blindheid. Door Ruud te verbannen, bevestigen jullie juist zijn theorie, je maakt hem de held en de martelaar, die hij niet verdient te zijn.
Is de vrijheid van meningsuiting niet de heilige koe van de pers? Is het gewicht van deze waarde zo lichtelijk in de afweging tegen belediging? Belediging is immers vluchtig, ondefinieerbaar en vooral heel subjectief. Hoeveel beledigde reacties krijgen jullie zelf elke dag niet? Ook als bewijs breng ik juist Ruud’s verontwaardiging en zijn eis tot een verontschuldiging na het lezen van mijn polemische stukken. Ik vond deze stukken echter goed en was er volstrekt van overtuigd dat Ruud geen reden had om zich beledigd te voelen. Sterker nog, ik zou ontzettend kwaad zijn geweest, als de redactie mijn stukken had gedeporteerd.
En tegelijkertijd brengt Ruud’s verbanning mij een schuldgevoel. De redactie heeft immers mijn stukken ongemoeid gelaten, terwijl hij in een gelijk geval een heel andere behandeling krijgt. Ik voel me onderdeel in een systeem van dubbele standaards. Ruud ziet zijn verbanning als een politieke beslissing, eerder dan een wens om de huisregels strikt toe te passen. Eerlijk gezegd ben ik er ook niet van overtuigd dat het de redactie om de regels ging, eerder dan om politiek. Ik ben niet overtuigd dat de redactie geen misbruik heeft gemaakt van een oncontroleerbare macht. Elke kwaadwillende zal altijd de pretentie hebben om beledigd te zijn, als hij daarmee zijn winst kan behalen, want niemand kan hem controleren. “Belediging” is dus nooit een goed argument.
Het idee dat de redactie plotseling zou beslissen om de regels consequent toe te passen en ook mijn stukken te censureren, brengt mij echter kippenvel. Want ik ben er van overtuigd dat mijn stukken van een hoog intellectueel niveau zijn, dat ik iets relevants vertel. Censuur zou ik ervaren als een vorm van geweld. Want censuur is het onherroepelijk opleggen van je oordeel aan een weerloze ander. Censuur is een ander behandelen als een peuter, waar de volwassen beslist wat beter is voor het algemeen belang. Censuur is iemand behandelen als een geestelijke zieke, die een gevaar voor zichzelf en voor omgeving vormt. Censuur is de beslissing dat tussen jouw oordelendvermogen en dat van de ander een verschil ligt als tussen een Goddelijke intelligentie en een mier. Ik zou niemand toestaan mij op deze manier te behandelen, zelfs zou ik niet onbevlekt zijn en me aan “belediging” hebben bezondigd.
Ruud, de kromme mens in je handen is de boemerang, die veel harder terugkeert dan je hem weggooit. Je gooit niet Ruud weg, je gooit rekruten in zijn vangnet, je gooit op zijn CV: “De waarheidverkondiger gecensureerd bij de Volkskrant!” De dag dat Ruud aan de macht komt is daardoor een stukje dichterbij.
En op die dag zal Ruud de Volkskrant censureren met één of andere excuus. Wat zullen je gevoelens zijn op die dag? En zul je van mij verwachten om op het Maliveld de persvrijheid te komen steunen?
Deze open brief is niet bedoeld als ultimatum, want niemand zal een reet geven om mijn vertrek. Maar als de redactie blijft bij haar beslissing, kan ik niets anders doen dan trouw blijven aan mijn waarden en afscheid nemen van het Volkskrantblog.
We all have different rules that we want to implement and we have to sell them to the others, convince them it is our rules that will best serve the common interest. Despite the many differences between them, when we trumpet our rules, we all pretend that they are just. At the same time, we pretend that we will respect the rules we have agreed upon, even if we lose the current game. But only the invention of courts of justice can make the rules rule.
The human condition
Mother Nature, or Father God if you wish, condemned us to bump into each other. We are not each possessed of our own islands and the means to survive on them alone. We live amongst other humanoids and, of necessity, interact with them. Even the immortal Olympian gods encountered conflicting interests, so we may assume that we, as mere mortals, are much more eligible for strife.
Some, like Heraclitus, told us not to worry, that Polemos, the god of war (and, possibly, of civil battle), would take care of everything: "We must know that war (polemos) is common to all and strife is justice, and that all things come into being through strife."
But, if war were the only principle, we wouldn't be reading Heraclitus now, as the last and sole victor of all the conflicts could not reproduce herself alone. And even if she could, she would have had to kill her baby to be loyal to this "war solves all your problems" principle.
The rules of engagement should be a piece of cake
We announce our own rules when we encounter others, so others know what to expect in any situation, even when we have not agreed on a set of common rules. For instance, we let others know that we are not going to kill them, other than in self-defense. Thus, any Muslim will know that a Christian has to obey the rules set down in the Bible and this knowledge is therefore public, an announcement of the Christian's rules. This at least makes us predictable, which, is another necessity in the prisoner's dilemma.
There are some rules that are adopted by all humans, even if they are not announced publicly. I have never heard of someone killing another person from another country, culture or religion, and when deceased's family asks why, receiving the answer, "Well, I have never promised you or your dead relative I wouldn't kill her." So we assume that there are some basic rules that everyone, everywhere respects. When we hold Ossama bin Laden responsible, we assume it. And in his responses he does not say that his basic rules differ from ours, but that he had an excuse for doing what he did.
Even though there are fundamental and universal rules that apply everywhere, such as keeping promises, telling the truth, not stealing and not killing, there are other rules that differ between individuals, groups, countries, religions, cultures and so forth.
When we disagree on some of the rules because others are stubborn or we are even more stubborn, we shout: "Well, these are our rules. We don't give a fuck what you believe and we will follow those rules anyway!" This means that we accept being blamed for breaking the rules, even if we do not agree on them with the complainant. When bin Laden attacks us by saying, "Well, you don't even follow your own rules!" he has a strong argument, even if some of his rules differ from ours.
Whatever these rules are, when we try to sell them to others, whether the rules are agreed or shouted, we claim that these rules are fair, or just. What do we mean by that? We mean that these rules can be subjected to a test that I will call ‘the cake procedure'.
When a fair parent has two children and wants to give them a lesson in justice, the parent allows one of them cut the cake and the other to have first choice as to which piece to take. Applying this test to morals would mean that humanoid John is allowed to chose a rule he deems just. Humanoid Mary is then allowed to chose her position in the game.
For instance, let us assume that John says that it is a just rule to allow citizen A to rob citizen B, but citizen B should not be allowed to rob citizen A. Once humanoid John has announced what his just rule is, humanoid Mary has the chance to chose her position in the game. She might chose to be citizen A and let humanoid John be citizen B. The rule then works thus: "Mary is allowed to rob John, but John is not allowed to rob Mary." Therefore, we have a great chance that John will think twice before announcing his rules. By dividing the cake in this way, we ensure that the rules are just.
This is what truly makes real justice real blind. The applied rules do not care whether John did something to Mary or Mary did something to John. The deed was right or wrong, independently of who did it.
This means that when we announce our rules and pretend that they are just, we pretend that they are not just crafted to give us an advantage in a prisoner's dilemma game. When we do something to someone, we pretend that we would not change our mind about the rules if we were in her place and were the one to suffer of consequences.
In short, our trumpeted rules promise everyone that we will not do unto others what we ourselves dislike. And we promise that those rules will profit everyone.
When John announces that a situation is the way the world's affairs should be, then we can test the justness of this statement by asking ourselves whether John could be forced to accept the same rule as just in any position of the game.
A promise is not enough
Having rules seems not to be enough. Having interests means having weaknesses. Thus by admitting that we have interests we admit to being weak. This means that we cannot guarantee respect for the rules just by promising it. And we are still a part of the prisoner's dilemma, where it is rational not only for us, but also for others to cheat. Imagine that the other person is not as stupid as you are, for instance. But it is also rational to distrust the other person, so imagine that you are rational for once.
Furthermore, language is not that great an invention. We will always disagree about what we mean by a rule. Some will try to stretch a concept, others to tame it. Consider, for instance, that all the wars are started in ‘self defense'.
At the same time, we learn from the history of knowledge that the sceptic has never been beaten up by any sage other than herself. We humans have a limited capacity for knowing and bad instruments by which to discover the truth. Therefore, even if we agree on rules and conquer our flesh, we may still disagree on what happened, who did it, whether she really did it, or why.
When our loved ones are hurt or we are in danger, the blood leaves our brains and rushes to the muscles, in a reflex of fight or flight. This sometimes takes longer than an instance. And our instinct tells us to keep on the safe side. We have therefore a tendency to shoot first and ask later. But others also have this instinct and the instinct to create a safe environment for their relatives. The ‘shoot first' instinct leads thus to a spiral of conflict.
Heraclitian morals do not keep our feet dry. When we are drowning, we wish the stranger passing by would forget the price of her designer suit and dive into the ice-cold water. I have never heard of any drowning Heraclitian shouting: "You got an unique chance to win the conflict, so please, please let me die!"
To be faithful to her own moral, in order to win, the Heraclitian would have to appeal to the usual moral concepts of the stranger, ask him to jump into the water and, after being saved, the Heraclitian would have to stab his savior in the back. The argument is thus self-defeating and being a Heraclitian, like being a Machiavelist, is tragically solitary, never enabling you to prescribe your rules to others. And nobody would acknowledge her wisdom.
Therefore, as soon as we use arguments instead of axes we pretend that we accept a solution to the prisoner's dilemma by cooperating and not cheating. This is why good faith is one of the most important principles of courts of law and lying to a judge is considered a mortal sin. When you tell a judge that your goal is/was to obtain X, you can never be excused afterwards when you are discovered to have had another goal, Y.
A court of Law as a solution to the prisoner's dilemma
In all this precariousness of condition, one invention seems capable of saving the day: a court of justice. The fundamental idea is that a third party should decide who is right and who is wrong. This party has no interest in the conflict and is trained in the (imperfect) rules we have accepted as necessary to establishing the truth.
Even if this party is not all-knowing, her imperfect knowledge does not disadvantage any of the conflicting parties. This means that if you lose because of a judge's shortcomings, you will, on average, lose50% of the time and win 50% of the time. We would and should rather chose this gamble above the "nasty, brutish and short" life of spiraling conflicts.
Therefore, we are not only guided by clubs and machetes, but also by the idea that somehow, collaborating with each other will gain something for us all, it will serve the common good.
Definition:
Morals, argumentation and any justice system are just a solution to the prisoner's dilemma: they are nothing other than an answer to the question as to what to do when my interest conflicts with yours; cooperation would advance us both more than killing each other would, but if one were to break the agreed rules without being caught, it would bring her a greater advantage than cooperation.
Respecting the rules is irrational, because within the prisoner's dilemma the most rational thing is to cheat. The human race has survived only because of this individual stupidity.
Power is not a solution
Life plays funny games with us. Sometimes we obtain more power than others. Sometimes the powerful are groups, states, institutions or sovereigns. Making laws and enforcing them only by power is not enough. "In the absence of justice, what is sovereignty but organized robbery?" asked St. Augustine.
This makes sense not only because power tends to corrupt, but also because the powerless are the majority. And in human affairs you are only as powerful as the weak allow you to be. The weak tend to believe, and an element of jealousy might play a role in here, that the powerful are unjust. In the absence of a perceived justice they, as the majority, can always revolt and seize the power. The French and the communist revolutions proved that when the masses take power, they will bring as much "Terreur" as any other kind of tyranny. Therefore justice is guaranteed only when the powerful, as individuals, groups, majorities or even institutions, are separated from deciding themselves what and who is just. The divider of the cake should not be allowed to chose the first slice, remember?
To complicate this, as Hobbes rightfully observed, even the weakest and most unintelligent humanoid can use a weapon to kill the strongest and the smartest. Today, when technology gives every individual a tremendous annihilation power for a couple of bucks, this is more true than it was in Hobbes' time.
Thus, in civilized societies the powerful are separated from the decision of who is right. The haves are thus protected from the jealousy of the have-nots. The have-nots are thus protected from the corrupting weakness of power. This makes the invention of the tribunal arguably the highest achievement of civilization. It also makes it a necessary condition.
There are, of course, ways of thinking about civilization without courts of justice. If, for instance, science gave us enough material goods to satisfy us all or if a retrovirus modified our genes, eliminating our survival instinct. But as long as we fear death, and women, sports cars and chocolate are not in abundance, any consideration of civilization and justice necessarily entails the existence of judges.
Conclusion: Our group existence is a fight against the prisoner's dilemma and to win we need to let third parties settle our differences. This is the irrational fundament of civilization.

