het leven is een tijdreis
het is als varen op een onbekende rivier

Sneeuw zondag 10 januari
Opgejaagd door de voorspellers, waag ik mij op glad ijs.
Bij wijze van spreken dan.
Strenge vorst , sneeuwstormen, elfstedentocht.
Eerst zien,zei de blinde.
Natuurlijk geeft de winter veel hinder en ellende.
Dat is practisch ieder jaar het geval
Nog even volhouden. De Lente komt er aan. Slechts 70 dagen.
Dan koesteren wij ons in het Lentezonnetje.
Vandaag zon op : 8.45 uur - onder : 16.49 uur –
Morgen zon op : 8.44 uur - onder : 16.51 uur
Dat zijn toch mooi 3 minuten winst.
Het leven een roman
?Het leven is een roman. Een verhaal waar je middenin zit.
Jij bent de hoofdpersoon.
Soms is het opwindend, soms saai, soms afschuwelijk.
Soms ben je gelukkig. Altijd weer ben je hopelijk verbaasd.
Maar het verhaal gaat door tot het einde.
Of er dan nog een vervolg is?
Als je al wat langer bestaat heb je de neiging om te kijken.
Maar je wilt ook verder. Dus je bedenkt er maar weer eens een.
Opgroeien in een buurtje heeft iets beschermends.
Vijf dubbele houten huisjes, ooit neergezet door iemand
die Kruimel heette, hetgeen de naam *Het Kruimelpark*
opleverde, was het mijne. Net voor het rijtje het huis van
groenteboer Kees Tanis. Net na het rijtje het huis van de Paus.
Ze stonden op de dijk die de Haarlemmermeerpolder omringt.
Als in een kommune leefden er 10 families.
Zoals Jongkind, Kesting, Kok, van der Meer, Nijkamp,
de Paus, Visser, Versteeg, Verbeek.
Namen die je overal in Holland tegen kunt komen.
Op de voorgevel van het huis uit mijn kinderjaren
(het staat al jaren te verkommeren)
prijkt de weidse naam * t Woelige Nest *.
Wat ik schrijven wil is het destillaat,
de droesem van wat tot ver buiten dat woelige reikte.
Wat overbleef.
Sommige herinneringen zijn het herhalen waard.
Anderen absoluut niet.
Ze kunnen je een loer draaien.
Dan komen er beelden die je belasten.
Gejaagd
ik ken geen rust - nog tijd - nog keer
ik voel de dreiging - telkens weer
ik ken geen plaats - nog huis - nog halt
waar de onrust - mij niet overvalt
is het de aard - of het - mijzelf
waar ik ook zoek - of in mij delf
vind ik de sporen - van de strijd
*gejaagd * te zijn - raak ik nooit kwijt
Het ontstaan van dit gedicht zou ik willen verklaren aan
de hand van een tekst die met een gloeiend ijzer
in een stukje triplex was gebrand.
Ik kocht het, voor een kwartje, lang geleden op het Waterlooplein.
* Verbergt den verdrevenen en meldt de omzwervende niet *
Er onder stond met kleine letters en cijfers, Jesaja 16:3.
Wat ik aan wil kaarten lijkt voltooid verleden tijd.
De wereldbrand die ons overspoelde,
zorgde - naast dood, pijn en verdriet -
voor een enorme chaos in menselijke relaties.
De een hield het op de vijandelijke bezetter
die ons land in 1940 overwon, de ander verzette zich,
de meeste waren bevreesd voor hun veiligheid.
Hele families, groepen, raakten gescheiden in voor-tegen
en kat uit de boom kijkers. De bezetter kondigde
een *Nieuwe Orde* aan en trachtte de macht totaal te maken.
Uiteen gestoven, door het dreigende gevaar
huis en haard te moeten verlaten, zonder daar
in vrijheid zelf over te kunnen beslissen,
trachtte menigeen zich te verbergen.
Onderduiken was een gezegde dat een nieuw begrip,
een nieuw woord opleverde. Onderduiker.
Het leek welhaast een beroep. Zoveel mannen, jongens,
die zich moesten verbergen voor de vijand die
heer en meester leek te zijn. Immers, weigeren te buigen
voor die macht betekende gevangenneming en
daar tewerkgesteld te worden waar het die vijand geviel.
Dat was inmiddels bijna geheel Europa.
Er ontstonden tegen de bezetter gerichte
ondergrondse organisaties, netwerken van verzet.
Zij schuwden geen middel om aan de benodigde gelden,
persoonsbewijzen, ausweisen en levensmiddelenbonnen
voor de onderduikers te komen.
Daarnaast was de bereidheid om te verbergen,
met alle gevaren van dien, groot.
De bezetter en zijn handlangers, die ondermeer door
grootscheepse razzia`s op mensen jaagde,
waarbij hele dorpen, wijken, werden afgegrendeld
en uitgekamd, deed dit met wisselend succes.
Dit brengt mij op het tweede gedeelte van de tekst,
* en meldt de omzwervende niet *
Diegenen, die bijvoorbeeld aan een razzia wisten te ontsnappen
en naar een adres opzoek waren om onder te duiken,
liepen groot gevaar verraden te worden.
Aangebracht bij de bezetter.
Een gevangene te worden in het concentratiekamp Amersfoort.
Door de nazi`s Polizeiliches Durchganglager Amersfoort genoemd.
Nu dat was het natuurlijk ook. Een Durchganglager .
Om van daaruit als gevangene getransporteerd te worden naar
een van de vele kampen in Duitsland of door hen bezette gebieden.
Om daar onder bewaking van de Gestapo of SS onder
de slechtst denkbare omstandigheden zware arbeid te verrichten.
Slecht gevoed, slecht gekleed, werden ruwe en verfijnde martelingen,
die door de misdadige leiding met genoegen werd toegepast, hun deel.
En nu is het dan 2007. Ruim 60 jaar later. We hebben wat verder
van huis een afschuwelijke oorlog kunnen volgen.
Vertoond op de TV als een superstrip. Als je zit te kijken vermengt
de adrenaline zich nutteloos met je bloed.
Gespannen tot iedere vezel, maar aan de oppervlakte je gedragend
als of er in je kamertje niets aan de hand is. Verbaast het je,
dat op duizenden of misschien slechts honderden kilometers afstand
van het helse lijden en sterven,
mensen in de war en uit hun evenwicht raken.
Wat is taal ?
Een middel om je gevoelens, je denken,
je mening te vertalen. Bijvoorbeeld :
"Er is niets nieuws onder de zon " ,
een vijandelijk leger overvalt ons land.
Overwint en neemt de macht over.
Je enige bezit is je naakte bestaan.
Het lukt je om te vluchten. Weg te komen.
Je komt in een streek waar je nog nooit geweest bent.
Je kunt niemand om hulp vragen
vanwege het gevaar er bijgelapt te worden.
Waardoor je alsnog ten gronde dreigt te gaan.
De in het stukje triplex gebrande tekst
is meer dan 3000 jaar oud.
*Verbergt den verdrevenen -
meld de omzwervende niet *
Ook vandaag nog, misschien in een ander verband, van toepassing.
Wie is er nooit geschrokken. Er gebeurt iets wat je overweldigt.
De adrenaline stroomt in je bloed. Hot shot ! De spanning
van het moment verstijft je spieren met zo`n geweld
dat geen handeling mogelijk is.
Of juist het tegenovergestelde. Ze maakt dat je aanvalt.
Schrikken is een fenomeen dat in je onderbewustzijn schuilt.
Generatie op generatie overgeleverd uit de oertijd.
Vluchten, aanvallen, of juist doodstil zijn behoorden tot
de belangrijkste functies om te overleven. Ook vandaag,
`t is raar maar waar is deze
uit de oertijd overgeleverde reactie nog hoogst noodzakelijk.
eeuwigheden vanuit het water
vanonder een steen
vanachter een blad
naar het leven vol van emotie
gekeken om te overleven
expressies ge-etst tot in het
nu vormen een lint door de tijd
Ik geloof niet dat ze allemaal op de pappot afkomen.
Surinamers, Ethiopiërs, Tamils, Marokkanen enzovoort.
Er is een tijd geweest dat je met evenveel gemak
het rijtje aan kon vullen met .... Hollanders ... weg er mee !!!!!
Als dat was doorgegaan waren wij nu slaven in Europa,
waarschijnlijk in Polen. Als het tijdswiel verdraait,
vermorzelt het met evenveel gemak onze zekerheden.
Vluchtelingen zijn mensen die in de vreemde,
hier dus, veiligheid zoeken.
Kunst is een woord. Er zijn boeken over vol geschreven.
Creatie zou een beter woord zijn. Het vermogen om iets vorm te geven.
Te cre-eren. Daarin is de mens uniek.
Het van te voren klaar sudderen in de hersenpan. Misschien wat lijnen trekken.
Om de gedachte een begin te geven. Ik zie het een hond niet doen.
Toch is dat ook net al wij, een creatie van uit het niets.
Zijn we dan aan de schepper van het geheel. Wie of wat dat dan ook is, gelijk.
Natuurlijk niet. Maar sudderen, daar zijn we niet slecht in.
Er is naar mijn idee niets mis mee. Met sudderen in de hersenpan.
Wonderlijk is dat vermogen, om te zien, om te voelen.
Indrukken op te doen, die in woorden niet zijn te vertalen.
Wonderlijk is de wisselwerking.
Tussen het aanschouwen,
v
an iets,
dat vanuit een brein,
vorm kreeg, en de emotie,
die dat in de hersenpan,
van een ander, op kan roepen.
Creatie zou een beter woord zijn. Het vermogen om iets vorm te geven.
Te cre-eren. Daarin is de mens uniek.
Het van te voren klaar sudderen in de hersenpan. Misschien wat lijnen trekken.
Om de gedachte een begin te geven. Ik zie het een hond niet doen.
Toch is dat ook net al wij, een creatie van uit het niets.
Zijn we dan aan de schepper van het geheel. Wie of wat dat dan ook is, gelijk.
Natuurlijk niet. Maar sudderen, daar zijn we niet slecht in.
Er is naar mijn idee niets mis mee. Met sudderen in de hersenpan.
Wonderlijk is dat vermogen, om te zien, om te voelen.
Indrukken op te doen, die in woorden niet zijn te vertalen.
Wonderlijk is de wisselwerking.
Tussen het aanschouwen,
v
an iets,
dat vanuit een brein,vorm kreeg, en de emotie,
die dat in de hersenpan,
van een ander, op kan roepen.
Op het
tweede windscherm ontstond,
ik had alleen nog maar het woord - ontsnapping - bovenstaande omschildering.
ik had alleen nog maar het woord - ontsnapping - bovenstaande omschildering.
Niet
wetend wat het worden zou, bepaalde ik waar de horizon zou komen.
Lekker hoog.
Dan krijg je veel opvlak om een willekeurig landschap te laten ontstaan. Het woord had ik al.
Overwoog nog of "escape ", breder zou omschrijven.
Dan krijg je veel opvlak om een willekeurig landschap te laten ontstaan. Het woord had ik al.
Overwoog nog of "escape ", breder zou omschrijven.
Datgene, wat ergens sluimerde, waar nog geen vorm aan
was. Herinneringen !
Ombeelden in het voelbare, visueel
zichtbare.
Spiegelend reflekties, van de wirwar in het menselijk brein.
Spiegelend reflekties, van de wirwar in het menselijk brein.
Wat het werd...........
Een
horizon . Een zee. Een stukje duin. Noodgedwongen een polder. De
zee werd te hoog.
Een
diep geladen tjalk, die van zee komend,
scherp bij de wind zeilend, nog net uit lager wal weet te blijven.
scherp bij de wind zeilend, nog net uit lager wal weet te blijven.
Een
zeilende klipper { of is het een patrouilleschip dat de
scheepvaart controleert }.
Een
gebouw. Is het een havenkantoor of een gevangenenkamp met
bewakingstoren ?
Een
vuurtoren uit onheugelijke tijden.
Is de stralenbundel wit licht of is het een radarsysteem { Grote broer let op je }.
Is de stralenbundel wit licht of is het een radarsysteem { Grote broer let op je }.
Op de 4
hoeken iets dergelijks. Belichtend datgene wat veilig zou moeten
zijn. { een haven
}
Verschillende, elkaar overlapende segmenten. Onder
observatie van wie of wat dan ook.
Èèn segment ontsnapt aan de totale controle.
Daar is
de mogelijkheid, misschien nauwelijks aanwezig, maar toch, om te
ontsnappen.
Een
klein schip sluipt weg in de nacht. Het schip heeft een
naam. * Fenix *
.
Ooit
door mijn broer Janus, tijdens de bezetting, bewust op zijn
schip geschilderd.
In een poging om te ontsnappen. Om het met het lot op een accoordje te gooien.
* Fenix * is immers de naam, van de vogel, die uit zijn as herrees.
In een poging om te ontsnappen. Om het met het lot op een accoordje te gooien.
* Fenix * is immers de naam, van de vogel, die uit zijn as herrees.
* Fenix
* .Ook wel omschreven als * De overwinning van het licht op de
duisternis *.
De vluchtpoging van Janus, op zoek naar een schuilplaats, eindigde in een drama.
Mijn eerste poging om te ontsnappen, eindigde na 3 dagen op vrije voeten. In Jena.
Daar werd ik gevangen door 2 gestapagenten in burger.
Mijn tweede poging bracht mij in een niemandsland bij de rivier de Oder.
Mijn bevrijders waren Russen.
Ik gaf het schilderij de tekst mee :
Ontsnapping -.................
om te leven ..... "doen ........ "staan ......beslissen
.............waar je wilt staan
Ik was blij toen het af was. Deze
poging om iets zichtbaar. tastbaar te
maken.
20 juli 2007
Een jaar voorbij - alweer een jaar
het zijn voor mij - omdat ik vaar
toch 12 maanden weer geweest
waarin ik werkte als een beest
bij tijd en wijle met plezier
maar `t liefste zit ik zo als hier
op mijn gemak - met jou er bij
en jou en jou en jij
met hete koffie en met bier
zeg wat je wilt - je mag het hier
het zijn voor mij - omdat ik vaar
toch 12 maanden weer geweest
waarin ik werkte als een beest
bij tijd en wijle met plezier
maar `t liefste zit ik zo als hier
op mijn gemak - met jou er bij
en jou en jou en jij
met hete koffie en met bier
zeg wat je wilt - je mag het hier
Als je vaart heb je ook wel eens wat. Echter weinig gelegenheid om
naar een dokter te gaan. In een winkel op de Brouwersvliet
Antwerpen ) lag een boek, met de titel hierboven. Dus. Afin,
dezelfde middag voer ik over de vloed de Kattendijksluis uit.
Richting Gentbrugge en dacht : “mij kan niets meer
gebeuren”. Ik had toen een schip van 250 ton. Er stond een 60
pk, 2 cylinder, gloeikopmotor in. En dat waren echt geen ezels,
maar ossen.. Beresterk dus. Over de vloed met gewassen water, kon
je naar Dendermonde varen. Daar moest je tij stoppen. Vastmaken aan
de palen. Gemiddeld verschil tussen hoog en laagwater is er
ongeveer 5 meter. Het volgende tij kon je dan naar Gentbrugge . In
èèn keer van Antwerpen naar Gentbrugge. Dat was onmogelijk. Tegen
dat je daar zou zijn, had je te weinig water in de Schelde. Vertrok
je eerder dan kwam je niet over de droogtes van de Schelde. Het was
in de 50er jaren. Nu is dat allemaal veranderd. Terwijl we de stad
Gent doorvaren, las ik af en toe, in, *dokter aan boord*. Het was
versierd met mooie plaatjes over het menselijk lichaam. Daar niet
van. Maar als je dit voelde. Of dat. Dan kon je, dat enzo, hebben.
Alle mogelijke enge ziektes kwamen op die manier in beeld. Eenmaal
door de stad, varend op het kanaal Gent-Terneuzen (Ik moest vaten
met spijsolie laden in Doornzele), kreeg ik er genoeg van .Voor de
ogen van mijn verbaasde vrouw, smeet ik het boek overboord.
“Wat doe je nu”: vroeg ze. “Ik heb alles wat er
in dat boek staat. Weg ermee” . In middels ben ik ruim over
de 80. Zonder dat boek, nog ver gekomen.
Het is natuurlijk een avontuur. Ik bedoel. Het leven. Je begint
eraan zonder dat je het weet. Voor je er erg in hebt begin je te
praten. Ze verstaan je wel niet. Maar dat komt wel. Je eerste
woordjes worden op een goudschaaltje gewogen. Hij praat. Versta jij
hem. Je moeder wel. Je vader doet alsof. Veel later kijk je nog
eens om. Ben je er wijzer van geworden. Van dat praten. Nou ja. Het
is vaak makkelijk. Honden hebben het beter voor elkaar. Blaffen.
Een paar verschillende toonhoogten. Wat janken. Wat grommen. De
rest bestaat uit aanrakingen. Ze hebben tegenwoordig een
hondeleven. Dan die honden van mijn grootvader. Blackie en Bruno
Die hadden pas een leven ! Ze trokken zijn kar met
handel.Galanterie-en. Tot hij er genoeg van had. Dan ging hij op de
zijkant zitten en gaf opdracht de kar naar huis te trekken. Geloof
mij. Ze vonden het prachtig. Het was tenminste een zinnig bestaan.
Samen met de baas de kost verdienen. O.K. Het is 70 jaar geleden.
Nu zou ik geen hond willen zijn. Wat een leeg bestaan. Maar mens
zijn valt ook niet mee. Je aanpassen aan de normen en waarden. Met
mijzelf ben ik wel aardig in mijn sas. Maar die anderen he. Die
hebben dat ook. Zo`n eigen sas.
Enkhuizen Mijn vorige schip was een luxe motor van 120 ton. Met
pijn in het hart verkocht. Je went aan je schip. Al die reizen die
je samen maakte. Zij is in 1934 gebouwd bij Bodewes in Foxhol. Een
prachtig schip. Maar ja. Op een dag voer ik er mee van de Zaan naar
Enkhuizen. Eenmaal op het IJsselmeer, dwars van het paard van
Marken viel ik in de mist. Het is dan een kleine wereld. Maar met
een koers pal Noord, tikkie Oost, kom je natuurlijktoch wel in
Enkhuizen. Het is wel aan te raden af en toe met de slaggaard de
bodem aan te tasten. Die avond schreef ik in mijn scheepsjournaal
de volgende waarneming : De schipper zei: " Ik heb het ontdekt,de
wereld is een pannekoek ". Het land was op die dag al 2 uur zoek de
mist was grijs als muizen en het schip voer naar Enkhuizen Maar
dwars van Broekerhaven,nog netaan vrij, van `t Enkhuizerzand daar
riep hij luid : " Ik ruik het land, graag zat ik,met mijn
rechterhand mij daar aan `t bier te laven ". In `t Krabbersgat ging
`t anker neer en riep hij : " Sodemieter,de mist is weg, nu brandt
de zon `k lust zeker wel een liter ". De sloep,die in de david
hing,werd door hem neergelaten waarin dra, met man en muis,de
schepelingen zaten Aan de oever stond een oude man, hij voorspelde,
" Die gaat zinken ". Maar ondanks dat zat even later, de bemanning,
bier te drinken. Aan `t eindvan dit verhaal,daar schuilt dus de
moraal ; * Hoort ge ooit,onheil preken,bedenk dan maar, dat deze
sport,beoefend wordt,door leken *.
Een woning Voorbij - voorbij voor altijd voorbij in het uur van de
dood het voor altijd verlaten in het uur van het sterven lijkt
alles voorbij ieder huis is een woning ieder hart een verblijf `t
laat de mens overleven de herinnering omschrijft alle dagen van
leven van het wereldse gaan van het geluk - van de zorgen van het
tezamen bestaan van heel ver bij de sterren in dat donkerste blauw
blijft het licht altijd schijnen ben ik bij jou
De stromen van ons land die heb ik wel bevaren het is water klei en
zand een helling naar benee het komt allemaal terecht in de
lagelandse zee en in de zoute baren nu lig ik aan de wal zeg maar
het vaste land en loop onwennig rond op waterklei-ig zand geen
lading in het ruim naar havens ver van hier het is een tijd van
praten van liters koffie - - - - bier een tijd om te vertellen uit
herinnering hoe al wat was vervloog het avontuur verging Indien je
terug wilt schrijven `k zal voorlopig hier wel blijven
Gesprekken in de kroeg. Ik kom meestal rond het middernachtelijk
uur binnen. De bemanning achter de bar is variabel. Verder nog wat
onregelmatig vervangend dekvolk. De bezoekers zijn van diverse
pluimage. Je zou ze zo kunnen verplaatsen naar een willekeurige
havenkroeg in Antwerpen.Er wordt overwegend Nederlands gesproken.
Anders kwamen Bremen , Emden, Marseille of welke andere plaats met
een waterkant in aanmerking. Overwegend, zei ik. Russisch, Duits,
Engels, Frans, Turks, Chinees.plus menig daarvan afgeleid dialekt
of taalvorm drijft er tussendoor .Het etablissement is, zoals te
verwachten, gelegen aan de {zoals hij officieel heet } Noorder IJ
en Zeedijk .De dijk die van Durgerdam tot Beverwijk kronkelt,
diende ooit als directe bescherming tegen de zee. Het stukje waar
ik het over heb, waar de kroeg dus aan ligt heet Hogendijk. De
plaats Zaandam. Ik ben nog maar net binnen. Geniet van een jonge
ijskoude Ketel 1. Raak aan de praat met Harry . Hij heeft iets op
zijn lever. Meestal praten we over schepen.Over betimmeringen in
stijl. Over rompen. Van schepen. Hoe oud ben je nu ? 81, Harry . Je
moet het allemaal eens opschrijven, zegt ie. Als je zo oud bent als
jij. Dan heb je zo het een en ander meegemaakt tussen vroeger en
nu. Zeg nou zelf. Er volgt nog een heel verhaal waarom hij dat
vindt. Dat heb ik al een keer gedaan Harry. Over de oorlog en zo.
In een oplage van 5 stuks. 228 pagina`s. Zelf getypt. Zelf
ingebonden. Voor mijn kleinkinderen schreef ik het. En voor mijzelf
natuurlijk. Om het allemaal eens op een rijtje te krijgen.
Op een aalscholver Gedichten zijn vaak impressies. Komend van
Groningen. Westwaarts varend, kom je over het Bergummermeer. Aan
stuurboord, de invaart markerend, staat daar een baken. Zo`n houten
paal met daarop een latwerk. Een halve ruit met de plattekant naar
boven . Het is bovendien een landingsplaats voor aalscholvers. Op
een mooie, ietwat winderige zomerdag, als we het meer naderen, zie
ik hem zitten. Zijn vleugels gespreid. Ik droog mijn vleugels ieder
uur en houd mijn veren vet er is altijd wel een kei of paal waar ik
mij dan op zet Ik spreid mijn vleugels ver uiteen de wind speelt
door mijn veren helaas ziet het er nu naar uit dat ik een ander
ritme moet hanteren de vissen die ik vang de paling vlak voor` t
net zwemmen in verzurend nat `t raakt over met de pret ja Holland
is een landjuweel met vaarten meren plassen sloten kijk ik stel
vast ik weet het toch zo gaat alles naar de kloten van nu af aan
droog ik elk kwartier en speur naar vette vis het soort dat nog
gezond en gaaf en nog te vreten is
Antwerpen Schelde

