
Operatie geslaagd. Alles is okay. Ik voelde me na de operatie zelfs zo goed dat ik een sjekkie heb gerookt op de w.c. en deze keer viel ik niet flauw.
Voordat ik kon worden ontslagen moest ik water drinken (om te kunnen plassen), maar het water hier in Liverpool proeft en smaakt als water uit het Noorderbad: het stinkt en proeft naar desinfectiemiddelen. (In Nice smaakt het drinkwater als Spa blauw, en zo hoort het.)
Voor het herstel is 6 weken uitgerekend, dus daar houden we ons maar aan.
Groetjes,
Jaap
Ik heb een hekel aan verhuizen. In mijn leven ben ik te vaak verhuisd, te vaak uit mijn vertrouwde omgeving geplukt. Het staat mij zwaar tegen en ik krijg bij de gedachte aan verhuizen alleen al spontaan psychosomatische klachten.
Deze keer is dat anders. Wanneer alles doorgaat en de verhuurder ons accepteert, zullen wij binnen afzienbare tijd op de prestigieuze Promenade des Anglais wonen, met uitzicht op de Middellandse Zee en de Alpen.
Ik verheug me er enorm op! (Zie hier de rest van de foto's. )
De nadelen van de verhuizing zijn zeer acceptabel. We zullen niet meer in het stadscentrum wonen en zullen niet meer binnen 20 minuten naar Vieux Nice kunnen wandelen, maar er rijden bussen zat en binnen afzienbare tijd zal op de Promenade tramlijn 2 (van het vliegveld naar de haven) verrijzen.
Het dichtstbijzijnde strand is Carras, het enige strand in Nice waar het hele jaar door honden mogen loslopen. Dat is dus perfect voor Boris.
Een terras van 90 vierkante meter op het zuiden is ook niet te versmaden. Bovendien is het een penthouse, dus geen lawaai van de bovenburen.
We wachten het bericht van de makelaar af. Nu eerst koffers pakken, want morgen vertrekken we voor een week naar Liverpool.
Daar achter dat gebouw bevindt zich het ziekenhuis waar ik op 18 februari zal worden geopereerd. Het is een privé-ziekenhuis, maar men accepteert ook gewone stervelingen als ik. De keuze voor dit ziekenhuis is simpel: men had eerder plaats voor mij dan in het Broadgreen Hospital en het Liverpool University Hospital.
De operatie is vrij simpel maar moet wel onder algehele narcose plaatsvinden. Als alles goed gaat mag ik het ziekenhuis dezelfde dag nog verlaten.
Oh ja, Frank: nog van harte gefeliciteerd met je 29e verjaardag!
(Op de foto zie je mij met het enige naambord van Penny Lane dat nog aldaar te zien is. Alle andere naamborden zijn zo vaak gejat dat de stad Liverpool er niet meer aan begint om ze op te hangen. Dit is dan ook niet echt een "bord", maar meer een schilderwerk.)
Je mag een vrouw nooit met een auto vergelijken, zegt men, dus dat ga ik dan maar niet doen.
Dit is mijn snoek, of liever gezegd, dit was mijn snoek. Zij behoort mij niet langer toe, zij is al meer dan 25 jaar het bezit van iemand anders. Zo gaan die dingen: je neemt afscheid van ze en ze verdwijnen uit je dagelijks beeld, maar dat betekent niet dat ze niet meer bestaan.
Ik kocht haar in de jaren zeventig als tweedehands auto bij een dealer in Nice en gebruikte haar alleen in Zuid-Frankrijk. Een handige tweede auto, voor wanneer mijn vriendin en ik met het vliegtuig of de trein naar Nice kwamen.
Toen zij en ik de relatie in 1984 beëindigden gaf ik de auto aan de tuinman van de familie, die tot dan op zijn Solex naar zijn werk kwam. Hij was er blij mee.
Toen ik het vorig jaar van Vieux Nice naar de wijk Musiciens verhuisde, kwam ik erachter dat de (inmiddels gepensioneerde) tuinman vlak bij mij om de hoek woont. En de grootste verrassing was dat hij de snoek nog steeds had!
Het trieste van het verhaal was dat hij geen afstand van de snoek kon doen. Zij reed nog steeds, maar was al jaren niet meer gekeurd.
Onlangs sprak ik de tuinman en hij vertelde mij dat het te gevaarlijk was om met de snoek te rijden. De chassisbalken waren vrijwel volledig doormidden.
De schedel gelicht. Wanneer je met deze snoek op de grote weg rijdt, heb je kans dat de wind onder het dak komt en verlies je het dak gegarandeerd, om maar te zwijgen van de mogelijke rampzalige gevolgen voor andere weggebruikers.
Een oude liefde. Ik zie haar elke dag wanneer ik met de hond wandel. Haar huidige eigenaar komt haar nog dagelijks opzoeken. Dan opent hij de deur, start de motor, rookt een sigaret, stopt de motor en gaat weer naar huis.
Hij kan het niet verkroppen wanneer de snoek wordt afgesleept, maar ik kan er geen traan om laten. Na haar heb ik vele andere liefdes gehad. Enerzijds verbaast het mij dat ze het zolang heeft volgehouden, en ik had niet verwacht dat ik haar na 1984 ooit weer zou zien, anderzijds drukt zij mij met de neus op de feiten: ze zijn er nog, die oude liefdes, hoe krakkemikkig ook.
Even voor het thuisfront: deze kerngezonde jongeling vertrekt morgen weer naar Liverpool voor aanvullend onderzoek in het ziekenhuis. Dan wellicht in februari of maart een kleine, tamelijk ongevaarlijke operatie, eveneens in Liverpool.
Vanochtend om 06.45 uur is ze geboren: Niamh (spreek uit: Niev) Rose McGovern. Gewicht: 8 pond. Moeder en dochter maken het uitstekend.
Jean, de trotse oma, heeft deze foto gemaakt met haar mobieltje. Het is haar eerste kleinkind.
In ben nu dus een soort opa! :-)
Ik wens iedereen alsnog een fantastisch jaar 2010! Beter laat dan nooit sawwemasegge. :-)
De dagen voorafgaand aan mijn bezoek aan Liverpool waren tamelijk spannend. Niet alleen had ik mij beschikbaar gesteld om het traditioneel Engels kerstmaal te bereiden (en daarvoor de ingrediënten te kopen), maar ook was er een probleem met het weer. Op 22 december, de dag voor mijn vertrek, werd een aantal vluchten naar Engeland gecancelled en het was maar zeer de vraag of de weersomstandigheden de volgende dag goed genoeg zouden zijn om vliegtuigen in Liverpool te laten landen.
Maar alles ging goed en met slechts 20 minuten vertraging landde ik op 23 december op John Lennon International Airport. (Wanneer je de luxe van Aeroport Nice Côte d'Azur gewend bent is het alsof je van een koude kermis thuiskomt. De luchthaven van Liverpool is relatief oncomfortabel. In plaats van verwarmde slurven die rechtstreeks op het vliegtuig worden aangesloten, moet je via een trap het vliegtuig verlaten en zeker 200 meter over het terrein lopen alvorens je het luchthavengebouw bereikt, en zelfs daar loop je door eindeloze koude corridors met dunne aluminium wandjes, over vloerbedekking die stinkt omdat er al jaren het "weer" in zit.
Maar in de aankomsthal werd ik opgewacht door mijn lief. We namen een taxi. "Naar huis?" vroeg ze. "Nee, eerst naar The Coffee House", zei ik.
The Coffee House is een soort grand café, maar met de rustieke ambiance van een echte Engelse pub, en het is vlak bij Jean om de hoek. Ik liet mij mijn "pint" goed smaken.
Een voordeel van de grote winkels in Engelse steden is dat ze elke dag open zijn, dus ook tijdens de feestdagen. Logisch, want tijdens die dagen is de omzet het hoogst. Dus op 24 december deden we boodschappen bij Tesco in de wijk Old Swan, en op 25 december kon ik nog de ingrediënten inslaan die ik was vergeten, alsmede de wijn.
Zoals ik had verwacht verliep de kerst op geheel Engelse wijze, dat wil zeggen: er werd tijdens het uitpakken van de cadeaus behoorlijk wat gedronken, het voorgerecht (verse zalmsalade en een pastasalade) werd geheel verorberd, en tijdens het hoofdgerecht was iedereen die dronk al behoorlijk aangeschoten. Tip: de verhouding spruiten tot in ganzenvet geroosterde halve aardappelen is 1 tot 3, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat Engelsen doorgaans niet meer dan 4 spruiten eten, hoe lekker ze ook zijn. De traditionele roast beef is ook een probleem. Engelsen houden niet van tamelijk rauw vlees, hoe goed de kwaliteit ook is, dus ik had voor mij en Jean een paar plakken apart gehouden.
De kalkoen bleef onaangeroerd, want iedereen was verzadigd.
De Christmas Pudding kwam rechtstreeks van de bakker. Daar waag ik mij niet aan.
Op Boxing Day (tweede kerstdag) en de daaropvolgende dagen hadden we nog genoeg te eten, zelfs voor een feestmaal bij John en Rachel. Die hadden (omdat de in Londen wonen) voor de gelegenheid een penthouse in het centrum van Liverpool gehuurd, en tijdens het roken van een zwaar sjekkie op het balkon heb ik bovenstaande foto gemaakt.
Geheel links: de katholieke kathedraal. Het hoge gevaarte in het midden is Radio City (en het St. John's Shopping Centre). Rechts daarvan de Anglicaanse kathedraal (St. James) en geheel rechts de toren van de Municipal Buildings.
Op 2 januari, de dag van mijn vertrek, was het weer spannend, want de weersomstandigheden verslechterden in rap tempo. Mijn vliegtuig was het laatste dat die dag vertrok. Jean bleef echter in Liverpool, want haar jongste dochter Rachel staat op het punt van bevallen. Ze was op 1 januari uitgerekend, maar waarschijnlijk wordt de geboorte aanstaande maandag met additionele middelen bevorderd.
Het is goed om terug in Nice te zijn, bij mijn hond en mijn kat. Het weer in Engeland (en Nederland) is mij te koud. En dan is er nog iets: in Engeland wordt er wel zout gestrooid, maar alleen op doorgaande wegen. Niemand maakt zijn eigen stoep schoon omdat men vindt dat de gemeente dat moet doen, en het gevolg is een levensgevaarlijke situatie, spekgladde trottoirs en veel ongevallen.
Op 27 januari vlieg ik weer naar Liverpool, voor onderzoek in het ziekenhuis. Op 29 januari weer naar Nice, dan wellicht in februari of maart nogmaals naar Liverpool voor een kleine operatie.
Een nieuwe klant erbij: Paul en Angela uit Londen. Ze hebben een appartement gekocht in Villa Olga, een gebouw met een rijke Russische geschiedenis. Ze willen het appartement gaan verhuren als vakantie-appartement. Aan mij de eer om het appartement te gaan beheren, d.w.z. het ontwerpen en onderhouden van de website, het contact met (potentiële) huurders, het innen van de pecunia, het doorsturen van belangrijke post, het onderhoud van het appartement, het ontvangen van cliënten, etc.
Villa Olga is bij mij om de hoek, dus het werk is een fluitje van een cent. Bovendien ben ik graag gastheer, dus die rol is mij op het lijf geschreven. En wanneer ik eerdaags de sleutels van Villa Olga krijg, is dat voor mij een bijzondere eer, juist vanwege de geschiedenis van het pand.
Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw vestigde de Russische adel zich in de buurt waarin ik woon. De Italiaanse adel woonde er al. Na de Russische adel volgde de Russische Intelligentsia, waarvan het merendeel Joods was. Als gevolg daarvan hebben wij niet alleen de Russische kathedraal in onze wijk, maar ook een groot aantal Joodse welzijnsinstellingen en scholen. Onze (Franse) postbode is de enige postbode in Nice die zowel het cyrillisch als het hebreeuws schrift machtig is.
Deze gebouwen ademen de sfeer van de Obolensky's, de Troubetzkoy's, de Bariantinsky's, de Romanov's. Eens maakte ik deel uit van hun verheven wereld (lees mijn boek "Russians in Exile - The History of A Diaspora"), nu ga ik er aardse zaken realiseren. Pecunia non olet.
58 jaar alweer vandaag. De tijd vliegt. 44 jaar geleden was ik verliefd op haar en kwam ik - speciaal voor haar - naar Saint Tropez. Ik meen haar vanaf een afstand te hebben gezien, topless zelfs, maar achteraf kan dat evenzogoed elke willekeurige blondine zijn geweest.
Eergisteren bezochten mijn vrouw en ik Saint Tropez weer eens. Het strandje uit "Et Dieu créa la femme" is er nog steeds, maar de kleine vissershuisjes hebben jaren geleden plaats moeten maken voor appartementengebouwen.
Panta Rhei, zegt Heraclitus. Alles stroomt. We worden ouder en wanneer het goed is ontwikkelen wij onszelf, in positieve zin. Wrakhout, symbool van wat verloren is gegaan, maakt deel uit van de geestelijke bagage en verwordt tot nostalgie. Het hoofd schuddend met een meewarige glimlach: tja, we hebben wat geleerd.
Gisteren, 2 november 2009. Naar Ventimiglia, boodschappen doen met Brian, in mijn auto. Wijn: Barolo, Barbera d'Asti, Chianti en Sangiovese. In Frankrijk niet of nauwelijks te krijgen. Verder: Illy koffie (donkergebrand, ook niet te koop in Frankrijk), Parmesano Reggiano, Pecorino, Salame en Coppa.
Lunch op het strand. Colaatje erbij, want Brian is geheelonthouder en ik drink niet als ik nog moet rijden. Desondanks een zeer genoeglijke middag gehad.
Daar achter die berg woon ik. Niet de slechtste plaats van de wereld. 58 jaar vandaag. Wat kaarten en e-mails met felicitaties. Fijn!
We houden het rustig vandaag. Vanavond champagne in het café van mijn vriend Omar, daarna eten in La Favola of Villa Corleone. Als ik zestig word geef ik wel weer een feestje.
De Amerikaanse alcohol-industrie levert jaarlijks miljarden dollars op, die deels worden gebruikt ter ondersteuning van het pseudo-democratische systeem dat vrij vertaald kan worden omschreven als een "dictatuur van de meerderheid" en niets te maken heeft met het democratische systeem dat is bedacht en ontwikkeld door de Grieken.
Als gevolg van deze alcohol-industrie sterven jaarlijkse honderdduizenden mensen. Alle redenen dus om troepen naar de U.S.A. te sturen en dit land met de grond gelijk te maken.
Binnenkort hier, op dit forum: het volledige verhaal over de totstandkoming van Wishstone Labradors, de gijzeling van mijn honden en mijn domeinnaam joebattsarm.com, en mijn eigen ongelofelijke stommiteiten.
De koning te rijk, oftewel: zo trots als een hond met zeven lullen!
Ons autootje (links) op onze parkeerplaats.
Boris kan hier naar hartelust rennen en apporteren.
Boots, ons katje. Stukken relaxter nu Boris meer relaxed is.
Nice is een grote stad met weinig ruimte. Auto's zijn er veel meer dan parkeerplaatsen. Wanneer je je auto eenmaal op een leuk plaatsje hebt staan, zal je er niet zo snel over denken om een ritje te maken, want dan ben je gegarandeerd je parkeerplaats kwijt.
Nice is ook een stad waar een Labrador (of andere grote hond) geen kant op kan. Er zijn veel parken, maar de hond mag daar alleen aangelijnd lopen, als 'ie er überhaupt al is toegelaten. De hond mag niet mee in de trein, de tram of de bus. Dat plezier is voorbehouden aan die kleine kutkeffertjes die op schoot kunnen.
Op 9 kilometer afstand, bij de airport, is een klein strandje speciaal voor honden, maar daar kom je (met hond) niet zonder auto.
Het gevolg is dat Boris minder vaak kan loslopen dan hij en ik graag willen.
Maar daar is sinds gisteren verandering in gekomen!
Gisteren heb ik een privé-parkeerplaats gehuurd, hier direct om de hoek. Ik hoef mij dus nooit meer zorgen meer te maken over mijn plekkie en kan zonder aarzeling de auto gebruiken wanneer mij dat uitkomt. Helemaal geweldig voor Boris dus!
Een aangename bijkomstigheid is dat het terrein, van zo'n duizend vierkante meter, met ruimte en manoeuvreruimte voor zo'n twintig voortuigen, geheel omheind is, en dat Boris daar onbekommerd kan rennen en dollen. Elke wandeling gaan we dus "even naar de auto kijken" en gooi ik tennisballetjes, die Boris braaf terugbrengt totdat hij helemaal buiten adem is. (Het is hier nog steeds boven de dertig graden en we moeten nog wat aan zijn conditie werken.)
Boris is nu veel rustiger in huis, want hij kan zich dagelijks meerdere malen helemaal uitleven. Hij geniet er zichtbaar van en wij ook.
Eigenlijk zouden in elke grote stad meerdere afsluitbare terreinen moeten zijn waar honden veilig (voor anderen en voor zichzelf) rond kunnen lopen. In Canada en Amerika maken mensen zich daar sterk voor op plaatselijk politiek niveau, en met succes. Daar verrijzen grote, afgesloten parken, waar honden alle ruimte hebben.
Wij zijn ontzettend in onze sas met onze parkeerplaats en we realiseren ons dat we enorm bevoorrecht zijn, want weinigen kunnen zich die weelde veroorloven. Tegelijkertijd moet je je realiseren dat drie parkeerbonnen per maand duurder zijn dan de huur van de parkeerplaats.
En het milieu? Ach, voor de boodschappen lopen we nog steeds naar de supermarkt en de bakker. Gezien de drukte van het verkeer duurt het met de auto twee keer zo lang dan lopend, en je stapt hier echt niet voor je lol in de auto om een ritje door de stad te maken. Gaan we naar een warenhuis, dan nemen we nog steeds de bus of de tram. Maar voor het voer van Boris of voor bouwmateriaal moeten we naar industrieterreinen die ver buiten de binnenstad liggen en nauwelijks per openbaar vervoer bereikbaar zijn. En dan is een auto best handig.
Nu ik er bij stil sta, hebben we de auto vrijwel alleen voor Boris. En de parkeerplaats dus ook. En van die luxe gaan we in het vervolg enorm gebruik maken!
Ik ken hem al jaren. Hij was ooit een halfbakken onderwereldfiguurtje, maar miste het lef om in die wereld iets te bereiken en aldus aanzien te krijgen. Daarna deed hij iets vaags in de bouw, en nee, je moet hem niet vragen hoe het komt dat hele volkswijken opgescheept zitten met slechtgebouwde woningen, want als de opdraggever zegt 8 cm gasbeton, dan is het 8 cm gasbeton en geen milimeter meer.
Destijds kwam hij wel eens in de kroeg op de Zeedijk waar ik de scepter zwaaide, samen met zijn toenmalige vriendin. Alle ogen waren gericht op haar door de zonnebank geteisterde siliconenborsten, zelfs die van mij, en wanneer ze een slok teveel op had zei ze: "Japie, hou jij m'n tieten even in de gaten, want ze zijn niet van mezelf." Waarop mijn antwoord steevast was: "Wees er maar zuinig op zolang ze niet zijn afbetaald."
Hij droeg in die tijd zware gouden schakelarmbanden, gouden oorringen en een dikke gouden halsketting. Dat paste goed bij zijn vuurrode Ferrari.
Een paar weken geleden belde hij me op en vroeg hij of hij in Nice bij me langs kon komen met zijn nieuwe vriendin. Ik aarzelde en stemde vervolgens lafhartig toe. Eigenlijk had ik helemaal geen zin in zijn gezelschap, maar mijn nieuwsgierigheid kreeg de overhand. Ik wilde weten hoe het hem was vergaan en waar hij zoal mee bezig was.
We ontmoetten elkaar op het terras van café-restaurant La Havane in de Rue de France, een aangenaam etablissement met een relaxte, Hemingway-achtige uitstraling. Hij was ontdaan van al zijn goud en zijn nieuwe vriendin was een vrouw van in de dertig, met het voorkomen van een directiesecretaresse. Geen siliconen. Haar oudews hadden een 6-kamer appartementje hier in Nice, dus ze hoefden geen hotel te nemen.
Toen hij mijn Labrador Boris aanschouwde, vroeg hij: "Je ziet ze heel veel hè, Labradors, bij een bepaald slag mensen. Zijn ze een beetje waaks?"
"Nee," antwoordde ik, "totaal niet, maar dat wil ik ook niet."
"Weet je," zei hij mijmerend, "mijn leven is zo veranderd. Ik heb mijn verleden achter mij gelaten en ik wil iets zinvols gaan doen. Schilderen of zo."
"Tja, je zit in de bouw, dus aan schilders geen gebrek."
"Nee, dat bedoel ik niet. Ik bedoel schilderen op doek, zoals Rembrandt," zei hij bloedserieus.
Ik zag haar gezicht vertrekken.
Zij was getrouwd met een archeoloog, nou ja, eigenlijk waren ze nog steeds getrouwd, nou ja, eigenlijk waren ze nog bij elkaar. Ze had in Utrecht gestudeerd en hij ook, en waren toen aan elkaar blijven hangen. Robert was zo anders dan haar man. Hij was ruig, rauw en hartstochtelijk. Hij was een echte vent. Zo totaal anders dan haar man. Een verschil van dag en nacht.
Ze kneep in Robbie's biceps.
Ik ken die types. Veertien jaar van m'n leven naar de knoppen door in zee te gaan met (twee) vrouwen die op "ruige types" vallen, maar niet in die mate dat ze hun erfenis, het vaste inkomen van hun echtgenoot en hun sociaal aanzien er door laten verzieken. Dus ik kreeg medelijden met Robbie.
Hij had niet in de gaten dat hij bezig was zijn eigen graf te graven. "Weet je Jack, als je zo bent veranderd als ik, dan neem je afstand van bepaalde gewoontes. Het past niet meer bij jou. Dus ga je op zoek naar een lifestyle die bij je past."
Het viel mij nu pas op dat hij constant een glimlach op zijn gezicht had. Geen echte glimlach, maar een gemaakte grimas, die blijkbaar ontwapenend moest werken.
"Is het klooster niet wat voor jou?" vroeg ik, zoekend naar de oude Robbie.
"Ja, daar heb ik aan lopen denken," zei hij.
Zij bestudeerde nauwkeurig de dakgoten van de tegenoverliggende gebouwen.
Als ze naar het toilet is, vraag ik hem: "Hou je van haar?"
"Zielsveel!" zegt hij vastberaden.
"En zij van jou?"
"Ja ja, echt wel, maar ze heeft het druk, weet je, en zolang de scheiding er nog niet door is ligt het allemaal heel erg moeilijk."
Robbie bestelt nog drie Mojito's, en een biertje voor mij.
Zij kijkt belangstellend toe hoe ik mijn zwaar sjekkie draai. Robert is gestopt met roken, zegt ze. Apart, die tatouages van jou, zegt ze. Die zijn al meer dan veertig jaar oud, zeg ik. Allemaal? vraagt ze. Nee, die ene niet, die heb ik op m'n arm laten zetten in een vlaag van verstandsverbijstering, zeg ik.
"Ik was verliefd op een getrouwde vrouw die mij geweldig vond. Dat was waarschijnlijk ook de reden waarom ik verliefd op haar was."
"Weet je, ik heb dit allemaal niet nodig," zegt zij na haar zesde Mojito.
"Wat bedoel je, lieverd?" vraagt Robbie.
"Dit gezeik. Dit gelul over veranderde lifestyles, laifstijlen, of hoe je het ook noemt. Dat slappe gezeik over schilderen en Labradors en kloosters hoeft voor mij allemaal niet. Dan had ik ook thuis kunnen blijven."
"Ze houdt van je zoals je bent, Robert," zeg ik.
"Hoe ben ik dan?" vraagt Robert.
"Een stoere macho," zeg ik.
"Met een grote, harde dikke LUL!!!" voegt zij er luidkeels aan toe.
Het publiek in de Rue de France bestaat waarschijnlijk niet uit Nederlands sprekende mensen, maar desalniettemin trekt het gedrag van de vrouw de nodige aandacht.
"Wanneer gaan jullie trouwen?" vraag ik.
"Zjaaa, dazzeel moeilijk," zegt zij.
"Samenwonen dan?"
"Wat weten jullie daar nou helemaal van, godverdomme? Bemoei je er niet mee, stelletje klootzakken!" zegt zij.
Mijn Engelse vriendin, die geen Nederlands verstaat, vindt het inmiddels tijd om naar huis te gaan. Ik zeg dat ik nog even blijf. Robbie's vriendin vertrekt zodra mijn vriendin afscheid van hen heeft genomen en mij een kus heeft gegeven.
Robbie en ik gaan naar een kroeg in de buurt van het station en drinken bier. Ik ken die kroeg. De bardame heeft een tatouage op haar venusheuvel en laat die zien aan iedereen die daar belangstelling in toont. Robbie is op slag verliefd en zeer geïnteresseerd in de tatouage die door het hoogblonde gekortwiekte schaamhaar schemert.
Wij drinken nog een paar biertjes en dan verlaat ik het koppel om naar huis te gaan.
De volgende dag belt Robbie mij. "Judith en ik zijn uit elkaar," zegt hij. Ik bespeur enige opluchting.
"Volgens mij heb jij de lifestyle gevonden die bij je past," zeg ik.
"Lul!" grinnikt Robbie.
Heb een paar videootjes gemaakt van de flat en van de omgeving. Voor de website.
De flat: interieur en uitzicht
Directe omgeving (1): Port Lympia, Middellandse Zee, Vieux Nice
Directe omgeving (2): Vieux Nice
Groetjes,
Jaap
Niet leuk, zo'n verblijf in het Huis van Bewaring. Denk je mensen te helpen, krijg je dit. Wel leuk dat ze me twee jaar jonger geven dan ik echt ben. De Officier van Justitie die de zaak heeft aangekaart is inmiddels met onbetaald verlof gestuurd, dus daar hoef ik me geen zorgen meer over te maken, en de rechter en ik zijn als vanouds weer goede maatjes, dus ook daar geen wurries.
In het HvB had ik legaal geen beschikking over het internet - illegaal wel, maar dat kostte me twee meier per dag - dus vandaar dat ik enige tijd niets van me heb laten horen. Sorry.
Ook de komende tijd zal ik niet vaak op het blog te zien zijn, want ik moet mijn huis hier op de Bahama's gaan inrichten en eerdaags moet ik naar Italië om mijn super zeiljacht te bestellen.
Het is goed om te weten dat de stamgasten van mijn kroeg in de Warmoesstraat nog altijd in mij geloven, en ik weet zeker dat mijn fans op het VK-blog dat ook doen. Binnenkort drinken we er een goed glas champagne op!
Vanuit Nassau, met varienduluke groeten,
Uw Scheepskok Jaap
Je leest het zo vaak in de krant:
"Demonstranten bij bosjes gearresteerd."
"Automobilisten bij bosjes bekeurd."
"Koorknaapjes bij bosjes aangerand door priesters."
"Opstandelingen bij bosjes afgeschoten."
"Journalisten bij bosjes betrapt op kuttig taalgebruik."
Vandaag weer: "Architecten bij bosjes ontslagen."
Je ziet het voor je.
In de lunchpauze stelt de veelbelovende architect zijn collega voor de middagboterham te nuttigen bij de bosjes.
Na het volkorenbrood met oude kaas wil hij haar tracteren op een glas karnemelk, maar dan klinkt, als een donderslag bij heldere hemel, een luide stem die zegt: "Jullie zijn ontslagen!"
Na van de schrik te zijn bekomen heft hij zijn hoofd opwaarts en vraagt: "Bent u niet de hypotheker?"
"Jazeker, de hypotheker!" antwoordt de stem, en vervolgens: "Nee sukkels, ik ben jullie baas! Jullie zijn ontslagen omdat je bij de bosjes zit te vozen op een manier die te lullig voor woorden is!"
Zo zie je maar weer. Dus blijf uit de buurt van de bosjes. Het is er niet veilig.
Soms lijkt het alsof je hele wereld op z'n kop staat en de Wet van Murphy zich volledig laat gelden: "Alles wat verkeerd kan gaan, gaat verkeerd op het moment dat het jou het slechtst uitkomt. "
Het begon met Adolf, een jonge rat die in ons leven kwam toen de mannen van de waterleiding zijn ouderlijk nest verstoorden en Adolf en zijn broertjes (Jozef, Benito en Pol Pot) ertoe dreven afzonderlijk van elkaar een nieuw onderkomen te zoeken. Adolf koos voor ons stulpje en deed zich tegoed aan het voedsel in onze voorraadkast, de brokjes van Boris, en alles wat er meer op zijn weg kwam.
Toen wij het tijd vonden dat Adolf op eigen benen moest staan, zetten wij alle deuren en ramen open en trachtten hem met bezems en dergelijke naar buiten te bewegen. Adolf prakkizeerde er niet over en koos voor de ruimte achter het keukenblok, waartoe wij geen toegang hebben maar hij wel.
Frisser werd het er niet op, dus zochten wij onze toevlucht tot het ultieme middel: rattengif. De eerste dagen smulde Adolf ervan, maar vandaag kwam hij behoorlijk groggy uit zijn schuilplaats en het had maar een haartje gescheeld of wij waren erin geslaagd Adolf met bezem en blik op straat te zetten, maar met zijn laatste krachten kroop hij terug achter het keukenblok en het wachten is nu op vlooien, de pest, en cholera.
Toen kreeg ik een interne bloeding. Niet leuk. Ik ben er behoorlijk door verzwakt. Nee, geen roestige scalpels van een Libanese dokter, ik heb gewoon niet rustig aan gedaan, hetgeen mij op het hart was gedrongen. Eigen schuld, dikke bult.
De brand in onze slaapkamer vond plaats in mei. Inmiddels is het bijna augustus, en het enige wat er is gebeurd is dat de slaapkamer chemisch is gereinigd (kosten € 2000,-.)
De ramen zijn nog steeds kapot, er moet worden geschilderd en behangen, al onze kleren zijn nog steeds bij een stomerij (welke?) en Axa, onze verzekeringsmaatschappij die ons beloofde ons bij te staan wanneer er iets was en onze tolk te zijn in de onderhandelingen met Franse verzekeringsklojo's, heeft tot nu toe geen fuck gedaan. Het werd dus tijd om op te treden.
Omdat mijn oude mobieltje geen kracht meer had en meerdere malen per dag moest worden opgeladen, besloot ik een nieuw mobieltje te kopen. Dat bleek echter niet bestand tegen een volledige was op 40°, dus was ik niet mobiel bereikbaar.
Tot overmaat van ramp was er iets mis met de Orange verbinding, waardoor we geen vaste telefoon, geen internet en geen TV hadden.
Je hebt geen idee hoeveel dagen telefoneren het mij heeft gekost om het probleem op te lossen. Je wordt van het kastje naar de muur gestuurd, je krijgt het ene na het andere foute advies (waardoor het allemaal nog langer gaat duren) en niemand heeft begrip voor je situatie. Het kan ze gewoon geen fuck schelen. Geen Westeuropees land dat zo inefficiënt is als Frankrijk.
Ik moest het rustig aan doen. Daar is de afgelopen weken dus helemaal niets van gekomen. Misschien moet ik het toch maar gaan proberen.
Een stevig potje neuken kan er niet tegenop: deze pot Calvé pindakaas. Het ultieme genot! Jullie Nederlanders in Nederland weten niet half hoe gelukkig jullie zijn dat je in elke supermarkt gewoon Calvé pindakaas kunt kopen.
Hier in Frankrijk kun je in sommige supermarkten wel pindakaas kopen, maar dat is Amerikaanse pindakaas: zoete, lichtgele troep. Niet te vareten.
Toen ik met mijn vriendin in Nederland was hebben we dan ook een stuk of tien grote potten pindakaas ingeslagen, dus ik kan nog wel even vooruit.
Calvé pindakaas (het eigen merk van Albert Heijn is ook goed) is een noodzakelijk ingrediënt bij de bereiding van een goede, originele satehsaus. (Het is sàteh, geen setéé.) Verder is het ontiegelijk lekker op de boterham, hetzij met wat donkerbruine basterdsuiker erover, hetzij als Indische snack: boterham met pindakaas, wat sambal erover smeren, beleggen met dunne plakjes komkommer: heerlijk!
De zoektocht naar Calvé pindakaas begon al behoorlijk te ontaarden in een obsessie. In de Niçoise drugscene sta ik al bekend als de pindakaasjunk. Altijd benader ik de dealers discreet vanachter de revers van mijn overjas met de vraag "Calvé pindakaas?"
"Desolé Jack," is steevast het antwoord. "Peut-être demain."
Nog steeds op zoek naar het ultieme geluk bezocht ik gisteren de Aziatische supermarkt in de Rue Miollis, een kwartiertje lopen van hier. Wie schetst mijn verbazing toen ik daar een complete pallet met Calvé pindakaas zag staan! Promo Asie, mijn favoriete dealer! Forever! Ik kus de grond waarop de eigenaar en zijn personeel lopen, ik ben ze voor eeuwig en altijd dankbaar! Mijn leven is gered! Vergeet die 23 miljoen in de staatsloterij, vergeet Naomi Campbell, ik heb Calvé pindakaas!
Het schrikbeeld van m'n leven: te moeten passen in een vakje. Het Katholieke Volkskrantblog probeert van alles om mijn vakjesbehoefte te cultiveren. Ik mag mijn favorieten in vakjes plaatsen. Gegarandeerd dat er klojo's zijn die onmiddellijk gaan selecteren. Wie mag er wel en wie mag er niet in mijn favorieten? Sneue gasten.
Ik mag van de Volkskrant ook deel uitmaken van groepen, zoals de groep van buitenlandse sneue gasten, en ook daarmee biedt men mij de heerlijke mogelijkheid om mijzelf in een vakje te plaatsen. Rot op, zielepoten!
Het zieligst van allemaal zijn de sneue gasten die dankbaar gebruik maken van deze Katholieke Voorziening om zichzelf en anderen al dan niet in vakjes te plaatsen ("er moet echt wel heel wat gebeuren vriend voordat ik jou als favoriet aanmerk of lid word van jouw groep"), en het vakjesgebeuren beschouwen als een vervanging van de superkatholieke "de redactie beveelt aan" schijnheiligheid. Velen hebben kennelijk de behoefte om op hun eigen wijze god of jezus te zijn, en het Volkskrantblog voorziet in die behoefte, nu met nieuwe gadgets (of widgets), word lid!
Aan mij is het niet besteed. Telkens wanneer een of andere klojo probeert mij in een vakje te plaatsen, mij deel wil laten uitmaken van een "groep", zal ik er alles aan doen om duidelijk te maken dat ik in dat vakje niet thuis hoor. Mij best wanneer je jezelf wilt rubriceren (sneue gast), maar laat mij erbuiten, ja?
P.S. Ik maak zelfs bezwaar wanneer men mij plaatst in het vakje van mensen die niet in vakjes willen thuishoren. (Maar niet fanatiek.)
Sta ik te popelen om de Volkskrantbloggers te melden wat er met mij is gebeurd en hoe ik mij voel? Voor geen meter. Op een paar uitzonderingen na is niemand van de Volkskrantbloggers nog geïnteresseerd in wat ik te melden heb, en ongetwijfeld speelt het "eigen schuld, dikke bult"-principe daarbij een een belangrijke rol, want sommige Volkskrantbloggers - hoe goed je ze ook kent of hebt gekend - hanteren de opvatting dat zij niet op jou hoeven te reageren wanneer jij niet op hen reageert. En aangezien ik niet wens mee te gaan in een dergelijke infantiele gedachtengang ("get a fucking life, for fuck's sake!") houdt de interne communicatie daarmee op. Het zij zo.
Desalniettemin blijkt uit mijn statistieken dat er redelijk veel mensen van buiten het VK-blog zijn (jazeker, die bestaan er ook hoor) die mijn doen en laten hier volgen, en ik heb voldoende aanwijzingen dat dit niet slechts mensen zijn die dat uit leedvermaak doen.
Vandaar dat ik mij er niet van laat weerhouden om mijn stukjes te produceren, hoe weinig reacties daar ook op volgen. Ik kan er niet van onder de indruk zijn.
In Holland is het zo gepiept: je gaat naar de winkel, zoekt een stofzuiger uit, loopt er mee naar de kassa en betaalt. Je krijgt een kassabon en een garantiebewijs, klaar is Kees. In vijf minuten gepiept. Zo zal het in de rest van de wereld ook gaan.
Maar niet in Frankrijk. Je gaat naar Carrefour, je zoekt een stofzuiger uit, je wilt ermee naar de kassa gaan, maar je wordt tegengehouden door een employée die je naam en adres in de computer invoert en je naar een balie verwijst.
Daar moet je in de rij staan en als je aan de beurt bent mag je betalen en ontvang je een garantie- en ontvangstbewijs in drievoud.
Dan moet je in de rij gaan staan voor de kassa. Daar moet je je ontvangstbewijs tonen aan de cassière, en de cassière zegt dat het ontvangstbewijs moet worden aftgetekend door iemand van de beveiligingsdienst. Ze belt hem wel even.
De rij wachtenden achter mij wordt steeds langer.
Uiteindelijk komt de man van de beveiligingsdienst en krabbelt van alles op het garantie- en ontvangstbewijs. Hij scheurt de bovenste twee delen af en overhandigt mij het laatste deel.
"Weet u zeker dat dit het is en dat ik niet nog meer handelingen moet verrichten?"
"Ja hoor, dit is het. Zo simpel is het."
Meer dan een uur ben ik bezig geweest met het kopen van een stofzuiger van 99 euro. Vier personeelsleden waren daarvoor nodig. Je vraagt je af waar Carrefour de winst vandaan haalt.







Over dit blog
is zo nu en dan wat onduidelijkheid, zoals dat de dingen die hier
door mij worden gepubliceerd "niet waar" zijn. Voor alle
duidelijkheid: ze zijn wel waar. Ze spelen zich alleen gedeeltelijk
in een andere tijd af en ik heb mij de literaire vrijheid
veroorloofd de realiteit van toen te mengen met de actualiteit, het
hier en nu. De meeste "vaste" lezers weten dat en kunnen dit
relativeren. De amusementswaarde telt voor hen, net als voor mij,
meer dan de nieuwswaarde. En het is waar, ik kan daar zo af en toe
ook wat van mijn denkbeelden kwijt. "Uw scheepskok Jaap" is een
dubbelzinnig reisverslag, zowel een reis door de tijd als een
geografische reis. Zij die met mij mee willen reizen heet ik van
harte welkom aan boord van ons prachtige, dwarsgetuigde zeilschip.
Reis met mij mee, kook met mij mee. Mocht het "waarheidsgehalte" je
echter parten spelen, haak dan maar liever af. "Uw scheepskok Jaap"
is niet bedoeld om mensen te ergeren of te kwetsen.


New at
LabradorNet: Who is Who in the world of Labrador Retrievers.


Росси́йский
Университе́т
Патриса
Лумумбы
Дру́жбы
Наро́дов,
РУДН (thans Vriendschap der Volkeren
Universiteit)
"FUCK YOU"
Perhaps one of the most interesting and colourful words in the
English language is the word "FUCK". It is the one magical word,
which, just by its sound, can describe pain, pleasure, love, and
hate. In language, "FUCK" falls into many grammatical categories.
It can be used as a verb, both transitive (John fucked Mary) and
intransitive (Mary was fucked by John). It can be an active verb
(John really gives a fuck) or passive verb (Mary really doesn't
give a fuck) ; or an adverb (Mary is fucking interested in John),
and as a noun (Mary is a terrific fuck). It can be used as an
adjective (Mary is fucking beautiful) As you can see, there are
very few words with the versatility of "FUCK" . Besides its sexual
connotations this incredible word can be used to describe many
situations: Greetings: How the fuck are you? Fraud: I got fucked by
the car dealer. Dismay: Oh, fuck it! Trouble: Well, I guess I'm
fucked now. Aggression: Fuck You! Disgust: Fuck Me! Confusion: What
the fuck-------? Difficulty: I don't understand this fucking
business. Despair: Fucked again. Incompetence: He fucks up
everything. Displeasure: What the fuck is going on here? Lost:
Where the fuck are we? Disbelief: Unbefuckinglievable! Retaliation:
Up your fucking ass! It can be used to tell time--It's five fucking
thirty! It can be used in an anatomical description--He's a fucking
asshole! It can be used in business--How the fuck did I wind up
with this job? It can be maternal-- as in "Motherfucker!" It can be
political-- "Fuck Blair!" And never forget General Custer's last
words : "Where did all them fucking indians come from?" Also, the
famous last words of the mayor of Hiroshima: "What the fuck was
that?" And, last, but not least, the immortal words of the captain
of the Titanic, who said, "Where is all this fucking water coming
from?" The mind fairly boggles at the many creative uses of the
word. How can anyone be offended when you say "FUCK"? Use it
frequently in your speech and it will add to your fame and
prestige.













